Besluit van de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat en de Minister van Infrastructuur en Milieu houdende de verlening van mandaat voor het uitvoeren van de nautische rijkstaken in het Noordzeekanaalgebied aan de directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied 2013)
- BWB-id
- BWBR0033217
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033217
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-mandaat-nautische-rijkstaken-noordzeekanaalgebied-20
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-mandaat-nautische-rijkstaken-noordzeekanaalgebied-20/2013-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033217&g=2013-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033217&z=2026-06-06&g=2013-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033217/2013-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-mandaat-nautische-rijkstaken-noordzeekanaalgebied-20
Artikel 1 — Artikel 1 Mandaatverlening#
Artikel 1 Mandaatverlening 1 artikel 3 artikel 2 De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat verleent mandaat voor de nautische rijkstaken en bevoegdheden genoemd inaan de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, voor zover deze worden uitgeoefend in het Noordzeekanaalgebied zoals genoemd invan dit besluit. 2 De mandatering laat onverlet dat de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat bevoegd blijft zelf te beslissen in de hieronder genoemde nautische aangelegenheden. 3 artikel 3 Aan de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat blijft voorbehouden het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de ingenoemde bevoegdheden. 4 Onder ‘directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied’ wordt tevens verstaan diens plaatsvervanger, voor zover deze als (onbezoldigd) rijksambtenaar van Rijkswaterstaat is aangesteld. 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 01-06-2013 01-04-2013
Artikel 2 — Artikel 2 Noordzeekanaalgebied#
Artikel 2 Noordzeekanaalgebied Onder Noordzeekanaalgebied, mandaatgebied voor de rijkstaken, wordt verstaan: 1e het aanloopgebied IJmuiden gevormd door: het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied, begrensd door een lijn die loopt van de positie 52°27´.9 N 004°32´.1 E (referentiepunt), naar positie 52°16´.3N 004°26´1E, vandaar in een zeewaarts gerichte boog met een straal van 12 zeemijlen gerekend vanuit het referentiepunt naar positie 52 °39´.3 N 004°36´.9 E, vanuit de koppen van de havenhoofden te IJmuiden, inclusief de verlengde IJgeul en de huidige en toekomstige aangewezen ankergebieden 6 (A, B en C), 7 en 8 (ankergebied deels gelegen binnen de 12 mijlszone); 2e het Buitenhavencomplex van IJmuiden vanaf de koppen van de havenhoofden tot aan het sluizencomplex te IJmuiden, incl. Hoogovenbuitenhaven en Buitenspuikanaal, excl. Haven Seaport Marina, IJmondhaven, Haringhaven en Vissershaven; 3e het Noordzeesluizencomplex te IJmuiden, excl. het Gemaal en de Spuisluizen; 4e de Binnentoeleidingskanalen voor het Noordzeesluizencomplex te IJmuiden, met uitzondering van de loswallen 2 t/m 7; 5e e e e de 1, 2, 3Rijksbinnenhaven, het Binnenkanaal tot aan het eerste kunstwerk, alsmede het Binnenspuikanaal tot aan de pijlers van de voormalige baileybrug te IJmuiden; 6e de zijkanalen, vanaf het Noordzeekanaal tot de volgende begrenzing: Zijkanaal A de vaarwegbegrenzing Zijkanaal C de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn Zijkanaal D de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn Zijkanaal E de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn Zijkanaal G tot aan de grens waterstaatkundig beheer Zijkaneel H tot 100m achter de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn; 7e het Noordzeekanaal en het Afgesloten IJ, overal tussen de vaarwegbegrenzing tenzij anders genoemd, incl. “Kruithaven”: van km 0 tot de denkbeeldige lijn door de boeien IJ10 – IJ11 aansluitend op de grens van het waterstaatkundig beheer (positie boei IJ10: 52°22´97 N 004°55´91 E of X: 123.916 Y: 488.431); Positie boei IJ11: 52°22´90 N 004°55´90 E of X:123.924 Y: 488.307). 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 01-06-2013 01-04-2013
Artikel 3 — Artikel 3 Bevoegdheden/taken#
Artikel 3 Bevoegdheden/taken Scheepvaartverkeerswet (Svw) Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS) Binnenvaartpolitiereglement (BPR) Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen (RVGZ) Algemene wet besuursrecht (Awb) Het namens het bevoegd gezag zorg dragen voor vlotte, veilige en milieuverantwoorde afwikkeling van het scheepvaartverkeer. Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer Het namens het bevoegd gezag uitoefenen van de bevoegdheden als bedoeld in het. BPR Het namens de bevoegde autoriteituitoefenen van de bevoegdheden. RVGZ Het namens de bevoegde plaatselijke autoriteit RVGZ uitoefenen van de bevoegdheden zoals aangegeven in het. artikel 5:31 Awb Het namens het bevoegde gezag in spoedeisende gevallen opleggen van een last onder bestuursdwang zoals bedoeld in. 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 01-06-2013 01-04-2013
Artikel 4 — Artikel 4 Voorschriften#
Artikel 4 Voorschriften 1 De directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied neemt de instructies, aanwijzingen, en het beleid van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat in acht; 2 In de ondertekening van besluiten die onder dit mandaat vallen, wordt tot uitdrukking gebracht dat het besluit wordt genomen namens de Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat; 3 Indien het uitoefenen van het mandaat concrete aangelegenheden of besluiten betreft die van politiek-bestuurlijke betekenis, of anderszins van bijzonder belang zijn, voert de directeur CNB vooraf met de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat overleg; 4 Elke 5 jaar, en eenmalig voor het eerst na twee jaar na vaststelling van dit besluit, vindt een evaluatie van het besluit plaats. Dit besluit wordt vijfjaarlijks geëvalueerd. 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 01-06-2013 01-04-2013
Artikel 5 — Artikel 5 Aanwijzing toezichthouders#
Artikel 5 Aanwijzing toezichthouders artikel 3 Aan te wijzen als toezichthouders in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden zoals vermeld in, de nautische medewerkers die onder de verantwoordelijkheid van Havenmeester Amsterdam vallen, met uitzondering van hen die alleen administratieve werkzaamheden uitoefenen. 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 01-06-2013 01-04-2013
Artikel 6 — Artikel 6 Bekendmaking#
Artikel 6 Bekendmaking Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en werkt terug tot 1 april 2013. 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 2013 9184 11-04-2013 19-03-2013 01-06-2013 01-04-2013