Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 april 2012, nr. IVV/OOG/2012/6311, houdende nadere regels in verband met aanpassing van de hoogte van de uitkering aan het woonland (Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid)
- BWB-id
- BWBR0031508
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031508
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-woonlandbeginsel-in-de-sociale-zekerheid-2012
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-woonlandbeginsel-in-de-sociale-zekerheid-2012/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031508&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031508&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031508/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/regeling-woonlandbeginsel-in-de-sociale-zekerheid-2012
Artikel 1 — Artikel 1 Woonlandfactor#
Artikel 1 Woonlandfactor artikelen 12, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet 17, derde lid 18, vierde lid 29, derde lid 29a, zesde lid 67, negende lid, van de Algemene nabestaandenwet 2, elfde en twaalfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget 62, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het percentage, bedoeld in de,,,,, en,en, voor een woonland anders dan: a. Nederland, b. een van de andere lidstaten van de Europese Unie, c. een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en d. Zwitserland; bijlage bedraagt het in debij deze regeling opgenomen percentage. 2015 2580 30-01-2015 26-01-2015 2014-0000187671 2015 2580 30-01-2015 26-01-2015 2014-0000187671 01-02-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Hoogte kindgebonden budget bij aanspraak voor meer dan een kind#
Artikel 2 Hoogte kindgebonden budget bij aanspraak voor meer dan een kind 1 Indien: artikel 2, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget artikel 1 wordt voor de vaststelling van de hoogte van het kindgebonden budget het hoogste bedrag aan kindgebonden budget op grond vanen de verhoging, bedoeld ingekoppeld aan het kind dat woont in het land met het hoogste percentage, bedoeld in, en wordt vervolgens steeds het daarop volgende hoogste bedrag aan kindgebonden budget gekoppeld aan het kind dat woont in het land met het daarop volgende hoogste percentage. Bij een gelijk percentage wordt het hoogste bedrag aan kindgebonden budget gekoppeld aan het kind met de hoogste leeftijd. a. de ouder aanspraak heeft op kindgebonden budget voor meer dan een kind; en b. Algemene Kinderbijslagwet artikel 1, onder a tot en met d voor een of meer van die kinderen voor de toepassing van deeen ander land dan een van de in, bedoelde landen als woonland in aanmerking wordt genomen, 2 artikel 1, onder a tot en met d Voor de toepassing van het eerste lid hebben de landen, bedoeld in, een percentage van 100. 2014 17997 27-06-2014 24-06-2014 2014-0000054333 2014 17997 27-06-2014 24-06-2014 2014-0000054333 01-01-2015
Artikel 2a — Artikel 2a Grondslag#
Artikel 2a Grondslag artikelen 2, twaalfde lid, van de Wet op het kindgebondenbudget 18, vierde lid 29a, zesde lid 67, negende lid, van de Algemene nabestaandenwet Deze regeling berust mede op de,,, en. 2016 48763 20-09-2016 12-09-2016 2016-0000193110 2016 48763 20-09-2016 12-09-2016 2016-0000193110 01-10-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Inwerkingtreding#
Artikel 3 Inwerkingtreding artikelen I II III IV van de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid Deze regeling treedt voor wat betreft de,,enin werking op het tijdstip waarop de respectievelijke artikelen of onderdelen daarvan in werking treden. 2012 8306 27-04-2012 20-04-2012 IVV/OOG/2012/6311 2012 206 10-05-2012 25-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip, waarop de artikelen I, II, III en IV van de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid in werking treden. Treedt in werking met uitzondering van personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Treedt in werking voor personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op 1 januari 2013.
Artikel 4 — Artikel 4 Citeertitel#
Artikel 4 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012. 2012 8306 27-04-2012 20-04-2012 IVV/OOG/2012/6311 2012 206 10-05-2012 25-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip, waarop de artikelen I, II, III en IV van de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid in werking treden. Treedt in werking met uitzondering van personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Treedt in werking voor personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op 1 januari 2013.
Artikel 1#
artikel 1