Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 december 2012, nr. WJZ/353186 (10126), houdende verlaagde bezoldigingmaxima voor topfunctionarissen in het onderwijs en ter invoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren)
- BWB-id
- BWBR0032452
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032452
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-normering-topinkomens-ocw-sectoren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-normering-topinkomens-ocw-sectoren/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032452&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032452&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032452/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-normering-topinkomens-ocw-sectoren
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: besluit: Uitvoeringsbesluit WNT ; bezoldiging: artikel 1.1, onderdeel e, van de wet de bezoldiging in de zin van; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; rechtspersonen of instellingen in het onderwijs: bijlage 1 bij de wet rechtspersonen of instellingen in het onderwijs, genoemd onder de nummers 1 tot en met 8 en 12 tot en met 16, genoemd inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’; topfunctionarissen in het beroepsonderwijs en educatie: bijlage 1 bij de wet de topfunctionarissen van de instellingen onder nummer 13, genoemd inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’; topfunctionarissen in het primair onderwijs: bijlage 1 bij de wet de topfunctionarissen van de instellingen onder de nummers 1 en 4, genoemd inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’; topfunctionarissen in het voortgezet onderwijs: bijlage 1 bij de wet de topfunctionarissen van de instellingen onder nummer 6, genoemd inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’; topfunctionarissen in het wetenschappelijk onderwijs: bijlage 1 bij de wet bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de topfunctionarissen van de instellingen onder nummer 16, genoemd inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’ met uitzondering van de instellingen, genoemd in de onderdelen c en g van de; topfunctionarissen van de cultuurfondsen: artikel 1.3, eerste lid, onder a, van de wet artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid de topfunctionarissen van een rechtspersoon, bedoeld in, voor zover het betreft een fonds als bedoeld in; topfunctionarissen van hogescholen: bijlage 1 bij de wet bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de topfunctionarissen van de instellingen onder nummer 16, genoemd inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’ met uitzondering van de instellingen, genoemd in de onderdelen a, b, h en i van de; topfunctionarissen van media-instellingen: bijlage 1 bij de wet de topfunctionarissen van de instellingen onder nummer 17, genoemd inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’; wet: Wet normering topinkomens . 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 20-11-2024 01-07-2024 Abusievelijk is voor de begripsbepaling 'topfunctionarissen in het
wetenschappelijk onderwijs' een wijzigingsopdracht geformuleerd die
niet geheel juist is.
Artikel 1a — Artikel 1a Toepassingsbereik#
Artikel 1a Toepassingsbereik Deze regeling is van toepassing op rechtspersonen of instellingen waarop de wet van toepassing is, voor zover de minister de minister is wie het aangaat. 2017 67801 28-11-2017 17-11-2017 WJZ/ 1254265 (8170) 2017 67801 28-11-2017 17-11-2017 WJZ/ 1254265 (8170) 01-01-2018
Artikel 1b — Artikel 1b Grondslagen van de regeling#
Artikel 1b Grondslagen van de regeling artikel 2.7, eerste tot en met vierde lid, van de wet Deze regeling berust mede op. 2021 47506 25-11-2021 17-11-2021 FEZ/30160846 2021 47506 25-11-2021 17-11-2021 FEZ/30160846 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Toepassingsbereik#
Artikel 2 Toepassingsbereik artikelen 3 tot en met 3c Dezijn uitsluitend van toepassing op: a. de topfunctionarissen in het primair onderwijs; b. de topfunctionarissen in het voortgezet onderwijs; c. de topfunctionarissen in het beroepsonderwijs en educatie; d. de topfunctionarissen van hogescholen; en e. de topfunctionarissen in het wetenschappelijk onderwijs. 2017 67801 28-11-2017 17-11-2017 WJZ/ 1254265 (8170) 2017 67801 28-11-2017 17-11-2017 WJZ/ 1254265 (8170) 01-01-2018
Artikel 3 — Artikel 3 Bezoldigingsmaximum per klasse voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen#
Artikel 3 Bezoldigingsmaximum per klasse voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen 1 artikel 2.3, eerste lid, van de wet In afwijking vankomen partijen geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bezoldigingsmaximum voor dat jaar. 2 bijlage Voor een rechtspersoon of instelling geldt het bezoldigingsmaximum behorende bij het aantal complexiteitspunten dat op basis van de criteria, genoemd in debij deze regeling, is berekend. 3 bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Voor universiteiten, zoals bedoeld in de, onder a, b, h en i, geldt het aantal complexiteitspunten van 9 als minimumaantal. 4 Per klasse geldt het volgende bezoldigingsmaximum: Klasse Bezoldigingsmaximum A (4 complexiteitspunten) € 156.000 B (5 – 6 complexiteitspunten) € 175.000 C (7 – 8 complexiteitspunten) € 187.000 D (9 – 12 complexiteitspunten) € 204.000 E (13 – 15 complexiteitspunten) € 222.000 F (16 – 17 complexiteitspunten) € 238.000 G (18 – 20 complexiteitspunten) Het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet. 2025 39922 25-11-2025 12-11-2025 FEZ/53946560 2025 39922 25-11-2025 12-11-2025 FEZ/53946560 01-01-2026
Artikel 3a — Artikel 3a Verzoek indeling in andere klasse#
Artikel 3a Verzoek indeling in andere klasse 1 artikel 2.7, derde lid, van de wet Een verzoek als bedoeld inom in een andere klasse te worden ingedeeld, wordt door een rechtspersoon of instelling ingediend uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de periode waarin de afwijkende klassenindeling moet ingaan. 2 Het verzoek is deugdelijk gemotiveerd en bevat in ieder geval: a. een verklaring van de verantwoordelijke waaruit zijn instemming met het verzoek blijkt; b. een document waaruit het oordeel van de direct belanghebbenden bij het onderwijs over het verzoek blijkt; c. een onderbouwing van de benodigde duur van de afwijking. 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 3b — Artikel 3b Verzoek individuele uitzondering op klassenindeling#
Artikel 3b Verzoek individuele uitzondering op klassenindeling 1 artikel 2.7, vierde lid, van de wet Een verzoek om op grond vanten aanzien van een topfunctionaris een hogere bezoldiging te mogen overeenkomen dan toegestaan op grond van deze regeling, wordt door een rechtspersoon of instelling ingediend uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de periode waarin de hogere bezoldiging moet ingaan. 2 Artikel 3a, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 3c — Artikel 3c Vermelding van toepassing zijnde bezoldigingsklasse of bezoldigingsmaximum in het financieel verslaggevingsdocument#
Artikel 3c Vermelding van toepassing zijnde bezoldigingsklasse of bezoldigingsmaximum in het financieel verslaggevingsdocument artikel 3 3a De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument de op grond vanofvan toepassing zijnde klasse of het op grond van artikel 3b van toepassing zijnde bezoldigingsmaximum voor het betreffende kalenderjaar, alsmede het aantal complexiteitspunten per criterium dat geldt voor de instelling in het betreffende jaar. 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Elektronische verzending bezoldigingsgegevens#
Artikel 4 Elektronische verzending bezoldigingsgegevens Vervallen 2016 64023 30-11-2016 18-11-2016 WJZ/1070633(ID7765) 2016 64023 30-11-2016 18-11-2016 WJZ/1070633(ID7765) 01-01-2017
Artikel 5 — Artikel 5 Elektronische melding accountant#
Artikel 5 Elektronische melding accountant Vervallen 2017 67801 28-11-2017 17-11-2017 WJZ/ 1254265 (8170) 2017 67801 28-11-2017 17-11-2017 WJZ/ 1254265 (8170) 01-01-2018
Artikel 5a — Artikel 5a Toepassingsbereik#
Artikel 5a Toepassingsbereik Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de topfunctionarissen van de cultuurfondsen. 2016 64023 30-11-2016 18-11-2016 WJZ/1070633(ID7765) 2016 64023 30-11-2016 18-11-2016 WJZ/1070633(ID7765) 01-01-2017
Artikel 5b — Artikel 5b Verlaagde bezoldigingsmaxima topfunctionarissen van de cultuurfondsen#
Artikel 5b Verlaagde bezoldigingsmaxima topfunctionarissen van de cultuurfondsen artikel 2.3, eerste lid, van de wet In afwijking vankomen partijen voor de topfunctionarissen van de cultuurfondsen geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan € 218.000 voor zover het betreft: a. het Fonds Podiumkunsten; b. het Fonds voor Cultuurparticipatie; c. het Mondriaan Fonds; d. het Nederlands Filmfonds; e. het Nederlands Letterenfonds; en f. het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. 2025 39922 25-11-2025 12-11-2025 FEZ/53946560 2025 39922 25-11-2025 12-11-2025 FEZ/53946560 01-01-2026
Artikel 5c — Artikel 5c Elektronisch verzenden bezoldigingsgegevens#
Artikel 5c Elektronisch verzenden bezoldigingsgegevens 1 artikel 1.1 van de wet artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de wet De verantwoordelijke, bedoeld in, verstrekt langs elektronische weg op uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar, in aanvulling op de openbaarmakingsplicht, bedoeld in, de gegevens bedoeld in artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de wet, aan de minister. 2 De verstrekking, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door aanlevering van de gegevens door middel van het daartoe voorgeschreven WNT-formulier in XBRL bij de minister. 2017 67801 28-11-2017 17-11-2017 WJZ/ 1254265 (8170) 2017 67801 28-11-2017 17-11-2017 WJZ/ 1254265 (8170) 01-01-2018
Artikel 5d — Artikel 5d Toepassingsbereik#
Artikel 5d Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op de topfunctionarissen van media-instellingen. 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 01-01-2021
Artikel 5e — Artikel 5e Bezoldigingsmaxima topfunctionarissen van media-instellingen#
Artikel 5e Bezoldigingsmaxima topfunctionarissen van media-instellingen artikel 2.3, eerste lid, van de wet In afwijking vankomen partijen voor de topfunctionarissen van de volgende media-instellingen geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan: a. € 185.000 voor zover het betreft: – Omroep Zwart; – Ongehoord Nederland; – RPO; – Stichting Omroep Limburg; – Stichting Omroep Zeeland; – Stichting Omrop Fryslân; – Stichting Regionale Omroep Flevoland; – Stichting Regionale Omroep Rotterdam-Rijnmond en omgeving; – Stichting Regionale Omroep West; – Stichting RTV Drenthe; – Stichting RTV Noord; – Stichting RTV Oost; en – Stichting Samenwerkende Publieke Omroepen Midden Nederland. b. € 221.000 voor zover het betreft – Stichting Omroep Gelderland – Stichting Regionale Omroep Brabant – Stichting RTV NH c. € 241.000 voor zover het betreft: – EO; – NTR; en – STER. d. artikel 2.3, eerste lid, van de wet Het bedrag, bedoeld invoor zover het betreft: – AVROTROS-PowNed; – BNN-VARA; – KRO-NCRV; – MAX-WNL; – NOS; – NPO; en – VPRO-HUMAN. 2025 39922 25-11-2025 12-11-2025 FEZ/53946560 2025 39922 25-11-2025 12-11-2025 FEZ/53946560 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Toezicht en handhaving door de Inspectie van het onderwijs#
Artikel 6 Toezicht en handhaving door de Inspectie van het onderwijs 1 artikel 3, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht wet besluit bijlage 1 bij de wet De inspecteur-generaal van het onderwijs en de ambtenaren van de Inspectie van het onderwijs die zijn belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in, zijn belast met het toezicht op de naleving van de, heten deze regeling, ten aanzien van de rechtspersonen en instellingen, genoemd onder de nummers 1 tot en met 8, 13, 14 en 16, inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’. 2 artikelen 5.4, eerste lid 5.5, eerste tot en met vierde lid 5.6, eerste en derde lid, van de wet De inspecteur-generaal van het onderwijs is gemandateerd om ten aanzien van de rechtspersonen waarop hij toezicht houdt, de bevoegdheden aan te wenden, bedoeld in de,, en. 3 De inspecteur-generaal van het onderwijs kan ten aanzien van de aan hem toekomende bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, ondermandaat verlenen. 4 De inspecteur-generaal van het onderwijs is bevoegd te beslissen op een bezwaarschrift dat is ingediend tegen een in ondermandaat genomen besluit ter aanwending van de bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid. 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 20-11-2024 01-07-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Toezicht en handhaving door het Commissariaat voor de Media#
Artikel 7 Toezicht en handhaving door het Commissariaat voor de Media 1 artikel 7.11, tweede lid, van de Mediawet 2008 wet besluit bijlage 1 bij de wet De leden van het Commissariaat voor de Media en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat, bedoeld inzijn belast met het toezicht op de naleving van de, heten deze regeling ten aanzien van de instellingen, genoemd onder de nummers 17 en 18, inonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’. 2 artikelen 5.4, eerste lid 5.5, eerste tot en met vierde lid 5.6, eerste en derde lid, van de wet De leden van het Commissariaat voor de Media zijn gemandateerd om ten aanzien van de rechtspersonen waarop het op grond van het eerste lid toezicht houdt, de bevoegdheden aan te wenden, bedoeld in de,, en. 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 20-11-2024 01-07-2024
Artikel 7a — Artikel 7a Begripsbepaling toezicht overige OCW-sectoren#
Artikel 7a Begripsbepaling toezicht overige OCW-sectoren artikelen 7b tot en met 7k artikel 6, eerste lid artikel 7, eerste lid wet In dewordt onder instellingen verstaan: rechtspersonen op wie devan toepassing is en die niet vallen onder het toezicht van de Inspectie van het onderwijs, bedoeld in, of het Commissariaat voor de Media, bedoeld in, en voor zover de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de minister is wie het aangaat. 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 7b — Artikel 7b Sector primair onderwijs voor zover geen onderwijsinstelling#
Artikel 7b Sector primair onderwijs voor zover geen onderwijsinstelling wet besluit Voor instellingen in de sector primair onderwijs, alsmede de sector jeugd, onderwijs en zorg, worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie onderwijspersoneel en primair onderwijs; b. de ambtenaren, werkzaam bij de afdeling financiën en verantwoording van de directie onderwijspersoneel en primair onderwijs. 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 20-11-2024 01-01-2024
Artikel 7c — Artikel 7c Sector voortgezet onderwijs voor zover geen onderwijsinstelling#
Artikel 7c Sector voortgezet onderwijs voor zover geen onderwijsinstelling wet besluit Voor instellingen in de sector voortgezet onderwijs worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie onderwijsprestaties en voortgezet onderwijs; b. de ambtenaren, werkzaam bij de afdeling financiën en verantwoording van de directie onderwijsprestaties en voortgezet onderwijs. 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 2024 37654 19-11-2024 05-11-2024 FEZ/48372017 20-11-2024 01-01-2024
Artikel 7d — Artikel 7d Sector middelbaar beroepsonderwijs voor zover geen onderwijsinstelling#
Artikel 7d Sector middelbaar beroepsonderwijs voor zover geen onderwijsinstelling wet besluit Voor instellingen in de sector middelbaar beroepsonderwijs worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie middelbaar beroepsonderwijs; b. de ambtenaren belast met subsidiecoördinatie, werkzaam bij de directie middelbaar beroepsonderwijs. 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 01-01-2021
Artikel 7e — Artikel 7e Sector hoger onderwijs en studiefinanciering voor zover geen onderwijsinstelling#
Artikel 7e Sector hoger onderwijs en studiefinanciering voor zover geen onderwijsinstelling wet besluit Voor instellingen in de sector hoger onderwijs en studiefinanciering worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie hoger onderwijs en studiefinanciering; b. de ambtenaren, werkzaam bij de afdeling control, begroting en verantwoording van de directie hoger onderwijs en studiefinanciering. 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 7f — Artikel 7f Sector onderzoek en wetenschapsbeleid#
Artikel 7f Sector onderzoek en wetenschapsbeleid wet besluit Voor instellingen in de sector onderzoek en wetenschapsbeleid worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie onderzoek en wetenschapsbeleid; b. de ambtenaren belast met subsidiecoördinatie, werkzaam bij de directie onderzoek en wetenschapsbeleid. 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 01-01-2021
Artikel 7g — Artikel 7g Sector monumenten en archeologie#
Artikel 7g Sector monumenten en archeologie wet besluit Voor instellingen in de sector monumenten en archeologie worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de rijksdienst voor het cultureel erfgoed; b. de ambtenaren, werkzaam bij de afdeling bedrijfsvoering van de rijksdienst voor het cultureel erfgoed. 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 01-01-2021
Artikel 7h — Artikel 7h Sector erfgoed en kunsten#
Artikel 7h Sector erfgoed en kunsten wet besluit Voor instellingen in de sector erfgoed en kunsten worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie erfgoed en kunsten; b. de ambtenaren, werkzaam bij de afdeling sectoraal beleid van de directie erfgoed en kunsten. 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 7i — Artikel 7i Sector media en creatieve industrie voor zover geen toezicht van het CvdM#
Artikel 7i Sector media en creatieve industrie voor zover geen toezicht van het CvdM wet besluit Voor instellingen in de sector media en creatieve industrie worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie media en creatieve industrie; b. de ambtenaren, werkzaam bij de afdeling financiën en control van de directie media en creatieve industrie; c. de ambtenaren, werkzaam bij de afdeling informatie- en bibliotheekbeleid van de directie media en creatieve industrie; d. de ambtenaren, werkzaam bij de afdeling mediabeleid van de directie media en creatieve industrie. 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 7j — Artikel 7j Sector emancipatie#
Artikel 7j Sector emancipatie wet besluit Voor instellingen in de sector emancipatie worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie emancipatie; b. de ambtenaren belast met subsidiecoördinatie, werkzaam bij de directie emancipatie. 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 01-01-2021
Artikel 7k — Artikel 7k Sector internationaal beleid#
Artikel 7k Sector internationaal beleid wet besluit Voor de instellingen in de sector internationaal beleid worden de volgende personen, werkzaam binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling: a. de directeur en plaatsvervangend directeur van de directie internationaal beleid; b. de controller van de directie internationaal beleid. 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 7k.1 — Artikel 7k.1 Cultuurfondsen#
Artikel 7k.1 Cultuurfondsen 1 artikel 5b wet besluit Voor instellingen die worden gesubsidieerd door een fonds als bedoeld inworden, voor zover deop die instelling van toepassing is, zijn de leden van het bestuur van het betreffende fonds belast met het toezicht op de naleving van de wet, heten de regeling. 2 wet besluit Indien meer dan één van de in het eerste lid bedoelde fondsen subsidie verstrekken aan een instelling als bedoeld in het eerste lid, is het fonds dat de hoogste subsidie verstrekt aan de instelling belast met het toezicht op de naleving van de, heten de regeling. 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 2020 61329 24-11-2020 18-11-2020 FEZ/25235199 01-01-2021
Artikel 7l — Artikel 7l Beperking toezichtsbevoegdheden#
Artikel 7l Beperking toezichtsbevoegdheden artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouders die in deze paragraaf zijn aangewezen beschikken niet over de bevoegdheden, bedoeld in deen. 2014 1982 28-01-2014 16-01-2014 WJZ/584533 2014 1982 28-01-2014 16-01-2014 WJZ/584533 29-01-2014
Artikel 8 — Artikel 8 Intrekking uitgewerkte beschikking#
Artikel 8 Intrekking uitgewerkte beschikking Vervallen 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 9 — Artikel 9 Wijziging in verband met het vervallen van delegatiegrondslag#
Artikel 9 Wijziging in verband met het vervallen van delegatiegrondslag Vervallen 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 2015 40838 17-11-2015 10-11-2015 WJZ/798385(10556) 01-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2013, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2013. 2012 26223 18-12-2012 08-12-2012 WJZ/353186(10126) 2012 26223 18-12-2012 08-12-2012 WJZ/353186(10126) 01-01-2013
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling normering topinkomens OCW-sectoren. 2018 65492 22-11-2018 14-11-2018 FEZ/1418712 2018 65492 22-11-2018 14-11-2018 FEZ/1418712 01-01-2019
Artikel 3#
artikel 3, tweede lid