Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 28 februari 2013, met nr. 349706 houdende aanwijzing van de vermogenstraceerders werkzaam bij het Openbaar Ministerie, de buitengewone opsporingsambtenaren werkzaam bij de politie en de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, als ambtenaren in de zin van de artikelen 556, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering
- BWB-id
- BWBR0032987
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032987
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-tot-aanwijzing-van-vermogenstraceerders-en-bijzonde
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-tot-aanwijzing-van-vermogenstraceerders-en-bijzonde/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032987&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032987&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032987/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/regeling-tot-aanwijzing-van-vermogenstraceerders-en-bijzonde
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 556, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering Als ambtenaren die kunnen worden belast met de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of beslissingen van het openbaar ministerie, als bedoeld in, worden aangewezen: a. artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering de vermogenstraceerders, werkzaam bij het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM), die op grond vanzijn aangewezen; b. artikel 142, eerste lid, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering de bij de politie werkzame buitengewone opsporingsambtenaren, die op grond vanzijn aangewezen en c. artikel 141, aanhef en onder d van het Wetboek van Strafvordering artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, als bedoeld inen. 2013 6341 13-03-2013 28-02-2013 349706 2013 6341 13-03-2013 28-02-2013 349706 14-03-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering Deze regeling berust op. 2019 69780 27-12-2019 13-12-2019 2772910 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren. 2019 69780 27-12-2019 13-12-2019 2772910 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2019 69780 27-12-2019 13-12-2019 2772910 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020 Voorheen art. 2. Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking treedt.