Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 mei 2012, nr. WJZ/409353 (10236), houdende instelling van de Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis (Instellingsbesluit Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis)
- BWB-id
- BWBR0031637
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2012-12-21 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031637
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/instellingsbesluit-commissie-onderzoek-financi-le-problemati
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/instellingsbesluit-commissie-onderzoek-financi-le-problemati/2012-12-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031637&g=2012-12-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031637&z=2026-06-06&g=2012-12-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031637/2012-12-21
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/instellingsbesluit-commissie-onderzoek-financi-le-problemati
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: – minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; – commissie: artikel 2 Commissie als bedoeld in; – instelling: Amarantis Onderwijsgroep voor Interconfessioneel Onderwijs, alsmede in voorkomend geval haar rechtsopvolger of rechtsopvolgers. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en taak#
Artikel 2 Instelling en taak 1 Er is een Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis, hierna te noemen de commissie. 2 De commissie heeft tot taak: a. onderzoek te doen naar de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot of hebben bijgedragen aan het ontstaan van de financiële problematiek van de instelling zoals die in de loop van 2012 is gebleken of nog zal blijken; b. in kaart te brengen welke financiële beslissingen, investeringsbeslissingen of andere bestuursbeslissingen tot de financiële problematiek hebben geleid en op welke wijze deze beslissingen tot stand zijn gekomen; c. na te gaan op welke wijze de interne toezichthouder van de instelling betrokken is geweest bij de onder b bedoelde beslissingen; d. de handelwijze en bevoegdheidsuitoefening na te gaan van de betrokken externe actoren, waaronder de instellingsaccountant, de inspectie van het onderwijs en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; e. aanbevelingen te doen, gebaseerd op het onderzoeksmateriaal, over maatregelen die kunnen bijdragen aan het voorkomen van financiële problematiek bij andere instellingen in de bve-sector of scholen in het voortgezet onderwijs. 3 Het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, betreft de periode vanaf 1 januari 2007, alsmede de daaraan voorafgaande periode voor zover deze in het licht van het onderzoek van belang is. 4 In aanvulling op het tweede en derde lid heeft de commissie met ingang van 3 december 2012 tot taak, mede op basis van de kennis, feiten en signalen waarover de commissie de beschikking heeft gekregen bij het onderzoek, bedoeld in het tweede en derde lid, nader onderzoek te doen naar mogelijke persoonlijke bevoordeling, bovenmatig persoonlijk gebruik van faciliteiten of bevoordeling van derden door de betrokken, al dan niet gewezen, bestuurders, leidinggevenden of adviseurs van de instelling of haar rechtsvoorgangers. 5 Het nader onderzoek betreft dezelfde periode als het onderzoek, bedoeld in het tweede en derde lid, en is erop gericht, ten aanzien van de in het vierde lid bedoelde personen vast te stellen hoe hun handelen of nalaten zich verhoudt tot: a. artikel 2:9 van het Burgerlijk wetboek de behoorlijke taakvervulling, bedoeld in; b. algemeen aanvaarde normen van doelmatige besteding van publieke middelen. 6 Indien betrokkenen naar het oordeel van de commissie niet of onvoldoende meewerken aan het nader onderzoek, overlegt de commissie daarover een schriftelijke verklaring aan de Minister. Indien bij het nader onderzoek het vermoeden rijst van strafbare feiten, meldt de commissie dit aan de Minister. 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 21-12-2012 03-12-2012
Artikel 3 — Artikel 3 Instellingsduur#
Artikel 3 Instellingsduur artikel 8, lid 1a De commissie wordt opgeheven met ingang van de eerste dag van de derde maand nadat zij de eindrapportage, bedoeld in, heeft uitgebracht. 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 21-12-2012 03-12-2012
Artikel 4 — Artikel 4 Informatieplicht#
Artikel 4 Informatieplicht De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door deze gewenste inlichtingen. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 5 — Artikel 5 Leden#
Artikel 5 Leden 1 Tot leden van de commissie worden benoemd: a. de heer M. van Rijn te Den Haag, lid, tevens voorzitter, tot 5 november 2012; a1. artikel 2, vierde lid mevrouw drs. F. Halsema te Amsterdam, lid, tevens voorzitter, met ingang van 3 december 2012, ten behoeve van het nader onderzoek, bedoeld in; b. de heer H. van Moorsel te Vinkeveen; c. mevrouw R. de Wit te Heerlen. 2 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. 3 De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 4 Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd. 5 De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van de commissie. 6 De minister draagt zorg voor een adequate ondersteuning van de commissie. 7 Indien ambtenaren, in dienst van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tot secretaris of medewerker worden benoemd, zijn zij tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de commissie bekend is geworden. 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 21-12-2012 03-12-2012
Artikel 6 — Artikel 6 Werkwijze#
Artikel 6 Werkwijze 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. 2 Artikel 5, zevende lid De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijk deskundigen., is van overeenkomstige toepassing. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 7 — Artikel 7 Onafhankelijkheid en bevoegdheden#
Artikel 7 Onafhankelijkheid en bevoegdheden 1 De commissie verricht haar werkzaamheden in onafhankelijkheid zonder last of ruggespraak. 2 De commissie kan desgewenst voor haar werkzaamheden een beroep doen op alle kennis die in welke vorm dan ook op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwezig is betreffende haar werkterrein. De medewerking wordt niet dan op grond van wettelijke belemmeringen geweigerd. 3 artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht De leden van de commissie, de secretaris van de commissie en de aan de secretaris toegevoegde medewerkers worden bij dezen, voor zover dat in het kader van het onderzoek van de commissie wordt gevorderd, aangewezen als toezichthouder in de zin vanen mogen dientengevolge alle bevoegdheden, genoemd in, toepassen indien dat naar het oordeel van de commissie noodzakelijk is. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 8 — Artikel 8 Rapportage#
Artikel 8 Rapportage 1 artikel 2, tweede en derde lid De commissie brengt vóór 15 oktober 2012 een eindrapportage uit aan de minister over de bevindingen, voortvloeiend uit het onderzoek, bedoeld in. 1a artikel 2, vierde lid De commissie brengt vóór 1 februari 2013 een eindrapportage uit aan de minister over de bevindingen die voortvloeien uit het onderzoek, bedoeld in. 2 Indien de commissie voorziet dat zij de in dit besluit gestelde rapportagetermijn zal overschrijden dan wel wanneer zij knelpunten ontmoet tijdens de uitvoering van het onderzoek, stelt zij de minister daarvan direct in kennis. De commissie vermeldt hierbij welke knelpunten zich voordoen. Bij dreigende overschrijding van de rapportagetermijn meldt de commissie de oorzaak van de overschrijding en geeft zij een indicatie van de termijn waarop de rapportage wel zal zijn afgerond. 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 21-12-2012 03-12-2012
Artikel 9 — Artikel 9 Geen andere rapportages#
Artikel 9 Geen andere rapportages artikel 8 De commissie brengt geen andere rapportages uit dan die genoemd in, tenzij de minister daarom verzoekt. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 10 — Artikel 10 Vergoeding#
Artikel 10 Vergoeding 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Aan de voorzitter en de leden van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op het maximum van schaal 18 vanen de arbeidsduurfactor op 0,20 fte. 2 De minister kan de in het eerste lid genoemde arbeidsfactor nader vaststellen indien de omvang van de werkzaamheden van de voorzitter onderscheidenlijk leden daartoe aanleiding geeft. 3 Reisbesluit binnenland De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het. Deze vergoeding wordt door de secretaris van de commissie afgehandeld. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 11 — Artikel 11 Kosten#
Artikel 11 Kosten 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in elk geval verstaan: a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. de kosten van publicatie van rapportages. 2 artikel 2, vierde lid De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan. Tevens biedt de commissie zo spoedig mogelijk na aanvang van haar onderzoek, bedoeld in, een begroting en een planning inzake dat onderzoek aan de minister aan. 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 2012 26578 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/ 467367(10236) 21-12-2012 03-12-2012
Artikel 12 — Artikel 12 Openbaarmaking#
Artikel 12 Openbaarmaking Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 13 — Artikel 13 Intellectuele eigendom#
Artikel 13 Intellectuele eigendom De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 14 — Artikel 14 Archiefbescheiden#
Artikel 14 Archiefbescheiden De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder als aangewezen is, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 15 — Artikel 15 Mandaat#
Artikel 15 Mandaat 1 artikel 2.5.6 artikel 2.5.10 Voor zover het onderzoek van de commissie betrekking heeft op de sector van de educatie en het beroepsonderwijs, vervult de commissie haar taak op basis vandan weljuncto artikel 2.5.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Het bevoegd gezag van de instelling verstrekt conform het bepaalde in artikel 2.5.6 van genoemde wet aan de commissie alle inlichtingen die de commissie voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt. De commissie krijgt desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden. 2 artikel 19 van het Bekostigingsbesluit WVO Voor zover het onderzoek van de commissie betrekking heeft op de sector van het voortgezet onderwijs, vervult de commissie haar taak op basis van. Het bevoegd gezag van de school verstrekt conform het bepaalde in dat artikel 19 aan de commissie alle inlichtingen die de commissie voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt. De commissie krijgt desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden. 3 artikelen 43 43a, van de Comptabiliteitswet 2001 De commissie heeft mandaat voor het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in deen. 4 De commissie oefent de bevoegdheden, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, slechts uit voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is. Bij een verzoek om inlichtingen te verstrekken geeft zij de grondslag aan op grond waarvan dat verzoek wordt gedaan en het doel waarvoor de inlichtingen worden gevraagd. 2012 19607 24-09-2012 21-09-2012 442213 2012 19607 24-09-2012 21-09-2012 442213 25-09-2012
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2 Dit besluit vervalt met ingang van de eerste dag van de zesde maand nadat de Commissie de laatste rapportage heeft uitgebracht. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis. 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 2012 11267 08-06-2012 30-05-2012 WJZ/409353(10236) 09-06-2012