Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 december 2011, nr. AI/Alg.Dir/2011/22265, houdende de toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012)
- BWB-id
- BWBR0030867
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2017-07-01 t/m 2017-09-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030867
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-inspecteur-generaal-s
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-inspecteur-generaal-s/2017-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030867&g=2017-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030867&z=2026-06-06&g=2017-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030867/2017-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-inspecteur-generaal-s
Artikel 1 — Artikel 1 Begrippen#
Artikel 1 Begrippen In deze regeling en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. inspectie: de Inspectie SZW; b. inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid; c. directie: artikel 2 een van de organisatieonderdelen, genoemd in; d. directeur: een functionaris die leiding geeft aan een of meer directies; e. IG-team: de inspecteur-generaal en de directeuren van de directies die ressorteren onder de inspecteur-generaal; f. portefeuille: artikel 3, tweede lid de lijnverantwoordelijkheid voor een directie dan wel een door de inspecteur-generaal aan een directeur opgedragen taak of verantwoordelijkheid als bedoeld in, of een samenstel daarvan; g. jaarplan: artikel 8, tweede lid, tweede zin, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 het jaarplan voor de gehele inspectie, genoemd in; h. inspectieplan: het door de inspecteur-generaal vastgestelde plan waarin de doelen en de inzet van de capaciteit van de inspectie, aangegeven in het jaarplan, zijn uitgedrukt in werkzaamheden en producten van de inspectie met inachtneming van de door de secretaris-generaal vastgestelde kaders. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 2 — Artikel 2 Organisatie inspectie#
Artikel 2 Organisatie inspectie Onder de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid ressorteren: a. de directie Analyse, Programmering en Signalering; b. de directie Arbeidsmarktfraude; c. de directie Arbeidsomstandigheden; d. de directie Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning; e. de directie Major Hazard Control; f. de directie Opsporing; g. de directie Werk en Inkomen. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 3 — Artikel 3 Het IG-team#
Artikel 3 Het IG-team 1 De inspecteur-generaal en de directeuren voeren regelmatig collegiaal overleg over de strategische sturing van de inspectie en over de vervulling van de portefeuilles. Dit overleg staat onder voorzitterschap van de inspecteur-generaal. Beslissingen worden genomen door de inspecteur-generaal, gehoord de overige leden van het IG-team. 2 De inspecteur-generaal kan elk van de directeuren schriftelijk belasten met taken en verantwoordelijkheden, de inspectie betreffende, naast de verantwoordelijkheden voor de eigen directie. Over dergelijke taken en verantwoordelijkheden verantwoordt de desbetreffende directeur zich op de wijze, aangegeven door de inspecteur-generaal. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 4 — Artikel 4 Verantwoordelijkheden directeuren#
Artikel 4 Verantwoordelijkheden directeuren Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor: a. het leiding geven aan de eigen directie; b. het door tussenkomst van de inspecteur-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie; c. het door tussenkomst van de inspecteur-generaal attenderen van de bewindspersonen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten; d. het binnen de door de inspecteur-generaal gestelde kaders zorgdragen voor een effectieve en efficiënte organisatie, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor de planning en bewaking van de productie van de eigen directie; e. personeelsaangelegenheden van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal, de inspecteur-generaal dan wel de directeur Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning; f. het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden voor zover deze niet is opgedragen aan anderen, zoals de directeur Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning, de directeur Bedrijfsvoering van het ministerie en de Stichting Pensioenfonds ABP; g. het op orde hebben van de administratieve organisatie, voor zover deze niet is belegd bij de directie Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning; h. het leveren van een bijdrage betreffende zijn directie aan het meerjarig strategisch plan, het jaarplan, het inspectieplan en het jaarverslag van de inspectie; i. het voorbereiden en uitvoeren van het de eigen directie betreffende deel van het jaarplan en het inspectieplan binnen de door de secretaris-generaal en inspecteur-generaal vastgestelde uitgangspunten; j. het rapporteren aan de inspecteur-generaal over de uitvoering van het de eigen directie betreffende deel van het jaarplan en het inspectieplan; k. het na overeenstemming daarover met de inspecteur-generaal aanwijzen van een plaatsvervangend directeur; l. het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de eigen directie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de eigen directie; m. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht het behandelen van klachten als bedoeld invoor zover deze betrekking hebben op de gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen; n. het bijdragen aan de ontwikkeling van de inspectie. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 5 — Artikel 5 Verantwoordelijkheden directie Analyse, Programmering en Signalering#
Artikel 5 Verantwoordelijkheden directie Analyse, Programmering en Signalering 1 De directie Analyse, Programmering en Signalering is verantwoordelijk voor: a. het in samenwerking met de directies voorbereiden van beslissingen over de strategie en de programmering betreffende de werkzaamheden van de inspectie, waaronder het meerjarig strategisch plan, de landelijke strategieën op het gebied van de directies Arbeidsmarktfraude, Arbeidsomstandigheden en Major Hazard Control, de opsporing van de directie Opsporing en de programma’s van de directie Werk en Inkomen, en het uitvoeren van deze beslissingen voor zover het de eigen directie betreft; b. het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de inspectie met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries; c. het verrichten van de inspectiebrede risicoanalyse en risicoanalyses voor onderdelen van de inspectie, waaronder mede begrepen rapportages betreffende de opsporing, zoals criminaliteitsbeelden, risicoanalyses en onderzoeksevaluaties; d. Richtlijn 96/71/EG het uitvoeren van de taken van het verbindingsbureau detacheringsarbeid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van; e. artikel 11 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten het coördineren en opstellen van het handhavingsarrangement, genoemd in; f. artikel 11 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten het bijdragen aan de Integrale Rapportage Handhaving van het ministerie over de realisatie van de afspraken uit het handhavingsarrangement, genoemd in; g. het verrichten van het programma- en projectmanagement; h. het zorgen voor de totstandkoming van handhaafbaarheids- en toezichtbaarheidstoetsen, in samenwerking met de desbetreffende directie; i. het verzorgen van de communicatie in brede zin van de inspectie; j. het verzorgen van de beleidsondersteuning en beleidsmatige signalering; k. het verrichten van de effectmeting betreffende de inspectie en haar activiteiten; l. artikel 8, onderdeel d het bijdragen aan de inspectiebrede producten, genoemd in. 2 Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Bij de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde verantwoordelijkheid ten aanzien van de directie Opsporing wordt rekening gehouden met de, met name waar het betreft de taken en bevoegdheden van de Minister van Veiligheid en Justitie en het College van procureurs-generaal. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 6 — Artikel 6 Verantwoordelijkheden directie Arbeidsmarktfraude#
Artikel 6 Verantwoordelijkheden directie Arbeidsmarktfraude De directie Arbeidsmarktfraude is verantwoordelijk voor: a. het toezicht op de naleving door werkgevers van wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten; b. het behandelen van klachten over het niet naleven van wetgeving betreffende haar werkterrein; c. artikel 5, eerste lid artikel 8, onderdeel d het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in, en, en van landelijke strategieën en projecten met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 7 — Artikel 7 Verantwoordelijkheden directie Arbeidsomstandigheden#
Artikel 7 Verantwoordelijkheden directie Arbeidsomstandigheden De directie Arbeidsomstandigheden is verantwoordelijk voor: a. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en daaraan gerelateerd milieubeheer, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten alsook het op hun verzoek aanwijzen van instellingen als certificatie- of keuringsinstelling als in dit onderdeel genoemd, waaronder mede zijn begrepen beslissingen tot wijziging, schorsing en intrekking van aanwijzingen; b. de aan de minister opgedragen toezichtswerkzaamheden op grond van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsveiligheid, arbeidsgezondheid en productveiligheid aangewezen certificatie- en keuringsinstellingen die zijn belast met het verstrekken van certificaten dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Warenwet het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van het in de handel brengen van producten, genoemd in, die bestemd zijn voor de Europese Economische Ruimte alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten; d. het behandelen van klachten, signalen en verzoeken om onderzoek aangaande het niet naleven van wetgeving betreffende haar werkterrein; e. het verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen; f. artikel 5, eerste lid artikel 8, onderdeel d het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in, en, en van landelijke strategieën met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden. 2013 36010 24-12-2013 16-12-2013 2013-0000146071 2013 36010 24-12-2013 16-12-2013 2013-0000146071 01-02-2014
Artikel 8 — Artikel 8 Verantwoordelijkheden Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning#
Artikel 8 Verantwoordelijkheden Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning De directie Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning is verantwoordelijk voor: a. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering van de inspectie, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor de planning en bewaking van de productie van de eigen directie; b. het dynamisch archiefbeheer van de inspectie, te weten postbehandeling, registratie, voortgang- en afdoeningsbewaking, dossierbeheer, informatievoorziening, selectie, vernietiging en overdracht aan de directie Bedrijfsvoering van het ministerie, alsmede het opstellen, vaststellen en onderhouden van het ordeningsplan van de inspectie; c. de planning, administratie en control, waaronder mede begrepen het financiële beheer, van de inspectie; d. het voorbereiden van het jaarplan, het inspectieplan en het jaarverslag van de inspectie, in samenwerking en afstemming met de overige directies van de inspectie; e. het personeelsadvies en -beleid, de personeelsontwikkeling en het personeelsbeheer van de inspectie; f. de ondersteuning van de organisatieontwikkeling van de inspectie; g. het facilitymanagement en het relatiemanagement met leveranciers van de inspectie, en de afstemming daarover met de directie Bedrijfsvoering van het ministerie, alsmede de beveiliging van personen en gebouwen; h. Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 Regeling materieelbeheer museale voorwerpen het materieel beheer overeenkomstig deen de; i. artikel 10 het binnen de door de inspecteur-generaal gestelde kaders verzorgen van het informatiemanagement en de informatievoorziening van de inspectie in brede zin, waaronder mede begrepen de specifieke (beveiligings)eisen aan apparatuur voor, toegang tot de gebruiksruimten door en gebruik van informatie door medewerkers, betrokken bij de opsporing, bedoeld in; j. het verlenen van administratieve ondersteuning voor de werkzaamheden van de inspectie; k. de administratieve en secretariële ondersteuning van de inspecteur-generaal, de directeuren en de managers van de inspectie; l. het ontvangen, beoordelen en doorgeleiden van ongevalsmeldingen en overige meldingen, klachten signalen, ontheffingsverzoeken en vrijstellingsverzoeken naar de inhoudelijk verantwoordelijke directie, met uitzondering van opsporingssignalen die rechtstreeks worden ontvangen door de directie Opsporing; m. het opstellen van boete- en bestuursdwangbeschikkingen van de inspectie in het kader van toezicht en handhaving, en de executie van die beschikkingen; n. het geven van waarschuwingen inzake stillegging van werkzaamheden in verband met recidive, alsmede het voorbereiden en bekendmaken van beschikkingen tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive; o. artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur de actieve openbaarmaking op grond vanvan inspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen binnen de kaders van het daaromtrent vastgestelde beleid. 2014 30784 31-10-2014 24-10-2014 2014-0000157559 2014 30784 31-10-2014 24-10-2014 2014-0000157559 01-11-2014 01-01-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Verantwoordelijkheden directie Major Hazard Control#
Artikel 9 Verantwoordelijkheden directie Major Hazard Control De directie Major Hazard Control is verantwoordelijk voor: a. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsomstandigheden, met name op het terrein van risico’s op zware ongevallen en – waar voorgeschreven – het beschikken over aanvullende risico-inventarisaties en -evaluaties, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten, dit mede ter zake van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; b. het behandelen van klachten over het niet naleven van wetgeving betreffende haar werkterrein; c. het verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen in bedrijven met een hoog risico op zware ongevallen; d. artikel 5, eerste lid artikel 8, onderdeel d het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in, en, en van landelijke strategieën met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op de terreinen, genoemd in het eerste lid. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoordelijkheden directie Opsporing#
Artikel 10 Verantwoordelijkheden directie Opsporing 1 De directie Opsporing is verantwoordelijk voor: a. het opsporen – onder het gezag van de officier van justitie – van strafbare feiten op de beleidsterreinen waarvoor de minister verantwoordelijkheid draagt, het in het kader van deze opsporing constateren van andere strafbare feiten welke daarmee verband houden, het in verband met de opsporing van strafbare feiten verzamelen van criminele inlichtingen en het verwerken van persoonsgegevens binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, alsmede het opsporen van strafbare feiten op andere beleidsterreinen, voor zover daartoe door het desbetreffende bestuursorgaan bevoegdheid is gegeven; b. de inrichting, het onderhoud en het beheer van de archieven met opsporingsinformatie van de eigen directie; c. de ontwikkeling en het onderhoud van diverse financiële processen welke specifiek zijn voor een bijzondere opsporingsdienst; d. artikel 5, eerste lid artikel 8, onderdeel d het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in, en, en van landelijke strategieën met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het terrein van de opsporing. 2 De activiteiten van de directie Opsporing strekken zich slechts uit tot het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover hierom door of namens de directeur-generaal Werk wordt verzocht of dit door de directie Opsporing en de directeur-generaal Werk wordt overeengekomen, dan wel dit voortvloeit uit wet- of regelgeving. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 11 — Artikel 11 Verantwoordelijkheden directie Werk en Inkomen#
Artikel 11 Verantwoordelijkheden directie Werk en Inkomen De directie Werk en Inkomen is verantwoordelijk voor: a. hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 38, eerste en tweede lid artikelen 40 41 van voornoemde wet de uitvoering van de taken, genoemd in, met uitzondering van de taken, genoemd in, enen, voor zover zij behoren tot de verantwoordelijkheden van de directies Analyse, Programmering en Signalering en Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning; b. artikel 5, eerste lid artikel 8, onderdeel d hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het bijdragen aan inspectiebrede producten als genoemd in, en, en aan de strategie en de beleidsontwikkeling van het toezicht op het terrein van werk en inkomen, bedoeld in. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Elk van de directeuren is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van het onder hem ressorterende dienstonderdeel, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de inspecteur-generaal. 2 Aan elke directeur wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op: a. artikel 4, eerste lid, onderdeel e de in, genoemde personeelsaangelegenheden; b. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht de behandeling van klachten als bedoeld in, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van de onder elk van hen ressorterende functionarissen. 3 De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein. 4 De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat voorts de bevoegdheid tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen verantwoordelijkheden. 5 De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst: a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een raamovereenkomst; b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie; c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder de directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht; d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht; e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies; f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek; g. overeenkomsten met betrekking tot incidentele beleidsinformatie, met uitzondering van overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek. 6 artikel 2 artikel 3 van de Wet structuur uitvoering werk en inkomen De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat voor de directeur van de directie Werk en Inkomen mede de bevoegdheid tot het maken van werkafspraken met de directeur van de Auditdienst van het ministerie over de uitvoering van door de inspecteur-generaal vastgestelde plannen betreffende de door de Auditdienst van het ministerie in opdracht van de directie Werk en Inkomen in enig jaar uit te voeren werkzaamheden ten behoeve van het rechtmatigheids- en doelmatigheidstoezicht (exclusief doeltreffendheid) van de directie Werk en Inkomen, voor zover dat is gericht op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, genoemd in, respectievelijk, en over afzonderlijk door de inspecteur-generaal in bovengenoemde functie aan de directeur van de Auditdienst opgedragen werkzaamheden. 7 Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat niet het nemen van besluiten in bezwaar- en beroepsprocedures, welke bevoegdheid is voorbehouden aan de inspecteur-generaal, onverminderd mandatering daarvan aan een andere functionaris. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De volgende bevoegdheden zijn voorbehouden aan de inspecteur-generaal: a. het vaststellen van het meerjarig strategisch plan, het jaarplan, het inspectieplan en het jaarverslag van de inspectie, alsmede de plannen van de directie Werk en Inkomen betreffende door de Auditdienst van het ministerie in enig jaar uit te voeren werkzaamheden ten behoeve van het organisatiegerichte rechtmatigheids- en doelmatigheidstoezicht van de directie Werk en Inkomen, en rapporten die worden toegezonden aan een bewindspersoon; b. het aangaan en ondertekenen van convenanten of samenwerkingsovereenkomsten met een partij buiten het ministerie, het vaststellen en ondertekenen van brieven, gericht aan een bewindspersoon of secretaris-generaal, alsmede van brieven ter aanbieding van vastgestelde jaarplannen, meerjarenplannen en rapporten aan instellingen die onder toezicht staan van de directie Werk en Inkomen; c. het ondertekenen van beschikkingen tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive. 2013 22136 07-08-2013 30-07-2013 2013-0000100285 2013 22136 07-08-2013 30-07-2013 2013-0000100285 08-08-2013 01-01-2013
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De directeuren kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft: a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers; b. het houden van manager-medewerker gesprekken; c. verlof van medewerkers; d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen directeuren bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de inspecteur-generaal daarmee schriftelijk instemt. Voor zover de doorverlening van bevoegdheden de beoordeling van medewerkers betreft, geldt dat de vaststelling van een beoordeling van een medewerker altijd dient te geschieden door de functionaris die leiding geeft aan de functionaris die de beoordeling heeft opgemaakt. Daar waar de bevoegdheid tot het opmaken van de beoordeling is gemandateerd aan functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder een rechtstreeks onder een directeur ressorterende functionaris, kan de bevoegdheid tot het vaststellen van de beoordeling gemandateerd worden aan de rechtstreeks onder de directeur ressorterende functionaris. 3 Onverminderd het eerste lid kunnen directeuren, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de inspecteur-generaal hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel. 4 De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden. 2015 42866 01-12-2015 23-11-2015 2015-0000292194 2015 42866 01-12-2015 23-11-2015 2015-0000292194 02-12-2015 01-02-2015
Artikel 15 — Artikel 15 Intrekking en wijziging grondslag regelingen#
Artikel 15 Intrekking en wijziging grondslag regelingen 1 Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2010 Hetwordt ingetrokken. 2 artikel 3, eerste lid, onderdeel k 18 van het Organisatie- mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2010 artikel 4, onderdeel k 14 Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de volgende regelingen die zijn genomen op grond van, en, op, envan deze regeling: a. Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie AI Arbeidsmarktfraude 2009 het; b. Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie AI Arbeidsomstandigheden 2009 het; c. Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie AI Major Hazard Control 2009 het; d. Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SIOD 2009 het; e. Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2010 het. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012. 2 Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2011, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2012. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012. 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 2011 23089 21-12-2011 13-12-2011 AI/Alg.Dir/2011/22265 01-01-2012