Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
- BWB-id
- BWBR0028236
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028236
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/uitvoeringsregeling-loonbelasting-2011
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/uitvoeringsregeling-loonbelasting-2011/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028236&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028236&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028236/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/uitvoeringsregeling-loonbelasting-2011
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Reikwijdte#
Artikel 1.1 Reikwijdte artikelen 5b 6 8 8a 10a 11 11b 12 13 13bis 18 25, vierde lid 26, zesde lid 27 28 28a 29 31, eerste lid, onderdeel c 31a 32 32ab 32ba 33 35 35d 35e 35g 35k 35l 35m 38p van de Wet op de loonbelasting 1964 artikelen 2e 10d 10e 10eb van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Deze regeling geeft uitvoering aan de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,enen de,,en. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Definities#
Artikel 1.2 Definities 1 Deze regeling verstaat onder: a. wet: Wet op de loonbelasting 1964 de; b. besluit: Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 het; c. belasting: artikel 27b, eerste lid, van de wet ingevalvan toepassing is: het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen; d. inhoudingsplichtigenverklaring: de verklaring dat degene aan wie die verklaring is afgegeven ten aanzien van artiesten of beroepssporters als inhoudingsplichtige is aangewezen; e. Minister: de Minister van Financiën f. werkplek: Arbeidsomstandighedenwet artikel 1, onderdeel l, van de Wet op de huurtoeslag iedere plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt gebruikt en waarvoor voor de inhoudingsplichtige devan toepassing is, met dien verstande dat niet als werkplek wordt aangemerkt een werkruimte gelegen in een woning, een duurzaam aan een plaats gebonden schip of een woonwagen in de zin van, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer; g. verbonden vennootschap: artikel 10a, zevende lid, van de wet een verbonden vennootschap als bedoeld in; h. jaaropgaaf: Zorgverzekeringswet Zorgverzekeringswet artikel 22a van de wet artikel 25, tweede lid, van de wet de opgave van het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon, de op dat loon ingehouden belasting en premie voor de volksverzekeringen, de over dat loon door de inhoudingsplichtige verschuldigde premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage, de op dat loon ingehouden inkomensafhankelijke bijdrageen de volgenstoegekende arbeidskorting ter zake van het loon dat wordt belast volgens de loonbelastingtabellen, bedoeld in; i. heffingskorting: artikel 21c van de wet de standaardloonheffingskorting, bedoeld in. 2 Toeslagenwet In deze regeling wordt onder een uitkering ingevolge een sociale verzekeringswet mede verstaan de toeslag die ingevolge dewordt verleend op die uitkering. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Gezelschappen met hoofdzakelijk leden uit verdragslanden, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden#
Artikel 2.1 Gezelschappen met hoofdzakelijk leden uit verdragslanden, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden 1 artikel 5b, eerste lid, onder 2°, van de wet Aan het inbedoelde aannemelijk maken wordt voldaan, indien degene met wie het gezelschap het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland is overeengekomen of degene van wie het gezelschap de gage ontvangt: a. artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht voor aanvang van het optreden of de sportbeoefening aan de hand van een document – waarvan hij een afschrift voor controle beschikbaar houdt – als bedoeld in, van ten minste het merendeel van de leden heeft vastgesteld dat zij inwoner zijn van dan wel gevestigd zijn in een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden; b. beschikt over de volgende documenten: 1°. artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht een afschrift van een document als bedoeld indat betrekking heeft op de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap; 2°. een schriftelijke verklaring van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap dat het gezelschap hoofdzakelijk bestaat uit leden die inwoner zijn van of gevestigd zijn in een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden; 3°. een schriftelijke overeenkomst betreffende het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland, of een afschrift van die overeenkomst, waarin het gezelschap als vestigingsland vermeldt een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden, en 4°. een afschrift van een bank- of girorekening waaruit blijkt dat de gage van het gezelschap is overgemaakt naar een rekeninghouder die woont of is gevestigd in het in onderdeel c bedoelde vestigingsland. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien aan degene met wie het gezelschap het optreden in Nederland of de sportbeoefening in Nederland is overeengekomen of aan degene van wie het gezelschap de gage ontvangt, onjuiste verklaringen, documenten of gegevens zijn verstrekt en deze dit weet of redelijkerwijs had moeten weten. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Uitzondering op fictieve dienstbetrekking sekswerkers#
Artikel 2.2 Uitzondering op fictieve dienstbetrekking sekswerkers 1 De arbeidsverhouding van degene die als sekswerker persoonlijk arbeid verricht, wordt niet als dienstbetrekking beschouwd, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. met betrekking tot de arbeidsverhouding van de sekswerker wordt voldaan aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden; b. met betrekking tot de inkomsten van de sekswerker wordt voldaan aan de in het derde lid bedoelde voorwaarden; c. artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de exploitant leeft de bepalingen van de Algemene verordening gegevensbescherming alsmedena; d. artikel 2g van het besluit wordt toegepast; e. de exploitant verstrekt het voorlichtingsmateriaal van de Belastingdienst over de arbeidsverhouding van degene die als sekswerker persoonlijk arbeid verricht, aan de sekswerker; f. de exploitant heeft met de sekswerker een schriftelijke overeenkomst gesloten waarin wordt verklaard dat aan de onderdelen a tot en met e zal worden voldaan; g. de exploitant voldoet met betrekking tot al zijn arbeidsverhoudingen met degenen die als sekswerker persoonlijk arbeid verrichten, aan de onderdelen a tot en met f; h. Zorgverzekeringswet hoofdstuk 7 de exploitant draagt, binnen de geldende betalingstermijnen, de verschuldigde loonbelasting, premie volksverzekeringen, omzetbelasting en inkomensafhankelijke bijdrageaf en leeftna; i. artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de administratie van de exploitant is duidelijk en inzichtelijk en de exploitant voldoet aan; j. de exploitant heeft een vergunning voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling indien dat vereist is op grond van de daarvoor geldende regels; k. de exploitant is met de Belastingdienst schriftelijk overeengekomen dat hij zal voldoen aan de voorwaarden in dit lid. 2 De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde voorwaarden met betrekking tot de arbeidsverhouding van de sekswerker zijn dat: a. de sekswerker werkzaamheden kan weigeren en de eigen werktijden bepaalt; b. de sekswerker vrij is in de kledingkeuze, mits de gekozen kleding gangbaar is in de branche; c. de sekswerker mag weigeren om alcohol te drinken, en d. de sekswerker vrij is in de keuze van een medische begeleider. 3 De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde voorwaarden met betrekking tot de inkomsten van de sekswerker zijn dat: a. de afspraken met betrekking tot de inkomsten schriftelijk zijn vastgelegd en worden nageleefd, en door de werkgever bij de administratie worden bewaard; b. de exploitant bij iedere uitbetaling van inkomsten een overzicht aan de sekswerker verstrekt en aan het eind van het jaar een jaaroverzicht van de inkomsten verstrekt; c. de inkomsten direct opeisbaar zijn; d. de exploitant de sekswerker geen boeten volgens een boetesysteem of vergelijkbaar systeem in rekening brengt, en e. de vergoeding voor extra werkzaamheden, die niet vooraf zijn overeengekomen met een cliënt, volledig toekomt aan de sekswerker. 4 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. inkomsten van de sekswerker: al hetgeen door de sekswerker uit de arbeidsverhouding met de exploitant wordt genoten; b. exploitant: degene op wie de verplichting rust het loon van de sekswerker te betalen. 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 01-01-2022 25-05-2018
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Niet-inhoudingsplichtigen#
Artikel 2.3 Niet-inhoudingsplichtigen 1 Niet als inhoudingsplichtige worden beschouwd: a. United Nations: 1°. International Residual Mechanism for Criminal Tribunals (IRMCT); 2°. International Court of Justice (ICJ); 3°. United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR); 4°. Maastricht Economic and social Research and training centre on Innovation and Technology (UNU-MERIT); 5°. Special Tribunal for Lebanon; 6°. Residual Special Court for Sierra Leone, ’s-Gravenhage; 7°. Interregional Crime and Justice Research Institute – Centre for Artificial Intelligence and Robotics (UNICRI); 8°. Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA); 9°. United Nations Development Programme (UNDP); b. International Criminal Court (ICC); c. Permanent Court of Arbitration; d. Hague Conference on Private International Law; e. NATO CI Agency; f. European Union: 1°. Vertegenwoordiging van de Europese Commissie; 2°. Voorlichtingsbureau van het Europese Parlement; 3°. European Police Office (Europol); 4°. European Union’s Judicial Cooperation Unit (Eurojust); 5°. Europees Geneesmiddelenbureau (EMA); 6°. Kosovo Specialist Chambers and Specialist Prosecutors Office; 7°. Galileo Reference Centre (GRC); 8°. Europese Investeringsbank (EIB); g. Office of the High Commissioner on National Minorities of the Organisation for Security and Cooperation in Europe (HCNM/OSCE); h. Eurocontrol; i. European Space Agency / European Space Research and Technology Center (ESA/ESTEC); j. European Patent Organisation; k. Iran-United States Claims Tribunal; l. International Organisation for Migration (IOM); m. Common Fund for Commodities (CFC); n. Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW); o. International Development Law Organization (IDLO); p. European Commission Joint Research Centre Petten; q. Centre for Integrated Surveys: International Institute for Aerial Survey and Earth Sciences (ITC-UNESCO); r. International Institute for Democracy and Electoral Assistance (International IDEA); s. International Commission on Missing Persons (ICMP); t. het register van schade veroorzaakt door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne. 2 De leden en functionarissen van de in het eerste lid genoemde volkenrechtelijke organisaties die diplomatieke voorrechten genieten en geen Nederlander zijn, worden niet als inhoudingsplichtige beschouwd ten aanzien van degenen die in hun persoonlijke dienst werkzaam zijn. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Aangewezen inhoudingsplichtige bij de hulp van een thuiswerker#
Artikel 2.4 Aangewezen inhoudingsplichtige bij de hulp van een thuiswerker artikelen 6 7 van de wet In afwijking van deenwordt ten aanzien van de hulp van de thuiswerker die doorgaans voor een opdrachtgever arbeid verricht, de opdrachtgever van die thuiswerker als inhoudingsplichtige aangewezen. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Aangewezen inhoudingsplichtige bij een artiest of een beroepssporter#
Artikel 2.5 Aangewezen inhoudingsplichtige bij een artiest of een beroepssporter 1 artikel 8a, eerste en tweede lid, van de wet artikel 35, tweede lid, van de wet In afwijking vanwordt, voor zover de voor het optreden van een artiest of de sportbeoefening van een beroepssporter overeengekomen gage, bedoeld in, wordt verstrekt aan degene die in het bezit is van een inhoudingsplichtigenverklaring, als inhoudingsplichtige aangewezen: degene aan wie die verklaring is afgegeven. 2 Voor zover degene aan wie een inhoudingsplichtigenverklaring is afgegeven gage van artiesten of beroepssporters verstrekt aan een ander aan wie een zodanige verklaring is afgegeven, wordt in zijn plaats die ander als inhoudingsplichtige aangewezen. 3 Een inhoudingsplichtigenverklaring kan op verzoek door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking worden afgegeven aan: a. de artiest of beroepssporter die als leider van een gezelschap optreedt; b. artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de leider van een gezelschap die, of het lichaam in de zin vandat het optreden van artiesten of de sportbeoefening van beroepssporters overeenkomt; c. degene met wie of degene door wiens bemiddeling het optreden van artiesten of de sportbeoefening van beroepssporters wordt overeengekomen; d. degene die als onderneming uitoefent het verrichten van administratieve werkzaamheden voor derden, en de inhoudingsplicht en de daarmee samenhangende verplichtingen overneemt van degene met wie de artiest of de beroepssporter het optreden respectievelijk de sportbeoefening is overeengekomen. 4 De inspecteur geeft geen inhoudingsplichtigenverklaring af indien de persoon of het lichaam, bedoeld in het derde lid, niet in Nederland woont of is gevestigd. 5 De inhoudingsplichtigenverklaring is van toepassing gedurende een termijn van ten hoogste vijf jaren, te rekenen vanaf de datum van afgifte. 6 artikel 8a, eerste en tweede lid, van de wet Degene aan wie de inhoudingsplichtigenverklaring is afgegeven, bewaart het origineel van deze verklaring bij zijn loonadministratie en verstrekt een kopie van deze verklaring aan degene die op grond vaninhoudingsplichtige zou zijn, ter bewaring bij diens loonadministratie. 7 De inspecteur trekt bij voor bezwaar vatbare beschikking de inhoudingsplichtigenverklaring in, indien: a. de verklaring haar belang heeft verloren; b. de op de verklaring vermelde gegevens niet juist zijn of niet meer juist zijn; c. degene die in het bezit is van een inhoudingsplichtigenverklaring niet meer in Nederland woont of is gevestigd; d. degene die in het bezit is van een inhoudingsplichtigenverklaring bij herhaling de inhoudingsplicht of de daarmee samenhangende verplichtingen niet nakomt; e. artikel 8a, eerste en tweede lid, van de wet degene die in het bezit is van een inhoudingsplichtigenverklaring geen kopie van die verklaring verstrekt aan degene die op grond vaninhoudingsplichtige zou zijn. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Bij overeenkomst aangewezen inhoudingsplichtige bij een beroepssporter#
Artikel 2.6 Bij overeenkomst aangewezen inhoudingsplichtige bij een beroepssporter artikel 2.5 artikel 8a, eerste en tweede lid, van de wet Indienniet van toepassing is en met de Minister is overeengekomen dat de belasting zal worden ingehouden door een ander dan degene met wie de sportbeoefening is overeengekomen ten aanzien van de beroepssporter, wordt in afwijking vanals inhoudingsplichtige aangewezen: degene die op grond van de overeenkomst de inhouding overneemt. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 3.0 — Artikel 3.0 Fictie verhandelbaarheid aandelen#
Artikel 3.0 Fictie verhandelbaarheid aandelen 1 artikel 10a, eerste lid, van de wet Bij opkoop van een deel van de aandelen van een niet-beursgenoteerde onderneming waarin werknemers aandelen hebben verkregen bij uitoefening van een aandelenoptierecht als bedoeld in, waarop artikel 10a, eerste lid, onderdeel a, van de wet nog geen toepassing heeft gevonden en waarbij voor deze aandelen op basis van inschrijving door de inhoudingsplichtige wordt bepaald welke werknemer voor welk deel zijn aandelen kan vervreemden, worden deze aandelen geacht verhandelbaar te worden in de zin van artikel 10a, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet voor: a. een werknemer die zich heeft ingeschreven: voor hetgeen die werknemer feitelijk op basis van de uitkomst van de inschrijving kan vervreemden; b. een werknemer die zich had kunnen inschrijven: voor hetgeen die werknemer indien hij zich had ingeschreven had kunnen vervreemden bepaald naar de verhouding waarin het maximaal op te kopen aantal aandelen staat tot het maximaal aan te bieden aantal aandelen van alle werknemers die zich konden inschrijven met dien verstande dat indien de opkoop feitelijk geen doorgang vindt hetgeen hij had kunnen vervreemden op nihil wordt gesteld. 2 De inhoudingsplichtige administreert bij de loonadministratie: a. het aanbod van degene die de aandelen wil opkopen en de voorwaarden die hierbij worden gesteld; b. de beschrijving van het proces van inschrijving voor de opkoop; c. welke werknemers zich kunnen inschrijven en voor welk deel van hun aandelen; d. welke werknemers zich hebben ingeschreven en welk deel van hun aandelen zij feitelijk vervreemden. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Loon voor de toepassing van enkele regelingen#
Artikel 3.1 Loon voor de toepassing van enkele regelingen artikel 11, eerste lid, onderdelen m en o, van de wet artikel 3.3a, onderdeel b Voor de toepassing van, en van, wordt het loon in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende: a. artikel 11, eerste lid, onderdeel j, van de wet vindt geen toepassing; b. tantièmes en toevallige bijzondere beloningen, alsmede tot het loon behorende aanspraken worden niet in aanmerking genomen. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2017 01-01-2012
Artikel 3.1a — Artikel 3.1a Niet tot het loon behorende voorzieningen#
Artikel 3.1a Niet tot het loon behorende voorzieningen artikel 11, eerste lid, onderdeel l, van de wet Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers Als niet tot het loon behorende voorzieningen voor militaire oorlogs- of dienstslachtoffers die verband houden met invaliditeit als bedoeld inworden aangewezen: voorzieningen in de zin van de. 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012 01-01-2011
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Niet tot het loon behorende aanspraken#
Artikel 3.2 Niet tot het loon behorende aanspraken Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Geclausuleerd verlof#
Artikel 3.3 Geclausuleerd verlof artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 2°, van de wet Voor de toepassing vanwordt als geclausuleerd verlof aangewezen: verlof dat voor specifieke doeleinden wordt toegekend, zoals buitengewoon verlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, kraamverlof, ouderschapsverlof, adoptieverlof, verlof in verband met pleegzorg, calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, kort- en langdurend zorgverlof, educatief verlof, politiek verlof en palliatief verlof. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 3.3a — Artikel 3.3a Niet tot het loon behorende aanspraken#
Artikel 3.3a Niet tot het loon behorende aanspraken Tot het loon behoren niet: a. aanspraken op een eenmalige uitkering bij het beëindigen van de dienstbetrekking anders dan vanwege arbeidsongeschiktheid of overlijden van de werknemer, vervroegd uittreden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; b. aanspraken op een eenmalige uitkering bij het beëindigen van de dienstbetrekking wegens arbeidsongeschiktheid of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, indien deze uitkering driemaal het loon van een maand niet overtreft; c. aanspraken op uitkeringen en verstrekkingen in door de Minister aan te wijzen gevallen. 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Minimale periode uitkeringstermijnen bij stamrechtspaarrekening en stamrechtbeleggingsrecht#
Artikel 3.4 Minimale periode uitkeringstermijnen bij stamrechtspaarrekening en stamrechtbeleggingsrecht Vervallen 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Niet tot het loon gerekende premie#
Artikel 3.5 Niet tot het loon gerekende premie Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Tot het loon behoort niet de krachtens deof deverstrekte premie, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b, van het Algemene inkomensbesluit socialezekerheidswetten, mits in het jaar waarin de premie is verstrekt geen vergoeding is genoten als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel c, van dat besluit. 2012 3682 29-02-2012 27-02-2012 IVV/I/2012/1975 2012 3682 29-02-2012 27-02-2012 IVV/I/2012/1975 01-03-2012 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Fooien en dergelijke prestaties van derden#
Artikel 3.6 Fooien en dergelijke prestaties van derden 1 Fooien en dergelijke prestaties van derden worden niet tot het loon gerekend, voor zover bij het bepalen van het voor de werknemer rechtens geldende loon met het ontvangen van deze fooien of dergelijke prestaties van derden geen rekening is gehouden. 2 De werknemer die werkzaam is bij een onderneming waarin horeca-activiteiten worden verricht en die van zijn werkgever niet ten minste het voor hem rechtens geldende loon ontvangt, wordt geacht fooien en dergelijke prestaties van derden te genieten tot een bedrag ter grootte van dat rechtens geldende loon verminderd met het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon. Indien de werkgever in overeenstemming met de werknemer het bedrag aan fooien en dergelijke prestaties van derden op een hoger bedrag schat, wordt van dat geschatte bedrag uitgegaan. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 3.6a — Artikel 3.6a Bepaling overschrijden de-minimisplafond bij gebruikelijkloonregeling#
Artikel 3.6a Bepaling overschrijden de-minimisplafond bij gebruikelijkloonregeling Vervallen 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Bepaling waarde voorzieningen op de werkplek (waarde nihil)#
Artikel 3.7 Bepaling waarde voorzieningen op de werkplek (waarde nihil) 1 De waarde van de volgende voorzieningen, in redelijkheid, wordt gesteld op nihil, ingeval deze geheel of gedeeltelijk op de werkplek gebruikt of verbruikt worden: a. voorzieningen waarvan het niet gebruikelijk is deze elders te gebruiken of verbruiken; b. ter beschikking gestelde kleding die: 1°. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens de vervulling van de dienstbetrekking te worden gedragen; 2°. per kledingstuk is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de inhoudingsplichtige gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70cm², of 3°. achterblijft op de werkplek; c. consumpties die geen deel uitmaken van een maaltijd; d. huisvesting en inwoning, met inbegrip van – indien mede verstrekt – het genot van energie, water en bewassing, ter vervulling van de dienstbetrekking, indien de werknemer niet op de werkplek woont en zich redelijkerwijs niet aan deze voorziening kan onttrekken. 2 artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f artikel 32 van de wet In afwijking in zoverre van, worden voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, met betrekking tot personeelsfestiviteiten met een gezamenlijk karakter onder werkplek verstaan alle werkplekken van werknemers van de inhoudingsplichtige of een met de inhoudingsplichtige in concernverband opererende inhoudingsplichtige als bedoeld in. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Bepaling waarde voorzieningen op de werkplek (lager dan waarde in het economische verkeer of factuurwaarde)#
Artikel 3.8 Bepaling waarde voorzieningen op de werkplek (lager dan waarde in het economische verkeer of factuurwaarde) De waarde van de volgende voorzieningen die op de werkplek gebruikt of verbruikt worden, wordt gesteld op de daarbij vermelde bedragen: a. maaltijden: de waarde wordt gesteld op € 4,05; b. huisvesting en inwoning, anders dan de ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking ter beschikking gestelde woning, met inbegrip van – indien mede verstrekt – het genot van energie, water en bewassing: de waarde wordt gesteld € 7,00 per dag; c. artikel 1.5 van de Wet kinderopvang artikel 1.7, tweede lid, van de Wet kinderopvang door de inhoudingsplichtige verrichte kinderopvang waarvoor aanspraak op een kinderopvangtoeslag onderscheidenlijk aanspraak op een tegemoetkoming kan ontstaan op de voet van: de waarde wordt gesteld op het aantal uren genoten kinderopvang maal de uurprijs vastgesteld krachtens. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Bepaling waarde privégebruik van openbaar vervoerkaart en voordeelurenkaart#
Artikel 3.9 Bepaling waarde privégebruik van openbaar vervoerkaart en voordeelurenkaart Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Bepaling waarde rentevoordeel personeelsleningen#
Artikel 3.10 Bepaling waarde rentevoordeel personeelsleningen Vervallen 2016 1449 12-01-2016 11-01-2016 DB/2016/5M 2016 1449 12-01-2016 11-01-2016 DB/2016/5M 13-01-2016 01-01-2016
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Bepaling waarde genot van de dienstwoning#
Artikel 3.11 Bepaling waarde genot van de dienstwoning 1 De waarde van het genot van een ter beschikking gestelde woning waarvan het gebruik voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking is vereist, wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer van dat genot met een maximum van 18% van het voor de werknemer op jaarbasis geldende loon bij een overeengekomen arbeidsduur van 36 uur per kalenderweek. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de waarde van het genot van de woning waarvan het gebruik voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking is vereist, aangemerkt als niet behorend tot het voor de werknemer op jaarbasis geldende loon. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Bepaling waarde aanspraken, waaronder aanspraken op ziektekostenregelingen#
Artikel 3.12 Bepaling waarde aanspraken, waaronder aanspraken op ziektekostenregelingen 1 De waarde van een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, wordt gesteld op de bedragen die bij een derde worden gestort of, voor zover geen stortingen worden verricht, zouden moeten worden gestort teneinde de aanspraak te dekken. 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt per kalenderjaar de waarde van een aanspraak ingevolge een ziektekostenregeling ten behoeve van ten minste 25 werknemers of gewezen werknemers die gedurende het gehele voorafgaande kalenderjaar heeft bestaan, voor zover geen stortingen bij derden worden verricht, gesteld op het bedrag van de gemiddelde uitkering. De gemiddelde uitkering is het rekenkundige gemiddelde van de jaargemiddelden van de afgelopen vijf kalenderjaren. Het jaargemiddelde is het gezamenlijke bedrag van de ter zake door of namens de inhoudingsplichtige gedane uitkeringen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer, gedeeld door het aantal personen dat in het desbetreffende jaar gedurende ten minste zes maanden gerechtigd is geweest. Indien zulks tot een lagere gemiddelde uitkering leidt, worden het hoogste en het laagste jaargemiddelde buiten beschouwing gelaten en is de gemiddelde uitkering het rekenkundige gemiddelde van de jaargemiddelden van de andere drie kalenderjaren. 3 Indien de in het tweede lid bedoelde regeling minder dan vijf gehele kalenderjaren heeft bestaan, is dat lid van overeenkomstige toepassing op het mindere aantal gehele kalenderjaren, met dien verstande dat bij een bestaansduur van de regeling van een of twee gehele kalenderjaren de laatste volzin van dat lid niet van toepassing is. 4 artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag hoofdstuk 5 van de Zorgverzekeringswet De waarde van een aanspraak ingevolge een wettelijke Belgische ziektekostenverzekering bedraagt maximaal het gezamenlijke bedrag van de voor dat jaar geldende standaardpremie, bedoeld in, welke standaardpremie tweemaal in aanmerking wordt genomen ingeval sprake is van een op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) meeverzekerde echtgenoot als bedoeld in die verordening, en het voor dat jaar geldende maximumbedrag van de inkomensafhankelijke bijdrage volgens. 5 In afwijking van de vorige leden wordt de waarde van een aanspraak op een ziektekostenregeling met een waarde van ten hoogste € 27 per jaar op nihil gesteld. 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 01-07-2013
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Privégebruik auto; rittenregistratie, loontijdvakken en verklaring geen privégebruik#
Artikel 3.13 Privégebruik auto; rittenregistratie, loontijdvakken en verklaring geen privégebruik 1 artikel 13bis, derde lid, van de wet De rittenregistratie, bedoeld in, bevat ten minste de volgende gegevens: a. merk, type en kenteken van de auto; b. periode van terbeschikkingstelling van de auto; c. per rit: 1°. datum; 2°. beginstand en eindstand van de kilometerteller; 3°. beginadres en eindadres; 4°. de gereden route indien deze afwijkt van de meest gebruikelijke; 5°. het karakter van de rit. 2 artikel 13bis, eerste en tweede lid, van de wet Indien in een loontijdvak de vergoeding die de werknemer voor het gebruik voor privédoeleinden verschuldigd is, uitgaat boven het voor dat loontijdvak op grond vanberekende voordeel, wordt in dat loontijdvak een negatief bedrag ter grootte van het verschil tussen het berekende voordeel en de verschuldigde vergoeding als voordeel in aanmerking genomen, voor zover op kalenderjaarbasis het berekende voordeel ten minste gelijk is aan de vergoeding voor het gebruik voor privédoeleinden. 3 artikel 13bis, achtste lid, van de wet Een verzoek om een verklaring geen privégebruik als bedoeld inbevat ten minste de volgende gegevens: a. de naam, het adres en het burgerservicenummer van de werknemer; b. het kenteken van de auto, indien dit bekend is en het verzoek betrekking heeft op één auto; c. het jaar van ingang van de verklaring. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2017
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Splitsing pensioenregeling#
Artikel 4.1 Splitsing pensioenregeling 1 hoofdstuk IIB van de wet artikel 18, derde lid, van de wet Bij overschrijding van de in of krachtensopgenomen begrenzingen, bedoeld in, kan de inhoudingsplichtige de inspecteur uiterlijk op het eerste moment van overschrijding van de begrenzingen verzoeken bij voor bezwaar vatbare beschikking vast te stellen welk deel van de aanspraak binnen de begrenzingen blijft en welk deel de begrenzingen te boven gaat. 2 Met inachtneming van de in het eerste lid bedoelde beschikking administreert de inhoudingsplichtige bij de loonadministratie afzonderlijk jaarlijks welk deel van de aanspraak tot het loon behoort en welk deel niet, alsmede de waarde van het deel dat jaarlijks in aanmerking wordt genomen voor de grondslag van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Tevens administreert de inhoudingsplichtige naar rato van deze verdeling welk deel van de te zijner tijd te verstrekken pensioenuitkeringen als loon uit vroegere dienstbetrekking in aanmerking zal worden genomen en welk deel als voordeel uit sparen en beleggen wordt behandeld. 3 Van de ingevolge het tweede lid geadministreerde verdeling van de aanspraak en waarde van het deel dat in aanmerking wordt genomen voor de grondslag van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, alsmede de verdeling van de te zijner tijd te verstrekken pensioenuitkeringen, verstrekt de inhoudingsplichtige jaarlijks een opgave aan de inspecteur. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Aanwijzing van een aantal van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte#
Artikel 4.2 Aanwijzing van een aantal van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte artikel 10d van het besluit Voor de toepassing vanworden van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen: IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020 01-04-2017
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Samenloop verschillende pensioenstelsels#
Artikel 4.3 Samenloop verschillende pensioenstelsels Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024 01-07-2023
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Schriftelijke vastlegging levensloopregeling#
Artikel 5.1 Schriftelijke vastlegging levensloopregeling Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Levensloopregeling#
Artikel 5.2 Levensloopregeling Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Levenslooprekening#
Artikel 5.3 Levenslooprekening Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Levensloopverzekering#
Artikel 5.4 Levensloopverzekering Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Levenslooprecht van deelneming#
Artikel 5.5 Levenslooprecht van deelneming Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Maximale opbouw in een jaar#
Artikel 5.6 Maximale opbouw in een jaar Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 Toegestane aangroei boven het plafond bij een levenslooprekening, bij een levensloopverzekering en bij een levenslooprecht van deelneming#
Artikel 5.7 Toegestane aangroei boven het plafond bij een levenslooprekening, bij een levensloopverzekering en bij een levenslooprecht van deelneming Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 Wijze van beschikken over het levenslooptegoed#
Artikel 5.8 Wijze van beschikken over het levenslooptegoed Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 Kredietfaciliteit#
Artikel 5.9 Kredietfaciliteit Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 Opgebouwde voorziening bij het ingaan van het ouderdomspensioen#
Artikel 5.10 Opgebouwde voorziening bij het ingaan van het ouderdomspensioen Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 Aangewezen buitenlandse aanbieders#
Artikel 5.11 Aangewezen buitenlandse aanbieders Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Afwijkend loontijdvak bij een werknemer die doorgaans op minder dan vijf dagen werkzaam is#
Artikel 6.1 Afwijkend loontijdvak bij een werknemer die doorgaans op minder dan vijf dagen werkzaam is artikel 25, eerste lid, van de wet Ten aanzien van de werknemer die doorgaans op minder dan vijf dagen per week werkzaam is, wordt in afwijking in zoverre van, als loontijdvak aangemerkt: a. indien het loon per week wordt uitbetaald: de week; b. indien het loon per vier weken wordt uitbetaald: het tijdvak van vier weken; c. indien het loon per maand wordt uitbetaald: de maand. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Afwijkend loontijdvak bij een werknemer met vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of daarmee overeenkomende aanspraken#
Artikel 6.2 Afwijkend loontijdvak bij een werknemer met vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of daarmee overeenkomende aanspraken Vervallen 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Afwijkend loontijdvak bij sommige studenten en scholieren#
Artikel 6.3 Afwijkend loontijdvak bij sommige studenten en scholieren 1 artikel 25, eerste lid, van de wet Ten aanzien van de loon uit tegenwoordige dienstbetrekking genietende werknemer die met betrekking tot een kalenderkwartaal als student of scholier wordt aangemerkt en die schriftelijk, gedagtekend en ondertekend te kennen heeft gegeven dat te zijnen aanzien het kwartaal als loontijdvak wordt aangemerkt, kan, in afwijking in zoverre van, voor loonbetalingen waarvan het inhoudingstijdstip in dat kwartaal is gelegen, dat kwartaal als loontijdvak worden aangemerkt. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt met betrekking tot een kalenderkwartaal als student of scholier aangemerkt: a. Wet studiefinanciering 2000 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de werknemer die bij het begin van het kalenderkwartaal recht heeft op een gift of een prestatiebeurs op grond van deof de; b. hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten de werknemer die bij het begin van het kalenderkwartaal recht heeft op een tegemoetkoming op grond van; c. Algemene Kinderbijslagwet de werknemer voor wie bij het begin van het kalenderkwartaal recht bestaat op kinderbijslag ingevolge de; d. de werknemer die bij het begin van het kalenderkwartaal staat ingeschreven bij een onderwijsinstelling waar hij een voltijdse opleiding volgt en die inwoner is van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland en die in het bezit is van een door de Minister aangewezen internationale studentenkaart. 3 Voor de toepassing van het eerste lid bewaart de inhoudingsplichtige bij zijn loonadministratie een schriftelijke door de werknemer gedagtekende en ondertekende verklaring dat te zijnen aanzien het kwartaal als loontijdvak kan worden aangemerkt, alsmede: a. ingeval het tweede lid, onderdeel a of b, van toepassing is: het burgerservicenummer; b. ingeval het tweede lid, onderdeel c, van toepassing is: het burgerservicenummer; c. ingeval het tweede lid, onderdeel d, van toepassing is: een kopie van de internationale studentenkaart. 4 Indien in het kwartaal meer dan eens loon wordt verstrekt, wordt de op een inhoudingstijdstip verschuldigde belasting bepaald op de belasting die is verschuldigd over het in dat kwartaal in totaal verstrekte loon, verminderd met de reeds ingehouden belasting. 5 artikel 23 van de wet Bij toepassing van dit artikel is in geval van twee opeenvolgende dienstbetrekkingenniet van toepassing. 2015 26285 25-08-2015 16-08-2015 HO&S/765202 2015 26285 25-08-2015 16-08-2015 HO&S/765202 01-09-2015
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Toepassing tabel bijzondere beloningen bij wisseling van werkgever binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen#
Artikel 6.4 Toepassing tabel bijzondere beloningen bij wisseling van werkgever binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen artikel 27e van de wet artikel 26, derde lid, van de wet Ingeval de inhoudingsplichtige van de werknemer en de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtige van de werknemer behoren tot een samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van, wordt de werknemer voor de toepassing vangeacht het van deze inhoudingsplichtigen genoten loon van één inhoudingsplichtige te hebben genoten. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2017 01-01-2016
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 In de onderneming van de ouder werkzame kinderen#
Artikel 7.1 In de onderneming van de ouder werkzame kinderen 1 artikel 27, zesde lid, van de wet artikel 26 van de wet Ten aanzien van een inbedoeld kind, kan de inspecteur onder door hem te stellen voorwaarden toestaan dat de belasting wordt ingehouden op de eerste werkdag van het volgende kalenderjaar, met toepassing van de loonbelastingtabellen voor het kalenderjaar waarin het loon is verstrekt. Alsdan wordt het in dat kalenderjaar verstrekte loon geacht in gelijke delen te zijn verstrekt over de kalenderkwartalen waarin het kind werkzaam is geweest, en vindenen de krachtens dat artikel vastgestelde loonbelastingtabellen voor bijzondere beloningen geen toepassing. 2 artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Voor de toepassing vanwordt de belasting, bedoeld in het eerste lid, geacht te zijn ingehouden in het kalenderjaar waarin het loon is verstrekt. 3 artikelen 7.2 7.9 Indien de belasting wordt ingehouden op de voet van het eerste lid, zijn ten aanzien van het in dat lid bedoelde kind deenniet van toepassing. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Loonstaat#
Artikel 7.2 Loonstaat 1 De inhoudingsplichtige legt voor iedere werknemer voor de eerste loonverstrekking in het kalenderjaar een loonstaat aan en houdt deze vervolgens bij. De loonstaat wordt opgemaakt overeenkomstig het door de inspecteur verstrekte model. De inhoudingsplichtige mag een van het model afwijkende loonstaat gebruiken, mits deze ten minste de mogelijkheid biedt op duidelijke wijze dezelfde gegevens te administreren als het model. 2 De inhoudingsplichtige wordt geacht aan het eerste lid te voldoen ingeval hij met behulp van elektronische apparatuur alle van belang zijnde gegevens vastlegt en hij die gegevens op elk gewenst tijdstip op schrift in de vorm van een van de in het eerste lid bedoelde loonstaten ter inzage kan verstrekken. 3 De inspecteur kan onder door hem te stellen voorwaarden ermee instemmen dat de inhoudingsplichtige de op de loonstaat te vermelden gegevens op een andere dan de in het eerste of het tweede lid bedoelde wijze administreert. De instemming kan te allen tijde worden ingetrokken indien de administratie niet zodanig is ingericht dat een deugdelijke controle gewaarborgd is. 4 De inhoudingsplichtige ontleent de in het hoofd van de loonstaat te vermelden gegevens aan: a. artikel 7.9 de laatstelijk door de werknemer op grond vanverstrekte informatie; b. de door de werknemer of de Belastingdienst verstrekte opgave van het burgerservicenummer. 5 In afwijking in zoverre van het vierde lid, aanhef en onderdeel a, vermeldt de inhoudingsplichtige in het hoofd van de loonstaat de gegevens die hem bekend zijn: a. artikel 7.9 indien hij weet dat de laatstelijk door de werknemer op grond vanverstrekte informatie onjuist is; b. artikel 7.9 zolang de werknemer geen informatie als bedoeld inheeft verstrekt; c. artikel 7.9 indien de werknemer geen informatie als bedoeld inhoeft te verstrekken. 6 artikel 26b van de wet De inhoudingsplichtige houdt, behalve in de gevallen, bedoeld in, de belasting in aan de hand van de gegevens, vermeld in het hoofd van de loonstaat. 7 De inhoudingsplichtige houdt de loonadministratie op de plaats waar hij in Nederland kantoor houdt of, indien zodanig kantoor niet wordt gehouden, op de plaats waar hij in Nederland woont of gevestigd is, of op de plaats waar hij in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft. Bij gebreke daarvan houdt hij de loonadministratie onder zijn berusting. De inspecteur kan een andere plaats aanwijzen. 8 Ingeval de loonberekening door derden wordt uitgevoerd met behulp van mechanische of elektronische apparatuur, kan de Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat de loonadministratie op een andere plaats wordt bewaard. 9 Participatiewet Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van de werknemer die uitkeringen geniet ingevolge de. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 artikel 11, eerste lid, onderdelen m en o, van de wet Administratie uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in#
Artikel 7.3 artikel 11, eerste lid, onderdelen m en o, van de wet Administratie uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in 1 artikel 11, eerste lid, onderdelen m en o, van de wet De inhoudingsplichtige administreert bij de loonadministratie de gegevens met betrekking tot uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in. 2 De inhoudingsplichtige kan de in het eerste lid bedoelde gegevens op een andere plaats administreren dan bij de loonadministratie, mits: a. hij dit onder vermelding van de nieuwe bewaarplaats vooraf meldt aan de inspecteur, en b. de gegevens op verzoek van de inspecteur voor controle beschikbaar komen op de plaats waar de loonadministratie wordt gevoerd. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 Jaaropgaaf#
Artikel 7.4 Jaaropgaaf 1 De inhoudingsplichtige verstrekt aan de werknemer een jaaropgaaf. 2 De jaaropgaaf, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval de volgende gegevens: a. de naam van de werknemer; b. het burgerservicenummer van de werknemer; c. de naam van de inhoudingsplichtige; d. het in het voorafgaande kalenderjaar door de werknemer genoten loon; e. de op het loon, bedoeld in onderdeel d, ingehouden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen; f. Zorgverzekeringswet de door de inhoudingsplichtige over het loon, bedoeld in onderdeel d, verschuldigde premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage; g. Zorgverzekeringswet de op het loon, bedoeld in onderdeel d, ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage; h. artikel 22a van de wet artikel 25, tweede lid, van de wet de volgenstoegekende arbeidskorting ter zake van het loon dat wordt belast volgens de loonbelastingtabellen, bedoeld in. 3 artikel 626 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De verstrekking van de jaaropgaaf, bedoeld in het eerste lid, kan achterwege blijven indien aan de werknemer opgave van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, is verstrekt in de vorm van een opgave als bedoeld in. 4 Ten aanzien van de werknemer van wie in verband met gemoedsbezwaren geen premie voor de volksverzekeringen is geheven, bevat de jaaropgaaf de mededeling dat in plaats van premie voor de volksverzekeringen tot eenzelfde bedrag premievervangende belasting is ingehouden. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 Identificatieplicht#
Artikel 7.5 Identificatieplicht 1 artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht De inhoudingsplichtige stelt voor de datum van aanvang van de werkzaamheden van de werknemer, of voor de aanvang van de werkzaamheden indien de dienstbetrekking is overeengekomen op de datum waarop de werkzaamheden aanvangen, de identiteit van de werknemer vast aan de hand van een document als bedoeld inen houdt een afschrift van dat document voor controle beschikbaar bij de loonadministratie. 2 Indien uit het afschrift van het in het eerste lid bedoelde document niet de aard en het nummer van dat document blijkt, administreert de inhoudingsplichtige de aard en het nummer van dat document bij de loonadministratie. 3 De inspecteur kan, al dan niet onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat de in dit artikel bedoelde gegevens en afschriften op een andere plaats worden bewaard. 4 De inhoudingsplichtige bewaart de in dit artikel bedoelde gegevens en afschriften ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking is geëindigd. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 7.6 — Artikel 7.6 Eerstedagsmelding#
Artikel 7.6 Eerstedagsmelding 1 artikel 28, eerste lid, onderdeel g, van de wet De eerstedagsmelding, bedoeld in, bevat: a. het loonheffingennummer van de inhoudingsplichtige; b. het burgerservicenummer van de werknemer of, bij het ontbreken daarvan, een uniek personeelsnummer; c. de naam van de werknemer; d. de geboortedatum van de werknemer; e. de datum van aanvang van de werkzaamheden. 2 artikel 27e van de wet De eerstedagsmelding, bedoeld in het eerste lid, hoeft niet te worden gedaan ingeval de werknemer zijn werkzaamheden aanvangt bij een inhoudingsplichtige die met de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtige van de werknemer behoort tot dezelfde samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van. 2015 37619 29-10-2015 23-10-2015 DB/2015/366M 2015 37619 29-10-2015 23-10-2015 DB/2015/366M 01-11-2015
Artikel 7.7 — Artikel 7.7 Einde inhoudingsplicht#
Artikel 7.7 Einde inhoudingsplicht Indien een inhoudingsplichtige in enig tijdvak voorziet dat hij gerekend vanaf het einde van dat tijdvak ten minste 12 maanden geen inhoudingsplichtige zal zijn, doet hij daarvan binnen een maand na afloop van dat tijdvak mededeling aan de inspecteur. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 7.8 — Artikel 7.8 Afwijkende regels met betrekking tot de verplichting tot het indienen van een correctiebericht#
Artikel 7.8 Afwijkende regels met betrekking tot de verplichting tot het indienen van een correctiebericht 1 artikel 28a, tweede lid, onderdelen a of c, van de wet Indien de gewezen inhoudingsplichtige binnen de inbedoelde termijn constateert dat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan, is hij verplicht binnen acht weken na deze constatering al dan niet door middel van een correctiebericht alsnog de juiste en volledige gegevens te verstrekken. 2 artikel 28a, tweede lid, onderdelen b of d, van de wet Indien de inspecteur ten aanzien van de gewezen inhoudingsplichtige binnen de inbedoelde termijn constateert dat deze een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan, kan hij deze verplichten binnen een door hem te stellen termijn al dan niet door middel van een correctiebericht alsnog de juiste en volledige gegevens te verstrekken. 3 artikel 28a, tweede lid, onderdelen a en c, van de wet Voor de inhoudingsplichtige voor wie het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald een kalenderhalfjaar of kalenderjaar is, geldt in afwijking in zoverre vandat het correctiebericht met de juiste en volledige gegevens binnen acht weken na de constatering van de onjuistheid of onvolledigheid moet worden verstrekt. 4 artikel 28a, tweede lid, onderdelen b en d, van de wet Ten aanzien van de inhoudingsplichtige voor wie het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald een kalenderhalfjaar of kalenderjaar is, geldt in afwijking in zoverre vandat het correctiebericht met de juiste en volledige gegevens binnen een door de inspecteur te stellen termijn moet worden verstrekt. 5 Indien een correctiebericht betrekking heeft op een aangifte over een tijdvak in een verstreken kalenderjaar kan: a. artikel 28a, tweede lid, onderdeel c, van de wet de inhoudingsplichtige, in afwijking van, dat correctiebericht binnen acht weken na de constatering van de onjuistheid of onvolledigheid los van een aangifte aan de inspecteur toezenden; b. artikel 28a, tweede lid, onderdeel d, van de wet de inspecteur, in afwijking van, de inhoudingsplichtige verplichten dat correctiebericht al dan niet gelijktijdig met een aangifte binnen een door hem te stellen termijn aan hem toe te zenden. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2017
Artikel 7.9 — Artikel 7.9 Opgave van gegevens door de werknemer#
Artikel 7.9 Opgave van gegevens door de werknemer 1 De werknemer verstrekt voor de datum van aanvang van de werkzaamheden, of voor de aanvang van de werkzaamheden indien de dienstbetrekking is overeengekomen op de datum waarop de werkzaamheden aanvangen, aan de inhoudingsplichtige schriftelijk, gedagtekend en ondertekend: a. zijn naam met voorletters; b. zijn geboortedatum; c. zijn burgerservicenummer; d. zijn adres met postcode; e. zijn woonplaats en, ingeval hij niet in Nederland woont, zijn woonland en regio. Ingeval de werknemer geen werkzaamheden verricht, wordt de in de vorige volzin bedoelde opgave gedaan voordat de werknemer loon van de inhoudingsplichtige geniet. 2 De inhoudingsplichtige bewaart de in het eerste lid bedoelde gegevens ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking is geëindigd. 3 De vorige leden zijn niet van toepassing ten aanzien van: a. Participatiewet de werknemer die uitkeringen geniet ingevolge de; b. Werkloosheidswet de werknemer die uitkeringen geniet wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid of uitkeringen ingevolge de, indien degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat of laatstelijk heeft gestaan, de voor de heffing van de belasting vereiste gegevens, daaronder begrepen het burgerservicenummer, schriftelijk mededeelt aan de inhoudingsplichtige; c. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten de in Nederland wonende werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, niet heeft bereikt en loon uit vroegere dienstbetrekking geniet indien de inhoudingsplichtige weet dat de werknemer tevens een uitkering ingevolge de, deof een uitkering of een inkomensvoorziening ingevolge degeniet; d. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Algemene Ouderdomswet de in Nederland wonende werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt en loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet, of loon uit vroegere dienstbetrekking geniet waarin niet zijn begrepen de uitkeringen ingevolge de; e. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Algemene Ouderdomswet de in Nederland wonende werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt en loon geniet in de vorm van uitkeringen ingevolge deof loon uit vroegere dienstbetrekking geniet waarin zijn begrepen de uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet; f. artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 3:75 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten de werknemer die loon geniet in de vorm van een tegemoetkoming als bedoeld in,,of. 4 Indien de inhoudingsplichtige niet bekend is met het burgerservicenummer van de in het derde lid bedoelde werknemer, verzoekt de inhoudingsplichtige voor de eerste loonverstrekking de werknemer om opgave van zijn burgerservicenummer. De werknemer doet deze opgave voor de eerste loonverstrekking toekomen aan de inhoudingsplichtige. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016 Artikel V van Stcrt. 2015/47716 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7.10 — Artikel 7.10 Uitzonderingen bij samenhangende groep inhoudingsplichtigen#
Artikel 7.10 Uitzonderingen bij samenhangende groep inhoudingsplichtigen 1 artikelen 7.5 7.9 artikel 27e van de wet Deenzijn niet van toepassing ingeval de werknemer zijn werkzaamheden aanvangt bij een inhoudingsplichtige die met de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtige van de werknemer behoort tot dezelfde samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van. 2 artikelen 7.5 7.9 Zodra de inhoudingsplichtige en de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtigen van de werknemer niet langer tot dezelfde samenhangende groep inhoudingsplichtigen behoren, zijn deenalsnog van toepassing alsof de inhoudingsplichtige op dat moment ten aanzien van de werknemer inhoudingsplichtige wordt en de werknemer op dat moment zijn werkzaamheden aanvangt. 3 artikelen 7.5 7.9 Het tweede lid is niet van toepassing indien de ten aanzien van de werknemer van belang zijnde stukken, bedoeld in deen, aan de inhoudingsplichtige zijn overgedragen. Artikel 7.5, vierde lid, en artikel 7.9, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Uitkeringen van publiekrechtelijke aard#
Artikel 8.1 Uitkeringen van publiekrechtelijke aard artikel 31, eerste lid, onderdeel c, van de wet Als uitkeringen van publiekrechtelijke aard die buiten aanmerking worden gelaten in het kader van de heffing van andere belastingen of in het kader van andere wettelijke regelingen als bedoeld inworden aangewezen: a. Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen uitkeringen ingevolge de; b. artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 3:75 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten tegemoetkomingen ingevolge,,en; c. uitkeringen verstrekt door de Conterganstiftung für behinderte Menschen; d. Uitkeringsregeling Backpay uitkeringen op grond van de; e. artikel 78f van de Participatiewet uitkeringen aan bij of krachtensverleende bijstand aan zelfstandigen die eerst in de vorm van een renteloze geldlening is verstrekt en daarna is omgezet in een bedrag om niet; f. uitkeringen op grond van de Gesetz zur Zahlbarmachung von Renten aus Beschäftigungen in einem Ghetto; g. uitkeringen op grond van de Bundesgesetz zur Entschädigung für auf dem Gebiet des ehemaligen Deutschen Reiches lebende Opfer der NS-Verfolgung; h. uitkeringen uit het Härtefonds für rassisch Verfolgte nicht jüdischen Glaubens; i. artikel 78gg, eerste lid, van de Participatiewet tegemoetkomingen ingevolge. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 Afgifte EVC-verklaringen#
Artikel 8.2 Afgifte EVC-verklaringen artikel 31a, tweede lid, onderdeel d, van de wet De verklaring, bedoeld in, wordt afgegeven door de door de Stichting van de Arbeid in dat kader benoemde uitvoeringsorganisatie. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025 01-01-2024
Artikel 8.2a — Artikel 8.2a Uitvoering looncriterium 30%-regeling#
Artikel 8.2a Uitvoering looncriterium 30%-regeling artikel 10eb, eerste en tweede lid, van het besluit Ingeval het loon, bedoeld in, van een werknemer als gevolg van het opnemen van ouderschapsverlof, zwangerschapsverlof, aanvullend geboorteverlof, pleegzorgverlof of adoptieverlof in een tijdvak op jaarbasis lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 10eb, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, van het besluit, wordt in dat loontijdvak bij de toepassing van dat artikel ten aanzien van de werknemer uitgegaan van het loon, bedoeld in dat artikel, dat de werknemer zou hebben genoten indien hij geen van de genoemde soorten verlof zou hebben opgenomen. 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-01-2021 01-07-2020
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 Aangewezen regio’s uitgezonden werknemers#
Artikel 8.3 Aangewezen regio’s uitgezonden werknemers 1 artikel 10e, tweede lid, onderdeel c, onder 4°, van het besluit Als regio als bedoeld inworden aangewezen: a. de landen in Azië (waaronder Hong Kong en het gedeelte van Turkije dat ten oosten van de Bosporus is gelegen); b. de landen in Afrika; c. de landen in Latijns Amerika (waaronder Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES eilanden); d. de volgende landen in Europa: Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Estland, Georgië, Hongarije, Kosovo, Kroatië, Letland, Litouwen, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Oekraïne, Polen, Roemenië, Rusland, Servië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. 2 Onder de in het eerste lid genoemde landen worden begrepen gebieden gelegen buiten de territoriale wateren van die landen waar deze in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten kunnen uitoefenen. 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 Verhuizing in het kader van de dienstbetrekking#
Artikel 8.4 Verhuizing in het kader van de dienstbetrekking 1 artikel 31a, tweede lid, onderdeel f, van de wet Voor de toepassing vanverhuist de werknemer in ieder geval in het kader van de dienstbetrekking ingeval hij binnen twee jaar na de aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing binnen de bestaande dienstbetrekking door de verhuizing de afstand tussen zijn woning en de plaats van zijn dienstbetrekking met ten minste 60% verkleint terwijl tot die verhuizing de afstand tussen zijn woning en de plaats van zijn dienstbetrekking ten minste 25 kilometer bedroeg. 2 Onder afstand als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de afstand gemeten langs de meest gebruikelijke weg. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025 01-01-2024
Artikel 8.4a — Artikel 8.4a Gericht vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen van voorzieningen op de werkplek#
Artikel 8.4a Gericht vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen van voorzieningen op de werkplek 1 artikel 31a, tweede lid, onderdeel h, van de wet Tot de voorzieningen, bedoeld in, behoren, ingeval deze geheel of gedeeltelijk op de werkplek gebruikt of verbruikt worden: a. Arbeidsomstandighedenwet artikel 44 van die wet voorzieningen voor zover die direct samenhangen met verplichtingen van de inhoudingsplichtige op grond van het bepaalde bij of krachtens de, met inachtneming van; b. hulpmiddelen die ook elders gebruikt kunnen worden en die geheel of nagenoeg geheel zakelijk gebruikt worden. 2 artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f In afwijking in zoverre van, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder werkplek tevens verstaan: a. Arbeidsomstandighedenwet artikel 1, onderdeel l, van de Wet op de huurtoeslag in geval van thuiswerk in de zin van deeen werkruimte gelegen in een woning, een duurzaam aan een plaats gebonden schip of een woonwagen in de zin van, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer; b. Arbeidsomstandighedenwet de plaats waar uitvoering wordt gegeven aan het arbeidsomstandighedenbeleid dat de inhoudingsplichtige voert op grond van de. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025 01-01-2024
Artikel 8.4b — Artikel 8.4b Toepassing concernregeling#
Artikel 8.4b Toepassing concernregeling 1 artikel 32, eerste lid, van de wet Iedere inhoudingsplichtige die ingevolgesamen met andere inhoudingsplichtigen als één inhoudingsplichtige wordt beschouwd legt in zijn administratie vast: a. artikelen 20a 20b 26 26b van de wet het door hem verstrekte loon waarover in het kalenderjaar met toepassing van de,,enbelasting is geheven; b. artikel 31a, vijftiende lid, van de wet het door hem verstrekte loon dat ingevolgebij de bepaling van het loon, bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de wet, buiten beschouwing wordt gelaten; c. artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de wet artikel 31a, tweede lid, van de wet de in het kalenderjaar ingevolgedoor hem aangewezen vergoedingen en verstrekkingen, met uitzondering van de vergoedingen en verstrekkingen die ingevolgenaast de vrije ruimte zoals bepaald in artikel 31a, derde lid, van de wet, met inachtneming van artikel 31a, vijftiende lid, van de wet, in mindering komen; d. van de andere inhoudingsplichtigen, bedoeld in de aanhef, per inhoudingsplichtige: 1°. de naam en het voor de loonbelasting, premie voor de volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet geldende identificatienummer (loonheffingennummer); 2°. artikelen 20a 20b 26 26b van de wet het door die inhoudingsplichtige verstrekte loon waarover in het kalenderjaar met toepassing van de,,enbelasting is geheven; 3°. artikel 31a, vijftiende lid, van de wet het door die inhoudingsplichtige verstrekte loon dat ingevolgebij de bepaling van het loon, bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de wet, buiten beschouwing wordt gelaten; 4°. artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de wet artikel 31a, tweede lid, van de wet de in het kalenderjaar ingevolgedoor die inhoudingsplichtige aangewezen vergoedingen en verstrekkingen, met uitzondering van de vergoedingen en verstrekkingen die ingevolgenaast de vrije ruimte zoals bepaald in artikel 31a, derde lid, van de wet, met inachtneming van artikel 31a, vijftiende lid, van de wet, in mindering komen; e. artikel 32, eerste lid, van de wet de berekening van de gezamenlijk verschuldigde belasting, bedoeld in, en, ingeval deze belasting meer bedraagt dan nihil, de naam en het loonheffingennummer van de inhoudingsplichtige die deze belasting heeft aangegeven en afgedragen. 2 artikel 32, tweede lid, van de wet Van verwevenheid in financieel, organisatorisch en economisch opzicht tussen inhoudingsplichtige stichtingen als bedoeld inis sprake indien statutair is vastgelegd dat: a. het bestuur van een van de stichtingen, bedoeld in de aanhef, de bestuursleden van de andere stichtingen, bedoeld in de aanhef, benoemt of een bindende voordracht doet voor de benoeming van die bestuursleden; b. bij vereffening bij faillissement of opheffing van een stichting als bedoeld in de aanhef het vermogen van die stichting wordt overgedragen aan een van de andere stichtingen, bedoeld in de aanhef. 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 01-01-2022
Artikel 8.5 — Artikel 8.5 Verstrekkingen aan anderen dan eigen werknemers#
Artikel 8.5 Verstrekkingen aan anderen dan eigen werknemers artikel 32ab, eerste lid, van de wet Als eindheffingsbestanddelen als bedoeld inworden aangewezen: a. voordelen uit spaarsystemen en goederen of diensten, in de promotionele sfeer; b. verstrekkingen die tegelijkertijd en voor dezelfde gelegenheid aan de eigen werknemers zijn verstrekt. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 8.6 — Artikel 8.6 Niet-drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding#
Artikel 8.6 Niet-drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding 1 artikel 32ba van de wet Voor de toepassing vanwordt een uitkering, een bijdrage of een premie eveneens beschouwd niet te drukken op een inhoudingsplichtige voor zover de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat hij ter zake op een later moment bedragen van werknemers gaat inhouden of van andere inhoudingsplichtigen bijdragen of premies voldaan gaat krijgen. 2 artikel 32ba, tweede lid, van de wet Indien de in het eerste lid bedoelde inhouding of voldoening niet binnen een jaar na het inbedoelde tijdstip heeft plaatsgevonden, wordt de uitkering, de bijdrage of de premie op dat moment geacht op de inhoudingsplichtige te drukken. 3 artikel 32ba, derde lid, van de wet artikel 11 van de wet Voor de toepassing vanblijven bedragen die de inhoudingsplichtige van werknemers heeft ingehouden buiten aanmerking, voor zover deze bedragen ingevolge de op het moment van inhouding ter zake van deze inhouding geldende tekst vanniet tot het loon behoren. 4 artikel 32ba, derde lid, van de wet Voor de toepassing vanblijven bijdragen en premies die de inhoudingsplichtige van andere inhoudingsplichtigen voldaan heeft gekregen buiten aanmerking, voor zover artikel 32ba, eerste lid, van de wet bij die andere inhoudingsplichtigen niet van toepassing is geweest op deze bijdragen en premies. 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-01-2021
Artikel 8.7 — Artikel 8.7 Geen regeling voor vervroegde uittreding#
Artikel 8.7 Geen regeling voor vervroegde uittreding 1 artikel 32ba van de wet Een regeling ingevolge welke de jaarlijkse arbeidsduur ten opzichte van de jaarlijkse arbeidsduur in het voorafgaande kalenderjaar met ten hoogste 50% wordt verminderd, wordt niet aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van. De eerste volzin is niet van toepassing indien: a. de arbeidsduur meer dan 50% lager is dan de arbeidsduur in het laatste kalenderjaar voorafgaand aan het begin van de periode die aanvangt 10 jaar direct voorafgaande aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum, of b. anders dan als gevolg van ziekte, arbeidsongeschiktheid of jaarlijks vakantieverlof, per week minder dan 50% van de arbeidsduur per week zoals die gold in het laatste kalenderjaar, bedoeld in onderdeel a, feitelijk pleegt te worden gewerkt. 2 artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de wet artikel 32ba van de wet Een regeling die uitsluitend voorziet in uitkeringen als bedoeld in, wordt niet aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van, indien: a. artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de wet deze uitkeringen naar aard, strekking, omvang en uitkeringsduur overeenkomen met de uitkeringen ingevolge aanspraken als bedoeld in, en b. artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de wet werknemers die deze uitkeringen genieten in de periode van de uitkeringen geen uitkeringen ter zake van dezelfde dienstbetrekking genieten ingevolge. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 Door tussenkomst van de inhoudingsplichtige uitbetaalde uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten#
Artikel 9.1 Door tussenkomst van de inhoudingsplichtige uitbetaalde uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten artikel 8 van de wet Degene tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat – of, indien krachtenseen ander als inhoudingsplichtige is aangewezen, die ander – wordt geacht de uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten te verstrekken die door zijn tussenkomst worden uitbetaald. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 Berekening van de belasting bij aanvullingen op uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten#
Artikel 9.2 Berekening van de belasting bij aanvullingen op uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten artikel 8 van de wet Degene tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat – of, indien krachtenseen ander als inhoudingsplichtige is aangewezen, die ander – berekent de belasting over de door hem verstrekte aanvullingen op uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten over het gezamenlijk bedrag en brengt op de aldus berekende belasting in mindering de op de uitkeringen ingehouden belasting. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 Meerdere gevallen van loon uit vroegere dienstbetrekking#
Artikel 9.3 Meerdere gevallen van loon uit vroegere dienstbetrekking Participatiewet Een inhoudingsplichtige die aan een of meer werknemers loon uit een vroegere dienstbetrekking – niet zijnde uitkeringen ingevolge de– verstrekt, wordt ook geacht te verstrekken: a. het loon uit een vroegere dienstbetrekking dat door zijn tussenkomst wordt uitbetaald; b. de uit de vroegere dienstbetrekking genoten aanspraak op uitkeringen ingevolge een ziektekostenregeling. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 9.4 — Artikel 9.4 Samenvoeging van loon#
Artikel 9.4 Samenvoeging van loon 1 artikelen 9.1 9.3 Een inhoudingsplichtige wordt in de gevallen, bedoeld in deen, alsmede indien hij loon uit meer dan een vroegere dienstbetrekking verstrekt, geacht het totale bedrag aan loon te verstrekken uit een dienstbetrekking of vroegere dienstbetrekking. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de samenloop van: a. artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 3:75 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten een tegemoetkoming als bedoeld in,,ofen ander loon uit vroegere dienstbetrekking dat de inhoudingsplichtige verstrekt; b. artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 een uitkering ter zake van een afkoop als bedoeld inen ander loon uit vroegere dienstbetrekking dat de inhoudingsplichtige verstrekt. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016 Artikel V van Stcrt. 2015/47716 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9.5 — Artikel 9.5 Loon over een ander tijdvak dan het regelmatig wederkerende loon#
Artikel 9.5 Loon over een ander tijdvak dan het regelmatig wederkerende loon 1 Indien een inhoudingsplichtige aan de werknemer loon verstrekt over een ander tijdvak dan dat waarover hij het regelmatig wederkerende loon verstrekt, wordt naar het loon over dat andere tijdvak verschuldigde belasting, ter keuze van de inhoudingsplichtige, berekend hetzij door toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen, hetzij volgens het tweede en het derde lid. 2 De belasting naar het loon over het andere tijdvak is gelijk aan het verschil van: a. de belasting die op het tijdstip waarop het loon over het andere tijdvak wordt verstrekt, verschuldigd zou zijn indien op dat tijdstip tevens werd verstrekt het loon over de met dat andere tijdvak geheel of gedeeltelijk samenvallende tijdvakken van het regelmatig wederkerende loon, en b. de belasting die op het tijdstip waarop het loon over het andere tijdvak wordt verstrekt, verschuldigd zou zijn indien op dat tijdstip uitsluitend werd verstrekt het loon over de met dat andere tijdvak geheel of gedeeltelijk samenvallende tijdvakken van het regelmatig wederkerende loon. 3 Voor de toepassing van het tweede lid, onderdelen a en b, wordt als loontijdvak aangemerkt een tijdvak dat even groot is als de gezamenlijke met het andere tijdvak geheel of gedeeltelijk samenvallende tijdvakken van het regelmatig wederkerende loon. 4 Ingeval regelmatig wederkerend loon wordt verstrekt over tijdvakken van verschillende duur die gedeeltelijk samenvallen, wordt slechts het loon over het kortste van die tijdvakken als regelmatig wederkerend loon beschouwd. 5 Ingeval een inhoudingsplichtige loon uit meer dan een vroegere dienstbetrekking verstrekt of geacht wordt te verstrekken, wordt de belasting naar het loon over het andere tijdvak – indien dit, afgezien van het vierde lid, regelmatig wederkerend loon is – steeds berekend volgens het tweede en het derde lid. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 9.6 — Artikel 9.6 Informatieplicht bij loon van derde#
Artikel 9.6 Informatieplicht bij loon van derde Ingeval de in te houden belasting mede afhankelijk is van loon dat is verstrekt of geacht wordt te zijn verstrekt door een derde, of van loon van een derde dat door de inhoudingsplichtige geacht wordt te zijn verstrekt, deelt die derde de van belang zijnde gegevens alsmede het burgerservicenummer van de werknemer, schriftelijk mede aan de inhoudingsplichtige. 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Aanpassingswet
basisregistratie personen in werking treedt.
Artikel 9.7 — Artikel 9.7 Nettoloon, gevolgd door periodieke afrekening#
Artikel 9.7 Nettoloon, gevolgd door periodieke afrekening 1 De inspecteur kan onder door hem te stellen voorwaarden ermee instemmen dat de inhoudingsplichtige met betrekking tot bepaalde categorieën werknemers voorlopig volstaat met uitbetaling van een geschat nettoloon, gevolgd door periodieke afrekening. 2 De inhoudingsplichtige rekent bij de laatste loonverstrekking in een tijdvak van ten hoogste drie maanden met de werknemer de belasting af die is verschuldigd ter zake van het in dat tijdvak aan de werknemer toekomende loon waarop de instemming betrekking heeft, met dien verstande dat bij de laatste loonverstrekking in een kalenderjaar steeds afrekening plaatsvindt. Daarbij wordt de verschuldigde belasting bepaald als ware het loon verstrekt op het tijdstip waarop de afrekening plaatsvindt en over het tijdvak waarop de afrekening betrekking heeft. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 9.8 — Artikel 9.8 Rentevoordeel personeelsleningen#
Artikel 9.8 Rentevoordeel personeelsleningen artikel 31, vierde lid, onderdeel h, van de wet Een inhoudingsplichtige kan met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen ter zake of in de vorm van een rentevoordeel als bedoeld intot het laatste loontijdvak van het kalenderjaar volstaan met het per loontijdvak in aanmerking nemen van een in redelijkheid geschat bedrag, gevolgd door afrekening in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar. Daarbij wordt de verschuldigde belasting bepaald als ware het als gevolg van de afrekening in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag verstrekt op het tijdstip waarop de afrekening plaatsvindt en over het tijdvak waarop de afrekening betrekking heeft. Ingeval de vergoedingen en verstrekkingen, bedoeld in de eerste volzin, zijn geëindigd in de loop van het kalenderjaar wordt in de eerste en tweede volzin voor het laatste loontijdvak van het kalenderjaar gelezen: het tijdvak waarin de vergoedingen en verstrekkingen, bedoeld in de eerste volzin, zijn geëindigd. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 Consumpties tijdens werktijd#
Artikel 10.1 Consumpties tijdens werktijd 1 artikel 35 van de wet Vergoedingen ter zake van consumpties tijdens de werktijd die geen deel uitmaken van een maaltijd, behoren in ieder geval niet tot de gage, bedoeld in, indien deze vergoedingen € 0,55 per gewerkte dag niet te boven gaan. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien tijdens de werktijd consumpties die geen deel uitmaken van een maaltijd, worden verstrekt. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 10.2 — Artikel 10.2 Gageverklaring#
Artikel 10.2 Gageverklaring 1 De Belastingdienst verstrekt aan de inhoudingsplichtige het model van de gageverklaring met de daarbij behorende toelichting. De inhoudingsplichtige reikt dienovereenkomstig een gageverklaring met toelichting aan de artiest of beroepssporter uit: a. zodra hij ten aanzien van de artiest of beroepssporter inhoudingsplichtige wordt; b. op verzoek van de artiest of beroepssporter; c. zodra hij weet dat zich een wijziging heeft voorgedaan in de gegevens die de artiest of beroepssporter in de laatstelijk ingeleverde gageverklaring heeft verstrekt en die wijziging tot gevolg heeft dat de artiest of beroepssporter een hoger bedrag aan belasting wordt verschuldigd. 2 De inhoudingsplichtige mag in plaats van het door de Belastingdienst verstrekte model van de gageverklaring gebruikmaken van een eigen model gageverklaring, mits dat model ten minste de gegevens bevat van het door de Belastingdienst verstrekte model, inclusief de gebruiksaanwijzing en de toelichting op de vragen. 3 De artiest of beroepssporter verzoekt de inhoudingsplichtige om uitreiking van een gageverklaring indien zich een wijziging voordoet in de eerder door hem verstrekte gegevens en die wijziging tot gevolg heeft dat een hoger bedrag aan belasting wordt verschuldigd. 4 De artiest of beroepssporter aan wie een gageverklaring is uitgereikt, is gehouden de daarbij gevraagde gegevens te verstrekken door de gageverklaring duidelijk, stellig en zonder voorbehoud ingevuld en ondertekend, in te leveren bij de inhoudingsplichtige. De artiest of beroepssporter levert de ingevulde en ondertekende gageverklaring in voor de eerste gageverstrekking. 5 De inhoudingsplichtige bewaart de gageverklaring tot ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het optreden of de sportbeoefening heeft plaatsgevonden bij de loonadministratie. Desgevraagd doet de inhoudingsplichtige de gageverklaring aan de inspecteur toekomen binnen een door deze gestelde termijn. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 10.3 — Artikel 10.3 Loonstaat#
Artikel 10.3 Loonstaat 1 De inhoudingsplichtige legt voor iedere artiest of beroepssporter voor de eerste gageverstrekking in het kalenderjaar een loonstaat aan en houdt deze vervolgens bij. De loonstaat wordt opgemaakt overeenkomstig het door de inspecteur verstrekte model. De inhoudingsplichtige mag een van het model afwijkende loonstaat gebruiken, mits deze ten minste de mogelijkheid biedt op duidelijke wijze dezelfde gegevens te administreren als het model. 2 De inhoudingsplichtige ontleent de in het hoofd van de loonstaat te vermelden gegevens aan: a. de laatstelijk van de artiest of beroepssporter terugontvangen gageverklaring; b. de door de in Nederland wonende artiest of beroepssporter verstrekte opgaaf van zijn burgerservicenummer, of de door de inspecteur verstrekte opgaaf van dat nummer. 3 In afwijking in zoverre van het tweede lid, aanhef en onderdeel a, vermeldt de inhoudingsplichtige in het hoofd van de loonstaat de gegevens die hem bekend zijn: a. indien hij weet dat de laatstelijk van de artiest of beroepssporter terugontvangen gageverklaring onjuiste gegevens bevat; b. zolang hij niet de laatstelijk uitgereikte gageverklaring ingevuld van de artiest of beroepssporter heeft terugontvangen. 4 Artikel 7.2, tweede, derde, zevende en achtste lid , is van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 35a, derde lid, van de wet De inhoudingsplichtige houdt, behalve in de gevallen, bedoeld in, de belasting in aan de hand van de gegevens, vermeld in het hoofd van de loonstaat. 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Aanpassingswet
basisregistratie personen in werking treedt.
Artikel 10.4 — Artikel 10.4 Administratie kostenvergoedingen, verstrekkingen en aanspraken#
Artikel 10.4 Administratie kostenvergoedingen, verstrekkingen en aanspraken 1 artikel 35 van de wet De inhoudingsplichtige administreert bij de loonadministratie de gegevens met betrekking tot de aan de artiest of beroepssporter verstrekte kostenvergoedingen en verstrekkingen, voor zover deze niet tot de gage, bedoeld in, behoren, alsmede aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen. 2 De inhoudingsplichtige kan de in het eerste lid bedoelde gegevens op een andere plaats administreren, mits: a. hij dit onder vermelding van de nieuwe bewaarplaats vooraf meldt aan de inspecteur, en b. de gegevens op verzoek van de inspecteur voor controle beschikbaar komen op de plaats waar de administratie wordt gevoerd. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 10.5 — Artikel 10.5 Jaaropgaaf#
Artikel 10.5 Jaaropgaaf De inhoudingsplichtige verstrekt aan de artiest of beroepssporter een jaaropgaaf. Aan de niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter verstrekt de inhoudingsplichtige een jaaropgaaf slechts op diens verzoek. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 10.6 — Artikel 10.6 Identificatieplicht#
Artikel 10.6 Identificatieplicht 1 artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht De inhoudingsplichtige stelt zodra de artiest of beroepssporter zijn werkzaamheden aanvangt diens identiteit vast aan de hand van een document als bedoeld inen houdt een afschrift van dat document voor controle beschikbaar bij de loonadministratie. 2 Artikel 7.5, tweede, derde en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 10.7 — Artikel 10.7 artikel 10.3 Uitzonderingen op de toepassing van#
Artikel 10.7 artikel 10.3 Uitzonderingen op de toepassing van 1 Artikel 10.3 is niet van toepassing indien de in te houden belasting nihil bedraagt doordat: a. artikel 35, derde lid, onderdelen a, b en c, van de wet de artiest of beroepssporter slechts vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld ingeniet, of b. artikel 12a, zevende lid, van het besluit met betrekking tot het optreden of de sportbeoefening de individuele kostenvergoedingsbeschikking of de gezelschapskostenvergoedingsbeschikking, bedoeld in, wordt toegepast. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de inspecteur zulks ten aanzien van de inhoudingsplichtige bij voor bezwaar vatbare beschikking verklaart. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 11.1 — Artikel 11.1 In Nederland wonende leden van het buitenlandse gezelschap#
Artikel 11.1 In Nederland wonende leden van het buitenlandse gezelschap hoofdstuk 10 Indien tot een buitenlands gezelschap een lid behoort dat in Nederland woont, is met betrekking tot dat lid niet dit hoofdstuk, maarvan toepassing. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 11.2 — Artikel 11.2 Consumpties tijdens werktijd#
Artikel 11.2 Consumpties tijdens werktijd 1 artikel 35g van de wet Vergoedingen ter zake van consumpties tijdens de werktijd die geen deel uitmaken van een maaltijd, behoren in ieder geval niet tot de gage, bedoeld in, indien deze vergoedingen € 0,55 per gewerkte dag niet te boven gaan. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien tijdens de werktijd consumpties die geen deel uitmaken van een maaltijd, worden verstrekt. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 11.3 — Artikel 11.3 Gageverklaring#
Artikel 11.3 Gageverklaring 1 De Belastingdienst verstrekt aan de inhoudingsplichtige het model van de gageverklaring met de daarbij behorende toelichting. De inhoudingsplichtige reikt dienovereenkomstig een gageverklaring met toelichting aan de leider of vertegenwoordiger van een buitenlands gezelschap uit: a. zodra hij ten aanzien van het gezelschap inhoudingsplichtige wordt; b. op verzoek van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap; c. zodra hij weet dat zich een wijziging heeft voorgedaan in de gegevens die de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap in de laatstelijk ingeleverde gageverklaring heeft verstrekt en die wijziging tot gevolg heeft dat het gezelschap een hoger bedrag aan belasting wordt verschuldigd. 2 De inhoudingsplichtige mag in plaats van het door de Belastingdienst verstrekte model van de gageverklaring gebruikmaken van een eigen model gageverklaring, mits dat model ten minste de gegevens bevat van het door de Belastingdienst verstrekte model, inclusief de gebruiksaanwijzing en de toelichting op de vragen. 3 De leider of vertegenwoordiger van het gezelschap verzoekt de inhoudingsplichtige om uitreiking van een gageverklaring indien zich een wijziging voordoet in de eerder door hem verstrekte gegevens en die wijziging tot gevolg heeft dat een hoger bedrag aan belasting wordt verschuldigd. 4 De leider of vertegenwoordiger van het gezelschap aan wie een gageverklaring is uitgereikt, is gehouden de daarbij gevraagde gegevens te verstrekken door de gageverklaring duidelijk, stellig en zonder voorbehoud ingevuld en ondertekend, in te leveren bij de inhoudingsplichtige voor de eerste gageverstrekking. 5 De inhoudingsplichtige bewaart de gageverklaring ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het optreden of de sportbeoefening heeft plaatsgevonden bij de loonadministratie. Desgevraagd doet de inhoudingsplichtige de gageverklaring aan de inspecteur toekomen binnen een door deze gestelde termijn. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 11.4 — Artikel 11.4 Loonstaat#
Artikel 11.4 Loonstaat 1 De inhoudingsplichtige legt voor ieder buitenlands gezelschap voor de eerste gageverstrekking in het kalenderjaar een loonstaat aan en houdt deze vervolgens bij. 2 De loonstaat wordt opgemaakt overeenkomstig het door de inspecteur verstrekte model. De inhoudingsplichtige mag een van het model afwijkende loonstaat gebruiken, mits deze ten minste de mogelijkheid biedt op duidelijke wijze dezelfde gegevens te administreren als het model. 3 De inhoudingsplichtige ontleent de in het hoofd van de loonstaat te vermelden gegevens aan de laatstelijk van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap terugontvangen gageverklaring. 4 In afwijking in zoverre van het derde lid vermeldt de inhoudingsplichtige in het hoofd van de loonstaat de gegevens die hem bekend zijn: a. indien hij weet dat de laatstelijk van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap terugontvangen gageverklaring onjuiste gegevens bevat; b. zolang hij niet de laatstelijk uitgereikte gageverklaring ingevuld van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap heeft terugontvangen. 5 Artikel 7.2, tweede, derde, zevende en achtste lid , is van overeenkomstige toepassing. 6 artikel 35h, derde lid, van de wet De inhoudingsplichtige houdt, behalve in de gevallen, bedoeld in, de belasting in aan de hand van de gegevens, vermeld in het hoofd van de loonstaat. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 11.5 — Artikel 11.5 Administratie kostenvergoedingen, verstrekkingen en aanspraken#
Artikel 11.5 Administratie kostenvergoedingen, verstrekkingen en aanspraken 1 artikel 35g van de wet De inhoudingsplichtige administreert bij de loonadministratie de gegevens met betrekking tot de aan het buitenlandse gezelschap verstrekte kostenvergoedingen en verstrekkingen, voor zover deze niet tot de gage, bedoeld in, behoren, alsmede aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen. 2 De inhoudingsplichtige kan de in het eerste lid bedoelde gegevens op een andere plaats administreren, mits: a. hij dit onder vermelding van de nieuwe bewaarplaats vooraf meldt aan de inspecteur, en b. de gegevens op verzoek van de inspecteur voor controle beschikbaar komen op de plaats waar de administratie wordt gevoerd. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 11.6 — Artikel 11.6 Identificatieplicht#
Artikel 11.6 Identificatieplicht 1 artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht De inhoudingsplichtige stelt zodra het buitenlandse gezelschap zijn werkzaamheden aanvangt de identiteit van een zo groot mogelijk deel, maar van ten minste het merendeel van de leden van het gezelschap vast aan de hand van een document als bedoeld inen houdt een afschrift van dat document voor controle beschikbaar bij de loonadministratie. 2 Artikel 7.5, tweede, derde en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 11.7 — Artikel 11.7 Uitzonderingen op de toepassing van artikel 11.4#
Artikel 11.7 Uitzonderingen op de toepassing van artikel 11.4 1 Artikel 11.4 is niet van toepassing indien de in te houden belasting nihil bedraagt doordat: a. artikel 35g, derde lid, onderdelen a, b en c, van de wet het buitenlandse gezelschap slechts vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld inontvangt, of b. artikel 12a, zevende lid, van het besluit met betrekking tot het optreden of de sportbeoefening de gezelschapskostenvergoedingsbeschikking, bedoeld in, wordt toegepast. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de inspecteur zulks ten aanzien van de inhoudingsplichtige bij voor bezwaar vatbare beschikking verklaart. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 12.1 — Artikel 12.1 Overgangsregeling loonbelastingverklaring#
Artikel 12.1 Overgangsregeling loonbelastingverklaring 1 Ten aanzien van de werknemer die op 31 december 2000 overeenkomstig de loonbelastingverklaring was ingedeeld in tariefgroep 0, wordt de belasting ingehouden zonder toepassing van de heffingskorting. 2 Ten aanzien van de werknemer die op 31 december 2000 overeenkomstig de loonbelastingverklaring was ingedeeld in tariefgroep 1, 2, 3, 4 of 5, wordt de belasting ingehouden met toepassing van de heffingskorting. 3 artikel 65, eerste lid, onderdeel b of onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 artikel 23, eerste lid, van de wet Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid is van toepassing totdat de inhoudingsplichtige op grond van het bepaalde in, zoals dat op 31 december 2006 luidde, aan de werknemer een loonbelastingverklaring moet uitreiken of totdat de werknemer op grond vaneen verzoek doet om toepassing van de heffingskorting of overeenkomstig deze bepaling verzoekt de heffingskorting niet meer toe te passen. 4 artikel 29, vierde lid, van de wet artikel 23, eerste lid, van de wet De laatstelijk van de werknemer terugontvangen loonbelastingverklaring, bedoeld in, zoals dat op 31 december 2006 luidde, wordt voor de toepassing van de heffingskorting aangemerkt als een verzoek als bedoeld inonderscheidenlijk de intrekking van een dergelijk verzoek. 5 De inhoudingsplichtige bewaart de in het vierde lid bedoelde loonbelastingverklaring ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking is geëindigd bij de loonadministratie. 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 12.2 — Artikel 12.2 Overgangsregeling niet-drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding#
Artikel 12.2 Overgangsregeling niet-drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding Vervallen 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-01-2021
Artikel 12.2a — Artikel 12.2a Overgangsregeling gedeeltelijk drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding#
Artikel 12.2a Overgangsregeling gedeeltelijk drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding Vervallen 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-01-2021
Artikel 12.3 — Artikel 12.3 Actuariële herrekening bij uitstel ingangsdatum#
Artikel 12.3 Actuariële herrekening bij uitstel ingangsdatum Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024 01-07-2023
Artikel 12.3a — Artikel 12.3a Marktrente oprenting aanspraken ingevolge een oudedagsverplichting#
Artikel 12.3a Marktrente oprenting aanspraken ingevolge een oudedagsverplichting artikel 38p, eerste lid, van de wet De marktrente, bedoeld in, die vanaf 1 januari van een kalenderjaar gedurende dat kalenderjaar van toepassing is, is het rekenkundig gemiddelde van de U-rendementen over de maanden van het voorafgaande kalenderjaar zoals deze maandelijks zijn gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringstatistiek van het Verbond van Verzekeraars. In 2026 is deze marktrente 2,593%. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 12.4 — Artikel 12.4 Overgangsregeling aanspraken ingevolge een verlofspaarregeling#
Artikel 12.4 Overgangsregeling aanspraken ingevolge een verlofspaarregeling Vervallen 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 01-01-2022
Artikel 12.5 — Artikel 12.5 Verhoging maximale opbouw aanspraken ingevolge een levensloopregeling#
Artikel 12.5 Verhoging maximale opbouw aanspraken ingevolge een levensloopregeling Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 12.6 — Artikel 12.6 Toerekening van door afkoop pensioen ontstane aanspraken ingevolge een levensloopregeling aan andere inhoudingsplichtige#
Artikel 12.6 Toerekening van door afkoop pensioen ontstane aanspraken ingevolge een levensloopregeling aan andere inhoudingsplichtige Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 12.7 — Artikel 12.7 Toepassing keuzeregime#
Artikel 12.7 Toepassing keuzeregime Vervallen 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 12.7a — Artikel 12.7a Overgangsregeling saldering reiskosten#
Artikel 12.7a Overgangsregeling saldering reiskosten Vervallen 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2016
Artikel 12.7b — Artikel 12.7b Uitvoering looncriterium 30%-regeling bij toepassing overgangsregeling werkkostenregeling#
Artikel 12.7b Uitvoering looncriterium 30%-regeling bij toepassing overgangsregeling werkkostenregeling Vervallen 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 12.8 — Artikel 12.8 Intrekking Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001#
Artikel 12.8 Intrekking Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 Dewordt ingetrokken. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 12.9 — Artikel 12.9 Inwerkingtreding#
Artikel 12.9 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011
Artikel 12.10 — Artikel 12.10 Citeertitel#
Artikel 12.10 Citeertitel 1 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011. 2 De citeertitel kan worden afgekort tot: URLB 2011. 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 2010 14212 14-09-2010 08-09-2010 DB2010-178M 01-01-2011