Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 maart 2012, nr. BVE/387639, houdende voorschriften inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de studiejaren 2012–2013 tot en met 2014–2015, de verstrekking van aanvullende middelen aan vo-scholen en de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs)
- BWB-id
- BWBR0031387
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2015-08-20 t/m 2016-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031387
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-regionale-aanpak-voortijdig-schoolverlaten-en-prest
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-regionale-aanpak-voortijdig-schoolverlaten-en-prest/2015-08-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031387&g=2015-08-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031387&z=2026-06-06&g=2015-08-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031387/2015-08-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-regionale-aanpak-voortijdig-schoolverlaten-en-prest
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. RMC-contactgemeente: artikel 8.3.2, derde lid, van de wet artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs contactgemeente als bedoeld inen; c. RMC-regio: artikel 37 regio als bedoeld in; d. basisregister: artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht basisregister onderwijs als bedoeld in; e. bevoegd gezag: artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de wet artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs bevoegd gezag als bedoeld inen; f. onderwijsinstelling: artikel 1.3.1 van de wet artikel 1.3.2a van de wet artikel 1.3.3 van de wet artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs regionaal opleidingencentrum als bedoeld in, vakinstelling als bedoeld in, agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in, alsmede school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van een school voor praktijkonderwijs, als bedoeld in; g. convenant: per RMC-regio tussen de minister, de RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag van onderwijsinstellingen gesloten convenant inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de studiejaren 2012–2013 tot en met 2014–2015; h. beheers- en coördinatiekosten: artikel 9 kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het optreden als contactschool, bedoeld in; i. studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar; j. deelnemer: Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het voortgezet onderwijs deelnemer als bedoeld in deen leerling als bedoeld in de; k. contactschool: artikel 8 een contactschool als bedoeld in; l. regionaal programma: artikel 6 het regionaal programma voortijdig schoolverlaten als bedoeld in; m. wet: Wet educatie en beroepsonderwijs de. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 2 — Artikel 2 Begripsbepaling nieuwe voortijdig schoolverlater#
Artikel 2 Begripsbepaling nieuwe voortijdig schoolverlater 1 Onder een nieuwe voortijdig schoolverlater in deze regeling wordt verstaan de jongere die op 1 oktober: a. niet is ingeschreven bij een onderwijsinstelling terwijl de desbetreffende jongere op 1 oktober van het voorafgaande jaar wel was ingeschreven bij een onderwijsinstelling en op die datum jonger was dan 22 jaar; b. Wet op het voortgezet onderwijs artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de wet niet in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in deof een diploma beroepsonderwijs als bedoeld in; en c. niet is toegelaten tot een instelling voor hoger onderwijs. 2 Onder een nieuwe voortijdig schoolverlater, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan, degene die is opgenomen in bijlage A van de Regeling prestatiebox mbo. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 3 — Artikel 3 Gegevens berekening nieuwe voortijdig schoolverlaters#
Artikel 3 Gegevens berekening nieuwe voortijdig schoolverlaters 1 artikel 2.5.5a van de wet artikelen 4, eerste lid, onderdelen e en f 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gebruik gegevens bron artikel 7.52 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters maakt de minister gebruik van de gegevens, bedoeld in, de, enen. 2 Artikel 7 van de Regeling prestatiebox mbo is van overeenkomstige toepassing op de berekeningswijze van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters. 2014 29438 16-10-2014 10-10-2014 MBO/673823 2014 29438 16-10-2014 10-10-2014 MBO/673823 17-10-2014
Artikel 4 — Artikel 4 Doel#
Artikel 4 Doel Het doel van deze regeling is: a. hoofdstuk 2 het verstrekken van subsidie welke ten doel heeft het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 25.000 in het kalenderjaar 2017, zoals bedoeld in; b. hoofdstuk 3 het verstrekken van aanvullende middelen voor het voortgezet onderwijs voor het realiseren van de in onderdeel a genoemde beleidsdoelstelling, zoals bedoeld in; en c. hoofdstuk 4 het geven van uitvoeringsvoorschriften ter zake van de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten, waaronder het vaststellen van de daarvoor beschikbare budgetten, zoals bedoeld in. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 5 — Artikel 5 Regeling OCW-subsidies Toepassing#
Artikel 5 Regeling OCW-subsidies Toepassing Regeling OCW-subsidies hoofdstukken 2 2A 3 Deis van toepassing op de,envan deze regeling. 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 05-10-2012
Artikel 6 — Artikel 6 Regionaal programma voortijdig schoolverlaten#
Artikel 6 Regionaal programma voortijdig schoolverlaten 1 Het regionaal programma dat in een RMC-regio wordt uitgevoerd met als doel het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, bevat maatregelen die, blijkens een regionale analyse door de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op structurele borging van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten in het onderwijsproces van de onderwijsinstellingen en het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio. 2 Van het regionaal programma maakt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in ieder geval deel uit een maatregel gericht op het voorkomen van uitval van deelnemers die één van de beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c tot en met e, van de wet, volgen. Deze verplichting geldt niet voor het kalenderjaar 2016. 3 artikel 19, onderdeel a Het regionaal programma, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste één plusvoorziening, bedoeld in. 4 Het bedrag per maatregel van het regionaal programma dient in redelijke verhouding te staan tot het aantal deelnemers en de doelgroep waarvoor de maatregel is bedoeld. 5 bijlage A artikel 10 Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het regionaal programma op het formulier invan deze regeling, als bedoeld in. 6 Indien de contactgemeenten van de RMC-regio’s Utrecht, Agglomeratie Amsterdam, Haaglanden/Westland en Rijnmond een bijdrage ontvangen op grond van de Decentralisatie-uitkering VSV, kan het regionaal programma van deze RMC-regio’s tevens de afspraken over de maatregelen die met deze decentralisatie-uitkering worden verzorgd, omvatten. 7 Voor het kalenderjaar 2016 kan het regionaal programma voortijdig schoolverlaten bijzondere maatregelen bevatten ten aanzien van de aansluiting van leerlingen in het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs op het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 7 — Artikel 7 Samenwerking onderwijsinstellingen in RMC-regio#
Artikel 7 Samenwerking onderwijsinstellingen in RMC-regio 1 In een RMC-regio werken de onderwijsinstellingen en de betreffende RMC-contactgemeente waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstellingen het convenant voor die RMC-regio is ondertekend, samen op basis van een samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het regionaal programma voor de desbetreffende RMC-regio. 2 Van de samenwerking, bedoeld in het eerste lid, maakt tevens deel uit een onderwijsinstelling die niet is gevestigd in de betreffende RMC-regio maar waarvan een substantieel aantal deelnemers woonachtig is in deze RMC-regio en waarbij de onderwijsinstelling het convenant voor die RMC-regio heeft ondertekend. 3 In de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, is in elk geval geregeld: a. de onderwijsinstellingen die aan het regionaal programma deelnemen; b. de onderwijsinstelling die optreedt als contactschool; c. welk deel van de subsidie is bestemd voor de beheers- en coördinatiekosten van de contactschool; en d. de afspraken over het besteden van de subsidie die wordt verstrekt op grond van dit hoofdstuk. 4 Onderwijsinstellingen die het in het eerste lid bedoelde convenant hebben ondertekend, komen voor het kalenderjaar 2016 voor subsidie in aanmerking indien zij voor dit kalenderjaar opnieuw een samenwerkingsovereenkomst afsluiten. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Contactschool#
Artikel 8 Contactschool 1 artikel 7, eerste lid De onderwijsinstellingen, bedoeld in, wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende RMC-regio. 2 Het bevoegd gezag van de contactschool, bedoeld in het eerste lid, heeft in ieder geval tot taak: a. het informeren van de RMC-contactgemeente en de onderwijsinstellingen waarvan het bevoegd gezag het convenant voor die onderwijsinstellingen voor de desbetreffende RMC-regio heeft ondertekend over deelname aan het regionaal programma dat in die RMC-regio wordt uitgevoerd, en voor het kalenderjaar 2016 het informeren van de RMC-contactgemeente en de onderwijsinstellingen waarvan het bevoegd gezag voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 dit convenant had ondertekend; b. het mede namens de overige onderwijsinstellingen, bedoeld in het eerste lid, optreden als aanvrager en ontvanger van de subsidie die wordt verstrekt op grond van hoofdstuk 2; en c. het uitvoering geven aan de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst inzake de besteding van de subsidie die wordt verstrekt op grond van hoofdstuk 2. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 9 — Artikel 9 Beheers- en coördinatiekosten#
Artikel 9 Beheers- en coördinatiekosten Het deel van de subsidie dat bestemd is voor beheers- en coördinatiekosten van de contactschool voor de uitvoering van het regionaal programma bedragen jaarlijks niet meer dan 10% van de toegekende subsidie met een maximumbedrag van € 150.000,–. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 10 — Artikel 10 Subsidieaanvraag#
Artikel 10 Subsidieaanvraag 1 artikel 6, vijfde lid bijlage A Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door inzending van een volledig ingevuld formulier, bedoeld in, dat alsbij deze regeling is opgenomen. 2 artikel 15 hoofdstuk 2, paragraaf 2 hoofdstuk 2, paragraaf 3 De aanvraag voor subsidie, bedoeld in het eerste lid, omvat, onverminderd, het regionaal programma, bedoeld in, en de plusvoorzieningen, bedoeld in. 3 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt mede ondertekend door de RMC-contactgemeente. 4 bijlage E Een aanvraag voor subsidie voor het kalenderjaar 2016 wordt ingediend door inzending van een volledig ingevuld formulier, dat alsbij deze regeling is opgenomen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 11 — Artikel 11 Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling#
Artikel 11 Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling 1 Het bevoegd gezag van de contactschool dient de subsidieaanvraag voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 uiterlijk op 15 augustus 2012 in bij de minister. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen. 2 De minister beslist uiterlijk op 15 oktober 2012 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 3 hoofdstuk 2, paragraaf 2 De betaling van de subsidie, bedoeld in, vindt plaats in de maand januari van het betreffende kalenderjaar. 4 hoofdstuk 2, paragraaf 3 De betaling van de subsidie, bedoeld in, vindt plaats in de maand oktober voor het daaropvolgende kalenderjaar. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 11a — Artikel 11a Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling kalenderjaar 2016#
Artikel 11a Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling kalenderjaar 2016 1 Voor het kalenderjaar 2016 dient het bevoegd gezag van de contactschool de subsidieaanvraag uiterlijk op 15 september 2015 in bij de minister. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen. 2 De minister beslist uiterlijk in december 2015 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 3 hoofdstuk 2, paragraaf 2 De betaling van de subsidie, bedoeld in, vindt voor het kalenderjaar 2016 plaats in de maand januari van het jaar 2016. 4 hoofdstuk 3, paragraaf 3 De betaling van de subsidie, bedoeld in, vindt voor het kalenderjaar 2016 plaats in de maand december van het jaar 2015. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 12 — Artikel 12 Besteding van de subsidie#
Artikel 12 Besteding van de subsidie 1 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventuele niet-bestede middelen of overschotten kunnen na afloop van de looptijd van de subsidie worden teruggevorderd. 2 artikel 6, tweede en derde lid In afwijking van het eerste lid kan subsidie die niet wordt aangewend voor de maatregelen als bedoeld in, worden besteed aan andere maatregelen van het regionaal programma, bedoeld in artikel 6, eerste lid. Voorts kan subsidie die niet wordt aangewend voor de maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden besteed aan andere maatregelen van het regionaal programma als bedoeld in artikel 6, derde lid. 3 artikel 6, derde lid In afwijking van het eerste lid wordt subsidie voor de RMC-regio’s Utrecht, Agglomeratie Amsterdam, Haaglanden/Westland en Rijnmond die niet wordt aangewend voor de plusvoorzieningen bedoeld in, besteed aan de maatregel bedoeld in artikel 6, tweede lid. Het niet aangewende deel van de subsidie voor de maatregelen bedoeld in artikel 6, derde en tweede lid wordt besteed aan andere maatregelen van het regionaal programma, bedoeld in artikel 6, eerste lid. 4 artikel 6, vijfde lid De contactschool motiveert de keuze van de maatregelen, bedoeld in het tweede en derde lid, in het formulier, bedoeld in. 5 De subsidie wordt uiterlijk in 2016 besteed. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 13 — Artikel 13 Monitoring en evaluatie#
Artikel 13 Monitoring en evaluatie 1 De effecten van het regionaal programma worden uiterlijk in 2015 geëvalueerd. 2 De contactschool verleent medewerking aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma, bedoeld in het eerste lid. 3 De contactschool draagt er zorg voor dat de onderwijsinstellingen en de RMC-contactgemeente in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma, bedoeld in het eerste lid. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 14 — Artikel 14 Begripsbepalingen#
Artikel 14 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt onder RMC-regio niet begrepen de RMC-regio’s Utrecht, Agglomeratie Amsterdam, Haaglanden/Westland en Rijnmond. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 15 — Artikel 15 Subsidieverstrekking#
Artikel 15 Subsidieverstrekking 1 artikel 6, eerste en tweede lid De minister verstrekt op aanvraag van een contactschool een driejaarlijkse subsidie voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015, op grond van deze paragraaf, aan het bevoegd gezag van een contactschool ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het regionaal programma, voor de activiteiten bedoeld in, door de onderwijsinstellingen in de RMC-regio waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstellingen het convenant voor die RMC-regio is ondertekend. 2 artikel 6, eerste, tweede en zevende lid De minister verstrekt op aanvraag van een contactschool een subsidie voor het kalenderjaar 2016, op grond van deze paragraaf, aan het bevoegd gezag van een contactschool ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het regionaal programma, voor de activiteiten, bedoeld in, door de onderwijsinstellingen in de RMC-regio. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 16 — Artikel 16 Subsidieplafond#
Artikel 16 Subsidieplafond Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf zijn de volgende bedragen beschikbaar: a. voor het kalenderjaar 2013 € 19.700.000,–. b. voor het kalenderjaar 2014 € 19.450.000,–. c. voor het kalenderjaar 2015 € 19.150.000,–. d. voor het kalenderjaar 2016 € 19.150.000,–. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Berekening subsidiebedrag#
Artikel 17 Berekening subsidiebedrag 1 Het bedrag van de subsidie voor een contactschool bestemd voor de RMC-regio wordt bepaald op grond van het aantal deelnemers tot 22 jaar die op 1 oktober 2010 als daadwerkelijk schoolgaand zijn ingeschreven bij onderwijsinstellingen en die voor de bekostiging worden meegeteld en woonachtig zijn in de betreffende RMC-regio. 2 Het bedrag wordt vastgesteld op grond van onderstaande tabel: Tabel 1. Maximumbedragen beschikbaar per RMC-regio Aantal deelnemers tot 22 jaar op de onderwijsinstellingen woonachtig in een RMC-regio Bedrag per RMC-regio ≤ 12500 € 175.000,– 12501–18000 € 300.000,– 18001–24000 € 400.000,– 24001–30000 € 500.000,– 30001–36000 € 700.000,– 36001–42000 € 800.000,– 42001–60000 € 1.000.000,– 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 18 — Artikel 18 Overgangsbepaling#
Artikel 18 Overgangsbepaling 1 artikel 17, tweede lid In aanvulling op, zijn voor de RMC-regio’s Noord-Kennemerland, Oosterschelde, West-Brabant, Flevoland en Gewest Zuid-Limburg voor het kalenderjaar 2013 tevens de volgende bedragen beschikbaar: a. RMC-regio Noord-Kennemerland: € 214.017,–; b. RMC-regio Oosterschelde: € 67.870,–; c. RMC-regio West-Brabant: € 112.081,–; d. RMC-regio Flevoland: € 65.309,–; en e. RMC-regio Gewest Zuid-Limburg: € 67.933,–. 2 artikel 17, tweede lid In aanvulling op, zijn voor de RMC-regio’s Noord-Kennemerland, Oosterschelde, West-Brabant, Flevoland en Gewest Zuid-Limburg voor het kalenderjaar 2014 tevens de volgende bedragen beschikbaar: a. RMC-regio Noord-Kennemerland: € 124.843,–; b. RMC-regio Oosterschelde: € 39.591,–; c. RMC-regio West-Brabant: € 65.380,–; d. RMC-regio Flevoland: € 38.097,–; en e. RMC-regio Gewest Zuid-Limburg: € 39.628,–. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 19 — Artikel 19 Begripsbepalingen#
Artikel 19 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. plusvoorziening: een voorziening ten behoeve van de onderwijsinstellingen en scholen in een RMC-regio, die bestaat uit een gecombineerd programma van onderwijs leidend naar het behalen van een startkwalificatie, zorg, hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding, dat wordt aangeboden aan jongeren tot 23 jaar, die zodanig ernstige problemen ondervinden op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren dat zij de onderwijsinstelling zonder diploma dreigen te verlaten; b. leerling: artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB artikel 7 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. artikel 7.2.2, eerste lid, van de wet artikel 2.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB de leerling aan een school voor het voortgezet onderwijs die voor bekostiging wordt meegeteld op grond vanof, met uitzondering van een leerling die praktijkonderwijs volgt, of de deelnemer aan een opleiding, bedoeld indie voor bekostiging wordt meegeteld op grond van; c. armoedeprobleemcumulatiegebied: gebied als bedoeld in de armoedemonitor 2008 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek; d. apc-leerling: de leerling die woonachtig is in een postcodegebied dat valt in een armoedeprobleemcumulatiegebied in de RMC-regio. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 20 — Artikel 20 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 20 Te subsidiëren activiteiten 1 De minister verstrekt op aanvraag van een contactschool een driejaarlijkse subsidie voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015, op grond van deze paragraaf, aan het bevoegd gezag van een contactschool voor het in stand houden en ontwikkelen van één of meer plusvoorzieningen in de RMC-regio. 2 De minister verstrekt op aanvraag van een contactschool, aan wie op grond van het eerste lid subsidie voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 is verstrekt, aan het bevoegd gezag van de contactschool een subsidie voor het kalenderjaar 2016 voor het in stand houden en ontwikkelen van één of meer plusvoorzieningen in de RMC-regio. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 21 — Artikel 21 Subsidieplafond#
Artikel 21 Subsidieplafond Het subsidieplafond op grond van deze paragraaf bedraagt € 30.400.000,– per kalenderjaar. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 22 — Artikel 22 Berekening subsidiebedrag#
Artikel 22 Berekening subsidiebedrag 1 Het bedrag van de subsidie voor een RMC-regio wordt bepaald op grond van het aantal apc-leerlingen tot 22 jaar die op 1 oktober 2010 als daadwerkelijk schoolgaand zijn ingeschreven bij onderwijsinstellingen en voor de bekostiging worden meegeteld bij die onderwijsinstellingen in één RMC-regio. 2 artikelen 4, eerste lid, onderdeel e 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gebruik gegevens bron Bij de berekening van het aantal leerlingen maakt de minister gebruik van de gegevens, bedoeld in de, en. 3 Het bedrag wordt vastgesteld op grond van onderstaande tabel: Tabel 2. Maximumbedragen plusvoorzieningen beschikbaar per RMC-regio Aantal apc-leerlingen tot 22 jaar op de onderwijsinstellingen in één RMC-regio Bedrag per RMC-regio ≤ 100 € 25.000, – 101–500 € 75.000, – 501–1500 € 200.000, – 1501–2000 € 300.000, – 2001–3000 € 450.000, – 3001–5000 € 700.000, – 5001–8000 € 1.000.000, – 8001–15.000 € 1.400.000, – 15.001–25.000 € 2.800.000, – Meer dan 25.000 € 5.500.000, – 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 23 — Artikel 23 Inrichtingswijze#
Artikel 23 Inrichtingswijze 1 De plusvoorziening wordt zodanig ingericht dat de leerlingen voor wie de plusvoorziening is bedoeld, hiervan optimaal kunnen profiteren. 2 De inrichting van de plusvoorziening is gericht op continuïteit en structurele borging van de voorziening na afloop van het studiejaar 2015–2016. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 23a — Artikel 23a Begripsbepalingen#
Artikel 23a Begripsbepalingen artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs In dit hoofdstuk wordt onder een onderwijsinstelling niet verstaan een school voor voortgezet onderwijs, als bedoeld in. 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 05-10-2012
Artikel 23b — Artikel 23b Experimenteel onderzoek vsv#
Artikel 23b Experimenteel onderzoek vsv 1 De minister kan aan ten hoogste vijf onderwijsinstellingen een subsidie verstrekken ter uitvoering van experimenteel onderzoek in het kader van het voortijdig schoolverlatersbeleid. 2 Voorwaarden voor subsidieverstrekking op grond van het eerste lid zijn in ieder geval: a. het experiment betreft een maatregel op het gebied van één van de volgende thema’s: intake, verzuimbeleid, loopbaanoriëntatie en -begeleiding, geïntegreerde overgang vmbo-mbo of plusvoorziening; b. het experiment betreft een nieuw in te richten variant op één van de thema’s, bedoeld in onderdeel a, die niet eerder is uitgevoerd op de betrokken onderwijsinstelling(en) of in de betrokken RMC-regio; c. het experiment omvat een experimentele groep en een controlegroep waarbij de toedeling van deelnemers plaatsvindt door middel van loting; d. de experimentele groep en de controlegroep dienen van voldoende omvang te zijn om statistisch significante effecten te kunnen waarnemen; e. de variant, bedoeld in onderdeel b, wordt zodanig ingericht dat de uitkomsten overdraagbaar zijn aan andere onderwijsinstellingen; f. de inrichting en uitvoering van het experiment wordt begeleid door het Centraal Planbureau. 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 05-10-2012
Artikel 23c — Artikel 23c Subsidieaanvraag, tijdstip indiening aanvraag, beslissing en betaling#
Artikel 23c Subsidieaanvraag, tijdstip indiening aanvraag, beslissing en betaling 1 bijlage D Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door inzending van een volledig ingevuld formulier, dat alsbij deze regeling is opgenomen. 2 Het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dient de subsidieaanvraag voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 uiterlijk op 1 november 2012 in bij Dienst Uitvoering Onderwijs. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen. 3 De minister beslist uiterlijk op 18 december 2012 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 4 De betaling van het subsidiebedrag vindt jaarlijks plaats in de maand december. 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 05-10-2012
Artikel 23d — Artikel 23d Subsidieplafond#
Artikel 23d Subsidieplafond 1 Het totale subsidiebedrag voor de vijf experimenten bedraagt € 750.000,–. 2 Voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk is jaarlijks per experiment een bedrag van € 50.000,– beschikbaar. 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 05-10-2012
Artikel 23e — Artikel 23e Besteding van de subsidie#
Artikel 23e Besteding van de subsidie artikel 13, eerste lid, van de Regeling OCW-subsidies De subsidie kan ook worden besteed aan andere activiteiten dan waarvoor zij wordt verstrekt, zoals bedoeld in. 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 05-10-2012
Artikel 23f — Artikel 23f Wijze van verdeling beschikbare middelen#
Artikel 23f Wijze van verdeling beschikbare middelen 1 artikel 23b, tweede lid De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen die voldoen aan de subsidievoorwaarden, bedoeld in. 2 artikel 23b, tweede lid Indien meer dan vijf voorstellen worden ingediend die voldoen aan de subsidievoorwaarden, bedoeld in, dan zal de beoordelingscommissie de voorstellen rangschikken, op basis van een aantal criteria, zodanig het subsidieplafond niet wordt overschreden. 3 De criteria, bedoeld in het tweede lid, luiden als volgt: a. verdeling thema’s; b. verwachte effectiviteit; c. opschaalbaarheid en kennisdeling; d. risico-inventarisatie en haalbaarheid. 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 2012 20107 04-10-2012 24-09-2012 BVE/433067 05-10-2012
Artikel 24 — Artikel 24 Begripsbepalingen#
Artikel 24 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. de wet: Wet op het voortgezet onderwijs de; b. bevoegd gezag: artikel 1 van de wet bevoegd gezag als bedoeld in; c. leerling: wet leerling als bedoeld in de; d. school: artikel 1 van de wet een school voor voortgezet onderwijs, met inbegrip van het voorbereidend beroepsonderwijs dat wordt verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum en met uitzondering van een school of afdeling voor praktijkonderwijs, als bedoeld in; e. schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar; f. vmbo: artikel 5, onderdelen b en c, van de wet het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs tezamen, als bedoeld in; g. havo: artikel 8 van de wet het hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, als bedoeld in; h. vwo: artikel 7 van de wet het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, als bedoeld in; i. onderbouw: het eerste en tweede leerjaar van het vmbo en het eerste, tweede en derde leerjaar van het havo en vwo; j. bovenbouw vmbo: artikel 3 van de Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013 het derde en vierde leerjaar van het vmbo en het eerste en twee leerjaar van de leergang vmbo-mbo2, bedoeld in; k. bovenbouw havo/vwo: het vierde en vijfde leerjaar van het havo en het vierde, vijfde en zesde leerjaar van het vwo. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 25 — Artikel 25 Subsidieverstrekking#
Artikel 25 Subsidieverstrekking 1 De minister verstrekt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 ambtshalve aanvullende middelen aan het bevoegd gezag van een school dat voor die school ten minste één convenant heeft ondertekend. 2 artikel 28, eerste lid, onderdeel a De aanvullende middelen, bedoeld in, worden telkens voor één jaar verstrekt in de maand oktober voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. 3 artikel 28, eerste lid, onderdeel b De aanvullende middelen, bedoeld in, worden telkens voor één jaar verstrekt in de maand november volgend op het desbetreffende kalenderjaar. 4 De minister verstrekt voor het kalenderjaar 2016 ambtshalve aanvullende middelen aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in aanmerking is gekomen voor aanvullende middelen op grond van het eerste lid. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 26 — Artikel 26 Subsidieplafond#
Artikel 26 Subsidieplafond 1 Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf bedraagt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2016 jaarlijks maximaal € 17.100.000,–. 2 artikel 28, eerste lid, onderdeel a Van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is jaarlijks € 12.100.000,– bedoeld voor subsidieverstrekking van het vast bedrag, als bedoeld in. 3 artikel 28, eerste lid, onderdeel b Van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is jaarlijks € 5.000.000,– bedoeld voor subsidieverstrekking van het variabel bedrag, als bedoeld in. 4 Indien het deel van het subsidieplafond dat is bestemd voor het vast bedrag respectievelijk het variabel bedrag, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt overschreden, wordt de hoogte van de aanvullende middelen naar evenredigheid per school verlaagd. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 27 — Artikel 27 Besteding van de subsidie#
Artikel 27 Besteding van de subsidie De aanvullende middelen kunnen ook worden aangewend voor andere activiteiten van de school dan waarvoor de aanvullende middelen worden verstrekt. Terugvordering van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 28 — Artikel 28 Verdelingswijze en peilmomenten#
Artikel 28 Verdelingswijze en peilmomenten 1 De aanvullende middelen voor een school in een kalenderjaar bestaan uit: a. artikel 29 een vast bedrag dat per schooljaar kan verschillen, berekend op grond van; en b. artikelen 30 tot en met 32 een variabel bedrag dat per schooljaar, per schoolsoort en leerjaren kan verschillen, berekend op grond van de. 2 artikel 29 Bij de berekening van het vast bedrag, bedoeld in de, wordt het aantal leerlingen tot 22 jaar per schoolsoort en leerjaren die als daadwerkelijk schoolgaand zijn ingeschreven bij een school en voor de bekostiging worden meegeteld, jaarlijks bepaald op grond van de volgende peilmomenten: a. voor kalenderjaar 2013: op 1 oktober 2011; b. voor kalenderjaar 2014: op 1 oktober 2012; c. voor kalenderjaar 2015: op 1 oktober 2013; en d. voor het kalenderjaar 2016: op 1 oktober 2014. 3 artikelen 30 tot en met 32 Bij de berekening van het variabel bedrag, bedoeld in de, wordt het aantal leerlingen tot 22 jaar per schoolsoort en leerjaren die als daadwerkelijk schoolgaand zijn ingeschreven bij een school en voor de bekostiging worden meegeteld, jaarlijks bepaald op grond van de volgende peilmomenten: a. voor kalenderjaar 2013: op 1 oktober 2012; b. voor kalenderjaar 2014: op 1 oktober 2013; c. voor kalenderjaar 2015: op 1 oktober 2014; en d. voor het kalenderjaar 2016: op 1 oktober 2015. 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 29 — Artikel 29 Berekeningswijze vast bedrag#
Artikel 29 Berekeningswijze vast bedrag 1 De hoogte van het vast bedrag per school wordt bepaald op grond van het aantal leerlingen tot 22 jaar die als daadwerkelijk schoolgaand zijn ingeschreven bij een school en voor de bekostiging worden meegeteld. 2 artikel 28, tweede lid Het aantal leerlingen tot 22 jaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op grond van de peilmomenten, bedoeld in. 3 De hoogte van het vast bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op grond van onderstaande tabel: Tabel 3. Maximumbedragen beschikbaar per school Aantal leerlingen tot 22 jaar per school Bedrag per school 10–1000 € 10.000, – 1001–2000 € 20.000, – 2001–6000 € 35.000, – meer dan 6000 € 75.000, – 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 30 — Artikel 30 Berekeningswijze variabel bedrag onderbouw#
Artikel 30 Berekeningswijze variabel bedrag onderbouw 1 De hoogte van het variabel bedrag voor een school wordt per jaar vastgesteld aan de hand van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in de onderbouw voor die school ten opzichte van het aantal leerlingen in de onderbouw tot 22 jaar van die school. 2 artikel 28, derde lid Het aantal leerlingen tot 22 jaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op grond van de peilmomenten, bedoeld in. 3 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma. 4 Indien het percentage, bedoeld in het derde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm zoals genoemd in tabel 4, dan komt de school in aanmerking voor het variabel bedrag. 5 De hoogte van het variabel bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen in de onderbouw tot 22 jaar, genoemd in tabel 5. Tabel 4. Procentuele norm nieuwe voortijdig schoolverlaters onderbouw bovenbouw vmbo bovenbouw havo/vwo 2012–2013 1,0% 4,0% 0,5% 2013–2014 1,0% 4,0% 0,5% 2014–2015 1,0% 4,0% 0,5% 2015–2016 1,0% 4,0% 0,5% Tabel 5. Maximumbedragen per school beschikbaar voor de onderbouw Aantal leerlingen in de onderbouw tot 22 jaar Bedrag per school 10–500 € 2.000, – 501–1000 € 4.000, – meer dan 1000 € 6.000, – 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 2015 25341 19-08-2015 08-08-2015 MBO/756911 20-08-2015
Artikel 31 — Artikel 31 Berekeningswijze variabel bedrag bovenbouw vmbo#
Artikel 31 Berekeningswijze variabel bedrag bovenbouw vmbo 1 De hoogte van het variabel bedrag voor een school wordt per jaar vastgesteld aan de hand van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in de bovenbouw van het vmbo voor die school ten opzichte van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het vmbo tot 22 jaar van die school. 2 artikel 28, derde lid Het aantal leerlingen tot 22 jaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op grond van de peilmomenten, bedoeld in. 3 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma. 4 Indien het percentage, bedoeld in het derde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm zoals genoemd in tabel 4, dan komt de school in aanmerking voor het variabel bedrag. 5 De hoogte van het variabel bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het vmbo tot 22 jaar, genoemd in tabel 6. Tabel 6. Maximumbedragen beschikbaar per school voor de bovenbouw van het vmbo Aantal leerlingen in de bovenbouw van vmbo tot 22 jaar Bedrag per school 10–500 € 2.000, – 501–1000 € 4.000, – meer dan 1000 € 6.000, – 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 32 — Artikel 32 Berekeningswijze variabel bedrag bovenbouw havo/vwo#
Artikel 32 Berekeningswijze variabel bedrag bovenbouw havo/vwo 1 De hoogte van het variabel bedrag voor een school wordt per jaar vastgesteld aan de hand van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in de bovenbouw van het havo en vwo voor die school ten opzichte van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het havo en vwo tot 22 jaar van die school. 2 artikel 28, derde lid Het aantal leerlingen tot 22 jaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op grond van de peilmomenten, bedoeld in. 3 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma. 4 Indien het percentage, bedoeld in het derde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm zoals genoemd in tabel 4, dan komt de school in aanmerking voor het variabel bedrag. 5 De hoogte van het variabel bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het havo en vwo tot 22 jaar, genoemd in tabel 7. Tabel 7. Maximumbedragen beschikbaar per school voor de bovenbouw havo en vwo Aantal leerlingen in de bovenbouw havo/vwo tot 22 jaar Bedrag per school 10–500 € 2.000, – 501–1000 € 4.000, – meer dan 1000 € 6.000, – 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 33 — Artikel 33 Hardheidsclausule#
Artikel 33 Hardheidsclausule 1 artikel 2 Indien voor de toepassing van de meetsystematiek, bedoeld in bijlage A van de Regeling prestatiebox mbo, die als uitgangspunt dient voor de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters, bedoeld in, de gegevensbronnen niet tijdig beschikbaar zijn en dit zal leiden tot een onbillijkheid van ernstige aard bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de betreffende instelling, kan de minister een correctie toepassen op de procentuele normen, als bedoeld in tabel 4. 2 artikel 28, tweede lid Indien als gevolg van oprichting, splitsing, samenvoeging of verplaatsing van een school de toepassing van de peilmomenten, bedoeld in, die als uitgangspunt dient voor de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de desbetreffende school, bedoeld in dit hoofdstuk, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan de minister afwijken van deze gegevens. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 34 — Artikel 34 Begripsbepalingen#
Artikel 34 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. besluit: Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten ; b. effectrapportage: artikel 118h, zevende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 8.3.2, zevende lid, van de wet artikel 162b, zevende lid van de Wet op de expertisecentra effectrapportage als bedoeld in,en; c. bevoegd gezag: artikel 1, onderdeel e artikel 1 van de Wet op de expertisecentra bevoegd gezag zoals bedoeld in, alsmede het bevoegd gezag, bedoeld in; d. voortijdig schoolverlater: artikel 8.3.1. van de wet artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 162a van de Wet op de expertisecentra voortijdig schoolverlater als bedoeld in,en. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 35 — Artikel 35 Vaststelling bedrag en budgetten#
Artikel 35 Vaststelling bedrag en budgetten 1 artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit Het vaste bedrag, bedoeld inbedraagt met ingang van het kalenderjaar 2012 € 8.825.447, –. 2 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit Het budget, bedoeld in, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2012 € 3.624.384, –. 3 artikel 4 eerste lid, onderdeel c, van het besluit Het budget, bedoeld in, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2012 € 5.675.776, –. 4 artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het besluit Het budget, bedoeld in, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2012 € 13.473.229, –. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 36 — Artikel 36 Voorschriften effectrapportage#
Artikel 36 Voorschriften effectrapportage 1 bijlage B De inrichting van de effectrapportage geschiedt conformbij deze regeling. 2 Burgemeester en wethouders dienen de effectrapportage uiterlijk op 1 december van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft, in bij de minister. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 37 — Artikel 37 Vaststelling RMC-regio’s, aanwijzing gemeenten#
Artikel 37 Vaststelling RMC-regio’s, aanwijzing gemeenten bijlage C De vaststelling van de RMC-regio’s geschiedt conformbij deze regeling. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 38 — Artikel 38 Intrekking regeling#
Artikel 38 Intrekking regeling 1 Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten Tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren Deen deworden ingetrokken, met dien verstande dat bestaande aanspraken en verplichtingen, op grond of in het kader van de onderhavige regeling, in stand blijven. 2 Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten Dezoals luidend op 31 juli 2012 blijft voorts van toepassing voor het toekennen, het betalen, het verantwoorden en het vaststellen van de subsidie voor het kalenderjaar 2013. 3 bijlage G van de Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten In afwijking van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs blijftzoals luidend op 31 juli 2012 voorts van toepassing voor het kalenderjaar 2013. 2012 19217 24-09-2012 06-09-2012 BVE/432477 2012 19217 24-09-2012 06-09-2012 BVE/432477 25-09-2012
Artikel 39 — Artikel 39 Inwerkingtreding#
Artikel 39 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2012. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017. 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 23-01-2014
Artikel 40 — Artikel 40 Citeertitel#
Artikel 40 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs. 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 2012 5841 27-03-2012 10-03-2012 BVE/387639 01-08-2012
Artikel 10#
artikel 10
Artikel 36#
artikel 36
Artikel 36#
artikel 36
Artikel 37#
artikel 37
Artikel 23c#
artikel 23c
Artikel 10#
artikel 10, vierde lid