Tijdelijke regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 januari 2012, IVV/I/2012/438, tot verstrekking van een uitkering aan de kunstenaar die op 31 december 2011 recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden)
- BWB-id
- BWBR0031137
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2012-03-24 t/m 2012-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031137
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/tijdelijke-regeling-uitkering-aan-voormalig-wwik-gerechtigde
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/tijdelijke-regeling-uitkering-aan-voormalig-wwik-gerechtigde/2012-03-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031137&g=2012-03-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031137&z=2026-06-06&g=2012-03-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031137/2012-03-24
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2012/tijdelijke-regeling-uitkering-aan-voormalig-wwik-gerechtigde
Artikel 1 — Artikel 1 Het recht op uitkering#
Artikel 1 Het recht op uitkering 1 De persoon: a. Wet werk en inkomen kunstenaars die op 31 december 2011 recht had op een uitkering op grond van de; b. Wet werk en inkomen kunstenaars die voor 1 januari 2012 een uitkering op grond van deheeft aangevraagd waarop na die datum begunstigend is beslist; of c. Wet werk en inkomen kunstenaars die met ingang van een datum gelegen voor 1 januari 2012 een uitkering op grond van detoegekend heeft gekregen en nog niet gedurende vier jaar recht op uitkering op grond van die wet heeft gehad, heeft recht op een uitkering overeenkomstig die wet en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op 31 december 2011, tot het tijdstip waarop het recht op die uitkering op grond van die bepalingen zou eindigen, doch niet langer dan tot 1 juli 2012. 2 artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen kunstenaars In afwijking van het eerste lid isniet van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en inkomen kunstenaars In afwijking van het eerste lid isniet van overeenkomstige toepassing op de persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 4 artikel 16, eerste, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars Bij de toepassing van deze regeling wordt ten aanzien van de persoon, bedoeld in het eerste lid,als volgt gelezen: 1. artikel 15 De uitkering, bedoeld in, wordt binnen acht weken nadat de kunstenaar de benodigde gegevens na de beëindiging heeft verstrekt, en uiterlijk vóór 31 december 2012, definitief vastgesteld. 2. Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering wordt van het volgende uitgegaan: a. Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden artikel 8, onderdeel a artikel 41 van de Zorgverzekeringswet artikel 46 van de Zorgverzekeringswet over de periode gedurende de looptijd van dewaarin geen uitkering is ontvangen wordt niet in aanmerking genomen het bruto-inkomen tot een maximum per maand van het in, genoemde van toepassing zijnde bedrag, vermeerderd met de door de kunstenaar of zijn gezin verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, voor zover deze hem niet op grond vanis vergoed; b. Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden artikel 15, eerste lid het na toepassing van onderdeel a overblijvende meerinkomen wordt in aanmerking genomen over de periode waarin gedurende de looptijd van deuitkering is verleend, voor zover dat tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in, over deze periode per maand meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag: 1°. € 1.560,44 voor een alleenstaande; 2°. € 2.023,29 voor een alleenstaande ouder; 3°. € 2.170,19 voor gehuwden. 3. artikel 5, eerste lid, onderdeel b artikel 15, eerste lid In afwijking van het eerste en tweede lid en, wordt bij een kunstenaar wiens uitkering vóór 1 juli 2012 is beëindigd in verband met het bereiken van de maximale uitkeringsduur op grond van artikel 19, het inkomen van die kunstenaar of zijn gezin slechts in aanmerking genomen over de periode van de looptijd van deze regeling voorafgaand aan het tijdstip met ingang waarop de uitkering is beëindigd, voor zover dat inkomen tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in, over deze periode per kalendermaand meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b. 5 artikel 22, derde lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars In afwijking van het eerste lid isniet van overeenkomstige toepassing. De verordeningen zoals die luidden op 31 december 2011, opgesteld door de gemeenteraad op grond van artikel 22, derde lid, onderdelen a en b, van de Wet werk en inkomen kunstenaars zoals dat artikel luidde op 31 december 2011, zijn van overeenkomstige toepassing. 6 artikelen 13, tweede lid, onderdeel b 15, tweede lid 48, vijfde lid 60, derde lid 60a, eerste lid 67, eerste lid, onderdeel c 69, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand 1.6, eerste lid, onderdeel d, tweede lid en derde lid, onderdeel b 1.22, eerste lid, onderdelen a en c 1.24, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b 1.35, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 30, vijfde lid, onderdeel b 34, tweede lid, onderdeel b 37, onderdeel b, onder 3°, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen 28, tweede lid 48, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen 28, tweede lid 48, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers 17g, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet 45, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet 17i, tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet 14g, tweede lid, van de Toeslagenwet 27g, tweede lid, van de Werkloosheidswet 54, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 47, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen 24, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen 29g, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 3:43, tweede lid, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten 96, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 23, derde lid, onderdeel b, onder 1°, van de Wet op de loonbelasting 1964 45g, tweede lid, van de Ziektewet De,,,,,, en,,,, en,,, en,, en,, en,,,,,,,,,,,,enen de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2011, zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon, bedoeld in het eerste lid, tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid. 7 Wet werk en inkomen kunstenaars Bij de toepassing van het eerste lid wordt in dein artikel: a. 7, tweede lid, onderdeel e , voor ‘€ 46.900,00’ gelezen: € 48.000,00; b. 7, derde lid, onderdeel a , voor ‘€ 5.555,00’ gelezen: € 5.685,00; c. 7, derde lid, onderdeel b , voor ‘€ 11.110,00’ gelezen: € 11.370,00; d. 7, derde lid, onderdeel c , voor ‘€ 11.110,00’ gelezen: € 11.370,00; e. 8, onderdeel a, onder 1° , voor ‘€ 1.175,56’ gelezen: € 1.186,07; f. 8, onderdeel a, onder 2° , voor ‘€ 1.468,28’ gelezen: € 1.477,18; g. 8, onderdeel a, onder 3° , voor ‘€ 1.550,01’ gelezen: € 1.562,33; h. 15, eerste lid, onderdeel a , voor ‘€ 745,39’ gelezen: € 750,50; i. 15, eerste lid, onderdeel b , voor ‘€ 1.034,28’ gelezen: € 1.043,12; j. 15, eerste lid, onderdeel c , voor ‘€ 1.103,51’ gelezen: € 1.115,85. 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 24-03-2012 01-01-2012
Artikel 2 — Artikel 2 Mandaat#
Artikel 2 Mandaat artikel 1, eerste lid artikel 16 van het Uitvoeringsbesluit WWIK Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente jegens wie het recht op uitkering van de persoon, bedoeld in, zou bestaan op grond van, zoals dat luidde op 31 december 2011, is bevoegd om namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot die persoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van deze regeling. Het college kan deze bevoegdheden in een door hem te bepalen omvang mandateren of doorverlenen met inbegrip van de mogelijkheid van ondermandaat en verdere doorverlening. 2012 1436 19-01-2012 18-01-2012 IVV/I/2012/438 2012 1436 19-01-2012 18-01-2012 IVV/I/2012/438 20-01-2012 01-01-2012
Artikel 3 — Artikel 3 Rijksbijdrage#
Artikel 3 Rijksbijdrage artikel 2 Artikel 47, tweede lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt ten laste van ’s Rijks kas aan het college, bedoeld in, een eenmalige specifieke uitkering voor de lasten voortvloeiend uit deze regeling.en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2011, zijn van overeenkomstige toepassing. 2012 1436 19-01-2012 18-01-2012 IVV/I/2012/438 2012 1436 19-01-2012 18-01-2012 IVV/I/2012/438 20-01-2012 01-01-2012
Artikel 3a — Artikel 3a Taak en vergoeding Stichting Cultuur – Ondernemen#
Artikel 3a Taak en vergoeding Stichting Cultuur – Ondernemen 1 artikel 2 artikel 23, vijfde lid artikel 35 van de Wet werk en inkomen kunstenaars De Stichting Cultuur – Ondernemen heeft tot taak het college, bedoeld in, van advies te dienen overeenkomstig, juncto, zoals die artikelen op 31 december 2011 luidden. 2 artikel 3b De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vergoedt ten laste van ’s Rijks kas de door de Stichting Cultuur – Ondernemen gemaakte uitvoeringskosten, voor de uitgebrachte adviezen, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de ingestelde regels. 3 artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten De Stichting Cultuur – Ondernemen declareert de gedurende de looptijd van deze regeling gemaakte uitvoeringskosten bij het Rijk door middel van een kostenopgave over die periode. Deze opgave is voorzien van een verklaring van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de inschrijving in het inbedoelde register een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van die wet. 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 24-03-2012 01-01-2012
Artikel 3b — Artikel 3b Uitvoeringskosten Stichting Cultuur – Ondernemen#
Artikel 3b Uitvoeringskosten Stichting Cultuur – Ondernemen 1 artikel 3a, eerste lid Ter zake van de uitvoeringskosten voor de taak, bedoeld in, vergoedt het Rijk aan de Stichting Cultuur – Ondernemen € 680,00 per uitgebracht advies ten aanzien van wie gedurende de looptijd van deze regeling op verzoek van het college advies is uitgebracht. 2 artikel 3a, derde lid artikel 3d, eerste lid In afwijking van het eerste lid wordt, indien blijkens de kostenopgave, bedoeld in, het aantal gerealiseerde adviezen gedurende de looptijd van deze regeling lager is dan het verwachte aantal uit te brengen adviezen, bedoeld in, de vergoeding ter zake van de uitvoeringskosten vastgesteld op de som van de helft van het gerealiseerde aantal adviezen maal het vergoedingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het budget, bedoeld in artikel 3d, tweede lid. 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 24-03-2012 01-01-2012
Artikel 3c — Artikel 3c Kostenopgave Stichting Cultuur – Ondernemen#
Artikel 3c Kostenopgave Stichting Cultuur – Ondernemen 1 artikel 3a, derde lid De kostenopgave en de verklaring van de accountant, bedoeld in, worden uiterlijk op 1 november 2012 door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ontvangen. 2 bijlage 1 De kostenopgave wordt ingericht overeenkomstig het model vanbij deze regeling. 3 bijlage 2 bijlage 3 De verklaring van de accountant wordt ingericht overeenkomstig het model vanbij deze regeling. Het onderzoek dat resulteert in de verklaring wordt uitgevoerd overeenkomstig het alsbij deze regeling opgenomen controle- en rapportageprotocol. 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 24-03-2012 01-01-2012
Artikel 3d — Artikel 3d Voorschot Stichting Cultuur – Ondernemen#
Artikel 3d Voorschot Stichting Cultuur – Ondernemen 1 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt gedurende de looptijd van de regeling eenmalig een voorschot vast ten behoeve van de uitvoeringskosten van de Stichting Cultuur – Ondernemen op basis van het te verwachten aantal uit te brengen adviezen en de kosten daarvan. 2 Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de helft als budget toegekend. 3 Het vastgestelde budget wordt gedurende de looptijd van deze regeling betaalbaar gesteld. 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 24-03-2012 01-01-2012
Artikel 3e — Artikel 3e Vaststelling vergoeding Stichting Cultuur – Ondernemen#
Artikel 3e Vaststelling vergoeding Stichting Cultuur – Ondernemen 1 artikel 3a, derde lid De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de vergoeding vast binnen een half jaar na ontvangst van de kostenopgave, bedoeld in. 2 artikel 3a, eerste lid Indien de kostenopgave niet is ontvangen binnen de in, gestelde termijn dan wel niet is voorzien van de verklaring, bedoeld in artikel 3a, derde lid, kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de vergoeding over de looptijd van de regeling ambtshalve vaststellen. 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 24-03-2012 01-01-2012
Artikel 4 — Artikel 4 Inwerkingtreding#
Artikel 4 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2012 en vervalt met ingang van 1 juli 2012. 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals deze luidde op 30 juni 2012 van toepassing op de financiële afwikkeling van deze regeling. 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 2012 5618 23-03-2012 15-03-2012 IVV/I/2012/3460 24-03-2012 01-01-2012
Artikel 5 — Artikel 5 Citeertitel#
Artikel 5 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden. 2012 1436 19-01-2012 18-01-2012 IVV/I/2012/438 2012 1436 19-01-2012 18-01-2012 IVV/I/2012/438 20-01-2012 01-01-2012
Artikel 3c#
artikel 3c, tweede lid
Artikel 3c#
artikel 3c, derde lid
Artikel 3c#
artikel 3c, derde lid
Artikel 3a#
artikel 3a, derde lid
Artikel 3a#
artikel 3a
Artikel 3a#
artikel 3a, derde lid
Artikel 3b#
artikel 3b, eerste lid
Artikel 3b#
artikel 3b, eerste lid
Artikel 3b#
artikel 3b, eerste lid