Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 november 2010, nr. BJZ2010028548 houdende het bepalen van de taken die toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet als diensten van algemeen economisch belang met compensatie kunnen uitvoeren, en daarmee verband houdende bepalingen (Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting)
- BWB-id
- BWBR0028918
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2015-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028918
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/tijdelijke-regeling-diensten-van-algemeen-economisch-belang-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/tijdelijke-regeling-diensten-van-algemeen-economisch-belang-/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028918&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028918&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028918/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/tijdelijke-regeling-diensten-van-algemeen-economisch-belang-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. compensatie: 1°. het door toegelaten instellingen kunnen aantrekken van leningen met gebruikmaking van een daartoe in het bijzonder in het leven geroepen voorziening die door de Staat der Nederlanden gefaciliteerd wordt, of van borgstelling daarvan door overheden; 2°. artikel 71a, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet subsidie als bedoeld inen 3°. artikel 2 verlaging van grondprijzen door gemeenten ten behoeve van de uitvoering door toegelaten instellingen van taken als bedoeld in; b. diensten van algemeen economisch belang: diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in: 1°. artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en 2°. het besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van dat lid op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen; c. woongelegenheid: 1°. woning met de daarbij behorende grond of het daarbij behorende deel van de grond; 2°. woonwagen, zijnde een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; 3°. standplaats, zijnde een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; d. huurprijs: artikel 237 lid 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek huurprijs, bedoeld in; e. voorziening: Besluit beheer sociale-huursector wat daaronder in hetwordt verstaan; f. minister: Minister voor Wonen en Rijksdienst; g. huishoudinkomen: artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld invan de degenen die een woongelegenheid wensen te betrekken, met uitzondering van kinderen in de zin van, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt gelezen: huurder. 2 In deze regeling wordt onder woning mede verstaan afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd, met het daarbij behorende deel van de grond. 2013 32730 22-11-2013 14-11-2013 2013-0000694725 2013 32730 22-11-2013 14-11-2013 2013-0000694725 01-01-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Als diensten van algemeen economisch belang zijn aan de toegelaten instellingen opgedragen: a. het huisvesten of doen huisvesten van personen die door hun inkomen of door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van hun passende huisvesting; b. artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag het doen bouwen en verwerven van voor permanent verblijf bedoelde te verhuren woongelegenheden met een huurprijs die bij aanvang van de bewoning niet hoger zal zijn dan het bedrag, genoemd in, en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden, alsmede het bezwaren, verhuren, vervreemden en doen slopen van haar zodanige woongelegenheden en aanhorigheden, daarop vestigen van een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik, en overdragen van de economische eigendom daarvan; c. het doen bouwen en verwerven van voor permanent verblijf bedoelde, anders dan in verband met verhuren toe te wijzen, woongelegenheden en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden, alsmede het bezwaren, toewijzen, vervreemden en doen slopen van haar zodanige woongelegenheden en aanhorigheden, daarop vestigen van een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik, en overdragen van de economische eigendom daarvan; d. het in stand houden van en het treffen van voorzieningen aan haar in de onderdelen b en c bedoelde woongelegenheden en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden, en aan de direct daaraan grenzende omgeving; e. het aan bewoners van haar in de onderdelen b en c bedoelde woongelegenheden verlenen van diensten die rechtstreeks verband houden met de bewoning, en, aan personen die haar te kennen geven een zodanige woongelegenheid te willen betrekken, verlenen van diensten die rechtstreeks verband houden met hun huisvesting; f. bijlage 1 het, in of in de directe nabijheid van wijken, buurten of buurtschappen waar woongelegenheden als bedoeld in onderdeel b of c gelegen zijn, doen bouwen en verwerven van gebouwen die behoren tot de inbij deze regeling opgenomen categorieën, die een op die wijk, buurt of buurtschap gerichte functie hebben, en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden, alsmede het bezwaren, verhuren, vervreemden en doen slopen van haar zodanige gebouwen en aanhorigheden, daarop vestigen van een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik, en overdragen van de economische eigendom daarvan; g. het in stand houden van en het treffen van voorzieningen aan haar gebouwen als bedoeld in onderdeel f en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden, en aan de direct daaraan grenzende omgeving; h. artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag het bijdragen aan de leefbaarheid in wijken, buurten of buurtschappen waar woongelegenheden als bedoeld in onderdeel b of c gelegen zijn, waartoe niet worden gerekend het investeren in onroerende zaken met een bedrijfsmatige gebruiksbestemming en het uitvoeren van de in de onderdelen b tot en met e genoemde taken met betrekking tot door de eigenaren daarvan te bewonen woongelegenheden, en woongelegenheden als bedoeld in onderdeel b van welke de huurprijs bij aanvang van de bewoning hoger zal zijn dan het bedrag, genoemd in; i. artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag het verrichten van de werkzaamheden die voortvloeien uit tussen gemeenten en toegelaten instellingen overeengekomen beleidsplannen die zijn gericht op het oplossen van problemen en het wegwerken van achterstanden in wijken, buurten en buurtschappen, waartoe kan behoren het mede financieren of faciliteren van diensten in het kader van de vervulling van een openbare dienstverplichting, en waartoe niet worden gerekend het investeren in onroerende zaken met een bedrijfsmatige gebruiksbestemming en het uitvoeren van de in de onderdelen b tot en met e genoemde taken met betrekking tot door de eigenaren daarvan te bewonen woongelegenheden, en woongelegenheden als bedoeld in onderdeel b van welke de huurprijs bij aanvang van de bewoning hoger zal zijn dan het bedrag, genoemd in; j. het uitvoeren van de taken die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het uitvoeren van de taken, genoemd in de onderdelen a tot en met i. 2013 32730 22-11-2013 14-11-2013 2013-0000694725 2013 32730 22-11-2013 14-11-2013 2013-0000694725 01-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De toegelaten instelling komt uitsluitend compensatie toe voor de taken, genoemd in artikel 2. 2 bijlage 1 De minister kan op verzoek van een toegelaten instelling besluiten dat haar voorts compensatie toekomt voor het doen bouwen of verwerven van een gebouw met een maatschappelijke gebruiksbestemming, dat niet behoort tot een inbij deze regeling opgenomen categorie, indien: a. dat gebouw behoort tot een daaraan nauw verwante categorie; b. artikel 2, onderdeel b of c dat doen bouwen of verwerven geschiedt in of in de directe nabijheid van wijken, buurten of buurtschappen waar woongelegenheden als bedoeld in, gelegen zijn en c. dat gebouw een op die wijk, die buurt of dat buurtschap gerichte functie heeft. 2010 17515 08-11-2010 03-11-2010 BJZ2010028548 17515 11-11-2010 2010 17515 08-11-2010 03-11-2010 BJZ2010028548 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, onderdeel b De toegelaten instelling gaat gedurende 25 jaar met betrekking tot ten minste 90% van haar woongelegenheden, bedoeld in, slechts overeenkomsten van huur en verhuur aan, indien: a. het huishoudinkomen niet hoger is dan € 34.911; b. artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van die wet artikel 10.1.4 van die wet in die woongelegenheden personen worden gehuisvest op grond van een indicatiebesluit als bedoeld invoor verblijf als bedoeld inof voor direct oproepbare assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen als bedoeld in, of c. artikel 2.1 van het Besluit zorgverzekering artikel 2.10 van dat besluit in die woongelegenheden personen worden gehuisvest die op grond vanvoor een periode van ten minste een jaar ten minste 10 uur per week verpleging of verzorging als bedoeld inontvangen. 2 artikel 4bis artikel 6 artikel 7, eerste volzin Indien de toegelaten instelling woongelegenheden waarop het eerste lid envan toepassing is, verhuurt aan een rechtspersoon of vennootschap die overeenkomsten van huur en verhuur aangaat met natuurlijke personen of aan een rechtspersoon of vennootschap die verhuurt aan een andere rechtspersoon of vennootschap welke overeenkomsten van huur en verhuur aangaat met natuurlijke personen, draagt zij er zorg voor dat die rechtspersoon of vennootschap met betrekking tot die woongelegenheden het eerste lid en artikel 4bis naleeft. Daartoe voert de toegelaten instelling overleg met de rechtspersoon of vennootschap die de woongelegenheden waarop het eerste lid en artikel 4bis van toepassing is, huurt van de toegelaten instelling, met het oogmerk te bewerkstelligen dat die rechtspersoon of vennootschap alle handelingen verricht en aan de toegelaten instelling alle inlichtingen verschaft die voor haar noodzakelijk zijn om aan de eerste volzin en aante voldoen. Het is de toegelaten instelling verboden een overeenkomst met een rechtspersoon of vennootschap ter zake van de huur en verhuur van woongelegenheden waarop het eerste lid van toepassing is, aan te gaan die in de weg staat aan de juiste toepassing van de tweede volzin van dit lid. Indien een voor 18 mei 2013 aangegane zodanige overeenkomst ertoe leidt dat die toegelaten instelling niet over alle gegevens beschikt die noodzakelijk zijn voor een beoordeling als bedoeld in, wordt dat die toegelaten instelling bij die beoordeling niet aangerekend. 3 artikel 2, onderdeel b artikel 4, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 De toegelaten instelling geeft bij het aangaan van overeenkomsten van huur en verhuur met betrekking tot woongelegenheden als bedoeld in, in de gevallen dat het huishoudinkomen hoger is dan het in de aanhef van het eerste lid genoemde bedrag, voorrang aan huishoudens voor welke de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is uit het oogpunt van gezondheid, veiligheid, sociale factoren, overmacht of calamiteiten. Vervolgens houdt de toegelaten instelling bij het aangaan van zodanige overeenkomsten de volgorde aan die voortvloeit uit het daarover door haar vast te stellen beleid, tenzij uit een huisvestingsverordening als bedoeld ineen andere volgorde voortvloeit. 4 artikel 2, onderdelen a tot en met e artikel 3, eerste lid artikelen 4bis 4a De compensatie voor de taken, genoemd in, en, voor zover daarmee verband houdende, de taken, genoemd in artikel 2, onderdeel j, komt de toegelaten instelling in elk geval volledig toe, indien zij voldoet aan, het eerste tot en met derde lid van dit artikel en deen. 5 artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag bijlage II, hoofdstuk 5.8, onder 5, bij het Besluit beheer sociale-huursector Het bedrag, genoemd in het eerste lid,wordt met ingang van elk jaar, voor het eerst op 1 januari 2012, gewijzigd met het percentage waarmee per gelijke datum het bedrag, genoemd inwordt gewijzigd. Het bedrag, genoemd in, wordt met ingang van elk jaar, voor het eerst op 1 januari 2013, vervangen door het bedrag zoals dat op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar overeenkomstig de eerste zin is gewijzigd. 2014 36700 23-12-2014 15-12-2014 20140000666740 2014 36700 23-12-2014 15-12-2014 20140000666740 01-01-2015
Artikel 4bis — Artikel 4bis#
Artikel 4bis 1 artikel 4, tweede lid De toegelaten instelling of een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in, gaat slechts overeenkomsten van huur en verhuur als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aan, nadat degene die als huurder een woongelegenheid waarop dat lid van toepassing is wenst te betrekken aan haar heeft overgelegd: a. artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen een door hem opgestelde en ondertekende verklaring over de samenstelling van zijn huishouden, met uitzondering van kinderen in de zin van, en b. gegevens waaruit het huishoudinkomen blijkt, of op grond waarvan dat inkomen zo nauwkeurig als redelijkerwijs mogelijk kan worden geschat. 2 Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing: a. artikel 8, onderdelen a tot en met d, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 29, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 indien degenen die de woongelegenheid wensen te betrekken uitsluitend vreemdelingen zijn die in Nederland rechtmatig verblijf hebben als bedoeld inen behoren tot de groep verblijfsgerechtigden die in aanmerking wordt genomen bij het bepalen van de taakstelling overeenkomstig; b. Wet studiefinanciering 2000 artikel 4, tweede lid indien degenen die de woongelegenheid wensen te betrekken uitsluitend, en ten hoogste twee, personen zijn die studiefinanciering op grond van deontvangen, en degene die als huurder de woongelegenheid wenst te betrekken bewijzen daarvan aan de toegelaten instelling of aan een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in, heeft overgelegd; c. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 4, tweede lid indien degenen die de woongelegenheid wensen te betrekken van buiten Nederland afkomstige personen zijn, die zich hebben ingeschreven bij een instelling voor hoger onderwijs in de zin van de, en bewijzen daarvan of verklaringen ter zake aan de toegelaten instelling of aan een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in, zijn overgelegd, en d. artikel 4, eerste lid in geval van huisvesting op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in, indien degene die als huurder de woongelegenheid wenst te betrekken dat besluit aan de toegelaten instelling of aan een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in artikel 4, tweede lid, heeft overgelegd. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn, behoudens het vierde en vijfde lid: a. artikel 2 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers in geval van vreemdelingen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a: een inkomstenverklaring, welke niet langer dan zes maanden voordat de overeenkomst van huur en verhuur zou moeten ingaan is afgegeven door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, bedoeld in, of b. artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in geval van andere personen dan zodanige vreemdelingen: de aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting of de inkomensgegevens, bedoeld in, van ieder van die personen, over een van de twee kalenderjaren die direct voorafgaan aan het kalenderjaar waarin de overeenkomst van huur van verhuur zou moeten ingaan. 4 Voor zover gegevens als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, niet beschikbaar zijn blijkens een schriftelijke verklaring van een functionaris van de rijksbelastingdienst die bij regeling van de Minister van Financiën als inspecteur is aangewezen, zijn de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voorts: a. die verklaring en b. indien een van degenen die de betrokken woongelegenheid wensen te betrekken dusdanig kort een inkomen in Nederland geniet of dusdanig recent een inkomen in Nederland genoten heeft, dat dat inkomen nog niet bekend is bij de rijksbelastingdienst: 1°. een door degene die als huurder die woongelegenheid wenst te betrekken opgestelde en ondertekende inkomensverklaring waarin ten minste het door hem geschatte huishoudinkomen is opgenomen en. indien die verklaring melding maakt van het benutten van fiscale aftrekposten of van winst uit onderneming, stukken die aantonen dat die verklaring met betrekking tot die aspecten juist en volledig is, en 2°. hetzij een jaaropgave van de werkgever of werkgevers van degenen, bedoeld in de aanhef, over het kalenderjaar dat direct voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de overeenkomst van huur en verhuur zou moeten ingaan, dan wel een jaaropgave over eerstbedoeld kalenderjaar van de instantie of instanties die aan diegenen een uitkering verstrekken, hetzij loonstroken of uitkeringsspecificaties van die werkgever of werkgevers respectievelijk die instantie of instanties met betrekking tot één kalendermaand, welke maand geen eerdere is dan de zesde kalendermaand voorafgaand aan de dagtekening van de verklaring, bedoeld onder 1°. 5 artikel 4, eerste lid Indien uit de gegevens, bedoeld in het derde lid, een huishoudinkomen blijkt dat hoger is dan het in, genoemde bedrag, terwijl naar het oordeel van degene die als huurder de betrokken woongelegenheid wenst te betrekken het huishoudinkomen niet hoger is dan dat bedrag, kan hij dat oordeel met een onderbouwing daarvan aan de toegelaten instelling of aan een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in artikel 4, tweede lid, overleggen, in welk geval de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voorts zijn de gegevens overeenkomstig het vierde lid, onderdeel b, onder 1° en 2°. 6 artikel 4, tweede lid In afwijking van het eerste lid kan een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in, die beschikt over een keurmerk van de Stichting keurmerk internationale arbeidsbemiddeling of van de Stichting normering flexwonen overeenkomsten van huur en verhuur als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aangaan zonder dat daaraan voorafgaand een verklaring en gegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn overgelegd indien degene die als huurder een woongelegenheid waarop artikel 4, eerste lid, van toepassing is, wenst te betrekken een onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of Zwitserland, en voor het verrichten van arbeid in Nederland verblijft. 7 artikel 4, tweede lid De rechtspersoon of vennootschap, bedoeld in, die de woongelegenheid, bedoeld in het zesde lid, huurt van een toegelaten instelling beschikt over een keurmerk van de Stichting keurmerk internationale arbeidsbemiddeling of van de Stichting normering flexwonen en legt bij het aangaan van die huurovereenkomst een bewijs van de toekenning van dat keurmerk over aan de toegelaten instelling. 8 De rechtspersoon of vennootschap, bedoeld in het zevende lid, legt op de laatste dag van elk kalenderkwartaal ten aanzien van de huurders, bedoeld in het zesde lid, met wie in dat kwartaal een overeenkomst van huur en verhuur is aangegaan aan de toegelaten instelling over: a. het adres van de woongelegenheid die de huurder, bedoeld in het zesde lid, heeft betrokken; b. de naam van de huurder en de datum waarop de huurder de woongelegenheid heeft betrokken; c. artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen een verklaring over de samenstelling van het huishouden van de huurder met uitzondering van kinderen in de zin van, en d. gegevens waaruit het huishoudinkomen van de huurder blijkt, of op grond waarvan dat inkomen zo nauwkeurig als redelijkerwijs mogelijk kan worden geschat. 9 bijlage 2 Aan het eerste lid, onderdeel b, en het achtste lid, onderdeel d, wordt toepassing gegeven overeenkomstigbij deze regeling. 2014 36700 23-12-2014 15-12-2014 20140000666740 2014 36700 23-12-2014 15-12-2014 20140000666740 01-01-2015
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a artikel 2, onderdeel f De toegelaten instelling gaat gedurende 25 jaar met betrekking tot gebouwen als bedoeld in, slechts overeenkomsten van huur en verhuur aan met verenigingen of stichtingen die zich blijkens hun statuten uitsluitend ten doel stellen diensten te leveren of werkzaamheden te verrichten die zijn gericht op het maatschappelijk belang, of met overheidsinstellingen. 2013 32730 22-11-2013 14-11-2013 2013-0000694725 2013 32730 22-11-2013 14-11-2013 2013-0000694725 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De toegelaten instelling besteedt aan: a. artikel 2, onderdeel f de taken, genoemd in, voor zover zij bestaan uit het doen bouwen, en b. artikel 2, onderdeel g de taken, genoemd in, voor zover zij bestaan uit het treffen van voorzieningen aan haar gebouwen en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden. 2011 11161 27-06-2011 06-06-2011 2011-2000218049 2011 11161 27-06-2011 06-06-2011 2011-2000218049 28-06-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 4, eerste tot en met derde lid 4bis 4a 5 De toegelaten instelling richt haar administratie zodanig in, dat daaruit blijkt of zij voldoet aan de,,en. 2 artikel 4, eerste lid De toegelaten instelling voert ten behoeve van een getrouwe weergave van de uitvoering en een effectief uitvoeringsproces ter zake een zodanige administratie dat de juiste, volledige en tijdige vastlegging is gewaarborgd van de gegevens met betrekking tot het huishoudinkomen die verband houden met de toepassing van. 3 artikel 4, eerste lid artikel 4bis, eerste lid, onderdeel a De toegelaten instelling voegt in haar administratie, onverwijld na de totstandkoming van een overeenkomst van huur en verhuur als bedoeld in, bij de in verband daarmee afgegeven verklaring, bedoeld in, een door haar ondertekende verklaring dat zij geen redenen heeft om aan de juistheid van de eerstbedoelde verklaring te twijfelen. 2012 27028 27-12-2012 20-12-2012 2012-0000729897 2012 27028 27-12-2012 20-12-2012 2012-0000729897 01-01-2013
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 4bis artikel 4, eerste lid artikel 7, eerste volzin De toegelaten instelling gebruikt de gegevens die overeenkomstigworden verstrekt, uitsluitend voor het toepassing geven aan. Zij bewaart die gegevens niet langer dan totdat de gevolgen van het door de minister ten aanzien van het kalenderjaar waarin de overeenkomst van huur en verhuur is aangegaan toepassing geven aan, onherroepelijk zijn geworden. 2 artikel 4bis Een ieder die kennis neemt van de gegevens die overeenkomstigworden verstrekt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 2013 13369 17-05-2013 14-05-2013 2013-0000289046 2013 13369 17-05-2013 14-05-2013 2013-0000289046 18-05-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 4, vierde lid artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht De minister beoordeelt jaarlijks voor 1 december, voor het eerst in 2012, of in het aan die datum voorafgaande kalenderjaar, op de toegelaten instelling van toepassing was, en verstrekt dat oordeel aan de toegelaten instelling. De minister kan besluiten dat de toegelaten instelling in het kalenderjaar dat direct volgt op de in de eerste volzin bedoelde datum geen compensatie toekomt, en wijst bij een zodanig besluit woongelegenheden aan waarop het van toepassing is. Dat besluit is een besluit in de zin van. 2011 23674 28-12-2011 20-12-2011 2011-2000581818 2011 23674 28-12-2011 20-12-2011 2011-2000581818 01-01-2012 Artikel II van Stcrt. 2011/23674 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Wijzigt het Besluit beheer sociale-huursector. 2011 1296 27-01-2011 19-01-2011 BJZ2011035222 2011 1296 27-01-2011 19-01-2011 BJZ2011035222 28-01-2011 01-01-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Artikel 3, eerste lid artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1º artikel 2 , is niet van toepassing op rentevoordelen die voortvloeien uit leningen als bedoeld in, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt met betrekking tot andere taken dan die, genoemd in. 2010 17515 08-11-2010 03-11-2010 BJZ2010028548 2010 17515 08-11-2010 03-11-2010 BJZ2010028548 01-01-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 25b van de Mededingingswet De toegelaten instellingen op welkevan toepassing is, en die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling als zodanig bestaan, brengen voor 1 januari 2016 hun werkwijze en hun administratie, en zo nodig hun statuten, in overeenstemming met de in dat artikel opgenomen vereisten. 2013 32730 22-11-2013 14-11-2013 2013-0000694725 2013 32730 22-11-2013 14-11-2013 2013-0000694725 01-01-2014
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 2, onderdeel b artikel 4, eerste lid, onderdeel a Tot en met 31 december 2015 kan de toegelaten instelling met betrekking tot ten minste 90% van haar woongelegenheden, bedoeld in, tevens overeenkomsten van huur en verhuur aangaan indien in die woongelegenheden personen worden gehuisvest op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in, zoals dit luidde op 31 december 2014 of op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, zoals dit luidde op 31 december 2012. 2 artikel 2, onderdeel b artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c De toegelaten instelling kan met betrekking tot ten minste 90% van haar woongelegenheden, bedoeld in, tevens overeenkomsten van huur en verhuur aangaan indien in die woongelegenheden personen worden gehuisvest op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in, zoals deze luidden op 31 december 2014. 3 artikel 4, eerste lid, onderdeel a Tot en met 31 augustus 2015 is het eerste lid van overeenkomstige toepassing indien personen worden gehuisvest op grond van een in de periode van 28 juli 2014 tot en met 31 december 2014 afgegeven indicatiebesluit als bedoeld in, zoals dit luidde op 31 december 2014, met dien verstande dat het indicatiebesluit een geldigheidsduur heeft van ten minste zes maanden. 2014 36700 23-12-2014 15-12-2014 20140000666740 2014 36700 23-12-2014 15-12-2014 20140000666740 01-01-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011. 2010 17515 08-11-2010 03-11-2010 BJZ2010028548 2010 17515 08-11-2010 03-11-2010 BJZ2010028548 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting. 2010 17515 08-11-2010 03-11-2010 BJZ2010028548 2010 17515 08-11-2010 03-11-2010 BJZ2010028548 01-01-2011
Artikel 2#
artikel 2, onderdeel f
Artikel 2#
artikel 2, onderdeel f
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid, onderdeel g
Artikel 4bis#
artikel 4bis