Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 oktober 2013, nr. 553279, houdende instelling van de Evaluatiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW)
- BWB-id
- BWBR0034089
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2013-10-29 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034089
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-knaw
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-knaw/2013-10-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034089&g=2013-10-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034089&z=2026-06-06&g=2013-10-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034089/2013-10-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-knaw
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. staatssecretaris: Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. commissie: artikel 2 commissie als bedoeld in; en c. KNAW: De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en taak#
Artikel 2 Instelling en taak 1 Er is een Evaluatiecommissie KNAW. 2 De commissie evalueert het navolgende: a. Welke rol speelde de KNAW in de ontwikkelingen en veranderingen in het wetenschapsbestel in de afgelopen jaren en vervulde zij deze rol adequaat? Tegen de achtergrond van deze ontwikkeling is het opportuun de evaluatie van de KNAW niet beperkt te houden tot het functioneren van de instelling zelf. Welke rol zou de KNAW moeten vervullen in het Nederlandse wetenschapsbestel van de komende tien tot twintig jaar, gegeven de wetenschappelijke, maatschappelijke en internationale eisen die aan de Nederlandse wetenschap worden gesteld? Is de KNAW effectief en doelmatig in de vervulling van haar taken? Is in dit kader de wijze waarop de KNAW haar (bestuurlijke) relaties onderhoudt optimaal? b. Strategisch Plan 2010–2015 Voor de evaluatie van de KNAW als actor in het Nederlandse wetenschapsbestel is het tevens belangrijk de drie rollen te bezien die de KNAW zelf onderscheidt (; uit 2010), namelijk die van Genootschap, adviseur en organisatie verantwoordelijk voor de KNAW-instituten. Per rol zijn onder andere de volgende vragen relevant: Is de samenstelling van het Genootschap adequaat? Hoe pakt een vergelijking met buitenlandse genootschappen uit? Is de KNAW in staat over de volle breedte van het wetenschappelijk werkveld gewichtige adviezen uit te brengen aan de overheid en aan het wetenschapsbestel? Zijn de adviezen effectief? Beheert de KNAW haar instituten effectief en doelmatig? Hoe pakt een internationale vergelijking van de KNAW als institutenorganisatie uit? Is het wenselijk de rol van de KNAW als institutenbeheerder te heroverwegen? 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 3 — Artikel 3 Instellingsduur#
Artikel 3 Instellingsduur De commissie wordt ingesteld met ingang van 15 oktober 2013 en wordt opgeheven uiterlijk 1 mei 2014. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 4 — Artikel 4 Informatieplicht#
Artikel 4 Informatieplicht De commissie verstrekt aan de staatssecretaris desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 5 — Artikel 5 Leden#
Artikel 5 Leden 1 Tot leden van de commissie worden benoemd: a. jonkheer ir. R.J. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, tevens voorzitter, b. prof. dr. D.D. Breimer, c. prof. dr. ir. L. Gelders, d. prof. dr. A. Zeilinger. 2 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, dr. F. Zuijdam. De secretaris is geen lid van de commissie. 3 De benoeming geschiedt voor de duur van het bestaan van de commissie. 4 Bij tussentijds vertrek van een lid of de secretaris kan de staatssecretaris een vervanger benoemen. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 6 — Artikel 6 Werkwijze#
Artikel 6 Werkwijze 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. 2 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 7 — Artikel 7 Eindrapport#
Artikel 7 Eindrapport De commissie brengt vóór 1 april 2014 haar eindrapport uit aan de staatssecretaris. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 8 — Artikel 8 Vergoeding#
Artikel 8 Vergoeding 1 artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies De voorzitter en andere leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van, ontvangen per vergadering een vergoeding. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De vergoeding per vergadering van de leden van de commissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van. 3 De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend. 4 Reisbesluit binnenland Reisbesluit buitenland De voorzitter en andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten op de voet van heten het. 5 Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 9 — Artikel 9 Kosten van de commissie#
Artikel 9 Kosten van de commissie 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de staatssecretaris. Onder kosten worden in ieder geval verstaan: a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek en c. de kosten voor publicatie van rapportages. 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de staatssecretaris aan. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording#
Artikel 10 Verantwoording De commissie biedt de staatssecretaris vóór 1 oktober 2014 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan van de activiteiten over de periode waarin de commissie werkzaam is geweest. Desgewenst kan de commissie het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 11 — Artikel 11 Openbaarmaking#
Artikel 11 Openbaarmaking Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de staatssecretaris uitgebracht. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 12 — Artikel 12 Intellectuele eigendom#
Artikel 12 Intellectuele eigendom De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de staatssecretaris noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de staatssecretaris van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 13 — Artikel 13 Archiefbescheiden#
Artikel 13 Archiefbescheiden De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt met terugwerkende kracht met ingang van 15 oktober 2013 in werking. 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2015. 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 2013 29960 29-10-2013 21-10-2013 553279 29-10-2013 15-10-2013