Tijdelijke regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 augustus 2013, nr. BVE/522236, houdende regels voor het verstrekken van aanvullende vergoeding voor het verstrekken van opleidingsadviezen aan deelnemers en examenkandidaten in 2013 en 2014 (Tijdelijke regeling School Ex 2013–2014)
- BWB-id
- BWBR0033793
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2013-08-30 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033793
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/tijdelijke-regeling-school-ex-2013-2014
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/tijdelijke-regeling-school-ex-2013-2014/2013-08-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033793&g=2013-08-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033793&z=2026-06-06&g=2013-08-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033793/2013-08-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/tijdelijke-regeling-school-ex-2013-2014
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, de minister van Economische zaken; b. wet: Wet educatie en beroepsonderwijs ; c. instelling: artikel 1.1.1, eerste lid onder b artikel 12.3.8 artikel 12.3.9 van de wet een instelling als bedoeld in, een instituut als bedoeld inen een instelling als bedoeld in; d. deelnemer: artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met e, van de wet artikel 2.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB een deelnemer die in studiejaar 2012–2013 respectievelijk studiejaar 2013–2014 is ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in, die op grond vanvoor bekostiging meetelt in genoemde studiejaren en die in het betreffende studiejaar de opleiding met een examen al dan niet met goed gevolg heeft afgesloten. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten De minister verstrekt in 2013 en 2014 aan instellingen een aanvullende vergoeding om jongeren die zich aanmelden voor een beroepsopleiding te stimuleren zoveel mogelijk voor een beroepsopleiding te kiezen met een goed arbeidsmarkt perspectief in de regio, om examenkandidaten alsmede recent gediplomeerden zonder uitzicht op werk te stimuleren door te leren in een opleiding met een goed arbeidsmarktperspectief en om gediplomeerde deelnemers die besluiten om niet door te leren en nog geen baan hebben door te geleiden naar het UWV Werkbedrijf voor ondersteuning bij het vinden van een baan 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3 Bekostigingsplafond#
Artikel 3 Bekostigingsplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is: a. voor het jaar 2013 een bedrag van € 11.900.000,– beschikbaar; en b. voor het jaar 2014 een bedrag van € 11.900.000,– beschikbaar. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte aanvullende vergoeding#
Artikel 4 Hoogte aanvullende vergoeding 1 De hoogte van de vergoeding per ingevuld formulier wordt berekend door het bedrag van € 11.900.000 te delen door het totaal aantal formulieren dat blijkens de opgave van de instellingen in 2013 respectievelijk in 2014 door deelnemers van de instellingen volledig is ingevuld met dien verstande dat de vergoeding per volledig ingevuld formulier maximaal € 115 bedraagt. 2 De hoogte van de aanvullende vergoeding voor een instelling wordt berekend door het aantal formulieren dat blijkens de opgave van de instelling in 2013 respectievelijk in 2014 door deelnemers van die instelling volledig is ingevuld te vermenigvuldigen met de op grond van het eerste lid berekende hoogte van de vergoeding per ingevuld formulier. 3 bijlage 1 Het voorgeschreven model voor de formulieren bedoeld in het eerste lid is opgenomen invan deze regeling. 4 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5 Besteding aanvullende vergoeding#
Artikel 5 Besteding aanvullende vergoeding De aanvullende vergoeding kan ook worden besteed aan andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6 Bevoorschotting#
Artikel 6 Bevoorschotting 1 Uiterlijk in de maand december 2013 respectievelijk december 2014 verstrekt de minister de instellingen een voorschot op de aanvullende vergoeding voor 2013 respectievelijk 2014. 2 artikel 2.2.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB De hoogte van het voorschot voor een instelling voor het jaar 2013 respectievelijk 2014 is een evenredig deel van € 11.900.000,– en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijk budget voor exploitatiekosten van het betreffende begrotingsjaar, zoals berekend op grond van. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7 Vaststelling aanvullende vergoeding#
Artikel 7 Vaststelling aanvullende vergoeding 1 artikel 4, tweede lid In aanvulling op de verantwoording van de aanvullende vergoeding in de jaarverslaggeving dient een instelling binnen 13 weken na afloop van het boekjaar 2013 respectievelijk 2014 een aanvraag tot subsidievaststelling in door de opgave van het aantal formulieren, bedoeld in. Het bevoegd gezag dient deze opgave schriftelijk in bij DUO. 2 artikel 4 De minister stelt op grond vande aanvullende vergoeding vóór 1 september 2014 respectievelijk vóór 1 september 2015 vast aan de hand van de in het eerste lid genoemde opgave van het aantal formulieren in de aanvraag tot subsidievaststelling. 3 artikel 6 Het verschil tussen de vastgestelde aanvullende vergoeding en het betaalde voorschot, bedoeld in, wordt verrekend. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8 Informatieplicht en onderzoeken#
Artikel 8 Informatieplicht en onderzoeken 1 Een instelling verstrekt de minister en de door hem aangewezen personen de gevraagde inlichtingen. 2 De instelling draagt er zorg voor dat de minister en de door hem aangewezen personen volledig inzage hebben in boeken en bescheiden. 3 De instelling verleent de minister en de door hem aangewezen personen toegang tot de door hem gebruikte plaatsen. 4 De instelling werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van zijn beleid. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 9 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op besluiten die op grond van deze regeling voor die datum zijn genomen. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling School Ex 2013–2014. 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 2013 24075 29-08-2013 12-08-2013 BVE/522236 30-08-2013 01-01-2013
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid