Regeling vaststelling bedragen 2012 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht
- BWB-id
- BWBR0031062
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2012-07-18 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031062
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-vaststelling-bedragen-2012-ex-artikelen-2-en-3-besl
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-vaststelling-bedragen-2012-ex-artikelen-2-en-3-besl/2012-07-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031062&g=2012-07-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031062&z=2026-06-06&g=2012-07-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031062/2012-07-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-vaststelling-bedragen-2012-ex-artikelen-2-en-3-besl
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wet op het financieel toezicht ; b. besluit: Besluit bekostiging financieel toezicht ; c. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.; d. AFM: Stichting Autoriteit Financiële Markten. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 2 — Artikel 2 Tarieven DNB#
Artikel 2 Tarieven DNB 1 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit Het bedrag, bedoeld inwordt vastgesteld op: a. artikel 2:3a, eerste lid, van de wet € 6.900 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld in; b. artikel 2:3a, eerste lid, van de wet artikel VII, eerste lid, van de wet van 15 oktober 2009 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en de Wet inzake geldtransactiekantoren en intrekking van de Wet op het grensoverschrijdend betalingsverkeer ter implementatie van richtlijn nr. 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende betalingsdiensten in de interne markt en tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG (PbEU L 319) € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld inindien de aanvrager een rechtspersoon is als bedoeld in(Stb. 436); c. artikel 2:4, eerste lid, van de wet € 45.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling als bedoeld in; d. artikel 2:6, eerste lid, van de wet € 45.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in; e. artikel 2:11, eerste lid, van de wet artikel 3:269 van de wet € 45.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling als bedoeld inwaarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is; f. artikel 2:11, eerste lid, van de wet € 32.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstellng als bedoeld in, anders dan bedoeld onder e; g. artikel 2:16, eerste lid, van de wet € 0 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in; h. artikel 2:20, eerste lid, van de wet artikel 3:269 van de wet € 45.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld inwaarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is; i. artikel 2:20, eerste lid, van de wet € 32.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in, anders dan bedoeld onder h; j. artikel 2:26a, eerste lid, van de wet € 26.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar als bedoeld in; k. artikel 2:26d, van de wet € 22.700 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in; l. artikel 2:27, eerste lid, van de wet € 26.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in; m. artikel 2:36, eerste lid, van de wet € 0 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in; n. artikel 2:40 van de wet € 22.700 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in; o. artikel 2:48, eerste lid, van de wet € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in; p. artikel 2:50, eerste lid, van de wet € 1.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in; q. artikel 2:54a, eerste lid, van de wet € 26.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in; r. artikel 2:54d, eerste lid, van de wet € 22.700 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in; s. artikel 2:54g, eerste lid, van de wet € 26.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling als bedoeld in; t. € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel a; u. € 9.800 voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel j, k, l, n, q, r of s; v. artikel 3:4, eerste lid, van de wet artikel 3:269 van de wet € 45.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld inindien het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is; w. artikel 3:4, eerste lid, van de wet € 32.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in, anders dan bedoeld onder u. 2 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het besluit Het bedrag, bedoeld inwordt vastgesteld op: a. artikel 2:23, tweede lid, van de wet € 3.600 voor de behandeling van de aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in; b. artikel 3:2, derde lid, van de wet € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in; c. artikel 3:5, vierde lid, van de wet € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in; d. artikel 3:6, vierde lid, van de wet € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in; e. artikel 3:7, vierde lid, van de wet € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in. 3 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het besluit Het bedrag, bedoeld inwordt vastgesteld op: a. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft; b. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft; c. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet € 31.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft; d. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in; e. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in; f. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de wet € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft; g. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de wet € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft; h. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de wet € 31.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft; i. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft; j. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft; k. artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet € 31.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft; l. artikel 3:96, eerste lid, van de wet € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft; m. artikel 3:96, eerste lid, van de wet € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft; n. artikel 3:96, eerste lid, van de wet € 31.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft. 4 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van het besluit artikel 3:110, eerste lid, van de wet Het bedrag, bedoeld in, voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld inwordt vastgesteld op € 45.000. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 3 — Artikel 3 Tarieven AFM#
Artikel 3 Tarieven AFM 1 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op: a. artikel 2:55, eerste lid, van de wet € 18.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in; b. artikel 2:55, eerste lid, van de wet € 2.700 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in; c. artikel 2:60, eerste lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling voor een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in; d. artikel 2:60, eerste lid, van de wet € 2.700 voor de behandeling voor een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in; e. artikel 2:65, eerste lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling voor een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in; f. artikel 2:65, tweede lid, van de wet € 2.500 voor de behandeling voor een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in; g. artikel 2:65, eerste lid, van de wet € 2.700 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in; h. artikel 2:75, eerste lid, van de wet € 2.000 voor de behandeling voor een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in; i. artikel 2:75, eerste lid, van de wet € 300 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in; j. artikel 2:80, eerste lid, van de wet € 2.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in; k. artikel 2:80, eerste lid, van de wet € 300 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in; l. artikel 2:86, eerste lid, van de wet € 2.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in; m. artikel 2:86, eerste lid, van de wet € 300 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in; n. artikel 2:92, eerste lid, van de wet € 2.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in; o. artikel 2:92, eerste lid, van de wet € 300 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in; p. artikel 2:96, eerste lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in, niet zijnde een aanvraag als bedoeld onder q, r of s; q. artikel 2:96, eerste lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in, voor het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening; r. artikel 2:96, eerste lid, van de wet € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht tot verlening van een vergunning als bedoeld in, voor het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit, met een maximum van € 100.000; s. artikel 2:96, eerste lid, van de wet artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet € 2.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolge, is vrijgesteld van; t. artikel 2:96, eerste lid, van de wet artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet € 300 voor de wijziging van een vergunning als bedoeld in, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolgeis vrijgesteld van; u. artikel 2:96, eerste lid, van de wet € 2.700 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in, die niet strekt tot het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening of het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit; v. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel p in die zin dat deze mede zal strekken tot het in de uitoefening van een beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit, met een maximum van € 100.000; w. artikel 2:96, eerste lid, van de wet € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld indie strekt tot het in de uitoefening van een beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit met een maximum van € 100.000; x. artikel 2:96, eerste lid, van de wet € 2.700 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld indie strekt tot het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening; y. artikel 5:26, eerste lid, van de wet € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een aanvraag van een vergunning als bedoeld in, met een maximum van € 150.000; z. artikel 5:26, eerste lid, van de wet € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in, in die zin dat deze mede zal strekken tot het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit, met een maximum van € 150.000. 2 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het besluit Het bedrag, bedoeld inwordt vastgesteld op: a. artikel 2:55, tweede lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in; b. artikel 2:60, tweede lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in; c. artikel 2:65, derde lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in; d. artikel 2:75, tweede lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in; e. artikel 2:80, tweede of derde lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in; f. artikel 2:86, tweede lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in; g. artikel 2:92, tweede lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in; h. artikel 2:96, tweede lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in, niet zijnde een aanvraag als bedoeld onder i of j; i. artikel 2:96, tweede lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld invoor het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening; j. artikel 2:96, tweede lid, van de wet € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld invoor het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit, met een maximum van € 100.000; k. artikel 2:96, tweede lid, van de wet artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolgeis vrijgesteld van; l. artikel 4:3, vierde lid, van de wet € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in; m. artikel 5:26, derde lid, van de wet € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in, met een maximum van € 150.000. 3 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het besluit Het bedrag, bedoeld inwordt vastgesteld op: a. artikel 5:32d, eerste lid, van de wet € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, met een maximum van € 150.000; b. artikel 5:32d, eerste lid, van de wet € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor een wijziging van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, met een maximum van € 150.000. 4 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van het besluit artikel 2:69a, eerste lid, van de wet Het bedrag, bedoeld inwordt vastgesteld op € 5.500 voor de behandeling van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in. 5 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van het besluit Het bedrag, bedoeld inwordt vastgesteld op: a. artikel 5:15, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 1:1 van de wet € 11.000 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een prospectus dat bestaat uit een enkel document als bedoeld inen dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld indie niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald; b. artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de wet artikel 1:1 van de wet € 6.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van het registratiedocument van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld inen dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld indie niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald; c. artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de wet artikel 1:1 van de wet € 4.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van de verrichtingsnota en de samenvatting van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld inen dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld indie niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald; d. artikel 5:15, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 1:1 van de wet € 4.000 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een prospectus dat bestaat uit een enkel document, bedoeld inen dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld indie niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald; e. artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de wet artikel 1:1 van de wet € 2.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van het registratiedocument van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld inen dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld indie niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald; f. artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de wet artikel 1:1 van de wet € 1.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van de verrichtingsnota en de samenvatting van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld inen dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld indie niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald; g. artikel 1:1 van de wet € 8.000 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een prospectus dat betrekking heeft op effecten zonder een aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld indie niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald en waarvan het registratiedocument op grond van artikel 21, tweede lid, van de prospectusverordening is opgesteld met inachtneming van Bijlage I bij de prospectusverordening; h. artikel 1:1 van de wet € 6.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een registratiedocument van een prospectus dat betrekking heeft op effecten zonder een aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in, die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald en dat op grond van artikel 21, tweede lid, van de prospectusverordening is opgesteld met inachtneming van Bijlage I bij de prospectusverordening; i. artikel 5:16 van de wet € 4.000 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een basisprospectus als bedoeld inwaarin op grond van artikel 26, vierde lid, van de prospectusverordening wordt verwezen naar een eerder goedgekeurd registratiedocument. 6 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van het besluit artikel 5:23, tweede lid, van de wet Het bedrag, bedoeld invoor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een document als bedoeld in, wordt vastgesteld op € 800. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 4 — Artikel 4 Tarieven AFM en DNB#
Artikel 4 Tarieven AFM en DNB 1 artikel 2, tweede lid van het besluit artikel 3:8 van de wet Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 0 per persoon van wie de geschiktheid op grond vandient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven. 2 artikel 2, tweede lid van het besluit artikel 3:9 van de wet Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 0 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond vandient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven. 3 artikel 3 artikel 4:10 van de wet De bedragen, bedoeld in, worden vermeerderd met een bedrag van € 1.200 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond vandient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning of tot de verklaring van geen bezwaar. Dit tarief wordt door de AFM geheven. 4 artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a artikel 4:9 van de wet Het bedrag, bedoeld in, wordt vermeerderd met een bedrag van € 2.000 per persoon van wie de geschiktheid op grond vandient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven. 5 artikel 3, eerste lid, aanhef en de onderdelen h tot en met o en s artikel 4:9 van de wet Het bedrag, bedoeld in, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.400 per persoon van wie de geschiktheid op grond vandient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven. 6 artikel 3, eerste lid, aanhef en de onderdelen c en e artikel 4:9 van de wet Het bedrag, bedoeld in, worden vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de geschiktheid op grond vandient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven. 7 artikel 3, vierde lid artikel 4:9 van de wet Het bedrag, bedoeld in, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de geschiktheid op grond vandient te worden vastgesteld te behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling. 8 artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen p tot en met r en u tot en met z artikel 4:9 van de wet Het bedrag, bedoeld in, wordt telkens vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de geschiktheid op grond vandient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven. 9 artikel 2, derde lid, van het besluit Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op: a. artikel 3:9 van de wet € 1.050 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond vandient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven; b. artikel 3:8 van de wet € 2.000 per persoon van wie de geschiktheid op grond vandient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven; c. in afwijking van onderdeel b € 800 per persoon in geval van een elektronischgeldinstelling, betaaldienstverlener, natura-uitvaartverzekeraar of vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappij; d. artikel 4:10 van de wet € 1.200 voor een toetsing van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in. Dit tarief wordt door de AFM geheven; e. artikel 4:9 van de wet artikel 2:55, eerste lid, van de wet € 2.000 voor een toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld indie het dagelijks beleid bepaalt van een aanbieder van beleggingsobjecten als bedoeld in. Dit tarief wordt door de AFM geheven; f. artikel 4:9 van de wet artikel 2:60, eerste lid, van de wet artikel 2:67, eerste lid, van de wet artikel 2:68, eerste lid, van de wet artikel 2:69a, eerste lid, van de wet € 1.700 voor een toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld indie het dagelijks beleid bepaalt van een aanbieder van krediet als bedoeld in, van een beheerder of bewaarder als bedoeld in, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld inof van een beheerder of beleggingsmaatschappij als bedoeld in. Dit tarief wordt door de AFM geheven; g. artikel 4:9 van de wet artikel 2:96 van de wet artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet € 1.700 voor een toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld indie het dagelijks beleid bepaalt van een beleggingsonderneming als bedoeld in, voor zover het niet betreft een beleggingsonderneming die ingevolge, is vrijgesteld van. Dit tarief wordt door de AFM geheven; h. artikel 4:9 van de wet € 1.400 voor een toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld indie het dagelijks beleid bepaalt van een financiële dienstverlener die geen aanbieder van beleggingsobjecten of aanbieder van krediet is. Dit tarief wordt door de AFM geheven; i. artikel 4:9 van de wet artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet € 1.400 voor een toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld indie het dagelijks beleid bepaalt van een beleggingsonderneming die ingevolge, is vrijgesteld van. Dit tarief wordt door de AFM geheven. 2012 14627 17-07-2012 09-07-2012 FM/2012/1025M 2012 14627 17-07-2012 09-07-2012 FM/2012/1025M 18-07-2012
Artikel 5 — Artikel 5 Tarieven AFM en DNB#
Artikel 5 Tarieven AFM en DNB artikel 3, eerste lid, van het besluit Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op: a. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet € 1.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld invan een beleggingsonderneming waarop een vrijstelling van toepassing is. b. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld invan een clearinginstelling waarop een vrijstelling van toepassing; c. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld invan een kredietinstelling waarop een vrijstelling van toepassing is; d. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld invan een verzekeraar, niet zijnde een onderlinge waarborgmaatschappij, waarop een vrijstelling van toepassing is; e. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld invan een entiteit voor risico-acceptatie waarop een vrijstelling van toepassing is; f. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld invan een beleggingsinstelling, beleggingsonderneming of beheerder waarop een vrijstelling van toepassing is; g. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet artikel 3 4 van het Besluit Reikwijdtebepalingen Wft € 1.800 voor de inschrijving door DNB als bedoeld invan een onderlinge waarborgmaatschappij die een verklaring als bedoeld inofheeft aangevraagd; h. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld invan een betaaldienstverlener waarop een vrijstelling van toepassing is; i. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet € 1.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in, van een buitenlandse instelling voor collectieve belegging in effecten; j. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet € 400 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in, van een buitenlandse beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent vanuit een bijkantoor in Nederland; k. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet € 275 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in, van een buitenlandse beleggingsonderneming zonder bijkantoor in Nederland; l. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet € 1.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in, van een buitenlandse beleggingsinstelling uit een aangewezen staat; m. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet € 300 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in, van een buitenlandse bemiddelaar in verzekeringen; n. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet € 200 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld invan een bij een aanbieder van krediet aangesloten onderneming; o. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet € 200 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld invan een bij een adviseur of bemiddelaar aangesloten onderneming; p. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet € 4.000 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld inbij een gelijktijdige digitale aanmelding door een aanbieder van krediet van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen; q. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet € 4.000 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld inbij een gelijktijdige digitale aanmelding door een adviseur of bemiddelaar van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen; r. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet € 200 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld invan een bij een aanbieder van beleggingsobjecten aangesloten onderneming; s. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6° van de wet € 200 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld invan een bij een beleggingsonderneming aangesloten onderneming; t. artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 8° of 9°, van de wet € 1.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in; u. artikel 1:107, onderdeel a, onder 12°, van de wet € 200 voor de inschrijving door de AFM als bedoeld invan aan een beleggingsonderneming verbonden agent; v. artikel 1:107, derde lid, aanhef en onderdeel j, van de wet € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld invan betaaldienstagenten en de bijkantoren van een betaalinstelling. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 6 — Artikel 6 Tarief DNB#
Artikel 6 Tarief DNB artikel 3, vierde lid, van het besluit artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 32.000 voor een inschrijving als bedoeld in. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 7 — Artikel 7 Tarieven AFM#
Artikel 7 Tarieven AFM 1 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van het besluit Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 25.000. 2 artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit Het bedrag bedoeld in, wordt vastgesteld op € 4.500. 3 artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het besluit artikel 5 van het Besluit openbare biedingen Wft artikel 16 van dat besluit artikel 17 van dat besluit Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op 0,0075% van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor het aantal effecten dat door hem wordt verkregen vanaf de aankondiging van een openbaar bod als bedoeld intot het moment van gestanddoening, bedoeld in, of, indien van toepassing, tot het einde van de termijn, bedoeld in, met een maximum van € 650.000. 4 artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van het besluit Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 5.500. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 8 — Artikel 8 Tarieven AFM#
Artikel 8 Tarieven AFM artikel 3, derde lid, van het besluit Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op: a. artikel 2:81, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de wet € 200 voor aanmelding of wijziging van een aanmelding van een verbonden bemiddelaar als bedoeld in; b. artikel 2:81, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de wet € 4.000 bij een aanmelding als bedoeld inbij een gelijktijdige digitale aanmelding van 20 of meer verbonden bemiddelaars. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 2:75, eerste lid 2:80, eerste lid 2:86, eerste lid 2:92, eerste lid, van de wet artikelen 2:75, eerste lid 2:80, eerste lid 2:86, eerste lid 2:92, eerste lid, van de wet Aanvragen voor een vergunning als bedoeld in de,,, ofworden voor aanvragers die reeds in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in de,,, ofvoor de toepassing van deze regeling aangemerkt als een verzoek om wijziging van de vergunning. 2 artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen d, e, f en g Gelijktijdige aanvragen van één aanvrager voor een ontheffing als bedoeld inworden voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als één verzoek. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 2:75, eerste lid artikel 2:80, eerste lid artikel 2:86, eerste lid 2:92, eerste lid, van de wet artikel 3, eerste lid Indien twee of meer aanvragen voor een vergunning als bedoeld in,,ofdoor dezelfde aanvrager op hetzelfde tijdstip worden ingediend, wordt voor de behandeling van die aanvragen het toepasselijke tarief, genoemd in, eenmalig in rekening gebracht. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 2012 259 04-01-2012 23-12-2011 FM/2011/10130U 05-01-2012