Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2014, nr. WJZ / 13149501, tot uitvoering van de Wet op de Dierproeven en het Dierproevenbesluit 2014 (Dierproevenregeling 2014)
- BWB-id
- BWBR0035873
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035873
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/dierproevenregeling-2014
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/dierproevenregeling-2014/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035873&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035873&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035873/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/dierproevenregeling-2014
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – besluit: Dierproevenbesluit 2014 het; – diploma: artikel 7.4.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs diploma als bedoeld in, – getuigschrift: artikel 7.11 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek getuigschrift als bedoeld in, – instellingsvergunning: artikel 2 11a van de wet een instellingsvergunning als bedoeld inen; – kwalificatiedossier: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs kwalificatiedossier in de zin van; – levensloopdossier: artikel 15a, tweede lid, van de wet het levensloopdossier bedoeld in; – Minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de wet Richtlijn 2010/63/EG Als richtlijn, bedoeld inwordt aangewezen:van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (PbEU L 276/33). 2022 23526 05-09-2022 30-08-2022 WJZ/22285046 2022 23526 05-09-2022 30-08-2022 WJZ/22285046 06-09-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlage 1 Een aanvraag om een instellingsvergunning wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier inbij deze regeling. 2 Vervallen. 3 Na verlening van de instellingsvergunning meldt de vergunninghouder aan de Minister onverwijld: a. artikel 6, derde lid, van de wet iedere wijziging van de personen bedoeld in; b. elke significante wijziging van de structuur of de werking van een inrichting van de vergunninghouder, die het dierenwelzijn negatief kan beïnvloeden. 2020 65069 18-12-2020 01-12-2020 WJZ/20246439 2020 65069 18-12-2020 01-12-2020 WJZ/20246439 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 10a, eerste lid, van de wet Bij een aanvraag om een projectvergunning als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden overlegd: a. de gegevens in het derde lid; b. het projectvoorstel, en c. artikel 4 de niet-technische samenvatting van het project overeenkomstig. 2 bijlage 2 bijlage 3 Een aanvraag om een projectvergunning wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier inbij deze regeling en het format voor het projectvoorstel inbij deze regeling. 3 artikelen 2, tweede en derde lid 9 10 10a2, eerste lid 10b 13f van de wet Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager die informatie die nodig is om, voor zover relevant, aan te tonen dat wordt voldaan aan de regels gesteld bij of krachtens de,,,,en. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. artikel 2, tweede en derde lid, van de wet het belang als bedoeld inwaarop de dierproeven in het project gericht zijn; b. artikel 10a2, eerste lid, onder a, van de wet de doelstellingen van het project en de voorspelde wetenschappelijke opbrengsten of educatieve waarde van het project, of het wettelijk vereiste als bedoeld in; c. een beschrijving van de dierproeven, waaronder de beoogde behandeling van de dieren en de aard, de frequentie en de duur van de ingrepen waaraan het dier wordt onderworpen; d. de gebruiker die het project uitvoert; e. de persoon of personen die verantwoordelijk zijn voor de algemene uitvoering van het project en voor de overeenstemming ervan met verleende projectvergunning; f. in voorkomend geval de inrichtingen waar het project zal worden uitgevoerd; g. artikel 10a2, tweede lid, onder e, van de wet indien van toepassing, de motivering bedoeld in; h. bijlage 4 de gegevens opgenomen inbij deze regeling. 4 Bij de indiening van de aanvraag om een projectvergunning wordt een door de centrale commissie dierproeven vastgesteld en door de Minister goedgekeurd bedrag voldaan. Het bedrag is een vast bedrag dat de gemiddelde kosten die samenhangen met het behandelen van een aanvraag om een projectvergunning dekt. Van het in de eerste volzin bedoelde goedkeuringsbesluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 10a5 van de wet artikel 10a1, eerste lid, onder d, van de wet bijlage 5 Voor de niet-technische samenvatting van het project en eventuele aanvullingen hierop als gevolg van wijzigingen als bedoeld in, of een beoordeling van het project achteraf als bedoeld in, maakt de aanvrager respectievelijk vergunninghouder gebruik van het inbij deze regeling opgenomen model. 2 Onverminderd de bescherming van de intellectuele eigendom en vertrouwelijke informatie bevat de niet-technische samenvatting de volgende gegevens: a. informatie over de doelstellingen van het project met inbegrip van de voorspelde schade en baten en de aantallen en soorten te gebruiken dieren; b. artikelen 1d 10, tweede lid, van de wet onderbouwing dat aan het vereiste op het gebied van vervanging, vermindering en verfijning zoals neergelegd in deenwordt voldaan. 3 De aanvrager zorgt ervoor dat de niet-technische samenvatting anoniem is en geen namen en adressen van de gebruiker en zijn personeel bevat. 4 artikel 10a5 van de wet artikel 10a1, eerste lid, onder d, van de wet De centrale commissie dierproeven maakt zo snel mogelijk na de verlening van een projectvergunning de niet-technische samenvatting openbaar en vermeldt daarbij indien van toepassing dat het project achteraf wordt beoordeeld, en binnen welke termijn. De centrale commissie dierproeven maakt eventuele aanvullingen op een niet-technische samenvatting als gevolg van wijzigingen als bedoeld in, of een beoordeling van het project achteraf als bedoeld in, zo snel mogelijk na ontvangst openbaar. De centrale commissie dierproeven zorgt ervoor dat de niet-technische samenvatting tot vijf jaar na afloop van het project, dan wel, indien van toepassing, vijf jaar na afloop van de beoordeling van het project achteraf, door een ieder kan worden ingezien middels een doorzoekbare online databank. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, eerste lid, van het besluit De wetenschappelijke opleiding, bedoeld in, bestaat uit een master in een relevante studierichting. 2 artikel 2, eerste lid, van het besluit bijlage 6 De cursus proefdierkunde, bedoeld in, voldoet aan de eisen inbij deze regeling. 3 artikel 9 van de wet De Minister kan op verzoek een ontheffing verlenen van het vereiste in het eerste lid, indien op andere wijze wordt aangetoond dat de persoon, bedoeld in, beschikt over een vergelijkbaar deskundigheids- en bekwaamheidsniveau. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 8, eerste lid, van het besluit De opleidingen, bedoeld in, voldoen aan de volgende minimumeisen: a. bijlagen 1 5 van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016 bijlage 8 ten aanzien van de persoon die proefdieren verzorgt en een of meer biotechnische handelingen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, verricht of in dat onderdeel bedoelde dieren doodt: de eisen voor de kwalificatie Proefdierverzorger, Crebonummer 25578, beschreven in het kwalificatiedossier Dierverzorging, bedoeld in deen, dan wel de eisen opgenomen inbij deze regeling; b. bijlagen 1 5 van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016 bijlage 9 ten aanzien van de persoon die dierproeven uitvoert, waarbij een of meer biotechnische handelingen als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, worden verricht of in dat onderdeel bedoelde dieren worden gedood: de eisen voor de kwalificatie Specialist proefdierverzorging, Crebonummer 25466, beschreven in het kwalificatiedossier Gespecialiseerde proefdierverzorging, bedoeld in deen, dan wel de eisen opgenomen inbij deze regeling; c. bijlagen 1 5 van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016 ten aanzien van de persoon die kleine proefdieren doodt: de eisen voor het onderdeel ‘Euthanaseren van kleine proefdieren (C0002)’ van de kwalificatie Proefdierverzorger, Crebonummer 25578, zoals beschreven in het kwalificatiedossier Dierverzorging, bedoeld in deen. 2 De Minister kan op verzoek een ontheffing verlenen van het vereiste in het eerste lid, indien op andere wijze wordt aangetoond dat de persoon die proefdieren verzorgt, biotechnische werkzaamheden uitvoert of proefdieren doodt, beschikt over een vergelijkbaar deskundigheids- en bekwaamheidsniveau. De ontheffing kan worden beperkt tot specifieke werkzaamheden op proefdieren. 3 Het verrichten van de volgende werkzaamheden op proefdieren is voorbehouden aan de volgende personen: a. artikel 9 van de wet het uitvoeren van enkele eenvoudige biotechnische handelingen, zoals het afnemen van bloed, het oraal ingeven, het toedienen van eenvoudige injecties, het verwijderen van hechtingen en het op verantwoorde en eenvoudige wijze doden van kleine proefdieren: degene die beschikt over een door de Minister erkend diploma of getuigschrift voor de opleiding bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, en degene die voldoet aan de deskundigheids- en bekwaamheidseisen gesteld aan de persoon, bedoeld in, en die beschikt over de benodigde kennis en ervaring om de biotechnische handelingen en werkzaamheden te verrichten; b. artikel 9 van de wet het uitvoeren van andere biotechnische werkzaamheden dan bedoeld onder a, zoals het canuleren van (bloed)vaten, het wegnemen van (delen van) organen, het toepassen van (inhalatie)narcose, het met gebruikmaking van complexere methoden dan bedoeld in onderdeel a op verantwoorde wijze doden van kleine proefdieren en het op verantwoorde wijze doden van grote proefdieren: degene die beschikt over een door de Minister erkend diploma of getuigschrift voor de opleiding bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en degene die voldoet aan de deskundigheids- en bekwaamheidseisen gesteld aan de persoon, bedoeld in, en die beschikt over de benodigde kennis en ervaring om de biotechnische handelingen en werkzaamheden te verrichten. c. het op verantwoorde wijze doden van kleine proefdieren: degene die beschikt over een door de Minister erkend diploma of certificaat voor de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c. 4 artikel 9 van de wet artikel 8 van het besluit In afwijking van het derde lid mogen in het kader van een opleiding voor de personen bedoeld inende daar genoemde werkzaamheden worden verricht door personen die nog niet beschikken over de vereiste bekwaamheid en deskundigheid mits deze werkzaamheden onder toezicht worden verricht van een persoon die wel over de vereiste bekwaamheid en deskundigheid beschikt. 2020 65069 18-12-2020 01-12-2020 WJZ/20246439 2020 65069 18-12-2020 01-12-2020 WJZ/20246439 01-01-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 14a, eerste lid, van de wet In afwijking van, zijn de volgende categorieën fokkers, leveranciers en gebruikers niet gehouden een instantie voor dierenwelzijn in te richten: a. fokkers die: – niet meer dan duizend dieren per jaar fokken, en – artikel 10e, derde lid, van de wet geen honden, katten, niet-menselijke primaten, bedreigde diersoorten als bedoeld inof genetisch gemodificeerde dieren fokken; b. leveranciers die geen niet-menselijke primaten houden of leveren; c. gebruikers die: – artikel 10e, vierde lid, van de wet geen dierproeven uitvoeren op honden, katten, paarden, niet-menselijke primaten, bedreigde diersoorten als bedoeld inof zwerfdieren, en – uitsluitend dierproeven uitvoeren die niet meer dan gering ongerief veroorzaken en uitsluitend bestaan uit routinematige, eenvoudige handelingen. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De fokker, de leverancier en de gebruiker houden aantekening van de volgende gegevens: a. het aantal dieren, per soort, dat werd gefokt, verworven, geleverd, gebruikt in dierproeven, vrijgelaten of geadopteerd; b. de herkomst van de dieren, inclusief of zij met het oog op gebruik in dierproeven werden gefokt; c. het gebruik dat van de dieren wordt gemaakt; d. de datum waarop de dieren zijn verworven, geleverd, vrijgelaten of geadopteerd; e. van wie de dieren zijn betrokken; f. de naam en het adres van de afnemer van de dieren; g. het aantal dieren, per soort, dat in elke inrichting is gestorven of gedood; voor de gestorven dieren dient de doodsoorzaak, indien bekend, te worden genoteerd; en h. voor gebruikers: de projecten waarin dieren worden gebruikt. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden bewaard tot vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarop de gegevens betrekking hebben. 3 bijlage 7 De fokker, de leverancier en de gebruiker verstrekken de Minister jaarlijks uiterlijk op 15 maart de inbij deze regeling genoemde gegevens over het voorafgaande kalenderjaar. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 In aanvulling op het bepaalde inhouden de fokker, de leverancier en de gebruiker over elke hond, kat en niet-menselijke primaat die zij houden aantekening van de volgende gegevens: a. identiteit; b. geboorteplaats en -datum, indien beschikbaar; c. antwoord op de vraag of het dier met het oog op het gebruik in dierproeven is gefokt; en d. ingeval van niet-menselijke primaten, antwoord op de vraag of het dier een nakomeling is van niet-menselijke primaten die in gevangenschap zijn gefokt of afkomstig zijn uit zichzelf in stand houdende fokkolonies. 2 Het levensloopdossier wordt geopend bij de geboorte van het dier, of zo spoedig mogelijk daarna, en bevat alle relevante gegevens over de voortplantingsactiviteit, de diergeneeskundige toestand en het sociaal gedrag van het dier in kwestie en over de projecten waarin het is gebruikt. 3 De fokker, leverancier en gebruiker bewaren de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens nog ten minste drie jaar lang na de dood of de adoptie van het dier. In geval van adoptie geeft de instelling de relevante gegevens over de diergeneeskundige toestand en het sociaal gedrag uit het levensloopdossier met het dier mee. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 19, tweede lid, onderdelen a tot en met c, van de wet In aanvulling op de taken, genoemd in, vervult het nationaal comité de volgende taken: a. bevordert de ontwikkeling, validatie, acceptatie en toepassing van alternatieven voor dierproeven zowel nationaal als internationaal; b. artikel 13f, derde lid, onderdeel a, van de wet adviseert de overheid, de centrale commissie dierproeven, de instanties voor dierenwelzijn en de personen bedoeld inover alternatieven voor dierproeven; c. bundelt de inbreng in internationale gremia en stemt deze af; d. ondersteunt de communicatie tussen en met professionals in het veld van dierproeven en alternatieven en verzorgt communicatie naar het publiek over dierproeven en alternatieven. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 5, derde lid wet tot wijziging van de Wet op de dierproeven in verband met implementatie van richtlijn 2010/63/EU artikel 16 van de wet artikel 9 van de wet Met een ontheffing op grond van, wordt gelijkgesteld een vóór de inwerkingtreding van deop grond vanverleende ontheffing, voor zover deze betrekking heeft op het vereiste dat de persoon bedoeld inbeschikt over een master in een relevante studierichting. 2 artikel 6, tweede lid wijziging van de Wet op de dierproeven in verband met implementatie van richtlijn 2010/63/EU artikel 16 van de wet Met een ontheffing op grond van, wordt gelijkgesteld een vóór de inwerkingtreding van de wet totop grond vanverleende ontheffing, voor zover deze ontheffing betrekking heeft op de opleidingsvereisten ten aanzien van personen die proefdieren verzorgen, biotechnische werkzaamheden uitvoeren of proefdieren doden. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dierproevenbesluit 2014 Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop hetin werking treedt. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: Dierproevenregeling 2014. 2014 34746 05-12-2014 03-12-2014 WJZ/13149501 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Dierproevenbesluit
2014 in werking treedt.
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 3#
artikel 3, tweede lid
Artikel 3#
artikel 3, tweede lid
Artikel 3#
artikel 3, derde lid, onderdeel h
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 8#
artikel 8, derde lid
Artikel 8#
artikel 8, derde lid
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 9#
9 van de Dierproevenregeling 2014
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid, onderdeel a
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid, onderdeel b