Regeling van de Minister voor Veiligheid en Justitie van 13 december 2012, nr. 330698, houdende nadere regels over de behandeling van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, van de Politiewet 2012 (Regeling klachtbehandeling politie)
- BWB-id
- BWBR0032607
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-09-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032607
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-klachtbehandeling-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-klachtbehandeling-politie/2025-09-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032607&g=2025-09-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032607&z=2026-06-06&g=2025-09-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032607/2025-09-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-klachtbehandeling-politie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de Minister: de Minister van Justitie en Veiligheid; b. de wet: Politiewet 2012 de; c. ambtenaren van politie: artikel 2, onderdelen a, b en c, van de wet de ambtenaren van politie, bedoeld in; d. Landelijke eenheden: Artikel 25, eerste lid, onder b, van de Politiewet 2012 de landelijke eenheden, bedoeld in; e. ondersteunende dienst: artikel 28 artikel 36 van het Besluit beheer politie een ondersteunende dienst als bedoeld inof; f. klachtencommissie: artikel 2, eerste lid, eerste volzin een commissie als bedoeld in; g. nationale klachtencommissie: artikel 4, eerste lid de commissie, bedoeld in; h. klachtencommissies: artikelen 2, eerste lid, eerste volzin 4, eerste lid de commissies, bedoeld in de, en. 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 04-09-2025 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 70, tweede lid, van de wet Er is een klachtencommissie voor de landelijke eenheden en voor iedere regionale eenheid. De klachtencommissie heeft tot taak het behandelen van een klacht over een gedraging van een ambtenaar van politie die bij de desbetreffende eenheid is tewerkgesteld. De klachtencommissie adviseert voorts, gevraagd en ongevraagd de politiechef bij zijn taak, genoemd in. 2 artikel 1, van het Besluit algemene rechtspositie politie De klachtencommissie voor de regionale eenheid is tevens belast met het gevraagd en ongevraagd adviseren van de korpschef over klachten over gedragingen van ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij de politieacademie of een ondersteunende dienst en hun werkgebied als bedoeld in, hebben in het gebied dat die regionale eenheid bestrijkt. 3 In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de politiechef van een eenheid, in voorkomende gevallen besluiten, na overleg met de voorzitter van de klachtencommissie voor die eenheid, de behandeling van en advisering over een klacht over te dragen aan een klachtencommissie voor een andere eenheid. 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 04-09-2025 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Iedere klachtencommissie heeft een voorzitter en ten hoogste twee plaatsvervangend voorzitters. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitters hebben in het bijzonder de taak de onafhankelijkheid van de commissie te bewaken. 2 De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden van de klachtencommissie worden benoemd, herbenoemd en ontslagen door de Minister. De benoeming vindt plaats op basis van een open sollicitatieprocedure. 3 De benoeming en herbenoeming van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden van een klachtencommissie voor een regionale eenheid vindt plaats op gezamenlijke aanbeveling van de regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie. De regioburgemeester hoort voor de aanbeveling de burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert. De klachtencommissie en de politiechef adviseren de regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie over de aanbeveling. 4 De benoeming en herbenoeming van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden van een klachtencommissie voor de landelijke eenheden vindt plaats op aanbeveling van het College van de procureurs-generaal. De klachtencommissie en de politiechef adviseren het College van procureurs-generaal over de aanbeveling. 5 artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Bij de sollicitatie als lid van de klachtencommissie dient een verklaring omtrent gedrag als bedoeld inte worden overgelegd. 6 artikel 5, zesde lid Een advies over een klacht dient door drie leden tot stand te komen. In nader te bepalen gevallen, te bepalen in het huishoudelijk reglement, bedoeld in, kan hiervan worden afgeweken. 7 Bij de samenstelling van de klachtencommissie wordt in ieder geval zorg gedragen voor de benodigde juridische deskundigheid, vaardigheden op het gebied van geschillenbeslechting of bemiddeling en kennis van het politiewerk. De leden van de klachtencommissie komen uit diverse maatschappelijke geledingen. 8 De politiechef wijst een ambtelijk secretaris aan. De ambtelijk secretaris neemt niet deel aan de besluitvorming van de commissie en is niet betrokken bij de behandeling of coördinatie van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie. 9 De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. 10 De zittingen van de klachtencommissie zijn niet openbaar, tenzij de voorzitter anders beslist. 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 04-09-2025 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 70, derde en zesde lid, van de wet Er is een nationale klachtencommissie, die de Minister en de korpschef gevraagd en ongevraagd adviseert bij hun ingenoemde taken. 2 artikel 3, tweede lid, eerste volzin De nationale klachtencommissie bestaat uit de voorzitters, bedoeld in. 3 De nationale klachtencommissie wijst uit haar midden een vaste voorzitter en een plaatsvervanger aan, die de onafhankelijkheid van de nationale klachtencommissie bewaken. 4 artikel 5, zesde lid Een advies dient door drie leden tot stand te komen. In nader te bepalen gevallen, te bepalen in het huishoudelijk reglement zoals bedoeld in, kan hiervan worden afgeweken. 5 De Minister wijst een ambtelijk secretaris aan wanneer de nationale klachtencommissie in functie komt. De ambtelijk secretaris neemt niet deel aan de besluitvorming van de commissie en is niet betrokken bij de behandeling of coördinatie van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie. 6 De zittingen van de nationale klachtencommissie zijn niet openbaar, tenzij de voorzitter anders beslist. 2022 31373 28-11-2022 14-11-2022 2022 478 30-11-2022 25-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel I,
van de Wet van 18 mei 2022 tot wijziging van de Politiewet 2012 in
werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 70, derde en zesde lid, van de wet De klachtencommissie stelt jaarlijks een jaarverslag van haar werkzaamheden vast overeenkomstig een door de korpschef in overeenstemming met de voorzitters van de klachtencommissies vastgesteld model. De nationale klachtencommissie stelt alleen een jaarverslag op wanneer de nationale klachtencommissie in het betreffende jaar de Minister of de korpschef heeft geadviseerd bij hun ingenoemde taken. 2 artikel 6, eerste lid De klachtencommissies registreren de klachten conform de uniforme rubricering zoals bepaald krachtens. 3 Het jaarverslag wordt uiterlijk 1 maart aangeboden aan de politiechef, alsmede aan de korpschef ten behoeve van het jaarverslag van de politie. Het jaarverslag van de nationale klachtencommissie wordt in voorkomende gevallen uiterlijk 1 maart aangeboden aan de Minister en de korpschef. 4 De Minister, de korpschef en de politiechef verstrekken de klachtencommissies alle gegevens die zij voor behandeling en advisering nodig achten. 5 De leden van de klachtencommissies gaan vertrouwelijk om met informatie die zij vernemen tijdens de klachtbehandeling. 6 artikel 2, eerste lid, eerste volzin De commissies, bedoeld in, stellen gezamenlijk een huishoudelijk reglement op waarin in ieder geval afspraken staan over een gedeelde werkwijze en de werking van de nationale klachtencommissie. De korpschef biedt hierin ondersteuning. 7 artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies De korpschef voorziet in de bekostiging van de klachtencommissies, waaronder de vergoeding aan de leden overeenkomstig een op grond vandoor de Minister te nemen besluit. 2022 31373 28-11-2022 14-11-2022 2022 478 30-11-2022 25-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel I,
van de Wet van 18 mei 2022 tot wijziging van de Politiewet 2012 in
werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De Minister, de korpschef en de politiechefs registreren op basis van een uniforme rubricering de bij hen ingediende klachten, de wijze waarop de klacht is afgedaan en de genomen beslissingen. De korpschef draagt zorg voor de uniforme rubricering. 2 De korpschef doet eenmaal per jaar een verslag over de behandeling van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie aan de Minister toekomen. 3 De Minister biedt het verslag, bedoeld in het tweede lid, aan de Tweede Kamer aan. 4 artikel 5 De verslagen, bedoeld in dit artikel en in, bevatten geen gegevens die tot individuele personen herleidbaar zijn. 2012 26850 24-12-2012 13-12-2012 330698 2012 26850 24-12-2012 13-12-2012 330698 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De korpschef stelt nadere regels vast omtrent de uniforme wijze waarop de behandeling van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie binnen de politieorganisatie wordt uitgevoerd. 2012 26850 24-12-2012 13-12-2012 330698 2012 26850 24-12-2012 13-12-2012 330698 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3, achtste lid, tweede volzin Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 met uitzondering van, die in werking treedt met ingang van 1 januari 2015. 2 artikel 3, eerste lid artikel 61, tweede lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993 De verplichting, bedoeld in, om de leden van de klachtencommissie te benoemen op basis van een open sollicitatieprocedure, is niet van toepassing op de benoeming met ingang van 1 januari 2013, voor zover het een commissielid betreft dat voor 1 januari 2013 lid was van een klachtencommissie als bedoeld in, zoals dit luidde voor 1 januari 2013. 3 artikel 3, tweede lid, tweede volzin In afwijking van, kunnen de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden van de klachtencommissie tot 1 juni 2015 worden benoemd uit het midden van de leden van de klachtencommissie. 4 artikel 3, tweede lid In afwijking van, behouden de voor 1 december 2014 benoemde leden die hoedanigheid tot uiterlijk 1 juni 2015. 5 artikel 3, tweede lid In afwijking van, behouden de voor 1 december 2014 aangewezen voorzitters respectievelijk plaatsvervangers die hoedanigheid tot de datum waarop de Minister hen uit die hoedanigheid ontheft, tot uiterlijk 1 juni 2015. 2014 32511 18-11-2014 06-11-2014 2014 32511 18-11-2014 06-11-2014 01-12-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling klachtbehandeling politie 2012 26850 24-12-2012 13-12-2012 330698 2012 26850 24-12-2012 13-12-2012 330698 01-01-2013