Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie d.d. 30 augustus 2013, nr. 413922, DGPolitie/Programma Arbeidsvoorwaarden, voor de uitvoering van een regeling met betrekking tot voorzieningen in plaats van levensloopbijdragen voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte ambtenaren bij de politie
- BWB-id
- BWBR0033859
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033859
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/uitvoeringsregeling-voorzieningen-in-plaats-van-levensloopbi
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/uitvoeringsregeling-voorzieningen-in-plaats-van-levensloopbi/2025-07-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033859&g=2025-07-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033859&z=2026-06-06&g=2025-07-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033859/2025-07-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2013/uitvoeringsregeling-voorzieningen-in-plaats-van-levensloopbi
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. ambtenaar: artikel 12f, eerste lid, van het Bbp de ambtenaar, bedoeld in; b. Barp: Besluit algemene rechtspositie politie het; c. Bbp: Besluit bezoldiging politie het; d. bevoegd gezag: artikel 1, eerste lid, van het Bbp het bevoegd gezag, bedoeld in; e. levensloopbijdragen: artikelen 12b 12c 12d van het Bbp de algemene levensloopbijdrage, de toelage bezwarende functies en de inhaaltoelage bezwarende functies, bedoeld in de,en; f. uurloon: het salaris per uur, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Bbp; g. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ; h. WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen . 2025 22695 09-07-2025 20-06-2025 6497836 2025 22695 09-07-2025 20-06-2025 6497836 10-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 12f, tweede lid, van het Bbp De ambtenaar die gebruik maakt van de ingenoemde keuzemogelijkheden, stelt het bevoegd gezag schriftelijk van diens keuze op de hoogte: a. artikel 12f, vierde lid, onder a, van het Bbp voor 1 januari 2014 voor zover het betreft de eenmalig keuze, bedoeld in, over de periode 2006 tot en met 2013; of b. artikel 12f, vierde lid, onder b, van het Bbp voor 1 januari 2014 voor het jaar 2014 en voor 2015 en volgende jaren, voor 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de jaarlijkse keuze, bedoeld in, betrekking heeft. 2 artikel 12f, derde lid, van het Bbp Bij de eenmalige keuze bedoeld in het eerste lid, onder a, geeft de ambtenaar op grond van, aan of de levensloopbijdragen als niet-pensioengevend moeten worden aangemerkt. 3 Binnen vier weken na ontvangst van de schriftelijk gedane keuze bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag een opgave verstrekt van de door de ambtenaar gemaakte keuze en indien van toepassing diens besluit de levensloopbijdragen niet-pensioengevend te laten zijn. De opgave wordt daarbij voorzien van een berekening van: a. de uit te betalen levensloopbijdragen, b. van de levensloopbijdragen waarvan wordt afgezien; c. van het aantal verlofuren dat in de plaats komt van de levensloopbijdragen. 2013 25275 12-09-2013 30-08-2013 413922 2013 25275 12-09-2013 30-08-2013 413922 13-09-2013 01-01-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 WAO WIA Indien de ambtenaar gekozen heeft voor geheel of gedeeltelijk verlof, dan staat de omvang van het verlof gelijk aan het geheel of het deel van de waarde van de levensloopbijdragen die de ambtenaar maandelijks zou hebben verkregen als de ambtenaar geen uitkering op grond van deof dezou zijn toegekend, gedeeld door zijn uurloon in de maand waarin de levensloopbijdragen zouden zijn toegekend. 2 artikel 11, eerste lid, onderdeel r. ten eerste van de Wet op de Loonbelasting 1964 De ambtenaar kan verzoeken, indien de omvang van het in het eerste lid bedoelde verlof het ingenoemde maximum overschrijdt, het verlof tot dat maximum te beperken. 3 Het door het bevoegde gezag toegekende verlof is eenmalig en is, behoudens het zesde lid, niet in enige geldelijke vergoeding om te zetten. 4 Over de tijdstippen waarop het verlof wordt genoten, alsmede over de tijdvakken waarin deze eventueel zal worden gesplitst, beslist het bevoegd gezag in goed overleg met de ambtenaar. 5 artikel 55aa van het Barp Indien aan de ambtenaar ontheffing van zijn werkzaamheden is verleend, als bedoeld in, is het gestelde in het eerste lid, onderdeel c. van dat artikel van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van eindeloopbaanverlof bedoeld in de levensloopregeling, het verlof wordt bedoeld op grond van dit artikel. 6 artikel 26, eerste lid, van het Barp Bij overlijden van de ambtenaar, voordat hij het verlof heeft genoten, isvan overeenkomstige toepassing. 2013 25275 12-09-2013 30-08-2013 413922 2013 25275 12-09-2013 30-08-2013 413922 13-09-2013 01-01-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006. 2013 25275 12-09-2013 30-08-2013 413922 2013 25275 12-09-2013 30-08-2013 413922 13-09-2013 01-01-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Voorzieningen in plaats van levensloopbijdragen voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte politieambtenaren. 2013 25275 12-09-2013 30-08-2013 413922 2013 25275 12-09-2013 30-08-2013 413922 13-09-2013 01-01-2006