Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 maart 2012, nr. BVE/387637, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende vergoeding op de bekostiging aan mbo-instellingen (Regeling prestatiebox mbo)
- BWB-id
- BWBR0031390
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2015-08-20 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031390
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-prestatiebox-mbo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-prestatiebox-mbo/2015-08-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031390&g=2015-08-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031390&z=2026-06-06&g=2015-08-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031390/2015-08-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-prestatiebox-mbo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; b. wet: Wet educatie en beroepsonderwijs de; c. bevoegd gezag: artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de wet bevoegd gezag van een onderwijsinstelling als bedoeld in; d. onderwijsinstelling: artikel 1.3.1 van de wet artikel 1.3.2a van de wet artikel 1.3.3 van de wet regionaal opleidingencentrum als bedoeld in, vakinstelling als bedoeld inen agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in; e. deelnemer: artikel 8.1.1 van de wet deelnemer als bedoeld in; f. entreeopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet entreeopleiding, genoemd in; g. basisberoepsopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de wet basisberoepsopleiding, genoemd in; h. vakopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, van de wet vakopleiding genoemd in; i. middenkaderopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, van de wet middenkaderopleiding genoemd in; j. specialistenopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de wet specialistenopleiding genoemd in. 2014 29438 16-10-2014 10-10-2014 MBO/673823 2014 29438 16-10-2014 10-10-2014 MBO/673823 17-10-2014
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de regeling#
Artikel 2 Doel van de regeling Het doel van deze regeling is het jaarlijks verstrekken van een aanvullende vergoeding op de bekostiging voor het realiseren van in deze regeling genoemde bijzondere beleidsdoelstelling. 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieplafond en verdelingswijze#
Artikel 3 Subsidieplafond en verdelingswijze 1 Voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2016 is jaarlijks maximaal € 40.600.000,– beschikbaar. 2 De aanvullende vergoeding op de bekostiging, als bedoeld in het eerste lid, wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van de bijzondere beleidsdoelstelling voortijdig schoolverlaten. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 4 — Artikel 4 Begripsbepalingen#
Artikel 4 Begripsbepalingen 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. convenant: per RMC-regio tussen de minister, de RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag van onderwijsinstellingen gesloten convenant inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de studiejaren 2012–2013 tot en met 2014–2015; b. nieuwe voortijdig schoolverlater: artikel 2 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs de nieuwe voortijdig schoolverlater, bedoeld in; c. RMC-regio: artikel 37 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs de RMC-regio als bedoeld in; d. deelnemer: artikel 2.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB de deelnemer die voor bekostiging wordt meegeteld op grond van; 2 In deze paragraaf wordt onder een onderwijsinstelling niet begrepen het voorbereidend beroepsonderwijs dat wordt verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum. 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 5 — Artikel 5 Doel#
Artikel 5 Doel De aanvullende vergoeding op de bekostiging wordt verstrekt ten behoeve van de beleidsdoelstelling voortijdig schoolverlaten welke ten doel heeft het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 25.000 in het kalenderjaar 2017. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 6 — Artikel 6 Gegevens berekening nieuwe voortijdig schoolverlaters#
Artikel 6 Gegevens berekening nieuwe voortijdig schoolverlaters artikelen 4, eerste lid 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gebruik gegevens bron artikel 7.52 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters maakt de minister gebruik van de gegevens, bedoeld in de, enen. 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 7 — Artikel 7 Berekeningswijze aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters#
Artikel 7 Berekeningswijze aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters bijlage A De wijze waarop voor elk van de studiejaren 2012–2013 tot en met 2015–2016 per onderwijsinstelling het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt berekend is opgenomen inbij deze regeling. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidieverstrekking#
Artikel 8 Subsidieverstrekking 1 De minister verstrekt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 ambtshalve een aanvullende vergoeding op de bekostiging aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor die onderwijsinstelling ten minste één convenant heeft ondertekend. 2 artikel 11, eerste lid, onderdeel a De aanvullende vergoeding op de bekostiging, bedoeld in, wordt telkens voor één jaar verstrekt in de maand oktober voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. 3 artikel 11, eerste lid, onderdeel b De aanvullende vergoeding op de bekostiging, bedoeld in, wordt telkens voor één jaar verstrekt in de maand november volgend op het desbetreffende kalenderjaar. 4 De minister verstrekt voor het kalenderjaar 2016 ambtshalve een aanvullende vergoeding op de bekostiging aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in aanmerking is gekomen voor een aanvullende vergoeding op de bekostiging op grond van het eerste lid. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidieplafond#
Artikel 9 Subsidieplafond 1 Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf bedraagt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2016 jaarlijks maximaal € 40.600.000,–. 2 artikel 12 Van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is jaarlijks € 4.100.000,– bedoeld voor subsidieverstrekking van het vast bedrag, bedoeld in. 3 artikel 13 Van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is jaarlijks € 36.500.000,– bedoeld voor subsidieverstrekking van het variabel bedrag, bedoeld in. 4 Indien het deel van het subsidieplafond dat is bestemd voor het vast bedrag respectievelijk het variabel bedrag, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt overschreden, wordt de hoogte van de aanvullende vergoeding op de bekostiging naar evenredigheid per onderwijsinstelling verlaagd. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 10 — Artikel 10 Besteding van de subsidie#
Artikel 10 Besteding van de subsidie De aanvullende vergoeding op de bekostiging kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de onderwijsinstelling dan waarvoor deze aanvullende vergoeding wordt verstrekt. Terugvordering van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats. 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 11 — Artikel 11 Verdelingswijze#
Artikel 11 Verdelingswijze 1 De aanvullende vergoeding op de bekostiging voor een onderwijsinstelling in een kalenderjaar bestaat uit: a. artikel 12 een vast bedrag dat per studiejaar kan verschillen, berekend op grond van; en b. artikel 13 een variabel bedrag dat per studiejaar en per categorie beroepsopleiding kan verschillen, berekend op grond van. 2 artikel 12 Bij de berekening van het vast bedrag, bedoeld in, wordt het aantal deelnemers tot 22 jaar jaarlijks bepaald op grond van de volgende peilmomenten: a. voor kalenderjaar 2013: op 1 oktober 2011; b. voor kalenderjaar 2014: op 1 oktober 2012; c. voor kalenderjaar 2015: op 1 oktober 2013; en d. voor het kalenderjaar 2016: op 1 oktober 2014. 3 artikel 13 Bij de berekening van het variabel bedrag, bedoeld in, wordt het aantal deelnemers tot 22 jaar jaarlijks bepaald op grond van de volgende peilmomenten: a. voor kalenderjaar 2013: op 1 oktober 2012; b. voor kalenderjaar 2014: op 1 oktober 2013; c. voor kalenderjaar 2015: op 1 oktober 2014; en d. voor het kalenderjaar 2016: op 1 oktober 2015. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 12 — Artikel 12 Berekeningswijze vast bedrag#
Artikel 12 Berekeningswijze vast bedrag 1 De hoogte van het vast bedrag per onderwijsinstelling wordt bepaald op grond van het aantal deelnemers tot 22 jaar. 2 artikel 11, tweede lid Het aantal deelnemers tot 22 jaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op grond van de peilmomenten, bedoeld in. 3 De hoogte van het vast bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op grond van onderstaande tabel: Tabel 1. Maximumbedragen jaarlijks beschikbaar per onderwijsinstelling Aantal deelnemers tot 22 jaar per onderwijsinstelling Bedrag per onderwijsinstelling 10–1000 € 10.000,– 1001–2000 € 20.000,– 2001–6000 € 35.000,– 6001–10.000 € 75.000,– Meer dan 10.000 € 150.000,– 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 13 — Artikel 13 Berekeningswijze variabel bedrag#
Artikel 13 Berekeningswijze variabel bedrag 1 De hoogte van het variabel bedrag voor een onderwijsinstelling wordt per jaar vastgesteld aan de hand van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per studiejaar per categorie beroepsopleiding ten opzichte van het totaal aantal deelnemers tot 22 jaar binnen die categorie beroepsopleiding van de onderwijsinstelling. 2 bijlage A Het aantal deelnemers tot 22 jaar wordt bepaald aan de hand van de populatie A – B volgens de formule, bedoeld in. 3 artikel 11, derde lid Het aantal deelnemers tot 22 jaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op grond van de peilmomenten, bedoeld in. 4 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma. 5 Indien het percentage, bedoeld in het derde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm per categorie beroepsopleiding genoemd in tabel 2, dan komt de onderwijsinstelling in aanmerking voor een aanvullende vergoeding op de bekostiging. 6 De hoogte van het variabel bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal deelnemers tot 22 jaar per categorie beroepsopleiding, genoemd in tabel 3. 7 Bij de berekening van het percentage, bedoeld in het eerste lid, en de hoogte van het variabel bedrag, bedoeld in het vijfde lid, wordt het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters en de deelnemers tot 22 jaar voor de vakopleiding, middenkaderopleiding en de specialistenopleiding bij elkaar opgeteld. 8 In afwijking van de bovenstaande leden, kan een onderwijsinstelling die niet voldoet aan één van de procentuele normen bedoeld in tabel 2, alsnog in aanmerking komen voor het variabel bedrag, indien er sprake is van een substantiële daling van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters, zijnde: a. een daling van het percentage, bedoeld in het derde lid, met twee procentpunt of meer ten opzichte van het behaalde percentage in het daaraan voorafgaand kalenderjaar, met betrekking tot de entreeopleiding; b. een daling van het percentage, bedoeld in het derde lid, met één procentpunt of meer ten opzichte van het behaalde percentage in het daaraan voorafgaand kalenderjaar, met betrekking tot de basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of de specialistenopleiding; c. voor het kalenderjaar 2016 een daling van het percentage, bedoeld in het vierde lid, met één procentpunt of meer ten opzichte van het behaalde percentage in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met betrekking tot de basisberoepsopleiding en een daling van 0,7 procentpunt of meer ten opzichte van het behaalde percentage in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met betrekking tot de vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding. Tabel 2. Procentuele norm nieuwe voortijdig schoolverlaters per categorie beroepsopleiding entreeopleiding basisberoepsopleiding vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding 2012–2013 32,5% 13,5% 4,25% 2013–2014 27,5% 11,5% 3,5% 2014–2015 22,5% 10% 2,75% 2015–2016 22,5% 10% 2,75% Entreeopleiding Deelnemers tot 22 jaar Bedrag per onderwijsinstelling 10–50 € 25.000,– 51–250 € 50.000,– 251–500 € 100.000,– 501–1000 € 200.000,– Meer dan 1000 € 300.000,– Basisberoepsopleiding Deelnemers tot 22 jaar Bedrag per onderwijsinstelling 10–50 € 12.500,– 51–250 € 25.000,– 251–500 € 50.000,– 501–1000 € 100.000,– 1001–2000 € 150.000,– 2001–4000 € 300.000,– 4001–6000 € 400.000,– 6001–8000 € 500.000,– 8001–10000 € 600.000,– Meer dan 10000 € 700.000,– Vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding Deelnemers tot 22 jaar Bedrag per onderwijsinstelling 10–50 € 12.500,– 51–250 € 25.000,– 251–500 € 50.000,– 501–1000 € 100.000,– 1001–2000 € 150.000,– 2001–4000 € 300.000,– 4001–6000 € 400.000,– 6001–8000 € 500.000,– 8001–10000 € 600.000,– Meer dan 10000 € 700.000,– Tabel 3. Maximumbedragen beschikbaar per categorie beroepsopleiding per onderwijsinstelling 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 14 — Artikel 14 Geen aanvullende bekostiging#
Artikel 14 Geen aanvullende bekostiging Vervallen 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 15 — Artikel 15 Hardheidsclausule#
Artikel 15 Hardheidsclausule 1 bijlage A artikel 4, eerste lid, onderdeel b Indien voor de toepassing van de meetsystematiek, bedoeld invan deze regeling, die als uitgangspunt dient voor de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters, bedoeld in, de gegevensbronnen niet tijdig beschikbaar zijn en dit zal leiden tot een onbillijkheid van ernstige aard bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de betreffende instelling, kan de minister een correctie toepassen op de procentuele normen, als bedoeld in tabel 2. 2 artikel 11, tweede en derde lid Indien als gevolg van oprichting, splitsing, samenvoeging of verplaatsing van een onderwijsinstelling de toepassing van de peilmomenten, bedoeld in, die als uitgangspunt dient voor de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de desbetreffende onderwijsinstelling, bedoeld in deze paragraaf, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan de minister afwijken van deze gegevens. 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 16 — Artikel 16 Overgangsrecht#
Artikel 16 Overgangsrecht artikel 13, zevende lid artikel 8, van de Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten Bij de berekening, bedoeld in, wordt bij de vergelijking van het kalenderjaar 2013 met het kalenderjaar 2012, de berekeningswijze van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters gehanteerd, zoals bedoeld inzoals luidend op 31 juli 2012. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Evaluatie#
Artikel 17 Evaluatie 1 De effecten van de aanpak van het beleid inzake voortijdig schoolverlaten in de RMC-regio in de praktijk worden uiterlijk in 2015 geëvalueerd. 2 artikel 13 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs De evaluatie van het beleid inzake voortijdig schoolverlaten, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval de evaluatie van het regionaal programma voortijdig schoolverlaten, bedoeld in. 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 18 — Artikel 18 Inwerkingtreding#
Artikel 18 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2012. 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 18a — Artikel 18a Vervaldatum#
Artikel 18a Vervaldatum 1 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017. 2 Voor zover er ter zake, na het vervallen van deze regeling, nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig deze regeling plaats. 3 Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van deze regeling blijven in stand. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 19 — Artikel 19 Citeertitel#
Artikel 19 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling prestatiebox mbo. 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 2012 5808 26-03-2012 10-03-2012 BVE/387637 01-08-2012
Artikel 7#
artikel 7