Besluit van de Minister van Economische Zaken van 12 december 2012, nr. WJZ/12375497, tot aanwijzing van toezichthouders voor de Wet dieren
- BWB-id
- BWBR0032516
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-10-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032516
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-aanwijzing-toezichthouders-wet-dieren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-aanwijzing-toezichthouders-wet-dieren/2023-10-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032516&g=2023-10-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032516&z=2026-06-06&g=2023-10-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032516/2023-10-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-aanwijzing-toezichthouders-wet-dieren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: – verordening (EG) nr. 1/2005: Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PbEU 2005, L 3); – verordening (EU) nr. 2019/6: Verordening (EU) 2019/6 Richtlijn 2011/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van(PbEU 2019, L 4); – wet: Wet dieren . 2 artikel 5.9, eerste lid, van de Wet dieren Dit besluit berust mede op. 2022 5873 09-03-2022 21-02-2022 WJZ/22044082 2022 5873 09-03-2022 21-02-2022 WJZ/22044082 10-03-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 8.1, eerste lid, van de wet Met het toezicht op de naleving, bedoeld in, zijn belast: a. de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; b. de ambtenaren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; c. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane; d. de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van: 1°. artikelen 2.20 2.22 2.25 van de wet de,enin samenhang met hoofdstuk VI van verordening (EU) nr. 2019/6; 2°. verordening (EU) nr. 2019/6 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, vanten aanzien van goede laboratoriumpraktijken als bedoeld in bijlage II, inleiding en algemene beginselen, onderdeel 6, van verordening (EU) nr. 2019/6; e. de controleurs, inspecteurs en keurmeesters van de Stichting COKZ; f. artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012 Besluit algemene rechtspositie politie de ambtenaren van de politie, bedoeld in, en de vrijwillige ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012, voor zover deze vrijwillige ambtenaren zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met uitzondering van de vrijwilliger-aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de vrijwillige ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel, bedoeld in het, voor zover het betreft het bepaalde bij of krachtens: 1°. artikelen 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15 2.16 2.23 3.1 3.3 3.5 5.4 5.5 5.6 5.10 5.11 5.12 5.13 5.15 8.4, van de wet de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en; en 2°. artikelen 6.2 6.3 6.4 7.2 7.5 van de wet de,,,enin samenhang met de onderwerpen waarop de artikelen, genoemd in onderdeel 1°, betrekking hebben; g. de inspecteurs van de stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van: 1.° Artikel 2.1 2.2, achtste lid, van de Wet dieren artikel 1.3 van het Besluit houders van dieren enen; 2.° artikelen 2.2, tiende lid, onderdeel b, c, d, e, f, g, k, l, m, n, en p 2.6, tweede lid, onderdeel a, b, d, e, en f 2.7, tweede lid, onderdeel a, c, d, g, k, l en m 2.8, vierde lid, onderdeel a 2.16, eerste en tweede lid artikel 7.1 7.2, tweede lid, onderdeel c, d, e, g en i 7.6, tweede lid, onderdeel c, van de Wet dieren artikel 3.4 paragraaf 3.2 van het Besluit houders van dieren de,,,,, in samenhang met,, en, in samenhang met het bepaalde bij of krachtensen; 3.° artikel 2.2, zevende lid, van de Wet dieren artikel 1.20 van het Besluit houders van dieren in samenhang met het bepaalde in; 4.° artikel 2.2, tiende lid, van de Wet dieren artikelen 1.6 tot en met 1.8 van het Besluit houders van dieren in samenhang met het bepaalde in de; 5.° artikel 2.2, tiende lid, van de Wet dieren artikelen 3.1 tot en met 3.3 van het Besluit houders van dieren in samenhang met het bepaalde in de; 6°. artikel 2.5 van de Wet dieren in samenhang met hoofdstuk 4 van de Regeling houders van dieren en verordening (EG) nr. 1/2005; 7.° artikel 2.7, derde lid 2.9 2.16, derde en vierde lid, van de Wet dieren artikelen 2.1 2.5 2.7 2.8 van het Besluit diergeneeskundigen ,enin samenhang met de,,envoor zover het ingrepen betreft ten aanzien van: – artikel 1.1 van het Besluit houders van dieren gezelschapsdieren als bedoeld in, of – bijlage II bij het Besluit houders van dieren dieren als bedoeld in; 8.° artikel 2.8 van de Wet dieren Besluit diergeneeskundigen Besluit houders van dieren in samenhang met het bepaalde in heten het; 9.° artikel 2.10 van de Wet dieren ten aanzien van: – artikel 1.1 van het Besluit houders van dieren gezelschapsdieren als bedoeld in, of – bijlage II bij het Besluit houders van dieren dieren als bedoeld in; 10.° artikel 2.13 2.14 van de Wet dieren en; 11.° Besluit houders van dieren Besluit diergeneeskundigen Regeling houders van dieren de regels over identificatie en registratie in het, het, deen de Regeling diergeneeskundigen ten aanzien van runderen, varkens, schapen, geiten, paarden of honden. h. verordening (EU) nr. 2019/6 artikelen 5.1 5.2 van de Regeling diergeneesmiddelen 2022 de ambtenaren van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die te werk zijn gesteld bij het aCBG, Bureau Diergeneesmiddelen, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van de artikelen 77, 78 en 81 vanen deen; i. dierenartsen en andere personen die voor specifieke toezichtswerkzaamheden door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit worden ingezet; j. artikelen 2.11 2.12 8.4 hoofdstuk 5 artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren Besluit houders van dieren artikel 3.6 van het Besluit dierlijke producten artikel 4.9 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren artikel 2.3, tweede en derde lid, van het Besluit diergezondheid voor zover het betreft het toezicht op de naleving van de,, of, of het bepaalde krachtensof, het bij of krachtens hetbepaalde, het krachtensbepaalde, het krachtensbepaalde, of: 1°. militairen van de Koninklijke marechaussee; 2°. de door de Minister van Defensie aangewezen overige militairen van de krijgsmacht; 3°. de personen werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionale eenheid van de politie; 4°. ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport. 2023 27803 17-10-2023 04-10-2023 WJZ/36210277 2023 27803 17-10-2023 04-10-2023 WJZ/36210277 18-10-2023
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 5.9, eerste lid, van de wet artikel 2, onderdeel a Als ambtenaren als bedoeld in, worden aangewezen de in, bedoelde ambtenaren. 2 artikel 5.9, eerste lid, van de wet artikel 2, onderdeel i Als personen als bedoeld in, worden aangewezen de in, bedoelde personen. 2021 17802 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21083789 2021 17802 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21083789 21-04-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. 2012 26393 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/12375497 2012 26393 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/12375497 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren. 2012 26393 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/12375497 2012 26393 20-12-2012 12-12-2012 WJZ/12375497 01-01-2013