Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 17 september 2012, nr. 302266 tot vaststelling van de bezoldiging van de leden en de schadeloosstelling van de plaatsvervangende leden van het College voor de rechten van de mens en de vergoeding voor de leden van de raad van advies (Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens)
- BWB-id
- BWBR0031995
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031995
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-bezoldiging-college-voor-de-rechten-van-de-mens
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-bezoldiging-college-voor-de-rechten-van-de-mens/2026-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031995&g=2026-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031995&z=2026-06-06&g=2026-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031995/2026-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-bezoldiging-college-voor-de-rechten-van-de-mens
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. rijksambtenaren: degenen die door het Rijk zijn aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn; b. College: artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens College voor de rechten van de mens, genoemd in; c. minister: Minister van Veiligheid en Justitie. 2019 67734 12-12-2019 04-12-2019 2761189 2019 67734 12-12-2019 04-12-2019 2761189 01-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het salaris van de voorzitter van het college die voor een arbeidsduur van gemiddeld 36 uren per week is aangesteld, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 2 Het salaris van een ondervoorzitter van het college die voor een arbeidsduur van gemiddeld 36 uren per week is aangesteld, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 16 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 3 Het salaris van een ander lid van het college dat voor een arbeidsduur van gemiddeld 36 uren per week is aangesteld, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 15 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 4 Een lid van het college dat is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste tot en met derde lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. De arbeidsduurfactor, bedoeld in de eerste volzin, is een breuk waarvan de teller uit de voor het lid van het college vastgestelde arbeidsduur bestaat en de noemer uit het getal 36 bestaat. 2019 67734 12-12-2019 04-12-2019 2761189 2019 67734 12-12-2019 04-12-2019 2761189 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De leden van het college hebben, overeenkomstig de bepalingen die voor rijksambtenaren gelden, aanspraak op een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een ziektekostenvergoeding, een waarnemingstoelage, een vergoeding van reis- en verblijfkosten, een representatiekostenvergoeding en een vergoeding van verplaatsingskosten. 2 Voorts ontvangen de leden van het college een gratificatie ter zake van veeljarige dienst op de tijdstippen en tot de bedragen die gelden voor rijksambtenaren. Bij de bepaling van de diensttijd wordt, overeenkomstig de bepalingen die voor rijksambtenaren gelden, rekening gehouden met tijd in overheidsdienst doorgebracht. 3 Aan een lid of leden van het college kan overeenkomstig de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren een toelage of eenmalige uitkering worden toegekend. 4 Indien aan de rijksambtenaren een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de leden van het college deze op gelijke voet. 5 De bevoegdheden die op grond van het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing zijn, worden uitgeoefend door de minister, met dien verstande dat de bevoegdheden van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de aan een bepaald gezag toekomende regelgevende bevoegdheden worden uitgeoefend door die minister, onderscheidenlijk dat gezag. 2019 67734 12-12-2019 04-12-2019 2761189 2019 67734 12-12-2019 04-12-2019 2761189 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 a. artikel 6a, eerste lid, onderdeel c van het Besluit rechtspositie rechterlijk ambtenaren De plaatsvervangende leden van het college ontvangen zittingsgeld overeenkomstig de bepalingen voor rechters-plaatsvervangers als bedoeld in. b. artikel 6a, tweede lid van voormeld besluit In afwijking van, geldt de in onderdeel a van dit artikel bedoelde vergoeding per zitting, ook indien meerdere zittingen op één dag zijn gepland. c. Indien het plaatsvervangend lid optreedt als voorzitter van de raadkamer, ontvangt dit lid 150% van het in onderdeel a van dit artikel bedoelde zittingsgeld. d. Bij complexe zaken ontvangen leden van de raadkamer 150% en de voorzitter 200% van het onder a bedoelde zittingsgeld. e. Voor het in overleg bijwonen van vergaderingen geldt een vergoeding per vergadering die gelijk is aan 3% van het maximum van salarisschaal 15 zoals overeengekomen in de Collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt een schriftelijk advies met een zitting gelijkgesteld. 3 artikel 2 In afwijking van het eerste lid, ontvangen de plaatsvervangende leden van het college die zijn benoemd om tijdelijk een volledige of gedeeltelijke taak te vervullen, over de periode waartoe zij zijn benoemd, een schadeloosstelling met overeenkomstige toepassing van het derde, onderscheidenlijk vierde lid van. 4 Artikel 3, vijfde lid De plaatsvervangende leden van het college genieten een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen die terzake gelden voor rijksambtenaren., is van overeenkomstige toepassing. 2026 11266 24-03-2026 12-03-2026 7264333/26/DP&O 2026 11266 24-03-2026 12-03-2026 7264333/26/DP&O 01-04-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De bezoldiging van een lid van het college wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van zijn overlijden. 2012 19185 25-09-2012 17-09-2012 302266 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 15 van de Wet College voor de rechten van de mens De voorzitter van de raad van advies, genoemd in, ontvangt van de minister per vergadering een vergoeding gelijk aan 130% van 3% van het maximum van schaal 15 van de Collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 2 De overige leden van de raad van advies ontvangen van de minister per vergadering een vergoeding gelijk aan 3% van het maximum van schaal 15 van Collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 3 Geen vergoeding wordt toegekend aan de Nationale ombudsman, de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens en de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. 2026 11266 24-03-2026 12-03-2026 7264333/26/DP&O 2026 11266 24-03-2026 12-03-2026 7264333/26/DP&O 01-04-2026
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens. 2012 19185 25-09-2012 17-09-2012 302266 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens Deze regeling treedt in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van. 2012 19185 25-09-2012 17-09-2012 302266 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.