Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken van 1 juni 2013, nr. 3124134, houdende voorschrift informatiebeveiliging Rijksdienst – bijzondere informatie 2013
- BWB-id
- BWBR0033507
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033507
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-voorschrift-informatiebeveiliging-rijksdienst-bijzon
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-voorschrift-informatiebeveiliging-rijksdienst-bijzon/2013-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033507&g=2013-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033507&z=2026-06-06&g=2013-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033507/2013-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/besluit-voorschrift-informatiebeveiliging-rijksdienst-bijzon
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. Bijzondere informatie: informatie waar kennisname door niet geautoriseerden nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen van de Staat, van zijn bondgenoten of van één of meer ministeries; b. Compromittering: kennisname dan wel mogelijkheid tot kennisname van bijzondere informatie door niet geautoriseerden; c. Rubriceren: bepalen van het rubriceringsniveau en -duur van de bijzondere informatie op basis van de te verwachten nadelige gevolgen voor de belangen van de Staat, van zijn bondgenoten of van één of meer ministeries als (een deel van) deze informatie bekend wordt bij niet geautoriseerden; d. Rubriceringsniveau: aanduiding van de verwachte nadelige gevolgen aan de belangen van de Staat, van zijn bondgenoten of van één of meer ministeries als (een deel van) de informatie bekend wordt bij niet geautoriseerden; e. Rubriceringsambtenaar: ambtenaar bevoegd tot het vaststellen van rubriceringen, hiertoe aangewezen door de secretaris-generaal; f. Vaststeller van de rubricering: minister, staatssecretaris, secretaris-generaal of een door de secretaris-generaal aangewezen rubriceringsambtenaar; g. Rijksdienst: alle organisatieonderdelen waarvoor de ministeriële verantwoordelijkheid onverkort geldt. h. Zorgdrager: degene die bij of krachtens de wet belast is met de zorg voor de archiefbescheiden. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2 — Artikel 2 Plaatsbepaling en reikwijdte#
Artikel 2 Plaatsbepaling en reikwijdte 1 bijlage 1 Dit voorschrift met de bijbehorende toelichting engeldt voor de Rijksdienst, waartoe gerekend worden de ministeries met de daaronder ressorterende diensten, bedrijven en instellingen. 2 Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst 2007 Op de beveiliging van bijzondere informatie zijn de bepalingen van dit voorschrift als aanvulling op het(VIR 2007) en het Beveiligingsvoorschrift Rijk 2013 (BVR 2013) van toepassing. 3 Bijzondere informatie die krachtens een internationaal verdrag of overeenkomst is verkregen, behoudt de toegekende rubricering en wordt beveiligd volgens het overeenkomstige nationale beveiligingsniveau. Voor zover voor de beveiliging van dergelijke informatie als gevolg van het verdrag of de overeenkomst afwijkende of verdergaande beveiligingsbepalingen bestaan worden deze bepalingen toegepast. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3 — Artikel 3 Beveiligingsbeleid#
Artikel 3 Beveiligingsbeleid Het beveiligingsbeleid dat door de secretaris-generaal wordt vastgesteld omvat ten minste de ministeriële uitgangspunten voor de beveiliging van, de toegang tot, het omgaan met en verwerken van bijzondere informatie zoals bedoeld in dit voorschrift en de wijze waarop: a. het ministerie informatie rubriceert; b. de secretaris-generaal vooraf toestemming verleent voor het verwerken van bijzondere informatie; c. het ministerie toezicht uitoefent op de beveiliging van bijzondere informatie. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 4 — Artikel 4 Rubriceringen#
Artikel 4 Rubriceringen 1 Informatie waarvan de geheimhouding vanwege het belang van de Staat, zijn bondgenoten of van één of meer ministeries is geboden, moet worden voorzien van een passend niveau van rubricering. 2 Bijzondere informatie wordt als volgt gerubriceerd: a. Staatsgeheim ZEER GEHEIM (afgekort Stg.ZG) Indien kennisname door niet geautoriseerden zeer ernstige schade kan toebrengen aan een van de vitale belangen van de Staat of zijn bondgenoten b. Staatsgeheim GEHEIM (afgekort Stg.G) Indien kennisname door niet geautoriseerden ernstige schade kan toebrengen aan een van de vitale belangen van de Staat of zijn bondgenoten c. Staatsgeheim CONFIDENTIEEL (afgekort Stg.C) Indien kennisname door niet geautoriseerden schade kan toebrengen aan een van de vitale belangen van de Staat of zijn bondgenoten d. Departementaal VERTROUWELIJK (afgekort Dep.V.). Indien kennisname door niet geautoriseerden schade kan toebrengen aan de belangen van één of meerdere ministeries. 3 De opsteller van de informatie doet een voorstel tot rubricering en brengt deze aan op de informatie. De vaststeller van de inhoud van de informatie stelt tevens de rubricering vast. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 5 — Artikel 5 Herzien en beëindigen van de rubricering#
Artikel 5 Herzien en beëindigen van de rubricering 1 Rubriceringen worden verbonden aan een maximum tijdsverloop of aan een bepaalde gebeurtenis. Na die periode of na die gebeurtenis weegt de vaststeller voor bijzondere informatie af of herziening, dan wel beëindiging van de rubricering, aan de orde is. 2 Van het eerste lid van deze bepaling kan worden afgeweken in die gevallen waarin de rubricering betrekking heeft op: a. Bijzondere informatie die krachtens een internationaal verdrag of overeenkomst is verkregen; b. Staatsgeheimen die door de wet als zodanig zijn aangewezen. 3 Uitsluitend de vaststeller van de rubricering is bevoegd de rubricering te herzien of te beëindigen. 4 Archiefwet 1995 Bij overbrenging van bijzondere informatie naar een rijksarchiefbewaarplaats als bedoeld in devervalt de rubricering, tenzij de zorgdrager, na advies van de algemene rijksarchivaris, bepaalt dat deze gehandhaafd dan wel herzien moet worden. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 6 — Artikel 6 Eisen aan de beveiliging#
Artikel 6 Eisen aan de beveiliging 1 Bijzondere informatie wordt zodanig beveiligd dat: a. alleen personen die daartoe zijn geautoriseerd deze kunnen behandelen of inzien voor zover dit noodzakelijk is voor een goede uitoefening van hun taak en b. dat inbreuken op de beveiliging worden gedetecteerd en gedegen onderzoek naar (mogelijke) inbreuken mogelijk is. 2 De beveiliging is ingericht op basis van risicomanagement. 3 Bijzondere informatie die krachtens een internationaal verdrag of een internationale overeenkomst is verkregen wordt uitsluitend verwerkt nadat de autoriteit, die krachtens het betreffende verdrag verantwoordelijk is voor de beveiligingsregels ter bescherming van bijzondere informatie, haar goedkeuring aan de beveiliging heeft gegeven. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 7 — Artikel 7 Buiten de rijksdienst brengen van bijzondere informatie#
Artikel 7 Buiten de rijksdienst brengen van bijzondere informatie 1 Bij het buiten de rijksdienst brengen van bijzondere informatie, anders dan op grond van een wettelijke verplichting tot openbaarmaking, blijven de eisen aan de beveiliging en het toezicht daarop onverkort van kracht. 2 Bijzondere informatie die krachtens een internationaal verdrag of een internationale overeenkomst is verkregen wordt uitsluitend na voorafgaande toestemming van het land of de internationale organisatie van herkomst doorgegeven aan externe partijen. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8 — Artikel 8 Compromittering van bijzondere informatie#
Artikel 8 Compromittering van bijzondere informatie 1 Elke ambtenaar is verplicht de Beveiligingsambtenaar (BVA) onmiddellijk mededeling te doen van een inbreuk op de beveiliging die redelijkerwijs kan leiden, dan wel vermoedelijk of vaststaand heeft geleid, tot compromittering van bijzondere informatie. 2 De BVA laat, nadat hij op de hoogte is gebracht van een inbreuk op de beveiliging, onmiddellijk (nood)maatregelen treffen om verdere inbreuk te voorkomen. 3 De BVA onderzoekt of compromittering van bijzondere informatie heeft plaatsgevonden; indien dit het geval is doet hij hiervan mededeling aan de secretaris-generaal en adviseert over de noodzaak tot het instellen van een commissie van onderzoek. 4 Indien de compromittering betrekking heeft op bijzondere informatie die is verkregen van een ander ministerie of krachtens internationaal verdrag of overeenkomst, doet de BVA bovendien mededeling aan dat betreffende ministerie of de krachtens het verdrag of de overeenkomst voor de beveiliging van die bijzondere informatie verantwoordelijke instantie. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 9 — Artikel 9 Commissie van onderzoek#
Artikel 9 Commissie van onderzoek 1 Een commissie van onderzoek wordt ingesteld door de secretaris-generaal. 2 De commissie stelt een onderzoek in naar: a. de wijze waarop de compromittering heeft plaatsgevonden; b. de aard en de omvang van de schade aan de belangen van de Staat of zijn bondgenoten; c. de te nemen maatregelen om de schade te beperken en herhaling te voorkomen. 3 De commissie voert, indien de gecompromitteerde bijzondere informatie (mede) afkomstig is van een ander ministerie, haar onderzoek uit in overleg met de BVA van dat ministerie. In het geval dat de gecompromitteerde bijzondere informatie krachtens een internationaal verdrag of overeenkomst is verkregen voert de commissie haar onderzoek uit in samenwerking met de instantie die krachtens het verdrag of de overeenkomst verantwoordelijk is voor de beveiliging ervan. 4 De secretaris-generaal of een door hem aangewezen ambtenaar treft, op basis van de bevindingen van de commissie van onderzoek, maatregelen om de schade die de compromittering heeft toegebracht aan de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat of zijn bondgenoten te beperken en herhaling van de compromittering te voorkomen. 5 Indien het de compromittering van een staatsgeheim betreft stelt de secretaris-generaal het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in kennis van de uitkomsten van het onderzoek. Bij het ministerie van Defensie wordt de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op de hoogte gesteld van de uitkomsten van het onderzoek. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 10 — Artikel 10 Slotbepaling#
Artikel 10 Slotbepaling 1 Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst – bijzondere informatie Hetvan 24 februari 2004 wordt ingetrokken. 2 Rubriceringen die zijn vastgesteld vóór inwerkingtreding van dit voorschrift worden uiterlijk tien jaar na vaststelling door de vaststeller onderzocht op de mogelijkheid om de rubricering te herzien of te beëindigen. 3 Dit besluit en de daarbij behorende bijlagen treden in werking met ingang van 1 juni 2013. 4 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 (VIRBI 2013). 5 Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Van de ter inzage legging van de bij dit besluit behorende bijlagen zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 2013 15497 12-06-2013 01-06-2013 3124134 01-06-2013 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.