Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2014, nr. WJZ / 14101632, houdende regels voor diergeneeskundigen (Regeling diergeneeskundigen)
- BWB-id
- BWBR0035238
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035238
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-diergeneeskundigen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-diergeneeskundigen/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035238&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035238&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035238/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-diergeneeskundigen
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – besluit: Besluit diergeneeskundigen ; – betrokken staat: artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties betrokken staat als bedoeld in; – bevoegd gezag: bestuur van de onderwijsinstelling; – biobeveiligingsmaatregelen: verordening (EU) nr. 2016/429 maatregelen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van, ter bescherming van de bioveiligheid; – bioveiligheidsplan: een beschrijving van de te treffen biobeveiligingsmaatregelen en een analyse van de bioveiligheid waar deze maatregelen op gebaseerd zijn; – commissie: Commissie buitenslands gediplomeerde diergeneeskundigen; – daartoe beschikbaar gesteld middel: artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 2:15 van die wet beschikbaar gesteld formulier als bedoeld inof geopende elektronische weg als bedoeld in; – eindbeslissing: schriftelijke uitspraak van het veterinair tuchtcollege of het veterinair beroepscollege waarmee: 1°. de bij het veterinair tuchtcollege of het veterinair beroepscollege ingediende klacht wordt afgedaan; 2°. de behandeling van de klacht wordt gestaakt in verband met de intrekking van de klacht op of na de zitting; 3°. de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard; 4°. de klacht kennelijk ongegrond wordt verklaard; 5°. artikel 8.23, tweede lid, van de wet de zaak wordt afgehandeld na het intrekken van de klacht op grond van; 6°. een wrakingsverzoek wordt afgehandeld; 7°. een verschoningsverzoek wordt afgehandeld; – leerplan dierfysiotherapie: bijlage leerplan dierfysiotherapie, bedoeld in debij deze regeling; – migrerende beroepsbeoefenaar: artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties migrerende beroepsbeoefenaar als bedoeld in; – minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; – titel na een opleiding: diploma, certificaat of andere titel die door een daartoe aangewezen bevoegde autoriteit van een betrokken staat is afgegeven ter afsluiting van een beroepsopleiding; – Richtlijn nr. 2005/36/EG: Richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU 2005, L 255); – verordening (EU) nr. 2016/429: verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84); – verordening (EU) nr. 2019/2035: gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314). 2 Richtlijn nr. 2005/36/EG Metworden voor de toepassing van deze regeling gelijkgesteld de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in het bijzonder waar het gaat om bijlage VII, en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in het bijzonder waar het gaat om bijlage III. 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 01-04-2025
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Opleidingseisen dierenartsassistent paraveterinair#
Artikel 2.1 Opleidingseisen dierenartsassistent paraveterinair artikel 3.1, eerste lid, van het besluit De kwalificatie van dierenartsassistent paraveterinair, bedoeld inheeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen: a. voeren (gezelschaps)dieren; b. verzorgen (gezelschaps)dieren; c. begeleiden voortplanting (gezelschaps)dieren; d. nemen van hygiënische maatregelen; e. anatomie, fysiologie en pathologie; f. instrumentenleer, desinfectie en pathologie; g. algemene assistentie en ziekenverzorging; h. zoötechniek en gezondheidsleer; i. laboratoriumwerkzaamheden; j. radiologie; k. eerste hulp; l. algemene en plaatselijke verdoving, en m. beheren van medicijnen. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Voorwaarden opleiding dierenfysiotherapeut#
Artikel 2.2 Voorwaarden opleiding dierenfysiotherapeut artikel 3.4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit bijlage Een opleiding als bedoeld ingeeft ten minste uitvoering aan het leerplan dierfysiotherapie, opgenomen in debij deze regeling. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Examencommissie#
Artikel 2.3 Examencommissie 1 Het bevoegd gezag van een opleiding stelt een examencommissie in. 2 De examencommissie bestaat uit: a. de directeur van de opleiding; b. de door het bevoegd gezag, na overleg met de directie, aan te wijzen docenten die belast zijn met de verzorging van het onderwijs in de dierfysiotherapeutische vakken, en c. een stagebegeleider. 3 Het bevoegd gezag van een opleiding benoemt uit de leden van de examencommissie een voorzitter. 4 De examencommissie is belast met de zorg voor de organisatie van het examen en een goede gang van zaken tijdens het examen, waaronder in ieder geval wordt verstaan: a. het bepalen van de data en tijdstippen voor het afleggen van de onderdelen van het examen en bekendmaking daarvan aan de kandidaten; b. het afnemen van het examen, en c. het vaststellen van de uitslag van het examen. 5 De examencommissie wijst examinatoren aan die zijn belast met het afnemen van de onderdelen van het examen. 6 De examencommissie besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Deskundigen#
Artikel 2.4 Deskundigen 1 Het bevoegd gezag kan één of meer deskundigen aanwijzen, welke niet aan de school zijn verbonden, die mede het examen afnemen. 2 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een bepaalde tijd. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Gecommitteerden#
Artikel 2.5 Gecommitteerden 1 De minister kan ten behoeve van het examen gecommitteerden aanwijzen. 2 Gecommitteerden hebben tot taak zich een oordeel te vormen over het niveau van het examen, de gang van zaken tijdens het examen en de naleving van de bij deze regeling gegeven voorschriften. 3 Gecommitteerden kunnen het afnemen van examenonderdelen bijwonen en kennis nemen van het schriftelijk werk van de kandidaten. 4 artikel 2.3, eerste lid artikel 2.4, eerste lid De leden van de examencommissie, bedoeld in, het bevoegd gezag van een opleiding en de deskundigen, bedoeld in, verschaffen de gecommitteerden de inlichtingen die zij voor hun taak nodig hebben. 5 De gecommitteerden brengen aan de minister verslag uit van hun bevindingen. Een afschrift van het verslag wordt toegezonden aan het bevoegd gezag van de opleiding waarvan het examen is onderzocht. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Toelating tot het examen#
Artikel 2.6 Toelating tot het examen artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Tot het examen, bedoeld in, wordt toegelaten degene die: a. voldaan heeft aan de eisen gesteld in het leerplan dierfysiotherapie, en b. de stage, bedoeld in het leerplan dierfysiotherapie, met de beoordeling goed of voldoende heeft afgerond. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Stage#
Artikel 2.7 Stage 1 De stage, bedoeld in het leerplan dierfysiotherapie, wordt door de stagebegeleider van de kandidaat beoordeeld. 2 De stagebegeleider drukt zijn beoordeling van kennis, vaardigheid, beroepshouding en inzicht van de kandidaat uit in één van de volgende beoordelingen: a. goed; b. voldoende; c. onvoldoende. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 Voorwaarden aan het examen#
Artikel 2.8 Voorwaarden aan het examen 1 artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Het examen, bedoeld in, bestaat uit de volgende onderdelen: a. onderzoek en behandeling van pathologische afwijkingen bij een paard, en b. onderzoek en behandeling van pathologische afwijkingen bij een hond. 2 Ieder examenonderdeel wordt door ten minste twee examinatoren beoordeeld. 3 De examinatoren drukken hun beoordeling van kennis, vaardigheid, beroepshouding en inzicht van de kandidaat in het examenonderdeel onafhankelijk van elkaar uit in een cijfer van 1 tot en met 10, in de vorm van gehele cijfers. 4 De eindcijfers van de examenonderdelen worden door de examinatoren in onderling overleg vastgesteld. Indien de examinatoren niet tot overeenstemming kunnen komen, beslist de voorzitter van de examencommissie. 5 Nadat de uitslag van alle examenonderdelen is vastgesteld, wordt de uitslag van het examen vastgesteld door de examencommissie. 6 De examencommissie draagt er zorg voor dat het ten behoeve van het behalen van de opleiding gemaakte schriftelijke werk gedurende een jaar na afloop van het laatste examenonderdeel ter inzage voor de kandidaat ter beschikking blijft. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 Uitslag van het examen#
Artikel 2.9 Uitslag van het examen 1 artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit De examencommissie deelt een kandidaat zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken nadat het laatste examenonderdeel is afgelegd, de uitslag van het examen, bedoeld in, mee. 2 artikel 2.8, eerste lid Een kandidaat is geslaagd indien de examenonderdelen, genoemd in, ten minste met een cijfer 6 zijn beoordeeld. 3 artikel 2.8, eerste lid Een kandidaat heeft recht op een herexamen indien één van de examenonderdelen, genoemd in, met een cijfer 5 en het andere examenonderdeel met ten minste het cijfer 6 is beoordeeld. 4 In alle andere gevallen is de kandidaat gezakt. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Beroep#
Artikel 2.10 Beroep artikelen 7.60 tot en met 7.63 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Dezijn van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de stage, de beoordeling van de examenonderdelen en de uitslag van het examen. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Kwalificatie embryotransplanteur#
Artikel 2.11 Kwalificatie embryotransplanteur 1 artikel 3.6, eerste lid, van het besluit De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld inheeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen: a. verzorgen van kunstmatige inseminatie; b. verzorgen van spermawinning; c. adviseren over vruchtbaarheid en voortplanting, en d. verzorgen van embryotransplantatie. 2 artikel 3.6, eerste lid, van het besluit De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld inheeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen: a. verzorgen van kunstmatige inseminatie; b. verzorgen van spermawinning; c. adviseren over vruchtbaarheid en voortplanting; d. verzorgen van embryotransplantatie, en e. verzorgen van embryowinning of eicelwinning. 3 Voor de toelating tot embryotransplanteur of embryotransplaneur/-winner zijn in ieder geval de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde onderdelen van de kwalificatie behaald. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Voorwaarden aan het behalen van de kwalificatie#
Artikel 2.12 Voorwaarden aan het behalen van de kwalificatie artikel 3.6, eerste lid, van het besluit artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs Degene die de kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld inwenst te behalen, toont aan ten genoegen van de examencommissie, bedoeld in, dat hij onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerd embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner: a. ten minste één jaar heeft gewerkt; b. ten minste 3.000 eerste inseminaties bij runderen heeft uitgevoerd; en c. ten minste 1.000 embryotransplantaties heeft uitgevoerd. 2016 50631 10-10-2016 29-09-2016 WJZ/16088283 2016 50631 10-10-2016 29-09-2016 WJZ/16088283 50631 10-10-2016 15-10-2016
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Certificaat Embryotransplanteur/-winner#
Artikel 2.13 Certificaat Embryotransplanteur/-winner artikel 1, derde lid, van de Regeling certificaten groen beroepsonderwijs artikel 3.6, eerste lid, van het besluit Het certificaat, bedoeld in, is een certificaat als bedoeld in. 2016 50631 10-10-2016 29-09-2016 WJZ/16088283 2016 50631 10-10-2016 29-09-2016 WJZ/16088283 50631 10-10-2016 15-10-2016
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Aanvraag toelating#
Artikel 3.1 Aanvraag toelating artikel 3.13 van het besluit artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit Een aanvraag tot toelating als bedoeld indoor een persoon, bedoeld in de,of, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 01-01-2017
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Documenten bij de aanvraag#
Artikel 3.2 Documenten bij de aanvraag 1 artikel 3.1 Een aanvraag als bedoeld inomvat: a. artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van het besluit de gegevens, bedoeld in; b. gegevens betreffende de beroepsuitoefening, en c. artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit een bewijsstuk, dan wel bewijsstukken, waaruit blijkt dat degene die toelating aanvraagt voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de,,, die aan de toelating worden gesteld. 2 Van een bewijsstuk als bedoeld in het eerste lid, onder c, kan een kopie worden verstrekt die is gewaarmerkt door het bevoegd gezag of een notaris. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Nederlands gediplomeerden, werkzaam buiten Nederland#
Artikel 3.3 Nederlands gediplomeerden, werkzaam buiten Nederland 1 artikel 3.2 artikel 3.1 Onverminderd de bescheiden, bedoeld in, verstrekt een persoon als bedoeld indie werkzaam is of is geweest in een ander land dan Nederland en die voornemens is zijn beroep in Nederland uit te oefenen of te hervatten, bij zijn aanvraag een document niet ouder dan drie maanden, waaruit blijkt dat ten aanzien van hem geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is op grond waarvan hij zijn rechten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend heeft verloren. 2 Indien het document, bedoeld in het eerste lid, niet wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten, wordt dit vervangen door een attest afgegeven door een bevoegde gerechtelijke autoriteit, een andere bevoegde overheidsautoriteit, een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in het betreffende land waaruit blijkt dat betrokkene tegenover die instantie of functionaris onder ede, dan wel plechtig heeft verklaard dat ten aanzien van hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid. 3 Van een document of attest, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie daarvan die is gewaarmerkt door de instelling die het document of attest heeft afgegeven dan wel door een notaris. 4 Voor zover betrokkene voldoende aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is een document of attest als bedoeld in het eerste of tweede lid, dan wel een kopie daarvan als bedoeld in het derde lid, te verstrekken, wordt hij in de gelegenheid gesteld een eigen verklaring over te leggen inhoudende dat tegen hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid. 5 artikel 4.3, eerste lid, van de wet Het eerste tot en met vierde lid is onverkort van toepassing voor degene die eerder in het register, bedoeld inis geregistreerd en wiens registratie niet is doorgehaald. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Aanvraag erkenning van beroepskwalificaties#
Artikel 3.4 Aanvraag erkenning van beroepskwalificaties 1 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit Een aanvraag tot het verkrijgen van erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in deten behoeve van de toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in,, en, door migrerende beroepsbeoefenaars wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. 2 artikel 3.13 van het besluit Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt tevens aangemerkt als een aanvraag tot toelating als bedoeld in. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Documenten bij de aanvraag#
Artikel 3.5 Documenten bij de aanvraag artikel 3.4, eerste lid Bij de aanvraag, bedoeld in, worden verstrekt: a. artikel 13, eerste lid, onderdelen a tot en met c en e van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de documenten, bedoeld in; b. artikel 3.2, onder a en b de gegevens, bedoeld in, en, c. artikel 13, eerste lid, onderdelen b, c en e, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties indien de aanvraag en de documenten, bedoeld inin een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse taal zijn gesteld, een door een beëdigde tolk of vertaler opgestelde vertaling daarvan in één van deze talen. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Proeve van bekwaamheid#
Artikel 3.6 Proeve van bekwaamheid 1 artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Ingeval de minister op grond vaneen compenserende maatregel noodzakelijk acht en betrokkene een proeve van bekwaamheid gaat afleggen, informeert de minister hem over: a. de vakken waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft; b. de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen; c. de kosten van de proeve. 2 De minister stelt betrokkene zo spoedig mogelijk op de hoogte van het resultaat van de proeve van bekwaamheid. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Aanpassingsstage#
Artikel 3.7 Aanpassingsstage artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Ingeval de minister op grond vaneen compenserende maatregel noodzakelijk acht en betrokkene een aanpassingsstage gaat afleggen, informeert de minister hem over: a. de vakken waarop de aanpassingsstage betrekking heeft; b. de wijze waarop de aanpassingsstage wordt uitgevoerd; c. de duur van de aanpassingsstage; d. in voorkomend geval de aanvullende opleiding die deel uitmaakt van de aanpassingsstage. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Aanvraag toelating#
Artikel 3.8 Aanvraag toelating artikel 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit Richtlijn 2005/36/EG Een aanvraag tot toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in,, endoor personen die geen beroep op dekunnen doen, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 01-01-2017
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Documenten bij de aanvraag#
Artikel 3.9 Documenten bij de aanvraag 1 artikel 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit artikel 3.8 Bij een aanvraag tot toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in,, endoor een persoon als bedoeld inworden de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. artikel 3.2, eerste lid, onder a en b de gegevens, bedoeld in; b. een kopie van het deel van het paspoort dat de persoonsgegevens bevat; c. wet het getuigschrift inzake het betreffende beroep dat door het in het land van herkomst daartoe bij of krachtens debevoegd verklaarde gezag aan hem is afgegeven; d. het programma van de opleiding tot het betreffende beroep, onderverdeeld in theorie- en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken, afkomstig van de instelling waarbij het getuigschrift is behaald; e. cijferlijsten en beoordelingen van studieresultaten, praktijkperioden of -stages, en dergelijke; f. indien in het land van herkomst een door een overheidsorgaan of een organisatie van beoefenaren van het desbetreffende beroep ingesteld register in stand wordt gehouden: een bewijs van inschrijving van hem in dat register, niet ouder dan zes maanden; g. een document niet ouder dan drie maanden waaruit blijkt dat ten aanzien van hem geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is op grond waarvan hij zijn rechten tot het beroepsmatig uitoefenen van diergeneeskundige handelingen in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend heeft verloren; h. bewijsstukken van eventuele beroepservaring. 2 De documenten, bedoeld onder c tot en met h, zijn gesteld, dan wel door een beëdigd vertaler vertaald, in de Nederlandse, Engelse of Duitse taal. Van deze documenten kunnen kopieën worden verstrekt die zijn gewaarmerkt door de instelling die deze heeft afgegeven of door een notaris. 3 Voor zover betrokkene voldoende aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is een document als bedoeld in het eerste lid, onder g, dan wel een kopie daarvan als bedoeld in het tweede lid, te verstrekken, wordt hij in de gelegenheid gesteld een eigen verklaring over te leggen inhoudende dat tegen hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid, onder g. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Proeve van bekwaamheid en aanpassingsstage#
Artikel 3.10 Proeve van bekwaamheid en aanpassingsstage artikelen 3.6 3.7 artikel 3.8 Deenzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de aanvragen door personen als bedoeld in. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 3.10a — Artikel 3.10a Advisering erkenning en toelating#
Artikel 3.10a Advisering erkenning en toelating artikelen 3.4 3.8 artikelen 3.6 3.7 3.10 De Minister vraagt voordat hij een besluit neemt op een aanvraag als bedoeld in deof, aan de commissie advies. De commissie betrekt bij haar advies de noodzaak van het afleggen van een proeve van bekwaamheid respectievelijk van een aanpassingsstage als bedoeld in de,en. 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 01-01-2022
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Wijziging van bij de toelating verstrekte gegevens#
Artikel 3.11 Wijziging van bij de toelating verstrekte gegevens 1 artikel 3.14 van het besluit Een wijziging van gegevens als bedoeld inwordt doorgegeven via een daartoe beschikbaar gesteld middel. 2 artikel 4.7, eerste lid, onder j, van het besluit Bij een kennisgeving van een wijziging als bedoeld in het eerste wordt het registratienummer, bedoeld in, van degene op wie de wijziging betrekking heeft en de door te geven wijziging, dan wel wijzigingen, vermeld. 3 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor de migrerende beroepsbeoefenaar die een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in deis verleend. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Melding vooraf#
Artikel 3.12 Melding vooraf 1 artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 23, eerste lid, en derde lid, onderdelen a tot en met d, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Voor het verrichten van diergeneeskundige handelingen door diergeneeskundigen als bedoeld in de,, enverstrekt een dienstverrichter als bedoeld invoorafgaand aan de eerste dienstverrichting in Nederland via een daartoe beschikbaar gesteld middel de documenten, bedoeld in. 2 artikel 4.1, eerste lid, van de wet Dienstverrichters als bedoeld in het eerste lid zijn toegelaten tot het verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Elektronische handtekening#
Artikel 3.13 Elektronische handtekening artikel 20a, eerste lid, van de Dienstenregeling centraal loket en interne markt informatiesysteem Aanvragen, bedoeld in dit hoofdstuk, worden ondertekend of zijn, voor zover de aanvraag wordt gedaan langs elektronische weg, voorzien van een elektronische handtekening als bedoeld in. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Vrijstelling kwalificatie dierenartsassistent paraveterinair#
Artikel 3.14 Vrijstelling kwalificatie dierenartsassistent paraveterinair 1 artikel 3.1, eerste lid, van het besluit In afwijking vanlaat de minister tot het beroepsmatig verrichten van de in artikel 3.1, tweede lid, van het besluit bedoelde diergeneeskundige handelingen toe degene die beschikt over: a. Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 2.1 een bewijs van het met goed gevolg voltooien van een voor 1 augustus 2012 gestarte en voor 1 januari 2018 voltooide krachtens devastgestelde combinatie van deelkwalificaties die recht geeft op de kwalificatie dierenartsassistent paraveterinair als bedoeld in; of b. een bewijs van het met goed gevolg voltooien van een voor 30 juli 2002 gestarte en voor 1 augustus 2006 voltooide: 1°. vierjarige dagopleiding tot kaderfunctionaris veterinaire ondersteuning aan het AOC Groenhorst College te Ede, locatie Barneveld; 2°. vierjarige dagopleiding tot kaderfunctionaris dierenzorg aan het AOC Groenhorst College te Ede, locatie Barneveld; 3°. opleiding tot gespecialiseerd beroepsbeoefenaar dierenzorg aan het AOC Groenhorst College te Ede, locatie Barneveld; 4°. cursus tot dierenartsassistent aan het AOC Groenhorst College te Ede, locatie Barneveld; 5°. opleiding tot zelfstandig beroepsbeoefenaar dierenzorg aan het AOC Groenhorst College te Ede, locatie Barneveld, mits voorzien van de certificaten Bedrijfsvoeren dierenzorg en Beheren veterinaire ondersteuning; 6°. opleiding tot dierenartsassistent aan de Leidse Onderwijs Instelling te Leiderdorp; 7°. opleiding tot dierenartsassistent aan het AOC Oost te Lochem, locaties Doetinchem, Enschede en Voorst; 8°. opleiding tot dierenartsassistent aan het AOC Terra te Groningen, locaties Emmen, Groningen en Meppel; 9°. opleiding tot dierenartsassistent aan het AOC Friesland te Leeuwarden, locatie Sneek; 10°. opleiding tot dierenartsassistent aan het AOC De Groene Welle te Zwolle, locaties Hardenberg en Zwolle; 11°. opleiding tot dierenartsassistent aan het AOC Holland College te Naaldwijk, locatie Maasland; 12°. opleiding tot dierenartsassistent aan het AOC Limburg te Roermond, locaties Heerlen, Horst en Roermond; 13°. opleiding tot dierenartsassistent aan het AOC Clusius College te Alkmaar, locatie Alkmaar; 14°. opleiding tot dierenartsassistent verzorgd door Helicon Opleidingen te Boxtel, locatie Oss; c. een bewijs van het met goed gevolg voltooien van een voor 1 augustus 1996 gestarte en voor 1 augustus 2006 voltooide: 1°. opleiding tot dierenartsassistent verzorgd door Essay-opleidingen (voorheen Opleidingsinstituut voor paramedische beroepen, voorheen Instituut Leni Mooldijk) te Rotterdam; 2°. opleiding dierverzorging aan de Christelijke Scholengemeenschap Groen van Prinsterer, Lagere Agrarische School te Barneveld; 3°. opleiding dierverzorging aan het Agrarisch Opleidingscentrum Alkmaar, Lagere Agrarische School te Alkmaar; 4°. opleiding dierverzorging aan het Agrarisch Opleidingscentrum Holland College te De Lier, locatie Maasland. 2025 17453 02-07-2025 30-06-2025 WJZ/98745129 2025 17453 02-07-2025 30-06-2025 WJZ/98745129 03-07-2025
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Aanvraag registratie#
Artikel 4.1 Aanvraag registratie artikel 4.1 van het besluit Een aanvraag tot registratie als bedoeld indoor een dierenarts die in Nederland zijn opleiding heeft genoten, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 01-01-2017
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Documenten bij de aanvraag#
Artikel 4.2 Documenten bij de aanvraag 1 artikel 4.1 Een aanvraag als bedoeld in, omvat: a. artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van het besluit de gegevens, bedoeld in; b. gegevens betreffende de beroepsuitoefening, en c. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek het origineel getuigschrift waaruit blijkt dat aan de degene die de registratie aanvraagt op grond van het afleggen van een examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop debetrekking heeft, de graad Master op het gebied van de diergeneeskunde is verleend of het getuigschrift waaruit blijkt dat hij het afsluitend examen van de opleiding diergeneeskunde, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met goed gevolg heeft afgelegd. 2 Van een bewijsstuk als bedoeld in het tweede lid, onder c, kan een kopie worden verstrekt die is gewaarmerkt door het bevoegd gezag of door een notaris. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Voorlopige registratie#
Artikel 4.3 Voorlopige registratie 1 artikel 4.2, eerste lid, onder c artikel 4.1 van het besluit In afwijking van, kan bij de aanvraag tot registratie als bedoeld ineen verklaring van het bevoegd gezag worden verstrekt dat betrokkene de opleiding met goed gevolg heeft afgelegd. 2 artikel 4.2, eerste lid De registratie wordt doorgehaald indien betrokkene niet binnen drie maanden na registratie alsnog het origineel getuigschrift of bewijsstukken daarvan als bedoeld in, dan wel een kopie daarvan als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, heeft verstrekt. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Registratie Nederlands gediplomeerden, werkzaam in buitenland#
Artikel 4.4 Registratie Nederlands gediplomeerden, werkzaam in buitenland Artikel 3.3 is van overeenkomstige toepassing voor de dierenarts die zijn opleiding in Nederland heeft genoten en die werkzaam is of is geweest in een ander land dan Nederland en voornemens is zijn beroep in Nederland uit te oefenen of te hervatten. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Eisen opleidingstitel dierenarts#
Artikel 4.5 Eisen opleidingstitel dierenarts artikel 1.1, eerste lid, derde gedachtestreepje, onder 3°, van de wet Richtlijn nr. 2005/36/EG De titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld involdoet aan artikel 21, eerste lid, in samenhang met artikel 38 en bijlage V, onder 5.4.2, van. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Uitzondering benaming titel#
Artikel 4.6 Uitzondering benaming titel artikel 4.5 Richtlijn nr. 2005/36/EG Indien de titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in, niet voldoet aan de benaming, genoemd in bijlage V, onder 5.4.2, van, gaat de titel vergezeld van een verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit in de desbetreffende betrokken staat waarin wordt bevestigd dat de titel: a. Richtlijn nr. 2005/36/EG is afgegeven ter afsluiting van een opleiding die in overeenstemming is met de voorschriften van artikel 38 van, en b. Richtlijn nr. 2005/36/EG door de bevoegde autoriteit van de desbetreffende betrokken staat gelijk wordt gesteld aan de titel, onderscheidenlijk de titels waarvan de benamingen is, onderscheidenlijk zijn opgenomen in bijlage V, onder 5.4.2, van. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Uitzondering opleiding begonnen voor referentiedatum#
Artikel 4.7 Uitzondering opleiding begonnen voor referentiedatum 1 artikel 4.5 Richtlijn nr. 2005/36/EG Richtlijn nr. 2005/36/EG Indien de titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in, niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 38 van, en is afgegeven ter afsluiting van een opleiding die is begonnen voor de referentiedatum, genoemd in bijlage V, onder 5.4.2, van, gaat de titel vergezeld van een verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit in de desbetreffende betrokken staat waarin wordt bevestigd dat de bezitter van de titel de werkzaamheden van dierenarts gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde als bedoeld in het eerste lid die is afgegeven door de bevoegde autoriteit op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek ter afsluiting van een opleiding, welke is begonnen voor 3 oktober 1990. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Uitzondering jonge lidstaten#
Artikel 4.8 Uitzondering jonge lidstaten 1 artikel 4.5 Indien de titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in, is afgegeven: wordt voldaan aan het tweede en derde lid. a. door de bevoegde autoriteit van het voormalige Tsjecho-Slowakije, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 1 januari 1993 is begonnen, voor zover het de Tsjechische Republiek of Slowakije betreft; b. door de bevoegde autoriteit van de voormalige Sovjet-Unie, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 20 augustus 1991 is begonnen, voor zover het Estland betreft; c. door de bevoegde autoriteit van de voormalige Sovjet-Unie, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 21 augustus 1991 is begonnen, voor zover het Letland betreft; d. door de bevoegde autoriteit van de voormalige Sovjet-Unie, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 11 maart 1990 is begonnen, voor zover het Litouwen betreft; e. door de bevoegde autoriteit van het voormalige Joegoslavië, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 25 juni 1991 is begonnen, voor zover het Slovenië betreft; f. door de bevoegde autoriteit van het voormalige Joegoslavië, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 8 oktober 1991 is begonnen, voor zover het Kroatië betreft; 2 De titel gaat vergezeld van een verklaring, afgeven door de bevoegde autoriteit in de desbetreffende betrokken staat waarin wordt bevestigd dat: a. de titel op het grondgebied van de betrokken staat dezelfde rechtsgeldigheid heeft als titels na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde die door de bevoegde autoriteit van de betrokken staat worden afgegeven, en b. de bezitter van de titel de werkzaamheden van dierenarts gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend. 3 Voor zover het Estland betreft wordt, in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, in de verklaring bevestigd dat de bezitter van de titel de werkzaamheden van dierenarts gedurende ten minste vijf opeenvolgende jaren tijdens de zeven jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 Aanvraag registratie#
Artikel 4.9 Aanvraag registratie artikel 4.5 artikelen 4.6 4.7 4.8 Een aanvraag tot registratie door dierenartsen wier opleiding voldoet aan, dan wel ten aanzien van wie een uitzondering als bedoeld in de,ofvan toepassing is, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 01-01-2017
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 Documenten bij de aanvraag#
Artikel 4.10 Documenten bij de aanvraag 1 artikel 4.9 Een aanvraag als bedoeld in, omvat: a. artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van het besluit de gegevens, bedoeld in; b. gegevens betreffende de beroepsuitoefening, en c. artikel 4.5 artikelen 4.6 4.7 4.8 de door een betrokken staat verleende titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde die voldoet aan de eisen in, dan wel de,of; d. een document niet ouder dan drie maanden, waaruit blijkt dat ten aanzien van degene die de registratie aanvraagt geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is, op grond waarvan hij zijn rechten tot de uitoefening van de diergeneeskunde in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend heeft verloren. 2 Indien het document, bedoeld in het eerste lid, onder d, niet wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten, wordt dit vervangen door een attest afgegeven door een bevoegde gerechtelijke autoriteit, een andere bevoegde overheidsautoriteit, een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in het betreffende land waaruit blijkt dat betrokkene tegenover die instantie of functionaris onder ede, dan wel plechtig, heeft verklaard dat ten aanzien van hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid, onder d. 3 Voor zover betrokkene voldoende aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is een document of attest als bedoeld in het eerste lid, onder d, of het tweede lid te verstrekken, wordt hij in de gelegenheid gesteld een eigen verklaring over te leggen inhoudende dat tegen hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid, onder d. 4 Van een bewijsstuk als bedoeld in het eerste lid, onder c of d, of van het attest, bedoeld in het tweede lid, kan een kopie worden verstrekt die is gewaarmerkt door het bevoegd gezag of door een notaris. 5 Richtlijn 2005/36/EG De titel, bedoeld in het eerste lid, onder c, is gesteld, dan wel door een beëdigd vertaler vertaald, in de taal waarin de getuigschriften zijn weergegeven in bijlage V van de. Het document, bedoeld in het tweede lid, onder d, of het attest, bedoeld in het tweede lid, zijn gesteld, dan wel door een beëdigd vertaler vertaald, in het Nederlands, Engels of Duits. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 Aanvraag erkenning van beroepskwalificaties#
Artikel 4.11 Aanvraag erkenning van beroepskwalificaties 1 artikel 4.5 artikel 4.6 4.7 4.8 artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Migrerende beroepsbeoefenaars die beschikken over een door betrokken staat verleende titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde die niet voldoet aan de eisen, bedoeld in, en ten aanzien van wie evenmin een uitzondering als bedoeld in,ofvan toepassing is of over een opleidingstitel, onder 2˚, als bedoeld in, worden niet geregistreerd dan nadat door de minister erkenning van beroepskwalificaties is verleend tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen. 2 artikelen 3.4 3.5 3.6 3.7 Met betrekking tot een aanvraag tot erkenning van beroepskwalificaties door een persoon , als bedoeld in het eerste lid, zijn de,,envan overeenkomstige toepassing. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 Aanvraag toelating#
Artikel 4.12 Aanvraag toelating 1 Richtlijn 2005/36/EG artikelen 3.8 3.9 3.10 Op een aanvraag tot toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen in de volle omvang door personen die geen beroep op dekunnen doen zijn de,envan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 3.9, eerste lid, onder c Richtlijn 2005/36/EG Het in, bedoelde getuigschrift is verstrekt ter afsluiting van een opleiding als dierenarts die naar het oordeel van de minister in ieder geval voldoet aan de in artikel 38 vangestelde eisen. 2020 27044 18-05-2020 04-05-2020 WJZ/20010076 2020 27044 18-05-2020 04-05-2020 WJZ/20010076 19-05-2020
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 Advisering toelating#
Artikel 4.13 Advisering toelating artikelen 4.11 4.12 artikelen 3.6 3.7 3.10 De Minister vraagt voordat hij een besluit neemt op een aanvraag als bedoeld in deof, aan de commissie advies. De commissie betrekt bij haar advies de noodzaak van het afleggen van een proeve van bekwaamheid respectievelijk van een aanpassingsstage als bedoeld in de,en. 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 01-01-2022
Artikel 4.14 — Artikel 4.14#
Artikel 4.14 Artikel 3.12 artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is van overeenkomstige toepassing voor een dienstverrichter als bedoeld invoor wat betreft de uitoefening van de diergeneeskunde in haar volle omvang. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 Wijziging van bij de registratie verstrekte gegevens#
Artikel 4.15 Wijziging van bij de registratie verstrekte gegevens Artikel 3.11 is van overeenkomstige toepassing voor het doorgeven van wijziging in gegevens als bedoeld in dit hoofdstuk. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 Elektronische handtekening#
Artikel 4.16 Elektronische handtekening Artikel 3.13 is van overeenkomstige toepassing voor aanvragen als bedoeld in dit hoofdstuk. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 4.17a — Artikel 4.17a Instelling en taak#
Artikel 4.17a Instelling en taak 1 Er is een Commissie buitenslands gediplomeerde diergeneeskundigen. 2 De commissie heeft tot taak de Minister van advies te dienen over: a. de aanvraag tot: 1°. artikel 3.4, eerste lid erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in; 2°. artikel 3.8 toelating als bedoeld in; 3°. artikel 4.11 erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in; 4°. artikel 4.12 toelating als bedoeld in; b. artikelen 3.6 3.7 of voor de erkenning of toelating, bedoeld in onderdeel a, al dan niet een compenserende maatregel als bedoeld in deennoodzakelijk is; en c. artikelen 3.6 3.7 in geval het advies, bedoeld in onderdeel b, bevestigend is, de aard en inhoud van de compenserende maatregel, bedoeld in deen. 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 01-01-2022
Artikel 4.18a — Artikel 4.18a Samenstelling, benoeming en ontslag#
Artikel 4.18a Samenstelling, benoeming en ontslag 1 De commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, alsmede uit tenminste twee leden-deskundigen per diergeneeskundig beroep. De leden-deskundigen zijn deskundig ter zake van de opleiding tot het desbetreffende beroep of ter zake van de uitoefening van dat beroep. 2 De diergeneeskundige beroepen, bedoeld in het eerste lid, zijn: a. dierenartsen; b. dierenartsassistenten paraveterinair; c. dierenfysiotherapeuten; en d. embryotransplanteurs/-winners. 3 De Minister benoemt en ontslaat de voorzitter en de andere leden van de commissie. 4 De leden worden voor een periode van vier jaar benoemd, na afloop waarvan zij één maal voor een periode van maximaal vier jaar kunnen worden herbenoemd. De zittingsduur van een tussentijds benoemd lid eindigt op het tijdstip waarop de zittingsduur van degene in wiens plaats hij is benoemd, eindigt. 5 De leden, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, worden niet benoemd dan nadat de Minister een organisatie die naar zijn oordeel voldoende representatief is voor de instellingen die opleiden tot het desbetreffende beroep onderscheidenlijk voor de beoefenaren van dat beroep, heeft uitgenodigd binnen een door hem aan te geven termijn een voordracht tot benoeming te doen en deze voordracht is gedaan, onderscheidenlijk de termijn voor het doen van een voordracht is verstreken. 6 De Minister benoemt voor de voorzitter en voor elk van de andere leden een plaatsvervanger. Zij worden door de Minister ontslagen. 7 De voorzitter, de leden en plaatsvervangende leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden door de Minister worden geschorst of ontslagen. 8 De Minister kan één of meer ambtenaren aanwijzen als adviserend lid van de commissie. 9 De Minister voorziet in een secretariaat van de commissie. 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 01-01-2022
Artikel 4.19a — Artikel 4.19a Advies#
Artikel 4.19a Advies Een advies van de commissie bevat de gronden waarop het berust. 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 01-01-2022
Artikel 4.20a — Artikel 4.20a Werkwijze#
Artikel 4.20a Werkwijze 1 hoofstukken 2 3 4 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en in de,envan deze regeling. 2 De commissie kan externe deskundigen raadplegen. 3 artikel 4.18A, eerste lid De commissie beraadslaagt en brengt advies uit in de overeenkomstig, voor het desbetreffende beroep bedoelde samenstelling. 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 01-01-2022
Artikel 4.21a — Artikel 4.21a Vergoeding#
Artikel 4.21a Vergoeding Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies Op de werkzaamheden van de voorzitter en de leden is hetvan toepassing. 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 2021 45470 05-11-2021 03-11-2021 WJZ/21164745 01-01-2022
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Richtlijn 96/22/EG Gebruik stof als bedoeld in bijlage II bij#
Artikel 5.1 Richtlijn 96/22/EG Gebruik stof als bedoeld in bijlage II bij Richtlijn 96/22/EG Indien een diergeneesmiddel een stof bevat als bedoeld in bijlage II bij, waarvan toepassing is toegestaan op grond van artikel 4 van die richtlijn, verstrekt de dierenarts aan de houder de volgende gegevens: a. het doel van de behandeling; en b. de wijze van toediening van het diergeneesmiddel. 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 01-01-2023
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Verstrekken gegevens over toegepast voorschriftplichtig diergeneesmiddel aan houder van voedselproducerende dieren#
Artikel 5.2 Verstrekken gegevens over toegepast voorschriftplichtig diergeneesmiddel aan houder van voedselproducerende dieren verordening (EU) nr. 2019/6 Een dierenarts die een voorschriftplichtig diergeneesmiddel zelf toepast, verstrekt aan de houder van een voedselproducerend dier de gegevens, bedoeld in artikel 108, tweede lid, van. 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 01-01-2023
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Aantekening door de dierenarts in administratie houder van dieren#
Artikel 5.3 Aantekening door de dierenarts in administratie houder van dieren Vervallen 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Informatie van de dierenarts aan de houder van dieren#
Artikel 5.4 Informatie van de dierenarts aan de houder van dieren Vervallen 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Voorschrijven diergeneesmiddel#
Artikel 5.5 Voorschrijven diergeneesmiddel Vervallen 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Dierenarts uit een andere EER-lidstaat of Zwitserland#
Artikel 5.6 Dierenarts uit een andere EER-lidstaat of Zwitserland Vervallen 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 Administratie dierenarts substantie voor paardachtigen#
Artikel 5.7 Administratie dierenarts substantie voor paardachtigen Vervallen 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 Voorwaarden gevoeligheidsbepaling#
Artikel 5.8 Voorwaarden gevoeligheidsbepaling 1 artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet artikel 5.7, eerste lid, van het besluit Diergeneesmiddelen die werkzame stoffen bevatten behorende tot de groep van derde en vierde generatie cefalosporinen en fluoroquinolonen en geneesmiddelen waarvoor een handelsvergunning als bedoeld inis verleend en welke een antimicrobiële werking bezitten, worden aangewezen als diergeneesmiddelen, bedoeld in. 2 artikel 8.44 van de wet De gevoeligheidsbepaling wordt uitgevoerd in overeenstemming met de eisen die ingevolge de geldende goede veterinaire praktijken, waaronder gidsen voor goede praktijken als bedoeld in, aan een betrouwbare gevoeligheidsbepaling worden gesteld. 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 01-01-2023
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 Begripsbepalingen#
Artikel 5.9 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: – EAN-code: European Article Numbering code; – kalf: rund dat bestemd is voor de productie van vlees en dat ouder is dan veertien dagen en niet ouder is dan twaalf maanden; – konijn: konijn dat bestemd is voor de fokkerij of de productie van vlees; – koppel: groep dieren met dezelfde gezondheidsstatus die in dezelfde stal of binnen dezelfde ruimte worden geplaatst of gehouden en die een epidemiologische eenheid vormen; – rund: rund dat bestemd is voor de productie van melk of vlees, niet zijnde een kalf. 2015 37615 30-10-2015 24-10-2015 WJZ/15134294 2015 37615 30-10-2015 24-10-2015 WJZ/15134294 01-01-2016
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 Gevallen waarin melding wordt gedaan#
Artikel 5.10 Gevallen waarin melding wordt gedaan artikel 5.8, eerste lid, van het besluit De melding, bedoeld in, wordt gedaan van het voorschrijven ten behoeve van de aflevering van antimicrobiële diergeneesmiddelen voor toepassing bij en van de toepassing van antimicrobiële diergeneesmiddelen bij: a. kippen of kalkoenen, indien de houder van deze dieren 250 of meer kippen of kalkoenen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren; b. runderen, indien de houder van deze dieren 5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees; c. kalveren, indien de houder van deze dieren 5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees; d. varkens, indien de houder van deze dieren 5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees; e. konijnen, indien de houder van deze dieren 250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees; f. geiten, indien de houder van deze dieren 25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees. 2021 10556 03-03-2021 26-02-2021 WJZ/20245904 2021 10556 03-03-2021 26-02-2021 WJZ/20245904 01-04-2021
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 Bij de melding te verstrekken gegevens#
Artikel 5.11 Bij de melding te verstrekken gegevens 1 artikel 5.8, eerste lid, van het besluit Bij de melding, bedoeld in, worden de volgende gegevens verstrekt: a. artikel 4.1, eerste lid, van de wet artikel 4.3, eerste lid, van de wet de naam van de dierenarts of een andere persoon als bedoeld in, die het diergeneesmiddel heeft afgeleverd of toegepast en het nummer waaronder hij is opgenomen in het register, bedoeld in; b. de naam en het adres van de houder van dieren aan wie het diergeneesmiddel is afgeleverd of bij wiens dieren het diergeneesmiddel is toegepast en het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, of het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dat aan de inrichting waarop de dieren worden gehouden is toegekend, dat aan hem is toegekend; c. de datum van aflevering of toepassing van het diergeneesmiddel; d. de naam en het registratienummer van het diergeneesmiddel; e. indien beschikbaar, de EAN-code van het diergeneesmiddel; f. de afgeleverde of toegepaste hoeveelheid van het diergeneesmiddel; g. de diersoort, diercategorie, subcategorie en leeftijdscategorie, ten behoeve waarvan het diergeneesmiddel is afgeleverd of waarbij het diergeneesmiddel is toegepast. 2 Indien de melding wordt gedaan ten aanzien van een diergeneesmiddel dat bij kippen of kalkoenen wordt toegepast, worden per koppel tevens de volgende gegevens verstrekt: a. artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren het unieke subregistratienummer, bedoeld in, dat aan de inrichting is toegekend voor het doel waarvoor het koppel wordt gehouden; b. de aanduiding van de stal waarin het koppel wordt gehouden; c. de indruk van de gezondheidssituatie van de dieren; d. de klinische diagnose. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5.12 — Artikel 5.12 Termijn voor de melding#
Artikel 5.12 Termijn voor de melding 1 artikel 4.1, eerste lid, van de wet artikel 5.8, eerste lid, van het besluit De dierenarts of een andere persoon als bedoeld in, doet de melding, bedoeld in, binnen twee weken na de dag waarop hij het diergeneesmiddel heeft afgeleverd of toegepast. 2 Indien het diergeneesmiddel wordt toegepast bij kalkoenen, wordt de melding, in afwijking van het eerste lid, gedaan binnen twee weken na afvoer van de dieren van de locatie waar de dieren worden gehouden. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 5.13 — Artikel 5.13 Opstellen bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan#
Artikel 5.13 Opstellen bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan artikel 5.9, eerste lid, van het besluit artikel 1.28, eerste lid, van het Besluit houders van dieren Een dierenarts stelt het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan, bedoeld in, op op basis van de specifieke situatie op het bedrijf van de houder, bedoeld in. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 5.14 — Artikel 5.14 Eisen bedrijfsgezondheidsplan#
Artikel 5.14 Eisen bedrijfsgezondheidsplan 1 Het bedrijfsgezondheidsplan bevat: a. artikel 4.3, eerste lid, van de wet de naam van de dierenarts die het plan heeft opgesteld en het nummer waaronder hij is opgenomen in het register, bedoeld in; b. de naam van de houder voor wie het plan wordt opgesteld; c. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, of het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035 dat aan de inrichting waarop de dieren worden gehouden is toegekend; d. de datum van opstellen van het plan; e. de diersoort en diercategorie; f. een analyse van de diergezondheidssituatie van de dieren en de inzet van diergeneesmiddelen bij deze dieren; g. een overzicht van maatregelen die worden getroffen ter verbetering van de diergezondheidssituatie van de dieren, waaronder in ieder geval maatregelen gericht op vermindering van de toepassing van antimicrobiële middelen bij de dieren, aan welke maatregelen een uitvoeringstermijn wordt verbonden. 2 Het bedrijfsgezondheidsplan wordt door de dierenarts en de houder ondertekend. 3 Het eerste lid, onderdelen f en g, is niet van toepassing op het opstellen van het bedrijfsgezondheidsplan voor een houder van ander pluimvee dan kippen of kalkoenen. 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 01-04-2025
Artikel 5.15 — Artikel 5.15 Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan pluimvee#
Artikel 5.15 Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan pluimvee 1 artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van pluimvee, bevat het plan tevens het uniek subregistratienummer, bedoeld in. 2 artikel 5.14, onderdeel f Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat de analyse, bedoeld in, ten minste de volgende onderdelen: a. reiniging en ontsmetting; b. voer; c. drinkwater; d. klimaat; e. technische resultaten van de dieren, waaronder uitval, voederconversie en groei; f. strooisel; g. aangevoerde dieren; h. hakdermatitis; i. voetzoollaesies; j. bezettingsdichtheid; k. uitladen. 3 Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van pluimvee bevat het plan tevens een bioveiligheidsplan. Het bioveiligheidsplan gaat in op de getroffen en te nemen biobeveiligingsmaatregelen met betrekking tot: a. hygiënezones; b. plaagdieren en wilde vogels; c. bezoekers en personeel; d. voertuigen en materialen; e. aan- en afvoer van dieren, mest en kadavers; f. reiniging en desinfectie van het bedrijfsterrein, stallen en inventaris; g. in het geval dat de houder eieren produceert: gebruikt materiaal, ruimtes, reiniging en desinfectie; h. uitloop van pluimvee; en i. andere risico’s voor de bioveiligheid en zoönosen met betrekking tot het bedrijf of de bedrijfsvoering. 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 01-04-2025 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 5.16 — Artikel 5.16 Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan kalveren#
Artikel 5.16 Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan kalveren artikel 5.14, onderdeel f Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kalveren, omvat de analyse, bedoeld in, ten minste de volgende onderdelen: a. verteringsproblemen; b. luchtwegaandoeningen; c. uitval. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 5.17 — Artikel 5.17 Eisen bedrijfsbehandelplan#
Artikel 5.17 Eisen bedrijfsbehandelplan Het bedrijfsbehandelplan bevat: a. artikel 4.3, eerste lid, van de wet de naam van de dierenarts die het plan heeft opgesteld en het nummer waaronder hij is opgenomen in het register, bedoeld in; b. de naam van de houder voor wie het plan wordt opgesteld; c. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, of het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035 dat aan de inrichting waarop de dieren worden gehouden is toegekend; d. de datum van opstellen van het plan; e. een overzicht dat specifiek is voor een bedrijf, waarin aandoeningen en ziektes zijn opgenomen die voorkomen of waarvan het aannemelijk is dat deze voor kunnen komen bij de dieren en waarbij is weergegeven op welke wijze de aandoeningen en ziektes worden behandeld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5.18 — Artikel 5.18 Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan kippen en kalkoenen#
Artikel 5.18 Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan kippen en kalkoenen 1 artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, bevat het plan ook het unieke subregistratienummer, bedoeld in, dat aan de inrichting is toegekend voor het doel waarvoor het koppel wordt gehouden. 2 artikel 5.17, onderdeel e Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat het overzicht, bedoeld in, ten minste de volgende onderdelen: a. vaccinatieschema’s; b. afspraken over het beoordelen van de effectiviteit van een behandeling. 3 artikel 5.17, onderdeel e Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat het overzicht, bedoeld in, per behandeling van een ziekte of aandoening ten minste de volgende onderdelen: a. naam en registratienummer van het diergeneesmiddel; b. de noodzaak tot het uitvoeren van een bacteriologisch onderzoek of gevoeligheidsbepaling. 4 In afwijking van het derde lid kunnen de gegevens, genoemd in het derde lid, onderdeel a, worden vervangen door de werkzame stof, mits de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in een bijlage bij het plan, bedoeld in het derde lid, worden opgenomen. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5.19 — Artikel 5.19 Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan runderen#
Artikel 5.19 Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan runderen artikel 5.17, onderdeel e Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van runderen, omvat het overzicht, bedoeld in, per behandeling van een ziekte of aandoening ten minste de volgende onderdelen: a. naam en registratienummer van het diergeneesmiddel; b. dosering; c. toedieningswijze; d. toedieningsfrequentie; e. behandelduur; f. wachttijden. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 5.20 — Artikel 5.20 Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan kalveren#
Artikel 5.20 Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan kalveren artikel 5.17, onderdeel e Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kalveren, omvat het overzicht, bedoeld in, een behandeling met maximaal vier in voorkeursvolgorde weergegeven werkzame stoffen van ten minste de volgende ziektes of aandoeningen: a. diarree; b. luchtweginfectie; c. gewrichtsontsteking; d. navelontsteking; e. oorontsteking; f. ectoparasieten. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 5.21 — Artikel 5.21 Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan varkens#
Artikel 5.21 Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan varkens 1 artikel 5.17, onderdeel e Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van varkens, omvat het overzicht, bedoeld in, ten minste de volgende onderdelen: a. per behandeling van een ziekte of aandoening: 1°. naam en registratienummer van het diergeneesmiddel; 2°. dosering; 3°. behandelduur; 4°. wachttijden. b. vaccinatieschema’s. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen de gegevens, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden vervangen door de werkzame stof, mits de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in een bijlage bij het plan, bedoeld in het eerste lid, worden opgenomen. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 5.22 — Artikel 5.22 Evaluatie bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan#
Artikel 5.22 Evaluatie bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan 1 artikel 1.28, eerste lid, van het Besluit houders van dieren De dierenarts die het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan heeft opgesteld, evalueert deze plannen jaarlijks in overleg met de houder, bedoeld in, en past de plannen, indien nodig, aan. 2 De dierenarts maakt een verslag van de evaluatie. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Vergoedingen leden veterinair tuchtcollege#
Artikel 6.1 Vergoedingen leden veterinair tuchtcollege 1 Aan de voorzitter van het veterinair tuchtcollege wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op 20% van het maximum overeenkomstig schaal 15 als overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2 Aan de overige leden en hun plaatsvervangers van het veterinair tuchtcollege wordt een vergoeding per eindbeslissing toegekend van € 95. 2019 66768 11-12-2019 06-12-2019 WJZ/19226749 2019 66768 11-12-2019 06-12-2019 WJZ/19226749 01-01-2020
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Vergoeding leden veterinair beroepscollege#
Artikel 6.2 Vergoeding leden veterinair beroepscollege 1 Aan de voorzitter van het veterinair beroepscollege wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op 10% van het maximum overeenkomstig schaal 17 als overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2 Aan de overige leden en hun plaatsvervangers van het veterinair beroepscollege wordt een vergoeding per eindbeslissing toegekend van € 95. 2019 66768 11-12-2019 06-12-2019 WJZ/19226749 2019 66768 11-12-2019 06-12-2019 WJZ/19226749 01-01-2020
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Vergoedingen bijzondere omstandigheden#
Artikel 6.3 Vergoedingen bijzondere omstandigheden 1 artikelen 6.1, tweede lid 6.2, tweede lid Indien een bij het veterinair tuchtcollege of het veterinair beroepscollege aanhangig gemaakte zaak vijf werkdagen of minder voorafgaand aan de zitting wordt ingetrokken, wordt aan de personen bedoeld in de, en, een vergoeding toegekend van € 50. 2 artikelen 6.1, tweede lid 6.2, tweede lid Aan personen als bedoeld in de, en, tegen wie vijf werkdagen of minder voorafgaand aan de zitting een wrakingsverzoek wordt ingediend, wordt een vergoeding toegekend van € 50 indien het wrakingsverzoek is toegewezen. 3 artikelen 6.1, tweede lid 6.2, tweede lid Aan personen als bedoeld in de, en, tegen wie op of na de zitting een wrakingsverzoek wordt ingediend, wordt een vergoeding toegekend van € 80 indien het wrakingsverzoek wordt toegewezen. 4 artikelen 6.1, tweede lid 6.2, tweede lid Aan personen als bedoeld in de, en, die tijdens de behandeling van een zaak een verschoningsverzoek hebben gedaan en in die zaak worden vervangen, wordt een vergoeding toegekend van € 50. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Declaratietermijn#
Artikel 6.4 Declaratietermijn artikelen 6.1 6.2 6.3 artikel 1 Degene die op grond van de,, enin aanmerking komt voor een vergoeding dient daarvoor binnen drie maanden na de datum van de eindbeslissing, bedoeld in, een declaratie in bij de minister. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 Vergoeding reis- en verblijfkosten#
Artikel 6.5 Vergoeding reis- en verblijfkosten Aan de voorzitter, de overige leden en hun plaatsvervangers worden reis- en verblijfskosten toegekend overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn op basis van declaratie achteraf. 2019 66768 11-12-2019 06-12-2019 WJZ/19226749 2019 66768 11-12-2019 06-12-2019 WJZ/19226749 01-01-2020
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Regeling diergeneesmiddelen Wijziging#
Artikel 7.1 Regeling diergeneesmiddelen Wijziging Wijzigt de Regeling diergeneesmiddelen. 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 2014 17425 25-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101632 01-07-2014
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Vrijstelling handmatig identificeren varkens met een merk#
Artikel 7.2 Vrijstelling handmatig identificeren varkens met een merk Vervallen 2025 18914 30-05-2025 26-05-2025 WJZ/97481018 2025 18914 30-05-2025 26-05-2025 WJZ/97481018 01-07-2025
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 Vrijstelling snavelbehandeling pluimvee#
Artikel 7.3 Vrijstelling snavelbehandeling pluimvee 1 artikel 2.8, eerste lid, van de wet artikel 2.7, eerste lid, van het besluit Van het verbod, bedoeld inen voor zover wordt voldaan aan, wordt tot 1 januari 2019 vrijstelling verleend voor het verkorten van de boven- of ondersnavel bij kalkoenen en kippen, mits: a. de ingreep is verricht wanneer het dier jonger is dan tien dagen; b. de ingreep dient ter voorkoming van pikkerij en kannibalisme; c. het dier gehouden wordt of aantoonbaar bestemd is om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarin de kippen of kalkoenen zich vrijelijk over de vloer van de stal of op en naar verschillende niveaus van de stal kunnen bewegen of in een aangepast kooihuisvestingssysteem, en d. gebruik gemaakt wordt van de infraroodmethode om de snavels te verkorten, met uitzondering van de gevallen waarin het dier is geïmporteerd en waarvan in het land van herkomst de snavel niet is verkort of het dier nakomeling is van een jong moederdier. 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt de vrijstelling voor: a. dieren die dienen als moederdieren van trager groeiende vleeskuikens tot 1 september 2026; en b. dieren die dienen als legouderdieren of (over)grootouderdieren, eendagskuikens van kippen bestemd voor de export of kalkoenen tot 1 september 2028. 3 In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt de vrijstelling voor pluimvee dat op moment van inwerkingtreding van deze regeling wordt gehouden in verandastallen met geïntegreerde plastic voerpannen, tot 1 januari 2027. 2023 18697 07-07-2023 03-07-2023 WJZ/30502399 2023 18697 07-07-2023 03-07-2023 WJZ/30502399 01-09-2023
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 Vrijstelling vriesbranden runderen#
Artikel 7.4 Vrijstelling vriesbranden runderen 1 artikel 2.8, eerste lid, van de wet artikel 2.7, tweede lid, van het besluit artikel 2.6, onderdeel d, van het besluit Van het verbod, bedoeld inenwordt, voor zover aan het eerste lid van laatstbedoeld artikel wordt voldaan, aan de houder van runderen vrijstelling verleend voor het verrichten van de ingreep, bedoeld inbij runderen, naast de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voorgeschreven of toegestane identificatie-ingrepen. 2 De houder van de runderen is slechts vrijgesteld indien de ingreep vóór 1 juni 2019 deel uitmaakte van zijn bedrijfsvoering en hij zich daartoe vóór 1 augustus 2019 bij de minister aanmeldt met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel. 3 De vrijstelling heeft betrekking op de door de houder op zijn bedrijf, met het daaraan toegewezen UBN, gehouden runderen. 4 De vrijstelling vervalt bij overdracht of een andere wijziging in de juridische vorm of structuur van het bedrijf. 5 De vrijstelling is niet van toepassing op runderen die zijn geboren na 31 december 2024. 6 De vrijstelling geldt tot 1 januari 2027. 2022 34337 20-12-2022 15-12-2022 WJZ/22566991 2022 34337 20-12-2022 15-12-2022 WJZ/22566991 21-12-2022
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 Vrijstelling elektronische identificatie runderen#
Artikel 7.5 Vrijstelling elektronische identificatie runderen artikel 2.8, eerste lid, van de wet artikel 2.7, tweede lid, van het besluit artikel 2.6, onderdelen b en c, van het besluit Van het verbod, bedoeld inenwordt, voor zover aan het eerste lid van laatstbedoeld artikel wordt voldaan, vrijstelling verleend voor het verrichten van ten hoogste twee lichamelijke ingrepen bedoeld inwanneer onder toepassing van artikel 38 van verordening (EU) nr. 2019/2035 de conventionele oormerken worden vervangen door een nieuw conventioneel oormerk en een elektronisch merk, naast de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voorgeschreven of toegestane identificatie-ingrepen. 2025 18914 30-05-2025 26-05-2025 WJZ/97481018 2025 18914 30-05-2025 26-05-2025 WJZ/97481018 01-07-2025
Artikel 7.6 — Artikel 7.6 Vrijstelling behandeling achterste teen hanen#
Artikel 7.6 Vrijstelling behandeling achterste teen hanen artikel 2.8, eerste lid, van de wet artikel 2.7, eerste lid, van het besluit Van het verbod, bedoeld inwordt voor zover wordt voldaan aan, tot 1 juli 2028 vrijstelling verleend voor het verwijderen van een deel van de achterste teen bij mannelijke kippen, mits: a. het dier niet ouder is dan twee dagen, en b. het dier bestemd is voor de fokkerij waarbij nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor menselijke consumptie. 2025 18914 30-05-2025 26-05-2025 WJZ/97481018 2025 18914 30-05-2025 26-05-2025 WJZ/97481018 01-07-2025
Artikel 7.7 — Artikel 7.7 Identificatie van de houder bij aanbrengen injecteerbare transponder bij een hond#
Artikel 7.7 Identificatie van de houder bij aanbrengen injecteerbare transponder bij een hond Voordat een injecteerbare transponder bij een hond wordt aangebracht, identificeert de houder van de hond zich bij aanbrenger van de injecteerbare transponder met het registratienummer van de houder. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 7.8 — Artikel 7.8 Registraties door de aanbrenger van de injecteerbare transponder#
Artikel 7.8 Registraties door de aanbrenger van de injecteerbare transponder 1 artikel 2.9, eerste lid, van het besluit De registratie, bedoeld in, wordt gedaan binnen een week nadat de injecteerbare transponder bij het dier is aangebracht. 2 Bij de registratie wordt vermeld: a. de datum waarop de injecteerbare transponder is aangebracht; b. de identificatiecode van het dier; c. artikel 2.9, derde lid, van het besluit het nummer dat degene die de injecteerbare transponder heeft aangebracht heeft verkregen bij de registratie, bedoeld in; en d. het praktijkadres van degene die de injecteerbare transponder heeft aangebracht. 3 artikel 2.9 van het besluit In afwijking van het eerste lid wordt de registratie, bedoeld in, gedaan binnen twee werkdagen indien het dier een hond betreft. Bij de registratie van een hond wordt in aanvulling op het tweede lid vermeld: a. dat de registratie een hond betreft; en b. het registratienummer van de houder van de hond. 4 Bij de registratie van een paardachtige wordt in aanvulling op het tweede lid de diersoort vermeld. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 7.9 — Artikel 7.9 Registratie van de aanbrenger van injecteerbare transponders bij de minister#
Artikel 7.9 Registratie van de aanbrenger van injecteerbare transponders bij de minister 1 artikel 2.9, derde lid, van het besluit Bij de registratie, bedoeld in, wordt vermeld: a. naam, adres en burgerservicenummer van degene die de registratie doet; b. het adres of de adressen waarop de degene die de registratie doet injecteerbare transponders geleverd krijgt; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister; en d. artikel 8b.9 van de Regeling houders van dieren gegevens waaruit blijkt dat degene die de registratie doet beroepsmatig met een zekere regelmaat injecteerbare transponders aanbrengt als bedoeld in. 2 artikel 38t, eerste lid verordening (EU) 262/2015 Indien degene die de registratie doet injecteerbare transponders aanbrengt bij paardachtigen, wordt in aanvulling op het eerste lid het registratienummer vermeld dat is verkregen van een instantie waaraan de minister mandaat en machtiging heeft verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met, voor paardachtigen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Inwerkingtreding#
Artikel 8.1 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014. 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 01-01-2026 Voorheen art. 8.2.
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 Citeertitel#
Artikel 8.2 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling diergeneeskundigen. 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 01-01-2026 Voorheen art. 8.3.
Artikel 2.2#
artikelen 2.2 tot en met 2.10