Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)
- BWB-id
- BWBR0030288
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030288
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/uitvoeringsregeling-zeevisserij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/uitvoeringsregeling-zeevisserij/2026-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030288&g=2026-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030288&z=2026-06-06&g=2026-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030288/2026-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/uitvoeringsregeling-zeevisserij
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – aanlandcontingent: artikel 20a in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort, genoemd in, die tijdens één visreis door een Nederlands vissersvaartuig is gevangen voor zover deze vangst op grond van de aanlandplicht moet worden aangeland; – aanlandplicht: artikel 15, eerste lid aanlandingsverplichting als bedoeld in, in samenhang met het vijfde, zesde en zevende lid, van de basisverordening; – contingent: artikelen 45 46 in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort die per kalenderjaar door een Nederlands vissersvaartuig ten hoogste in een vangstgebied mag worden gevangen, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van deofvoor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dan wel, indien het vangsten van vissoorten betreft waarop de aanlandplicht niet van toepassing is, in een kalenderjaar in een vangstgebied te vangen hoeveelheid van een vissoort in kilogrammen levend gewicht uitgedrukt, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de artikelen 45 of 46 voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort, die per vissersvaartuig ten hoogste mag worden aangeland; − controleplan wegen na vervoer : op grond van artikel 61, eerste lid, van de controleverordening vastgesteld controleplan wegen na vervoer voor verse visserijproducten dat is opgenomen in bijlage a1; – deelgebied, sector of deelsector: zeegebied als omschreven in artikel 4 van de verordening vangstmogelijkheden en artikel 3 van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee; – deelnemer aan een groepscontingent: artikel 32, tweede lid ondernemer als bedoeld in; – extra hoeveelheid vangstmogelijkheden: artikel 32a, eerste lid de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden die aan het groepscontingent wordt toegevoegd ingevolge; – Europees quotum: totaal voor de gezamenlijke vissers van de lidstaten van de Europese Unie in het kalenderjaar waarop een verordening over vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis die niet in de vorm van quota over de lidstaten zijn verdeeld zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, onder de beschrijving ‘overig’, ‘andere’, ‘andere lidstaten’ of ‘Unie’ zijn vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee of in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee; – functionaris: door de minister voor de registratie- en verificatiewerkzaamheden in het kader van deze regeling aangewezen persoon; – groep: artikel 31, tweede lid groep als bedoeld in; – groepscontingent: artikel 32 artikel 24, vijfde lid artikel 30a, derde en vijfde lid artikel 32a artikelen 45 46 groepscontingent als bedoeld in, vermeerderd met de hoeveelheden bedoeld in, de vangstmogelijkheden van vervallen contingenten die ingevolge, onderdeel zijn van het desbetreffende groepscontingent en de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van de desbetreffende vissoort die aan het groepscontingent zijn toegevoegd op grond van, en vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van deofvoor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven, hoeveelheden van de desbetreffende vissoort; – individueel aandeel: artikel 24 hoeveelheid van een vissoort die op grond vanin beheer is gegeven aan een groep of producentenorganisatie of contingent van een vissoort dat een ondernemer in beheer heeft gegeven aan een groep of producentenorganisatie, vermeerderd met door hem gekochte en in gebruik gekregen hoeveelheden van die vissoort en verminderd met door hem verkochte en in gebruik gegeven hoeveelheden van die vissoort, waarover hij in een kalenderjaar kan beschikken; – minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; – Nederlands quotum: totaal voor de gezamenlijke Nederlandse vissersvaartuigen in het kalenderjaar waarop de verordening vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, zijn vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026; – NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; – ondermaatse vis: vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening; – producentenorganisatie: producentenorganisatie als bedoeld in artikel 6 van de GMO-verordening; – recreatievisserij: niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de biologische rijkdommen van de zee worden geëxploiteerd voor recreatieve, toeristische of sportieve doeleinden, met inbegrip van visserijactiviteiten die worden georganiseerd door commerciële entiteiten in de toeristische sector en in de sector van sportwedstrijden; – Registratiebesluit: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 ; − RVO : Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; – segment: vlootsegment MFL1, MFL2 of AQU, waartoe het vissersvaartuig op grond van de vermelding op de visvergunning behoort; − steekproefplan wegen aan boord : op grond van artikel 60, derde lid, van de controleverordening vastgesteld steekproefplan wegen aan boord van verse visserijproducten dat is opgenomen in bijlage b1; – vangstgebied: bijlage 8 deelgebieden, sectoren of deelsectoren, genoemd in; – vangstmogelijkheden van vervallen contingenten: artikel 29 artikel 30a het gedeelte van het Nederlandse quotum waarvoor eerder op grond vaneen recht op een contingent gold, maar welk contingent ingevolgeis vervallen; – vangstopgavebus: bijlage 2 vangstopgavebus die aanwezig is in iedere invermelde haven, waarvan de exacte plaats gepubliceerd is op de website www.mijnrvo.nl; – vangstvaartuig: vangstvaartuig als bedoeld in artikel 4, punt 33, van de controleverordening; – vissersvaartuig van een derde land: vissersvaartuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt 4, van de basisverordening dat de vlag voert van of geregistreerd is in een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie; – visserijregister: artikel 4 van het Registratiebesluit register als bedoeld in; – vistuig van het type staandwant: kieuwnetten en warnetten als bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening; – vistuigcategorie BT1: verordening 2018/973 boomkorren als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, van; – vistuigcategorie BT2: verordening 2018/973 boomkorren als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel ii, van; – vistuigcategorie TR1: verordening 2018/973 bodemtrawls en zegens als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel i, van; – vistuigcategorie TR2: verordening 2018/973 bodemtrawls en zegens als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel ii, van; – visvergunning: visvergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening; – Unievissersvaartuig: vissersvaartuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt 4, van de basisverordening dat de vlag voert van of geregistreerd is in een lidstaat van de Europese Unie; – wet: Visserijwet 1963 ; 2 In deze regeling wordt voorts verstaan onder: – verordening nr. 3440/84: Verordening (EEG) nr. 3440/84 van de Commissie van 6 december 1984 inzake voorzieningen aan sleepnetten, Deense zegennetten (snurrevod) en soortgelijke netten (Pb EG L 318); – verordening nr. 2406/96: Verordening (EG) nr. 2406/96 van de Raad van 26 november 1996, houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijprodukten (PbEG 1996, L 334); – verordening nr. 1035/2001: Verordening (EEG) nr. 1035/2001 van de Raad van 22 mei 2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp. (PbEG L 145); – verordening nr. 2056/2001: Verordening (EG) nr. 2056/2001 van de Commissie van 19 oktober 2001 tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van de kabeljauwbestanden in de Noordzee en ten westen van Schotland (PbEG L 277); – verordening nr. 494/2002: Verordening (EG) nr. 494/2002 van de Commissie van 19 maart 2002 tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het heekbestand in de ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in de ICES-sectoren VIIIa, b, d, e (PbEG L 77); – verordening nr. 2347/2002: Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (PbEG L 351); – verordening nr. 882/2003: Verordening (EG) nr. 882/2003 van de Raad van 19 mei 2003 tot vaststelling van een regeling voor toezicht op en verificatie van tonijnvangsten (PbEU L 127); – verordening nr. 1185/2003: Verordening (EG) nr. 1185/2003 van de Raad van 26 juni 2003 betreffende het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen (PBEU L 167); – verordening nr. 1954/2003: Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserij-inspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 685/95 en (EG) nr. 2027/95 (PbEU L 289); – verordening nr. 1984/2003: Verordening (EG) nr. 1984/2003 van de Raad van 8 april 2003 tot invoering in de Gemeenschap van een regeling voor de statistische registratie van blauwvintonijn, zwaardvis en grootoogtonijn (PbEU L 295); – verordening nr. 600/2004: Verordening (EG) nr. 600/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde technische maatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (PbEU L 97); – verordening nr. 601/2004: Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 3943/90, (EG) nr. 66/98 en (EG) nr. 1721/1999 (PbEU L 97); – verordening nr. 1415/2004: Verordening (EG) nr. 1415/2004 van de Raad van 19 juli 2004 tot vaststelling van het maximale jaarlijkse visserij-inspanningsniveau voor bepaalde visserijgebieden en visserijtakken (PbEU L 258); – verordening nr. 1967/2006: Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1626/94 (PbEU L 409); – verordening nr. 520/2007: Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 973/2001 (PbEU L 123); – verordening nr. 517/2008: Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PbEU L 151); – verordening nr. 734/2008: Verordening (EG) nr. 734/2008 van de Raad van 15 juli 2008 betreffende de bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee tegen de nadelige effecten van bodemvistuig (PbEU L 201); – verordening nr. 1005/2008: Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PbEU L 286); – verordening nr. 1010/2009: Verordening (EG) nr. 1010/2009 van de Commissie van 22 oktober 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening nr. 1005/2008/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (PbEU L 280); – controleverordening: Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU L 343); – verordening nr. 640/2010: Verordening (EU) nr. 640/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 tot vaststelling van een vangstdocumentatieprogramma voor blauwvintonijn Thunnus thynnus en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1984/2003 van de Raad (PbEU L 194); – verordening nr. 1236/2010: Verordening (EU) nr. 1236/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 tot vaststelling van een controle- en handhavingregeling voor het gebied dat onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2791/1999 van de Raad (PbEU L 348); – uitvoeringsverordening controleverordening: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PbEU L 112); – verordening nr. 1343/2011: Verordening (EG) nr. 1967/2006 Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied (General Fisheries Commission for the Mediterranean – Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee) en tot wijziging vanvan de Raad inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee (PbEU L, 347); – uitvoeringsverordening nr. 433/2012: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 433/2012 van de Commissie van 23 mei 2012 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1236/2010 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt (PbEU L, 136); – verordening nr. 1026/2012: Verordening (EU) nr. 1026/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende bepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding van visbestanden ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten (PbEU L, 316); – basisverordening: Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU L, 354); – GMO-verordening: Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PbEU L, 354); – verordening 2016/1139: Verordening (EG) nr. 2187/2005 Verordening (EG) nr. 1098/2007 Verordening (EU) 2016/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauw-, haring- en sprotbestanden in de Oostzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging vanvan de Raad en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU L 191); – verordening 2016/1627: Verordening (EG) nr. 302/2009 Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU L 252); – verordening 2016/2336: Verordening (EU) 2016/2336 Verordening (EG) nr. 2347/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de visserij op diepzeebestanden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, tot vaststelling van bepalingen voor de visserij in de internationale wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU L 354); – verordening 2017/1004: Verordening (EG) nr. 199/2008 Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU 2017, L 157); – verordening 2017/2107: Verordeningen (EG) nr. 1936/2001 nr. 1984/2003 (EG) nr. 520/2007 verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot vaststelling van in het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT) geldende beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen en tot wijziging van de, (EG),envan de Raad (PbEU 2017, L 315); – verordening 2017/2403: Verordening (EG) nr. 1006/2008 verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten, en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU 2017, L 347); – verordening 2018/973: Verordeningen (EG) nr. 676/2007 (EG) nr. 1342/2008 Verordening (EU) 2018/973 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 tot vaststelling van een meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot vastlegging van nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting in de Noordzee en tot intrekking vanenvan de Raad (PbEU 2018, L 179); – Verordening 2018/975: Verordening (EU) 2018/975 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) (PbEU 2018, L 179); – verordening 2019/472: Verordening (EU) 2019/472 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor bestanden die worden gevangen in de westelijke wateren en daaraan grenzende wateren en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van Verordeningen (EU) 2016/1139 en (EU) 2018/973, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007 en (EG) nr. 1300/2008 van de Raad (PbEU 2019, L 83); – verordening 2019/833: Verordening (EU) 2019/833 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1627 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2115/2005 en (EG) nr. 1386/2007 van de Raad (PbEU 2019, L 141); – verordening 2019/1022 : Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de visserijen die demersale bestanden exploiteren in het westelijk deel van de Middellandse Zee en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 (PbEU 2019, L 172); – verordening 2019/1154 Verordening (EG) nr. 1967/2006 : Verordening (EU) 2019/1154 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 voor een meerjarig herstelplan voor mediterrane zwaardvis en tot wijziging vanvan de Raad en Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2019, L 188); – verordening 2019/1241 Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 (EG) nr. 1224/2009 nr. 2013/1380 nr. 2016/1139 2018/973 2019/472 2019/1022 (EG) nr. 894/97 (EG) nr. 850/98 (EG) nr. 2549/2000 (EG) nr. 254/2002 (EG) nr. 812/2004 (EG) nr. 2187/2005 : Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van deenvan de Raad en de Verordeningen (EU), (EU), (EU), (EU)en (EU)van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen,,,,envan de Raad (PbEU 2019, L198); – EMFAF-verordening Verordening (EU) 2021/1139 Verordening (EU) 2017/1004 :van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van(PbEU 2021, L 247); – verordening 2021/56: Verordening (EU) 2021/56 Verordening (EG) nr. 520/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2021 tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn, en tot wijziging vanvan de Raad (PbEU 2021, L 24); – verordening 2022/2056: Verordening (EU) 2022/2056 Verordening (EG) nr. 520/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 tot vaststelling van de instandhoudings- en beheersmaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan en tot wijziging vanvan de Raad (PbEU 2022, L 276); – verordening 2022/2343: Verordening (EU) 2022/2343 Verordeningen (EG) nr. 1936/2001 (EG) nr. 1984/2003 (EG) nr. 520/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 tot vaststelling van beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het bevoegdheidsgebied van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC), en tot wijziging van de,envan de Raad (PbEU 2022, L 311); – verordening 2023/675: Verordening (EU) 2023/675 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2023 tot vaststelling van de instandhoudings- en beheersmaatregelen voor de instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn (PbEU 2023, L 88); – verordening vangstmogelijkheden: Verordening (EU) 2026/249 Verordening (EU) 2025/202 van de Raad van 26 januari 2026 tot vaststelling, voor 2026, 2027 en 2028, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van; – verordening vangstmogelijkheden 2025: Verordening (EU) 2025/202 Verordening (EU) 2024/257 van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging vanwat betreft vangstmogelijkheden voor 2025; – verordening vangstmogelijkheden Oostzee: Verordening (EU) 2025/2454 Verordening (EU) 2025/202 van de Raad van 1 december 2025 tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee voor 2026 en tot wijziging vanwat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren; – verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee: Verordening (EU) 2026/266 van de Raad van 26 januari 2026 tot vaststelling, voor 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 18-03-2026 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Nadere begripsbepalingen#
Artikel 2 Nadere begripsbepalingen 1 artikel 1, tweede lid Voor de toepassing van de in, genoemde verordeningen is het visserijcontrolecentrum, bedoeld in artikel 4, vijftiende lid, van de controleverordening, van Nederland de meldkamer van de NVWA te Echt. 2 artikel 1, tweede lid Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 Voor de toepassing van de in, genoemde verordeningen wordt onder ’ICES-deelgebied IV’, ICES-deelgebied 4 en ’Noordzee’ mede verstaan de in hetgenoemde wateren. 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 06-04-2024 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Verboden op grond van de basisverordening#
Artikel 3 Verboden op grond van de basisverordening 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 15, eerste, elfde en twaalfde lid, en 31, vijfde lid van de basisverordening. 2 Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 11, tweede en vierde lid, 12, eerste en derde lid, en 15, tweede en zesde lid, van de basisverordening vastgestelde maatregelen, onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen, onderscheidenlijk gedelegeerde handelingen, en met de door een andere lidstaat dan Nederland op grond van de artikelen 13 en 20 van de basisverordening vastgestelde noodmaatregelen onderscheidenlijk instandhoudings- en beheersmaatregelen. 2023 31841 21-11-2023 15-11-2023 WJZ/36163858 2023 31841 21-11-2023 15-11-2023 WJZ/36163858 22-11-2023 01-03-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Toegang tot 12-mijlszone#
Artikel 4 Toegang tot 12-mijlszone artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee Het is verboden met een buitenlands vissersvaartuig de visserij uit te oefenen in de territoriale zee van Nederland, bedoeld in, anders dan voortvloeiend uit artikel 5, tweede lid, van de basisverordening. 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Vaststelling lettertekens gemeenten#
Artikel 5 Vaststelling lettertekens gemeenten artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit bijlage 1 De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in, zijn vastgesteld in. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 6 — Artikel 6 Aanwijzing havens#
Artikel 6 Aanwijzing havens 1 Vis wordt in Nederland uitsluitend aangeland, gelost of overgeladen door een vissersvaartuig: artikel 1, tweede lid mits het aanlanden, lossen of overladen is toegestaan op grond van de in, genoemde verordeningen. a. bijlage 2 bijlage 3 met een lengte over alles van tien meter of minder in de inA vermelde havens met uitzondering van Velsen, Amsterdam en Rotterdam of in de invermelde plaatsen; b. bijlage 2 met een lengte over alles van 10 meter tot 59 meter of met een brutotonnage van 1.200 BT of minder, in de inA vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen, Velsen, Amsterdam en Rotterdam; c. bijlage 2 met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT in de inA vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen; of d. waarvan de vangst voor ten minste 90% uit ansjovis of sprot bestaat, in de periode van 1 april tot en met 31 juli indien het ansjovis betreft en in de periode van 1 augustus tot en met 31 maart indien het sprot betreft, in de westelijke voorhaven van de Bergsediepsluis en aan de loswal van Schore, gemeente Kapelle; 2 Het is verboden vis in Nederland aan te landen, te lossen of over te laden met een ander vaartuig dan een vissersvaartuig. 3 bijlage 2 bijlage 3 Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor andere vaartuigen dan vissersvaartuigen in de inA vermelde havens of in de invermelde plaatsen, voor zover het op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels is toegestaan met deze vaartuigen de visserij uit te oefenen. 4 artikel 1, tweede lid Het is vissersvaartuigen die vis aan boord hebben uitsluitend toegestaan direct of indirect verbinding met de wal te maken in de havens of plaatsen waar de vis door het betrokken vissersvaartuig op grond van het eerste lid mag worden aangeland, mits de toegang tot de haven is toegestaan op grond van de in, genoemde verordeningen. 2022 11747 28-04-2022 24-04-2022 WJZ/21274470 2022 11747 28-04-2022 24-04-2022 WJZ/21274470 01-07-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Voorschriften aanlanden#
Artikel 7 Voorschriften aanlanden 1 artikel 2, tweede lid Voor zover niet op grond van de in, genoemde verordeningen anders is bepaald, wordt, voordat het aanlanden van vis plaatsvindt, elektronisch melding gedaan: a. aan de NVWA indien het een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter betreft; en b. aan de RVO indien het een vissersvaartuig met een lengte over alles van 10 meter of meer betreft. 2 De melding geschiedt ten minste vier uur voor het tijdstip van aanlanding door de kapitein, de eigenaar of diens gemachtigde en bevat ten minste de navolgende gegevens: a. bijlage 3 de haven van aanlanding of de inbedoelde plaats, onder vermelding van de exacte locatie; b. de geschatte datum en het geschatte tijdstip van aanlanding; c. de datum en het tijdstip van de melding; d. de roepletters van het vissersvaartuig; e. de naam van de ondernemer; f. de naam van de kapitein; g. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig; h. de data van de visreis en de betrokken geografische gebieden waar de vangsten zijn gedaan; i. de in het visserijlogboek geregistreerde hoeveelheden per soort, uitgedrukt in kilogrammen; en j. de hoeveelheden van elke soort die zullen worden aangeland of overgeladen, uitgedrukt in kilogrammen. 3 Het geschatte tijdstip van aanlanding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verschilt niet meer dan een half uur van het daadwerkelijke tijdstip van aanlanding. 4 Indien het een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter betreft, geldt dat de melding in afwijking van de aanhef van het tweede lid: a. ten minste twee uur voor het tijdstip van aanlanding plaatsvindt, en b. niet de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel i, bevat. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-01-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Voorschriften lossen#
Artikel 8 Voorschriften lossen 1 Een ambtenaar van de NVWA heeft toestemming gegeven om te lossen. 2 Op verzoek van degene die vis aanlandt, kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, worden verleend door een functionaris, namens een ambtenaar van de NVWA. Als verzoek om toestemming wordt in ieder geval aangemerkt het elektronische bericht van terugkeer naar de haven van aanlanding dat overeenkomstig artikel 37 in samenhang met Bijlage X van de Uitvoeringsverordening van de Controleverordening is verstuurd. 3 Toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt gegeven in de volgorde van melding van het tijdstip van aanlanding. 4 bijlage 2 Het lossen van vis in de inA genoemde havens vindt plaats op de in die bijlage achter de desbetreffende haven genoemde losplaatsen. 5 Alle zich aan boord van het vissersvaartuig bevindende vis, met uitzondering van paling, wordt in één ononderbroken losbeurt in zijn geheel gelost. 6 Voor zover het de vissoorten betreft, genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, is de vis die groter is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening per verpakkingseenheid naar vissoort gesorteerd en wordt de vis per vissoort gelost. 7 Het vijfde lid is niet van toepassing op het lossen van vis uit een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, mits alle aan boord aanwezige vis geheel is gelost voordat het vaartuig uitvaart. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Verplichtingen in kader van datacollectie#
Artikel 9 Verplichtingen in kader van datacollectie verordening 2017/1004 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, tweede en derde lid, en 20, eerste lid, van. 2017 70071 07-12-2017 05-12-2017 WJZ/17189607 2017 70071 07-12-2017 05-12-2017 WJZ/17189607 08-12-2017
Artikel 10 — Artikel 10 Vangstverboden#
Artikel 10 Vangstverboden 1 Het is verboden met een vissersvaartuig op de vissoorten, genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, in de bij die vissoorten vermelde wateren te vissen. 2 Het is verboden vangsten van een vissoort als bedoeld in het eerste lid, aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is. 3 De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor zover: a. artikel 12 het Nederlandse vissersvaartuigen betreft en het Nederlands quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit op grond van de in artikel 15 van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening ofis aangepast, niet is overschreden; b. het Unievissersvaartuigen betreft en het Europees quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit ingevolge artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening is verminderd, niet is overschreden; c. het vissersvaartuigen van derde landen betreft, in de gebieden vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, mits de visserij wordt uitgeoefend overeenkomstig de artikelen 53, 54 en 56 van de verordening vangstmogelijkheden; en d. in voorkomend geval wordt gehandeld in overeenstemming met de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, opgenomen voorwaarden die met de desbetreffende vangstmogelijkheid verband houden. 4 De minister maakt de datum, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de controleverordening, bekend. Deze datum kan per vissoort en vangstgebied verschillen. 5 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ‘vissen’ mede verstaan het in het desbetreffende vangstgebied varen met een vissersvaartuig dat is uitgerust met het vistuig dat in het voor dat gebied en voor de desbetreffende visserij op grond van artikel 15, zesde lid, van de basisverordening vastgestelde teruggooiplan bij de desbetreffende doelsoort is vermeld en dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, tenzij dat vistuig overeenkomstig artikel 47 van de controleverordening is vastgemaakt en opgeborgen. 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 18-03-2026
Artikel 11 — Artikel 11 Ontheffing vangstverboden voor wetenschappelijk onderzoek#
Artikel 11 Ontheffing vangstverboden voor wetenschappelijk onderzoek artikel 10, eerste en tweede lid artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 Van het verbod, bedoeld in, kan op grond vanuitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover: a. het onderzoek wordt begeleid door een wetenschappelijk instituut; b. het onderzoek, blijkens het bij de aanvraag voor de ontheffing te overleggen projectplan, naar het oordeel van de minister in het belang is van de Nederlandse visserij; c. het de vissoorten betreft waarop het onderzoek betrekking heeft; d. de resultaten van het onderzoek beschikbaar worden gesteld voor de Nederlandse visserijsector; en e. de totale vangsten waarvoor ontheffing wordt verleend het in artikel 33, zesde lid, van de controleverordening, genoemde percentage van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden niet te boven gaat. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Reservering vangstmogelijkheden#
Artikel 12 Reservering vangstmogelijkheden 1 De Minister kan een deel van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden reserveren ten behoeve van: a. ruilen van vangstmogelijkheden met andere lidstaten als bedoeld in artikel 16, achtste lid, van de basisverordening; b. artikelen 21, eerste lid 22 53 57 105 toewijzing aan een ondernemer, een groep of een producentenorganisatie, overeenkomstig de door de minister vast te stellen criteria, indien is komen vast te staan dat die ondernemer of de ondernemers die aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie deelnemen, in een nader te bepalen periode hebben gehandeld overeenkomstig de,,,envan deze regeling en aan de artikelen 39, eerste lid, en 49 van de controleverordening; of c. het afboeken van vangsten of bijvangsten van soorten die op grond van artikel 15 van de basisverordening moeten worden aangeland. 2 De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde toewijzing bedraagt per vissoort en vangstgebied ten hoogste 10% van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, voor die vissoort in het desbetreffende vangstgebied aan Nederland toegedeelde vangstmogelijkheden. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 13 — Artikel 13 Overige verboden#
Artikel 13 Overige verboden 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, eerste lid, 14, derde lid, 16, 17, tweede lid, 19, eerste, tweede en vijfde lid, 22, eerste lid, 23, eerste en tweede lid, 29, 30, eerste lid, 32, tweede en vierde lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 37, eerste en derde lid, 38, eerste en tweede lid, 41, 42, tweede lid, 43, eerste en tweede lid, 46, 49 en 59, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden en de artikelen 19bis, eerste lid, en 25 van de verordening vangstmogelijkheden 2025. 2 De sluitingsperiode als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de verordening vangstmogelijkheden is: a. voor Europese aal met een totale lengte van 12 centimeter of meer, van 1 september tot en met 28 februari; en b. voor Europese aal met een totale lengte van minder dan 12 centimeter, van 1 januari tot en met 31 december. 3 Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 17, eerste lid, 30, tweede lid, 32, eerste en derde lid, 36, eerste lid, 43, vierde lid, 45, 47, onderdelen b tot en met e, 48 en 58 van de verordening vangstmogelijkheden. 4 De uitzonderingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c en d, van de verordening vangstmogelijkheden, gelden uitsluitend voor vissersvaartuigen ten behoeve waarvan een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening is verleend voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c onderscheidenlijk d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2026 17244 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/105788722 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 01-06-2026
Artikel 14 — Artikel 14 Visserij op diepzeebestanden#
Artikel 14 Visserij op diepzeebestanden 1 verordening 2016/2336 verordening nr. 2347/2002 verordening 2016/2336 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 5, vijfde en zesde lid, artikel 8, zevende lid, artikel 9, tweede, derde en negende lid, artikel 11, tweede lid, de artikelen 12 en 13, artikel 15, vierde lid, vanen met artikel 3, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van, voor zover het Unievissersvaartuigen betreft die visserijactiviteiten uitvoeren in het gereglementeerde gebied van NEAFC, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van. 2 verordening 2016/2336 verordening 2016/2336 De aanvraag om een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 5, eerste of derde lid, vanbedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten, voldoet aan artikel 8, eerste lid, van. 3 verordening 2016/2336 De aanvraag om een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 5, eerste lid, vanbedoelde visserij betreft een vissersvaartuig: a. verordening 2016/2336 waarmee in de jaren 2009, 2010 of 2011 ten minste 100 ton van de in bijlage I bijvermelde soorten is aangeland, of b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen. 4 verordening 2016/2336 bijlage 2 Als havens als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van, worden aangewezen de havens die zijn vermeld inB met uitzondering van Den Helder. 2022 35451 29-12-2022 22-12-2022 WJZ/22563282 2022 35451 29-12-2022 22-12-2022 WJZ/22563282 01-01-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Pelagische visserij#
Artikel 15 Pelagische visserij 1 Het is verboden met een vissersvaartuig enige visserijactiviteit uit te oefenen in de zone van de SPRFMO, bedoeld in artikel 4, onderdeel u, van de verordening vangstmogelijkheden. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op vissersvaartuigen die pelagische visserij uitoefenen en die aantoonbaar in 2007, 2008 of 2009 in de in het eerste lid bedoelde zone visserijactiviteiten hebben uitgeoefend of op een vissersvaartuig dat voornoemd vissersvaartuig vervangt, indien: a. het vissersvaartuig hetzelfde of een kleiner brutotonnage heeft dan het te vervangen vaartuig; b. het vissersvaartuig pelagische visserij uitoefent; en c. artikel 1, onderdeel d, van het Registratiebesluit de personen op wier naam de vaartuigen staan geregistreerd in het visserijregister, bedoeld in, minimaal 4 weken voor het moment van vervangen een melding aan de minister hebben gedaan. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Vangstmogelijkheden Oostzee#
Artikel 16 Vangstmogelijkheden Oostzee Het is verboden in strijd te handelen met artikelen 7, eerste, derde en vijfde lid, 8, eerste lid, 9, eerste lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee#
Artikel 17 Vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee 1 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, tweede en vierde lid, en 23 van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee. 2 Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 18, tweede lid, en 19, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Herstelmaatregelen kabeljauw Noordzee#
Artikel 18 Herstelmaatregelen kabeljauw Noordzee Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in de gebieden en gedurende de perioden, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden. 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 18-03-2026
Artikel 19 — Artikel 19 Aanvullende visserij-inspanning annex IIA#
Artikel 19 Aanvullende visserij-inspanning annex IIA Vervallen 2016 72296 27-12-2016 22-12-2016 WJZ/16199134 2016 72296 27-12-2016 22-12-2016 WJZ/16199134 01-01-2017
Artikel 20 — Artikel 20 Overige visserij-inspanning#
Artikel 20 Overige visserij-inspanning Het is verboden te vissen met de typen vistuigen, bedoeld in hoofdstuk I van bijlage II van de verordening vangstmogelijkheden, in het gebied, bedoeld in dat hoofdstuk, en die typen vistuig aan boord te houden. 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 18-03-2026
Artikel 20a — Artikel 20a Vangstverbod MFL2#
Artikel 20a Vangstverbod MFL2 1 Het is verboden met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 te vissen op haring, koolvis, makreel, schelvis, wijting, tong, schol, heek, kabeljauw, sprot, zeeduivel, horsmakreel, blauwe wijting, kever en grote zilversmelt. 2 Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 dat is uitgerust met het volgende vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft: a. boomkor (TBB), gelijk aan of groter dan 80 mm; b. bodemottertrawl (OTB), 100 tot en met 119 mm; c. bodemspantrawl (PTB), 100 tot en met 119 mm; d. dubbele-bordentrawls (OTT), 100 tot en met 119 mm; e. deense zegen (SDN), gelijk aan of groter dan 70 mm; f. schotse spanzegen (SPR), gelijk aan of groter dan 70 mm; g. schotse zegen (SSC), gelijk aan of groter dan 80 mm; h. machinale handlijnen en hengelsnoeren (LHM); i. kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie kieuw- en schakelnetten of schakelnetten (GN, GND, GNC, GTN en GTR), 90 tot en met 109 mm; j. kieuwnet, geankerd kieuwnet (staand net), kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie kieuw- en schakelnetten of schakelnet (GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR), 140 tot en met 270 mm; k. pelagische ottertrawl (OTM), 32 tot en met 69 mm; l. pelagische spantrawl (PTM), 32 tot en met 69 mm. 3 Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in het eerste lid, aan boord te houden van of aan te landen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is. 2017 70071 07-12-2017 05-12-2017 WJZ/17189607 2017 70071 07-12-2017 05-12-2017 WJZ/17189607 01-01-2018
Artikel 21 — Artikel 21 Vangstverbod#
Artikel 21 Vangstverbod 1 bijlage 8 Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort, genoemd in, in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen. 2 artikel 22, eerste lid Het eerste lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied een contingent geldt van de desbetreffende vissoort, voor zover dat contingent nog niet is opgevist en indien is voldaan aan. 3 bijlage 8a Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een invermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, indien de aanlandplicht van toepassing is op vangsten van de vissoort of de vissoorten die bij dat vistuig is onderscheidenlijk zijn vermeld. 4 bijlage 8a artikel 22, eerste lid Het derde lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig een contingent geldt van de bij het desbetreffende vistuig invermelde vissoort of in voorkomend geval vissoorten, voor zover dat contingent of die contingenten, nog niet is onderscheidenlijk zijn opgevist en indien is voldaan aan. 5 Het is verboden in de ICES-sectoren 7d en 7e te varen of te vissen met een vissersvaartuig waarvoor een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van verordening nr. 1954/2003 en dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent horsmakreel geldt dat nog niet is opgevist. 6 bijlage 8 Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in, aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent voor de desbetreffende vissoort geldt dat nog niet is opgevist. 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 06-04-2024 01-01-2024
Artikel 22 — Artikel 22 Nadere voorschriften#
Artikel 22 Nadere voorschriften 1 Voor zover het de vissoorten tong of schol betreft, geldt voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied zowel een contingent tong als een contingent schol. 2 artikel 21, tweede, vierde en vijfde en zesde lid artikel 46a, eerste lid Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer contingenten voor hetzelfde vangstgebied en voor dezelfde vissoort gelden, wordt voor de toepassing van, en, de som van die contingenten in aanmerking genomen. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 23 — Artikel 23 Uitzondering vangstverbod MFL1#
Artikel 23 Uitzondering vangstverbod MFL1 1 artikel 21, eerste en derde lid bijlage 8a In afwijking van, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op een vissoort te vissen in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied onderscheidenlijk te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met het invermeld vistuig, dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist. 2 artikel 21, vijfde lid In afwijking van, is het toegestaan te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in de ICES-sectoren 7d en 7e, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontinent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist. 3 artikel 21, zesde lid In afwijking van, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 een vissoort aan boord te houden of aan te landen voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist. 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 06-04-2024 01-01-2024
Artikel 24 — Artikel 24 Toegestane vangsthoeveelheden#
Artikel 24 Toegestane vangsthoeveelheden 1 artikel 21, eerste, derde en zesde lid bijlage 9 In afwijking van, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel te vissen in de vangstgebieden, bedoeld in, of te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft en waarbij de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel worden vermeld, onderscheidenlijk deze vissoorten aan boord te houden of aan te landen, voor zover: a. artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij bijlage 9 voor het vissersvaartuig geen contingent kabeljauw, wijting of makreel, maar wel enig ander contingent geldt, of voor het vissersvaartuig ingevolgeeen vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in, vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in de desbetreffende kalendermaand nog niet is opgevist; b. het een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend betreft en door het desbetreffende vissersvaartuig de som van de hoeveelheden kabeljauw, wijting of makreel per kalendermaand, bedoeld onder a, voor de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist; c. artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij bijlage 9 voor het vissersvaartuig noch een contingent geldt noch ingevolgeeen vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in, vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist; of d. bijlage 9 voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de in, vermelde hoeveelheid horsmakreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist. 2 artikel 21, vijfde lid In afwijking van, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat is uitgerust met een schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in ICES-sectoren 7d en 7e te vissen of te varen, voor zover voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de hoeveelheid horsmakreel, bedoeld in het eerste lid, onder d, in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist. 3 De som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor een vissersvaartuig van een ondernemer die lid is van een groep of producentenorganisatie worden in beheer gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie. 4 artikel 96, eerste lid artikel 12, eerste lid Indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge, wordt de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover die nog niet zijn opgevist, toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in. 5 artikel 96, eerste lid, onderdeel c artikel 32, eerste lid In afwijking van het vierde lid, blijft, indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge, de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover deze nog niet zijn opgevist, indien ze ingevolge, aan een groepscontingent zijn toegekend, onderdeel van dat groepscontingent. 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 06-04-2024 01-01-2024
Artikel 25 — Artikel 25 Toegestane bijvangsten kabeljauw of wijting#
Artikel 25 Toegestane bijvangsten kabeljauw of wijting Vervallen 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 26 — Artikel 26 Toegestane bijvangsten makreel#
Artikel 26 Toegestane bijvangsten makreel Vervallen 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 27 — Artikel 27 Toegestane bijvangst horsmakreel#
Artikel 27 Toegestane bijvangst horsmakreel Vervallen 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 27a — Artikel 27a Toegestane bijvangst ondermaatse schol en tong#
Artikel 27a Toegestane bijvangst ondermaatse schol en tong Vervallen 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 28 — Artikel 28 Volledig gedocumenteerde visserij#
Artikel 28 Volledig gedocumenteerde visserij Vervallen 2017 18073 27-03-2017 23-03-2017 WJZ/17032008 2017 18073 27-03-2017 23-03-2017 WJZ/17032008 28-03-2017
Artikel 29 — Artikel 29 Bepaling contingent#
Artikel 29 Bepaling contingent 1 bijlage 8 Een ondernemer heeft in enig kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent van een invermelde vissoort ter grootte van het in bijlage 8 bij die vissoort vermelde percentage: a. van de hoeveelheid waarvoor hij voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december om 24.00 uur van het vorige kalenderjaar, voor zover hij op dat moment voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had van meer dan 0 kilogram van die vissoort; of b. bijlage 8 van de hoeveelheid waarvoor hij voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december om 24.00 uur van het laatste kalenderjaar waarin die hoeveelheid groter was dan 0 kilogram, voor zover hij op 31 december om 24.00 uur van het vorige kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had voor een hoeveelheid van 0 kilogram van die vissoort en op dat moment voor die vissoort ineen percentage van 0% was opgenomen. 2 Een ondernemer heeft slechts recht op een contingent tong of schol, indien hij ook recht heeft op een contingent schol onderscheidenlijk tong. 3 artikel 39 Voor de bepaling van een contingent voor een kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het daaraan voorafgaande jaar ingevolgeis gekort, niet meegerekend. 4 De minister wijzigt het in het eerste lid genoemde percentage voor een vissoort indien ten gevolge van een bindende EU-rechtshandeling de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden van die vissoort worden verlaagd. 5 De minister kan ten behoeve van een ondernemer die zijn contingent van een vissoort nog niet heeft overschreden, het in het eerste lid genoemde percentage wijzigen indien: a. het Nederlands quotum voor die vissoort daartoe ruimte biedt; of b. ten gevolge van de in artikel 15 van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, wijziging optreedt in de voor Nederland beschikbare hoeveelheid van die vissoort. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 30 — Artikel 30 Document met contingent#
Artikel 30 Document met contingent 1 artikel 29, eerste lid 39 De minister reikt aan de ondernemer die op grond van, recht heeft op een contingent, een document uit waarin het overeenkomstig de artikelen 29 enbepaalde contingent van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar is vermeld en dat ten minste de volgende gegevens bevat: a. de naam van de ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig, waarvoor het contingent geldt, staat geregistreerd; en b. de lettertekens en het nummer van het desbetreffende vissersvaartuig. 2 Indien na ontbinding van een samenwerkingsverband dat een vissersvaartuig in exploitatie heeft, een of meer van de deelnemers van dit samenwerkingsverband de exploitatie van dat vissersvaartuig voortzetten, wordt na melding daartoe door alle voormalige deelnemers van het ontbonden samenwerkingsverband de tenaamstelling van het document gewijzigd. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 30a — Artikel 30a Vervallen contingenten#
Artikel 30a Vervallen contingenten 1 artikel 96, eerste lid, onderdeel c Indien een visvergunning wordt ingetrokken ingevolge, vervallen de contingenten die gelden voor het vissersvaartuig dat is vermeld op die visvergunning. 2 artikel 44 Indien op naam van de houder van de visvergunning, bedoeld in het eerste lid, contingenten zijn aangehouden ingevolge, vervallen ook deze contingenten. 3 artikel 32, eerste lid Vangstmogelijkheden van vervallen contingenten blijven gedurende het kalenderjaar waarin de contingenten vervallen, voor zover deze nog niet zijn opgevist, onderdeel van het groepscontingent waaraan ze ingevolge, zijn toegekend. 4 artikel 32, eerste lid artikel 12, eerste lid Indien de contingenten niet in beheer zijn gegeven aan een groep of producentenorganisatie en ze ingevolge, geen onderdeel uitmaken van een groepscontingent, worden de vangstmogelijkheden van die vervallen contingenten gedurende het kalenderjaar waarin ze vervallen toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in, voor zover deze contingenten nog niet zijn opgevist. 5 Indien contingenten vervallen in het kalenderjaar 2022, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing voor het kalenderjaar 2023. 2022 22931 31-08-2022 28-08-2022 WJZ/22052273 2022 22931 31-08-2022 28-08-2022 WJZ/22052273 01-09-2022
Artikel 31 — Artikel 31 In beheer geven contingent aan groep of PO#
Artikel 31 In beheer geven contingent aan groep of PO 1 Ondernemers kunnen de voor hun vissersvaartuigen geldende contingenten van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar in beheer geven aan een groep of een producentenorganisatie, indien – voor zover het een groep betreft – is voldaan aan het tweede lid. 2 De groep bestaat uit ten minste vijftien ondernemers die lid zijn van één producentenorganisatie en bezit rechtspersoonlijkheid. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 32 — Artikel 32 Toekenning groepscontingent#
Artikel 32 Toekenning groepscontingent 1 artikel 34 Indien de minister voor 1 februari van enig kalenderjaar een daartoe strekkend verzoek dat is ingediend overeenkomstigheeft ontvangen van een groep of een producentenorganisatie, kent hij aan die groep of producentenorganisatie een groepscontingent van een vissoort voor een vangstgebied toe gelijk aan: voor zover deze niet zijn opgevist en aangeland. a. de som van de contingenten van die vissoort die in beheer zijn gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie, en b. artikel 24 de som van de op grond vanaan de desbetreffende groep of producentenorganisatie in beheer gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort, 2 Een groepscontingent van een vissoort staat op naam van de groep of de producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen van ondernemers: a. artikel 24 waarvan de contingenten of de inbedoelde som van de hoeveelheden van de desbetreffende soorten aan de groep of de producentenorganisatie in beheer zijn gegeven, of b. die lid zijn van de desbetreffende producentenorganisatie en in voorkomend geval van de desbetreffende groep. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 32a — Artikel 32a Extra hoeveelheid vangstmogelijkheden#
Artikel 32a Extra hoeveelheid vangstmogelijkheden 1 artikel 32, eerste lid Indien een groep of producentenorganisatie een verzoek heeft ingediend als bedoeld in, kent de minister aan het groepscontingent van die groep of producentenorganisatie ambtshalve een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van een vissoort voor een vangstgebied toe. 2 De totale hoeveelheid extra vangstmogelijkheden die door de minister op grond van het eerste en derde lid, kan worden toegekend is gelijk aan de totale hoeveelheid van de vangstmogelijkheden van vervallen contingenten. 3 bijlage 8 De omvang van de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden per groep of producentenorganisatie wordt bepaald naar evenredigheid van hetgeen is opgevist en aangeland in het voorafgaande kalenderjaar, door de vissersvaartuigen van de leden van de groep of producentenorganisatie in het kalenderjaar waarvoor het groepscontingent wordt toegekend, per vissoort, genoemd in, in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied. 4 Artikel 32, tweede lid , is van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden. 5 Artikel 46 is niet van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden. 2022 22931 31-08-2022 28-08-2022 WJZ/22052273 2022 22931 31-08-2022 28-08-2022 WJZ/22052273 01-01-2024
Artikel 32b — Artikel 32b Benutting groepscontingent#
Artikel 32b Benutting groepscontingent artikel 32a De minister draagt er zorg voor dat de aanlandingen van de leden van een groep of producentenorganisatie, waarvoor een groepscontingent geldt waaraan een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden is toegekend als bedoeld in, in mindering worden gebracht op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent, tenzij de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent volledig is opgevist. 2022 22931 31-08-2022 28-08-2022 WJZ/22052273 2022 22931 31-08-2022 28-08-2022 WJZ/22052273 01-01-2024
Artikel 33 — Artikel 33 Recht op individueel aandeel#
Artikel 33 Recht op individueel aandeel 1 Een ondernemer heeft slechts recht op een individueel aandeel in een groepscontingent van een vissoort indien: a. hij alle geldende, en gedurende het kalenderjaar eventueel te verwerven contingenten van een vissoort aan de groep of de producentenorganisatie in beheer geeft en b. hij met zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen niet aan andere groepen deelneemt. 2 Indien het groepscontingent van een vissoort volledig is opgevist, is het de ondernemer in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, toegestaan het contingent van de desbetreffende vissoort dat hij nadien verwerft, niet aan de groep of de producentenorganisatie in beheer te geven. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 34 — Artikel 34 Indiening verzoek door groep of PO#
Artikel 34 Indiening verzoek door groep of PO 1 artikel 32, eerste lid Het verzoek, bedoeld in, wordt door de groep of de producentenorganisatie ingediend en gaat vergezeld van de volgende bescheiden: a. een visplan; b. de statuten van de groep of de producentenorganisatie, waarin in ieder geval is bepaald dat de leden van de groep of de producentenorganisatie alle aan te voeren vis via bemiddeling van visafslagen moeten verhandelen en dat bij niet-naleving van de door de groep of de producentenorganisatie opgestelde bepalingen een sanctiesysteem zal worden toegepast en op welke wijze de geïnde boetes door de groep of de producentenorganisatie zullen worden besteed; c. het huishoudelijk reglement van de groep of de producentenorganisatie; en d. een overzicht van alle leden van de groep of de producentenorganisatie in voorkomend geval onder vermelding van de voor hun vissersvaartuigen geldende contingenten die zij voor het desbetreffende kalenderjaar aan de groep of de producentenorganisatie in beheer hebben gegeven. 2 In het visplan is ten minste aangegeven: a. de spreiding van de aanvoer van het beschikbare groepscontingent; en b. de maatregelen die zijn genomen of zullen worden genomen om de visserij-inspanning van de deelnemers aan het groepscontingent af te stemmen op de desbetreffende groepscontingenten. 3 Indien het verzoek wordt gedaan door een producentenorganisatie, behoeven de in het eerste lid bedoelde bescheiden niet te worden ingediend, voor zover deze door de desbetreffende producentenorganisatie voor 1 februari van het desbetreffende kalenderjaar zijn ingediend op grond van artikel 28 van de GMO-verordening. 4 De minister wijst het verzoek af, indien: a. de voorgeschreven bescheiden niet zijn overgelegd; of b. naar zijn oordeel de naleving van deze regeling en van de afspraken die binnen de groep of de producentenorganisatie zijn gemaakt, onvoldoende is verzekerd. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 35 — Artikel 35 Verplichtingen van bestuur van groep of PO#
Artikel 35 Verplichtingen van bestuur van groep of PO 1 Het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie: a. ziet toe op de naleving van het visplan; b. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie het groepscontingent niet overschrijden; c. artikelen 20a 21 ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie deennaleven; d. past in geval van overschrijding van het individueel aandeel of van het groepscontingent sanctiemaatregelen toe; e. registreert en administreert huur- en verhuurtransacties en eventuele terbeschikkingstellingen als bedoeld in onderdeel k; f. voert een deugdelijke administratie waaruit te allen tijde de omvang van het groepscontingent blijkt, alsmede de hoeveelheden van de desbetreffende vissoort die per vissersvaartuig, per deelgebied of sector zijn aangeland; g. overlegt elke wijziging van de statuten en huishoudelijke reglementen van de groep of de producentenorganisatie onverwijld aan de minister; h. verleent ambtenaren van de NVWA te allen tijde inzage in de gegevens, bedoeld in de onderdelen e en f; i. verstrekt de minister op verzoek een kopie van de gegevens, bedoeld in de onderdelen e en f; en j. artikel 110, tweede lid stuurt de door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie ingevolge, ontvangen gegevens na ontvangst onverwijld door aan de minister; k. ziet, indien de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden wordt opgedeeld per individueel vissersvaartuig, erop toe dat voor het ter beschikking stellen van een deel hiervan aan een ander vissersvaartuig geen financiële vergoeding wordt gegeven. 2 De producentenorganisatie streeft de in artikel 7 van de GMO-verordening genoemde doelstellingen na en kan daartoe de in artikel 8 van de GMO-verordening bedoelde maatregelen toepassen. 2022 22931 31-08-2022 28-08-2022 WJZ/22052273 2022 22931 31-08-2022 28-08-2022 WJZ/22052273 01-01-2024
Artikel 36 — Artikel 36 Onttrekking aan groepscontingent#
Artikel 36 Onttrekking aan groepscontingent 1 artikel 24 De ten behoeve van een groepscontingent in beheer gegeven contingenten of som van de inbedoelde hoeveelheden van een vissoort kunnen door een ondernemer gedurende een kalenderjaar slechts geheel of gedeeltelijk aan het groepscontingent worden onttrokken, indien: a. hij daarvan melding doet aan de minister; b. de melding vergezeld gaat van een schriftelijke verklaring van het bestuur van de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat het met de onttrekking instemt; en c. het groepscontingent van de desbetreffende vissoort of indien het tong of schol betreft, het groepscontingent tong en het groepscontingent schol op het moment van ontvangst van de melding nog niet geheel is opgevist. 2 artikel 24 De te onttrekken contingenten of de som van de inbedoelde hoeveelheden van een vissoort worden verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden zijn gerealiseerd. 3 De onttrekking vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer en aan de groep of de producentenorganisatie, dat de melding is ontvangen. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 37 — Artikel 37 Uitsluiting deelname#
Artikel 37 Uitsluiting deelname 1 De minister kan op verzoek van het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie een deelnemer aan een groepscontingent van verdere deelname uitsluiten indien de deelnemer de binnen de groep of de producentenorganisatie geldende regels niet naleeft. 2 artikel 24 artikel 29, eerste lid De uitgesloten deelnemer aan een groepscontingent heeft voor zover hij een contingent of een som van de inbedoelde hoeveelheden in beheer heeft gegeven aan de groep of de producentenorganisatie voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent onderscheidenlijk een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dat gelijk is aan het op grond van de, geldende contingent van die vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 38 — Artikel 38 Basis voor bepaling contingenten#
Artikel 38 Basis voor bepaling contingenten artikelen 36, tweede lid 37, tweede lid artikel 35, onderdeel f Bij de vermindering, bedoeld in de, en, gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in, behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent. 2022 33968 20-12-2022 14-12-2022 WJZ/22571108 2022 33968 20-12-2022 14-12-2022 WJZ/22571108 01-01-2023
Artikel 39 — Artikel 39 Korting op contingenten#
Artikel 39 Korting op contingenten 1 Indien de ondernemer het contingent van een vissoort in een kalenderjaar overschrijdt, wordt het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar overeenkomstig gekort. 2 Indien de hoeveelheid waarmee het contingent van die vissoort in een kalenderjaar wordt overschreden, groter is dan het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar, wordt het contingent van die vissoort voor de op dat jaar volgende kalenderjaren overeenkomstig gekort. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de ondernemer in het kalenderjaar de som van de voor zijn vissersvaartuigen geldende contingenten overschrijdt. 4 Indien het groepscontingent van een vissoort in een kalenderjaar wordt overschreden, worden de contingenten van die vissoort van de deelnemers aan dat groepscontingent voor het daarop volgende kalenderjaar gekort met de hoeveelheid waarmee hun individueel aandeel van die vissoort in dat groepscontingent is overschreden. 5 Indien de hoeveelheid, bedoeld in het vierde lid, groter is dan het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar, wordt het contingent van die vissoort voor de op dat jaar volgende kalenderjaren overeenkomstig gekort. 6 In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van: a. artikel 29, eerste lid het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van, geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht; of b. artikel 29, eerste lid het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van, geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht. 7 artikel 46a artikel 46c De leden 1 tot en met 5, gelden niet indien aan de ondernemer of de deelnemers aan het groepscontingent op basis van een overeenkomstigingediende aanvraag een aanlandcontingent ter grootte van de overschrijding is verstrekt, voor zover de betrokken ondernemer of de betrokken deelnemers aan het groepscontingent heeft onderscheidenlijk hebben voldaan aan. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 40 — Artikel 40 Andere verdeling van contingenten over vissersvaartuigen#
Artikel 40 Andere verdeling van contingenten over vissersvaartuigen 1 artikel 29, eerste lid In afwijking van, kan een ondernemer op wiens naam meer dan één vissersvaartuigen geregistreerd zijn waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier over deze vissersvaartuigen verdelen. 2 De verdeling is slechts toegestaan, indien: a. de ondernemer de minister daarvan voor 1 december van het desbetreffende kalenderjaar melding doet; b. voor zover het een contingent tong of schol betreft, voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de herverdeling zowel een contingent tong als een contingent schol geldt; en c. voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de herverdeling een contingent van de desbetreffende vissoort geldt. 3 De andere verdeling wordt slechts toegepast na kennisgeving van de minister aan de ondernemer dat de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is ontvangen. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 41 — Artikel 41 Overdraagbaarheid van contingenten#
Artikel 41 Overdraagbaarheid van contingenten 1 artikelen 42 43 Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 indien is voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid en aan deen. 2 artikel 30 Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk wil overdragen, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in. 3 Indien de ondernemer aan wie het contingent wordt overgedragen, meer dan één vissersvaartuig heeft, wordt bij het verzoek vermeld welk deel van het over te dragen contingent voor elk van deze vissersvaartuigen komt te gelden. 4 Indien ten behoeve van de ondernemer een pandrecht op het contingent van de desbetreffende vissoort is verleend, gaat het verzoek vergezeld van een verklaring dat de pandhouder met de overdracht instemt. 5 De instemming van de pandhouder is slechts vereist indien de pandhouder de minister door middel van een afschrift van de akte van verpanding in kennis heeft gesteld van het gevestigde pandrecht. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 42 — Artikel 42 Voorwaarden voor overdracht van contingenten#
Artikel 42 Voorwaarden voor overdracht van contingenten 1 Een geheel contingent tong of schol kan slechts worden overgedragen: a. tegelijkertijd met de gehele overdracht van het contingent schol onderscheidenlijk tong van de desbetreffende ondernemer, met dien verstande dat de minister op verzoek van die ondernemer kan toestaan het verzoek tot overdracht van laatstbedoelde vissoort voor een door hem vast te stellen periode aan te houden; en b. aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor zowel een contingent tong als schol geldt. 2 Een gedeeltelijk contingent tong kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor zowel een contingent tong als schol geldt. 3 Een gedeeltelijk contingent van een andere vissoort dan genoemd in het tweede lid kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 43 — Artikel 43 Overdracht van contingenten#
Artikel 43 Overdracht van contingenten artikel 39 artikel 46c, vierde lid De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan, de hoeveelheden, bedoeld in, en de hoeveelheden, bedoeld in. 2024 42975 30-12-2024 20-12-2024 WJZ/96044987 2024 42975 30-12-2024 20-12-2024 WJZ/96044987 01-01-2025
Artikel 44 — Artikel 44 Aanhouden van contingenten#
Artikel 44 Aanhouden van contingenten 1 De minister kan op verzoek van de desbetreffende ondernemer voor een door hem vast te stellen periode het overgedragen contingent van een vissoort of het contingent van een vissoort dat voor een door de ondernemer aan te wijzen vissersvaartuig geldt, aanhouden. 2 Indien de ondernemer meer dan één vissersvaartuig heeft aangewezen, geeft hij voor elk van deze vaartuigen aan welk deel van het aangehouden contingent voor dat vaartuig komt te gelden. 3 Een aangehouden contingent van een vissoort kan alleen voor vissersvaartuigen komen te gelden waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt. 4 Een aangehouden contingent tong of schol kan alleen voor vissersvaartuigen komen te gelden waarvoor zowel een contingent tong als een contingent schol geldt. 5 Het geldend maken van een contingent tijdens de door de minister vastgestelde periode van aanhouding kan slechts plaatsvinden indien de ondernemer één of meer vissersvaartuigen heeft aangewezen waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt en voor zover het een contingent voor de vissoorten tong of schol betreft voor het vissersvaartuig zowel een contingent tong als schol geldt. 6 Indien de ondernemer binnen de door de minister vastgestelde periode van aanhouding geen vissersvaartuig of vissersvaartuigen heeft aangewezen ten behoeve waarvan een aangehouden contingent kan komen te gelden, vervalt na afloop van deze periode de toekenning van het contingent. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 45 — Artikel 45 Ingebruikgeving van contingenten#
Artikel 45 Ingebruikgeving van contingenten 1 artikel 44 Een ondernemer kan het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolgeis aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan: a. een met name genoemde ondernemer met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 voor wiens vissersvaartuig een contingent geldt van dezelfde vissoort en voor zover het een contingent voor de vissoorten tong of schol betreft voor het vissersvaartuig zowel een contingent tong als schol geldt; of b. ondernemers die lid zijn van een groep of een producentenorganisatie die een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort beheert. 2 Het eerste lid is slechts van toepassing indien: a. de ondernemer daarvan voor 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar melding doet aan de minister; en b. de periode waarvoor het contingent van een vissoort geheel of gedeeltelijk in gebruik wordt gegeven op het moment van de melding, bedoeld in onderdeel a, kleiner is dan de resterende periode waarvoor het desbetreffende contingent is aangehouden. 3 artikel 46c, vierde lid De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in, daarop in mindering zijn gebracht. 2024 42975 30-12-2024 20-12-2024 WJZ/96044987 2024 42975 30-12-2024 20-12-2024 WJZ/96044987 01-01-2025
Artikel 46 — Artikel 46 Ingebruikgeving van groepscontingenten#
Artikel 46 Ingebruikgeving van groepscontingenten 1 Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een andere groep of producentenorganisatie ten behoeve van samenvoeging met een groepscontingent van die vissoort, indien het bestuur van de ingebruikgeving voor 15 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de melding betrekking heeft, melding heeft gedaan aan de minister. 2 Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een of meer met name genoemde ondernemers, met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1, die geen lid is onderscheidenlijk zijn van een groep of een producentenorganisatie en voor wiens vissersvaartuig een contingent van dezelfde vissoort geldt, of voor zover het contingent voor de vissoorten tong of schol betreft, voor beide soorten een contingent geldt, indien het bestuur van de ingebruikgeving voor 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar melding heeft gedaan aan de minister. 3 artikel 46c, vierde lid De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in, daarop in mindering zijn gebracht. 2024 42975 30-12-2024 20-12-2024 WJZ/96044987 2024 42975 30-12-2024 20-12-2024 WJZ/96044987 01-01-2025
Artikel 46a — Artikel 46a Aanlandcontingent#
Artikel 46a Aanlandcontingent 1 bijlage 8 Vangsten van de vissoorten, vermeld in, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, die worden aangeland door: a. artikel 24 een ondernemer die geen lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of inbedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort; b. een ondernemer die lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het groepscontingent van de desbetreffende vissoort van de desbetreffende groep of de desbetreffende producentenorganisatie. 2 bijlage 8 De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 vraagt een aanlandcontingent aan voor de vangst of het gedeelte van de vangst van een vissoort, vermeld in, waarop de aanlandplicht van toepassing is voor zover: a. artikel 24 voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de desbetreffende vissoort geen contingent of een inbedoelde hoeveelheid geldt dan wel de vangsten van de desbetreffende vissoort groter zijn dan het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in artikel 24 bedoelde hoeveelheid; b. aan de groep of de producentenorganisatie waarvan een ondernemer lid is, geen groepscontingent voor de desbetreffende vissoort is toegekend, of dat groepscontingent is opgevist. 3 artikel 20a, eerste lid De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 vraagt voor een vangst van een vissoort, genoemd in, waarop de aanlandplicht van toepassing is een aanlandcontingent aan, tenzij de vangst in mindering kan worden gebracht op een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is. 4 artikel 7 De in het tweede en derde lid bedoelde aanvraag wordt gelijktijdig met de melding, bedoeld in, dan wel met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, gedaan onder vermelding van de overeenkomstig artikel 14 van de controleverordening in het logboek geregistreerde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort. Voor zover het in het elektronisch visserijlogboek, bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de uitvoeringsverordening controleverordening, niet mogelijk is om de aanvraag tegelijkertijd met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, te doen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening moet worden ingediend als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd. 5 artikel 104a, eerste lid Indien de kapitein, eigenaar of gemachtigde nalaat om overeenkomstig het vierde lid een aanvraag in te dienen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening dan wel op grond van, van deze regeling in samenhang met artikel 23 van de controleverordening moet worden ingediend, als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd. 2017 59829 17-10-2017 13-10-2017 WJZ/17137096 2017 59829 17-10-2017 13-10-2017 WJZ/17137096 01-01-2018
Artikel 46b — Artikel 46b Uitzonderingen aanlandcontingent#
Artikel 46b Uitzonderingen aanlandcontingent 1 artikel 46a, eerste en derde lid artikel 24 In afwijking van, worden aanlandingen van ondermaatse tong, schol, kabeljauw en wijting niet in mindering gebracht op een voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldend contingent, een inbedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is. 2 artikel 46a, tweede en derde lid In afwijking van, wordt voor aanlandingen van ondermaatse vis geen aanlandcontingent aangevraagd. 2020 63004 30-11-2020 27-11-2020 WJZ/20290361 2020 63004 30-11-2020 27-11-2020 WJZ/20290361 01-01-2021
Artikel 46c — Artikel 46c Betaling aanlandcontingent#
Artikel 46c Betaling aanlandcontingent 1 Voor een aanlandcontingent wordt een bedrag betaald ter hoogte van: met dien verstande dat het totaal verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de in onderdeel b bedoelde prijs bedraagt. a. artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van het Legesbesluit visserijdocumenten het bedrag dat degene aan wie het document gericht is, op grond vanverschuldigd is, vermeerderd met b. artikel 24 de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht van een vissoort die is vermeld in de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, die niet in mindering kan worden gebracht op een contingent, hoeveelheid als bedoeld inof groepscontingent, vermenigvuldigd met tachtig procent van de gemiddelde prijs van de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kwartaal van aanlanding, in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de website van de RVO; 2 In afwijking van het eerste lid wordt voor een aanlandcontingent voor horsmakreel gevangen in wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d, slechts het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betaald, met dien verstande dat het verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de gemiddelde prijs in het kwartaal van aanlanding in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde website, van de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht die is vermeld in de aangifte van de aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, bedraagt. Dit lid is van toepassing tot het moment dat veertig procent van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden van het betreffende visbestand is opgevist. 3 Indien een ondernemer na de aanvraag van een aanlandcontingent voor de desbetreffende vissoort een contingent in gebruik krijgt of overgedragen krijgt, worden daarop allereerst de aangelande hoeveelheden waarvoor een aanlandcontingent is verstrekt in mindering gebracht en wordt, voor zover een bedrag is betaald voor het aanlandcontingent, het bedrag dat is betaald voor de desbetreffende hoeveelheid minus het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de ondernemer terugbetaald. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 47 — Artikel 47 Spanvisserij#
Artikel 47 Spanvisserij 1 Indien twee of meer Nederlandse vissersvaartuigen, waarvoor contingenten haring, die op hetzelfde vangstgebied betrekking hebben, kabeljauw en wijting, of makreel gelden, de visserij in span uitoefenen, wordt aan elk van de betrokken vissersvaartuigen een evenredig deel van de totale door deze vissersvaartuigen aangelande hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of vissoorten toegerekend. 2 Alle tot het span te rekenen vissersvaartuigen landen in dezelfde Nederlandse haven aan en lossen gezamenlijk. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 48 — Artikel 48 Nadere voorschriften contingenten haring#
Artikel 48 Nadere voorschriften contingenten haring artikelen 31, eerste lid 32, eerste lid 40, eerste lid 41, tweede lid 44, eerste lid 45, eerste lid 46, eerste en tweede lid Indien het een contingent haring betreft, zijn de,,,, voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht,,, en, uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 49 — Artikel 49 Nadere voorschriften meldingen#
Artikel 49 Nadere voorschriften meldingen 1 artikelen 30, tweede lid 36, eerste lid, onderdeel a 40, tweede lid, onderdeel a 45, tweede lid, onderdeel a 46, eerste en tweede lid, onderdeel a Een melding als bedoeld in de,,,, en, wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier. 2 artikelen 32, eerste lid 37, eerste lid 39, zesde lid 41, tweede lid 42, vierde lid 44, eerste lid Een verzoek als bedoeld in de,,,,, en, wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 50 — Artikel 50 Meting maaswijdte#
Artikel 50 Meting maaswijdte Voor de toepassing van de in dit hoofdstuk genoemde verordeningen wordt de maaswijdte van vistuig gemeten overeenkomstig verordening nr. 517/2008. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 51 — Artikel 51 Voorzieningen aan sleepnetten#
Artikel 51 Voorzieningen aan sleepnetten Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 15 van verordening nr. 3440/84, of sleepnetten als bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 3440/84, aan boord te houden indien deze netten niet voldoen aan de artikelen 4 tot en met 15 van die verordening. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 52 — Artikel 52 Drijfnetten#
Artikel 52 Drijfnetten Vervallen 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 53 — Artikel 53 Bescherming jonge exemplaren mariene organismen#
Artikel 53 Bescherming jonge exemplaren mariene organismen 1 verordening 2019/1241 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, eerste lid, 8, tweede tot en met vierde lid, 9, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 10, eerste tot en met derde lid, 11, eerste en tweede lid, 12, eerste lid, en 13, tweede en vierde lid, en met de technische maatregelen, bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, en 28 van. 2 verordening 2019/1241 verordening 2019/1241 Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 8, vijfde lid, en 24, eerste lid, vanvastgestelde uitvoeringshandelingen en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 15, tweede lid, 23, eerste en vijfde lid, en 27, zevende lid, vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 3 verordening 2019/1241 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, derde lid, van, is de NVWA. 4 verordening 2019/1241 Het in het eerste lid bedoelde verbod is, voor zover dat betrekking heeft op artikel 7, eerste lid, onder b, van, gedurende de overgangsperiode en in het gebied, bedoeld in bijlage V, deel D, punt 2, van die verordening niet van toepassing op het vissen met een elektrische pulskor als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder 17, van die verordening, voor zover: a. de ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig waarmee met de elektrische pulskor wordt gevist, is geregistreerd, op 13 augustus 2019 om 24.00 uur beschikte over een geldige pulstoestemming voor dat vaartuig die door de minister uiterlijk in 2010 is verleend op grond van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling technische maatregelen 2000, zoals dit artikelonderdeel luidde op het tijdstip waarop deze toestemming werd verleend; b. verordening 2019/1241 wordt voldaan aan bijlage V, deel D, punt 2, onder b tot en met e, van; c. verordening 2019/1241 wordt voldaan aan bijlage V, deel D, punt 5, vanen aan de maatregelen die lidstaten op grond van bijlage V, deel D, punt 4, van die verordening hebben genomen; en d. wordt voldaan aan de aan de toestemming verbonden voorschriften. 5 De minister kan de aan de toestemming verbonden voorschriften wijzigen. 6 verordening 2019/1241 Het is verboden elektrische pulskorren als bedoeld in artikel 6, onder 17, vanaan boord te hebben van een vissersvaartuig, indien niet is voldaan aan het vierde lid, onderdeel a, b of d. 7 De minister kan de toestemming intrekken of voor een bepaalde periode schorsen indien naar het oordeel van de minister: a. de ondernemer van een vissersvaartuig ten aanzien van wie een toestemming is verleend, of diens gemachtigde niet voldoet aan de aan de toestemming verbonden voorschriften, of b. hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie. 2020 39719 27-07-2020 24-07-2020 WJZ/20109833 2020 39719 27-07-2020 24-07-2020 WJZ/20109833 28-07-2020
Artikel 54 — Artikel 54 verordening 2019/1241 Nationale voorschriften als bedoel in bijlage V, deel B, punt 1.2, van#
Artikel 54 verordening 2019/1241 Nationale voorschriften als bedoel in bijlage V, deel B, punt 1.2, van 1 verordening 2019/1241 Voor de toepassing van de voorwaarde voor gerichte visserij op Noordzeegarnalen en ringsprietgarnalen met een maaswijdte van ten minste 16 mm, bedoeld in de tabel in bijlage V, deel B, punt 1.2 vangeldt dat een zeeflap: a. een maaswijdte heeft van ten hoogste 70 mm; b. is bevestigd aan de binnenzijde van het vistuig op zodanige wijze dat alle mariene organismen uitsluitend via de zeeflap de kuil van het vistuig kunnen bereiken; c. een ontsnappingsgat bevat dat is aangebracht in de bovenzijde of onderzijde van het vistuig ter hoogte van ten hoogste 30 mazen voor de aanhechting van de kuil, ter grootte van ten minste 15 mazen van het vistuig waarin de zeeflap is bevestigd, gesneden in de lengterichting van dat vistuig; en d. even lang of ten hoogste 10% langer is dan het basisnet van het vistuig waarin de zeeflap is bevestigd, waarbij het achterste punt van de zeeflap is bevestigd op maximaal 5 mazen achter het achterste deel van het ontsnappingsgat. 2 Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 De zeeflap behoeft gedurende de periode van 15 april tot en met 15 november niet bevestigd te zijn voor zover de gerichte visserij op Noordzeegarnalen of ringsprietgarnalen wordt uitgeoefend in de kustwateren en het zeegebied, bedoeld in het, en in de Nederlandse territoriale zee. 3 Het is verboden handelingen te verrichten of middelen aan te wenden waardoor de ontsnapping van mariene organismen door het ontsnappingsgat wordt bemoeilijkt of belet, met uitzondering van het gebruik van een overkuil met een maaswijdte van minimaal 80 mm, die is aangebracht op maximaal 30 mazen voor het ontsnappingsgat, of een secundaire kuil met een maaswijdte van minimaal 80 mm. 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 55 — Artikel 55 verordening 2019/1241 Toestemming als bedoeld in de artikelen 25 en 26 van#
Artikel 55 verordening 2019/1241 Toestemming als bedoeld in de artikelen 25 en 26 van 1 verordening 2019/1241 De toestemming, bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, onderdeel a, en 26, eerste lid, vanwordt op aanvraag door de minister verleend. 2 verordening 2019/1241 Artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b en d, is van toepassing op het wetenschappelijk onderzoek ten behoeve waarvan de in de artikelen 25 en 26 vanbedoelde visserijactiviteiten worden verricht. 3 De minister kan aan de toestemming voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen. 4 verordening 2019/1241 Degene aan wie toestemming is verleend, handelt overeenkomstig artikel 25, eerste lid, onderdelen c en d, en in voorkomend geval onderdeel f, en tweede lid, of artikel 26, tweede lid, vanen overeenkomstig de aan de toestemming verbonden voorschriften. 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 56 — Artikel 56 Haring voor industriële doeleinden#
Artikel 56 Haring voor industriële doeleinden Vervallen 2015 46469 21-12-2015 18-12-2015 WJZ/15153904 2015 46469 21-12-2015 18-12-2015 WJZ/15153904 22-12-2015
Artikel 57 — Artikel 57 Herstel kabeljauw Ierse zee#
Artikel 57 Herstel kabeljauw Ierse zee Vervallen 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 58 — Artikel 58 Over grote afstand trekkende visbestanden in IOTC-gebied#
Artikel 58 Over grote afstand trekkende visbestanden in IOTC-gebied Vervallen 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 59 — Artikel 59 Aanvullende maatregelen herstel kabeljauwbestanden in Noordzee#
Artikel 59 Aanvullende maatregelen herstel kabeljauwbestanden in Noordzee verordening nr. 2056/2001 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 8 van. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 60 — Artikel 60 Aanvullende maatregelen herstel heek in ICES 3, 4, 5, 6, 7 en 8a, b, d, e#
Artikel 60 Aanvullende maatregelen herstel heek in ICES 3, 4, 5, 6, 7 en 8a, b, d, e Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, tweede lid, en 6 van verordening nr. 494/2002. 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 06-04-2024 01-01-2024
Artikel 61 — Artikel 61 Toezichtsdocumenten#
Artikel 61 Toezichtsdocumenten 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste, derde, zesde en zevende lid van verordening nr. 882/2003. 2 Het is verboden tonijn als bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van verordening nr. 882/2003, die is gevangen in het toepassingsgebied van de overeenkomst, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van die verordening, op te slaan, te verwerken of in de handel te brengen. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien: a. bij aanlanding en overdracht van onverwerkte tonijn een toezichtsdocument als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van verordening nr. 882/2003, is opgesteld en wordt voldaan aan artikel 6, vierde, zesde en zevende lid, van die verordening; b. voor zover de tonijn wordt verwerkt, dolfijnvriendelijk en dolfijngevaarlijk gevangen tonijn als bedoeld in artikel 3, onderdelen 4 en 5, van verordening nr. 882/2003, niet in dezelfde productielijn worden verwerkt; of c. voor zover de tonijn wordt verwerkt, het desbetreffende verwerkende bedrijf een voldoende duidelijk gegevensbestand bijhoudt waaruit het nummer van een verwerkte partij tonijn terug te herleiden is tot het overeenstemmende nummer van het toezichtsdocument, bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van verordening nr. 882/2003. 4 De autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste, derde en zevende lid, van verordening nr. 882/2003, is de minister. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 62 — Artikel 62 Verbod afsnijden haaienvinnen#
Artikel 62 Verbod afsnijden haaienvinnen Het is verboden in strijd te handelen met artikel 3 van verordening nr. 1185/2003. 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 01-01-2014
Artikel 63 — Artikel 63 Antarctische wateren#
Artikel 63 Antarctische wateren 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 4, 6, 7, eerste tot en met derde lid, 8, eerste tot en met achtste lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10, 11, derde tot en met vijfde lid, 12, eerste tot en met vierde lid, en 14, eerste tot en met derde lid, van verordening nr. 600/2004. 2 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 7 bis, 7 ter, 9, eerste tot en met derde lid, 13, eerste tot en met derde lid, 14, eerste en tweede lid, 17, eerste en derde lid, 18, eerste en tweede lid, 19, eerste lid, 23, eerste lid, en 24, eerste en tweede lid, van verordening nr. 601/2004. 3 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 9, derde lid, 13, eerste lid en 17, eerste lid, van verordening nr. 601/2004, is de NVWA. 4 Het is verboden Dissostichus spp. uit het verdragsgebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 601/2004, aan te landen of over te laden zonder dat de melding, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van verordening nr. 601/2004, vergezeld gaan van een door de kapitein of de ondernemer van een vissersvaartuig ondertekende schriftelijke verklaring als bedoeld in dat lid. 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 01-01-2012
Artikel 64 — Artikel 64 Maatregelen incidentele vangst van walvisachtigen#
Artikel 64 Maatregelen incidentele vangst van walvisachtigen Vervallen 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 65 — Artikel 65 Technische maatregelen Oostzee, de Belten en de Sont#
Artikel 65 Technische maatregelen Oostzee, de Belten en de Sont Vervallen 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 66 — Artikel 66 Technische maatregelen over grote afstand trekkende visbestanden#
Artikel 66 Technische maatregelen over grote afstand trekkende visbestanden verordening nr. 520/2007 verordening 2021/56 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29 van, tenzij is voldaan aan artikel 17 van. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 67 — Artikel 67 Kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee#
Artikel 67 Kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 6, 7 en 9 van verordening nr. 734/2008. 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, derde lid, van verordening nr. 734/2008, is de NVWA. 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 01-01-2012
Artikel 68 — Artikel 68 Meerjarenplan Noordzee#
Artikel 68 Meerjarenplan Noordzee verordening 2018/973 Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 8, artikel 9, eerste lid, en artikel 11 vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2018 43716 27-07-2018 26-07-2018 WJZ/18198510 43716 27-07-2018 2018 43716 27-07-2018 26-07-2018 WJZ/18198510 05-08-2018
Artikel 69 — Artikel 69 Beheer visserij-inspanning westelijke wateren#
Artikel 69 Beheer visserij-inspanning westelijke wateren 1 Het is verboden de visserij uit te oefenen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1954/2003, op de in de bijlage bij die verordening per visserijgebied genoemde doelsoorten. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een kalenderjaar voor een doelsoort in een visserijgebied niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in het derde lid, in de periode dat het maximale visserij-inspanningsniveau, bedoeld in bijlage I en II bij verordening nr. 1415/2004, voor die doelsoort in dat visserijgebied niet is bereikt. De minister maakt de datum waarop het maximale visserij-inspanningsniveau is bereikt, bekend. 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een vangstgebied niet van toepassing op vissersvaartuigen die staan vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 1954/2003, en waaraan voor het desbetreffende visserijgebied een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van die verordening. 2017 70071 07-12-2017 05-12-2017 WJZ/17189607 2017 70071 07-12-2017 05-12-2017 WJZ/17189607 08-12-2017
Artikel 70 — Artikel 70 Meerjarenplan westelijke wateren#
Artikel 70 Meerjarenplan westelijke wateren verordening 2019/472 Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 9, eerste lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14, tweede lid, vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2019 23012 19-04-2019 13-04-2019 WJZ/19094156 2019 23012 19-04-2019 13-04-2019 WJZ/19094156 20-04-2019
Artikel 71 — Artikel 71 Herstelplan zwarte heilbot in NAFO-gebied#
Artikel 71 Herstelplan zwarte heilbot in NAFO-gebied Vervallen 2019 71774 27-12-2019 19-12-2019 WJZ/19312824 2019 71774 27-12-2019 19-12-2019 WJZ/19312824 01-01-2020
Artikel 72 — Artikel 72 Meerjarenplan westelijk deel Middellandse Zee#
Artikel 72 Meerjarenplan westelijk deel Middellandse Zee verordening 2019/1022 Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 11, vijfde lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14 vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 73 — Artikel 73 Beheersmaatregelen visbestanden in Middellandse Zee#
Artikel 73 Beheersmaatregelen visbestanden in Middellandse Zee verordening nr. 1967/2006 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, tweede en derde lid, 13, eerste tot en met vierde lid, 17, eerste lid, 21, en 22, eerste lid, van. 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 73a — Artikel 73a#
Artikel 73a Door vernummering vervallen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 73b — Artikel 73b Herstelplan mediterrane zwaardvis#
Artikel 73b Herstelplan mediterrane zwaardvis verordening 2019/1154 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 13, 14, 18, eerste lid, 19, 21, eerste lid, 23, 24, tweede lid, 25, 29, derde en vierde lid, en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 34, eerste lid, vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 74 — Artikel 74 Meerjarenplan Oostzee#
Artikel 74 Meerjarenplan Oostzee 1 verordening 2016/1139 verordening 2016/1139 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11 en 12 vanen met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2 verordening 2016/1139 artikel 6, eerste lid Als havens als bedoeld in artikel 14 vanworden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van, toegelaten havens. 2017 18073 27-03-2017 23-03-2017 WJZ/17032008 2017 18073 27-03-2017 23-03-2017 WJZ/17032008 28-03-2017
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Door vernummering vervallen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Door vernummering vervallen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Door vernummering vervallen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Door vernummering vervallen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 79 — Artikel 79 Verbod uitoefening visserij op gequoteerde soorten met niet vissersvaartuigen#
Artikel 79 Verbod uitoefening visserij op gequoteerde soorten met niet vissersvaartuigen 1 Het is verboden met andere vaartuigen dan vissersvaartuigen de visserij met trawlnetten, vistuig van het type staandwant, Deense zegennetten of soortgelijke netten uit te oefenen op de vissoorten genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bij die vissoorten genoemde wateren alsmede dergelijke netten aan boord te houden van een ander vaartuig dan een vissersvaartuig. 2 Vervallen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een scheepswerf die daartoe melding heeft gedaan aan de minister met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier, voor zover het betreft de uitoefening van de visserij door een vaartuig: a. Registratiebesluit dat in aanbouw is op die scheepswerf en nog niet is afgeleverd en niet is geregistreerd overeenkomstig heten b. waarmee in het kader van een proefvaart de visserij wordt uitgeoefend om de werking van de in het eerste bedoelde netten die bij dat vaartuig behoren, te beproeven. 4 Het is verboden één of meer boomkorren aan boord te houden van een vissersvaartuig waarvoor ingevolge deze regeling een verbod geldt om in het vangstgebied op tong of schol te vissen dan wel tong of schol uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden. 5 Het vierde lid is niet van toepassing op de visserij met een vissersvaartuig: a. artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij waarvoor een vergunning voor de garnalenvisserij als bedoeld in, is verleend, of b. artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 waarmee met niet-bodemberoerende sleepvistuigen, waarvan de maaswijdte gelijk is aan of groter is dan 16 mm, in de Waddenzee als omschreven inop spiering wordt gevist en waarvan de vangst aan boord voor tenminste 70% uit spiering bestaat. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 80 — Artikel 80 Verbod gebruik bepaalde vistuigen door niet vissersvaartuigen#
Artikel 80 Verbod gebruik bepaalde vistuigen door niet vissersvaartuigen Het is verboden om anders dan met een vissersvaartuig in de visserijzone te vissen met: a. een vistuig van het type staandwant; b. artikel 1, onderdeel e, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 een aalfuik als bedoeld in; c. artikel 1, onderdeel f, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 een ankerkuil als bedoeld in; d. artikel 1, onderdeel g, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 een aalkistje als bedoeld in; e. artikel 1, onderdeel h, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 een aalhoekwant als bedoeld in; of f. enig ander vast vistuig. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 81 — Artikel 81 Visserij-inspanning staandwant#
Artikel 81 Visserij-inspanning staandwant 1 Het is verboden om in de visserijzone met een Nederlands vissersvaartuig met een lengte van over alles van minder dan 10 meter de visserij uit te oefenen met een vistuig van het type staandwant. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig indien: a. in de visvergunning is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen met een vistuig van het type staandwant; en b. de totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant voor vissersvaartuigen met een lengte van over alles van minder dan 10 meter voor het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgebruikt. 3 De totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt 188.159 kW dagen per kalenderjaar. 4 De minister maakt het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het derde lid bedoelde visserij-inspanning voor een kalenderjaar is opgebruikt. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 82 — Artikel 82 Vermelding staandwant op visvergunning#
Artikel 82 Vermelding staandwant op visvergunning Een vermelding van een vistuig van het type staandwant op een visvergunning geschiedt slechts ten aanzien van een vaartuig: a. waarmee tussen 1 januari 2006 en 24 augustus 2009 blijkens de logboekgegevens is gevist met een vistuig van het type staandwant; b. waarvoor op 24 augustus 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de visserij met een vistuig van het type staandwant; of c. indien: i. het vaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een vermelding van een vistuig van het type staandwant op de visvergunning al bestond op grond van onderdeel a of b van dit lid; ii. de houder van de vergunning met de vermelding van een vistuig van het type staandwant afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding ten gunste van de aanvrager; en iii. het motorvermogen van het vissersvaartuig waarvoor de vermelding wordt gevraagd niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 83 — Artikel 83 Berekening resterende visserij-inspanning staandwant#
Artikel 83 Berekening resterende visserij-inspanning staandwant 1 De kapitein of diens vertegenwoordiger meldt de minister voordat het vaartuig de haven verlaat wanneer een vissersvaartuig buitengaats gaat: a. zonder gebruik te maken van een vistuig van het type staandwant; of b. als gedurende de visreis naast een vistuig van het type staandwant ook een ander vistuig zal worden gebruikt. 2 Wanneer de melding, niet is gedaan voordat het vaartuig buitengaats gaat, wordt de volledige door dat vissersvaartuig gedurende de visreis verrichte inspanning in mindering gebracht op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant. 3 Indien een vissersvaartuig geen melding heeft gedaan, maar niet kon vissen met vistuig van het type staandwant, omdat het noodhulp bood aan een ander vaartuig of een gewonde persoon voor spoedeisende medische zorg vervoerde, wordt de door dat vissersvaartuig verrichte inspanning niet op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant in mindering gebracht. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 84 — Artikel 84 Maximale lengte staandwant#
Artikel 84 Maximale lengte staandwant Het is verboden om in de visserijzone per Nederlands vissersvaartuig op hetzelfde moment meer dan 25 kilometer vistuig van het type staandwant in het water te hebben uitstaan of aan boord te hebben, ongeacht de lengte van het desbetreffende vissersvaartuig. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 84a — Artikel 84a Voorwaarden vismachtiging zeebaars#
Artikel 84a Voorwaarden vismachtiging zeebaars 1 Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft: a. waarmee in de in artikel 10, derde lid, tweede alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig LHP, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening, op zeebaars is gevist, voor zover: i. in de op het desbetreffende vissersvaartuig betrekking hebbende visvergunning was vermeld dat het de vergunninghouder was toegestaan in betrokken periode op zeebaars te vissen, en ii. de aanvrager van de vismachtiging voor 31 december 2016 om 24.00 uur geen afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding zeebaars op de op het desbetreffende vissersvaartuig betrekking hebbende visvergunning, overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, of b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer, ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig dat wordt of de vissersvaartuigen die worden vervangen. 2 In afwijking van het eerste lid kan de vismachtiging worden verleend, indien: a. de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij in de desbetreffende periode met het desbetreffende vissersvaartuig niet in staat was de visserij uit te oefenen, mits hij in de periode daaraan voorafgaand met het desbetreffende vissersvaartuig wel op zeebaars heeft gevist en daartoe gerechtigd was, of b. het een vissersvaartuig betreft waarvoor binnen de in het eerste lid bedoelde periode, op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars en de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij niet in staat was met het desbetreffende vissersvaartuig in het restant van de desbetreffende periode, de visserij uit te oefenen. 3 Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft: a. waarmee in de in artikel 10, derde lid, derde alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig GTR, GNS, GNC, FYK, FPN of FIX, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening op zeebaars is gevist, of b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer, ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen. 2023 35804 29-12-2023 21-12-2023 WJZ/41350256 2023 35804 29-12-2023 21-12-2023 WJZ/41350256 01-01-2024
Artikel 85 — Artikel 85 Aanlandverboden#
Artikel 85 Aanlandverboden 1 Het is verboden heek aan boord van een vissersvaartuig te houden of heek aan te landen, indien de hoeveelheid heek aan boord meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord. 2 Het is verboden schelvis aan boord van een vissersvaartuig te houden of schelvis aan te landen, indien de hoeveelheid schelvis aan boord meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord. 3 Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis die groter is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening aan te landen. 4 Het eerste of het tweede lid is niet van toepassing indien heek onderscheidenlijk schelvis valt onder de aanlandplicht. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 86 — Artikel 86 Kabeljauw vermijdende netaanpassingen#
Artikel 86 Kabeljauw vermijdende netaanpassingen 1 In zoverre in afwijking van verordening nr. 850/98 en van verordening nr. 2056/2001 is het verboden sleepnetten, behorend tot de vistuigcategorie TR1 of TR2, of combinaties van tot die vistuigcategorie behorende sleepnetten van verschillende maaswijdteklassen aan boord te hebben of te gebruiken in deelgebied 4 (Noordzee), de Europese wateren van sector 2a en deelsector 3a.20 (Skagerrak), tenzij de netten: a. indien het TR1 betreft: i. een maaswijdte hebben van 130 millimeter of meer; ii. een maaswijdte hebben van 120 millimeter tot 130 millimeter en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 90 millimeter; of iii. een maaswijdte hebben van 100 millimeter tot 120 millimeter en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 100 millimeter of meer, voor zover ten hoogste 20% van het gewicht van de totale vangst uit kabeljauw bestaat; of b. indien het TR2 betreft: i. een maaswijdte hebben van 70 millimeter tot 100 millimeter en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 120 millimeter of meer en met een minimum lengte van 3 meter of van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 130 millimeter in de tunnel, waarvan de achterste rij mazen zich ten hoogste 12 meter van de pooklijn bevindt; ii. een maaswijdte hebben van 70 millimeter tot 100 millimeter en ten minste 15 grote mazen van 150 millimeter of meer in de bovenkap hebben en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 90 millimeter, voor zover ten hoogste 20% van het gewicht van de totale vangst uit kabeljauw bestaat; of iii. een maaswijdte hebben van 70 millimeter tot 100 millimeter en ten minste 15 grote mazen van 150 millimeter of meer in de bovenkap hebben en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 80 millimeter, voor zover ten hoogste 5% van het gewicht van de totale vangst uit kabeljauw bestaat en gevist wordt met Deense zegennetten (SDN), Schotse zegennetten (SSC) of spanzegennetten (SPR). 2 Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde panelen is overigens voldaan aan artikel 7, tweede en derde lid, van verordening nr. 850/98. 2018 43716 27-07-2018 26-07-2018 WJZ/18198510 43716 27-07-2018 2018 43716 27-07-2018 26-07-2018 WJZ/18198510 05-08-2018
Artikel 86a — Artikel 86a Voorwaarden vismachtiging in het kader van het meerjarenplan Noordzee#
Artikel 86a Voorwaarden vismachtiging in het kader van het meerjarenplan Noordzee 1 verordening 2018/973 De aanvraag om een vismachtiging, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 1, eerste lid, vanbedoelde visserijactiviteiten, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, betreft een vissersvaartuig: a. dat in de kalenderjaren 2006 tot en met 2008 met het desbetreffende vistuig heeft gevist in het desbetreffende gebied; b. artikel 29 dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR1 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende gebied met tot de vistuigcategorieën TR1 of TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond vaneen recht op contingenten wijting en kabeljauw gold; c. artikel 29 dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR2 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende gebied met tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond vaneen recht op contingenten wijting en kabeljauw gold; d. ten aanzien waarvan op 1 januari 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende geografische gebied; of e. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a, b of c, en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen. 2 Voor zover de aanvraag een vissersvaartuig als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c of d, betreft, is het motorvermogen van dat vissersvaartuig ten opzichte van de in onderdelen a, b en c bedoelde periode, onderscheidenlijk ten opzichte van de eerste keer dat het vissersvaartuig met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende gebied in gebruik is genomen, niet toegenomen. 3 artikel 29 Voor zover de aanvraag de vistuigcategorieën BT1 en BT2 betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig een recht op contingenten tong en schol op grond van. 4 Voor zover de aanvraag de vistuigcategorie BT1 of TR1 betreft, geldt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, dat het vissersvaartuig in de in dat onderdeel genoemde periode ook mag hebben gevist met tot de vistuigcategorie BT2 onderscheidenlijk met de tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen. 2018 43716 27-07-2018 26-07-2018 WJZ/18198510 43716 27-07-2018 2018 43716 27-07-2018 26-07-2018 WJZ/18198510 05-08-2018
Artikel 86b — Artikel 86b Visserij in Skagerrak#
Artikel 86b Visserij in Skagerrak 1 De visserij in de Europese wateren van deelsector 3a.20 (Skagerrak) is uitsluitend toegestaan indien is voldaan aan het tweede tot en met vierde lid. 2 De kapitein van het vissersvaartuig registreert per vangst of per visserijactiviteit in het Skagerrak de geschatte hoeveelheden van iedere soort in kilogram levend gewicht of, in voorkomend geval, het aantal exemplaren, met inbegrip van de hoeveelheden of aantallen exemplaren kleiner dan de toepasselijke minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, elektronisch in het visserijlogboek, bedoeld in de artikelen 14 en 15 van de controleverordening. 3 Wanneer het vissersvaartuig het Skagerrak binnenvaart en wanneer het vissersvaartuig het Skagerrak verlaat, registreert de kapitein de totaal aan boord gehouden vangsten, naar soort in kilogram levend gewicht, elektronisch en stuurt die informatie elektronisch door naar de RVO. 4 In afwijking van artikel 47, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening kan de kapitein uitsluitend correcties aan de in het tweede en derde lid bedoelde gegevens aanbrengen met schriftelijke toestemming van de RVO. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-01-2022
Artikel 87 — Artikel 87 Verzegeling motoren#
Artikel 87 Verzegeling motoren 1 artikelen 88 94 Vissersvaartuigenbesluit Vissersvaartuigenbesluit 2002 Voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid en deenwordt onder motorvermogen verstaan: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan onderscheidenlijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals dat is vastgesteld door de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge hetof het, of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier. 2 artikel 87a Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, is het verboden de visserij uit te oefenen met dat vissersvaartuig, indien de hoofdmotor of de hoofdmotoren van het vaartuig niet door een onderneming die is erkend op grond vanzijn verzegeld. 3 bijlage 12b Terzake van de in het tweede lid bedoelde verzegeling wordt door een erkend zegelbureau overeenkomstig de voorschriften die zijn opgenomen in, een zegelplan opgemaakt. 4 De ondernemer stuurt na opmaak of wijziging van het zegelplan, bedoeld in het derde lid, een afschrift hiervan aan de minister. 5 De zegels bestemd voor verzegeling van de hoofdmotor of hoofdmotoren als bedoeld in het tweede lid, worden beschikbaar gesteld door de NVWA. 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 01-04-2016 Artikel III van Stcrt. 2016/3773 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 87a — Artikel 87a Erkenning meet- of zegelbureau#
Artikel 87a Erkenning meet- of zegelbureau 1 De minister kan een onderneming op aanvraag erkennen als een erkend meetbureau of een erkend zegelbureau, indien de onderneming aantoonbaar deskundig is op het gebied van het meten, onderscheidenlijk verzegelen van motoren. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag tot erkenning in elk geval de volgende bescheiden: a. een verklaring dat hij kennis heeft genomen van het document ‘Motorvermogen in de visserij’; b. bijlage 12a bijlage 12b een adequaat protocol waarin hij beschrijft hoe de vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd volgens de standaarden die hiervoor binnen de beroepsgroep algemeen gangbaar zijn en binnen de voorschriften die zijn opgenomen in, onderscheidenlijk; c. een kopie van relevante diploma’s van de in te zetten personen bij een vermogensmeting of verzegeling met een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkunde, werktuigkunde of elektrotechniek. 2 De erkenning heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar. 3 Met een erkenning als bedoeld in deze regeling wordt gelijkgesteld een aanwijzing van een onderneming tot uitvoering van een vermogensmeting of verzegeling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale regels terzake wordt nagestreefd. 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 01-04-2016
Artikel 87b — Artikel 87b Werkwijze erkend meet- of zegelbureau#
Artikel 87b Werkwijze erkend meet- of zegelbureau 1 Een erkend meet- of zegelbureau voert haar werkzaamheden uit: a. in onafhankelijkheid van de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig of diens gemachtigde; b. bijlage 12a bijlage 12b in overeenstemming met de voorschriften, bedoeld in, onderscheidenlijk; c. artikel 87a, eerste lid, onderdeel b in overeenstemming met het protocol, bedoeld in. 2 Een erkend meet- of zegelbureau informeert de minister en de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport onmiddellijk, indien hij een opdracht krijgt een vermogensmeting uit te voeren, onderscheidenlijk een motor te verzegelen. 3 artikel 87a, eerste lid, onderdeel b Indien een erkend meet- of zegelbureau voornemens is een wijziging door te voeren in het protocol, bedoeld in, die gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de vermogensmetingen en verzegelingen, legt hij het gewijzigde protocol voorafgaand aan de voorgenomen wijziging voor goedkeuring voor aan de minister. 4 Een vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd door een voor diens taak aantoonbaar geschikte persoon met: a. een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkundige, werktuigkunde of elektrotechniek; b. aantoonbare werkervaring met scheepsmotoren. 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 01-04-2016
Artikel 87c — Artikel 87c Intrekken erkenning#
Artikel 87c Intrekken erkenning 1 De minister trekt een erkenning in op aanvraag van degene aan wie een erkenning is verleend. 2 artikel 87a artikel 87b De minister kan een erkenning intrekken, indien een erkend meet- of zegelbureau niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in, onderscheidenlijk. 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 01-04-2016
Artikel 88 — Artikel 88 Documenten aan boord#
Artikel 88 Documenten aan boord 1 artikel 20, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit artikel 1.11 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 Voor zover een vissersvaartuig is aangemeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport zoals vereist krachtensofheeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde de desbetreffende aanmelding aan boord van het vissersvaartuig. 2 artikel 88, derde lid Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde het zegelplan, bedoeld in, aan boord van het vissersvaartuig. 3 De ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde doet onverwijld doch in ieder geval vóór het tijdstip van aanlanding melding van wijzigingen die zich ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het desbetreffende vaartuig hebben voorgedaan ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde aanmelding of het bij dat vaartuig behorende zegelplan en die hem bekend waren of hem redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Wijzigingen die kennelijk zijn opgetreden door menselijk toedoen worden in ieder geval aangemerkt als redelijkerwijs bekend. 4 artikel 7, tweede lid De melding, bedoeld in het derde lid, geschiedt overeenkomstig. 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 01-04-2016
Artikel 89 — Artikel 89 Vermelding vissoort op verpakking#
Artikel 89 Vermelding vissoort op verpakking Het is verboden diepgevroren vis in verpakkingen aan te landen, tenzij op de verpakking de in de verpakking aanwezige vis per vissoort is vermeld volgens de FAO-3lettercodes, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van de controleverordening. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 90 — Artikel 90 Traceerbaarheid#
Artikel 90 Traceerbaarheid 1 De ondernemer bewaart een kopie van alle door of namens hem ingevulde visserijlogboeken, aangiften van overlading en aangiften van aanlanding als bedoeld in de artikelen 14, 21 onderscheidenlijk 23 van de controleverordening, gedurende een periode van drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de desbetreffende gegevens zijn ingediend. 2 De aanvoerder van vis, degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis, houden een administratie bij van de overdracht en de opslag van vis, waarin in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld: a. de vissoort; b. per vissoort de hoeveelheid; c. per hoeveelheid, het registratienummer en de nationaliteit van het vaartuig waarmee de vis is gevangen of is aangevoerd; d. de datum van de aanvoer van de vis; en e. het vangstgebied van de vangst per deelgebied of sector; 3 De aanvoerder van vis houdt de administratie dagelijks bij en vermeldt in zijn administratie naast de in het tweede lid bedoelde gegevens tevens de volgende gegevens: a. de plaats van opslag, in het geval de vis door hem wordt opgeslagen; b. de naam van de koper, in het geval de vis zonder bemiddeling van een veiling wordt verkocht; en c. de naam van de bemiddelaar, in het geval de vis via de bemiddeling van een veiling ter verkoop wordt aangeboden. 4 Degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis houden de administratie dagelijks per aanlanding bij, maar uiterlijk voordat de vis de plaats van verkoop verlaat en vermelden in hun administratie naast de in het tweede lid bedoelde gegevens tevens de naam van de aanvoerder. 5 Degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis en degene die vis op de veiling aanwezig heeft, draagt er zorg voor dat op of bij de veiling aanwezige vis het registratienummer en de nationaliteit van het vaartuig of – in het geval van spanvisserij – de vaartuigen waarmee de vis is gevangen of is aangevoerd, duidelijk zijn vermeld. 6 Het tweede en vierde lid geldt niet voor zover in de uitoefening van een beroep of bedrijf, in een voor het publiek toegankelijke ruimte vis uitsluitend aan particulieren te koop wordt aangeboden. 7 Het vijfde lid geldt niet indien de vis vergezeld gaat van een verkoopdocument als bedoeld in artikel 62 van de controleverordening. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 91 — Artikel 91 Autoriteit#
Artikel 91 Autoriteit De autoriteit, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de controleverordening, is de minister. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 92 — Artikel 92 Visvergunning#
Artikel 92 Visvergunning 1 Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 6, eerste lid, van de controleverordening. 2 artikel 93 De in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde visvergunning wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig. 3 artikel 6 van het Registratiebesluit artikel 7, tweede lid, van het Registratiebesluit De aanvraag tot inschrijving van een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in, alsmede de mededeling, bedoeld in, wordt in voorkomend geval als een aanvraag tot verlening van een visvergunning beschouwd. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 93 — Artikel 93 Verlening visvergunning#
Artikel 93 Verlening visvergunning 1 Een visvergunning wordt verleend indien: a. het vissersvaartuig stond ingeschreven in het visserijregister of dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen die stonden ingeschreven in het visserijregister; b. artikel 8, onderdeel a, van het Registratiebesluit de oorspronkelijke registratie is doorgehaald op grond van; c. er minder dan zes jaar is verstreken vanaf het moment van doorhaling van die registratie; d. artikel 6, vierde lid, van het Registratiebesluit wordt voldaan aan; e. het motorvermogen en de tonnage van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan voor de doorhaling van de inschrijving; f. het vissersvaartuig behoort tot hetzelfde segment als voor het moment van doorhaling, dan wel tot hetzelfde segment als het vissersvaartuig dat wordt vervangen; en g. artikel 87, vierde lid is voldaan aan. 2 In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning verleend voor een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen of de tonnage is toegenomen, indien ten aanzien van het vissersvaartuig een visvergunning was verleend wat betreft het oorspronkelijke motorvermogen of de oorspronkelijke tonnage, en de aanvrager van de visvergunning kan aantonen dat: a. artikel 8, onderdeel a, van het Registratiebesluit de omvang van de toename van het motorvermogen of de tonnage, overeenkomt met het motorvermogen of de tonnage, of een deel daarvan, van een vissersvaartuig waarvan de registratie is doorgehaald op grond vanen er minder dan zes jaar is verstreken vanaf het moment van doorhaling van die registratie, en b. hij kan beschikken over de in het visserijregister als gevolg van de doorhaling van de registratie, bedoeld in onderdeel a, vrijgekomen capaciteit. 3 In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning voor een vissersvaartuig verleend indien: a. het vaartuig wordt ingezet voor de kweek of de teelt van aquatische organismen op percelen; of b. artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij met het vaartuig met de mosselkor op mosselpercelen wordt gevist en op basis van een vergunning als bedoeld in, slechts incidenteel wordt gevist op mosselzaad buiten de percelen en het vaartuig niet is uitgerust voor het gebruik van andere vistuigen dan de mosselkor. 4 De minister kan aan een visvergunning voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen. 5 In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de minister besluiten geen visvergunning te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht voor de nakoming van de verplichtingen, bedoeld in artikel 23 van de basisverordening. 6 In afwijking van het eerste en tweede lid wordt geen visvergunning voor een vissersvaartuig verleend indien dit vissersvaartuig stond ingeschreven in het visserijregister of dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen die stonden ingeschreven in het visserijregister en de oorspronkelijke registratie is doorgehaald in verband met definitieve stopzetting van de visserijactiviteiten als bedoeld in artikel 20 EMFAF-verordening, met dat vissersvaartuig. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-01-2022
Artikel 94 — Artikel 94 Geldigheid visvergunning#
Artikel 94 Geldigheid visvergunning 1 De visvergunning is niet geldig vanaf het tijdstip dat door de minister of een controleur wordt geconstateerd dat: a. het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig hoger is dan het op de visvergunning vermelde motorvermogen; b. artikel 87, derde lid artikel 88, eerste lid er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het desbetreffende in, bedoelde zegelplan, of de in, bedoelde aanmelding, of c. de tonnage van het vissersvaartuig hoger is dan de op de visvergunning vermelde tonnage. 2 Indien de minister of een controleur een constatering doet als bedoeld in het eerste lid, verstrekt hij aan de ondernemer of diens vertegenwoordiger terstond een schriftelijke verklaring hieromtrent. In deze verklaring wordt tenminste de desbetreffende constatering alsmede de datum en het tijdstip daarvan vermeld. 3 De minister besluit de ongeldigheid van de visvergunning op te heffen, indien de ondernemer of diens gemachtigde hem bescheiden heeft doen toekomen waaruit te zijnen genoegen blijkt dat: a. artikel 87, derde lid artikel 88, eerste lid indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig het op de visvergunning vermelde motorvermogen niet overschrijdt, onderscheidenlijk er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig geen afwijkingen zijn ten opzichte van het desbetreffende in, bedoelde zegelplan of de in, bedoelde aanmelding; b. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, de tonnage van het vissersvaartuig overeenkomt met de op de visvergunning vermelde gegevens. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 95 — Artikel 95 Verhoging tonnage in visvergunning#
Artikel 95 Verhoging tonnage in visvergunning Vervallen 2015 48917 29-12-2015 23-12-2015 WJZ/15183887 2015 48917 29-12-2015 23-12-2015 WJZ/15183887 01-01-2016
Artikel 96 — Artikel 96 Schorsing of intrekking visvergunning#
Artikel 96 Schorsing of intrekking visvergunning 1 De minister trekt de visvergunning in: a. in de situatie, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de controleverordening, en artikel 92, derde lid, van de controleverordening, in samenhang met artikel 129, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening; b. indien het vissersvaartuig niet meer is geregistreerd in het visserijregister; of c. indien de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig definitief worden stopgezet en ten aanzien van de stopzetting door de Minister of door de Europese Commissie subsidie is verleend. 2 De minister schorst de visvergunning in de situatie, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de controleverordening, en artikel 92, derde lid, van de controleverordening, in samenhang met artikel 129, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 3 De minister kan de visvergunning voor een bepaalde periode schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister: a. artikel 20a artikel 21, eerste, derde en zesde lid artikelen 22 46a 46c artikel 130, zevende lid met het vissersvaartuig de visserij kennelijk is uitgeoefend in strijd met,, de,,of, van deze regeling; of b. de ondernemer van een vissersvaartuig ten aanzien van wie een visvergunning is verleend, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de visvergunning verbonden voorschriften. 4 De periode, bedoeld in het derde lid, is niet korter dan 3 weken en niet langer dan 8 weken en wordt vastgesteld afhankelijk van de ernst en omvang van de overtreding. 5 In afwijking van het vierde lid is de periode bedoeld in het derde lid niet korter dan 6 weken en niet langer dan 16 weken, indien binnen twee jaar na afloop van de schorsing of intrekking met het betrokken vissersvaartuig wederom hetzelfde artikel genoemd in onderdeel a van het derde lid wordt overtreden of de ondernemer of diens gemachtigde wederom niet voldoet aan de aan de visvergunning verbonden voorschriften. 2025 22112 04-07-2025 02-07-2025 WJZ/45614553 2025 22112 04-07-2025 02-07-2025 WJZ/45614553 05-07-2025
Artikel 97 — Artikel 97 Vismachtiging#
Artikel 97 Vismachtiging 1 Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, ongeacht de lengte van het betrokken vissersvaartuig. 2 artikel 98 De in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 98 — Artikel 98 Verlening vismachtiging#
Artikel 98 Verlening vismachtiging 1 Een vismachtiging wordt uitsluitend verleend indien de ondernemer voor het betrokken vissersvaartuig over een geldige visvergunning beschikt. 2 verordening 2016/2336 verordening 2016/2336 Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, vanbedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 14 en aan artikel 8 van. 3 artikel 84a Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c of d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan. 4 verordening 2018/973 artikel 86a Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 1, eerste lid, vanbedoelde visserijactiviteiten betreft, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan. 5 verordening 2019/1241 artikel 55 Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 25, eerste lid, onder c, vanbedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan. 6 De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie. 7 De minister kan aan een vismachtiging voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen. 8 Het is verboden in strijd te handelen met de aan de vismachtiging verbonden voorschriften. 2023 35804 29-12-2023 21-12-2023 WJZ/41350256 2023 35804 29-12-2023 21-12-2023 WJZ/41350256 01-01-2024
Artikel 99 — Artikel 99 Voorwaarden vismachtiging langetermijn herstelplan kabeljauw#
Artikel 99 Voorwaarden vismachtiging langetermijn herstelplan kabeljauw Vervallen 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 100 — Artikel 100 Schorsing of intrekking vismachtiging#
Artikel 100 Schorsing of intrekking vismachtiging 1 artikel 7, vierde lid De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in, van de controleverordening. 2 De minister kan de vismachtiging voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister de desbetreffende ondernemer, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de vismachtiging verbonden voorschriften. 3 verordening 2016/2336 verordening 2016/2336 Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, vanbedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, schorst de minister de vismachtiging voor ten minste 2 maanden in de gevallen, bedoeld in artikel 14, onder a en b, van. 2017 18073 27-03-2017 23-03-2017 WJZ/17032008 2017 18073 27-03-2017 23-03-2017 WJZ/17032008 28-03-2017
Artikel 101 — Artikel 101 Markering vissersvaartuig en vistuig#
Artikel 101 Markering vissersvaartuig en vistuig 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8 van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2 De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 3 Voor zover het betreft de in het tweede en derde lid van artikel 7 van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten, is de Inspectie Leefomgeving en Transport, divisie Scheepvaart, van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 01-01-2014
Artikel 102 — Artikel 102 Vms voor vaartuigen#
Artikel 102 Vms voor vaartuigen 1 Behoudens indien het een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 18, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, betreft, is het is verboden in strijd te handelen met artikel 9, tweede en zesde lid, van de controleverordening. 2 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 18, eerste en tweede lid, 20, en 25, eerste, derde en vijfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 3 Satellietvolgapparatuur als bedoeld in artikel 9, van de controleverordening, die op een Nederlands vissersvaartuig is geïnstalleerd: a. laat niet toe dat gegevens handmatig worden ingebracht, gewijzigd, beïnvloed of op andere wijze worden aangepast; b. waarborgt een volledige automatische transmissie van juiste en actuele gegevens als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, naar het visserijcontrolecentrum van de NVWA te Echt met een frequentie van tenminste eenmaal per twee uur; c. is voorzien van een reservestroombron die automatisch wordt ingeschakeld indien de hoofdstroom wordt uitgeschakeld of defect raakt en die een werking van ten minste zes uur waarborgt, en d. is zodanig met het desbetreffende vissersvaartuig verbonden, dat bij verbreking de reden daarvan wordt aangegeven; en e. is goedgekeurd door een ter zake geaccrediteerde instelling en voldoet blijkens die goedkeuring aan de onderdelen a tot en met d. 4 artikel 102a Ieder vissersvaartuig met een verplichting tot het aan boord hebben van volgapparatuur als bedoeld in artikel 9 van de controleverordening beschikt over een geldig contract met een provider als bedoeld in. Uit het contract blijkt op welk vaartuig of welke vaartuigen het betrekking heeft. 5 Indien een Nederlands vissersvaartuig nieuwe volgapparatuur installeert, verlaat dit vaartuig de haven niet dan nadat: a. artikel 102a een kopie van het contract met een provider als bedoeld in, aan de minister is overgelegd; en b. van de minister goedkeuring is ontvangen om de haven te verlaten. 6 Wijzigingen aan de satellietvolgapparatuur worden schriftelijk gemeld aan de NVWA. 7 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 25, derde tot en met vijfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA. 8 artikel 102a Indien een contract met een provider als bedoeld inwordt gewijzigd of indien een nieuw contract wordt gesloten, wordt minimaal één maand voor de datum waarop het gewijzigde of nieuwe contract ingaat, een kopie van het contract aan de minister overgelegd. 2025 35017 03-11-2025 20-10-2025 WJZ/97111418 2025 35017 03-11-2025 20-10-2025 WJZ/97111418 01-05-2026
Artikel 102a — Artikel 102a Providers voor volgapparatuur#
Artikel 102a Providers voor volgapparatuur Een provider voor volgapparatuur als bedoeld in artikel 9 van de controleverordening biedt slechts contracten aan nadat hij in staat is gebleken automatische communicatie met het visserijcontrolecentrum tot stand te kunnen brengen. 2025 35017 03-11-2025 20-10-2025 WJZ/97111418 2025 35017 03-11-2025 20-10-2025 WJZ/97111418 01-04-2026
Artikel 103 — Artikel 103 AIS#
Artikel 103 AIS Het is verboden in strijd te handelen met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 104 — Artikel 104 Invullen en overleggen papieren logboek, papieren aangiften van overlading en papieren aangifte van aanlanding#
Artikel 104 Invullen en overleggen papieren logboek, papieren aangiften van overlading en papieren aangifte van aanlanding 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 14, eerste en vierde tot en met achtste lid, 21, eerste en vierde lid, en 23, eerste en derde lid, van de controleverordening en met de artikelen 29, eerste lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste, derde en vierde lid, 32, eerste tot en met vijfde lid, 33, eerste tot en met vijfde lid, 34, eerste en tweede lid, 35, 49, eerste tot en met derde lid, 50, tweede lid, 51, eerste en vierde lid, 52 en 53 van de uitvoeringsverordening controleverordening, in samenhang met de voorschriften die ter uitvoering van deze bepaling zijn opgenomen in het tweede tot en met zesde lid. 2 Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt gebruik gemaakt van de door de minister ter beschikking gestelde documenten, overeenkomstig de in artikel 30, eerste tot en met derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening vastgestelde modellen. 3 Bij aanlanding met een vissersvaartuig in een Nederlandse haven is de termijn voor indiening van de eerste kopie van het logboek, de eerste kopie van de aangifte van overlading en de eerste kopie van de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening binnen een half uur na de aanlanding maar vóór de lossing en de termijn voor indiening van het originele logboek, de originele aangifte van overlading en de originele aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening, binnen 48 uur na aanlanding. 4 De indiening van de in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten geschiedt door deze in de haven van aanlanding: a. te overhandigen aan een functionaris of aan een ambtenaar van de NVWA of de RVO; of b. te deponeren in een vangstopgavebus. 5 Indien de aanlanding niet in een haven plaatsvindt, geschiedt de indiening door middel van toezending aan het dichtstbijzijnde havenkantoor van de NVWA of aan het havenkantoor van de NVWA in de plaats waar de desbetreffende vis wordt verkocht. 6 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 21, vierde lid, en 23, derde lid, van de controleverordening en in artikel 32 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de RVO. 7 bijlage 10 Als omrekeningsfactoren als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden vastgesteld de omrekeningsfactoren die zijn opgenomen in. 2024 7123 08-03-2024 29-02-2024 WJZ/34550459 2024 63 21-03-2024 07-03-2024 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 22 augustus
2022 tot wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de
invoering van de bestuurlijke boete in werking treedt (Stb. 2022/343).
Artikel 104a — Artikel 104a E-Lite#
Artikel 104a E-Lite 1 De kapitein van een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter of diens vertegenwoordiger doet per visreis binnen 24 uur na aanlanding van de vangst door middel van het door de minister ter beschikking gestelde formulier met behulp van DigiD of eHerkenning elektronisch opgave bij RVO van de volgende gegevens: a. de naam, het adres en de woonplaats van de kapitein; b. het externe identificatienummer en de naam van het vissersvaartuig; c. de haven van vertrek, terugkeer en aanlanding; d. de datum en het tijdstip van vertrek uit, aankomst in de haven en van de aanlanding; e. per gebruikt vistuig: i. het type vistuig en in voorkomend geval de maaswijdte en afmeting van het vistuig en het aantal vistuigen dat is gebruikt; ii. de FAO-drielettercode van elke gevangen vissoort en het betrokken FAO-gebied, de exclusieve economische zone en het statische ICES-vak waar de vangsten zijn gedaan; iii. de hoeveelheden teruggezette vis van iedere gevangen vissoort van meer dan 50 kilogram in kilogrammen levend gewicht, waarbij in voorkomend geval de hoeveelheid ondermaatse vis afzonderlijk wordt vermeld; iv. de hoeveelheden aangelande vis van iedere gevangen vissoort in kilogrammen dood gewicht, waarbij in voorkomend geval de hoeveelheid ondermaatse vis afzonderlijk wordt vermeld; v. de versheidscategorie, staat en de aanbiedingsvorm van een vissoort, bedoeld in artikel 2, punt 13, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2 In afwijking van het eerste lid worden indien op één dag meerdere visreizen worden gemaakt deze visreizen als één visreis beschouwd, waarbij het tijdstip van het eerste vertrek uit de haven en het tijdstip van de laatste aankomst in de haven worden vermeld. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 tot 12 meter. 2017 59829 17-10-2017 13-10-2017 WJZ/17137096 2017 59829 17-10-2017 13-10-2017 WJZ/17137096 01-01-2018
Artikel 105 — Artikel 105 Elektronisch invullen/verzenden visserijlogboekgegevens#
Artikel 105 Elektronisch invullen/verzenden visserijlogboekgegevens 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste en tweede lid, van de controleverordening, en met de artikelen 36, eerste lid, 37, tweede alinea, 38, tweede lid, 39, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 40, derde lid, 41, derde lid, en 47, eerste tot en met vierde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2 Het format, bedoeld in artikel 37, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is het format dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 3 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de controleverordening en in de artikelen 39, 40, 41, derde lid, en 47, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de RVO. 2024 7123 08-03-2024 29-02-2024 WJZ/34550459 2024 63 21-03-2024 07-03-2024 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 22 augustus
2022 tot wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de
invoering van de bestuurlijke boete in werking treedt (Stb. 2022/343).
Artikel 106 — Artikel 106 Voorafgaande kennisgeving aanlanding#
Artikel 106 Voorafgaande kennisgeving aanlanding 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste lid, van de controleverordening. 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 17, eerste, tweede en derde lid, 18 en 19 van de controleverordening, is de RVO. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-01-2022
Artikel 107 — Artikel 107 Overladen#
Artikel 107 Overladen 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 20, eerste lid, van de controleverordening. 2 Het is verboden vis over te laden zonder toestemming van een ambtenaar van de NVWA. 3 Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval het overladen is onderbroken. 4 artikel 6, eerste lid Als havens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van, toegelaten havens. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 108 — Artikel 108 Elektronisch invullen/verzenden aangifte van overlading#
Artikel 108 Elektronisch invullen/verzenden aangifte van overlading 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 22, eerste lid, van de controleverordening. 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 22, eerste en vijfde lid, van de controleverordening, is de RVO. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-01-2022
Artikel 109 — Artikel 109 Elektronisch invullen/verzenden aangifte van aanlanding#
Artikel 109 Elektronisch invullen/verzenden aangifte van aanlanding 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 24, eerste lid, van de controleverordening. 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in 24, eerste lid, van de controleverordening, is de RVO. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-01-2022
Artikel 110 — Artikel 110 Kennisgeving vistuig#
Artikel 110 Kennisgeving vistuig 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 27, eerste lid, van de controleverordening. 2 De kennisgeving, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening, wordt gedaan aan de minister. Indien een ondernemer deelneemt aan een groep of een producentenorganisatie wordt de kennisgeving aan het bestuur van de groep onderscheidenlijk aan het bestuur van de producentenorganisatie gedaan. 3 De kennisgeving bevat ten minste de volgende gegevens: a. naam van de ondernemer; b. lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig; c. de gereglementeerde typen vistuig die zullen worden gebruikt; en d. het gereglementeerd gebied waar zal worden gevist. 4 artikel 97 Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger voornemens is in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen te gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in de in, bedoelde vismachtiging die betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van die vismachtiging aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening. 5 De gegevens die worden vermeld in de voor de beheersperiode af te geven vismachtiging worden gebaseerd op de meest recente kennisgeving. 6 Ter verkrijging van de toestemming, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de controleverordening, meldt de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger het voornemen tot het gebruik van meer dan één soort vistuig tijdens de visreis onmiddellijk voorafgaand aan de visreis aan de minister. 7 In afwijking van het zesde lid wordt, ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger de in het zesde lid bedoelde gegevens onmiddellijk voorafgaand aan de visreis op grond van artikel 15 van de controleverordening elektronisch heeft verstrekt, het in artikel 38, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde retourbericht van de NVWA, aangemerkt als toestemming als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de controleverordening. 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 01-01-2012
Artikel 111 — Artikel 111 Visserij-inspanningsverslag en uitputting van de visserij-inspanning#
Artikel 111 Visserij-inspanningsverslag en uitputting van de visserij-inspanning 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 28, eerste lid, en 30 van de controleverordening, en artikel 58, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in 28, eerste lid, van de controleverordening, is de NVWA. 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 01-01-2012
Artikel 112 — Artikel 112 Vrijstellingen#
Artikel 112 Vrijstellingen 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29, eerste lid, van de controleverordening. 2 Een vissersvaartuig mag andere dan met de visserij verband houdende activiteiten ontplooien in de gereglementeerde geografische gebieden zonder dat de daarmee gemoeide tijd wordt aangemerkt als een kalenderdag, mits wordt voldaan aan artikel 29, tweede lid, van de controleverordening. Een melding als bedoeld in dat onderdeel wordt schriftelijk gedaan aan de minister. De melding bevat ten minste de volgende gegevens: a. naam van de ondernemer; b. lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig; en c. de aard, datum van aanvang en duur van de activiteiten. 3 Indien een vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen omdat zich een noodsituatie als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de controleverordening heeft voorgedaan, wordt het aantal dagen waarop het vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen, niet in mindering gebracht op de desbetreffende hoeveelheid visserij-inspanning, indien de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger binnen een maand nadat de noodsituatie zich heeft voorgedaan schriftelijk bij de minister daarvan melding heeft gemaakt en de melding wordt gestaafd door bewijsstukken. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 113 — Artikel 113 Sluiting visserij#
Artikel 113 Sluiting visserij 1 Met ingang van de op grond van artikel 35, eerste lid, van de controleverordening vastgestelde datum is het voor Nederlandse vissersvaartuigen verboden de visserij uit te oefenden op de vissoorten waarvoor voornoemde vaststelling geldt en die soorten aan boord te houden, over te laden en aan te landen. 2 Het is verboden in strijd te handelen met een op grond van artikel 36, tweede lid, van de controleverordening vastgesteld verbod. 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 01-01-2012
Artikel 114 — Artikel 114 Motorvermogen#
Artikel 114 Motorvermogen Het is verboden in strijd te handelen met artikel 39, eerste lid, van de controleverordening. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 115 — Artikel 115 Certificering motorvermogen#
Artikel 115 Certificering motorvermogen Het is verboden in strijd te handelen met artikel 40, vierde lid, van de controleverordening, en artikel 61, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 01-01-2012
Artikel 116 — Artikel 116 Aangewezen haven en gescheiden opslag demersale vangsten meerjarenplannen#
Artikel 116 Aangewezen haven en gescheiden opslag demersale vangsten meerjarenplannen 1 Het is verboden in strijd te handelen te handelen met de artikelen 42, eerste lid, en 43, tweede lid, en 44 van de controleverordening. 2 artikel 6, eerste lid bijlage 2 Als havens als bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, en 43, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van, toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de inC bij die havens vermelde lostijden. 3 Als waarnemer of functionaris als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de controleverordening, wordt aangewezen een functionaris van de NVWA. 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 2016 69116 21-12-2016 12-12-2016 WJZ/16180048 01-01-2017
Artikel 117 — Artikel 117 Vistuig en samenstelling vangst#
Artikel 117 Vistuig en samenstelling vangst 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 47, 48, eerste tot en met derde lid, en 49, eerste lid, van de controleverordening. 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in 48, derde lid, van de controleverordening, is de NVWA. 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 01-01-2012
Artikel 117a — Artikel 117a Gescheiden opslag van ondermaatse vis aan boord en na aanlanding#
Artikel 117a Gescheiden opslag van ondermaatse vis aan boord en na aanlanding Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 49bis, eerste lid, en 49quater van de controleverordening. 2015 48917 29-12-2015 23-12-2015 WJZ/15183887 2015 48917 29-12-2015 23-12-2015 WJZ/15183887 01-01-2016
Artikel 118 — Artikel 118 Controle op voor visserij beperkte gebieden#
Artikel 118 Controle op voor visserij beperkte gebieden artikel 50, derde lid Voor vangstvaartuigen is het verboden in strijd te handelen met, van de controleverordening. 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 2024 10718 05-04-2024 03-04-2024 WJZ/48280262 06-04-2024
Artikel 119 — Artikel 119 verwerking aan boord en pelagische visserijen#
Artikel 119 verwerking aan boord en pelagische visserijen 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikel 54bis, eerste lid, 54ter, tweede en derde lid, en 54quater, eerste en tweede lid van de controleverordening. 2 De bevoegde visserijautoriteit, bedoeld in artikel 34ter, derde lid, van de controleverordening is de NVWA. 3 De plannen van de installaties voor vangstbehandeling en -lozing van pelagische vaartuigen, bedoeld in artikel 34ter, derde lid, van de controleverordening worden ten genoegen van de minister gecertificeerd door een instelling die beschikt over nautische en visserijtechnische expertise. 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 2019 44259 09-08-2019 07-08-2019 WJZ/19145567 14-08-2019
Artikel 120 — Artikel 120 Recreatievisserij#
Artikel 120 Recreatievisserij Vervallen 2025 14441 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97364283 2025 14441 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97364283 01-05-2025
Artikel 121 — Artikel 121 Beginselen voor controle op de afzet#
Artikel 121 Beginselen voor controle op de afzet 1 Degene die gevangen of geoogste visserij- en aquacultuurproducten voor de eerste verkoop aanbiedt, verdeelt de genoemde producten in partijen. 2 Producten waarvoor Europese handelsnormen gelden, worden slechts voor eerste verkoop uitgestald, voor eerste verkoop aangeboden, verkocht of anderszins verhandeld als zij met die normen in overeenstemming zijn. 3 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 56, tweede en vierde lid, en 57, derde lid, van de controleverordening. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 122 — Artikel 122 Traceerbaarheid#
Artikel 122 Traceerbaarheid 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 58, eerste tot en met vijfde lid, van de controleverordening, en artikel 67, eerste tot en met vijfde en zevende lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2 Marktdeelnemers als bedoeld in artikel 4, negentiende lid, van de controleverordening beschikken over systemen en procedures, waarmee kan worden nagegaan van wie zij partijen visserij- en aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 66 van de uitvoeringsverordening controleverordening hebben ontvangen en aan wie zij die producten hebben geleverd. 3 artikel 90 In de in het tweede lid bedoelde systemen worden door de desbetreffende marktdeelnemer de invan deze regeling en de in artikel 58, vijfde lid, van controleverordening bedoelde gegevens vastgelegd. 4 De in artikel 58, onderdelen g en h, van de controleverordening bedoelde gegevens zijn in het stadium van de detailhandel voor de consument beschikbaar en worden vermeld op het etiket of het identificatiemerk van de voor de detailverkoop aangeboden visserij- en aquacultuurproducten, dan wel voor zover het de wetenschappelijke naam van de soort op detailhandelniveau betreft, aan de hand van commerciële voorlichtingsmiddelen, zoals borden en posters. 5 Dit artikel is niet van toepassing op hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten die rechtstreeks vanaf een vissersvaartuig aan consumenten worden verkocht, mits deze hoeveelheden per vissersvaartuig en per eindconsument niet meer dan € 50,– per kalenderdag vertegenwoordigen. 2015 48917 29-12-2015 23-12-2015 WJZ/15183887 2015 48917 29-12-2015 23-12-2015 WJZ/15183887 01-01-2016
Artikel 123 — Artikel 123 Eerste verkoop visserijproducten#
Artikel 123 Eerste verkoop visserijproducten 1 Alle visserijproducten die voor het eerst op de markt worden gebracht, worden geregistreerd in een visafslag dan wel worden verkocht aan geregistreerde kopers of producentenorganisaties. 2 artikel 59, tweede lid Het is verboden in strijd te handelen met, van de controleverordening. 3 artikel 59, tweede lid De bevoegde autoriteit, bedoeld in, van de controleverordening is de minister. 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 01-01-2014
Artikel 124 — Artikel 124 Weging visserijproducten#
Artikel 124 Weging visserijproducten 1 Visserijproducten worden gewogen met apparatuur die ten genoegen van de minister is goedgekeurd, geijkt en verzegeld. 2 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 60, tweede en vijfde lid, van de controleverordening en met de artikelen 70, eerste en tweede lid, 71, eerste en tweede lid, 72, tweede en derde lid, 73, tweede lid, 74, eerste en tweede lid, 79, eerste lid, 80, eerste en tweede lid, 81, 82, eerste en tweede lid, 83, 84, tweede en derde lid, 85, 86 en 87 van de uitvoeringsverordening controleverordening. 3 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 60, zesde lid, van de controleverordening en de artikelen 75, 80, eerste lid, 81, 82, eerste lid, en 87, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA. 4 bijlage 2 Als havens als bedoeld in artikel 79, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden aangewezen de havens die zijn vermeld inB met uitzondering van Den Helder. Het aanlanden of overladen vindt plaats in de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden. 5 Het is verboden met een Nederlands vissersvaartuig vis van de in artikel 78 van de uitvoeringsverordening controleverordening genoemde soorten buiten de Europese Unie aan te landen in havens die niet uitdrukkelijk voor weging zijn geselecteerd door derde landen die voor deze soorten overeenkomsten met de Europese Unie hebben gesloten. 2024 7123 08-03-2024 29-02-2024 WJZ/34550459 2024 63 21-03-2024 07-03-2024 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 22 augustus
2022 tot wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de
invoering van de bestuurlijke boete in werking treedt (Stb. 2022/343).
Artikel 124a — Artikel 124a Weging verse visserijproducten aan boord of na vervoer#
Artikel 124a Weging verse visserijproducten aan boord of na vervoer 1 artikel 124, tweede lid artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 Voor Nederlandse vissersvaartuigen kan van het verbod, bedoeld in, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, op grond vanuitsluitend ontheffing worden verleend, indien de visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig worden gewogen. 2 Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de voorschriften verbonden, dat de kapitein, eigenaar of gemachtigde van het vissersvaartuig voldoet aan paragraaf 5.1.1. van het steekproefplan wegen aan boord en dat de kapitein, eigenaar of gemachtigde van het vissersvaartuig ervoor zorgdraagt dat de marktdeelnemers verantwoordelijk voor de eerste afzet van de visserijproducten voldoen aan paragraaf 5.1.3. van dat steekproefplan. 3 In afwijking van artikel 124, tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, is het de kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat de vlag voert van een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, toegestaan visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig te wegen, voor zover hij voldoet aan de paragrafen 5.1.1. en 5.1.2. van het steekproefplan wegen aan boord en hij ervoor zorgdraagt dat marktdeelnemers verantwoordelijk voor de eerste afzet van de visserijproducten voldoen aan paragraaf 5.1.3. van dat steekproefplan. 4 In afwijking van artikel 124, tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, is het toegestaan dat visserijproducten die in Nederland zijn aangeland, worden gewogen na vervoer vanaf de plaats van aanlanding, op een in Nederland gelegen plaats van bestemming, voor zover de betrokken marktdeelnemers voldoen aan paragraaf 5.1. van het controleplan wegen na vervoer. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-04-2022
Artikel 125 — Artikel 125 Verkoopdocument#
Artikel 125 Verkoopdocument 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 62, eerste en vijfde lid, en 63, eerste lid, van de controleverordening en met artikel 90 van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2 Geregistreerde kopers en geregistreerde visafslagen als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de controleverordening doen binnen 48 uur na de eerste verkoop door middel van het door de minister ter beschikking gestelde formulier met behulp van DigiD of eHerkenning elektronisch opgave bij RVO van de in artikel 64, eerste lid, van de controleverordening genoemde gegevens. 3 Het verkoopdocument, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de controleverordening bevat de gegevens, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de controleverordening, en stemt overeen met de factuur of als zodanig dienstdoend document als bedoeld in de artikelen 218 en 219 van Richtlijn nr. 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347). 4 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 63, eerste lid, van de controleverordening en in artikel 87 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA. 2017 59829 17-10-2017 13-10-2017 WJZ/17137096 2017 59829 17-10-2017 13-10-2017 WJZ/17137096 01-01-2018
Artikel 126 — Artikel 126 Aangifte van overname#
Artikel 126 Aangifte van overname 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 66, eerste lid, en 67, eerste lid, van de controleverordening. 2 De aangifte van overname, bedoeld in artikel 66, eerste lid van de controleverordening wordt binnen de in dat artikelonderdeel genoemde termijn overhandigd aan een ambtenaar van de NVWA of gedeponeerd in een vangstopgavebus. 3 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 66, eerste lid, en 67, eerste lid, van de controleverordening, is de NVWA. 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 2011 24003 27-12-2011 23-12-2011 251766 01-01-2012
Artikel 127 — Artikel 127 Vervoersdocument#
Artikel 127 Vervoersdocument 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 68, eerste, derde, vijfde en zevende lid, van de controleverordening. 2 Het vervoersdocument, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de controleverordening wordt binnen de in dat artikelonderdeel genoemde termijn overhandigd aan een ambtenaar van de NVWA of gedeponeerd in een vangstopgavebus. 3 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 68, eerste, tweede, derde en zesde lid, van de controleverordening, is de NVWA. 4 artikel 124a, vierde lid In afwijking van het tweede lid, wordt het vervoersdocument binnen 48 uur na het laden van het voertuig, per e-mail aan de NVWA gestuurd, indien het op grond van, is toegestaan dat visserijproducten worden gewogen na vervoer vanaf de plaats van aanlanding, op een in Nederland gelegen bestemmingsadres. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-04-2022
Artikel 128 — Artikel 128 Bewaking, inspecties en procedures#
Artikel 128 Bewaking, inspecties en procedures 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 73, zevende lid, 75, eerste lid, en 84, vierde lid, van de controleverordening, en met de artikelen 113, tweede lid, 114, eerste lid, en 122, vijfde lid, in samenhang met de artikelen 113, tweede lid, en 114, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2 De kapitein handelt overeenkomstig een op grond van artikel 104, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening gegeven opdracht. 3 Indien overeenkomstig artikel 104 of artikel 109 van de uitvoeringsverordening controleverordening ID-merktekens en zegels als bedoeld in die artikelen zijn aangebracht, is het verboden deze merktekens en zegels te verwijderen. 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 2022 9138 01-04-2022 30-03-2022 WJZ/22089404 02-04-2022 01-04-2022
Artikel 129 — Artikel 129 Handhavingmaatregelen#
Artikel 129 Handhavingmaatregelen 1 Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in een gebied dat gesloten is op grond van artikel 104 van de controleverordening. 2 Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 108 van de controleverordening vastgestelde maatregelen. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 130 — Artikel 130 Puntensysteem voor ernstige inbreuken#
Artikel 130 Puntensysteem voor ernstige inbreuken 1 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 125 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de minister. 2 De voor echt verklaarde kopie, bedoeld in artikel 128 van de uitvoeringsverordening controleverordening, wordt op aanvraag van de desbetreffende houder van een visvergunning verstrekt door de minister. 3 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 130, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening en met de op grond van artikel 132, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening genomen maatregelen. 4 De minister wijst de kapitein van een vissersvaartuig onder wiens gezag ernstige inbreuken als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1005/2008 zijn gepleegd, punten toe overeenkomstig bijlage XXX van de uitvoeringsverordening controleverordening. 5 De artikelen 125, 126, tweede tot en met vijfde lid, 129, 130, eerste lid, 132, eerste lid, en 133, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de in het vierde lid bedoelde kapitein. 6 Indien aan een kapitein op grond van het vierde lid het navolgende aantal punten is toegewezen, is het hem gedurende de achter dat aantal vermelde periode verboden als kapitein op een vissersvaartuig te varen: a. 18 punten: 2 maanden; b. 36 punten: 4 maanden; c. 54 punten: 8 maanden; d. 72 punten: 12 maanden; en e. 90 punten 3 jaren. 7 Het is de houder van een visvergunning verboden een kapitein waarop het in het zesde lid bedoelde verbod betrekking heeft op het vissersvaartuig waarop de visvergunning betrekking heeft, als kapitein te laten varen gedurende de desbetreffende periode. 8 artikel 1 van de Wet bemanning zeeschepen Voor de toepassing van het vierde tot en met zevende lid en de artikelen 125 tot en met 134 van de uitvoeringsverordening controleverordening wordt onder kapitein verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan in. 2025 15667 28-05-2025 25-04-2025 IENW/BSK-2025/91091 2025 145 28-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning
zeeschepen in werking treedt.
Artikel 131 — Artikel 131 Duurzaam beheer van externe vissersvloten#
Artikel 131 Duurzaam beheer van externe vissersvloten 1 verordening 2017/2403 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 7, tweede lid, 9, 20, eerste lid, 26, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 28, tweede lid, 29, 30, eerste lid, 31, 32, 38, eerste, tweede lid en vierde lid, vanen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 7, zesde en zevende lid, van die verordening vastgestelde maatregelen. 2 verordening 2017/2403 De in artikel 4 vanbedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend indien voldaan is aan artikel 5 van die verordening en aan: a. verordening 2017/2403 artikel 10, onderdelen b tot en met d, van, indien het de in artikel 8 van die verordening bedoelde visserijactiviteiten betreft; b. verordening 2017/2403 verordening 2017/2403 artikel 14, eerste lid, van, in samenhang met artikel 10, onderdelen b tot en met d, van die verordening, en in voorkomend geval aan de op grond van artikel 15 van die verordening door de Europese Commissie vastgestelde gedelegeerde handeling, indien het de in artikel 14, eerste lid, vanbedoelde visserijactiviteiten betreft; c. verordening 2017/2403 artikel 17, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van, en in voorkomend geval aan artikel 27 van die verordening, indien het de in artikel 16 van die verordening bedoelde visserijactiviteiten betreft; d. verordening 2017/2403 verordening 2022/2056 verordening 2022/2343 verordening 2017/2403 artikel 21, onderdeel b, van, in voorkomend geval in samenhang met artikel 10, onderdelen b tot en met d, of met artikel 17, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van die verordening, in voorkomend geval aan artikel 27 van die verordening, en in voorkomend geval aan de eis om gegevens te verstrekken, bedoeld in de artikelen 23, eerste lid, vanen artikel 29, vierde lid, van, indien het de in artikel 19 vanbedoelde visserijactiviteiten betreft; of e. verordening 2017/2403 artikel 24, onderdeel b, van, en in voorkomend geval aan artikel 27 van die verordening, indien het de in artikel 23 van die verordening bedoelde visserijactiviteiten betreft. 3 De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie. 4 verordening 2017/2403 De minister kan de vismachtiging schorsen of intrekken in de situatie, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van. 5 De minister kan aan een vismachtiging voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen. 6 Het is verboden in strijd te handelen met de aan de vismachtiging verbonden voorschriften. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 131a — Artikel 131a Maatregelen ten aanzien van derde landen die niet-duurzame visserij toelaten#
Artikel 131a Maatregelen ten aanzien van derde landen die niet-duurzame visserij toelaten Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 4 van verordening nr. 1026/2012 vastgestelde maatregelen. 2012 27400 28-12-2012 27-12-2012 WJZ/12366907 2012 27400 28-12-2012 27-12-2012 WJZ/12366907 01-01-2013
Artikel 132 — Artikel 132 Invoerverbod tonijnsoorten uit bepaalde gebieden#
Artikel 132 Invoerverbod tonijnsoorten uit bepaalde gebieden Vervallen 2014 38062 31-12-2014 23-12-2014 WJZ/14191161 2014 38062 31-12-2014 23-12-2014 WJZ/14191161 01-01-2015
Artikel 133 — Artikel 133 Toegang tot havens en gebruik havendiensten vaartuigen derde landen#
Artikel 133 Toegang tot havens en gebruik havendiensten vaartuigen derde landen 1 verordening 2022/2343 verordening 2023/675 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 10, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008 en artikel 42, eerste en tweede lid, vanen artikel 9, eerste lid, van. 2 bijlage 2 Als havens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, worden aangewezen de havens die zijn vermeld inB en voor vissersvaartuigen die de vlag van het Verenigd Koninkrijk voeren en in het Verenigd Koninkrijk in het visserijregister zijn geregistreerd, die geen vis of visserijproducten aan boord hebben, zover de toegang tot de haven uitsluitend plaatsvindt om onderhoudswerkzaamheden aan het betrokken vissersvaartuig te laten verrichten, de havens die zijn vermeld in Bijlage 2 D. 3 De voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, geschiedt door verzending van een door de desbetreffende kapitein ondertekend elektronisch of faxbericht aan de meldkamer van de NVWA te Echt. 4 artikel 7, eerste lid Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen of zijn vangst aan te landen of over te laden zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in, onderscheidenlijk artikel 11, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008. 5 artikel 8, eerste lid De aangifte, bedoeld in, wordt ingediend bij de meldkamer van de NVWA te Echt met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading. 6 verordening 2018/975 verordening nr. 1005/2008 verordening 2018/975 verordening 2018/975 Indien het vissersvaartuigen van derde landen betreft die SPRFMO-visbestanden als bedoeld in artikel 4, punt 4, vanwillen aanlanden, wordt de voorafgaande kennisgeving in afwijking van artikel 6, eerste lid, van, gedaan tenminste 48 uur voor de geschatte tijd van aankomst in de haven, bevat die kennisgeving de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid, vanen geschiedt die kennisgeving overeenkomstig bijlage XI bij. 7 Bijlage 2 De in het vierde lid bedoelde toestemming wordt voor zover deze betrekking heeft op het binnen varen van een van de inD vermelde havens, uitsluitend verleend indien het vissersvaartuig rechtstreeks en via de kortste route afkomstig is van een in Bijlage 2 B vermelde haven alwaar de NVWA heeft vastgesteld dat er geen vis of visserijproducten aan boord van het betrokken vissersvaartuig zijn. Deze vaststelling door de NVWA vindt plaats op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 134 — Artikel 134 Vangstcertificaten bij invoer#
Artikel 134 Vangstcertificaten bij invoer 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, eerste en tweede lid, 14, eerste en tweede lid, en 22, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008. 2 Indien de invoer betrekking heeft op visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, wordt voor de toepassing van het eerste lid gebruik gemaakt van: a. het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, dat overeenkomstig artikel 4 van die verordening is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt; b. verordening nr. 1984/2003 het statistisch document, bedoeld in artikel 4 van, dat overeenkomstig dat artikel is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt, en in voorkomend geval is gewaarmerkt overeenkomstig artikel 7bis, derde lid, van die verordening en vergezeld gaat van een kopie van de ICCAT-overladingsaangifte; onderscheidenlijk c. het vangstdocument, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van verordening nr. 1035/2001, dat overeenkomstig die verordening is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt. 3 verordening nr. 1005/2008 In aanvulling op het eerste lid is de invoer van visserijproducten als bedoeld in artikel 2, achtste lid, van, verboden indien: a. de invoer van die producten is geweigerd op grond van artikel 18, eerste en tweede lid, van die verordening, of b. verordening nr. 1984/2003 het statistisch document, bedoeld in artikel 4 van, niet is aanvaard, omdat het vissersvaartuig niet is opgenomen in het ICCAT-register, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van die verordening. 4 Indien de vrijgave en het in de handel brengen van visserijproducten op grond van artikel 17, zevende lid, van verordening nr. 1005/2008 is opgeschort, komen de kosten voor de opslag van die producten gedurende de periode, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van die verordening, ten laste van de marktdeelnemer. 2018 70521 14-12-2018 12-12-2018 WJZ/18311882 2018 70521 14-12-2018 12-12-2018 WJZ/18311882 15-12-2018
Artikel 135 — Artikel 135 Vangstcertificaten bij aanlanding of overlading door EU-vissersvaartuigen en bij interne verhandeling#
Artikel 135 Vangstcertificaten bij aanlanding of overlading door EU-vissersvaartuigen en bij interne verhandeling 1 Indien het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, tweede en tiende lid en 4, eerste lid van die verordening, voor zover deze artikelen betrekking hebben op aanlanden, overladen of intern verhandelen. 2 De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 640/2010. 3 Voor zover het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 8, 9 10, 11 en 12 van die verordening. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 136 — Artikel 136 Bevoegde autoriteit#
Artikel 136 Bevoegde autoriteit 1 Het vangstcertificaat, bedoeld in de artikelen 12 en 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel c, onder i, van verordening nr. 1005/2008, het vangstdocument, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die verordening, het bewijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die verordening, de verklaring, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van die verordening, en de kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel c, onder ii, van die verordening, worden overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van die verordening of overeenkomstig artikel 8 van verordening nr. 1010/2009 ingeval de desbetreffende visserijproducten met de in dit artikel bedoelde vervoermiddelen wordt getransporteerd, ingediend bij de minister. 2 De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, derde lid, van verordening nr. 1984/2003. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 137 — Artikel 137 Erkende marktdeeldemers#
Artikel 137 Erkende marktdeeldemers 1 In afwijking van artikel 136 kunnen erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008, handelen overeenkomstig dat lid. 2 Marktdeelnemers dienen een verzoek in tot erkenning bij de minister overeenkomstig artikel 14 van verordening nr. 1010/2009. 3 De minister verleent de erkenning, bedoeld in het tweede lid, slechts indien de marktdeelnemer voldoet aan artikel 16, derde lid, onderdelen a tot en met g, van verordening nr. 1005/2008 en de artikelen 9 tot en met 13 van verordening nr. 1010/2009. 4 De minister schorst de erkenning, bedoeld in het tweede lid, indien zich één van de in de artikelen 22 tot en met 26 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet. 5 De minister trekt de erkenning in indien zich één van de in artikel 27 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet. 6 Het aantal invoeroperaties, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt 50. 7 Het volume van een invoeroperatie, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt minimaal 500 kg. 2014 15436 03-06-2014 02-06-2014 WJZ/14046293 2014 15436 03-06-2014 02-06-2014 WJZ/14046293 04-06-2014
Artikel 138 — Artikel 138 Vangstcertificaten bij uitvoer#
Artikel 138 Vangstcertificaten bij uitvoer 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, eerste en vijfde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001. 2 De minister is de overheidsinstantie, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, en de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001. 3 De uitvoerder van vangsten van een vissersvaartuig dient het verzoek tot validatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 139 — Artikel 139 Vangstcertificaten bij wederuitvoer#
Artikel 139 Vangstcertificaten bij wederuitvoer 1 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, de artikelen 3, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, voor zover dit artikel betrekking heeft op wederuitvoer, en 6, tweede lid, van laatstgenoemde verordening, de artikelen 6, eerste, vierde en zesde lid en 7 van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001. 2 De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001. 3 De uitvoerder van producten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, dient het verzoek tot invulling van het vangstcertificaat of een kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in dat artikellid, in bij de minister. 4 De uitvoerder van visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, dient het verzoek tot waarmerking van het wederuitvoercertificaat, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk van het vangstdocument, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister. 5 De in het vierde lid bedoelde verzoeken gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 140 — Artikel 140 Maatregelen tegen bij IUU betrokken vaartuigen en staten#
Artikel 140 Maatregelen tegen bij IUU betrokken vaartuigen en staten 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, 37, aanhef en onderdelen 3 tot en met 6, 9 en 10, 38, aanhef en onderdelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 7, 10 en 11, 39, eerste lid, 40, tweede lid, en 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008. 2 Indien een vissersvaartuig van een derde land is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, is het voor dat vissersvaartuig verboden om zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in artikel 37, onderdeel 7, van die verordening, de bemanning te vervangen. 3 Het is een vissersvaartuig dat is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, verboden de Nederlandse vlag te voeren. 4 Het is een Nederlands vissersvaartuig verboden charterovereenkomsten te sluiten met derde landen die zijn opgenomen op de lijst van niet-meewerkende derde landen, bedoeld in artikel 33 van verordening nr. 1005/2008. 5 Het is verboden in strijd te handelen met een krachtens artikel 36 van verordening nr. 1005/2008 vastgestelde noodmaatregel. 6 Waarnemingsverslagen als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, worden ingediend bij de minister. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 140a — Artikel 140a Verzoek tot erkenning als producentenorganisatie of brancheorganisatie#
Artikel 140a Verzoek tot erkenning als producentenorganisatie of brancheorganisatie Een verzoek tot erkenning als producentenorganisatie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de GMO-verordening of een verzoek tot erkenning als brancheorganisatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de GMO-verordening, wordt ingediend bij de minister overeenkomstig de door de Europese Commissie op grond van artikel 21 van deze verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen. 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 01-01-2014
Artikel 140b — Artikel 140b Productie- en afzetprogramma's#
Artikel 140b Productie- en afzetprogramma's 1 De bevoegde nationale autoriteit, bedoeld in artikel 28, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de GMO-verordening is de minister. 2 De productie- en afzetprogramma's worden ingediend overeenkomstig de door de Europese Commissie op grond van artikel 29 van de GMO-verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen. 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 01-01-2014
Artikel 140c — Artikel 140c Drempelprijzen#
Artikel 140c Drempelprijzen bijlage 11 Als drempelprijzen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de GMO-verordening worden vastgesteld de prijzen die zijn opgenomen in. 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 2013 36841 30-12-2013 24-12-2013 WJZ/13205591 01-01-2014
Artikel 140d — Artikel 140d Gemeenschappelijke handelsnormen#
Artikel 140d Gemeenschappelijke handelsnormen 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 34 van de GMO-verordening en artikel 2, eerste lid, van Verordening nr. 2406/96, in samenhang met artikel 47 van de GMO-verordening. 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van verordening nr. 2406/96, is de NVWA. 3 bijlage 13 Degene die garnalen van de soort crangon crangon aanlandt of verhandelt, brengt ze voor de indeling in de bij verordening nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen onverwijld naar een locatie vermeld in. 2022 11747 28-04-2022 24-04-2022 WJZ/21274470 2022 11747 28-04-2022 24-04-2022 WJZ/21274470 01-07-2022
Artikel 140e — Artikel 140e Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in GFCM-overeenkomstgebied#
Artikel 140e Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in GFCM-overeenkomstgebied verordening nr. 1343/2011 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9 bis tot en met 9 quinquies, 10, 11 bis, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 15 bis, eerste lid, 16, 16 ter, eerste lid, 16 quater, eerste lid, 16 quinquies, eerste en tweede lid, 16 quinquies bis, 16 septies tot en met 16 duodecies, 16 terdecies, vijfde lid, 17, vijfde lid, 17 ter, eerste lid, 22 bis tot en met 22 quinquies, 22, septies, 22 duodecies, 22 terdecies van. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024 Voorheen art. 73a.
Artikel 140f — Artikel 140f Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in NAFO-gebied#
Artikel 140f Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in NAFO-gebied 1 verordening 2019/833 verordening 2019/833 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, tweede en vierde tot en met zesde lid, 10, 11, 12, derde en vijfde lid, 13, tweede en derde lid, 14, 15, eerste tot en met derde lid, 16, eerste en derde lid, 18, 19, derde lid, 21, derde lid, 22, tweede en zevende tot en met achtste lid, 23, vijfde en negende lid, 24, 25, eerste tot en met zesde lid, 26, eerste en zesde tot en met achtste lid, 27, tweede en twaalfde lid, 32, 39, zesde lid, 41, 46, eerste lid, vanen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 50 vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2 verordening 2019/833 bijlage 2 Als havens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, en 39, eerste lid, van, worden aangewezen de havens die zijn vermeld inB met uitzondering van Den Helder. 3 verordening 2019/833 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, en 39, derde lid, van, is de NVWA. 4 verordening 2019/833 Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van, een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024 Voorheen art. 75.
Artikel 140g — Artikel 140g Meerjarig herstelplan blauwvintonijn in Atlantische Oceaan en Middellandse Zee#
Artikel 140g Meerjarig herstelplan blauwvintonijn in Atlantische Oceaan en Middellandse Zee 1 verordening 2016/1627 verordening 2016/1627 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, derde lid, 11, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, 17, 19, tweede tot en met vierde lid, 22, eerste lid, 23, derde lid, 25, 26, eerste tot en met vierde lid, 30, vierde lid, 31, eerste, tweede, zesde en zevende lid, 32, eerste lid, tweede lid en vierde tot en met achtste lid, 33, eerste tot en met vierde lid, 34, tweede lid, 35, eerste lid, 36, tweede lid, 38, 40, eerste, derde en vijfde lid, 41, derde lid, 45, tweede lid, 46, achtste lid, 49, eerste tot en met derde lid, en 56 vanen met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 26, vijfde lid, 39 en 48 vanvastgestelde uitvoeringshandelingen. 2 verordening 2016/1627 artikel 6, eerste lid bijlage 2 Als havens als bedoeld in de artikel 30, eerste lid, vanworden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van, toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de inC bij die havens vermelde lostijden. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024 Voorheen art. 76.
Artikel 140h — Artikel 140h Controle- en handhavingregeling in NEAFC-gebied#
Artikel 140h Controle- en handhavingregeling in NEAFC-gebied 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 4 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, de artikelen 9, eerste en tweede lid, 13, 14, 15, 21, 23, artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 12 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, en de artikelen 25, tweede lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, en 42 van verordening nr. 1236/2010. 2 De bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, is de NVWA. 3 Het is verboden in het gereglementeerd gebied, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van verordening nr. 1236/2010, vistuig te gebruiken dat niet is gemarkeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening. 4 De minister kan vistuig als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, verwijderen en vernietigen. 5 bijlage 2 Als havens als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1236/2010, worden aangewezen de havens die zijn vermeld inB. 6 Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, een Nederlandse haven binnen te varen. 7 Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, activiteiten als bedoeld in dat lid, onderdeel b, te verrichten in een Nederlandse haven of in de Nederlandse territoriale wateren. 8 Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1236/2010, om de in dat onderdeel genoemde activiteiten te verrichten met betrekking tot een vaartuig als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef van die verordening. 9 Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef, van verordening nr. 1236/2010, voorzieningen, brandstof of andere diensten te verschaffen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024 Voorheen art. 77.
Artikel 140i — Artikel 140i Over grote afstand trekkende visbestanden in ICCAT-gebied#
Artikel 140i Over grote afstand trekkende visbestanden in ICCAT-gebied 1 verordening 2017/2107 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 14, eerste lid in samenhang met het tweede lid, 15, 19, eerste lid, 30, eerste lid, 31, 32, 34, 35, 36, 38, eerste tot en met vierde lid, 39, 40, eerste lid, 41, eerste tot en met derde lid, 44, vierde lid, 46, 52, eerste en tweede lid, 63, derde lid, en 53 in samenhang met de artikelen 54 tot en met 60, van. 2 Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 20 meter dat niet is opgenomen in het ICCAT-register van vaartuigen die gemachtigd zijn om op grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn te vissen, deze vissoorten uit de wateren van de Atlantische Oceaan en aangrenzende zeeën te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen. 3 verordening 2017/2107 Vaartuigen die van 1 januari tot en met 28 februari betrokken zijn bij visserijactiviteiten in het gebied dat wordt begrensd door breedtelijn 5° NB, breedtelijn 4° ZB, meridiaan 20° WL en de Afrikaanse grens, hebben een waarnemer als bedoeld in artikel 14, derde lid, van, aan boord. 4 Indien het quotum voor blauwe marlijn of witte marlijn is opgevist wordt de desbetreffende vissoort niet in de handel gebracht of verkocht. 5 verordening 2017/2107 De kapitein van een transportvaartuig dat overlaadt op zee laat een regionale ICCAT-waarnemer als bedoeld in artikel 58, eerste lid, vanaan boord van zijn vaartuig toe en verleent die overeenkomstig Bijlage VIII, punten 9 en 10, bij die verordening alle medewerking, zodat de waarnemer de in Bijlage VIII, punt 5, bij die verordening genoemde taken aan boord van het transportvaartuig, kan uitvoeren. 6 verordening 2017/2107 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 57, derde lid, vanis de NVWA. 7 verordening 2017/2107 bijlage 2 Als havens als bedoeld in de artikelen 52, eerste lid, en 65, eerste lid, van, worden aangewezen de havens die zijn vermeld inB met uitzondering van Den Helder. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024 Voorheen art. 78.
Artikel 140j — Artikel 140j Instandhoudings- en controlematregelen in SPRFMO-gebied#
Artikel 140j Instandhoudings- en controlematregelen in SPRFMO-gebied 1 verordening 2018/975 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9, 10, 20, 22, vijfde lid, 23, tweede tot en met vierde lid en 41, eerste en tweede lid, van. 2 verordening 2018/975 Het is niet toegestaan de visserij, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 13, eerste lid, of 18, eerste lid, vante verrichten zonder voorafgaande toelating van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO). 3 verordening 2018/975 Het is verboden bodemvisserij als bedoeld in artikel 4, punt 7, vante bedrijven: a. verordening 2018/975 binnen vijf zeemijl van een locatie in het SPRFMO-verdragsgebied waar het aantal contacten de op grond van artikel 14, eerste lid, vanvastgestelde maximumniveaus overschrijdt, of b. verordening 2018/975 indien het vereiste minimum aan gegevens inzake vissersvaartuigidentificatie zoals beschreven in bijlage V bijniet is verstrekt. 4 verordening 2018/975 bijlage 2 Als havens als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van, worden aangewezen de havens die zijn vermeld inB met uitzondering van Den Helder. 5 verordening 2018/975 Als contactpunt als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b en c, en artikel 40, eerste lid, van, wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024 Voorheen art. 78a.
Artikel 140k — Artikel 140k Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn#
Artikel 140k Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn 1 verordening 2021/56 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, derde tot en met vijfde lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, derde lid, eerste zin, vierde en zesde lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10 tot en met 13, 14, eerste lid, eerste zin, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste, derde en vierde lid, 18, tweede en derde lid, 19, tweede, vijfde tot en met zevende, negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende lid, 21, eerste en derde tot en met zesde lid, 23, zevende lid, 24, eerste lid, en 27 van. 2 verordening 2021/56 Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vante vissen met een ringzegen als bedoeld in artikel 3, punt 6, van die verordening tijdens de door de minister bepaalde sluitingsperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van die verordening. 3 verordening 2021/56 Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vanin strijd te handelen met de volgende verplichtingen: a. verordening 2021/56 het waarborgen van de aanwezigheid van een wetenschappelijk waarnemer op beugvisserijvaartuigen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van; b. verordening 2021/56 het verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdelen a tot en met o, van, aan RVO. c. verordening 2021/56 het beschikken over een statistisch document of certificaat als bedoeld in artikel 23, eerste lid, vanin het geval bedoeld in dit lid. 4 verordening 2021/56 verordening 2021/56 Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vandie zijn ingeschreven in beide vaartuigenregisters als bedoeld in artikel 24, tweede lid, vanin strijd te handelen met de kennisgeving, bedoeld in voornoemd tweede lid. 5 verordening 2021/56 Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 28, eerste lid, vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 140l — Artikel 140l Instandhoudings- en beheersmaatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan#
Artikel 140l Instandhoudings- en beheersmaatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan 1 verordening 2022/2056 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste en vierde lid, 7, eerste tot en met zesde lid, 8, 9, eerste tot en met derde lid, 10, eerste lid, 11, eerste, derde en vierde lid, 12 tot en met 14, 15, eerste, tweede en vierde lid, 16, 17, eerste tot en met derde lid, 18, 19, 20, eerste tot en met derde lid, 21, eerste zin, 25, 26, 28, zevende lid, 29, tweede en vierde lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste en tweede lid, eerste zin, 35, 37, tweede lid, tweede zin, en 40, derde lid, van. 2 verordening 2022/2056 verordening 2022/2056 Het is verboden in strijd te handelen met de regelgeving van de kuststaat in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van, met betrekking tot het beheer en de opsporing van een visaantrekkende voorziening als bedoeld in artikel 3, punt 9, van. 3 verordening 2022/2056 verordening 2022/2056 Het is verboden om in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van, te bunkeren voor, gebunkerd te worden door of anderszins te worden ondersteund door andere vissersvaartuigen dan genoemd in artikel 24, onderdelen a tot en met c, van. 4 verordening 2022/2056 verordening 2022/2056 Bij gebruik op een vissersvaartuig van het volgsysteem, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, van, voldoet het aan de eisen, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, onder i, ii en iv tot en met vi, van. 5 verordening 2022/2056 verordening 2022/2056 verordening 2022/2056 Exploitanten en kapiteins van vissersvaartuigen die vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van, nemen de nodige maatregelen om de rechten van waarnemers, bedoeld in artikel 28, negende lid, van, te waarborgen. Daarnaast handelen zij in voorkomend geval in overeenstemming met artikel 30, vijfde en zesde lid, van. 6 verordening 2022/2056 Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 41, eerste lid, vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 140m — Artikel 140m Instandhoudings- en controlemaatregelen voor tonijnvisserij in de Indische Oceaan#
Artikel 140m Instandhoudings- en controlemaatregelen voor tonijnvisserij in de Indische Oceaan 1 verordening 2022/2343 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde tot en met vijfde lid, 6, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, eerste en tweede zin, 9, eerste lid, eerste zin, 10, eerste lid, 11, eerste tot en met vierde lid, 12, 13, 14, eerste, derde en vierde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste lid, 17, eerste lid, 18, 19, 20, eerste en tweede lid, 21, eerste, tweede en zesde lid, eerste en tweede zin, 22, eerste en tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 35, eerste lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste lid en 53, laatste zin, van. 2 verordening 2022/2343 Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, vanin strijd te handelen met de volgende verplichtingen: a. verordening 2022/2343 het gebruiken van passende technieken, het hebben van de nodige uitrusting aan boord en het nemen van redelijke maatregelen, bedoeld in artikel 21, derde lid, van; b. verordening 2022/2343 het verstrekken van de gegevens, bedoeld in artikel 21, vijfde en zesde lid, van, aan RVO; c. verordening 2022/2343 het markeren van het vissersvaartuig in overeenstemming met artikel 23, vierde lid, van; d. verordening 2022/2343 geen IOO-antecedenten hebben met een gemachtigd vissersvaartuig of als nieuwe eigenaar van dit vissersvaartuig aantonen dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in de subonderdelen van artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van; e. verordening 2022/2343 waarnemers als bedoeld in artikel 30 vanhun taken adequaat en veilig laten uitvoeren en hen te voorzien van geschikte voeding en huisvesting als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, van die verordening; f. verordening 2022/2343 indien het vaartuig overeenkomstig artikel 35 vanmet instemming van RVO is gecharterd, het binnen de termijn bedoeld in artikel 36, eerste lid, aanhef, verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen a tot en met f, en vierde lid, en gegevens over de dekking van waarnemers als bedoeld in artikel 36, vijfde lid, aan RVO; g. artikel 37 het in voorkomend geval verstrekken van de gegevens aan RVO die Nederland op grond vanmeldt aan de Europese Commissie. 3 verordening 2022/2343 verordening 2022/2343 Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 24, eerste lid, vante vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, punt 2, van, voordat aan RVO de gegevens, bedoeld in artikel 24, derde lid, aanhef, onderdelen a en c tot en met p, van die verordening, zijn verstrekt. 4 verordening 2022/2343 Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel e, vanactiviteiten als bedoeld in dat onderdeel te verrichten of betrokken te zijn bij die activiteiten. 5 verordening 2022/2343 verordening 2022/2343 Vangsten van soorten als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, vandoor een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van die verordening gaan bij de invoer op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij of samenwerkende niet-overeenkomstsluitende partij als bedoeld in artikel 3, punt 5, vanvergezeld van de statistische documenten, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van die verordening. 6 verordening 2022/2343 Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 54, eerste lid, vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 140n — Artikel 140n Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen voor instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn#
Artikel 140n Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen voor instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn 1 verordening 2023/675 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste zin, 5, tweede lid, 6, eerste tot en met derde lid, 7, eerste en tweede lid en derde lid, eerste zin, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 15, eerste lid, 16 en 17 van. 2 verordening 2023/675 De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, en artikel 12, tweede lid, vanis de NVWA. 3 verordening 2023/675 bijlage 2B Als havens als bedoeld in artikel 15, tweede lid, vanworden aangewezen de havens die zijn vermeld inmet uitzondering van Den Helder. 4 verordening 2023/675 Als contactpunt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van, wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt. 5 verordening 2023/675 Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 25, eerste lid, vanvastgestelde gedelegeerde handelingen. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 140o — Artikel 140o Maatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het noordelijke deel van de Stille Oceaan#
Artikel 140o Maatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het noordelijke deel van de Stille Oceaan 1 De gegevens over vangsten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden met een vissersvaartuig als bedoeld in dat lid worden verstrekt aan RVO uiterlijk de dinsdag in de week volgend op de week waarin de vangst is gedaan, ongeacht het deel van de vangstbeperking dat gebruikt is. 2 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 51 en 52 van de verordening vangstmogelijkheden. 2024 42975 30-12-2024 20-12-2024 WJZ/96044987 2024 42975 30-12-2024 20-12-2024 WJZ/96044987 01-01-2025
Artikel 140p — Artikel 140p Vangstmogelijkheden#
Artikel 140p Vangstmogelijkheden 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, vijfde lid, 11, vierde lid, 12, eerste lid, 13, tweede lid, 14, zevende lid, van de verordening vangstmogelijkheden, de artikelen 4, zesde lid, 6, vierde en vijfde lid, en 19, tweede en vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, en de artikelen 10 en 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee. 2 Het is verboden op zee, in het zeegebied, in de kustwateren, in de visserijvrije zone of in de onmiddellijke nabijheid van wateren: a. in de artikel 10, vijfde lid, onderdeel a, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden; b. in de in artikel 10, vijfde lid, onderdeel b, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode meer dan het in dat artikellid en onderdeel bedoelde aantal zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden; c. meer dan het in artikel 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde aantal zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden; d. meer dan het in artikel 12, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde aantal witte koolvis voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden; e. meer dan het in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde aantal witte koolvis voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 13, tweede lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden; f. in de artikel 13, tweede lid, onderdeel b, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode witte koolvis voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 13, tweede lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden; g. meer dan 25 stuks dan wel meer dan 20 kilogram kabeljauw voorhanden te hebben. 3 Het is verboden kabeljauw of overeenkomstig de artikelen 10, vijfde lid, onderdeel b, of 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen zeebaars of overeenkomstig de artikelen 12, eerste lid, of 13, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen witte koolvis aan te landen die is gefileerd of is ontdaan van de kop. 4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op zeebaars, witte koolvis en kabeljauw die aantoonbaar afkomstig is van een vissersvaartuig. 5 Het tweede en derde lid zijn tevens van toepassing op of in de onmiddellijke nabijheid van met de wateren, genoemd in het tweede lid, in open verbinding staand binnenwater, tot ten hoogste 30 kilometer landinwaarts. 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 2026 9349 17-03-2026 16-03-2026 WJZ/104041440 18-03-2026
Artikel 140q — Artikel 140q Minimummaten#
Artikel 140q Minimummaten artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963 De afmeting, bedoeld in, bedraagt: a. voor blauwe marlijn een vorklengte van de onderkaak van 251 centimeter; b. voor witte marlijn een vorklengte van de onderkaak van 168 centimeter. 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 2024 33786 25-11-2024 22-11-2024 WJZ/27099021 26-11-2024
Artikel 140r — Artikel 140r Technische maatregelen#
Artikel 140r Technische maatregelen verordening 2019/1241 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, 10, 11 en 12 van, voor zover de handelingen worden verricht in het kader van recreatievisserij. 2025 14441 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97364283 2025 14441 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97364283 01-05-2025
Artikel 140s — Artikel 140s Controleverordening#
Artikel 140s Controleverordening Het is verboden in strijd te handelen met artikel 55, tweede lid, van de controleverordening. 2025 14441 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97364283 2025 14441 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97364283 01-05-2025
Artikel 140t — Artikel 140t Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer#
Artikel 140t Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer 1 verordening 2017/2107 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29, vierde lid, van. 2 verordening 2022/2343 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 17, derde lid, eerste en tweede zin, van. 2025 14441 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97364283 2025 14441 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97364283 01-05-2025 Voorheen art. 140r
Artikel 141 — Artikel 141 Bijhouden gegevens#
Artikel 141 Bijhouden gegevens artikel 1, tweede lid Degene die ingevolge deze regeling en de in, genoemde verordeningen gegevens moet vermelden of anderszins moet bijhouden of moet verstrekken, doet dit volledig, naar waarheid en binnen de gestelde termijnen. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 142 — Artikel 142 Toekomstige wijziging begrip groepscontingent#
Artikel 142 Toekomstige wijziging begrip groepscontingent Wijzigt deze regeling. 2023 31841 21-11-2023 15-11-2023 WJZ/36163858 2023 31841 21-11-2023 15-11-2023 WJZ/36163858 22-11-2023 01-03-2023
Artikel 143 — Artikel 143 Wijziging regelingen#
Artikel 143 Wijziging regelingen Wijzigt de Regeling LNV-subsidies en de Uitvoeringsregeling visserij. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 144 — Artikel 144 Overgangsbepalingen#
Artikel 144 Overgangsbepalingen 1 artikel 145 artikel 1, tweede lid Bescheiden die ingevolge de regelingen, bedoeld in, zijn verzameld, ingevuld, bewaard en bijgehouden, worden aangemerkt als bescheiden op grond van deze regeling en op grond van de in, bedoelde verordeningen. 2 artikel 145 Voor zover er ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig de regelingen, bedoeld in, plaats. 3 artikel 145 Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in, blijven in stand. 4 artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij artikel 29, eerste lid Een ondernemer die op het tijdstip voor inwerkingtreding van deze regeling recht had op een contingent voor een vissoort op grond van, heeft voor 2011 een recht op dat contingent als bedoeld in, van deze regeling. 5 artikel 13, eerste lid artikel 16, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij artikel 32, eerste lid Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van, van, geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in, van deze regeling. 6 artikel 23 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij artikel 44 Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van, geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld invan deze regeling. 7 artikel 12, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij artikel 30, eerste lid Een document, uitgereikt voor 2011 op grond van, wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in, van deze regeling. 8 artikel 142, tweede lid artikel 123, derde lid Een registratie van het Productschap Vis op grond van, zoals dat lid luidde op 31 december 2013, wordt met ingang van 1 januari 2014 aangemerkt als een door de minister genomen registratie op grond van. 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 2013 34135 10-12-2013 02-12-2013 WJZ/13161483 01-01-2014
Artikel 145 — Artikel 145 Intrekken regelingen#
Artikel 145 Intrekken regelingen De volgende regelingen worden ingetrokken: a. Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij de; b. Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij de; c. Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988 de; d. Regeling technische maatregelen 2000 de; en e. Regeling visvergunning de. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 146 — Artikel 146 Inwerkingtreding en citeertitel#
Artikel 146 Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling zeevisserij. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid
Artikel 104a#
artikel 104a
Artikel 104a#
artikel 104a
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid
Artikel 8#
artikel 8, vierde lid
Artikel 4#
artikelen 14, vierde lid
Artikel 124#
124, vierde lid
Artikel 133#
133, tweede en zevende lid
Artikel 140f#
140f, tweede lid
Artikel 140h#
140h, vijfde lid
Artikel 140i#
140i, zevende lid
Artikel 140j#
140j, vierde lid
Artikel 140n#
140n, derde lid
Artikel 6#
artikel 6 eerste lid
Artikel 116#
artikelen 116, tweede lid
Artikel 140g#
140g, tweede lid
Artikel 133#
artikel 133, tweede lid
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid, onderdeel a
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid
Artikel 16#
artikel 16, tweede lid, onderdeel a
Artikel 1#
artikelen 1, eerste lid
Artikel 21#
21, eerste lid
Artikel 29#
29, eerste lid
Artikel 21#
artikel 21, eerste lid
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid
Artikel 29#
artikel 29, eerste lid
Artikel 21#
artikel 21
Artikel 24#
artikel 24
Artikel 24#
artikel 24
Artikel 104#
artikel 104, zevende lid
Artikel 140c#
artikel 140c
Artikel 87a#
artikelen 87a
Artikel 87b#
87b
Artikel 87#
artikelen 87
Artikel 87a#
87a
Artikel 87b#
87b
Artikel 140d#
artikel 140d