Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 22 september 2014, nr. 2014-0000503977, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie in de vorm van een lening aan verhuurders ten behoeve van het treffen van voorzieningen aan woningen (Regeling fonds energiebesparing huursector)
- BWB-id
- BWBR0035608
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2018-05-30 t/m 2018-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035608
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-fonds-energiebesparing-huursector
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-fonds-energiebesparing-huursector/2018-05-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035608&g=2018-05-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035608&z=2026-06-06&g=2018-05-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035608/2018-05-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-fonds-energiebesparing-huursector
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. verhuurder: een rechtspersoon die een of meer voor verhuur bestemde woningen in eigendom heeft; b. woningcorporatie: artikel 70 van de Woningwet een toegelaten instelling als bedoeld in; c. woning: een gebouwde onroerende zaak, met inbegrip van de onroerende aanhorigheden, voor zover deze bestemd is om als zelfstandige woonruimte te worden verhuurd, tenzij het een woning betreft waarin het een huurder niet is toegestaan om zijn hoofdverblijf te hebben; d. maximale huurgrens: artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag het bedrag, genoemd in; e. project: artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid een project als bedoeld in, of; f. artikel 2, vierde lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen energieklasse: een energieklasse als bedoeld in, zoals die vóór 1 januari 2015 luidde; g. artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen energieprestatiecertificaat: een energieprestatiecertificaat als bedoeld in, zoals dat vóór 1 januari 2015 luidde; h. energie-index: het cijfer dat het energieverbruik aangeeft op basis van de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een woning en dat is vastgesteld en afgegeven door een bedrijf met een geldig NL-EPBD procescertificaat volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, delen 00 en 01; i. minister: de minister voor Wonen en Rijksdienst; j. Kaderbesluit: Kaderbesluit BZK-subsidies het; k. DAEB-Vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C 9380), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; l. BRL 9500: Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief latere wijzigingen; m. EPA-opnemer: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van de ‘EPA-opnemer’ conform bijlage 3 van BRL 9500, deel 01; n. EPA-adviseur: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van de ‘EPA-adviseur’ conform bijlage 2 van BRL 9500, deel 01; o. representativiteit: representativiteit conform BRL 9500, deel 01; p. opnamedatum: de datum waarop een woning ter bepaling van de energie-index door een EPA-opnemer of een EPA-adviseur is bezichtigd en opgenomen. 2015 22304 29-07-2015 23-07-2015 2015-00000415760 2015 22304 29-07-2015 23-07-2015 2015-00000415760 01-09-2015 Artikel IV van Stcrt. 2015/22304 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor subsidie aan woningcorporaties wordt verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor subsidie aan woningcorporaties wordt verstrekt 1 De minister verstrekt aan woningcorporaties subsidie ten behoeve van de uitvoering van projecten. Een project bestaat uit het treffen van voorzieningen aan ten minste vijf bestaande woningen, anders dan het geheel vernieuwen van die woningen, waarbij voor elke woning de energieprestatie verbeterd wordt. De woningen die deel uitmaken van eenzelfde project zijn hetzij uitsluitend woningen onder de maximale huurgrens, hetzij uitsluitend woningen boven de maximale huurgrens. 2 Voor de toepassing van het eerste lid tellen woningen die in de vierentwintig maanden voor de datum van indiening van de subsidieaanvraag niet gedurende ten minste drie maanden als woning zijn verhuurd niet mee. 3 De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een lening met een looptijd van vijftien jaar. 2016 27473 31-05-2016 25-05-2016 2016-0000298302 2016 27473 31-05-2016 25-05-2016 2016-0000298302 01-07-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Activiteiten waarvoor subsidie aan andere verhuurders wordt verstrekt#
Artikel 3 Activiteiten waarvoor subsidie aan andere verhuurders wordt verstrekt 1 De minister verstrekt aan andere verhuurders dan woningcorporaties subsidie ten behoeve van de uitvoering van projecten. Een project bestaat uit het treffen van voorzieningen aan ten minste vijf bestaande woningen, anders dan het geheel vernieuwen van die woningen, waarbij voor elke woning de energieprestatie verbeterd wordt. 2 Voor de toepassing van het eerste lid tellen woningen die in de vierentwintig maanden voor de datum van indiening van de subsidieaanvraag niet gedurende ten minste drie maanden als woning zijn verhuurd niet mee. 3 De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een lening met een looptijd van vijftien jaar. 2016 31851 21-06-2016 14-06-2016 2016-0000337626 2016 31851 21-06-2016 14-06-2016 2016-0000337626 01-07-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafonds#
Artikel 4 Subsidieplafonds 1 artikelen 2 3 Voor de subsidieverstrekking op grond van deengeldt een subsidieplafond van € 2.800.000 voor de periode van 6 oktober 2014 tot en met 30 juni 2018. 2 Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2018 30020 29-05-2018 28-05-2018 2018-0000302839 2018 30020 29-05-2018 28-05-2018 2018-0000302839 30-05-2018 Artikel II van Stcrt. 2018/30020 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5 Hoogte subsidie#
Artikel 5 Hoogte subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste een vierde van de kosten ter uitvoering van het project, maar niet meer dan een bedrag van € 15.000 vermenigvuldigd met het aantal woningen dat het project omvat. 2 Een verhuurder kan op grond van deze regeling ten hoogste € 8.000.000 subsidie ontvangen. 3 artikel 4, derde lid, van het Kaderbesluit artikel 6, vierde lid, van het Kaderbesluit Stimuleringsregeling energieprestatie huursector artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid Onverminderden in afwijking vankan op grond van deze regeling ook subsidie worden verstrekt, indien de activiteiten, bedoeld in, onderscheidenlijk, zijn of worden gesubsidieerd op grond van de. 4 Kaderbesluit BZK-subsidies Op de subsidie zijn in alle gevallen de bepalingen van hetinzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing. 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 06-10-2014
Artikel 6 — Artikel 6 Europees kader#
Artikel 6 Europees kader Indien de verhuurder geen woningcorporatie is, of indien de verhuurder een woningcorporatie is en de aanvraag tot verlening van subsidie betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, wordt de subsidie verstrekt met toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 06-10-2014
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag#
Artikel 7 Aanvraag 1 Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier. 2 artikel 5, tweede lid Een aanvraag heeft betrekking op één project. Een verhuurder kan, onverminderd, meerdere aanvragen indienen. 3 Indien een woning deel uitmaakt van een project waarvoor subsidie is aangevraagd, kan die woning niet tevens deel uitmaken van een ander project waarvoor subsidie op grond van deze regeling is verleend. 4 artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit In afwijking vanbevat de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens, verklaringen en bescheiden: a. het aantal woningen dat deel uitmaakt van het project, alsmede het adres, de postcode en het huisnummer en toevoeging van elk van die woningen; b. per woning die deel uitmaakt van het project de bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geregistreerde energie-index, waarvan de opnamedatum niet meer dan zes maanden ligt voor de datum van de aanvraag tot subsidieverlening; c. per woning die deel uitmaakt van het project de opnamedatum van de energie-index; d. artikel 1, onderdeel c een verklaring waaruit blijkt dat iedere woning die deel uitmaakt van het project een woning is als bedoeld in, en in de vierentwintig maanden voor de datum van indiening van de subsidieaanvraag gedurende ten minste drie maanden als woning is verhuurd; e. indien de verhuurder een woningcorporatie is, een verklaring waaruit blijkt dat alle woningen die deel uitmaken van het project woningen zijn onder de maximale huurgrens dan wel woningen boven de maximale huurgrens; f. per woning de met de subsidie in ieder geval te realiseren energie-index; g. de hoogte van de gevraagde subsidie; h. een opgave van de geraamde totale investeringskosten van het project en een opgave van de geraamde kosten die verbonden zijn aan de verbetering van de energieprestatie van de woningen die deel uitmaken van het project; de opgegeven kosten zijn gebaseerd op een gespecificeerde begroting, die door de minister kan worden opgevraagd; i. een verklaring waaruit blijkt dat de verhuurder een woningcorporatie is of een andere verhuurder; j. een verklaring waaruit blijkt dat geen van de woningen die deel uitmaken van het project reeds deel uitmaken van een ander project waarvoor subsidie is aangevraagd op grond van deze regeling; k. indien de verhuurder geen woningcorporatie is of indien de verhuurder een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, een verklaring dat niet meer subsidie die ingevolge artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie als staatssteun is aan te merken wordt aangevraagd dan op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening ten hoogste kan worden verstrekt; l. Indien de verhuurder een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, of indien de verhuurder geen woningcorporatie is, bevat de aanvraag voorts een verklaring, waaruit blijkt dat de verhuurder al dan niet een grote onderneming is als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening. m. indien van toepassing, het L-nummer van de aanvrager; n. het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken; o. het bankrekeningnummer dat op naam staat van de verhuurder en waarnaar het subsidiebedrag dient te worden overgemaakt; en p. een schriftelijke bevestiging van de directeur of het bestuur van de rechtspersoon die de subsidie aanvraagt dat de energie-index van elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd, is vastgesteld volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, deel 01, die betrekking hebben op de bezichtiging en opname van woningen; q. voor elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd, een verklaring dat de aanvrager beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier, waaruit blijkt dat de opnamedatum overeenkomt met de in de aanvraag vermelde opnamedatum, dan wel over andere bewijsstukken waaruit zulks blijkt; en r. een overzicht van de voorgenomen energiebesparende voorzieningen aan de woningen die onderdeel uitmaken van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 5 Indien de aanvraag is gedaan door of namens een andere verhuurder dan een woningcorporatie kan de minister de aanvrager verzoeken om informatie te verstrekken over de financiële positie van de verhuurder. 6 Indien de aanvrager geen woningcorporatie is of indien de aanvrager een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, kan de minister de aanvrager verzoeken om informatie te verstrekken over de bekostiging van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 7 Stimuleringsregeling energieprestatie huursector Voor zover met betrekking tot de woningen die deel uitmaken van een project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd vóór 6 oktober 2014 tevens subsidie is aangevraagd op grond van de, kan de aanvraag in plaats van de gegevens, genoemd in het vierde lid, onderdelen b en c, met betrekking tot die woningen de energieklasse bevatten, die is opgenomen in een energieprestatiecertificaat, waarvan de opnamedatum na 1 januari 2014 ligt. In dat geval bevat de aanvraag tevens de opnamedatum die op het energieprestatiecertificaat vermeld staat. 8 Indien voor een woning die deel uitmaakt van een project een energieprestatiecertificaat beschikbaar is waarvan de opnamedatum niet meer dan zes maanden ligt voor de datum van de subsidieaanvraag, kan de aanvraag in plaats van de gegevens, genoemd in het vierde lid, onderdelen b en c, voor die woning de energieklasse bevatten, die is opgenomen in het energieprestatiecertificaat. In dat geval bevat de aanvraag tevens de opnamedatum die op het energieprestatiecertificaat vermeld staat. 9 Voor zover ten aanzien van woningen die deel uitmaken van een project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd door de EPA-opnemer of EPA-adviseur gebruik is gemaakt van representativiteit, ligt de opnamedatum van de referentiewoning niet meer dan zes maanden voor de datum van de aanvraag tot subsidieverlening en bevat de aanvraag in afwijking van het vierde lid, onderdeel q: a. een verklaring dat de aanvrager voor elke referentiewoning beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier, waaruit blijkt dat de opnamedatum overeenkomt met de in de aanvraag vermelde opnamedatum, dan wel over andere bewijsstukken waaruit zulks blijkt; en b. een verklaring dat de EPA-opnemer of EPA-adviseur heeft onderbouwd waarom gebruik is gemaakt is van representativiteit. 2016 31851 21-06-2016 14-06-2016 2016-0000337626 2016 31851 21-06-2016 14-06-2016 2016-0000337626 01-07-2016 2016 27473 31-05-2016 25-05-2016 2016-0000298302 2016 27473 31-05-2016 25-05-2016 2016-0000298302 01-07-2016
Artikel 8 — Artikel 8 Afwijzingsgronden#
Artikel 8 Afwijzingsgronden artikelen 12 13 van het Kaderbesluit Onverminderd deenbeslist de minister afwijzend op een aanvraag: a. indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidie tijdig kan worden terugbetaald; of b. indien op basis van de aanvraag wordt beoordeeld dat de te verlenen subsidie minder dan € 75.000 bedraagt. 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 06-10-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Leningsovereenkomst met WSW-borg#
Artikel 9 Leningsovereenkomst met WSW-borg 1 Indien subsidie is gevraagd door of namens een woningcorporatie ten behoeve van een project, waarvan uitsluitend woningen onder de maximale huurgrens deel uitmaken, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na de dagtekening van de beschikking een leningsovereenkomst tot stand is gekomen tussen de Staat, de subsidieontvanger en de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. 2 De leningsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, betreft in ieder geval: a. de hoogte van de lening; b. de looptijd van de lening; c. het rentepercentage over de lening; d. de aflossing, de mogelijkheid tot vervroegde aflossing en de opeisbaarheid van de lening; en e. de borging van de lening door de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 06-10-2014
Artikel 10 — Artikel 10 Leningsovereenkomst zonder WSW-borg#
Artikel 10 Leningsovereenkomst zonder WSW-borg 1 Indien subsidie is gevraagd door of namens een woningcorporatie ten behoeve van een project waarvan uitsluitend woningen boven de maximale huurgrens deel uitmaken, of indien subsidie is gevraagd door of namens een verhuurder die geen woningcorporatie is, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na de dagtekening van de beschikking een leningsovereenkomst tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger. 2 De leningsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, betreft in ieder geval: a. de hoogte van de lening; b. de looptijd van de lening; c. het rentepercentage over de lening; en d. de aflossing, de mogelijkheid tot vervroegde aflossing en de opeisbaarheid van de lening. 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 06-10-2014
Artikel 11 — Artikel 11 Subsidieverplichtingen#
Artikel 11 Subsidieverplichtingen 1 Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is en de subsidie is verleend ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens, is hij verplicht: a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,81 of hoger een energie-index van ten hoogste 0,80 te realiseren; en b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, een energie-index van ten hoogste 0,60 te realiseren. 2 Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is en de subsidie is verleend ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens, of indien de subsidieontvanger geen woningcorporatie is, is hij verplicht: a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,81 of hoger een energie-index van ten hoogste 1,20 te realiseren en b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, een energie-index van ten hoogste 0,80 te realiseren c. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, een energie-index van ten hoogste 0,60 te realiseren. 3 artikel 9, eerste lid artikel 10, eerste lid De subsidieontvanger is verplicht uiterlijk 24 maanden na de datum waarop aan de opschortende voorwaarde, bedoeld in, onderscheidenlijk, is voldaan per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend een nieuwe energie-index bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland te laten registreren. 2014 36878 24-12-2014 12-12-2014 2014-0000667329 2014 36878 24-12-2014 12-12-2014 2014-0000667329 01-01-2015 Artikel III, eerste lid, van Stcrt. 2014/36878 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11a — Artikel 11a Subsidieverplichtingen bij oud energieprestatiecertificaat#
Artikel 11a Subsidieverplichtingen bij oud energieprestatiecertificaat 1 Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is en indien – hij de subsidie vóór 1 januari 2015 heeft aangevraagd ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens, of – artikel 7, achtste lid hij de subsidie ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens heeft aangevraagd met toepassing van, artikel 11, eerste lid is hij, in afwijking van, verplicht: a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60. 2 Indien de subsidieontvanger: – een woningcorporatie is en hij de subsidie vóór 1 januari 2015 heeft aangevraagd ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens, of – artikel 7, achtste lid een woningcorporatie is en hij de subsidie ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens heeft aangevraagd met toepassing van, of – geen woningcorporatie is en hij de subsidie heeft aangevraagd vóór 1 januari 2015, of – artikel 7, achtste lid geen woningcorporatie is en de subsidie heeft aangevraagd met toepassing van, artikel 11, tweede lid is hij, in afwijking van, verplicht: a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 1,20; en b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en c. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse B had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60. 3 artikel 9, eerste lid artikel 10, eerste lid De subsidieontvanger, bedoeld in het eerste en tweede lid, is verplicht uiterlijk 24 maanden na de datum waarop aan de opschortende voorwaarde, bedoeld in, onderscheidenlijk, is voldaan per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend zorg te dragen voor registratie van een nieuwe energie-index bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 4 Voor zover subsidie is verleend vóór 1 januari 2015 wordt de beschikking tot subsidieverlening gewijzigd met inachtneming van het eerste tot en met derde lid. 2014 36878 24-12-2014 12-12-2014 2014-0000667329 2014 36878 24-12-2014 12-12-2014 2014-0000667329 01-01-2015 Artikel III, eerste lid, van Stcrt. 2014/36878 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12 Administratieverplichting woningcorporaties#
Artikel 12 Administratieverplichting woningcorporaties artikel 2, eerste lid Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is, administreert hij de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten, bedoeld in, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie. 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 06-10-2014
Artikel 13 — Artikel 13 Eigendomsoverdracht woningen#
Artikel 13 Eigendomsoverdracht woningen 1 Indien de eigendom van een of meer woningen die deel uitmaken van een project wordt overgedragen voordat de aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, wordt de subsidie ten nadele van de subsidieontvanger evenredig gewijzigd op basis van het aantal woningen waarvan de eigendom niet is overgedragen. 2 De subsidie wordt ingetrokken, indien door toepassing van het eerste lid: a. de subsidie minder dan € 75.000 zou bedragen, of b. het aantal woningen die onderdeel uitmaken van het project en niet in eigendom zijn overgedragen minder dan vijf bedraagt. 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 06-10-2014
Artikel 14 — Artikel 14 Aanvraag tot vaststelling#
Artikel 14 Aanvraag tot vaststelling 1 artikel 11, derde lid 11a, derde lid Indien de verhuurder een woningcorporatie is en hem subsidie is verleend ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens, dient hij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet eerder in dan 22 weken voor afloop van de termijn van 24 maanden, bedoeld in, en. 2 artikel 24, eerste lid, onder b, van het Kaderbesluit De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier. In afwijking vanhoeft deze aanvraag tot subsidievaststelling niet vergezeld te gaan van een controleverklaring. 3 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat in ieder geval: a. artikel 11, derde lid artikel 11a, derde lid een schriftelijke bevestiging van het bestuur van de rechtspersoon waaraan de subsidie is verleend, dat voor elke woning die deel uitmaakt van het project waarvoor subsidie is verleend en waarvoor een nieuwe energie-index als bedoeld in, of, is geregistreerd, die energie-index is vastgesteld volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, deel 01, die betrekking hebben op de bezichtiging en opname van woningen; b. voor zover ter bepaling van de nieuwe energie-index geen gebruik is gemaakt van representativiteit, een verklaring dat de aanvrager voor elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend, beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier dan wel over andere bewijsstukken omtrent de bezichtiging en opname van de woning; c. voor zover ter bepaling van de nieuwe energie-index gebruik is gemaakt van representativiteit, een verklaring dat de aanvrager voor elke referentiewoning beschikt over het door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ondertekende opnameformulier of andere bewijsstukken omtrent de bezichtiging en opname van de referentiewoning en dat de EPA-opnemer of EPA-adviseur heeft onderbouwd waarom gebruik is gemaakt van representativiteit; en d. een overzicht van de energiebesparende voorzieningen die binnen 24 maanden na de datum van de beschikking tot verlening van de subsidie zijn getroffen aan de woningen die deel uitmaken van het project waarvoor subsidie is verleend. 2015 22304 29-07-2015 23-07-2015 2015-00000415760 2015 22304 29-07-2015 23-07-2015 2015-00000415760 01-09-2015 Artikel IV van Stcrt. 2015/22304 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15 — Artikel 15 Vaststelling van de subsidie#
Artikel 15 Vaststelling van de subsidie 1 artikel 11 11a De subsidie wordt vastgesteld op ten hoogste een vierde van de kosten ter uitvoering van het project, maar niet hoger dan het bedrag waarvoor de subsidie is verleend, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de noemer het aantal woningen is dat het project omvat en de teller het aantal woningen die op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling in eigendom zijn van de subsidieontvanger en ten aanzien waarvan voldaan is aan de verplichtingen, genoemd inof. 2 artikel 13, eerste lid artikel 11 11a Indien toepassing is gegeven aan, wordt, in afwijking van het eerste lid, de subsidie vastgesteld op ten hoogste een vierde van de kosten ter uitvoering van het project, maar niet hoger dan het gewijzigde subsidiebedrag, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de noemer het aantal woningen is dat het project omvat, verminderd met het aantal woningen dat voor de datum van indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling in eigendom is overgedragen, en de teller het aantal woningen die op die datum in eigendom zijn van de subsidieontvanger en ten aanzien waarvan voldaan is aan de verplichtingen, genoemd inof. 3 In afwijking van het eerste of tweede lid wordt de subsidie op € 0 vastgesteld indien: a. artikel 13 het aantal woningen die op de datum van indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling in eigendom zijn van de subsidieontvanger en ten aanzien waarvan voldaan is aan de verplichtingen, genoemd in, minder dan vijf bedraagt; of b. de subsidie niet op ten minste € 75.000 kan worden vastgesteld. 2014 36878 24-12-2014 12-12-2014 2014-0000667329 2014 36878 24-12-2014 12-12-2014 2014-0000667329 01-01-2015 Artikel III, eerste lid, van Stcrt. 2014/36878 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a artikel 15 De minister kan vanafwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2014 36878 24-12-2014 12-12-2014 2014-0000667329 2014 36878 24-12-2014 12-12-2014 2014-0000667329 01-01-2015 Artikel III, eerste lid, van Stcrt. 2014/36878 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding 1 artikel 3 Deze regeling treedt, met uitzondering van, in werking met ingang van 6 oktober 2014. 2 Artikel 3 treedt in werking met ingang van 17 november 2014. 3 Deze regeling vervalt op 1 juli 2018. 2018 30020 29-05-2018 28-05-2018 2018-0000302839 2018 30020 29-05-2018 28-05-2018 2018-0000302839 30-05-2018 Artikel II van Stcrt. 2018/30020 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling fonds energiebesparing huursector. 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 2014 27579 03-10-2014 22-09-2014 2014-0000503977 06-10-2014