Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 12 juni 2012, nr. IENM/BSK-2012/37333, houdende vaststelling van regels voor het berekenen en meten van de geluidsbelasting en de geluidproductie ingevolge de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer (Reken- en meetvoorschrift geluid 2012)
- BWB-id
- BWBR0031722
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2023-12-19 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031722
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/reken-en-meetvoorschrift-geluid-2012
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/reken-en-meetvoorschrift-geluid-2012/2023-12-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031722&g=2023-12-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031722&z=2026-06-06&g=2023-12-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031722/2023-12-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/reken-en-meetvoorschrift-geluid-2012
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: geluidplafondkaart: artikelen 11.17 11.18 van de Wet milieubeheer geluidplafondkaart als bedoeld in deen; geluidregister: artikel 11.25 van de Wet milieubeheer geluidregister als bedoeld in; gevel: artikel 1 van de Wet geluidhinder artikel 1 van het Besluit geluid milieubeheer gevel als bedoeld inen; Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; motorvoertuigen: a. lichte motorvoertuigen (lv): motorvoertuigen op drie of meer wielen, met uitzondering van de in categorie mv en categorie zv bedoelde motorvoertuigen; b. middelzware motorvoertuigen (mv): gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd; c. zware motorvoertuigen (zv): gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen; plafondcorrectiewaarde: getal waarmee de geluidemissie wordt vermeerderd met betrekking tot een daarbij aangegeven gedeelte van een weg of spoorweg ten behoeve van het bepalen van de geluidproductie dan wel de geluidsbelasting. 2 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: geluidsbelasting: a. night artikel 11.1 van de Wet milieubeheer geluidsbelasting en geluidsbelasting Lals bedoeld in, b. night artikel 1 van de Wet geluidhinder geluidsbelasting binnen een woning, geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein, geluidsbelasting in dB(A) vanwege een weg, geluidsbelasting in dB en geluidsbelasting Lals bedoeld in, en c. artikel 1.1 van het Besluit geluidhinder geluidsbelasting in dB(A) vanwege een spoorweg als bedoeld in. 2014 10330 19-05-2014 15-05-2014 IENM/BSK-2014/44256 2014 10330 19-05-2014 15-05-2014 IENM/BSK-2014/44256 20-05-2014
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 bijlage I De resultaten van een akoestisch onderzoek worden vastgelegd in een overeenkomstig hoofdstuk 1 vanbij deze regeling ingericht akoestisch rapport. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 1 De door berekening of meting bepaalde waarde van de geluidsbelasting wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het even getal. 2 hoofdstukken V VI VII van de Wet geluidhinder In afwijking van het eerste lid wordt bij toepassing van de,en, bij de vaststelling van een verschil tussen twee geluidsbelastingen, de afronding slechts toegepast op het resultaat van de berekening van het verschil. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 1.4 — Artikel 1.4#
Artikel 1.4 artikel 110f, eerste lid, van de Wet geluidhinder artikel 11.33, zevende lid, onderdeel c, van de Wet milieubeheer bijlage I Het effect van de samenloop van de verschillende geluidsbronnen, bedoeld inen, wordt bepaald overeenkomstig de in hoofdstuk 2 vanbij deze regeling beschreven rekenmethode. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 1.5 — Artikel 1.5#
Artikel 1.5 Indien de geluidsbelasting wordt bepaald ter plaatse van een gevel, wordt slechts rekening gehouden met het invallende geluid. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 1.6 — Artikel 1.6#
Artikel 1.6 Met rekenmethoden en meetmethoden als bedoeld in deze regeling worden gelijkgesteld rekenmethoden en meetmethoden die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een nauwkeurigheid bieden die ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de in deze regeling genoemde meetmethoden wordt nagestreefd. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: geluidsbron: geluidafstralend toestel, apparaat, gebouw of activiteit, dan wel een combinatie hiervan, binnen een inrichting of industrieterrein; immissiepunt: plaats waarop het equivalent geluidsniveau wordt bepaald; immissierelevante bronsterkte: geluidsvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron; representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie van de inrichting relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in het te beschouwen gedeelte van het etmaal. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 1 Indien de vaststelling van de geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling of wijziging van een geluidszone rond dat terrein, bevindt het immissiepunt zich op een hoogte van vijf meter boven het maaiveld. 2 Indien de vaststelling van de geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting van de gevel van woningen, of andere geluidsgevoelige gebouwen, bevindt het immissiepunt zich op het punt van de gevel, waar de hoogste geluidsbelasting optreedt. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 1 De bepaling van het equivalent geluidsniveau vanwege een industrieterrein vindt plaats volgens een van de methoden van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, onder de in genoemde handleiding bepaalde voorwaarden. 2 bijlage II Op het overeenkomstig het eerste lid bepaalde equivalent geluidsniveau vanwege een industrieterrein kan het bevoegd gezag een aftrek toepassen als bedoeld inbij deze regeling, onder de in die bijlage genoemde voorwaarden en voor zover het toepassen van de aftrek niet in strijd is met de gewenste optimale akoestische en ruimtelijke indeling op en rond het industrieterrein, zoals onder meer kan blijken uit een: a. artikel 164 van de Wet geluidhinder zonebeheerplan als bedoeld in; b. gemeentelijke nota industrielawaai als bedoeld in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening; c. artikel 4.16 van de Wet milieubeheer gemeentelijk milieubeleidsplan als bedoeld in; d. artikel 4.9 van de Wet milieubeheer provinciaal milieubeleidsplan als bedoeld in; e. ontwerpbestemmingsplan dat reeds ter inzage is gelegd; f. artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning waarbij met toepassing vanvan het bestemmingsplan wordt afgeweken dat reeds ter inzage is gelegd; g. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning op grond vandat reeds ter inzage is gelegd. 3 artikel 110a van de Wet geluidhinder artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indien meer bestuursorganen bevoegd zijn tot het vaststellen van een hogere waarde met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein op grond vanof tot het verlenen van een omgevingsvergunning op grond vanvoor op dat industrieterrein gelegen inrichtingen, kan de aftrek, bedoeld in het tweede lid, slechts worden toegepast na overleg met die bestuursorganen. 4 Direct dan wel zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van een besluit waarin bij de bepaling van het equivalent geluidsniveau vanwege een industrieterrein of een gedeelte daarvan, een aftrek bedoeld in het tweede lid is toegepast, wordt van dat besluit mededeling gedaan aan de bestuursorganen, bedoeld in het derde lid. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 artikel 2.3, eerste lid Van de in, bedoelde methoden kan geheel of gedeeltelijk worden afgeweken indien aannemelijk wordt gemaakt dat de vervangende werkwijze: a. een belangrijke tijdsbesparing of kostenbesparing oplevert en in de betreffende situatie nagenoeg even nauwkeurig is als een van de bedoelde methoden, b. in de betreffende situatie belangrijk nauwkeuriger is dan een van de bedoelde methoden, of c. voldoende nauwkeurig is en geen van de bedoelde methoden in de betreffende situatie leidt tot een voldoende representatief equivalent geluidsniveau. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de bepaling van de equivalente geluidsniveaus en van de geluidsbelasting bij: a. de aanleg en reconstructie van wegen die niet zijn aangegeven op de geluidplafondkaart; b. artikel 88, eerste lid, van de Wet geluidhinder de sanering van de op grond van, zoals dat luidde voor 1 januari 2007, aan Onze Minister gemelde aanwezige woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, voor zover die zijn gemeld vanwege de ondervonden geluidsbelasting van wegen die niet zijn aangegeven op de geluidplafondkaart; c. artikel 74 van de Wet geluidhinder de projectie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen de zones van wegen, bedoeld in. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 1 bijlage III Het equivalent geluidsniveau wordt bepaald volgens de in hoofdstuk 2 vanbij deze regeling beschreven Standaardrekenmethode 2. 2 bijlage III In afwijking van het eerste lid kan het equivalent geluidsniveau worden bepaald volgens de in hoofdstuk 1 vanbij deze regeling beschreven Standaardrekenmethode 1, indien de desbetreffende situatie valt binnen het toepassingsgebied van die Standaardrekenmethode 1. 3 bijlage III In afwijking van het eerste en tweede lid kan het equivalent geluidsniveau tevens worden bepaald volgens de Standaardmeetmethode, bedoeld in hoofdstuk 3 vanbij deze regeling, indien de desbetreffende situatie valt binnen het toepassingsgebied van die Standaardmeetmethode. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 Indien een spoorweg onderdeel is van een weg: a. hoofdstuk 4 bijlage III kan voor de bepaling van het equivalent geluidsniveau vanwege deze spoorweg gebruik worden gemaakt van, van de emissiegetallen voor trams uit, of van op metingen gebaseerde emissiegetallen, en b. is het equivalent geluidsniveau vanwege de weg gelijk aan de som van het onder a bepaalde equivalent geluidsniveau en het met toepassing van dit hoofdstuk bepaalde equivalent geluidsniveau als gevolg van het wegverkeer op die weg. 2015 16753 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/109228 2015 16753 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/109228 01-07-2015
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 1 artikel 110g van de Wet geluidhinder De ingevolgetoe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt: a. artikel 110g van de Wet geluidhinder 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van56 dB is; b. artikel 110g van de Wet geluidhinder 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. artikelen 3.2 3.3 van het Bouwbesluit 2012 artikelen 111b, tweede en derde lid 112 113 van de Wet geluidhinder 0 dB bij toepassing van deenen bij toepassing van de,en. 2 In afwijking van het eerste lid wordt bij de vaststelling van een verschil tussen twee geluidsbelastingen, uitgegaan van: a. artikel 110g van de Wet geluidhinder de bij de vastgestelde waarde gehanteerde waarde voor de toe te passen aftrek ingevolgeindien één van de geluidsbelastingen betrekking heeft op een vastgestelde ten hoogste toelaatbare waarde waarbij de in het eerste lid, onder a of b, genoemde waarde is gehanteerd en de berekening van de andere geluidsbelasting betrekking heeft op een situatie met een representatief te achten snelheid voor lichte motorvoertuigen van 70 km/uur of meer; b. artikel 110g van de Wet geluidhinder de in het eerste lid onder c, d of e genoemde waarden voor de toe te passen aftrek ingevolgein de overige gevallen. 2021 10294 08-03-2021 04-03-2021 IENW/BSK-2021/50584 2021 10294 08-03-2021 04-03-2021 IENW/BSK-2021/50584 01-04-2021
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 1 bijlage III Bij de berekening van het equivalent geluidsniveau vanwege een weg wordt voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstigbij deze regeling of als het wegdek bestaat uit dicht asfaltbeton, in afwijking van het gestelde in paragraaf 1.5 en 2.4.2 van bijlage III een wegdekcorrectie van 2 dB in rekening gebracht. 2 In afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: a. Zeer Open Asfalt Beton; b. tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, met uitzondering van tweelaags Zeer Open Asfalt Beton fijn; c. uitgeborsteld beton; d. geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; e. oppervlakbewerking. 2014 10330 19-05-2014 15-05-2014 IENM/BSK-2014/44256 2014 10330 19-05-2014 15-05-2014 IENM/BSK-2014/44256 20-05-2014
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 artikel 1.3 In afwijking vanwordt voor de berekening van het akoestisch effect van een wijziging op of aan een weg: a. indien een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld in dB, gerekend met het afgeronde getal van de hogere waarde, zoals deze is vastgesteld; b. artikel 3.7 indien een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld in dB(A), gerekend met de op grond vanbepaalde onafgeronde waarde in dB; c. artikelen 3.4 3.5 voor de heersende waarde van de geluidsbelasting gerekend met het onafgeronde getal, waarbij uitvoering is gegeven aan deen; d. artikelen 3.4 3.5 voor de geluidsbelasting in het toekomstige maatgevende jaar gerekend met het onafgeronde getal, waarbij uitvoering is gegeven aan deen. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 3.7 — Artikel 3.7#
Artikel 3.7 Indien een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een weg in dB(A) is vastgesteld, wordt die waarde omgerekend tot de waarde van de geluidsbelasting in dB door de getalswaarde van de vastgestelde waarde te verminderen met het onafgeronde verschil tussen de onafgeronde heersende geluidsbelasting in dB(A) en de onafgeronde heersende geluidsbelasting in dB. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 3.8 — Artikel 3.8#
Artikel 3.8 1 De geluidsbelasting van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, vanwege een weg, een weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, aangegeven op de geluidplafondkaart, is de geluidsbelasting vanwege alle op die kaart aangegeven delen van wegen. 2 bijlage III De equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van de in het geluidregister opgenomen brongegevens, waarbij de plafondcorrectiewaarde wordt opgeteld bij het emissiegetal (E), berekend volgens formule 1.3 uit paragraaf 1.5 vanbij deze regeling, dan wel bij de emissietermen (LE), berekend volgens formule 2.3 uit paragraaf 2.4 van bijlage III bij deze regeling. 3 Bij de bepaling van de equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden, in aanvulling op het tweede lid, tevens betrokken alle overige kenmerken van de bron en de omgeving, voor zover relevant voor het berekenen van de geluidsbelasting. 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 01-01-2018 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de bepaling van de equivalente geluidsniveaus en van de geluidsbelasting bij: a. artikel 106 van de Wet geluidhinder de aanleg en wijziging van spoorwegen die daartoe zijn aangegeven op de kaart, bedoeld in; b. de sanering van bij het Besluit geluidhinder aangegeven woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen vanwege de ondervonden geluidsbelasting van spoorwegen die zijn aangegeven op de kaart, bedoeld in onderdeel a; c. de projectie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen de zones van spoorwegen die zijn aangegeven op de kaart, bedoeld in onderdeel a, of op de geluidplafondkaart. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: emissiegetal: getal dat de sterkte aangeeft van het geëmitteerde geluid ten gevolge van het gezamenlijk spoorvoertuigverkeer op een bepaald spoorweggedeelte, zo nodig gespecificeerd per oktaafband en per onderscheiden bronhoogte; emissietraject: gedeelte van een spoorweg waarop de geluidemissie constant kan worden verondersteld; spoorvoertuigcategorie: verzameling van spoorvoertuigtypen die dezelfde geluidemissiekenmerken hebben; spoorvoertuigtype: verzameling spoorvoertuigen die technisch en uiterlijk dezelfde kenmerken hebben. 2 bijlage IV Elk spoorvoertuig dat van een bepaald traject van de spoorweg gebruik maakt, wordt voor de toepassing van deze regeling toegedeeld aan een spoorvoertuigtype en een spoorvoertuigcategorie als bedoeld in hoofdstuk 1 vanbij deze regeling. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 artikel 4.1, onder a bijlage IV De beheerder van een spoorweg als bedoeld in, draagt zorg voor de samenstelling en het beheer van een emissieregister, waarin de gegevens, genoemd in hoofdstuk 7 vanbij deze regeling, worden vastgelegd. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 1 bijlage IV De berekening van het emissiegetal van een bepaald emissietraject wordt uitgevoerd volgens de in hoofdstuk 2 en 3 vanbij deze regeling beschreven methode. 2 bijlage IV In gevallen waarin de in het eerste lid genoemde methode leidt tot een voor de betreffende situatie onvoldoende representatief emissiegetal, wordt het emissiegetal bepaald volgens de in hoofdstuk 6 vanbij deze regeling beschreven methode. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 artikel 4.1, onderdeel a artikel 4.3 artikel 4.4 Bij de bepaling van het equivalent geluidsniveau vanwege een spoorweg, als bedoeld in, wordt rekening gehouden met de emissiegegevens zoals vastgelegd in het emissieregister, bedoeld in, of, indien het een berekening betreft voor het toekomstig maatgevende jaar, met de emissiegetallen van de relevante emissietrajecten bepaald overeenkomstig. 2 De Minister kan, na overleg met de instanties die op de desbetreffende locatie de spoorweginfrastructuur en het gebruik daarvan beheren, afwijking toestaan van het eerste lid, indien de daar bedoelde gegevens onvoldoende representatief zijn. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 1 bijlage IV Het equivalent geluidsniveau wordt berekend volgens de in hoofdstuk 5 vanbij deze regeling beschreven Standaardrekenmethode 2. 2 bijlage IV In afwijking van het eerste lid kan het equivalent geluidsniveau worden bepaald volgens de in hoofdstuk 4 vanbij deze regeling beschreven Standaardrekenmethode 1, indien de desbetreffende situatie valt binnen het toepassingsgebied van Standaardrekenmethode 1. 3 bijlage IV In afwijking van het eerste en tweede lid kan het equivalent geluidsniveau tevens worden bepaald volgens de Standaardmeetmethode, bedoeld in hoofdstuk 6 vanbij deze regeling, indien de desbetreffende situatie valt binnen het toepassingsgebied van die Standaardmeetmethode. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 artikel 1.1, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit geluidhinder Een gemiddelde emissie als bedoeld inwordt berekend volgens: gem Ei/10 E= 10 log ∑10 gem waarin gemiddeld wordt over de emissies Ei (voor i = 1 tot n), ∑ de som is over i = 1 tot i = n en Ede gemiddelde emissie is. 2 artikel 1.3, tweede lid artikel 1.1, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit geluidhinder In afwijking van, wordt het inbedoelde verschil afgerond op één decimaal. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 Indien een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg in dB(A) is vastgesteld, wordt die waarde omgerekend tot de waarde voor de geluidsbelasting in dB door de getalswaarde te verminderen met 2. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 1 De geluidsbelasting van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, vanwege een spoorweg, een gedeelte van een spoorweg of een combinatie van spoorwegen, aangegeven op de geluidplafondkaart, is de geluidsbelasting vanwege alle op die kaart aangegeven delen van spoorwegen. 2 bijlage IV De equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van de in het geluidregister opgenomen brongegevens, waarbij de plafondcorrectiewaarde wordt opgeteld bij het emissiegetal (E), berekend volgens formule 2.1 uit paragraaf 2.1.1 vanbij deze regeling, dan wel bij de emissiegetallen (LE), berekend volgens de formules 3.1a tot en met 3.1e uit paragraaf 3.4 van bijlage IV bij deze regeling. 3 Bij de bepaling van de equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden, in aanvulling op het tweede lid, tevens betrokken alle overige kenmerken van de bron en de omgeving, voor zover relevant voor het berekenen van de geluidsbelasting. 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 01-01-2018 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de bepaling van de geluidproductie van, de equivalente geluidsniveaus en de geluidsbelasting vanwege wegen en spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart, ten behoeve van de vaststelling, wijziging en naleving van geluidproductieplafonds en het opstellen van saneringsplannen. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: afschermend object: ter verbetering van de kwaliteit van het milieu direct langs een weg of spoorweg geplaatste wallen en schermen; bronregisterlijn: bijlage III bijlage IV lijn die betrekking heeft op een gedeelte van een weg of spoorweg en die gebruikt wordt als rijlijn in de zin vanbij deze regeling of bronlijn in de zin vanbij deze regeling bij bepaling van het equivalent geluidsniveau ten behoeve van de geluidproductie volgens de in bijlage V bij deze regeling gegeven regels; equivalent geluidsniveau: day evening night richtlijn nr. 2002/49/EG gemiddelde geluidsniveau over lange termijn ten behoeve van de berekening van L, Len Lals bedoeld in bijlage I vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189); referentiepunt: artikel 11.19 van de Wet milieubeheer referentiepunt als bedoeld in; saneringsplan: artikel 11.56 van de Wet milieubeheer saneringsplan als bedoeld in. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 1 bijlage III bijlage IV bijlage V De equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidproductie worden berekend volgens Standaardrekenmethode 2, bedoeld in hoofdstuk 2 vanbij deze regeling en in hoofdstuk 5 vanbij deze regeling, waarbij geldt dat, indien en voor zover van toepassing, tevens hoofdstuk 1 vanbij deze regeling wordt toegepast en waarbij: a. als het een weg betreft: alle op de geluidplafondkaart aangegeven delen van wegen in de berekening worden meegenomen; b. als het een spoorweg betreft: alle op de geluidplafondkaart aangegeven delen van spoorwegen in de berekening worden meegenomen. 2 artikel 11.45, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer bijlage V Onverminderd het eerste lid is op de berekening van de equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidproductie, bedoeld in, indien en voor zover van toepassing, tevens hoofdstuk 2 vanbij deze regeling van toepassing. 3 artikel 11.22, vierde lid, van de Wet milieubeheer bijlage V Onverminderd het eerste lid is op de berekening van de equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidproductie, bedoeld in, indien en voor zover van toepassing, tevens hoofdstuk 3 vanbij deze regeling van toepassing. 4 Bij de berekening van de equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidproductie voor de vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds, wordt de plafondcorrectiewaarde opgeteld bij: a. bijlage III als het een weg betreft: het emissiegetal (E), berekend volgens formule 1.3 uit paragraaf 1.5 vanbij deze regeling, dan wel de emissietermen (LE), bepaald volgens formule 2.3 uit paragraaf 2.4 van bijlage III bij deze regeling; b. bijlage IV als het een spoorweg betreft: het emissiegetal (E), berekend volgens formule 2.1 uit paragraaf 2.1.1 vanbij deze regeling, dan wel de emissiegetallen (LE), bepaald volgens de formules 3.1a tot en met 3.1e uit paragraaf 3.4 van bijlage IV bij deze regeling. 5 De waarde van de geluidproductie wordt afgerond op één decimaal. 6 De geluidproductie heeft betrekking op een kalenderjaar. 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 01-01-2018
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag De geluidsbelasting van een geluidsgevoelig object vanwege de betrokken weg of spoorweg is de geluidsbelasting van de hoogst belaste gevel van dat object, de hoogste geluidsbelasting op 1,5 meter boven lokaal maaiveld op de grens van een standplaats als bedoeld indan wel de hoogste geluidsbelasting op de grens van een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, op een hoogte van 1 meter boven lokaal maaiveld direct grenzend aan de ligplaats. 2014 36320 18-12-2014 10-12-2014 CZW2014-0000626454 2014 36320 18-12-2014 10-12-2014 CZW2014-0000626454 01-01-2015
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 artikel 11.63 van de Wet milieubeheer Bij een verzoek tot wijziging van een geluidproductieplafond op grond vanwordt de hoogte van het geluidproductieplafond berekend op basis van: a. bijlage VI de brongegevens behorende bij het geldende geluidproductieplafond of, voor zover van toepassing, de gewijzigde brongegevens, bedoeld in paragraaf 1.4 van, en b. de in het saneringsplan opgenomen saneringsmaatregelen. 2015 16753 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/109228 2015 16753 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/109228 01-07-2015
Artikel 5.6 — Artikel 5.6#
Artikel 5.6 1 artikel XI, derde en vierde lid, van de Invoeringswet geluidproductieplafonds artikel 5.3 De equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidproductie voor de vaststelling van een geluidproductieplafond als bedoeld inworden bepaald met overeenkomstige toepassing van, waarbij de brongegevens worden afgeleid uit het betreffende besluit. 2 artikel XI, vijfde lid, van de Invoeringswet geluidproductieplafonds artikel 5.5 De equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidproductie voor de verlaging van een geluidproductieplafond als bedoeld inworden bepaald met overeenkomstige toepassing van. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 5.7 — Artikel 5.7#
Artikel 5.7 1 De geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een weg, een weggedeelte of een combinatie van weggedeelten is de geluidsbelasting vanwege alle op de geluidplafondkaart aangegeven delen van wegen. 2 De equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald: a. artikel 3.2 met overeenkomstige toepassing van; b. bijlage III op basis van de in het geluidregister opgenomen brongegevens, waarbij de plafondcorrectiewaarde wordt opgeteld bij het emissiegetal (E), berekend volgens formule 1.3 uit paragraaf 1.5 vanbij deze regeling, dan wel bij de emissietermen (LE), bepaald volgens formule 2.3 uit paragraaf 2.4 van bijlage III bij deze regeling. 3 artikel 11.30, eerste en tweede lid 11.42 11.63 van de Wet milieubeheer Indien het tweede lid wordt toegepast in het kader van,of, worden daarbij tevens de brongegevens betrokken behorende bij een verzoek tot vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds of behorende bij een voorgenomen ambtshalve besluit tot vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds. 4 bijlage VI Indien het tweede lid wordt toegepast ten behoeve van het opstellen van saneringsplannen, is daarbij tevensbij deze regeling van toepassing. 5 Bij de bepaling van de equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden, in aanvulling op het tweede lid, tevens betrokken alle overige kenmerken van de bron en de omgeving, voor zover relevant voor het berekenen van de geluidsbelasting. 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 01-01-2018
Artikel 5.8 — Artikel 5.8#
Artikel 5.8 1 De geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een spoorweg, een gedeelte van een spoorweg of een combinatie van spoorwegen, is de geluidsbelasting vanwege alle op de geluidplafondkaart aangegeven delen van spoorwegen. 2 De equivalente geluidsniveaus ten behoeve van de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald: a. artikel 4.6 met overeenkomstige toepassing van; b. bijlage IV op basis van de in het geluidregister opgenomen brongegevens, waarbij de plafondcorrectiewaarde wordt opgeteld bij het emissiegetal (E), berekend volgens formule 2.1 uit paragraaf 2.1.1 van, dan wel bij de emissiegetallen (LE), berekend volgens de formules 3.1a tot en met 3.1e uit paragraaf 3.4 van bijlage IV bij deze regeling. 3 artikel 11.30, eerste en tweede lid 11.42 11.63 van de Wet milieubeheer Indien het tweede lid wordt toegepast in het kader van,of, worden daarbij tevens de brongegevens betrokken behorende bij een verzoek tot vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds of behorende bij een voorgenomen ambtshalve besluit tot vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds. 4 bijlage VI Indien het tweede lid wordt toegepast ten behoeve van het opstellen van saneringsplannen, is daarbij tevensbij deze regeling van toepassing. 5 Bij de bepaling van de equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden, in aanvulling op het tweede lid, tevens betrokken alle overige kenmerken van de bron en de omgeving, voor zover relevant voor het berekenen van de geluidsbelasting. 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 01-01-2018
Artikel 5.9 — Artikel 5.9#
Artikel 5.9 1 artikelen 5.7, met uitzondering van het eerste lid 5.8, met uitzondering van het eerste lid artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag De, en, zijn van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de hoogst belaste gevel, dan wel de positie van de hoogste belasting op de grens van de standplaats als bedoeld inof ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen. 2 artikel 1b, vijfde lid, van de Wet geluidhinder Invoeringswet geluidproductieplafonds Wet geluidhinder Indien bij de procedures ten behoeve van de bouw van een object gebruik is gemaakt van, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de, dan wel van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder, wordt bij toepassing van het eerste lid voor dat object alleen rekening gehouden met de gevels van het object die bij deze procedures als gevels in de zin van dezijn behandeld. 3 artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder Bij toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met een bouwkundige constructie als bedoeld indie is vastgelegd in de gebruiksregels of bouwregels van een bestemmingsplan. 2014 36320 18-12-2014 10-12-2014 CZW2014-0000626454 2014 36320 18-12-2014 10-12-2014 CZW2014-0000626454 01-01-2015
Artikel 5.10 — Artikel 5.10#
Artikel 5.10 1 artikel 11.33 van de Wet milieubeheer Het akoestisch onderzoek, bedoeld in, heeft betrekking op ten minste de volgende referentiepunten: Daarbij geldt dat de referentiepunten, bedoeld onder b en c, niet verder liggen dan 1,0 kilometer van het deel van de weg of spoorweg waarvoor bij de berekening, bedoeld onder b, respectievelijk c, gewijzigde brongegevens zijn gehanteerd ten opzichte van de geldende brongegevens in het geluidregister. a. de referentiepunten die in het register worden opgenomen of waarvan de positie wijzigt door een aan te leggen of te wijzigen weg of spoorweg; b. de referentiepunten waarop de geluidproductie, berekend op basis van de brongegevens behorende bij de geluidproductieplafonds zoals die zouden gelden na vaststelling of wijziging van het geluidproductieplafond exclusief het effect van de geluidbeperkende maatregelen die geen onderdeel zijn van de geldende brongegevens, hoger is dan de geldende geluidproductieplafonds in de betreffende referentiepunten, en c. de referentiepunten waarop de geluidproductie, berekend op basis van de brongegevens behorende bij de geluidproductieplafonds zoals die zouden gelden na vaststelling of wijziging van het geluidproductieplafond afwijken van de geldende geluidproductieplafonds in de betreffende referentiepunten, voor zover deze niet vallen onder onderdeel b. 2 Het akoestisch onderzoek voor vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond heeft betrekking op alle geluidsgevoelige objecten die liggen binnen het gebied: a. waarin het betreffende referentiepunt ligt, en b. dat begrensd wordt door de landsgrenzen, de as van de weg of spoorweg en twee lijnen loodrecht op de as van de weg of spoorweg en op de halve afstand tot de in de lengterichting van de weg of spoorweg gezien naastliggende referentiepunten. 3 In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, is er in het geval de weg of spoorweg van de betreffende beheerder eindigt slechts een naastliggend referentiepunt en strekt het akoestisch onderzoek zich aan de andere zijde uit tot alle geluidsgevoelige objecten. 4 In afwijking van het tweede en derde lid heeft het akoestisch onderzoek geen betrekking op geluidsgevoelige objecten die naar redelijke verwachting bij volledige benutting van het geluidproductieplafond zoals dat zou gelden na vaststelling of wijziging van het geluidproductieplafond, in de situatie dat er geen geluidbeperkende maatregelen zouden zijn getroffen, een geluidsbelasting ondervinden die lager is dan de voorkeurswaarde. 5 Het tweede lid is niet van toepassing op de referentiepunten genoemd in het eerste lid, onderdeel c. 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 2017 69832 07-12-2017 06-12-2017 IENM/BSK-2017/263042 01-01-2018
Artikel 5.11 — Artikel 5.11#
Artikel 5.11 1 bijlage III Bij berekening van de geluidproductie en van de geluidsbelasting vanwege een weg wordt voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstigbij deze regeling of als het wegdek bestaat uit dicht asfaltbeton, in afwijking van het gestelde in paragraaf 1.5 en 2.4.2 van bijlage III een wegdekcorrectie van 2 dB in rekening gebracht. 2 In afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: a. Zeer Open Asfalt Beton; b. tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, met uitzondering van tweelaags Zeer Open Asfalt Beton fijn; c. uitgeborsteld beton; d. geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; e. oppervlakbewerking. 2014 10330 19-05-2014 15-05-2014 IENM/BSK-2014/44256 2014 10330 19-05-2014 15-05-2014 IENM/BSK-2014/44256 20-05-2014
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 artikel 1.1 artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 In afwijking vanwordt in dit hoofdstuk verstaan onder gevel: uitwendige scheidingsconstructie als bedoeld in. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 1 hoofdstukken 2 3 4 5 Het equivalent geluidsniveau binnen een gebouw ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting ter plaatse wordt bepaald door het equivalent geluidsniveau buiten het gebouw, bepaald overeenkomstig de,,of, te verminderen met de geluidwering van de gevel. 2 De geluidwering van een gevel kan worden bepaald door middel van meting of berekening. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 1 De meting van de geluidwering van een gevel wordt uitgevoerd volgens de in hoofdstuk 4 van NEN 5077:2006 beschreven meetmethode. 2 De berekening van de geluidwering van een gevel wordt uitgevoerd volgens de in NEN-EN 12354-3 beschreven rekenmethode, inclusief de informatieve annexen uit die norm, toegepast op de wijze, beschreven in NPR 5272:2003. 3 Bij de berekening van de geluidwering van de gevel wordt uitgegaan van de situatie zoals die voor een bepaling door metingen van de geluidwering volgens NEN 5077:2006 van toepassing zou zijn. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 1 Bij de bepaling van de geluidwering van de gevel wordt rekening gehouden met: a. het geluidspectrum, behorend bij het equivalent geluidsniveau buiten het gebouw; b. de structuur van de gevel; c. de verschillen in het equivalent geluidsniveau buiten het gebouw door de positie van de geluidsbron, de bijbehorende afscherming door gevelvlakken en bijbehorende reflecties via gevelvlakken; d. de geluidwerende kwaliteit en de afmetingen van de elementen waaruit de gevel is opgebouwd, waarbij in ieder geval onderscheid wordt gemaakt in: materialen, kieren, naden en voorzieningen voor luchtverversing; e. de geluidabsorptie van het betreffend vertrek. 2 De geluidwering van een gevel waarbij ventilatie kan plaatsvinden anders dan door het openen van ramen, wordt bepaald met gesloten en afgedichte ventilatieopeningen. 3 n,e v v 3 artikelen 3.28 3.29 van het Bouwbesluit 2012 Bij toepassing van het tweede lid wordt gerekend met een opening in de gevel waarvan de akoestische prestatie bedraagt: een element-genormeerd niveauverschil van D= 40 – 10 lg q.dB in elke beschouwde octaafband, waarbij de luchthoeveelheid qin dm/s de helft bedraagt van de op grond van deenvoor nieuwe woongebouwen geëiste hoeveelheid. 4 In afwijking van het tweede lid wordt de geluidwering van een gevel waarin ventilatievoorzieningen zijn aangebracht met een hogere akoestische prestatie dan genoemd in het derde lid, bepaald met geopende dan wel geopend geachte ventilatievoorzieningen. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 6.5 — Artikel 6.5#
Artikel 6.5 1 i Bij de bepaling van de geluidwering van de gevel wordt uitgegaan van het geluidspectrum behorend bij het equivalent geluidsniveau buiten het gebouw, waarbij voor wegverkeer en spoorwegverkeer wordt uitgegaan van de geluidspectra die worden gegeven met de herleidingswaarden Kin tabel 6.5, tenzij anders wordt vermeld en gemotiveerd. Tabel 6.5 Spectrum i K[dB] voor de octaafbanden met middenfrequentie [Hz] 125 i = 1 250 i = 2 500 i = 3 1000 i = 4 2000 i = 5 spoorwegverkeersgeluid –27 –17 –9 –4 –4 wegverkeersgeluid –14 –10 –7 –4 –6 2 bijlage IV In afwijking van het eerste lid wordt bij spoorwegverkeersgeluid het in het eerste lid gegeven spectrum voor wegverkeersgeluid toegepast, indien in het maatgevende jaar op een spoorweg meer dan 30% spoorvoertuigen passeren behorende tot de spoorvoertuigcategorieën 4, 5 of 11, bedoeld in hoofdstuk 1 vanbij deze regeling. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 bijlage VII Dit hoofdstuk en de daarbij behorendezijn van toepassing bij het opstellen van geluidsbelastingkaarten. 2018 63433 26-11-2018 05-11-2018 IENW/BSK-2018/207575 2018 63433 26-11-2018 05-11-2018 IENW/BSK-2018/207575 01-01-2019
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 De volgende regelingen worden ingetrokken: – Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 ; – Reken- en Meetvoorschrift Railverkeerlawaai ; – Reken- en meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2002 ; – Meet- en rekenvoorschrift industrielawaai ; – Meet- en rekenvoorschrift geluidsbelasting binnen gebouwen ; – Meet- en rekenvoorschrift hoofdstuk V Wet geluidhinder . 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 wet van 24 november 2011 houdende wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van geluidproductieplafonds en de overheveling van hoofdstuk IX van de Wet geluidhinder naar de Wet milieubeheer (modernisering instrumentarium geluidbeleid, geluidproductieplafonds) Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 Deze regeling wordt aangehaald als: Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. 2012 11810 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/37333 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet geluidproductieplafonds in werking treedt.
Artikel 1.2#
artikelen 1.2
Artikel 1.4#
1.4
Artikel 2.3#
artikel 2.3, eerste lid
Artikel 2.3#
artikel 2.3, tweede lid
Artikel 1.1#
artikel 1.1, eerste lid
Artikel 3.2#
artikel 3.2
Artikel 4.3#
artikel 4.3 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
Artikel 5.2#
artikel 5.2
Artikel 1.1#
artikelen 1.1
Artikel 3.8#
3.8
Artikel 4.9#
4.9
Artikel 5.3#
5.3
Artikel 5.7#
5.7
Artikel 5.8#
5.8
Artikel 5.7#
artikelen 5.7, vierde lid
Artikel 5.8#
5.8, vierde lid
Artikel 5.7#
artikel 5.7, eerste lid
Artikel 5.8#
artikel 5.8, eerste lid
Artikel 5.7#
artikel 5.7, eerste lid
Artikel 5.8#
artikel 5.8, eerste lid
Artikel 5.7#
artikel 5.7, tweede lid
Artikel 5.8#
artikel 5.8, tweede lid
Artikel 5.7#
artikel 5.7, tweede lid
Artikel 5.8#
artikel 5.8, tweede lid
Artikel 5.7#
artikel 5.7, tweede lid
Artikel 5.8#
artikel 5.8, tweede lid
Artikel 5.5#
artikel 5.5