Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2014, nr. WJZ/14101260, houdende regels met betrekking tot het houden van dieren
- BWB-id
- BWBR0035248
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035248
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-houders-van-dieren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-houders-van-dieren/2026-05-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035248&g=2026-05-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035248&z=2026-06-06&g=2026-05-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035248/2026-05-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-houders-van-dieren
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – beer: geslachtsrijp varken van het mannelijk geslacht, bestemd voor de fokkerij; – besluit: Besluit houders van dieren ; – dierennummer: nummer als bedoeld in artikel 2, onderdeel 35, van verordening (EU) nr. 2019/2035; – eendagskuiken: kip die nog geen 72 uur oud is; – exploitant: exploitant als bedoeld in artikel 4, onderdeel 24, van verordening (EU) nr. 2016/429; – fret: verordening (EU) nr. 2019/2035 dier als bedoeld in artikel 2, onderdeel 3, van; – geautomatiseerd gegevensbestand: bestand als bedoeld in artikel 109, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429; – gelt: geslachtsrijp varken van het vrouwelijk geslacht dat nog niet heeft geworpen, bestemd voor de fokkerij; – hond: dier als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van verordening (EU) nr. 2019/2035; – identificatiecode: code als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van verordening (EU) nr. 2019/2035; – kat: dier als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van verordening (EU) nr. 2019/2035; – koppel: als bedoeld in artikel 2, onderdeel 37, van verordening (EU) nr. 2019/2035; – landdieren: dieren als bedoeld in artikel 4, onderdeel 2, van verordening (EU) nr. 2016/429; – leghen: kip bestemd voor de productie van consumptie-eieren; – minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; – NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; – registratienummer van de houder: artikel 3.29, eerste lid, van het besluit nummer dat de houder heeft verkregen bij de registratie, bedoeld inof bij een andere registratie als bedoeld in artikel 3.29, tweede lid, van het besluit; – reizend circus: circus als bedoeld in artikel 2, onderdeel 34, van verordening (EU) nr. 2019/2035; – relatienummer: uniek nummer dat door de minister is toegekend aan een exploitant van een inrichting waar dieren worden gehouden; – richtlijn 2007/43/EG: richtlijn 2007/43/EG van de Raad van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (PbEU 2007, L 182); – slachtvarken: varken dat bestemd is om te worden geleid naar een slachthuis, dan wel naar een verzamelcentrum vanwaar het varken nog uitsluitend naar een slachthuis mag worden gebracht. – spenen: het blijvend onttrekken van biggen aan een zogende zeug. – vermeerderingsdier: pluimvee bestemd voor de productie van broedeieren; – verordening (EG) nr. 1/2005: verordening (EG) nr. 1/2005 verordening (EG) nr. 1/2005 Richtlijnen 64/432/EEG 93/119/EG Verordening (EG) nr. 1255/97 :van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van deenen(PbEU 2005, L 3); – verordening (EG) nr. 617/2008: verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor broedeieren en kuikens van pluimvee (PbEU 2008, L 168); – verordening (EG) nr. 1255/97: Verordening (EG) nr. 1255/97 Richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 25 juni 1997 betreffende de communautaire criteria voor controlepost(en) en tot aanpassing van het inbedoelde reisschema (PbEG 1997, L 174); – verordening (EU) nr. 999/2001: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEU 2001, L147); – verordening (EU) nr. 1308/2013: verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347); – verordening (EU) nr. 2016/429: verordening (EU) nr. 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (diergezondheidsverordening) (PbEU 2016, L 84); – verordening (EU) 2016/1012: Richtlijnen 89/608/EEG 90/425/EEG verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, deenvan de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij (‘Fokkerijverordening’) (PbEU 2016, L 171); – verordening (EU) 2017/1940: gedelegeerde verordening (EU) 2017/1940 van de Commissie van 13 juli 2017 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de inhoud en vorm van zoötechnische certificaten die worden afgegeven voor raszuivere fokpaarden en –ezels, vervat in een uniek, levenslang geldig identificatiedocument voor paardachtigen (PbEU 2017, L 275); – verordening (EU) nr. 2019/2035: verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314); – verordening (EU) nr. 2020/688: verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsing binnen de Unie van landdieren en broedeieren; – verordening (EU) nr. 2021/520: verordening (EU) 2021/520 van de Commissie van 24 maart 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren (PbEU 2021, L 104); – verordening (EU) nr. 2021/963: verordening (EU) 2021/963 Verordeningen (EU) 2016/429 (EU) 2016/1012 (EU) 2019/6 uitvoeringsvan de Commissie van 10 juni 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de,envan het Europees Parlement en de Raad wat betreft de identificatie en registratie van paardachtigen en tot vaststelling van modelidentificatiedocumenten voor die dieren (PbEU 2021, L 213); – verordening (EU) nr. 2021/2037: uitvoeringsverordening (EU) 2021/2037 Verordening (EU) 2016/429 van de Commissie van 22 november 2021 betreffende uitvoeringsbepalingen voorvan het Europees parlement en de Raad wat vrijstellingen van de verplichtingen inzake de registratie van aquacultuurinrichtingen en de documentatie van exploitanten betreft (PbEU 2021 L 416); – vervoerseenheid: voertuig dat of aanhangwagen, oplegger of container die deel uitmaakt of kan uitmaken van een vervoermiddel; – vleeseend: eend van 72 uur en ouder die wordt opgefokt of wordt gehouden voor de productie van vlees; – vleeskalkoen: kalkoen van 72 uur en ouder die wordt opgefokt of wordt gehouden voor de productie van vlees; – vleeskuiken: kip van 72 uur en ouder die wordt opgefokt of wordt gehouden voor de productie van vlees. 2 hoofdstukken 3a 4, paragraaf 2 5a 5b 5c 6 7 8a Onder inrichting wordt in de,,,,,,, enverstaan: een inrichting als bedoeld in artikel 4, onderdeel 27, van verordening (EU) nr. 2016/429. 3 artikel 5.10, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder d artikel 5.1, eerste en derde lid artikel 7.2, tweede lid, onderdeel e, van de Wet dieren artikelen 1.37, tweede lid 1.39 1.40 1.41 1.48 1.51 1.52 1.53 1.54 1.55 1.56 1.57 1.58 1.59 1.61 2.10a, derde lid 2.27b, eerste en derde lid 2.27h, tweede lid 2.27p, derde lid 2.27q, tweede lid 2.46a, tweede lid 1.61 2.76ib, tweede lid 2.76ic 2.76id, eerste en tweede lid 2.76ie 3.24, derde en vierde lid 4.16 4.18, derde lid, van het Besluit houders van dieren Deze regeling berust mede op, in samenhang met, enen de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en. 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 01-04-2025
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Minister bevoegde instantie EU-verordeningen#
Artikel 1.2 Minister bevoegde instantie EU-verordeningen 1 artikel 6.3, tweede lid, van de wet Onverminderdis de minister bevoegd uitvoering te geven aan een voorschrift van verordening (EG) nr. 1/2005, verordening (EG) nr. 1099/2009, verordening (EU) 2016/1012 en verordening (EG) nr. 617/2008, voor zover die verordening betrekking heeft op handelsnormen voor pluimveekuikens, waarin een tot de overheid behorend orgaan of een door de overheid aangesteld persoon de opdracht geeft, de keuze laat of als ontvanger van informatie aanwijst, indien die uitvoering niet bestaat uit het nemen van een besluit. 2 Het eerste lid is niet van toepassing, indien in deze regeling anders is bepaald. 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 01-11-2018
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Positieflijst (huisdierenlijst)#
Artikel 2.1 Positieflijst (huisdierenlijst) Vervallen 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 01-07-2024
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 De aanvraag#
Artikel 2.2 De aanvraag 1 artikel 2.2, eerste lid, van de wet artikel 4.14, eerste lid, van het besluit Een aanvraag voor aanwijzing van een diersoort of diercategorie als bedoeld inof, dan wel tot intrekking van een aanwijzing als bedoeld in die artikelen, wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar is gesteld. 2 Op de aanvraag wordt binnen een termijn van zes maanden beslist. De Minister kan de beslissing op de aanvraag voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn mededeling gedaan aan de aanvrager, waarbij een termijn wordt genoemd waarbinnen beslist wordt. 3 4:2 4:3a 4:5 4:6 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht De artikelen,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag. 4 Voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 500. 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 01-07-2024
Artikel 2.2a — Artikel 2.2a Wetenschappelijke beoordeling#
Artikel 2.2a Wetenschappelijke beoordeling 1 artikel 2.2 De Minister houdt bij het nemen van een besluit op een aanvraag als bedoeld inrekening met een wetenschappelijke beoordeling van de gevraagde aanwijzing of intrekking ervan. 2 artikel 1.4, eerste lid, van het besluit De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, is opgesteld door een onafhankelijk wetenschappelijk orgaan aan de hand van de criteria, bedoeld in. 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 01-07-2024
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Vrijstelling#
Artikel 2.3 Vrijstelling Vervallen 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 01-07-2024
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Ontheffing#
Artikel 2.4 Ontheffing 1 artikel 2.2, eerste lid, van de wet De aanvraag van een ontheffing van het verbod vanwordt met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier ingediend en bevat ten minste het volgende: a. naam, adres, woonplaats, burgerservicenummer van de aanvrager dan wel het inschrijvingsnummer in het handelsregister als de aanvrager een onderneming is, en het adres van de plaats waar de dieren gehouden worden als dat niet het woonadres van de aanvrager is; b. de redenen waarom de ontheffing wordt gevraagd; c. de omschrijving van het belang dat de aanvrager heeft bij de ontheffing; d. de soort en het aantal dieren waarvoor ontheffing wordt gevraagd; e. een omschrijving van de beschikbare huisvesting en houderijomstandigheden, waarbij wordt aangeduid op welke wijze, gelet op de bekende eigenschappen van de soort, schade aan gezondheid en welzijn van het dier wordt voorkomen; f. de voorgenomen wijze van verzorging. 2 De Minister beoordeelt de aanvraag aan de hand van de gegevens, bedoeld in het eerste lid onder b, c, d, e en f. 3 Indien de onderdelen van de aanvraag, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, b, c of d onjuist zijn of onvoldoende aanleiding geven tot het verlenen van een ontheffing, worden de onderdelen e en f van het eerste lid niet beoordeeld. 4 Voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 100. 5 artikel 14.43, tweede lid, van de Omgevingsregeling In afwijking van het vierde lid is geen retributie verschuldigd indien ten behoeve van het houden van de dieren van de desbetreffende soort of categorie tevens een aanvraag als bedoeld in, is gedaan. 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 2024 13040 01-05-2024 17-04-2024 WJZ/52425677 01-07-2024
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Begripsbepalingen#
Artikel 3.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: – epidemiologische eenheid: epidemiologische eenheid als bedoeld in artikel 4, punt 44, van verordening (EU) nr. 2019/6; – kalf: rund dat bestemd is voor de productie van vlees en dat ouder is dan veertien dagen en niet ouder is dan twaalf maanden; – konijn: konijn dat bestemd is voor de fokkerij of de productie van vlees; – koppel: groep dieren met dezelfde gezondheidsstatus die in dezelfde stal of binnen dezelfde ruimte worden geplaatst of gehouden en die een epidemiologische eenheid vormen; – rund: rund dat bestemd is voor de productie van melk of vlees, niet zijnde een kalf. 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Gevallen waarin melding wordt gedaan#
Artikel 3.2 Gevallen waarin melding wordt gedaan artikel 1.27, eerste lid van het besluit De melding, bedoeld inwordt gedaan van de ontvangst van antimicrobiële diergeneesmiddelen ten behoeve van toepassing bij: a. kippen of kalkoenen indien de houder van deze dieren 250 of meer kippen of kalkoenen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren; b. runderen, indien de houder van deze dieren 5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees; c. kalveren, indien de houder van deze dieren 5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees; d. varkens, indien de houder van deze dieren 5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees; e. konijnen, indien de houder van deze dieren 250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees; f. geiten, indien de houder van deze dieren 25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees. 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Bij de melding te verstrekken gegevens#
Artikel 3.3 Bij de melding te verstrekken gegevens 1 artikel 1.27, eerste lid, van het besluit Bij de melding, bedoeld in, worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam, het adres en de woonplaats van de houder; b. het unieke registratienummer of het unieke erkenningsnummer; c. de diersoort, diercategorie, subcategorie en leeftijdscategorie van de gehouden dieren; d. het gemiddeld aantal dieren per diersoort, diercategorie, subcategorie en leeftijdscategorie dat per dag werd gehouden. 2 Het gemiddeld aantal dieren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt: a. indien het een houder van kippen, kalkoenen of kalveren, en de houder van kalveren een systeem toepast waarbij de kalveren tegelijk worden aangevoerd, opgefokt en afgevoerd, betreft, berekend over de periode vanaf het moment van aanvoer van een koppel dieren tot het moment van afvoer daarvan; b. indien het een houder van runderen, varkens, konijnen, geiten of kalveren, en de houder van kalveren een systeem toepast waarbij kalveren van verschillende leeftijden worden gehouden die niet op hetzelfde moment worden afgevoerd, betreft, berekend over de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de melding wordt gedaan. 3 Indien de melding wordt gedaan ten aanzien van een diergeneesmiddel dat bij kippen of kalkoenen wordt toegepast, worden tevens de volgende gegevens verstrekt: a. artikel 5a.1, derde lid het unieke subregistratienummer, bedoeld in, van de Regeling houders van dieren; b. de geboortedatum van het koppel waarbij het diergeneesmiddel is toegepast; c. het nummer van de stal waarin het koppel wordt gehouden; d. het aantal kuikens dat is opgezet in de stal waarin het koppel wordt gehouden. 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Moment van de melding#
Artikel 3.4 Moment van de melding 1 artikel 3.3, tweede lid, onderdeel a artikel 1.27, eerste lid, van het besluit De houder, bedoeld in, doet de melding, bedoeld inna afvoer van ieder koppel dieren. 2 artikel 3.3, tweede lid, onderdeel b artikel 1.27, eerste lid, van het besluit De houder, bedoeld in, doet de melding, bedoeld injaarlijks. 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Gevallen waarin een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan vereist zijn#
Artikel 3.5 Gevallen waarin een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan vereist zijn 1 artikel 1.28, eerste lid, van het besluit Een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan als bedoeld in, worden opgesteld wanneer een houder van dieren: a. 250 of meer hoenderachtigen, eenden of ganzen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren; b. 5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees; c. 5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees; d. 5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees; e. 250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees; f. 25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees. 2 Een houder van dieren als bedoeld in het eerste lid, laat per diersoort één bedrijfsgezondheidsplan en één bedrijfsbehandelplan opstellen. 3 In afwijking van het eerste lid laat een houder van eenden, ganzen of andere hoenderachtigen dan kippen of kalkoenen enkel een bedrijfsgezondheidsplan opstellen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 01-04-2025
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Administratie bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan#
Artikel 3.6 Administratie bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan artikel 1.28, eerste lid, van het besluit artikel 5.22, tweede lid, van de Regeling diergeneeskundigen De houder, bedoeld in, bewaart het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan, samen met het verslag, bedoeld in, vijf jaar op zijn bedrijf. 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 2022 1849 26-01-2022 25-01-2022 WJZ/22015438 28-01-2022
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Kwaliteitscontrole#
Artikel 3.7 Kwaliteitscontrole 1 artikel 2.2, vijfde lid, van de Wet dieren artikel 2.8 van het besluit artikel 5.3 van de Regeling diergeneesmiddelen 2022 De verschillende betrokken partners in de veehouderijsector voeren zelf kwaliteitscontrole uit, gericht op de naleving van,en. 2 Bij kwaliteitscontrole als bedoeld in het eerste lid: a. worden de zelfcontrolemaatregelen opgenomen in daarvoor in aanmerking komende algemene voorwaarden voor merken en labels; b. verordening (EU) 2017/625 artikel 5.10 5.11 5.12 van de wet vervallen de voordelen, verbonden aan de deelname aan een kwaliteitscontrolesysteem, voor een bedrijf ten aanzien waarvan vanwege niet-naleving van regels als bedoeld in het eerste lid, maatregelen als bedoeld in artikel 138, eerste lid, vanof,ofmaatregelen zijn getroffen, gedurende een periode van ten minste twaalf maanden vanaf de datum vanaf de datum dat deze maatregelen zijn opgeheven. 2022 5871 09-03-2022 21-02-2022 WJZ/22038562 2022 107 10-03-2022 25-02-2022 11-03-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
diergeneesmiddelen 2022 in werking treedt.
Artikel 3a.1 — Artikel 3a.1 Melding zoönosen#
Artikel 3a.1 Melding zoönosen artikel 2.12, eerste en derde lid, van de wet Als zoönosen als bedoeld in, worden aangewezen de in de onderstaande tabel genoemde zoönosen bij de daarbij genoemde soorten: infecties met Campylobacter spp zoogdieren (Mammalia) infecties met leptospira spp ten gevolge van Leptospira hardjo zoogdieren (Mammalia) infecties met listeria zoogdieren (Mammalia) infecties met Yersinia zoogdieren (Mammalia) toxoplasmose zoogdieren (Mammalia) Salmonellose zoogdieren (Mammalia) 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 3a.2 — Artikel 3a.2 Melding ziekteverschijnselen vogels#
Artikel 3a.2 Melding ziekteverschijnselen vogels 1 De exploitant van een inrichting waar pluimvee wordt gehouden, meldt elke sterfte van: a. een koppel leghennen, vermeerderingsdieren of vleeskuikens, die ouder zijn dan 10 dagen, indien op twee opeenvolgende dagen er een sterfte is van 0,5% of meer per dag; b. een koppel vleeskalkoenen indien op twee opeenvolgende dagen er een sterfte is van 1% of meer per dag; en c. alle andere soorten pluimvee dan de soorten, bedoeld in de onderdelen a en b, indien er een sterfte is van meer dan 3% per week. 2 De exploitant, bedoeld in het eerste lid, consulteert een dierenarts indien bij pluimvee: a. een klinisch probleem zichtbaar is; b. er op twee opeenvolgende dagen een reductie van voer- of drinkwateropname is van meer dan 5% per dag; en c. voor zover het leghennen of vermeerderingsdieren betreft, er op twee opeenvolgende dagen een reductie van de eiproductie is van 5% of meer per dag. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 3a.3 — Artikel 3a.3 Melding ziekteverschijnselen runderen#
Artikel 3a.3 Melding ziekteverschijnselen runderen Een houder van runderen meldt in elk geval bij runderen ouder dan twintig maanden, ziekteverschijnselen van Bovine Spongiforme encefalopathie, indien die runderen gedragsstoornissen of neurologische symptomen vertonen en waarbij de ziekte op grond van een reactie op een behandeling of op grond van een laboratoriumonderzoek niet kan worden uitgesloten. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 3a.4 — Artikel 3a.4 Melding ziekteverschijnselen schapen en geiten#
Artikel 3a.4 Melding ziekteverschijnselen schapen en geiten Een houder van schapen of geiten meldt in elk geval bij schapen en geiten ouder dan twaalf maanden, ziekteverschijnselen van scrapie, indien die schapen gedragsstoornissen of neurologische symptomen vertonen en waarbij de ziekte op grond van een reactie op een behandeling of op grond van een laboratoriumonderzoek niet kan worden uitgesloten. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 3b.1 — Artikel 3b.1 Aangewezen ziekten verbod toepassen levende entstof#
Artikel 3b.1 Aangewezen ziekten verbod toepassen levende entstof artikel 1.61, eerste lid, van het besluit Als ziekten als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 2.1 2.2 van de Regeling diergezondheid de ziekten, bedoeld in deen; en b. artikel 3.1, onderdeel a, onder 9° van de Regeling diergezondheid de ziekten, bedoeld in. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 3b.2 — Artikel 3b.2 Toegestane toepassing levende entstof#
Artikel 3b.2 Toegestane toepassing levende entstof artikel 1.61, tweede lid, van het besluit Als levende entstof tegen een ziekte als bedoeld inwordt aangewezen: a. een recombinant vaccin als bedoeld in bijlage III, onderdeel 1, onder a, onder ii, van verordening (EU) nr. 576/2013 ter preventie of bestrijding van rabiës; b. een levende entstof ter preventie en bestrijding van een infectie met het virus van de ziekte van Newcastle; c. verordening (EG) nr. 1177/2006 Verordening (EG) nr. 2160/2003 een levende entstof die voldoet aan artikel 3, eerste en, ingeval zij is bestemd om te worden toegepast bij legkippen, het tweede lid, vanvan de Commissie van 1 augustus 2006 ter uitvoering vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor het gebruik van specifieke bestrijdingsmethoden in het kader van de nationale programma’s voor de bestrijding van salmonella bij pluimvee (PbEU 2006, L 212), ter preventie en bestrijding van een infectie met salmonella enteritidis, salmonella hadar, salmonella infantis, salmonella java, salmonella typhimurium, of salmonella virchow. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 3b.3 — Artikel 3b.3 Aangewezen ziekten verbod toepassen niet-levende entstof of serum#
Artikel 3b.3 Aangewezen ziekten verbod toepassen niet-levende entstof of serum 1 artikel 1.61, derde lid, van het besluit Als ziekten als bedoeld inworden aangewezen: a. de ziekte van Aujeszky; b. brucella melitensis, b. abortus en b. suis; c. mycobacterium tuberculosis complex; d. enzoötische boviene leukose; e. mond-en-klauwzeer; f. infectie met het runderpestvirus; g. infectie met het riftdalkoortsvirus (riftvalleykoortsvirus); h. infectie met het nodulaire-dermatosevirus; i. infectie met Mycoplasma mycoides subsp. mycoides SC (besmettelijke runderperipneumonie); j. schapenpokken en geitenpokken; k. infectie met het virus van de pest bij kleine herkauwers („peste des petits ruminants”); l. besmettelijke pleuropneumonie bij geiten; m. Afrikaanse paardenpest; n. infectie met Burkholderia mallei (kwade droes); o. klassieke varkenspest; p. Afrikaanse varkenspest; q. hoogpathogene aviaire influenza; r. epizoötische hematopoëtische necrose; s. virale hemorragische septikemie; t. infectieuze hematopoëtische necrose; u. een infectie met zalmanemievirus met HPR-deletie; v. koiherpesvirusziekte; w. een infectie met mikrocytis mackini; x. een infectie met perkinsus marinus; y. een infectie met bonamia exitiosa; z. een infectie met bonamia ostreae; aa. een infectie met marteilia refringens; bb. een infectie met het taurasyndroomvirus; cc. een infectie met het yellowheadvirus; dd. een infectie met het wittevlekkensyndroomvirus. 2 artikel 1.61, derde lid, van het besluit Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing op de toepassing van niet-levende entstoffen of sera tegen één van de ziekten, genoemd in het eerste lid, onderdelen r tot en met dd, bij aquacultuurdieren in het kader van wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling en het testen van vaccins tegen de ziekten, bedoeld in die onderdelen, indien: a. de ontwikkeling en het testen plaatsvinden onder gecontroleerde omstandigheden; en b. adequate maatregelen zijn en worden genomen ter bescherming van andere aquacultuurdieren tegen de schadelijke gevolgen van de in het kader van het onderzoek gebruikte niet-levende entstoffen of sera. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 verordening (EG) nr. 1/2005 Uitvoering toezichtstaken#
Artikel 4.1 verordening (EG) nr. 1/2005 Uitvoering toezichtstaken Vervallen 2015 45457 15-12-2015 09-12-2015 WJZ/15082184 2015 45457 15-12-2015 09-12-2015 WJZ/15082184 16-12-2015
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 verordening (EG) nr. 1/2005 Vergunning artikelen 10 en 11#
Artikel 4.2 verordening (EG) nr. 1/2005 Vergunning artikelen 10 en 11 Vervallen 2015 45457 15-12-2015 09-12-2015 WJZ/15082184 2015 45457 15-12-2015 09-12-2015 WJZ/15082184 16-12-2015
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 verordening (EG) nr. 1/2005 Vergunning artikel 23#
Artikel 4.3 verordening (EG) nr. 1/2005 Vergunning artikel 23 verordening (EG) nr. 1/2005 Indien de situatie dermate spoedeisend is dat de minister een besluit op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 23, derde lid, vanniet tevoren op schrift kan stellen, zorgt de minister alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en de bekendmaking. 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 01-07-2014
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Certificaat van goedkeuring van een vervoermiddel#
Artikel 4.4 Certificaat van goedkeuring van een vervoermiddel artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994 Bij de aanvrager van een certificaat van goedkeuring voor een vervoermiddel als bedoeld in artikel 18, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1/2005 wordt een bedrag in rekening gebracht ter vergoeding van de kosten van de behandeling van die aanvraag, overeenkomstig de door de Dienst Wegverkeer, bedoeld in, vastgestelde tarieven met betrekking tot dierenvervoer. 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 01-01-2017
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 verordening (EG) nr. 1/2005 Aanwijzing bevoegde autoriteiten#
Artikel 4.5 verordening (EG) nr. 1/2005 Aanwijzing bevoegde autoriteiten Vervallen 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 01-01-2017
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 verordening (EG) nr. 1/2005 Aanwijzing officiële dierenartsen#
Artikel 4.6 verordening (EG) nr. 1/2005 Aanwijzing officiële dierenartsen verordening nr. 1/2005 Als bevoegde dierenartsen als bedoeld in bijlage I, hoofdstuk III, onderdeel 1.2, onder b, vanworden aangewezen de dierenartsen die zijn verbonden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 verordening (EG) nr. 1/2005 Erkenning examen#
Artikel 4.7 verordening (EG) nr. 1/2005 Erkenning examen 1 artikel 4z van de Wegenverkeerswet 1994 verordening (EG) nr. 1/2005 Een door de Divisie CCV van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, bedoeld in, afgenomen examen wordt aangemerkt als een erkend examen als bedoeld in bijlage IV, onderdeel 1, van. 2 verordening (EG) nr. 1/2005 De Divisie CCV van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is belast met het afgeven van een getuigschrift van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van. 3 artikel 4z van de Wegenverkeerswet 1994 Bij de aanvrager van een getuigschrift van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van verordening (EG) 1/2005 wordt een bedrag in rekening gebracht ter vergoeding van de kosten van de behandeling van die aanvraag, overeenkomstig de door de Divisie CCV van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, bedoeld in, vastgestelde tarieven met betrekking tot dierenvervoer. 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 2016 55215 20-10-2016 11-10-2016 WJZ/16148718 01-01-2017
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Verbodsbepalingen#
Artikel 4.8 Verbodsbepalingen artikel 6.2, eerste lid, van de wet Als voorschriften als bedoeld in, worden aangewezen de artikelen: – verordening (EG) nr. 1/2005 3 tot en met 9 en 12, van; – verordening (EG) nr. 1255/97 4, eerste en derde lid, en 5, van. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 Middel registratie inrichtingen vervoerders#
Artikel 4.9 Middel registratie inrichtingen vervoerders De inkennisstelling en de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikelen 87, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, geschieden met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 Termijn inkennisstelling wijziging gegevens registratie vervoerders#
Artikel 4.10 Termijn inkennisstelling wijziging gegevens registratie vervoerders Een exploitant doet de inkennisstelling van de gegevens, bedoeld in de artikelen 87, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de dag nadat de desbetreffende wijziging of stopzetting heeft plaatsgevonden. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 Uitzondering registratieplicht vervoerders#
Artikel 4.11 Uitzondering registratieplicht vervoerders (gereserveerd) 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 Documentatieplicht vervoerders#
Artikel 4.12 Documentatieplicht vervoerders 1 Een vervoerder als bedoeld in artikel 104, eerste lid, aanhef, van verordening (EU) nr. 2016/429 legt de gegevens, bedoeld in dat artikellid, en, indien van toepassing, artikel 34, van verordening (EU) nr. 2019/2035, vast binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de gebeurtenis heeft plaatsgevonden. 2 De minimumduur, bedoeld in artikel 104, derde lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429, bedraagt drie jaar. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 Uitzondering documentatieplicht vervoerder#
Artikel 4.13 Uitzondering documentatieplicht vervoerder (gereserveerd) 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Nationale gidsen voor goede praktijken#
Artikel 5.1 Nationale gidsen voor goede praktijken Vervallen 2019 64181 26-11-2019 16-11-2019 WJZ/19014494 2019 64181 26-11-2019 16-11-2019 WJZ/19014494 27-11-2019
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Opleidingen#
Artikel 5.2 Opleidingen 1 verordening (EG) nr. 1099/2009 De minister keurt een opleidingsprogramma als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, vangoed indien: a. het programma is opgesteld en wordt uitgevoerd door een instelling die schriftelijk aantoont dat zij beschikt over een stelsel van integrale kwaliteitszorg en kwaliteitsborging op grond waarvan zeker is gesteld dat het onderricht onafhankelijk, toereikend en doelmatig wordt gegeven door voldoende deskundig personeel op het gebied van dieren en dierenwelzijn; b. verordening (EG) nr. 1099/2009 het opleidingsprogramma voorziet in voldoende theoretisch en praktisch onderricht voor het kunnen verrichten van activiteiten als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, vanen betreffende de onderwerpen in bijlage IV van die verordening voor alle betrokken diersoorten dan wel diercategorieën; c. het opleidingsprogramma, onverminderd het bepaalde in onderdeel b, voorziet in opleidingsmodules voor onderscheiden activiteiten als bedoeld in onderdeel b, of voor specifieke diersoorten of diercategorieën. 2 Een kwaliteitssysteem dat is gecertificeerd op basis van NEN-EN-ISO 9001:2015 voldoet in ieder geval aan het vereiste, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 2019 36374 22-07-2019 02-07-2019 WJZ/19087280 2019 36374 22-07-2019 02-07-2019 WJZ/19087280 23-07-2019
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Examens#
Artikel 5.3 Examens 1 verordening (EG) nr. 1099/2009 Een examen als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, vanwordt afgenomen door een door de minister aangewezen instelling. 2 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geschiedt uitsluitend indien de betreffende instelling: a. schriftelijk aantoont dat zij beschikt over een stelsel van integrale kwaliteitszorg en kwaliteitsborging op grond waarvan zeker is gesteld dat examens op onafhankelijke wijze worden afgenomen; b. beschikt over een reglement waarin onder meer is vastgelegd aan welke eisen dient te worden voldaan om een examen te mogen afleggen, wanneer examens worden afgenomen, de wijze waarop het resultaat wordt beoordeeld, wie gerechtigd is het examen bij te wonen en een regeling voor geschillen. 3 Een kwaliteitssysteem dat is gecertificeerd op basis van NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012 voldoet in elk geval aan het vereiste, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. 4 Het reglement, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, behoeft de goedkeuring van de minister. 5 verordening (EG) nr. 1099/2009 De minister keurt het reglement, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, goed indien zeker is gesteld dat kennis en kunde voor het verrichten van activiteiten als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, vanen de onderwerpen in bijlage IV van die verordening, voldoende en door personen met de daartoe benodigde expertise wordt getoetst en indien het voldoet aan de overige eisen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. 2019 36374 22-07-2019 02-07-2019 WJZ/19087280 2019 36374 22-07-2019 02-07-2019 WJZ/19087280 23-07-2019
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Getuigschrift van vakbekwaamheid#
Artikel 5.4 Getuigschrift van vakbekwaamheid 1 verordening (EG) nr. 1099/2009 artikel 5.3, eerste lid Een getuigschrift van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7 vanwordt verstrekt door de instelling, bedoeld in, die het afsluitend examen heeft afgenomen indien het examen met voldoende resultaat is afgelegd. 2 verordening (EG) nr. 1099/2009 Een getuigschrift van vakbekwaamheid wordt niet verstrekt indien niet is voldaan aan het vereiste, bedoeld in artikel 21, zesde lid, van. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Voorlopige getuigschriften van vakbekwaamheid#
Artikel 5.5 Voorlopige getuigschriften van vakbekwaamheid 1 artikel 5.3, eerste lid verordening (EG) nr. 1099/2009 Een instelling die is aangewezen op grond van, verstrekt voorlopige getuigschriften van vakbekwaamheid overeenkomstig artikel 21, vijfde lid, van. 2 Artikel 5.4, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van voorlopige getuigschriften als bedoeld in het eerste lid. 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 01-07-2014
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Indiening collectieve aanvragen#
Artikel 5.6 Indiening collectieve aanvragen artikel 5.4 5.5 verordening (EG) nr. 1099/2009 Aanvragen tot verstrekking van een getuigschrift als bedoeld inenkunnen collectief namens betrokken personen door de werkgever van die personen worden gedaan en bevatten de namen, adressen en geboortegegevens van de betrokken personen, alsmede de overige gegevens, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van. 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 01-07-2014
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 Gelijkstelling van voor 1 juni 2013 verstrekte getuigschriften#
Artikel 5.7 Gelijkstelling van voor 1 juni 2013 verstrekte getuigschriften 1 artikel 5.4 Getuigschriften van vakbekwaamheid voor het doden van dieren die zijn verstrekt in de periode te rekenen vanaf 1 januari 2012 tot 1 juni 2013 door SVO Lobex BV te Houten, en certificaten van de cursus ‘Euthanasie van nertsen’ zijn gelijkgesteld aan getuigschriften van vakbekwaamheid als bedoeld in. 2 verordening (EG) nr. 1099/2009 artikel 5.3 artikel 5.5 artikel 5.4 Ten behoeve van personen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, vanwordt door instellingen als bedoeld inin hun opleidingsprogramma voorzien in een verkorte cursus op basis waarvan door een instelling aangewezen op grond vanaan hen een getuigschrift van vakbekwaamheid overeenkomstigkan worden verstrekt. 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 01-07-2014
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 Verbodsbepaling#
Artikel 5.8 Verbodsbepaling artikel 6.2, eerste lid, van de wet verordening (EG) nr. 1099/2009 Als voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld inworden aangewezen de artikelen 3, 4, eerste en vierde lid, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 7, 8, 9, 12, 14, eerste en tweede lid, 15, eerste, tweede en derde lid, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, 19, 21, zesde lid, 24 en 28, eerste lid, van. 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 01-07-2014
Artikel 5.9 — Artikel 5.9#
Artikel 5.9 1 artikelen 5.10 5.11 Aal wordt voorafgaand aan het doden elektrisch bedwelmd volgens een van de methoden beschreven in deof. 2 De toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid ten gevolge van de bedwelming wordt aangehouden totdat het dodingsproces voltooid is. 2018 25060 25-05-2018 15-05-2018 WJZ/17127055 2018 25060 25-05-2018 15-05-2018 WJZ/17127055 01-07-2018
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 Elektrisch bedwelmen van ontwaterde aal#
Artikel 5.10 Elektrisch bedwelmen van ontwaterde aal 1 rms Na ontwatering wordt een aal gedurende ten minste één seconde blootgesteld aan een elektrische stroomsterkte van ten minste 1,3 Agemiddeld, bij een golfvorm die bestaat uit een combinatie van een wisselstroom van 100 Hz ac sinusvormig en een gelijkstroom. 2 rms Om te voorkomen dat de aal bijkomt gedurende het dodingsproces, wordt de aal na de blootstelling, bedoeld in het eerste lid, gedurende ten minste negentien seconden blootgesteld aan een elektrische stroomsterkte van ten minste 0,66 Agemiddeld. 3 De aal wordt pas blootgesteld aan de elektrische stroom op het moment dat deze zich tussen de elektroden van het bedwelmingsapparaat bevindt. 4 De huid van de aal is vochtig gedurende de gehele periode van blootstelling aan de elektrische stroom. 5 Aal die zich buiten de elektroden van het bedwelmingsapparaat bevindt, maakt geen contact met aal die zich tussen de elektroden van het bedwelmingsapparaat bevindt. 6 Aal die zich buiten de elektroden van het bedwelmingsapparaat bevindt, wordt niet blootgesteld aan statische elektriciteit. 7 Om te voorkomen dat bedwelmde aal bijkomt voordat het dodingsproces is voltooid, bedraagt het tijdsinterval tussen de blootstelling aan de elektrische stroom en de aanvang van het dodingsproces niet meer dan zestig seconden, welk tijdsinterval ingaat op het moment dat de aal niet meer is blootgesteld aan de elektrische stroom. 2018 25060 25-05-2018 15-05-2018 WJZ/17127055 2018 25060 25-05-2018 15-05-2018 WJZ/17127055 01-07-2018
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 Elektrisch bedwelmen van aal in een waterbad#
Artikel 5.11 Elektrisch bedwelmen van aal in een waterbad 1 De elektrische veldsterkte van het water in een waterbad waarin aal elektrisch bedwelmd wordt is zodanig homogeen dat de variatie in de elektrische veldsterkte van het water in het waterbad ten hoogste twee procent bedraagt. 2 De geleidbaarheid van het water in het waterbad bedraagt ten minste 500 µS/cm. 3 De combinatie van de elektrische veldsterkte en de geleidbaarheid van het water is dusdanig dat bij elke aal de bewusteloosheid onmiddellijk wordt opgewekt. 4 Elke aal wordt na het ingaan van het waterbad gedurende één seconde blootgesteld aan: a) rms 2 een elektrische stroomdichtheid van ten minste 0,64 A/dm, waarbij de golfvorm sinusvormig is en de frequentie 50 Hz, of b) rms 2 een elektrische stroomdichtheid van ten minste 0,5 A/dm, waarbij de golfvorm een bipolaire blokgolf van 133 Hz is met een arbeidscyclus van 43%. 5 Om te voorkomen dat de aal bijkomt gedurende het dodingsproces, wordt de aal na de blootstelling, bedoeld in het vierde lid, gedurende negentien seconden blootgesteld aan: a. rms 2 een elektrische stroomdichtheid van 0,15 A/ dm, waarbij de golfvorm sinusvormig is en de frequentie 50 Hz, of b. rms 2 een elektrische stroomdichtheid van ten minste 0,12 A/dmwaarbij de golfvorm een bipolaire blokgolf van 133 Hz is met een arbeidscyclus van 43%. 7 De aal wordt pas blootgesteld aan de elektrische stroom op het moment dat deze zich tussen de elektroden van het bedwelmingsapparaat bevindt. 8 Aal die zich buiten de elektroden van het bedwelmingsapparaat bevindt, maakt geen contact met aal die zich tussen de elektroden van het bedwelmingsapparaat bevindt. 9 Aal die zich buiten de elektroden van het bedwelmingsapparaat bevindt, wordt niet blootgesteld aan statische elektriciteit. 10 Om te voorkomen dat bedwelmde aal bijkomt voordat het dodingsproces voltooid is, bedraagt het tijdsinterval tussen de blootstelling aan de elektrische stroom en de aanvang van het dodingsproces niet meer dan zestig seconden. Dit tijdsinterval gaat in op het moment dat de aal niet meer is blootgesteld aan de elektrische stroom. 2018 25060 25-05-2018 15-05-2018 WJZ/17127055 2018 25060 25-05-2018 15-05-2018 WJZ/17127055 01-07-2018
Artikel 5a.0 — Artikel 5a.0 Begripsbepaling#
Artikel 5a.0 Begripsbepaling In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: ‘stal’: ruimte met een omsloten luchtvolume die is bestemd om er uitsluitend één koppel in te houden. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 5a.1 — Artikel 5a.1 Verstrekking aanvullende gegevens bij registratie inrichting landdieren#
Artikel 5a.1 Verstrekking aanvullende gegevens bij registratie inrichting landdieren 1 In aanvulling op artikel 84, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429 verstrekken exploitanten van een inrichting met het oog op de registratie daarvan, de volgende gegevens: a. wanneer er op de inrichting landdieren, met uitzondering van runderen, schapen, geiten en paardachtigen, worden gehouden: in voorkomend geval de datum van het begin van de periode waarin er in de inrichting geen dieren worden gehouden; b. wanneer er op de inrichting kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, patrijzen of loopvogels worden gehouden: het unieke nummer van elk tot de inrichting behorende stal, waar deze vogels worden gehouden; c. hun relatienummer. 2 Artikel 84, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429, is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen ten aanzien van gegevens als bedoeld in het eerste lid. 3 Wanneer op een inrichting kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, patrijzen of loopvogels worden gehouden, kent de minister aan de inrichting voor elk afzonderlijk doel waarvoor deze vogels worden gehouden, een uniek subregistratienummer toe. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 5a.2 — Artikel 5a.2 Middel registratie inrichtingen landdieren, aquacultuurdieren en handelaren#
Artikel 5a.2 Middel registratie inrichtingen landdieren, aquacultuurdieren en handelaren artikel 5a.1, eerste en tweede lid De inkennisstelling en de verstrekking van gegevens, bedoeld in de artikelen 84, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, ingeval het gaat om een inrichting waar landdieren worden gehouden, 90, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, en 172, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, en, in samenhang met artikel 84, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429, geschieden met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5a.3 — Artikel 5a.3 Termijn inkennisstelling wijziging gegevens registratie#
Artikel 5a.3 Termijn inkennisstelling wijziging gegevens registratie artikel 5a.1, tweede lid Een exploitant doet de inkennisstelling van de gegevens, bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, ingeval het gaat om een inrichting waar landdieren worden gehouden, artikel 90, tweede lid, of 172, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, of in, in samenhang met artikel 84, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429, ingeval het gaat om een inrichting waar landdieren worden gehouden, binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de desbetreffende wijziging of stopzetting heeft plaatsgevonden. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5a.4 — Artikel 5a.4 Uitzondering registratieplicht bepaalde inrichtingen landdieren#
Artikel 5a.4 Uitzondering registratieplicht bepaalde inrichtingen landdieren (gereserveerd) 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5a.5 — Artikel 5a.5 Uitzondering registratieplicht bepaalde exploitanten van verzamelingen#
Artikel 5a.5 Uitzondering registratieplicht bepaalde exploitanten van verzamelingen (gereserveerd) 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5a.6 — Artikel 5a.6 Uitzonderingen registratie- en erkenningplicht bepaalde inrichtingen aquacultuurinrichtingen#
Artikel 5a.6 Uitzonderingen registratie- en erkenningplicht bepaalde inrichtingen aquacultuurinrichtingen 1 verordening (EU) nr. 2016/429 verordening (EU) nr. 2021/2037 Artikel 172, eerste lid, van deis niet van toepassing op aquacultuurinrichtingen als bedoeld in artikel 3 van de. 2 Artikel 176, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 is niet van toepassing op de typen van inrichting, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, onderdeel a, b of c. 2023 8075 16-03-2023 10-03-2023 WJZ/26403846 8075 16-03-2023 2023 8075 16-03-2023 10-03-2023 WJZ/26403846 17-03-2023
Artikel 5a.7 — Artikel 5a.7 Middel aanvraag erkenning#
Artikel 5a.7 Middel aanvraag erkenning Een aanvraag tot erkenning als bedoeld in artikel 94, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, in geval het gaat om een broederij van waaruit pluimvee wordt verplaatst, d of e, in artikel 95 of in artikel 176, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, geschiedt met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5a.8 — Artikel 5a.8 Termijn inkennisstelling wijziging gegevens erkenning#
Artikel 5a.8 Termijn inkennisstelling wijziging gegevens erkenning Een exploitant doet de inkennisstelling van de gegevens, bedoeld in de artikelen 96, tweede lid, ingeval het gaat om een inrichting waar landdieren worden gehouden, of 180, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de desbetreffende wijziging of stopzetting heeft plaatsgevonden. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5a.9 — Artikel 5a.9 Documentatieplicht bepaalde exploitanten van verzamelingen#
Artikel 5a.9 Documentatieplicht bepaalde exploitanten van verzamelingen 1 Een exploitant van verzamelingen als bedoeld in artikel 105, eerste lid, aanhef, van verordening (EU) nr. 2016/429 legt de gegevens, bedoeld in dat artikellid, en voor zover van toepassing, artikel 36, van verordening (EU) nr. 2019/2035, onverwijld nadat de gegevens bekend zijn bij de exploitant. 2 De minimumduur, bedoeld in artikel 105, derde lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429, bedraagt drie jaar. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 5a.10 — Artikel 5a.10 Uitzondering documentatieplicht bepaalde exploitanten van verzamelingen#
Artikel 5a.10 Uitzondering documentatieplicht bepaalde exploitanten van verzamelingen (gereserveerd) 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5a.11 — Artikel 5a.11 Uitzonderingen documentatieplicht bepaalde inrichtingen aquacultuurinrichtingen en vervoerders van bepaalde categorieën waterdieren#
Artikel 5a.11 Uitzonderingen documentatieplicht bepaalde inrichtingen aquacultuurinrichtingen en vervoerders van bepaalde categorieën waterdieren 1 verordening (EU) nr. 2016/429 verordening (EU) nr. 2021/2037 Artikel 186, eerste lid, aanhef in samenhang met de onderdelen c, d, en e, vanis niet van toepassing op aquacultuurinrichtingen die voldoen aan artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, van. 2 verordening (EU) nr. 2016/429 verordening (EU) nr. 2021/2037 Artikel 188, eerste lid, vanis niet van toepassing op vervoerders van de in artikel 4, tweede lid, van degenoemde categorieën waterdieren als aan de in dat lid genoemde voorwaarden is voldaan. 2023 8075 16-03-2023 10-03-2023 WJZ/26403846 8075 16-03-2023 2023 8075 16-03-2023 10-03-2023 WJZ/26403846 17-03-2023
Artikel 5b.1 — Artikel 5b.1 Runderen#
Artikel 5b.1 Runderen 1 In aanvulling op artikel 102, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, zorgt de exploitant van een inrichting waar runderen worden gehouden, voor het bewaren en bijhouden van documentatie over de volgende gegevens over de in de inrichting gehouden runderen: a. de identificatiecode van de moeder; b. het geslacht; en c. de haarkleur. 2 Artikel 102, eerste lid, slotzin, en derde lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 zijn van overeenkomstige toepassing op de documentatie, bedoeld in het eerste lid. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.2 — Artikel 5b.2 Varkens#
Artikel 5b.2 Varkens 1 In aanvulling op artikel 102, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, zorgt de exploitant van een inrichting waar varkens worden gehouden die afkomstig zijn uit een derde land en ten aanzien waarvan de inrichting de bestemming is, voor het bewaren en bijhouden van documentatie over de volgende gegevens over die varkens: a. het door de bevoegde autoriteit van het derde land toegekende identificatienummer; en b. het nummer van het op de inrichting aangebrachte identificatiemiddel. 2 Artikel 102, eerste lid, slotzin, en derde lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 zijn van overeenkomstige toepassing op de documentatie, bedoeld in het eerste lid. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.3 — Artikel 5b.3 Schapen of geiten#
Artikel 5b.3 Schapen of geiten 1 artikel 1.46 van het Besluit houders van dieren In aanvulling op artikel 102, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, zorgt de exploitant van een inrichting waar schapen of geiten worden gehouden die ingevolgeworden gevaccineerd, voor het bewaren en bijhouden van documentatie over de volgende gegevens over die schapen en geiten: a. de datum waarop deze zijn gedekt of geïnsemineerd; of b. wanneer het precieze moment van dekking niet bekend is, het moment waarop de geiten of schapen kunnen worden gedekt. 2 Artikel 102, eerste lid, slotzin, en derde lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 zijn van overeenkomstige toepassing op de documentatie, bedoeld in het eerste lid. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.4 — Artikel 5b.4 Termijnen bijhouden en bewaren gegevens#
Artikel 5b.4 Termijnen bijhouden en bewaren gegevens 1 artikel 5b.1, eerste lid 5b.2, eerste lid 5b.3, eerste lid De exploitant van een inrichting als bedoeld in artikel 102, eerste lid, aanhef, van verordening (EU) nr. 2016/429, legt de gegevens, bedoeld in dat artikellid, en voor zover van toepassing, de artikelen 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 35, en 37, van verordening (EU) nr. 2019/2035 en voor zover van toepassing,, en, vast binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de gebeurtenis heeft plaatsgevonden. 2 artikel 5b.1, tweede lid 5b.2, tweede lid 5b.3, tweede lid De minimumduur, bedoeld in artikel 102, derde lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429, al dan niet in samenhang met,of, bedraagt drie jaar. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.5 — Artikel 5b.5 Uitzondering plicht tot vastleggen en bewaren van gegevens#
Artikel 5b.5 Uitzondering plicht tot vastleggen en bewaren van gegevens artikelen 5b.1 5b.2 5b.3 Artikel 102, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 en de,enzijn niet van toepassing op een exploitant, indien is voldaan aan artikel 102, vierde lid, onderdelen a en b, van verordening (EU) nr. 2016/429, met dien verstande dat de informatie, bedoeld in die onderdelen, voor zover van toepassing ook de gegevens bevat, bedoeld in de artikelen 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 35, en 37 van verordening (EU) nr. 2019/2035 en voor zover van toepassing de artikelen 5b.1, eerste lid, 5b.2, eerste lid, en 5b.3, eerste lid. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.6 — Artikel 5b.6 Goedkeuring modellen identificatiemiddelen#
Artikel 5b.6 Goedkeuring modellen identificatiemiddelen 1 Het is verboden runderen, varkens, schapen, geiten, paardachtigen, kameelachtigen en hertachtigen te identificeren met middelen waarvan het model voor de desbetreffende diersoort niet door de minister is goedgekeurd. 2 Het is verboden papegaaiachtigen als bedoeld in artikel 76, eerste lid, onderdeel b, en honden, katten of fretten als bedoeld in artikel 70, van verordening (EU) nr. 2019/2035, te identificeren met een injecteerbare transponder waarvan het model voor de desbetreffende diersoort niet door de minister is goedgekeurd. 3 Een aanvraag tot goedkeuring als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt gedaan bij de minister. 4 De minister keurt een model als bedoeld in het eerste lid of een model voor papegaaiachtigen als bedoeld in het tweede lid goed indien het: a. identificeren van de desbetreffende dieren met het desbetreffende middel is toegestaan op grond van verordening (EU) nr. 2019/2035 en deze regeling; b. verordening (EU) nr. 2021/520 verordening (EU) nr. 2021/963 voldoet aan de inrespectievelijkgestelde regels aan het desbetreffende identificatiemiddel; en c. artikelen 5b.18 5b.24 5b.25 5b.26 5b.31 5b.32 5b.33 voor zover van toepassing, voldoet aan de in de,,,,,engestelde regels aan het desbetreffende identificatiemiddel. 5 De minister keurt een model voor honden, katten of fretten als bedoeld in het tweede lid goed indien het model voldoet aan bijlage II bij verordening (EU) nr. 576/2013. 6 De minister trekt een goedkeuring in, indien het model niet meer voldoet aan de in respectievelijk het vierde en vijfde lid gestelde eisen aan het desbetreffende identificatiemiddel. 7 Het derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van een goedgekeurd model. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.7 — Artikel 5b.7 Goedkeuring modellen slachtmerken en gebruiksmerken voor varkens#
Artikel 5b.7 Goedkeuring modellen slachtmerken en gebruiksmerken voor varkens 1 Het is verboden een slachtmerk of een gebruiksmerk bij een varken aan te brengen indien een model van dat merk niet door de minister is goedgekeurd. 2 Een aanvraag tot goedkeuring als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan bij de minister. 3 artikel 5b.34 5b.35 De minister keurt een model goed, indien het voldoet aanen. 4 artikel 5b.34 5b.35 De minister trekt een goedkeuring in, indien het model niet meer voldoet aanen. 5 Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van een goedgekeurd model. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.8 — Artikel 5b.8 Erkenning van leveranciers#
Artikel 5b.8 Erkenning van leveranciers 1 verordening (EU) nr. 2019/2035 Het is verboden zonder erkenning van de minister een identificatiemiddel, een slachtmerk of een gebruiksmerk te verstrekken aan een exploitant die dieren houdt die op grond vangeïdentificeerd moeten worden. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de verstrekking van: a. injecteerbare transponders; b. identificatiemiddelen voor papegaaiachtigen; en c. tatoeages. 3 De minister verleent een erkenning als bedoeld in het eerste lid aan degene die de aanvraag tot goedkeuring van het model van het desbetreffende identificatiemiddel of merk heeft gedaan, wanneer hij het model goedkeurt, tenzij deze eerder onder toepassing van dit lid is erkend vanwege de goedkeuring van een ander model van respectievelijk een identificatiemiddel of merk voor dezelfde diersoort. 4 De minister schorst een erkenning als bedoeld in het derde lid indien: a. de leverancier aan een exploitant als bedoeld in het eerste lid een identificatiemiddel of merk heeft geleverd waarvan het model niet is goedgekeurd voor de desbetreffende diersoort; b. artikel 5b.10 de leverancier van identificatiemiddelen voor runderen, schapen, geiten, of kameelachtigen of hertachtigen niet voldoet aan; c. artikel 5b.10 5b.11 de leverancier van identificatiemiddelen of merken voor varkens niet voldoet aanen. 5 De minister heft een schorsing als bedoeld in het vierde lid op indien desbetreffende leverancier ten genoegen van de minister heeft aangetoond dat hij overeenkomstig de bepalingen van deze regeling zal handelen. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.8a — Artikel 5b.8a Erkenning leverancier van injecteerbare transponders#
Artikel 5b.8a Erkenning leverancier van injecteerbare transponders 1 artikel 1.58c, eerste lid, van het besluit Een aanvraag tot erkenning van een leverancier als bedoeld inwordt ingediend bij de minister. 2 Op een aanvraag wordt binnen een termijn van zes weken beslist. De minister kan de beslissing op de aanvraag eenmaal met zes weken verdagen. 3 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een bewijs van inschrijving in het handelsregister; b. documenten waarmee de leverancier aantoont injecteerbare transponders te kunnen leveren die voldoen aan de volgende technische voorschriften: 1° verordening (EU) nr. 2021/963 voor paardachtigen: bijlage I, deel I, bij; 2° verordening (EU) nr. 2021/520 voor runderen, schapen, geiten, varkens, kameelachtigen, hertachtigen en papegaaiachtigen: bijlage II, deel II, bij; 3° verordening (EU) nr. 576/2013 in andere gevallen dan genoemd onder 1° en 2°: bijlage II bij; c. artikel 1.58c, eerste lid, onderdelen b en c documenten op basis waarvan kan worden beoordeeld dat wordt voldaan aan. 4 artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 Indien de aanvrager geen onderneming heeft als bedoeld inwordt bij de aanvraag het bewijs van inschrijving in het handelsregister vervangen door een bewijs waarmee de aanvrager aantoont een rechtspersoon te zijn in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd. 5 Artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet artikel 1.58c, eerste lid, van het besluit is niet van toepassing op een aanvraag tot erkenning van een leverancier als bedoeld in. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.9 — Artikel 5b.9 Bestelling identificatiemiddelen en merken#
Artikel 5b.9 Bestelling identificatiemiddelen en merken verordening (EU) nr. 2019/2035 Een bestelling van identificatiemiddelen, slachtmerken of gebruiksmerken voor dieren die op grond vangeïdentificeerd moeten worden wordt rechtstreeks gedaan bij de leverancier van respectievelijk het middel en merk. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.10 — Artikel 5b.10 Administratie leverancier identificatiemiddelen of merken#
Artikel 5b.10 Administratie leverancier identificatiemiddelen of merken 1 verordening (EU) nr. 2019/2035 verordening (EU) nr. 2019/2035 Een leverancier van identificatiemiddelen, slachtmerken of gebruiksmerken voor dieren die op grond vangeïdentificeerd moeten worden houdt een inzichtelijke administratie bij, waaruit per uniek registratienummer van inrichtingen waar landdieren worden gehouden en per besteldatum, is opgenomen hoeveel identificatiemiddelen, slachtmerken en gebruiksmerken voor dieren die op grond vangeïdentificeerd moeten worden door hem aan de inrichting zijn besteld en geleverd. 2 Wanneer een leverancier identificatiemiddelen heeft geleverd waarop een identificatiecode voor een individueel dier staat, is in de administratie, bedoeld in het eerste lid, deze code vermeld bij het geleverde middel. 3 Dit artikel is niet van toepassing op leveranciers van injecteerbare transponders. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.10a — Artikel 5b.10a Registratie overdracht van injecteerbare transponders#
Artikel 5b.10a Registratie overdracht van injecteerbare transponders 1 artikel 1.58c, vijfde lid, van het besluit artikel 3.32 van het besluit De registratie, bedoeld in, wordt gedaan via een op grond vanaangewezen elektronisch portaal. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de registratie rechtstreeks bij de minister gedaan indien de injecteerbare transponder wordt overgedragen door een leverancier van injecteerbare transponders. 3 verordening (EU) nr. 2021/963 In afwijking van het eerste lid wordt de registratie gedaan via een instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van, indien de injecteerbare transponder is bestemd voor aanbrenging bij een paardachtige. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.11 — Artikel 5b.11 Voorschriften voor leveranciers van middelen en merken voor varkens#
Artikel 5b.11 Voorschriften voor leveranciers van middelen en merken voor varkens 1 Een leverancier verstrekt aan een exploitant die varkens houdt uitsluitend identificatiemiddelen, slachtmerken en gebruiksmerken die zijn voorzien van het unieke registratienummer van de desbetreffende inrichting. 2 Een leverancier van identificatiemiddelen, slachtmerken of gebruiksmerken voor varkens verstrekt ieder kwartaal aan de minister een overzicht van het aantal bestelde en het aantal geleverde identificatiemiddelen of merken per uniek registratienummer van inrichtingen, onder vermelding van de op de geleverde identificatiemiddelen of merken vermelde gegevens. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ingeval het identificatiemiddel een tatoeage is. 2025 10106 29-04-2025 26-04-2025 WJZ/96331990 2025 10106 29-04-2025 26-04-2025 WJZ/96331990 30-04-2025
Artikel 5b.12 — Artikel 5b.12 Voorschriften voor leveranciers van injecteerbare transponders voor paardachtigen#
Artikel 5b.12 Voorschriften voor leveranciers van injecteerbare transponders voor paardachtigen Vervallen 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.13 — Artikel 5b.13 Voorschriften voor gebruik identificatiemiddelen#
Artikel 5b.13 Voorschriften voor gebruik identificatiemiddelen 1 Het is een exploitant die runderen, paardachtigen, schapen, geiten of varkens houdt, verboden om zonder toestemming van de minister identificatiemiddelen, slachtmerken of gebruiksmerken: a. aan derden te verstrekken; b. van derden aan te nemen; c. voorhanden te hebben. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op exploitanten die runderen, schapen of geiten houden, indien degene die de middelen of merken verstrekt, daaraan voorafgaand melding heeft gemaakt van de voorgenomen verstrekking aan de minister. 3 De melding, bedoeld in het tweede lid, geschiedt met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.14 — Artikel 5b.14 Voorschriften aanbrengen identificatiemiddelen#
Artikel 5b.14 Voorschriften aanbrengen identificatiemiddelen 1 Het aanbrengen en vervangen van een identificatiemiddel dat geen verrichting van een lichamelijke ingreep is, geschiedt uitsluitend door: a. de exploitant van het te identificeren dier, niet zijnde een exploitant van een slachthuis of van een verzamelcentrum of een vervoerder; b. een derde die daartoe door de exploitant, bedoeld in onderdeel a, is aangewezen; of c. een ambtenaar van de NVWA, dan wel een dierenarts of een ander persoon die voor deze werkzaamheden door de minister worden ingezet. 2 artikelen 2.12, onderdeel b 2.28, onderdeel c 2.77, onderdelen b, c, en d, van het Besluit houders van dieren In aanvulling op de,, enis het de volgende personen toegestaan de daar genoemde identificatiemiddelen aan te brengen en te vervangen bij respectievelijk een varken, rund, schaap of geit: a. een derde die daartoe door de houder, bedoeld in de in de aanhef genoemde artikelen, van het te identificeren dier is aangewezen; of b. een ambtenaar, dierenarts of ander persoon als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. 3 artikelen 2.12, onderdeel b 2.28, onderdeel c, van het Besluit houders van dieren In afwijking van de, enis het een houder niet toegestaan de daar genoemde identificatiemiddelen aan te brengen en te vervangen bij respectievelijk een varken of rund indien de houder een exploitant van een slachthuis of een verzamelcentrum is, of een vervoerder. 4 Ingeval artikel 81 van verordening (EU) 2019/2035 van toepassing is, verricht de exploitant, bedoeld in het eerste lid, de derde, bedoeld in het eerste of tweede lid, dan wel de houder, bedoeld in het tweede lid, de handeling onder toezicht van een ambtenaar, dierenarts of ander persoon als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. 5 De minister kan een exploitant of houder de bevoegdheid tot het aanbrengen en vervangen van identificatiemiddelen en het aanwijzen van een derde om die handelingen te verrichten ontzeggen indien deze naar het oordeel van de minister niet langer handelt in overeenstemming met de regels over de identificatie van dieren. In dat geval levert de exploitant dan wel de houder alle bij hem in voorraad zijnde nog niet aangebrachte identificatiemiddelen in bij de minister, binnen drie werkdagen te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de bevoegdheid is ontzegd. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.14a — Artikel 5b.14a Voorschriften aanbrengen identificatiemiddel paardachtigen#
Artikel 5b.14a Voorschriften aanbrengen identificatiemiddel paardachtigen Een injecteerbare transponder voor paardachtigen wordt uitsluitend aangebracht door een dierenarts of een persoon die de opleiding tot paardenpaspoortconsulent, aangeboden door de ‘Koepel Fokkerij’ voor Paardachtigen, met succes heeft afgerond. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.15 — Artikel 5b.15 Nadere voorschriften aanbrengen identificatiemiddelen#
Artikel 5b.15 Nadere voorschriften aanbrengen identificatiemiddelen 1 Het is een exploitant die runderen, paardachtigen, schapen, geiten of varkens houdt verboden om bij zijn dieren identificatiemiddelen, slachtmerken of gebruiksmerken aan te brengen die blijkens de op het identificatiemiddel vermelde gegevens door de minister aan derden ter beschikking zijn gesteld. 2 artikel 5b.13, tweede lid Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op exploitanten die runderen, schapen of geiten houden, indien de derde, bedoeld in het eerste lid, de middelen of merken aan de exploitant heeft verstrekt nadat hij hiervan melding heeft gemaakt als bedoeld in. 3 Het is de exploitant die dieren houdt verboden om bij zijn dieren identificatiemiddelen, slachtmerken of gebruiksmerken aan te brengen die niet afkomstig zijn van een erkende leverancier. 4 Het derde lid is niet van toepassing indien een leverancier op grond van deze regeling niet hoeft te zijn erkend voor de verstrekking van het desbetreffende middel of merk. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.15a — Artikel 5b.15a Bijplaatsen, verwijderen en hergebruiken van injecteerbare transponders#
Artikel 5b.15a Bijplaatsen, verwijderen en hergebruiken van injecteerbare transponders 1 Indien bijplaatsing van een injecteerbare transponder vereist is, wordt dit gedaan binnen een week nadat geconstateerd is dat de injecteerbare transponder niet langer functioneert. 2 Het bijplaatsen van een injecteerbare transponder bij een hond wordt uitgevoerd door een dierenarts. 3 Een injecteerbare transponder wordt niet verwijderd. 4 In afwijking van het derde lid kan een injecteerbare transponder door een dierenarts worden verwijderd indien voor de verwijdering een diergeneeskundige noodzaak bestaat. 5 artikel 3.32 van het besluit De dierenarts registreert de verwijdering of het bijplaatsen van een injecteerbare transponder en de noodzaak daartoe bij de minister via een op grond vanaangewezen elektronisch portaal. Indien geen elektronisch portaal is aangewezen, wordt de registratie rechtstreeks bij de minister gedaan. 6 Een injecteerbare transponder wordt niet hergebruikt. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.15b — Artikel 5b.15b Melden verlies, diefstal of onbruikbare injecteerbare transponder#
Artikel 5b.15b Melden verlies, diefstal of onbruikbare injecteerbare transponder 1 artikel 3.32 van het besluit Uiterlijk een week na verlies, diefstal of het onbruikbaar worden van een injecteerbare transponder, doet degene die de injecteerbare transponder direct voorafgaande aan het verlies of de diefstal bezat onderscheidenlijk in het bezit is van de onbruikbaar geraakte injecteerbare transponder hiervan melding bij de minister via een op grond vanaangewezen elektronisch portaal. 2 De melding wordt rechtstreeks bij de minister gedaan: a. indien geen elektronisch portaal is aangewezen; b. de injecteerbare transponder in het bezit is onderscheidenlijk was van een leverancier van injecteerbare transponders. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de melding gedaan via een instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/963, indien de melding betrekking heeft op een injecteerbare transponder die is bestemd voor een paardachtige. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.16 — Artikel 5b.16 Beperking aantal elektronische identificatiemiddelen#
Artikel 5b.16 Beperking aantal elektronische identificatiemiddelen Als elektronische identificatiemiddelen voor runderen zijn uitsluitend toegestaan de middelen, genoemd in bijlage III, onder c, d, of e, bij verordening (EU) nr. 2019/2035. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.17 — Artikel 5b.17 Verwijdering en vervanging identificatiemiddel#
Artikel 5b.17 Verwijdering en vervanging identificatiemiddel 1 artikel 5b.18 Het is de exploitant die runderen houdt, in afwijking van artikel 38, eerste lid, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2019/2035, toegestaan om bij zijn runderen de conventionele oormerken, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/2035, te verwijderen en te vervangen door één van de in bijlage III, onder c, d of e, bij die verordening genoemde identificatiemiddelen met een bijpassend conventioneel oormerk dat voldoet aan. 2 Wanneer toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het vervangende elektronische oormerk, voor zover dat mogelijk is, aangebracht in het bestaande gat in het oor van het rund. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.18 — Artikel 5b.18 Beperking aan kleuren oormerken#
Artikel 5b.18 Beperking aan kleuren oormerken 1 In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, wordt een model van een conventioneel oormerk voor runderen, en wijzigingen daarvan, uitsluitend goedgekeurd indien het oormerk de volgende kleur heeft: a. een gele kleur in geval van identificatie door middel van twee conventionele oormerken; b. een groene kleur in geval van identificatie door middel van een conventioneel oormerk en een elektronisch oormerk; c. een grijze kleur in geval van identificatie door middel van een conventioneel oormerk en een bolustransponder; d. een witte kleur in geval van identificatie door middel van een conventioneel oormerk en een injecteerbare transponder. 2 In aanvulling op artikel 9, derde lid, en artikel 11, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, wordt een model van een elektronisch oormerk voor runderen dat wordt gebruikt bij identificatie door middel van een conventioneel oormerk en een elektronisch oormerk, en wijzigingen daarvan, uitsluitend goedgekeurd indien het oormerk een groene kleur heeft. 3 Het is toegestaan om in aanvulling op het eerste en tweede lid, op een conventioneel oormerk of een elektronisch oormerk voor runderen een streepjescode aan te brengen. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.19 — Artikel 5b.19 Termijnen voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor runderen#
Artikel 5b.19 Termijnen voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor runderen 1 De termijn, bedoeld in artikel 13, eerste lid van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van geboorte. 2 In afwijking van artikel 13, eerste lid van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt de termijn voor het inbrengen van een bolustransponder als bedoeld in bijlage III, onder d, bij verordening (EU) nr. 2019/2035 maximaal 60 dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van geboorte. 3 In afwijking van artikel 17, eerste lid van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt de termijn voor identificatie van de daar genoemde runderen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van aanvoer op de inrichting. 4 In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 17, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt de termijn voor het inbrengen van een bolustransponder als bedoeld in bijlage III, onder d, bij verordening (EU) nr. 2019/2035 maximaal 60 dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van geboorte. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.20 — Artikel 5b.20 Verlengde termijn voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor runderen in een natuurterrein#
Artikel 5b.20 Verlengde termijn voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor runderen in een natuurterrein 1 In afwijking van artikel 13, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt de termijn, bedoeld in dat artikellid, negen maanden, indien: a. voldaan is aan de eisen van artikel 13, derde lid, onderdelen a tot en met c, van verordening (EU) nr. 2021/520; b. de dieren zijn geboren in een door de minister aangewezen natuurterrein; c. artikel 5b.49, eerste lid de minister van de geboorte van elk kalf in kennis wordt gesteld binnen de termijn, bedoeld in. 2 Wanneer bij kalveren onder toepassing van het eerste lid zes maanden of later na hun geboorte identificatiemiddelen worden aangebracht, wordt bij het aanbrengen van de identificatiemiddelen de identiteit van het moederdier op grond van een DNA-test geverifieerd. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.21 — Artikel 5b.21 Verlies identificatiemiddelen#
Artikel 5b.21 Verlies identificatiemiddelen 1 Het is de exploitant die runderen houdt, in afwijking van artikel 38, eerste lid, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2019/2035, toegestaan om: een ambtenaar van de NVWA, dan wel een dierenarts of een ander persoon die voor deze werkzaamheden door de minister worden ingezet, identificatiemiddelen aan te brengen met dezelfde identificatiecode, overeenkomstig artikel 19, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2021/520. a. bij een rund dat één identificatiemiddel heeft verloren, een identificatiemiddel aan te brengen met dezelfde identificatiecode, overeenkomstig artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2021/520; b. bij een rund dat twee identificatiemiddelen heeft verloren, onder toezicht van 2 Artikel 5b.14 is van toepassing op de handelingen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.22 — Artikel 5b.22 Termijn bestellen identificatiemiddelen#
Artikel 5b.22 Termijn bestellen identificatiemiddelen 1 artikel 5b.21 Ingevalvan toepassing is, bestelt de exploitant binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop het verlies van het identificatiemiddel van het rund is geconstateerd, een identificatiemiddel ter vervanging. 2 De exploitant, bedoeld in het eerste lid, brengt het vervangende identificatiemiddel aan zodra het identificatiemiddel in zijn bezit is en in ieder geval binnen tien werkdagen nadat het verlies van het identificatiemiddel van een rund is geconstateerd en voordat het rund de inrichting verlaat. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.23 — Artikel 5b.23 Aantal identificatiemiddelen#
Artikel 5b.23 Aantal identificatiemiddelen 1 In afwijking van artikel 45, eerste lid, en artikel 46, vierde en vijfde lid, van verordening (EU) nr. 2019/2035, is identificatie van schapen of geiten door middel van één identificatiemiddel of door middel van een identificatiemiddel waarop het unieke registratienummer van de inrichting van geboorte staat vermeld, niet toegestaan. 2 De schapen en geiten, bedoeld in het eerste lid, worden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 45, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2019/2035. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.24 — Artikel 5b.24 Beperking aan kleuren en wijze aanbrengen tatoeages#
Artikel 5b.24 Beperking aan kleuren en wijze aanbrengen tatoeages In aanvulling op artikel 46, tweede en derde lid, van verordening (EU) nr. 2019/2035, en artikel 9, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, voldoet een tatoeage voor schapen of geiten, aan de volgende vereisten: a. de tatoeage wordt aangebracht in de kleur zwart of groen; b. de tatoeage wordt aangebracht met een daarvoor geschikte tang op een zodanige wijze dat de tekens goed leesbaar blijven. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.25 — Artikel 5b.25 Beperking aan kleuren identificatiemiddelen#
Artikel 5b.25 Beperking aan kleuren identificatiemiddelen In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, wordt een model van een conventioneel identificatiemiddel voor schapen en geiten, en wijzigingen daarvan, uitsluitend goedgekeurd indien het de volgende kleur heeft: a. een groene kleur in geval van identificatie door middel van: 1°. een conventioneel oormerk en een elektronisch oormerk; of 2°. een conventionele pootband en een elektronisch oormerk; b. een grijze kleur in geval van identificatie door middel van: 1°. een conventioneel oormerk en een bolustransponder; of 2°. een conventionele pootband en een bolustransponder; c. een oranje kleur in geval van identificatie door middel van een conventioneel oormerk en een elektronische pootband; d. een witte kleur in geval van identificatie door middel van een conventioneel oormerk en een injecteerbare transponder. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.26 — Artikel 5b.26 Beperking aan kleuren identificatiemiddelen#
Artikel 5b.26 Beperking aan kleuren identificatiemiddelen In aanvulling op artikel 9, derde lid, en artikel 11, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, wordt een model van een elektronisch identificatiemiddel voor schapen en geiten uitsluitend goedgekeurd indien het de volgende kleur heeft: a. een groene kleur in geval van identificatie door middel van: 1°. een elektronisch oormerk en een conventioneel oormerk; 2°. een elektronisch oormerk en een conventionele pootband; of 3°. een elektronisch oormerk en een tatoeage; b. een oranje kleur in geval van identificatie door middel van een elektronische pootband en een conventioneel oormerk. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.27 — Artikel 5b.27 Termijn voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor schapen en geiten#
Artikel 5b.27 Termijn voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor schapen en geiten 1 De termijn, bedoeld in artikel 14, eerste lid van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt zes maanden te rekenen vanaf de dag na de dag van geboorte. 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt de termijn voor een geit geboren op een inrichting waarop op enig moment in het kalenderjaar vijftig geiten of meer worden gehouden ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk, zeven dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van geboorte. 3 In afwijking van artikel 17, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt de termijn voor identificatie van de daar genoemde schapen en geiten drie werkdagen te rekenen vanaf de dag na de dag van aanvoer op de inrichting. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.28 — Artikel 5b.28 Verlies identificatiemiddelen#
Artikel 5b.28 Verlies identificatiemiddelen 1 Het is de exploitant die schapen of geiten houdt, in afwijking van artikel 45, derde lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2019/2035, toegestaan om: a. bij een schaap dat, of een geit die één identificatiemiddel heeft verloren, een nieuw identificatiemiddel aan te brengen, met dezelfde identificatiecode, overeenkomstig artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2021/520; b. bij een schaap dat of een geit die een identificatiemiddel heeft verloren, het andere identificatiemiddel te verwijderen en bij het schaap of de geit twee nieuwe identificatiemiddelen aan te brengen overeenkomstig artikel 19, tweede lid, onderdeel d, van verordening (EU) nr. 2021/520. 2 Artikel 5b.14 is van toepassing op de handelingen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.29 — Artikel 5b.29 Termijn voor het bestellen van een vervangend identificatiemiddel#
Artikel 5b.29 Termijn voor het bestellen van een vervangend identificatiemiddel 1 artikel 5b.28, onderdeel a Ingeval, van toepassing is, bestelt de exploitant binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop het verlies van het identificatiemiddel van het schaap of de geit is geconstateerd, een identificatiemiddel ter vervanging. 2 De exploitant, bedoeld in het eerste lid, brengt het vervangende identificatiemiddel aan zodra het identificatiemiddel in zijn bezit is en in ieder geval binnen tien werkdagen nadat het verlies van het identificatiemiddel van het schaap of de geit is geconstateerd en voordat het schaap of de geit de inrichting verlaat. 3 artikel 5b.28, onderdeel b Ingeval, van toepassing is, brengt de exploitant binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop het verlies van het identificatiemiddel van het schaap of de geit is geconstateerd, de nieuwe identificatiemiddelen aan en in ieder geval voordat het schaap of de geit de inrichting verlaat. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.30 — Artikel 5b.30 Slacht- en gebruiksmerken voor varkens#
Artikel 5b.30 Slacht- en gebruiksmerken voor varkens 1 Bij een slachtvarken wordt in aanvulling op de in artikel 52, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/2035 voorgeschreven identificatiemiddelen een slachtmerk aangebracht. 2 In afwijking van het eerste lid kan bij een zeug, gelt of beer die voor de slacht wordt aangeboden, in aanvulling op de in artikel 52, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/2035 voorgeschreven identificatiemiddelen, een gebruiksmerk worden aangebracht. 3 artikel 5b.34, eerste lid artikel 5b.35, eerste lid Wanneer een slachtmerk of een gebruiksmerk onleesbaar is geworden, brengt de exploitant een nieuw merk met dezelfde gegevens als bedoeld in, of indien van toepassing,, aan. 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op slachtvarkens die van een inrichting rechtstreeks naar een inrichting buiten Nederland worden verplaatst. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.31 — Artikel 5b.31 Eisen aan conventioneel oormerk#
Artikel 5b.31 Eisen aan conventioneel oormerk 1 In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, wordt een model van een conventioneel oormerk voor varkens, en wijzigingen daarvan, uitsluitend goedgekeurd indien het voldoet aan de volgende vereisten: a. het is vervaardigd van thermoplastisch kunststof; b. op het merkdeel van het oormerk dat na aanbrengen van het merk direct zichtbaar is, staan uitsluitend vermeld: 1°. de letters ‘NL’, gevolgd door het unieke registratienummer van de inrichting waar het varken geboren is, dat een minimumhoogte van 7 millimeter en maximumhoogte van 10 millimeter heeft; en 2°. de aanduiding ‘I&R’ of het logo, bedoeld in bijlage 6; c. het merkdeel waarop de gegevens, bedoeld in onderdeel b, staan, heeft een gele kleur; d. de informatie op het merk is in zwart schrift aangebracht; e. wanneer het een ronde vorm heeft, heeft het een diameter van maximaal 30 millimeter, en wanneer het een andere dan ronde vorm heeft, bedraagt de afstand vanaf het hart van de bevestiging tot de buitenrand maximaal 25 millimeter. 2 In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, kan op het merkdeel van het oormerk een individueel volgnummer van het betreffende dier worden opgenomen. 3 In afwijking van artikel 52, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2019/2035 is het niet toegestaan om op het oormerk het unieke registratienummer van de laatste inrichting van de toeleveringsketen te vermelden. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.32 — Artikel 5b.32 Eisen aan elektronisch oormerk#
Artikel 5b.32 Eisen aan elektronisch oormerk 1 artikel 5b.31, eerste lid, onderdelen a tot en met e In aanvulling op artikel 9, derde lid en artikel 11, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, wordt een model van een elektronisch oormerk voor varkens, en wijzigingen daarvan, uitsluitend goedgekeurd indien het voldoet aan. 2 artikel 5b.31, eerste lid onderdeel b In aanvulling op het eerste lid, kan op het merkdeel van het oormerk, bedoeld in, een individueel volgnummer van het betreffende dier worden opgenomen. 3 In afwijking van artikel 52, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2019/2035 is het niet toegestaan om op het oormerk het unieke registratienummer van de laatste inrichting van de toeleveringsketen te vermelden. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.33 — Artikel 5b.33 Eisen tatoeage#
Artikel 5b.33 Eisen tatoeage In aanvulling op artikel 52, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2019/2035, en artikel 9, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, voldoet een tatoeage ingeval van een raszuiver fokvarken of een hybride fokvarken als bedoeld in artikel 2, onderdelen 9 of 10, van verordening (EU) 2016/1012 aan de volgende vereisten: a. de tatoeage wordt aangebracht in de kleur zwart of groen; b. de tatoeage wordt aangebracht met een daarvoor geschikte tang op een zodanige wijze dat de tekens goed leesbaar blijven. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.34 — Artikel 5b.34 Eisen slachtmerk#
Artikel 5b.34 Eisen slachtmerk 1 Een model van een slachtmerk voor varkens, en wijzigingen daarvan, wordt uitsluitend goedgekeurd indien het voldoet aan de volgende vereisten: a. het slachtmerk is vervaardigd van metaal; b. het slachtmerk is een beugelmerk; c. op één zijde van het slachtmerk, in de afmeting van 6,5 bij 3,5 millimeter, zijn de volgende gegevens aangebracht: 1°. het unieke registratienummer van de inrichting waarvan het varken voor de slacht wordt afgevoerd; en 2°. het logo zoals afgebeeld in bijlage 6; d. een slachtmerk een lengte heeft van maximaal 55 millimeter. 2 Het is toegestaan om, in aanvulling op het eerste lid, onderdeel c, een individueel volgnummer van het betreffende dier aan te brengen. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.35 — Artikel 5b.35 Eisen gebruiksmerk#
Artikel 5b.35 Eisen gebruiksmerk 1 Een model van een gebruiksmerk voor varkens, en wijzigingen daarvan, wordt uitsluitend goedgekeurd indien het voldoet aan de volgende vereisten: a. het gebruiksmerk is vervaardigd van thermoplastisch kunststof; b. het merkdeel waarop de gegevens, bedoeld in onderdeel c, staan, heeft een witte kleur; c. op het merkdeel van het oormerk dat na aanbrengen van het merk direct zichtbaar is, staat uitsluitend vermeld: 1°. de letters ‘NL’, gevolgd door het unieke registratienummer van de laatste inrichting waar het varken verblijft voordat het, al dan niet via een verzamelcentrum, wordt afgevoerd naar een slachthuis, dat een minimumhoogte heeft van 7 millimeter en maximumhoogte van 10 millimeter; en 2°. de letters ‘LNV’; en d. de informatie op het merk is in zwart schrift aangebracht. 2 Het is toegestaan om, in aanvulling op het eerste lid, onderdeel c, een individueel volgnummer van het betreffende dier te vermelden. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.36 — Artikel 5b.36 Termijn voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor varkens#
Artikel 5b.36 Termijn voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor varkens 1 De termijn, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520 bedraagt uiterlijk binnen drie maanden, en indien de dieren eerder worden gespeend, binnen een week na het spenen. 2 In afwijking van artikel 17, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520 bedraagt de termijn voor identificatie van de daar genoemde varkens drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van aanvoer op de inrichting van bestemming. 3 artikel 5b.34 artikel 5b.35 Het slachtmerk, bedoeld in, of het gebruiksmerk, bedoeld in, wordt bij slachtvarkens aangebracht voordat deze van een inrichting, al dan niet via een verzamelcentrum, worden afgevoerd naar een slachthuis. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.37 — Artikel 5b.37 Verlies identificatiemiddel#
Artikel 5b.37 Verlies identificatiemiddel 1 Het is de exploitant die varkens houdt, in afwijking van artikel 52, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2019/2035, toegestaan om bij een varken dat één identificatiemiddel heeft verloren, een identificatiemiddel aan te brengen met hetzelfde unieke registratienummer als het verloren identificatiemiddel, overeenkomstig artikel 19, tweede lid, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2021/520. 2 Artikel 5b.14 is van toepassing op de handelingen, genoemd in het eerste lid. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.38 — Artikel 5b.38 Termijn voor het bestellen van een vervangend identificatiemiddel#
Artikel 5b.38 Termijn voor het bestellen van een vervangend identificatiemiddel 1 artikel 5b.37 Ingevalvan toepassing is, bestelt de exploitant, ingeval hij geen vervangend identificatiemiddel voorhanden heeft, binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop het verlies van het identificatiemiddel van het varken is geconstateerd, een identificatiemiddel ter vervanging. 2 De exploitant, bedoeld in het eerste lid, brengt het vervangende identificatiemiddel aan zodra het identificatiemiddel in zijn bezit is en in ieder geval binnen tien werkdagen nadat het verlies van het identificatiemiddel van een varken is geconstateerd en voordat het varken de inrichting verlaat. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.39 — Artikel 5b.39 Termijn en voorschriften identificatie#
Artikel 5b.39 Termijn en voorschriften identificatie 1 verordening (EU) nr. 2021/963 De termijn, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van, bedraagt negen maanden na de geboorte van de paardachtige. 2 verordening (EU) nr. 2019/2035 De termijn voor indiening van een aanvraag door de exploitant voor de afgifte van een uniek, levenslang geldig identificatiedocument als bedoeld in artikel 58, eerste lid, onderdeel b, van, bedraagt zes maanden na de geboorte van de paardachtige. 3 verordening (EU) nr. 2021/963 De termijn, bedoeld in artikel 14, derde lid, van, bedraagt zeven dagen vanaf de dag na de dag waarop het verlies of storing van het identificatiemiddel is geconstateerd. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.40 — Artikel 5b.40 Paardachtigen in natuurterreinen#
Artikel 5b.40 Paardachtigen in natuurterreinen Vervallen 2022 19135 15-07-2022 11-07-2011 WJZ/22164282 2022 19135 15-07-2022 11-07-2011 WJZ/22164282 16-07-2022
Artikel 5b.41 — Artikel 5b.41 Termijn voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor kameel- of hertachtigen#
Artikel 5b.41 Termijn voor het aanbrengen van identificatiemiddelen voor kameel- of hertachtigen De termijn, bedoeld in artikel 16, van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt negen maanden vanaf de geboorte van een kameel- of hertachtige. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.42 — Artikel 5b.42 Verlies identificatiemiddel#
Artikel 5b.42 Verlies identificatiemiddel 1 Het is de exploitant die kameel- of hertachtigen houdt, in afwijking van artikel 73, derde lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2019/2035, toegestaan om ervoor te zorgen dat bij een kameel- of hertachtige die één identificatiemiddel heeft verloren, een identificatiemiddel aan te brengen met dezelfde identificatiecode, overeenkomstig artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2021/520. 2 Artikel 5b.14 is van toepassing op de handelingen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.43 — Artikel 5b.43 Termijn voor het bestellen van een vervangend identificatiemiddel#
Artikel 5b.43 Termijn voor het bestellen van een vervangend identificatiemiddel 1 artikel 5b.42 Ingevalvan toepassing is, bestelt de exploitant binnen veertien dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop het verlies van het identificatiemiddel van de kameel- of hertachtige is geconstateerd, een identificatiemiddel ter vervanging. 2 De exploitant, bedoeld in het eerste lid, brengt het vervangende identificatiemiddel aan zodra het identificatiemiddel in zijn bezit is en in ieder geval binnen 21 dagen nadat het verlies van het identificatiemiddel van de kameel- of hertachtige is geconstateerd en voordat het dier de inrichting verlaat. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.43a — Artikel 5b.43a Termijn voor het aanbrengen van injecteerbare transponders#
Artikel 5b.43a Termijn voor het aanbrengen van injecteerbare transponders 1 Een injecteerbare transponder wordt bij een hond aangebracht uiterlijk: a. zeven weken na de geboorte van de hond; of b. artikel 3.7 van het besluit twee weken nadat de hond is verkregen door een inrichting als bedoeld in, waarin gezelschapsdieren worden gehouden ten behoeve van opvang. 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt de injecteerbare transponder aangebracht voordat de hond aan een andere houder wordt overgedragen. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.43b — Artikel 5b.43b Locatie aanbrengen injecteerbare transponders#
Artikel 5b.43b Locatie aanbrengen injecteerbare transponders Bij een hond wordt een injecteerbare transponder onderhuids aan de linkerzijde van de hals of aan de dorsale zijde tussen de schouderbladen aangebracht. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.44 — Artikel 5b.44 Doorgeven gegevens bij geboorte rund#
Artikel 5b.44 Doorgeven gegevens bij geboorte rund 1 In aanvulling op artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, geven exploitanten die runderen houden bij de geboorte van een rund de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. het geslacht van het rund; b. de haarkleur van het rund; c. de identificatiecode van de moeder; d. het relatienummer van de exploitant; e. de gegevens, bedoeld in artikel 42, onderdelen a, b en c, van verordening (EU) nr. 2019/2035. 2 Wanneer de gegevens over de geboorte van een rund meer dan 80 werkdagen na de dag van geboorte worden doorgegeven, gaan de gegevens vergezeld van een schriftelijk verslag van het DNA-onderzoek op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de identificatiecode van de moeder van dat rund overeenstemt met de identificatiecode, bedoeld in het eerste lid, onder c. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022 Abusievelijk is op het eerste lid een wijziging geformuleerd die
niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 5b.45 — Artikel 5b.45 Doorgeven gegevens bij doodgeboorte kalf#
Artikel 5b.45 Doorgeven gegevens bij doodgeboorte kalf In aanvulling op artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, geven exploitanten die runderen houden bij een geboorte van een kalf na een draagtijd door de moeder van minimaal zeven maanden, waarbij het kalf op het moment van geboorte niet levend is, of niet levensvatbaar is en sterft voordat bij het kalf een identificatiemiddel is aangebracht, de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de datum waarop de doodgeboorte heeft plaatsgevonden; b. de identificatiecode van de moeder; c. het relatienummer van de exploitant; d. het unieke registratienummer van de betrokken inrichting. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 5b.46 — Artikel 5b.46 Doorgeven gegevens bij sterfte rund#
Artikel 5b.46 Doorgeven gegevens bij sterfte rund In aanvulling op artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, geven exploitanten die runderen houden bij sterfte, slacht of verlies van een rund de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de gegevens, bedoeld in artikel 42, aanhef, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 2019/2035; b. de identificatiecode van het rund; c. het unieke registratienummer van de betrokken inrichting; d. het relatienummer van de exploitant. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 5b.47 — Artikel 5b.47 Doorgeven gegevens verplaatsingen#
Artikel 5b.47 Doorgeven gegevens verplaatsingen 1 In aanvulling op artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, geven exploitanten die runderen houden de volgende gegevens over verplaatsing van runderen naar en van de inrichting, door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de gegevens, bedoeld in artikel 42, onderdelen a en d, van verordening (EU) nr. 2019/2035); b. het relatienummer van de exploitant. 2 Wanneer een rund afkomstig is uit een andere lidstaat en wordt verplaatst naar de inrichting van bestemming, niet zijnde een slachthuis, geeft de exploitant van die inrichting, in aanvulling op het eerste lid, tevens de volgende gegevens, door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de datum van geboorte van het rund; b. het geslacht van het rund; c. de haarkleur van het rund; d. de identificatiecode van de moeder van het rund, indien beschikbaar; e. het land van geboorte van het rund, indien beschikbaar; f. het land van herkomst van het rund; g. het nummer van het gezondheidscertificaat; 3 Wanneer een rund afkomstig is uit een derde land en wordt verplaatst naar de inrichting van bestemming, geeft de exploitant van die inrichting, in aanvulling op het eerste lid, tevens de volgende gegevens, door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. het geslacht van het rund; b. de haarkleur van het rund; c. de identificatiecode van de moeder van het rund, indien beschikbaar; d. het nummer van het gezondheidscertificaat; e. de oorspronkelijke identificatie door het derde land; f. het land van herkomst van het rund. 4 Wanneer een rund afkomstig is uit een andere lidstaat en wordt verplaatst naar een inrichting voor het verzamelen, van waaruit het rund vervolgens binnen drie dagen na aanvoer wordt verplaatst naar een andere lidstaat, geeft de exploitant van die inrichting, in aanvulling op het eerste lid, tevens de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. het nummer van het diergezondheidscertificaat; b. het land van herkomst en bestemming. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022 Abusievelijk is op het eerste lid een wijziging geformuleerd die
niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 5b.48 — Artikel 5b.48 Doorgeven gegevens bij vervanging identificatiemiddel#
Artikel 5b.48 Doorgeven gegevens bij vervanging identificatiemiddel verordening (EU) nr. 2021/520 Exploitanten die runderen houden, geven, wanneer zij toepassing geven aan artikel 19, vierde lid, vande volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de oorspronkelijke en nieuwe identificatiecode van het rund; b. de datum van vervanging; c. het unieke registratienummer van de inrichting; d. hun relatienummer. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.49 — Artikel 5b.49 Termijnen voor het doorgeven van gegevens#
Artikel 5b.49 Termijnen voor het doorgeven van gegevens 1 De termijn, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt voor een exploitant die runderen houdt, drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis, heeft plaatsgevonden. 2 artikelen 5b.44 5b.45 5b.46 5b.47 Een exploitant die runderen houdt, geeft de in de,,, enbedoelde gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden. 3 artikel 5b.19 De geboorte van een rund wordt doorgegeven nadat het rund is geïdentificeerd, binnen de termijn, bedoeld inof ingeval artikel 5b.19, tweede lid, van toepassing is, na het aanbrengen van het eerste identificatiemiddel binnen de in artikel 5b.19, eerste lid, genoemde termijn. 4 artikel 5b.20 Het derde lid geldt niet voor runderen, bedoeld in. 5 artikel 5b.48 Een exploitant die runderen houdt, geeft de inbedoelde gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden of zoveel eerder als het rund wordt afgevoerd van de inrichting. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.50 — Artikel 5b.50 Middel voor het doorgeven van informatie#
Artikel 5b.50 Middel voor het doorgeven van informatie De gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, en in deze paragraaf, worden doorgegeven met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.51 — Artikel 5b.51 Herstel en intrekking#
Artikel 5b.51 Herstel en intrekking 1 Een exploitant die runderen houdt kan de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, en de gegevens die op grond van deze paragraaf zijn doorgegeven, herstellen of intrekken. 2 Het verzoek tot herstel of intrekking van gegevens, geschiedt met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.52 — Artikel 5b.52 Doorgeven gegevens bij aanbrengen van identificatiemiddel#
Artikel 5b.52 Doorgeven gegevens bij aanbrengen van identificatiemiddel 1 Exploitanten die schapen en geiten houden, geven bij het aanbrengen van de identificatiemiddelen na de geboorte van een schaap of geit, de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de identificatiecode van het schaap of de geit; b. het unieke registratienummer van de inrichting van geboorte; c. de geboortedatum; d. de diersoort; en e. hun relatienummer. 2 In aanvulling op het eerste lid, geeft de exploitant die geiten houdt op een inrichting waarop op enig moment in het kalenderjaar vijftig geiten of meer worden gehouden ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk, het geslacht van het dier door. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.53 — Artikel 5b.53 Doorgeven gegevens bij sterfte schaap of geit#
Artikel 5b.53 Doorgeven gegevens bij sterfte schaap of geit 1 Exploitanten die schapen en geiten houden, geven bij de sterfte, slacht of verlies van een schaap of geit, de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de identificatiecode van het schaap of de geit; b. de datum waarop het dier op de inrichting is gestorven; c. de diersoort; en d. hun relatienummer. 2 De exploitant van een inrichting waarop op enig moment in het kalenderjaar vijftig geiten of meer worden gehouden ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk, stelt de minister in kennis van elke geboorte van een geit vanaf de laatste week van dracht waarbij de geit op het moment van geboorte niet levend is, of waarbij de geit sterft voordat bij de geit een identificatiemiddel is aangebracht, onder vermelding van het unieke registratienummer van de betrokken inrichting hun relatienummer, de datum waarop de doodgeboorte heeft plaatsgevonden en het geslacht van de geit. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022 Voorheen art. 5b.55.
Artikel 5b.54 — Artikel 5b.54 Doorgeven gegevens over verplaatsingen#
Artikel 5b.54 Doorgeven gegevens over verplaatsingen 1 In aanvulling op artikel 113, eerste lid, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2016/429 geeft een exploitant die schapen of geiten houdt, de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de gegevens, bedoeld in artikel 49, aanhef, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2019/2035; b. de identificatiecode van de dieren die worden verplaatst naar en van de inrichting; en c. hun relatienummer. 2 De exploitant die schapen of geiten houdt, stelt de minister bij de afvoer van een schaap of geit, in aanvulling op het eerste lid, in kennis van gegevens over: de diersoort. 3 Als het doorgeven van gegevens, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de aanvoer van een schaap of geit, afkomstig uit een lidstaat, geeft de exploitant die schapen en geiten houdt ook het land van herkomst, het nummer van het gezondheidscertificaat en de diersoort door. 4 Als het doorgeven van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de aanvoer van een schaap of geit, afkomstig uit een lidstaat, op een verzamelcentrum van waaruit het schaap of de geit binnen drie dagen na aanvoer, wordt verplaatst naar een andere lidstaat, geeft de exploitant die schapen en geiten houdt in aanvulling op het eerste lid, het land van herkomst en bestemming en het nummer van het gezondheidscertificaat door. 5 Als het doorgeven van gegevens, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de aanvoer van een schaap of geit, afkomstig uit een derde land, geeft de exploitant die schapen en geiten houdt tevens het land van herkomst, het nummer van het gezondheidscertificaat, de diersoort en de oorspronkelijke identificatiecode van het dier door. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.55 — Artikel 5b.55 Doorgeven gegevens bij vervanging identificatiemiddel#
Artikel 5b.55 Doorgeven gegevens bij vervanging identificatiemiddel artikel 5b.28 onderdeel b De exploitant die schapen of geiten houdt, stelt de minister bij het vervangen van een verloren identificatiemiddel door twee nieuwe identificatiemiddelen, als bedoeld in, in kennis van de identificatiecode van het oorspronkelijke merk, de identificatiecode van de nieuwe identificatiemiddelen, de datum van het aanbrengen van de nieuwe identificatiemiddelen, het unieke registratienummer van de inrichting, en hun relatienummer. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022 Voorheen art. 5b.53.
Artikel 5b.56 — Artikel 5b.56 Termijnen voor het doorgeven van gegevens#
Artikel 5b.56 Termijnen voor het doorgeven van gegevens 1 De termijn, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt voor een exploitant die schapen en geiten houdt, zeven dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de gebeurtenis die wordt doorgegeven, heeft plaatsgevonden. 2 artikel 5b.52, tweede lid 5b.53 5b.54 5b.55 De termijn waarbinnen de gegevens, bedoeld in,,, en, worden doorgegeven, bedraagt zeven dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de gebeurtenis die wordt doorgegeven heeft plaatsgevonden, of zoveel eerder als het schaap of de geit wordt afgevoerd of over de openbare weg wordt verplaatst. 3 artikel 5b.52, eerste lid De termijn waarbinnen de gegevens, bedoeld in, worden doorgegeven, bedraagt zes maanden na de geboorte te rekenen vanaf de dag na de dag van geboorte, of zoveel eerder als het schaap of de geit wordt afgevoerd of over de openbare weg wordt verplaatst. 4 artikel 5b.52, eerste lid In afwijking van het derde lid, bedraagt de termijn waarbinnen de gegevens, bedoeld in, worden doorgegeven, ingeval van de geboorte van een geit op een inrichting waarop op enig moment in het kalenderjaar vijftig geiten of meer worden gehouden ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk, zeven dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van de geboorte, of zoveel eerder als de geit wordt afgevoerd of over de openbare weg wordt verplaatst. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.57 — Artikel 5b.57 Middel voor het doorgeven van informatie#
Artikel 5b.57 Middel voor het doorgeven van informatie De gegevens, in deze paragraaf, worden doorgegeven met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.58 — Artikel 5b.58 Herstel of intrekking van gegevens#
Artikel 5b.58 Herstel of intrekking van gegevens 1 De exploitant kan de gegevens die op grond van deze paragraaf zijn doorgegeven, herstellen of intrekken. 2 Het verzoek tot herstel of intrekking van gegevens, geschiedt met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.59 — Artikel 5b.59 Doorgeven gegevens over verplaatsingen#
Artikel 5b.59 Doorgeven gegevens over verplaatsingen In aanvulling op artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, geven exploitanten die varkens houden de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. de gegevens, bedoeld in artikel 56, onderdeel a van verordening (EU) nr. 2019/2035; b. het kenteken van elke vervoerseenheid; c. het aantal varkens per soort; d. indien de varkens van buiten Nederland worden aangevoerd, of buiten Nederland worden afgevoerd, het land van herkomst of het land van bestemming en het nummer van het gezondheidscertificaat; en e. hun relatienummer. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.60 — Artikel 5b.60 Doorgeven gegevens bij afvoer dode varkens#
Artikel 5b.60 Doorgeven gegevens bij afvoer dode varkens In aanvulling op artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, geven exploitanten die varkens houden, ingeval van afvoer van dode varkens, de volgende gegevens door aan het geautomatiseerde gegevensbestand: a. het aantal per soort varkens; b. de datum; en c. hun relatienummer. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.61 — Artikel 5b.61 Termijnen voor het doorgeven van gegevens#
Artikel 5b.61 Termijnen voor het doorgeven van gegevens 1 De termijn, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt voor een exploitant die varkens houdt, twee werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden. 2 artikelen 5b.59 5b.60 De termijn waarbinnen de gegevens, bedoeld in deen, worden doorgegeven, bedraagt twee werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.62 — Artikel 5b.62 Middel voor het doorgeven van gegevens#
Artikel 5b.62 Middel voor het doorgeven van gegevens 1 artikelen 5b.59 5b.60 artikel 1.4, derde lid, van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren De exploitant geeft de gegevens, bedoeld in deen, door via een elektronisch portaal dat op grond vanis aangewezen als elektronisch portaal voor de melding van die gegevens. 2 Indien de minister meer dan één elektronisch portaal heeft aangewezen, volstaat het doorgeven van de gegevens bij een van de elektronische portalen. 3 artikelen 5b.59 5b.60 Indien de minister geen elektronisch portaal heeft aangewezen, geeft de exploitant de gegevens, bedoeld in deen, door met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 4 Indien blijkt dat gegevens als bedoeld in het eerste lid, niet juist of volledig zijn, verstrekt de exploitant de gecorrigeerde gegevens. 5 De exploitant geeft de gecorrigeerde gegevens, bedoeld in het vierde lid, binnen twee werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag dat de exploitant op de hoogte is gesteld van de onjuistheid of onvolledigheid van de gegevens of de onjuistheid of onvolledigheid heeft vastgesteld in het geval hij hiervan niet op de hoogte is gesteld. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.63 — Artikel 5b.63 Herstel of intrekking van gegevens#
Artikel 5b.63 Herstel of intrekking van gegevens 1 De exploitant kan de gegevens die op grond van deze paragraaf zijn doorgegeven herstellen of intrekken. 2 artikel 1.4, derde lid, van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren Het verzoek tot herstel of intrekking van gegevens, geschiedt via een elektronisch portaal als bedoeld in, of, indien de minister geen elektronisch portaal heeft aangewezen, bij de minister met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.64 — Artikel 5b.64 Doorgeven van gegevens en termijn#
Artikel 5b.64 Doorgeven van gegevens en termijn 1 verordening (EU) nr. 2021/963 De termijn, bedoeld in artikel 9 van, bedraagt zeven dagen vanaf de dag na de eerste dag waarop de paardachtige gewoonlijk in de inrichting wordt gehouden. 2 verordening (EU) nr. 2021/963 In aanvulling op artikel 9 vangeven exploitanten die paardachtigen houden bij het doorgeven van gegevens hun relatienummer door. 3 De exploitant geeft de gegevens, bedoeld in dit artikel, door met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.64a — Artikel 5b.64a Herstel en intrekking#
Artikel 5b.64a Herstel en intrekking 1 verordening (EU) nr. 2021/963 artikel 5b.64, tweede lid Een exploitant die paardachtigen houdt, kan de gegevens, bedoeld in artikel 9 van, en de gegevens die op grond van, zijn doorgegeven, herstellen of intrekken. 2 Het verzoek tot herstel of intrekking van gegevens geschiedt met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.65 — Artikel 5b.65 Begripsbepaling vogels#
Artikel 5b.65 Begripsbepaling vogels 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: ouderdieren: vogels bestemd voor de productie van broedeieren ter verkrijging van leghennen of vleespluimvee; stal: ruimte met een omsloten luchtvolume die is bestemd om er uitsluitend één koppel in te houden; vogels: kippen, kalkoenen, parelhoenders en eenden. 2 Deze paragraaf is van toepassing op een exploitant van vogels die op enig moment in het kalenderjaar 250 of meer vogels houdt. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 5b.66 — Artikel 5b.66 Doorgeven gegevens over verplaatsingen#
Artikel 5b.66 Doorgeven gegevens over verplaatsingen 1 Een exploitant van vogels geeft iedere verplaatsing van vogels van of naar zijn inrichting door aan het geautomatiseerde gegevensbestand. 2 Een exploitant verstrekt bij het doorgeven van de verplaatsingen, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval de volgende gegevens: a. het aan de inrichting van de exploitant toegekende unieke registratienummer; b. artikel 5a.1, derde lid het unieke subregistratienummer, bedoeld in, van de inrichting van herkomst en bestemming; c. het nummer van de stal van herkomst en bestemming, wanneer die stal in Nederland is gelegen; d. het land van herkomst of bestemming, wanneer de vogels respectievelijk binnen of buiten Nederland zijn gebracht; e. het type verplaatsing; f. de datum van verplaatsing; g. artikel 5a.1, derde lid het unieke subregistratienummer, bedoeld in, van de locatie waar de ouderdieren van de verplaatste vogels zijn gehouden; h. het aantal verplaatste vogels per geslacht; i. de geboortedatum van de verplaatste vogels; j. de soort waartoe de vogels behoren; k. de categorie waartoe de vogels behoren; l. het doel waarvoor de vogels wordt gehouden; m. het ras van de vogels. 3 Indien blijkt dat gegevens als bedoeld in het tweede lid niet juist of volledig zijn, geeft de exploitant de gecorrigeerde gegevens door. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 5b.67 — Artikel 5b.67 Termijnen voor het doorgeven van gegevens#
Artikel 5b.67 Termijnen voor het doorgeven van gegevens 1 artikel 5b.66, tweede lid De exploitant geeft de gegevens, bedoeld in, binnen vijf werkdagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van de verplaatsing door. 2 artikel 5b.66, derde lid De exploitant geeft de gecorrigeerde gegevens, bedoeld in, binnen vijf werkdagen door, te rekenen vanaf de dag na de dag dat de exploitant op de hoogte is gesteld van de onjuistheid of onvolledigheid van de gegevens of de onjuistheid of onvolledigheid heeft vastgesteld in het geval hij hiervan niet op de hoogte is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.68 — Artikel 5b.68 Middel voor het doorgeven van gegevens#
Artikel 5b.68 Middel voor het doorgeven van gegevens 1 artikel 5b.66 artikel 1.4, derde lid, van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren De exploitant geeft de gegevens, bedoeld in, door via een elektronisch portaal dat op grond van, door de minister is aangewezen als elektronisch portaal voor de registratie van de gegevens, bedoeld in artikel 5b.66, tweede lid. 2 Indien de minister meer dan één elektronisch portaal heeft aangewezen, volstaat het doorgeven van de gegevens bij een van de elektronisch portalen. 3 artikel 5b.66, tweede lid Indien de minister geen elektronisch portaal heeft aangewezen, geeft de exploitant de gegevens, bedoeld in, aan de minister door met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.68a — Artikel 5b.68a Registraties door de houder van een hond#
Artikel 5b.68a Registraties door de houder van een hond 1 artikel 3.30, eerste lid, van het besluit De registratie, bedoeld in, vindt plaats binnen een week nadat bij de hond een injecteerbare transponder is aangebracht en in ieder geval voordat de hond aan een andere houder wordt overgedragen. 2 Bij de registratie, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeld: a. de geboortedatum van de hond; b. de identificatiecode van de hond; c. de identificatiecode van het moederdier van de hond; en d. het registratienummer van de houder. 3 artikel 3.32 van het besluit De overdragende houder registreert binnen twee weken na overdracht van de hond bij de minister via een op grond vanaangewezen elektronisch portaal: a. de datum van overdracht; b. de identificatiecode van de hond; en c. het registratienummer van de houder, voor zover verstrekt. 4 artikel 3.32 van het besluit De opvolgende houder registreert binnen twee weken na de overdracht van de hond bij de minister via een op grond vanaangewezen elektronisch portaal: a. de naam en het adres van de houder; b. de datum van overdracht; c. de identificatiecode van de hond; en d. het registratienummer van de houder, voor zover verstrekt. 5 artikel 3.32 van het besluit Binnen twee weken na het overlijden of zo spoedig mogelijk na de blijvende vermissing van een hond doet de houder van een hond hiervan een registratie bij de minister via een op grond vanaangewezen elektronisch portaal. 6 Bij de registratie, bedoeld in het vijfde lid, wordt vermeld: a. de datum van overlijden of blijvende vermissing; b. de identificatiecode van de hond; en c. het registratienummer van de houder, voor zover verstrekt. 7 Indien geen elektronisch portaal is aangewezen, worden de registraties, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, rechtstreeks bij de minister gedaan. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.68b — Artikel 5b.68b Registratie van een hond die is verkregen zonder injecteerbare transponder of identificatiedocument of registratie van een geïmporteerde hond#
Artikel 5b.68b Registratie van een hond die is verkregen zonder injecteerbare transponder of identificatiedocument of registratie van een geïmporteerde hond 1 artikel 3.30, tweede lid, onderdelen a en b, van het besluit Het registreren van een hond, bedoeld invindt plaats uiterlijk twee weken nadat de hond is verkregen onderscheidenlijk in Nederland is gebracht. 2 artikel 3.30, tweede lid, onderdeel a, van het besluit 7.6, tweede en derde lid, van de Regeling diergeneeskundigen Bij de registratie, bedoeld in, worden de gegevens vermeld, bedoeld in. 3 artikel 3.30, tweede lid, onderdeel b, van het besluit Bij de registratie, bedoeld in, wordt vermeld: a. de datum waarop de hond in Nederland is gebracht; b. de identificatiecode van de hond; c. het registratienummer van de houder; d. artikel 4.3, eerste lid, van de wet het nummer dat de dierenarts heeft verkregen bij de inschrijving in het register, bedoeld in; e. het praktijkadres van de dierenarts; f. de identificatiecode van het identificatiedocument van de hond; h. het nummer van het gezondheidscertificaat, indien beschikbaar; en i. het land van herkomst van de hond. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.68c — Artikel 5b.68c Registratie van houders van honden bij de minister#
Artikel 5b.68c Registratie van houders van honden bij de minister 1 artikel 3.29, eerste lid, onderdelen a en b, van het besluit De registraties, bedoeld in, vinden plaats uiterlijk: a. zeven weken na de geboorte van de hond; onderscheidenlijk b. twee weken na het in Nederland brengen van de hond. 2 De registratie van de houder wordt in ieder geval gedaan voorafgaand aan het aanbrengen van de injecteerbare transponder bij de hond. 3 Bij de registratie vermeldt de houder zijn naam, adres en burgerservicenummer. 4 De registratie wordt gedaan met een middel dat daartoe door de minister ter beschikking is gesteld. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.69 — Artikel 5b.69 Identificatiedocument rund#
Artikel 5b.69 Identificatiedocument rund 1 Exploitanten die runderen houden, vragen een identificatiedocument als bedoeld in artikel 112, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429, bij de minister aan met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 2 Een identificatiedocument als bedoeld in het eerste lid blijft drie werkdagen geldig na de uitgiftedatum, vermeld op het document. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.70 — Artikel 5b.70 Verplaatsingsdocument schaap, geit#
Artikel 5b.70 Verplaatsingsdocument schaap, geit 1 Als model als bedoeld in artikel 110, eerste lid, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2016/429 wordt een door de minister beschikbaar gesteld model gebruikt. 2 Artikel 113, eerste lid onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429 is niet van toepassing op exploitanten die schapen en geiten houden, indien de gegevens, bedoeld in artikel 50 van verordening (EU) nr. 2019/2035, zijn doorgegeven aan het geautomatiseerde gegevensbestand. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.71 — Artikel 5b.71 Verplaatsingsdocument varken#
Artikel 5b.71 Verplaatsingsdocument varken Als model als bedoeld in artikel 110, eerste lid, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2016/429 wordt een door de minister beschikbaar gesteld model gebruikt. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5b.72 — Artikel 5b.72 Geldigheid identificatiedocument paardachtige#
Artikel 5b.72 Geldigheid identificatiedocument paardachtige Een identificatiedocument wordt bij de slachting of dood van een paardachtige vanwege de bestrijding van een ziekte, door de officiële dierenarts ongeldig gemaakt door ten minste op alle bladzijden met een fraudebestendige stempel het woord ‘ongeldig’ aan te brengen of door in alle bladzijden een gat te maken waarvan de diameter niet kleiner is dan het gat dat door een normale perforator wordt gemaakt. 2021 34297 07-07-2021 02-07-2021 WJZ/21163090 2021 34297 07-07-2021 02-07-2021 WJZ/21163090 08-07-2021
Artikel 5b.73 — Artikel 5b.73 Aanvraag verplaatsingsdocument of identificatiedocument#
Artikel 5b.73 Aanvraag verplaatsingsdocument of identificatiedocument De exploitant van een reizend circus of dierennummer voor gehouden landdieren doet een aanvraag voor een verplaatsingsdocument en, ingeval er voor een dier nog geen identificatiedocument is afgegeven, voor een identificatiedocument als bedoeld in de artikelen 77, 78 en 79 van verordening (EU) nr. 2019/2035 met een daartoe door de minister beschikbaar gesteld middel. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5b.73a — Artikel 5b.73a Identificatiedocument hond#
Artikel 5b.73a Identificatiedocument hond 1 artikel 3.28, tweede lid, onderdeel b, van het besluit De termijn, bedoeld in, is uiterlijk zeven weken na de geboorte van de hond. 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt de hond in elk geval voorafgaand aan de overdracht voorzien van een identificatiedocument. 3 Voordat een dierenarts een identificatiedocument voor een hond afgeeft identificeert de houder zich bij de dierenarts met het registratienummer van de houder. 4 artikel 3.32 van het besluit De dierenarts die een identificatiedocument heeft afgegeven voor een hond registreert binnen twee werkdagen bij de minister via een op grond vanaangewezen elektronisch portaal: a. de datum waarop het identificatiedocument is afgegeven; b. de identificatiecode van het identificatiedocument; c. artikel 4.3, eerste lid, van de wet het nummer dat de dierenarts heeft verkregen bij de registratie in het register, bedoeld in; d. het praktijkadres van de dierenarts; en e. de identificatiecode van het vorige identificatiedocument, indien van toepassing; f. de identificatiecode van de hond; g. de geboortedatum van de hond, indien eerder onjuist geregistreerd; h. het land van herkomst van de hond of, in voorkomende gevallen, dat het land van herkomst onbekend is; en i. het registratienummer van de houder van de hond. 5 Bij de overdracht van een hond draagt de houder het identificatiedocument van de hond over aan de opvolgende houder. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.73b — Artikel 5b.73b Identificatiedocument kat en fret#
Artikel 5b.73b Identificatiedocument kat en fret Artikel 5b.73a, vierde lid, aanhef en onderdelen a tot en met e , is van overeenkomstige toepassing op het afgeven van een identificatiedocument voor een kat of een fret. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 5b.74 — Artikel 5b.74 Regels over dieren die niet voldoen aan aanvullende Nederlandse regels over identificatie en registratie#
Artikel 5b.74 Regels over dieren die niet voldoen aan aanvullende Nederlandse regels over identificatie en registratie 1 Het is verboden om dieren die zijn bestemd voor een in Nederland gelegen inrichting van een inrichting af te voeren of in de handel te brengen indien niet voldaan is aan: a. artikel 5b.44, eerste lid, onderdeel a, b, c of d, of tweede lid ; b. artikel 5b.47, eerste lid, onderdeel b, tweede, derde of vierde lid ; c. artikel 5b.48, onderdeel, b, c of d ; d. artikel 5.52 ; e. artikel 5b.54, eerste lid, onderdeel b of c, tweede, derde, vierde of vijfde lid ; f. artikel 5b.55 , voor zover het het unieke registratienummer van de inrichting en het relatienummer van de exploitant betreft; g. artikel 5b.59, onderdeel b, c, d of e ; h. artikel 5b.66 . 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van dieren die rechtstreeks van de inrichting worden afgevoerd naar een in Nederland gelegen slachthuis of vanaf de inrichting al dan niet via een verzamelcentrum rechtstreeks buiten Nederland worden gebracht. 3 artikel 39a, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren Het eerste lid, en artikel 124, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429, zijn van overeenkomstige toepassing op dieren waarop, zoals dat luidde op 20 april 2021, van toepassing was. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5c.1 — Artikel 5c.1 Verblijf bijeengebrachte evenhoevigen op inrichting in Nederland#
Artikel 5c.1 Verblijf bijeengebrachte evenhoevigen op inrichting in Nederland 1 Evenhoevigen, met uitzondering van varkens, verblijven ten minste 21 dagen op een inrichting, niet zijnde een slachthuis, verzamelcentrum of tentoonstelling of keuring, nadat zij op die inrichting bijeengebracht zijn, voordat zij worden verplaatst naar een inrichting in Nederland. 2 artikel 1.34 van het besluit Evenhoevigen, met uitzondering van varkens, die voorafgaand aan de aanvoer op een inrichting, niet zijnde een slachthuis, verzamelcentrum of tentoonstelling of keuring, zijn verzameld op een vervoermiddel als bedoeld in, verblijven ten minste 21 dagen op die inrichting voordat zij worden verplaatst naar een inrichting in Nederland. 3 Ingeval evenhoevigen uit derde landen op een inrichting, niet zijnde een slachthuis, verzamelcentrum, tentoonstelling of keuring, zijn aangevoerd, verblijven de andere op de inrichting aanwezige evenhoevigen 30 dagen op die inrichting, voordat zij worden verplaatst naar een inrichting in Nederland, te rekenen vanaf de dag waarop evenhoevigen uit derde landen op die inrichting zijn aangevoerd. 4 Het tweede lid is niet van toepassing indien de andere evenhoevigen worden afgevoerd naar een in Nederland gelegen slachthuis. 5 Het tweede lid is niet van toepassing indien de aangevoerde evenhoevigen uit derde landen zodanig gescheiden worden gehouden van de andere op de inrichting aanwezige evenhoevigen dat direct en indirect contact wordt voorkomen. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5c.2 — Artikel 5c.2 Toegestane laadadressen varkens verzameling vervoermiddel#
Artikel 5c.2 Toegestane laadadressen varkens verzameling vervoermiddel 1 artikel 1.34 van het besluit In aanvulling opis het alleen toegestaan om varkens afkomstig vanaf ten hoogste twee inrichtingen in Nederland, niet zijnde verzamelcentra, en die bestemd zijn voor een slachthuis te verzamelen op één vervoerseenheid. 2 artikel 1.34 van het besluit In aanvulling opis het alleen toegestaan om uit Nederland afkomstige zeugen of beren ouder dan zeven maanden of speenbiggen die bestemd zijn voor een slachthuis op één vervoerseenheid te verzamelen vanaf ten hoogste drie inrichtingen, niet zijnde verzamelcentra. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.3 — Artikel 5c.3 Erkenning verzamelcentra voor Nederlandse markt#
Artikel 5c.3 Erkenning verzamelcentra voor Nederlandse markt 1 artikel 1.40 van het besluit Een verzamelcentrum voor hoefdieren als bedoeld in, is erkend door de minister voor de soort van dieren die op dat verzamelcentrum bijeen worden gebracht. 2 De minister erkent een verzamelcentrum als bedoeld in het eerste lid indien het verzamelcentrum voldoet aan: a. voor zover van overeenkomstige toepassing, artikel 97, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429; en b. artikel 5 van verordening (EU) nr. 2019/2035. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.4 — Artikel 5c.4 Voorschriften erkend verzamelcentrum voor Nederlandse markt#
Artikel 5c.4 Voorschriften erkend verzamelcentrum voor Nederlandse markt artikel 5c.3, eerste lid Artikel 97, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 en artikel 5 van verordening (EU) nr. 2019/2035 zijn van overeenkomstige toepassing op een verzamelcentrum als bedoeld in. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.5 — Artikel 5c.5 Documentatie erkend verzamelcentrum#
Artikel 5c.5 Documentatie erkend verzamelcentrum 1 artikel 5c.3, eerste lid Artikel 105, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 en artikel 35 van verordening (EU) nr. 2019/2035 zijn van overeenkomstige toepassing op een verzamelcentrum als bedoeld in. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden nadat de gegevens bekend zijn bij de exploitant van het verzamelcentrum onverwijld bijgehouden. 3 De exploitant bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, ten minste drie jaar. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.6 — Artikel 5c.6 Aanvraag, schorsen en intrekken erkenning#
Artikel 5c.6 Aanvraag, schorsen en intrekken erkenning 1 artikel 5c.3 De aanvraag tot erkenning van een verzamelcentrum als bedoeld in, geschiedt met een daartoe beschikbaar gesteld middel. 2 Artikel 99, tweede tot en met vijfde lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 is van overeenkomstige toepassing op de verlening van een erkenning als bedoeld in het eerste lid. 3 Artikel 100, tweede en derde lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 is van overeenkomstige toepassing op de schorsing of intrekking van een erkenning als bedoeld in het eerste lid. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.7 — Artikel 5c.7 Lossen#
Artikel 5c.7 Lossen 1 Het aantal adressen in Nederland waarop een vervoermiddel lost dat uit Nederland afkomstige evenhoevigen vervoert, is ten hoogste gelijk aan het aantal vervoerseenheden waaruit het vervoermiddel bestaat. 2 Elke vervoerseenheid die op een adres komt, wordt daar in één keer volledig gelost. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.8 — Artikel 5c.8 Periode houden dieren erkend verzamelcentrum Nederlandse markt#
Artikel 5c.8 Periode houden dieren erkend verzamelcentrum Nederlandse markt 1 artikel 5c.3, eerste lid Varkens, runderen, schapen of geiten worden in totaal niet meer dan 144 uur gehouden op één of meer verzamelcentra als bedoeld in. 2 artikel 1.36 van het besluit De periode van zes dagen, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het moment dat de aanvang is gemeld op grond van. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 5c.9 — Artikel 5c.9 Vervoer varkens vanaf verzamelcentrum#
Artikel 5c.9 Vervoer varkens vanaf verzamelcentrum artikel 1.42 van het besluit artikel 5c.3, eerste lid In afwijking vanis het toegestaan om varkens afkomstig van een inrichting in Nederland, die bestemd zijn voor een in Nederland gelegen slachthuis, ten hoogste een keer te verzamelen op een verzamelcentrum als bedoeld in. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.10 — Artikel 5c.10 Toegestane verzamelingen runderen Nederlandse markt#
Artikel 5c.10 Toegestane verzamelingen runderen Nederlandse markt 1 artikel 1.42 van het besluit artikel 5c.3, eerste lid In afwijking vanis het toegestaan om runderen afkomstig van een inrichting in Nederland, en die bestemd zijn voor een inrichting in Nederland ten hoogste één keer te verzamelen op een verzamelcentrum als bedoeld in. 2 artikel 1.42 van het besluit artikel 5c.3, eerste lid In afwijking vanis het toegestaan om runderen jonger dan 12 weken afkomstig van een inrichting in Nederland, die bestemd zijn voor een inrichting in Nederland ten hoogste twee keer te verzamelen op een verzamelcentrum als bedoeld in. 3 artikel 5c.3, eerste lid artikel 5b.49, tweede lid Ingeval runderen als bedoeld in het tweede lid, twee keer worden verzameld op een verzamelcentrum als bedoeld in, verstrekken de exploitanten van het eerste en het tweede verzamelcentrum, bedoeld in het tweede lid, in afwijking van, onmiddellijk na respectievelijk voor iedere aan- en afvoer van runderen de gegevens, bedoeld in artikel 42 van verordening (EU) nr. 2019/2035, aan de minister. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.11 — Artikel 5c.11 Vervoer runderen vanaf een verzamelcentrum#
Artikel 5c.11 Vervoer runderen vanaf een verzamelcentrum artikel 5c.3, eerste lid Runderen afkomstig van een inrichting in Nederland die bijeen zijn gebracht op een verzamelcentrum als bedoeld in, en bestemd zijn voor de slacht worden verplaatst naar een slachthuis in Nederland. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.12 — Artikel 5c.12 Toegestane verzamelingen schapen of geiten Nederlandse markt#
Artikel 5c.12 Toegestane verzamelingen schapen of geiten Nederlandse markt 1 artikel 1.42 van het besluit artikel 5c.3, eerste lid In afwijking vanis het toegestaan om schapen of geiten afkomstig van een inrichting in Nederland, die bestemd zijn voor een inrichting in Nederland ten hoogste twee keer te verzamelen op een verzamelcentrum als bedoeld in. 2 artikel 5c.3, eerste lid artikel 5b.56, tweede lid Ingeval schapen of geiten als bedoeld in het eerste lid, twee keer worden verzameld op een verzamelcentrum als bedoeld in, verstrekken de exploitanten van het eerste en het tweede verzamelcentrum, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van, onmiddellijk na respectievelijk voor iedere aan- en afvoer van schapen of geiten de gegevens, bedoeld in artikel 49 van verordening (EU) nr. 2019/2035, aan de minister. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5c.13 — Artikel 5c.13 Vervoer van schapen en geiten vanaf een verzamelcentrum#
Artikel 5c.13 Vervoer van schapen en geiten vanaf een verzamelcentrum artikel 5c.3, eerste lid Schapen of geiten afkomstig van een inrichting in Nederland die bijeen zijn gebracht op een verzamelcentrum als bedoeld inen bestemd zijn voor de slacht worden, na al dan niet twee keer te zijn verzameld op een verzamelcentrum als bedoeld in artikel 5c.3, eerste lid, verplaatst naar een slachthuis in Nederland. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 5d.1 — Artikel 5d.1 Uitvoeren vereiste test zonder erkend laboratorium#
Artikel 5d.1 Uitvoeren vereiste test zonder erkend laboratorium artikel 4.10, tweede lid, van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren Ingeval er op grond van, geen laboratorium is erkend voor een onderzoek naar de vereiste diergezondheidsstatus van een naar een derde land uit te voeren dier, verricht Wageningen Bioveterinary Research dat onderzoek. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Voorzieningen reinigings- en ontsmettingsplaats#
Artikel 6.1 Voorzieningen reinigings- en ontsmettingsplaats artikel 2.10a, eerste lid, van het besluit bijlage 8 Een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in, bevat de voorzieningen, bedoeld in. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Toegankelijkheid register erkende reinigings- en ontsmettingsplaatsen#
Artikel 6.2 Toegankelijkheid register erkende reinigings- en ontsmettingsplaatsen artikel 2.10c, tweede lid, van het besluit Het register van erkende reinigings- en ontsmettingsplaatsen, bedoeld inis toegankelijk voor eenieder. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Aangewezen dierziekten reiniging en ontsmetting vervoermiddelen afkomstig uit het buitenland#
Artikel 6.3 Aangewezen dierziekten reiniging en ontsmetting vervoermiddelen afkomstig uit het buitenland Vervallen 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Uitzondering reiniging en ontsmetting binnen inrichting#
Artikel 6.4 Uitzondering reiniging en ontsmetting binnen inrichting De verplichting tot reiniging en ontsmetting, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2020/688 is niet van toepassing op het vervoer binnen een inrichting, bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van die verordening indien is voldaan aan de voorwaarden in dat onderdeel. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Eisen A-bedrijf, C-bedrijf, of E- bedrijf#
Artikel 7.1 Eisen A-bedrijf, C-bedrijf, of E- bedrijf 1 Een A-bedrijf, C-bedrijf of E-bedrijf voldoet aan de volgende voorwaarden: a. bijlage 10 een dierenarts neemt eenmaal per maand bloedmonsters van de aanwezige varkens overeenkomstig de procedure vanten behoeve van serologisch onderzoek op de aanwezigheid van klassieke varkenspest dat door Wageningen Bioveterinary Research wordt verricht; b. op het bedrijf is een douche aanwezig, die is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van de inrichting waar varkens worden gehouden, waarvan bezoekers van die inrichting voorafgaand aan het betreden van de stallen gebruik maken; en c. het bedrijf is voorzien van een erfafscheiding waardoor het betreden van de inrichting waar varkens worden gehouden zonder de medewerking van de varkenshouder niet mogelijk is. 2 De monsters, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij het laboratorium, bedoeld in dat onderdeel. 3 De varkenshouder stelt de uitslag van het serologisch onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, beschikbaar aan de minister. 4 bijlage 11 bijlage 10 artikel 2.27h, eerste lid, onderdeel b, van het besluit Indien een A-bedrijf beschikt over een toevoegstal, voldoet dat bedrijf aan de inopgenomen eisen over inrichting en gebruik van die stal. Een dierenarts neemt overeenkomstig de procedure vanbloedmonsters van de in die toevoegstal aanwezige varkens ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Aanvraag toestemming voor vervoer en documentatie#
Artikel 7.2 Aanvraag toestemming voor vervoer en documentatie 1 artikel 2.27p, eerste lid, van het besluit artikel 1.4, derde lid, Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren artikelen 5b.59 5b.60 Een houder die varkens afvoert van zijn inrichting dient een aanvraag als bedoeld inin via een elektronisch portaal dat op grond vanis aangewezen als elektronisch portaal voor de melding van de gegevens, bedoeld in deen. 2 Indien de minister geen portaal heeft aangewezen, dient de houder de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, in bij de minister met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 3 De varkenshouder die de aanvraag heeft gedaan bewaart de toestemming tot drie jaren na de datum waarop de varkens van de locatie waar zij werden gehouden, zijn afgevoerd. 4 Regeling diergezondheid In geval van een uitbraak van een in artikel 3.1aaangewezen besmettelijke ziekte kan de minister de op dat moment gegeven toestemmingen intrekken. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 Monstername monitoring Ziekte van Aujeszky#
Artikel 7.3 Monstername monitoring Ziekte van Aujeszky 1 bijlage 10 De houder van varkens op een A-bedrijf, C-bedrijf, of E-bedrijf, laat eenmaal per maand bloedmonsters nemen van de aanwezige varkens overeenkomstig de procedure van. 2 De houder van varkens op een B-bedrijf, F-bedrijf, of D-bedrijf laat iedere viermaandelijkse periode die loopt van januari tot en met april, van mei tot en met augustus en van september tot en met december, bloed bemonsteren van drie varkens die: a. ten minste 25 kg zwaar zijn; of b. de zwaarste dieren zijn. 3 Tijdens de monstername wordt ten minste 8 milliliter bloed per varken afgenomen. 4 Het is toegestaan om het bloed, bedoeld in het tweede lid, af te laten nemen nadat de dieren zijn gedood. 5 Het tweede lid is niet van toepassing indien het aantal gehouden varkens, uitgezonderd zogende biggen, gedurende de periode, bedoeld in tweede lid, minder dan 31 bedraagt. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 Aanleveren van gegevens#
Artikel 7.4 Aanleveren van gegevens 1 artikel 7.3, eerste of tweede lid artikel 3 van de Regeling erkenning veterinaire laboratoria De houder van varkens laat het bloed, bedoeld in, in een laboratorium dat daarvoor op grond vanis erkend, onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen het Aujeszky-virus of het Aujeszky-vaccin. 2 De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij het laboratorium, bedoeld in het eerste lid. 3 Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd: a. gegevens ter identificatie van de houder van de varkens, van degene die het monster heeft genomen en van de varkens die zijn bemonsterd; b. de dag waarop de monsters zijn genomen; c. de afdeling waarin de varkens gehuisvest zijn; d. de dag waarop de monsters worden verzonden; en e. de handtekening van de inzender van de monsters. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 Bewaren en registreren van gegevens#
Artikel 7.5 Bewaren en registreren van gegevens 1 artikel 7.3, eerste of tweede lid artikel 7.4, derde lid De houder bewaart de uitslag van het onderzoek, bedoeld in, en de gegevens, bedoeld in, ten minste drie jaar. 2 De houder registreert de uitslag, bedoeld in het eerste lid, bij de minister. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7a.1 — Artikel 7a.1 Onderzoek Brucellose#
Artikel 7a.1 Onderzoek Brucellose artikel 2.46a, eerste lid, van het besluit artikel 3.1 van het Besluit diergezondheid De houder van een rund stuurt, uiterlijk binnen een week nadat bij het dier de vrucht of vruchten ter wereld zijn gebracht, de monsters die zijn genomen met het oog op het onderzoek naar de aanwezigheid van antilichamen tegen brucellose als bedoeld in, naar de instelling die op grond vanis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor brucellose. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 7b.1 — Artikel 7b.1 Begripsbepalingen verzorging vleeskuikens#
Artikel 7b.1 Begripsbepalingen verzorging vleeskuikens Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bruto oppervlakte van de stal: binnenmaatse oppervlakte van de stal, voor zover het betreft het gedeelte van de stal, bestemd voor het houden van vleeskuikens; stal: ruimte met een omsloten luchtvolume die is bestemd om er uitsluitend één koppel in te houden. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 7b.2 — Artikel 7b.2 Kennisgeving hogere bezettingsdichtheid#
Artikel 7b.2 Kennisgeving hogere bezettingsdichtheid 1 artikel 2.55, eerste lid, van het besluit artikel 2.59, eerste lid, van het besluit De kennisgeving, bedoeld in, en de kennisgeving, bedoeld in, geschiedt aan de minister. 2 Voor de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt gemaakt van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 3 De kennisgeving gaat per stal vergezeld van de volgende gegevens: a. artikel 5a.1, derde lid het unieke subregistratienummer, bedoeld in; b. het relatienummer van de houder; c. het stalnummer dat is bevestigd aan de buitenkant van de stal; d. de adresgegevens van de stal; e. de bruto oppervlakte van de stal in vierkante meters; f. het bouwjaar van de stal en, indien van toepassing, het jaar waarin een grondige verbouwing met directe gevolgen voor het dierenwelzijn heeft plaatsgevonden. 4 artikel 1.4, derde lid, Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren artikel 5b.66 De houder kan verstrekking van gegevens als bedoeld in het derde lid achterwege laten, voor zover deze gegevens zijn gemeld via een elektronisch portaal dat ingevolgeis aangewezen als elektronisch portaal door middel waarvan de registratie, bedoeld inplaatsvindt. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 6.2.
Artikel 7b.3 — Artikel 7b.3 Kennisgeving lagere bezettingsdichtheid#
Artikel 7b.3 Kennisgeving lagere bezettingsdichtheid 1 artikel 2.65, eerste lid, van het besluit De kennisgeving, bedoeld in, geschiedt aan de minister. 2 Voor de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt gemaakt van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 3 artikel 7b.2, derde lid, onderdelen a, b, c en d De kennisgeving gaat per stal vergezeld van de gegevens, genoemd in. 4 7b.2, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 6.3.
Artikel 7b.4 — Artikel 7b.4 Berekening bezettingsdichtheid#
Artikel 7b.4 Berekening bezettingsdichtheid 1 De bezettingsdichtheid van een stal wordt berekend op basis van de bruikbare oppervlakte van de stal, gelijk aan de bruto oppervlakte van de stal. 2 Indien een stal is uitgerust met voersystemen waaronder de kuikens redelijkerwijs niet kunnen lopen of liggen wordt voor het bepalen van de bruikbare oppervlakte, bedoeld in het eerste lid, een forfaitaire aftrek gehanteerd van 1,7% van de bruto oppervlakte van de stal. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 6.4.
Artikel 7b.5 — Artikel 7b.5 2 2 Aanvullende normen voor het aanhouden van een bezettingsdichtheid van meer dan 39 kg/m, maar ten hoogste 42 kg/m#
Artikel 7b.5 2 2 Aanvullende normen voor het aanhouden van een bezettingsdichtheid van meer dan 39 kg/m, maar ten hoogste 42 kg/m 1 2 2 De houder die een bezettingsdichtheid van meer dan 39 kg/m, maar ten hoogste 42 kg/mtoepast, zorgt ervoor dat voor elk koppel in het slachthuis, of voor een voor de export bestemd koppel op het bedrijf ten hoogste vijf werkdagen voor het einde van de ronde, wordt vastgesteld in welke mate voetzoollaesies voorkomen. 2 Ten behoeve van de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt bij een aantal vleeskuikens van een koppel beoordeeld bij hoeveel dieren er a. geen of een zeer kleine verkleuring zichtbaar is (klasse 0); b. verkleuring maar geen diepe aantasting aanwezig is (klasse 1); c. een laesie met aantasting van de opperhuid en onderhuidse ontsteking (klasse 2) aanwezig is. 3 De houder maakt afspraken met de exploitant van het slachthuis respectievelijk het bedrijf dat de vaststelling in de stal verricht, zodanig dat de vaststelling plaatsvindt: a. bij het slachthuis: 1°. bijlage 3 door een daarvoor opgeleide medewerker, bij 100 kuikens van elk koppel, waarvan 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 30% van het koppel, en 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 60% van het koppel, met inachtneming van het protocol dat alsbij deze regeling is gevoegd, dan wel: 2°. bijlage 4 met gebruikmaking van een digitaal meetsysteem bij ten minste 70% van alle kuikens van elk koppel, overeenkomstig het protocol, dat is opgenomen in; b. bijlage 5 in de stal: ten hoogste 5 werkdagen voordat de laatste vleeskuikens worden weggeladen, door een daarvoor opgeleide controleur, bij 100 kuikens van elk koppel met inachtneming van het protocol dat alsbij deze regeling is gevoegd. 4 De totaalscore voor het koppel wordt vastgesteld: a. in geval van visuele meting in het slachthuis of het houderijbedrijf met gebruikmaking van de formule: aantal punten = (aantal dieren klasse 0) x 0 + (aantal dieren klasse 1) x (0,5) + (aantal dieren klasse 2) x 2 b. bij meting door middel van een digitaal meetsysteem met de formule: aantal punten = (percentage dieren klasse 0) x 0 + (percentage dieren klasse 1) x (0,5) + (percentage dieren klasse 2) x 2 5 artikelen 7b.2, tweede lid 7b.8, tweede en derde lid De in het eerste lid bedoelde houder verstrekt per koppel de gegevens waaruit de score blijkt binnen 30 dagen na de vaststelling aan de minister. De, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 6 De in het eerste lid bedoelde houder stelt na elk kalenderjaar een gemiddelde score voor het afgelopen jaar per stal vast op basis van de gegevens, bedoeld in het vijfde lid. 7 Het in het derde lid, onderdeel a, onder 2°, bedoelde digitale meetsysteem voldoet aan de volgende eisen: a. het systeem levert een betrouwbare indeling op van de voetzoollaesies in de in het tweede lid genoemde klassen en van de resultaten van de meting overeenkomstig de in het vierde lid, onderdeel b, genoemde formule; b. het systeem kan ten behoeve van een betrouwbare indeling worden ingesteld op beoordeling van de poten van de koppels die onder hoogbroei en van de koppels die onder laagbroei zijn verwerkt; c. het systeem kan op zodanige wijze worden ingesteld dat de beoordeling van ieder koppel afzonderlijk plaatsvindt; d. de in onderdeel a bedoelde gegevens worden ten minste eenmaal per dag opgeleverd; e. de beelden van de beoordeelde koppels kunnen worden bewaard. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 6.5.
Artikel 7b.6 — Artikel 7b.6 Gevolgen hoge scores#
Artikel 7b.6 Gevolgen hoge scores 1 2 2 artikel 7b.5, zesde lid Indien een bezettingsdichtheid van meer dan 39 kg/m, maar ten hoogste 42 kg/mwordt toegepast, is de gemiddelde score, bedoeld in, niet hoger dan 80 punten. 2 artikel 7b.5, zesde lid Indien de gemiddelde score, bedoeld in, in afwijking van het eerste lid, meer dan 120 punten bedraagt, a. stelt de houder, zo mogelijk met behulp van een dierenarts, voor 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de verstrekte gegevens betrekking hadden, een verbeterplan op met daarin de maatregelen die hij gaat doorvoeren in elke stal waarvoor de gemiddelde score meer dan 120 punten bedroeg, om ervoor te zorgen dat in elk geval aan het einde van dat jaar wordt voldaan aan het eerste lid, en b. past de houder in elke stal waarvoor de gemiddelde score meer dan 120 punten bedroeg, uiterlijk met ingang van 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, en vervolgens ten minste gedurende het hele kalenderjaar, een bezettingsdichtheid toe van ten hoogste 39 kg/m². 3 artikel 7b.5, zesde lid Indien de gemiddelde score, bedoeld in, in afwijking van het eerste lid, meer dan 80 punten bedraagt maar minder dan 121 punten, stelt de houder, zo mogelijk met behulp van een dierenarts, voor 1 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, een verbeterplan op met daarin de maatregelen die hij gaat doorvoeren in elke stal waar de gemiddelde score meer dan 80 punten bedroeg, om ervoor te zorgen dat binnen een jaar wordt voldaan aan het eerste lid. 4 Artikel 7b.2, tweede en vierde lid Een verbeterplan wordt ingediend bij de minister., is van overeenkomstige toepassing. 5 Indien naar het oordeel van de minister de uitvoering van het verbeterplan er in redelijkheid niet toe kan leiden dat binnen een kalenderjaar kan worden voldaan aan het eerste lid, dient de houder op verzoek van de minister binnen een maand na dat verzoek een aangepast verbeterplan in. 6 De houder voert het verbeterplan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of in het derde lid, dan wel het aangepaste verbeterplan, bedoeld in het vijfde lid, zo spoedig mogelijk uit. 7 De houder bewaart bewijsstukken van de maatregelen die hij bij de uitvoering van het verbeterplan heeft genomen gedurende ten minste 5 jaar, gerekend vanaf de datering van die stukken. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 7b.7 — Artikel 7b.7 artikel 7b.6, tweede lid Voortduren meting bij toepassing#
Artikel 7b.7 artikel 7b.6, tweede lid Voortduren meting bij toepassing Artikel 7b.5 7b.6, tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de houder, bedoeld in, ten aanzien van het kalenderjaar waarin hij op grond van 7b.6, tweede lid, onderdeel b, een bezettingsdichtheid toepast van ten hoogste 39 kg/m². 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 6.7.
Artikel 7b.8 — Artikel 7b.8 Verstrekking gegevens aantallen vleeskuikens#
Artikel 7b.8 Verstrekking gegevens aantallen vleeskuikens 1 artikelen 7b.2 7b.3 Ten behoeve van het bepalen van de bezettingsdichtheid draagt de houder, bedoeld in deen, er zorg voor dat per koppel de volgende gegevens worden verstrekt aan de minister: a. artikel 2.52, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het aantal binnengebrachte vleeskuikens, bedoeld in; b. de datum waarop de vleeskuikens die uit de stal zijn verwijderd met het oogmerk om te worden geslacht, in de stal zijn geplaatst; c. het aantal vleeskuikens dat uit de stal is verwijderd met het oogmerk om te worden geslacht; d. het levend gewicht van de vleeskuikens, bedoeld in onderdeel c, op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop zij worden geslacht; e. de datum waarop de vleeskuikens, bedoeld in onderdeel c, zijn geslacht; f. artikel 2.52, eerste lid, onderdeel e, van het besluit het resterende aantal vleeskuikens, bedoeld in. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt binnen 30 dagen nadat de laatste vleeskuikens van het betreffende koppel uit de stal zijn verwijderd met het oogmerk om te worden geslacht. 3 artikel 2.52 van het besluit De houder bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende drie jaren na de datum van de verstrekking bij de gegevens die op grond vanworden geregistreerd. 4 Artikel 7b.2, tweede en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 6.8.
Artikel 7b.9 — Artikel 7b.9 Erkenning opleidingscertificaat#
Artikel 7b.9 Erkenning opleidingscertificaat 1 artikel 2.54, eerste lid, van het besluit De minister erkent een certificaat als bedoeld in, indien dit certificaat betrekking heeft op: a. een opleiding die voldoet aan één van de volgende kwalificaties: – Dierverzorger hokdieren (Opleidingscode 97702), alleen voor cohorten 2012-2014, of – Dierenhouder hokdieren (Opleidingscode 97712), voor cohorten 2012-2013 en daaropvolgende jaren; b. de certificeerbare eenheid ‘welzijn van vleeskuikens’; c. artikel 1 van de Regeling certificaten groen beroepsonderwijs Het certificaat houder van vleeskuikens (C0010 of K0602) als bedoeld inof een diploma dat mede dat certificaat omvat. 2 richtlijn nr. 2007/43/EG De minister erkent een certificaat als bedoeld in artikel 4, derde lid, van dedat is afgegeven of erkend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de Europese Unie. 3 artikel 2.54, derde lid, van het besluit Naast de aspecten, genoemd inheeft de vleeskuikenhouder tevens kennis van: a. contactdermatitis bij vleeskuikens, en b. maatregelen die in het kader van de bedrijfsvoering kunnen worden genomen om het ontstaan van contactdermatitis te voorkomen dan wel tegen te gaan. 2022 23526 05-09-2022 30-08-2022 WJZ/22285046 2022 23526 05-09-2022 30-08-2022 WJZ/22285046 01-01-2023
Artikel 7b.10 — Artikel 7b.10 Registratie houders van legkippen#
Artikel 7b.10 Registratie houders van legkippen artikel 2.69, eerste lid, van het besluit Ter verkrijging van een registratie als bedoeld indoet een houder als bedoeld in artikel 2.69, eerste lid, van het besluit de inkennisstelling, bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429, met dien verstande dat hij daarbij de gegevens, bedoeld in onderdeel 1 van de bijlage bij Richtlijn 2002/4/EG, verstrekt ten behoeve van opname in het geautomatiseerde gegevensbestand, bedoeld in artikel 109 van verordening (EU) nr. 2016/429. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 7.1.
Artikel 7b.11 — Artikel 7b.11 Registratie kuikens#
Artikel 7b.11 Registratie kuikens 1 Een broederij registreert het aantal uitgekomen kuikens dat daadwerkelijk bestemd is om te worden gebruikt, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van verordening (EG) nr. 617/2008: a. artikel 1.4, derde lid, van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren via een elektronisch portaal dat op grond vandoor de minister is aangewezen als elektronisch portaal voor de registratie van die gegevens, of b. bij de minister, voor zover voor de registratie van die gegevens geen aanwijzing als bedoeld in onderdeel a heeft plaatsgevonden. 2 De verzender van een partij kuikens registreert de gegevens die het begeleidende document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening (EG) nr. 617/2008, bevat overeenkomstig het eerste lid, onderdelen a en b. 3 In afwijking van het tweede lid wordt de registratie, bedoeld in dat lid, bij ontvangst op een vermeerderingsbedrijf van kippen die worden gebruikt als moederdier, gedaan door de ontvanger van die kuikens. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 7a.1.
Artikel 7b.12 — Artikel 7b.12 Verbodsbepaling handelsnormen pluimveekuikens#
Artikel 7b.12 Verbodsbepaling handelsnormen pluimveekuikens artikel 6.2, eerste lid, van de wet Als voorschriften als bedoeld inworden de artikelen 4, 5, 6, onderdeel b, en 8, eerste lid, van verordening (EG) nr. 617/2008 aangewezen. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021 Voorheen art. 7a.2.
Artikel 7b.13 — Artikel 7b.13 Monstername monitoring aviaire influenza#
Artikel 7b.13 Monstername monitoring aviaire influenza 1 artikel 2.76ib, eerste lid, van het besluit artikel 3.1 van het Besluit diergezondheid Een houder als bedoeld in, laat een bloedmonster nemen door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair van de door hem gehouden dieren en laat die monsters onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen aviaire influenza van het subtype H5 of H7 door de instelling die op grond vanis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor aviaire influenza. 2 Bij de monstername wordt ten minste 1 milliliter bloed per dier afgenomen. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.14 — Artikel 7b.14 Aanleveren van gegevens#
Artikel 7b.14 Aanleveren van gegevens 1 artikel 7b.13, eerste lid De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij de instelling, bedoeld in. 2 Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd: a. gegevens ter identificatie van de houder van de dieren, van degene die het monster heeft genomen en van de dieren die zijn bemonsterd; b. de dag waarop de monsters zijn genomen; c. de dag waarop de monsters worden verzonden; en d. de naam en handtekening van de inzender van de monsters. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.15 — Artikel 7b.15 Frequentie monstername#
Artikel 7b.15 Frequentie monstername 1 artikel 7b.13, eerste lid In aanvulling op, laat de houder van: a. vleeskuikens, parelhoenders, loopvogels en kwartels, jaarlijks een bloedmonster nemen van ten minste 30 dieren met een leeftijd van ten minste vier weken; b. vleeseenden of ganzen, jaarlijks een bloedmonster nemen van ten minste 40 dieren met een leeftijd van ten minste vier weken; c. vleeskalkoenen, bij elke ronde een bloedmonster nemen van ten minste 30 hanen met een leeftijd van 18 weken, of indien de houder geen andere vleeskalkoenen dan hennen houdt, laat hij een bloedmonster nemen van ten minste 30 hennen met een leeftijd van ten minste 13 weken; d. vermeerderingsdieren, jaarlijks een bloedmonster nemen van ten minste 30 dieren met een leeftijd van ten minste 45 weken; e. dieren die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, per koppel een bloedmonster nemen van ten minste 30 dieren met een leeftijd van ten minste 15 weken; f. leghennen, jaarlijks een bloedmonster nemen van ten minste 30 dieren met een leeftijd van ten minste 45 weken; g. dieren die worden opgefokt tot leghen, per koppel een bloedmonster nemen van ten minste 30 dieren met een leeftijd van ten minste acht weken. 2 Indien de dieren, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d en f, gehouden worden in meerdere koppels, laat de houder naar evenredigheid van het aantal dieren dat in de koppels wordt gehouden, een bloedmonster nemen uit elk koppel waarbij ten minste 5 dieren per koppel worden bemonsterd. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 7b.16 — Artikel 7b.16 Frequentie monstername vrije uitloop#
Artikel 7b.16 Frequentie monstername vrije uitloop artikel 7b.15 verordening (EU) 2023/2465 Verordening (EU) nr. 1308/2013 Verordening (EG) nr. 589/2008 In afwijking vanlaat de houder die op een bedrijf waar onder meer dieren worden gehouden in een houderijsysteem met vrije uitloop als bedoeld in bijlage II, onderdeel 1 van Gedelegeerdevan de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren, en tot intrekking vanvan de Commissie, ieder kwartaal een bloedmonster nemen van ten minste 30 dieren. 2026 14392 16-04-2026 10-04-2026 WJZ/85901789 2026 14392 16-04-2026 10-04-2026 WJZ/85901789 17-04-2026
Artikel 7b.17 — Artikel 7b.17 Administratie monstername#
Artikel 7b.17 Administratie monstername artikel 7b.13, eerste lid Een houder bewaart de uitslag van het onderzoek, bedoeld in, ten minste drie jaar. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.18 — Artikel 7b.18 Monstername ziektebewakingsprogramma mycoplasma spp.#
Artikel 7b.18 Monstername ziektebewakingsprogramma mycoplasma spp. 1 Indien een houder van pluimvee als bedoeld in bijlage II, deel 2, punt 3, bij verordening (EU) nr. 2019/2035 bloedmonsters laat nemen ten behoeve van het onderzoek naar de aanwezigheid van de ziekteverwekkers, bedoeld in bijlage II, deel 2, punt 3, onder 3.1, bij verordening (EU) nr. 2019/2035, worden die monsters afgenomen door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair. 2 Bij de monstername wordt ten minste 1 milliliter bloed per dier afgenomen. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.19 — Artikel 7b.19 Instelling onderzoek mycoplasma spp.#
Artikel 7b.19 Instelling onderzoek mycoplasma spp. artikel 3.1 van het Besluit diergezondheid Het onderzoek, bedoeld in bijlage II, deel 2, punt 3, onder 3.6, bij verordening (EU) nr. 2019/2035 wordt verricht door de instelling die op grond vanis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor mycoplasma spp. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.20 — Artikel 7b.20 Aanleveren van gegevens onderzoek mycoplasma spp.#
Artikel 7b.20 Aanleveren van gegevens onderzoek mycoplasma spp. 1 artikel 7b.19 De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij de instelling, bedoeld in. 2 Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd: a. gegevens ter identificatie van de houder van de dieren, van degene die het monster heeft genomen en van de dieren die zijn bemonsterd; b. de dag waarop de monsters zijn genomen; c. de dag waarop de monsters worden verzonden; en d. de naam en handtekening van de inzender van de monsters. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.21 — Artikel 7b.21 Administratie monstername#
Artikel 7b.21 Administratie monstername artikel 7b.19 Een houder bewaart de uitslag van het onderzoek, bedoeld in, ten minste drie jaar. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.22 — Artikel 7b.22 Ziektebewakingsprogramma mycoplasma spp. Nederlandse markt#
Artikel 7b.22 Ziektebewakingsprogramma mycoplasma spp. Nederlandse markt 1 artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluit Een houder als bedoeld indie kippen opfokt die bestemd zijn om te worden gehouden als legkip laat, in afwijking van dat artikel, in de drie weken voorafgaand aan de verplaatsing van een koppel kippen naar een ander legkippenbedrijf van die dieren 24 bloedmonsters nemen. 2 artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluit Een houder als bedoeld invan een koppel legkippen laat, in afwijking van dat artikel, negen weken voorafgaand aan het moment waarop die dieren worden geslacht van die dieren 10 bloedmonsters nemen. 3 artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluit Een houder als bedoeld invan vleeskalkoenen laat, in afwijking van dat artikel, drie weken voorafgaand aan het moment waarop de dieren worden geslacht van die dieren 24 bloedmonsters nemen. 4 artikelen 7b.18 tot en met 7b.21 Dezijn van overeenkomstige toepassing op de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste tot en met derde lid. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.23 — Artikel 7b.23 Monstername ziektebewakingsprogramma salmonella-serotypen#
Artikel 7b.23 Monstername ziektebewakingsprogramma salmonella-serotypen 1 Indien een houder van pluimvee als bedoeld in bijlage II, deel 2, punt 2, bij verordening (EU) nr. 2019/2035 bloedmonsters laat nemen ten behoeve van het onderzoek naar de aanwezigheid van de ziekteverwekkers, bedoeld in bijlage II, deel 2, punt 2, onder 2.1, bij verordening (EU) nr. 2019/2035, worden die monsters afgenomen door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair. 2 Bij de monstername wordt ten minste 1 milliliter bloed per dier afgenomen. 3 De exploitant van een broederij als bedoeld in artikel 7 van verordening (EU) nr. 2019/2035 neemt monsters als bedoeld in bijlage II, deel 1 van die verordening. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.24 — Artikel 7b.24 Instelling onderzoek salmonella-serotypen#
Artikel 7b.24 Instelling onderzoek salmonella-serotypen artikel 3.1 van het Besluit diergezondheid Het onderzoek, bedoeld in bijlage II, deel 2, punt 2, onder 2.6, bij verordening (EU) nr. 2019/2035 wordt verricht door de instelling die op grond vanis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor salmonella-serotypen. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.25 — Artikel 7b.25 Aanleveren van gegevens onderzoek salmonella-serotypen#
Artikel 7b.25 Aanleveren van gegevens onderzoek salmonella-serotypen 1 artikel 7b.23 artikel 7b.24 De monsters, bedoeld in, worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij de instelling, bedoeld in. 2 Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd: a. gegevens ter identificatie van de houder van de dieren, van degene die het monster heeft genomen en van de dieren die zijn bemonsterd; b. de dag waarop de monsters zijn genomen; c. de dag waarop de monsters worden verzonden; en d. de naam en handtekening van de inzender van de monsters. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.26 — Artikel 7b.26 Administratie monstername#
Artikel 7b.26 Administratie monstername artikel 7b.23 Een houder bewaart de uitslag van het onderzoek, bedoeld in, ten minste drie jaar. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.27 — Artikel 7b.27 Ziektebewakingsprogramma salmonella-serotypen Nederlandse markt#
Artikel 7b.27 Ziektebewakingsprogramma salmonella-serotypen Nederlandse markt 1 artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluit Voor het onderzoek naar de aanwezigheid salmonella-serotypen als bedoeld inzijn de soorten en categorieën pluimvee als bedoeld in dat artikel, de soorten pluimvee als bedoeld in bijlage II, deel 2, punt 2, onder 2.2, bij verordening (EU) nr. 2019/2035 voor zover die dieren broedeieren produceren. 2 artikelen 7b.23 tot en met 7b.26 artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluit Dezijn van overeenkomstige toepassing op een houder als bedoeld in. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 7b.28 — Artikel 7b.28 Vaccinatie Newcastle disease#
Artikel 7b.28 Vaccinatie Newcastle disease 1 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit Als soorten en categorieën pluimvee, bedoeld inworden aangewezen: a. vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen of kippen of kalkoenen die worden opgefokt als vermeerderingsdier b. leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen; c. vleeskuikens; d. vleeskalkoenen. 2 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit De vaccinatie, bedoeld in, vindt plaats uiterlijk 18 dagen nadat de dieren, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgekomen. 3 Dieren als bedoeld in het eerste lid, die ouder zijn dan 18 dagen en die niet gevaccineerd zijn, omdat zij uit een ander land dan Nederland afkomstig zijn, worden onmiddellijk na plaatsing op het bedrijf gevaccineerd. 4 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit Met een daartoe door de minister beschikbaar gesteld middel houdt de exploitant, bedoeld in, onmiddellijk na de vaccinatie in ieder geval de volgende gegevens bij: a. gegevens ter identificatie van de houder van de dieren, de dierenarts die de dieren heeft gevaccineerd of hiertoe een diergeneesmiddel heeft afgeleverd en de dieren die gevaccineerd zijn; b. gegevens omtrent de aard van de vaccinatie; c. gegevens omtrent het vaccin; d. de dag waarop er is gevaccineerd; en e. de handtekening van de houder en de dierenarts. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.29 — Artikel 7b.29 Monitoring vaccinatie Newcastle disease#
Artikel 7b.29 Monitoring vaccinatie Newcastle disease 1 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit artikel 3.1 van het Besluit diergezondheid artikel 7b.28, eerste lid De exploitant, bedoeld in, laat een dierenarts of dierenartsassistent paraveterinair een bloedmonster nemen van de door hem gehouden dieren als bedoeld in, en laat dat monster onderzoeken op de werking van de vaccinatie, bedoeld in artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit, door de instelling die op grond vanis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor Newcastle disease. 2 Bij de monstername wordt ten minste 1 milliliter bloed per dier afgenomen. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.30 — Artikel 7b.30 Aanleveren van gegevens#
Artikel 7b.30 Aanleveren van gegevens 1 artikel 7b.29, eerste lid De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij de instelling, bedoeld in. 2 Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd: a. gegevens ter identificatie van de exploitant van de dieren, van degene die het monster heeft genomen en van de dieren die zijn bemonsterd; b. de dag waarop de monsters zijn genomen en het aantal monsters; c. de dag waarop de monsters worden verzonden; en d. de naam en handtekening van de inzender van de monsters. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.31 — Artikel 7b.31 Monstername vermeerderingsdieren#
Artikel 7b.31 Monstername vermeerderingsdieren artikel 7b.29 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit In aanvulling oplaat de exploitant, bedoeld in, van ten minste 30 dieren per stal bloedmonsters nemen van vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen of kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier op de volgende momenten: a. 70 dagen na het uitkomen, tenzij het koppel sinds het uitkomen met tussenpozen van ten hoogste zes weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd; b. 2.76id, eerste lid, van het besluit binnen zes weken nadat de vaccinatie, bedoeld in, is uitgevoerd; c. in de periode van 40 tot 48 weken na het uitkomen, voor zover het dieren, anders dan kalkoenen betreft; d. in de periode van 50 tot 58 weken na het uitkomen, voor zover het kalkoenen betreft; e. in de periode van 70 tot 75 weken na het uitkomen; f. artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit binnen 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel naar een ander bedrijf waar dieren als bedoeld inworden gehouden, voor zover het koppel op de dag van verplaatsing 28 dagen of ouder is. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.32 — Artikel 7b.32 Monstername leghennen#
Artikel 7b.32 Monstername leghennen artikel 7b.29 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit In aanvulling oplaat de exploitant, bedoeld in, van ten minste 30 dieren per stal bloedmonsters nemen van leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen op de volgende momenten: a. 70 dagen na het uitkomen, tenzij het koppel sinds het uitkomen met tussenpozen van ten hoogste zes weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd; b. 2.76id, eerste lid, van het besluit binnen zes weken nadat de vaccinatie, bedoeld in, is uitgevoerd; c. in de periode van 90 tot 95 weken na het uitkomen; d. binnen 9 weken voordat het koppel wordt geslacht; e. artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit binnen 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel naar een ander bedrijf waar dieren als bedoeld inworden gehouden, voor zover het koppel op de dag van verplaatsing 28 dagen of ouder is. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.33 — Artikel 7b.33 Monstername vleeskuikens#
Artikel 7b.33 Monstername vleeskuikens artikel 7b.29 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit In aanvulling oplaat de exploitant, bedoeld in, van ten minste 30 dieren, waaronder ten minste 5 dieren per koppel bloedmonsters nemen van vleeskuikens op de volgende momenten: a. in de periode van 4 tot 6 weken na het uitkomen; b. 70 dagen na het uitkomen, tenzij het koppel sinds het uitkomen met tussenpozen van ten hoogste zes weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 7b.34 — Artikel 7b.34 Monstername vleeskalkoenen#
Artikel 7b.34 Monstername vleeskalkoenen artikel 7b.28 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit In aanvulling oplaat de exploitant, bedoeld in, van ten minste 30 dieren, waaronder ten minste 5 dieren per koppel bloedmonsters nemen van vleeskalkoenen op de volgende momenten: a. vanaf dertien weken na het uitkomen; b. binnen 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel naar een ander bedrijf waar bedrijfsmatig vogels worden gehouden, voor zover het koppel op de dag van verplaatsing 28 dagen of ouder is en het onderzoek, bedoeld in onderdeel a, nog niet heeft plaatsgevonden. 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 2023 30124 15-11-2023 06-11-2023 WJZ/38117709 16-11-2023
Artikel 7b.35 — Artikel 7b.35 Monstername dieren ouder dan 18 dagen niet gevaccineerd#
Artikel 7b.35 Monstername dieren ouder dan 18 dagen niet gevaccineerd artikel 7b.28, derde lid artikel 7b.31 7b.32 7b.33 7b.34 Van dieren als bedoeld in, is al naar gelang de categorie waartoe zij behoren, de in respectievelijk,,enopgenomen verplichting tot het nemen van bloedmonsters van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bloed wordt afgenomen in de periode van 3 tot 4 weken na de datum waarop de dieren zijn gevaccineerd. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.36 — Artikel 7b.36 Maatregelen te lage waarden vermeerderingsdier of leghen#
Artikel 7b.36 Maatregelen te lage waarden vermeerderingsdier of leghen 1 artikel 7b.29, eerste lid bijlage 12 Indien uit het onderzoek, bedoeld in, blijkt dat de betreffende waarde, bedoeld in, onderdeel 1, bij een koppel vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, of kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen niet wordt behaald, laat de exploitant de dieren terstond door een dierenarts vaccineren. 2 Artikel 7b.29 artikel 7b.31, aanhef 7b.32, aanhef Binnen vier weken na vaccinatie, bedoeld in het eerste lid, worden de dieren, bedoeld in dat lid opnieuw onderzocht.in samenhang metof, zijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 7b.28, vierde lid artikel 3.1 van het Besluit diergezondheid De houder stuurt uiterlijk twee weken na de vaccinatie een kopie van de gegevens, bedoeld in, aan de instelling die op grond vanis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor Newcastle disease. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.37 — Artikel 7b.37 Maatregelen te lage waarden vleeskuiken#
Artikel 7b.37 Maatregelen te lage waarden vleeskuiken 1 artikel 7b.29, eerste lid bijlage 12 artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit Indien uit het onderzoek, bedoeld in, blijkt dat de betreffende waarde, genoemd in, onderdeel 2, bij twee opeenvolgende koppels vleeskuikens niet wordt behaald, maakt de exploitant, bedoeld ineen plan van aanpak in overleg met een dierenarts en de Gezondheidsdienst voor dieren B.V.. 2 artikel 7b.29, eerste lid bijlage 12 artikel 3.1 van het Besluit diergezondheid Indien uit het onderzoek, bedoeld in, van één van de eerstvolgende zes koppels blijkt dat de betreffende waarde, genoemd in, onderdeel 2, niet wordt behaald, herziet de exploitant het plan van aanpak in overleg met een dierenarts en de instelling die op grond vanis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor Newcastle disease. 3 Het plan van aanpak, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgevoerd bij ten minste de eerstvolgende zes koppels vleeskuikens die op het bedrijf worden gevaccineerd. 4 Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevat in ieder geval: a. bijlage 12 een analyse van de dierenarts van de mogelijke oorzaken van het niet behalen van de waarde, genoemd in, onderdeel 2; b. bijlage 12 maatregelen die erop zijn gericht om de betreffende waarde, genoemd in, onderdeel 2, bij de volgende koppels te behalen; c. de naam en handtekening van de exploitant; d. artikel 5a.1, derde lid het unieke subregistratienummer, bedoeld in; e. de datum van opstellen van het plan van aanpak. 5 De houder stuurt een kopie van het plan van aanpak of het herziene plan van aanpak aan de Gezondheidsdienst voor Dieren B.V.. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 7b.38 — Artikel 7b.38 Maatregelen te lage waarden vleeskalkoenen#
Artikel 7b.38 Maatregelen te lage waarden vleeskalkoenen 1 artikel 7b.29, eerste lid bijlage 12 Indien uit het onderzoek, bedoeld in, blijkt dat de betreffende waarde, genoemd in, onderdeel 2, bij een koppel vleeskalkoenen niet wordt behaald, laat de exploitant de eerstvolgende twee koppels vleeskalkoenen die op het bedrijf worden gevaccineerd door een dierenarts vaccineren. 2 artikel 7b.29, eerste lid bijlage 12 Wanneer uit het onderzoek, bedoeld in, blijkt dat de betreffende waarde, genoemd in, onderdeel 2, bij een koppel vleeskalkoenen dat overeenkomstig het eerst lid gevaccineerd is, niet wordt behaald, laat de exploitant de eerstvolgende drie koppels vleeskalkoenen die op het bedrijf worden gevaccineerd door een dierenarts vaccineren. 3 artikel 7b.28, vierde lid artikel 3.1 van het Besluit diergezondheid De exploitant stuurt uiterlijk twee weken na de vaccinatie een kopie van de gegevens, bedoeld in, aan de instelling die op grond vanis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor Newcastle disease. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.39 — Artikel 7b.39 Administratie vaccinatie en monitoring Newcastle disease#
Artikel 7b.39 Administratie vaccinatie en monitoring Newcastle disease 1 artikel 7b.28, vierde lid artikel 7b.29, eerste lid Een exploitant bewaart de gegevens, bedoeld in, en de resultaten van het onderzoek, bedoeld in, tenminste drie jaar. 2 Een exploitant die vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen houdt, en deze dieren aan een andere exploitant overdraagt, doet deze exploitant een kopie van de gegevens, bedoeld het eerste lid, toekomen. 3 artikel 7b.37, eerste of tweede lid Een exploitant bewaart het plan van aanpak, bedoeld in, gedurende de periode dat er op grond van deze paragraaf verplichtingen tot vaccinatie gelden met betrekking tot de dieren waarop het plan van aanpak, dan wel het herziene plan van aanpak van toepassing is. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.40 — Artikel 7b.40 Begripsbepalingen#
Artikel 7b.40 Begripsbepalingen 1 paragraaf 7b.3.4 Inwordt verstaan onder: a. verordening (EG) nr. 1190/2012: Verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EU) nr. 1190/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot vaststelling van een doelstelling van de Unie voor het terugdringen van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium bij koppels kalkoenen, als vastgesteld invan het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2012, L 340); b. verordening (EG) nr. 200/2012: Verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EU) nr. 200/2012 van de Commissie van 8 maart 2012 tot vaststelling van een doelstelling van de Unie voor het terugdringen van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium bij koppels slachtkuikens, als vastgesteld invan het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2012, L 71); c. verordening (EG) nr. 517/2011: Verordening (EG) nr. 2160/2003 Verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EU) nr. 517/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 ter uitvoering vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft een doelstelling van de Unie voor het verminderen van de prevalentie van bepaalde serotypes van salmonella bij legkippen van Gallus gallus en tot wijziging vanen Verordening (EU) nr. 200/2010 van de Commissie (PbEU 2011, L 138); d. verordening (EG) nr. 200/2010: Verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EU) nr. 200/2010 van de Commissie van 10 maart 2010 ter uitvoering vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft een doelstelling van de Unie voor het verminderen van de prevalentie van serotypen salmonella bij volwassen vermeerderingskoppels van Gallus gallus (PbEU 2010, L 61). 2 In deze paragraaf wordt onder Salmonella typhimurium mede verstaan: monofasische Salmonella typhimurium met de antigene formule 1, 4, [5], 12:i:-. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 7b.41 — Artikel 7b.41 Bemonstering krachtens verordening (EU) nr. 2160/2003#
Artikel 7b.41 Bemonstering krachtens verordening (EU) nr. 2160/2003 De bemonstering, bedoeld in: a. punt 2.1, onderdeel a, onder ii, tweede gedachtestreepje, van de bijlage bij verordening (EU) nr. 1190/2012, vindt plaats op het aldaar bedoelde bedrijf; b. punt 2.1.1 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 200/2010, vindt ten minste driewekelijks plaats op het bedrijf, bedoeld in onderdeel b van dat punt. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.42 — Artikel 7b.42 Monstername minister#
Artikel 7b.42 Monstername minister Deze paragraaf is niet van toepassing, indien de minister op het moment van bemonstering, bedoeld in deze paragraaf, monsters laat nemen voor het onderzoek op de aanwezigheid van de relevante serotypen salmonella. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.43 — Artikel 7b.43 Monstername vermeerderingsdieren#
Artikel 7b.43 Monstername vermeerderingsdieren 1 artikel 7b.46 Een houder van kippen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier laat die dieren overeenkomstigbemonsteren: a. in de eerste 3 levensdagen; b. op een leeftijd van 4 weken; en c. 2 weken voor de overgang naar de legfase of verplaatsing naar een bedrijf waar ze als vermeerderingsdier worden gehouden. 2 De houder laat de monsters, bedoeld in het eerste lid, onderzoeken op de aanwezigheid van: a. Salmonella enteritidis; b. Salmonella typhimurium; c. Salmonella hadar; d. Salmonella infantis; en e. Salmonella virchow. 3 De houder laat de monsters, bedoeld in het eerste lid, van kippen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier voor de productie van vleeskuikens onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella java. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.44 — Artikel 7b.44 Monstername leghennen#
Artikel 7b.44 Monstername leghennen 1 artikel 7b.46 Een houder van kippen die worden opgefokt tot leghen laat die dieren overeenkomstigbemonsteren: a. in de eerste 3 levensdagen; en b. 2 weken voor de overgang naar de legfase of verplaatsing naar een bedrijf waar ze als leghen worden gehouden. 2 De houder, bedoeld in het eerste lid, laat de monsters onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.45 — Artikel 7b.45 Aanvullende monstername#
Artikel 7b.45 Aanvullende monstername 1 artikel 7b.46 In aanvulling op punt 2.1, onderdeel a, van de bijlage bij verordening (EU) nr. 200/2012 laat de exploitant van een levensmiddelenbedrijf, bedoeld in die verordening, eendagskuikens overeenkomstigbemonsteren bij de plaatsing van die dieren op het bedrijf en onderzoeken overeenkomstig de bijlage bij verordening (EU) nr. 200/2012. 2 In aanvulling op punt 2.1 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 517/2011 laat de exploitant van een levensmiddelenbedrijf leghennen in de 3 weken voorafgaand aan het moment waarop die dieren worden geslacht overeenkomstig die bijlage bemonsteren en onderzoeken. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.46 — Artikel 7b.46 Wijze van monstername#
Artikel 7b.46 Wijze van monstername 1 artikelen 7b.43, eerste lid, onderdeel a 7b.44, eerste lid, onderdeel a 7b.45, eerste lid Bij de aanvoer van eendagskuikens als bedoeld in de,, en, worden per vrachtwagen of aanhanger 40 mestmonsters genomen, waarbij de monsters verspreid over die vrachtwagen of aanhanger worden genomen uit de onderste kratten, containers of dozen. 2 De houder van eendagskuikens, bedoeld in het eerste lid, voegt de monsters, bedoeld in het eerste lid, samen tot een verzamelmonster. 3 artikel 7b.43, eerste lid, onderdelen b en c De houder van kippen als bedoeld in de, neemt per koppel verspreid over de stal: a. 150 monsters van blindedarmmest, dan wel, voor zover dat niet of onvoldoende aanwezig is, mest van de cloaca, en voegt steeds 25 van die monsters samen tot een verzamelmonster; of b. 5 monsters overeenkomstig punt 2.2.2.1, onderdeel b, eerste drie alinea’s en onder i, van de bijlage bij verordening (EU) nr. 200/2010. 4 artikel 7b.44, eerste lid, onderdeel b artikel 7b.45, eerste lid De houder van kippen als bedoeld in, neemt per koppel verspreid over de stal 2 monsters overeenkomstig punt 2.2.1 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 517/2011 en laat die monsters door een laboratorium als bedoeld in, samenvoegen tot een verzamelmonster. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.47 — Artikel 7b.47 Onderzoek#
Artikel 7b.47 Onderzoek 1 artikel 3 van de Regeling erkenning veterinaire laboratoria De houder, bedoeld in deze paragraaf, laat de monsters onderzoeken in een laboratorium dat daarvoor op grond vanis erkend. 2 De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen verzonden aan het laboratorium, bedoeld in het eerste lid. 3 Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd: a. de volgende gegevens ter identificatie van de houder van de dieren en zijn inrichting: 1°. naam; 2°. adres; 3°. artikel 5a.1, derde lid het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in, van de Regeling houders van dieren; b. gegevens ter identificatie van degene die het monster heeft genomen en ter identificatie van de dieren die zijn bemonsterd; c. gegevens omtrent de monsters; d. de dagtekening; e. de naam en handtekening van de inzender van de monsters. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.48 — Artikel 7b.48 Monstername en onderzoek exploitant levensmiddelenbedrijf#
Artikel 7b.48 Monstername en onderzoek exploitant levensmiddelenbedrijf 1 De exploitant van een levensmiddelenbedrijf, bedoeld in: a. de bijlage, punt 2.1, onder a, bij verordening (EU) nr. 200/2012, laat de bemonstering, bedoeld in punt 2 van die bijlage uitvoeren door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair; b. artikel 7b.45, tweede lid , laat de bemonstering, bedoeld in dat artikellid, uitvoeren door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair. 2 De exploitant van een levensmiddelenbedrijf als bedoeld in het eerste lid, onder a, laat de monsters, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderzoeken op de aanwezigheid van: a. Salmonella enteritidis; b. Salmonella typhimurium; c. Salmonella hadar; d. Salmonella infantis; e. Salmonella virchow; en f. Salmonella java. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.49 — Artikel 7b.49 Registratie uitslag onderzoek#
Artikel 7b.49 Registratie uitslag onderzoek 1 verordening (EG) nr. 2160/2003 De houder bewaart de uitslag van het onderzoek dat krachtensof op grond van deze paragraaf namens de houder is uitgevoerd gedurende twee jaar en registreert die uitslag: a. artikel 1.4 Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren in een register dat op grond vanis aangewezen als register voor de registratie van die gegevens; of b. artikel 1.4 Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren bij de minister, voor zover voor de registratie van die gegevens geen aanwijzing als bedoeld inheeft plaatsgevonden. 2 De houder verstrekt bij de registratie, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval de volgende gegevens: a. artikel 5a.1, derde lid bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in; b. laboratoriumcode, datum, tijdstip en aanduiding van de uitslag; c. bedrijfstype, soort monster, datum monstername, gegevens ter identificatie van de monsternemer, stalnummer waar het monster is genomen, geboortedatum en nummer van het betreffende koppel; d. datum ontvangst bij het laboratorium van het genomen monster, aanvangsdatum laboratoriumonderzoek, soort onderzoek en uitslag van het onderzoek; e. indien van toepassing: serotype en gegevens over afwijking in het monster. 3 Indien blijkt dat gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid, niet juist of volledig zijn, verstrekt de houder de gecorrigeerde gegevens. 4 Geconstateerde aanwezigheid van de serotypes enteritidis, typhimurium, hadar, infantis, virchow en java wordt onverwijld door de houder aan de betrokken afnemer doorgegeven. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7b.50 — Artikel 7b.50 Verbod verplaatsing pluimvee#
Artikel 7b.50 Verbod verplaatsing pluimvee artikel 2.76if, eerste lid, van het besluit Als categorie pluimvee als bedoeld inwordt aangewezen: leghennen. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 7c.1 — Artikel 7c.1 Aanvraag en goedgekeurde fokprogramma’s verordening (EU) nr. 999/2001#
Artikel 7c.1 Aanvraag en goedgekeurde fokprogramma’s verordening (EU) nr. 999/2001 1 verordening (EG) nr. 999/2001 Als fokprogramma als bedoeld in artikel 6 bis vanworden aangewezen de erkende fokprogramma’s van: a. Richtlijnen 89/608/EEG 90/425/EEG een ingevolge artikel 4, derde lid, van verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, deenvan de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij (‘Fokkerijverordening’) (PbEU 2016, L 171) erkende stamboekvereniging; of b. een groep houders van schapen, verenigd in een organisatie met rechtspersoonlijkheid, die zich in ieder geval ten doel stelt het fokken gericht op het terugdringen van de TSE-gevoeligheid bij schapen en die niet is aangesloten bij een stamboekvereniging als bedoeld in onderdeel a. 2 verordening (EG) nr. 999/2001 artikel 7c.2 De minister verleent op aanvraag een erkenning als bedoeld in de aanhef van het eerste lid, indien het fokprogramma voldoet aan bijlage VII, hoofdstuk C, delen 1 en 2, vanen aan. 3 Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt voor 1 juni van het betreffende jaar ingediend, waarbij in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld: a. de naam van de stamboekvereniging of de organisatie, bedoeld in het eerste lid; b. het aantal schapen dat bij het stamboek is geregistreerd of bij de organisatie is ingeschreven, onderscheiden naar geslacht en ras; c. het betreffende fokprogramma. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7c.2 — Artikel 7c.2 Aanvulling certificatiesysteem#
Artikel 7c.2 Aanvulling certificatiesysteem verordening (EG) nr. 999/2001 Het certificatiesysteem, bedoeld in bijlage VII, hoofdstuk C, deel 1, punt 3, bij, bevat naast de gegevens, bedoeld in hoofdstuk C, deel 1, punt 2, van die bijlage: a. de datum van certificering als bedoeld in hoofdstuk C, deel 1, punt 3, van die bijlage; b. het laboratorium dat de genotypering, bedoeld in hoofdstuk C, deel 1, punt 5, van die bijlage heeft verricht, indien van toepassing. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7c.3 — Artikel 7c.3 Erkenning houders fokprogramma#
Artikel 7c.3 Erkenning houders fokprogramma 1 verordening (EG) nr. 999/2001 Aan houders van schapen die deelnemen aan een fokprogramma als bedoeld in artikel 6 bis vanverleent de minister op aanvraag een erkenning als bedoeld in bijlage VII, hoofdstuk C, deel 4, punt 1, onderdeel a of b, bij die verordening, indien is voldaan aan de criteria van dat fokprogramma. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval gegevens vermeld waaruit blijkt dat: a. alle schapen in de kudde het ARR/ARR genotype hebben, indien een erkenning als bedoeld in hoofdstuk C, deel 4, punt 1, onderdeel a, van de bijlage, genoemd in het eerste lid, wordt aangevraagd; b. alle nakomelingen in het jaar voorafgaande aan de aanvraag zijn verwekt door vaderdieren met het ARR/ARR genotype, indien een erkenning als bedoeld in hoofdstuk C, deel 4, punt 1, onderdeel b, van de bijlage, bedoeld in het eerste lid, wordt aangevraagd. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7c.4 — Artikel 7c.4 Intrekken erkenning#
Artikel 7c.4 Intrekken erkenning artikel 7c.1, tweede lid artikel 7c.3, eerste lid Indien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld inrespectievelijk, trekt de minister een erkenning als bedoeld in die artikelen in. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7c.5 — Artikel 7c.5 Gegevens fokprogramma#
Artikel 7c.5 Gegevens fokprogramma artikel 7c.1, eerste lid Een stamboekvereniging en een groep houders van schapen als bedoeld in, rapporteren jaarlijks voor 1 februari aan de minister over: a. de resultaten van de genotyperingen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen rammen en ooien, en tussen dieren die de leeftijd van 1 jaar nog niet hebben bereikt en dieren die 1 jaar of ouder zijn; b. verordening (EG) nr. 999/2001 de resultaten van de steekproeven, bedoeld in bijlage VII, hoofdstuk C, deel 4, punt 2, van; c. het aantal houders dat aan het fokprogramma deelneemt. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 7d.1 — Artikel 7d.1 Ontheffing#
Artikel 7d.1 Ontheffing 1 artikel 16, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 verordening (EU) 2018/848 Overeenkomstigkan de minister goedkeuring geven om in het wild gevangen of niet overeenkomstig de biologische productiemethode geproduceerde aquacultuurdieren in een biologisch bedrijf binnen te brengen overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.2.1, onderdeel d, van. 2 artikel 16, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 verordening (EU) 2018/848 Overeenkomstigkan de minister goedkeuring geven om wild zaad van weekdieren te verzamelen overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.2.1, onderdeel d, van. 2022 11426 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22023341 2022 11426 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22023341 05-05-2022 01-01-2022
Artikel 7d.2 — Artikel 7d.2 Opkweekdoeleinden#
Artikel 7d.2 Opkweekdoeleinden artikel 16, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 verordening (EU) 2018/848 Overeenkomstigkan de minister voor opkweekdoeleinden toestemming geven dat in een biologische productie-eenheid gebruik wordt gemaakt van maximaal 50 procent niet-biologische juvenielen overeenkomstig punt 3.1.2.1, onderdeel e, van bijlage II, deel III, vanen onder de daar opgenomen voorwaarden en beperkingen. 2022 11426 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22023341 2022 11426 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22023341 05-05-2022 01-01-2022
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Definitie#
Artikel 8.1 Definitie In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: aanvrager: artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties migrerende beroepsbeoefenaar als bedoeld in, die erkenning van beroepskwalificaties aanvraagt. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 Verschuldigde bedragen#
Artikel 8.2 Verschuldigde bedragen Vervallen 2025 23109 22-07-2025 17-07-2025 WJZ/99374442 2025 23109 22-07-2025 17-07-2025 WJZ/99374442 23-07-2025
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 Inenting hond#
Artikel 8.3 Inenting hond 1 Voor zover een hond in een inrichting verblijft, laat de beheerder een hond inenten tegen de volgende ziekten: a. Parvovirusinfectie; b. de ziekte van Carré en c. Hepatitis Contagiosia Canis. 2 Een hond wordt binnen 7 weken na de geboorte tegen de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde ziekten ingeënt, met dien verstande dat, in het geval van verkoop of aflevering, de hond uiterlijk 7 dagen vóór het moment van verkoop of aflevering wordt ingeënt. 3 Voor zover een hond in een inrichting verblijft, laat de beheerder de inenting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en de benodigde herhalingsentingen tegen de in het eerste lid bedoelde ziekten plaatsvinden. 4 Indien bij binnenkomst van een hond de vaccinatiestatus onvolledig of onbekend is, laat de beheerder de hond binnen 5 werkdagen tegen de in het eerste lid bedoelde ziekten inenten. 5 Indien inenting binnen de termijnen, genoemd in het tweede en vierde lid, niet overeenstemt met de bijsluiter van het vaccin, wordt de inenting gedaan binnen de termijn die in de bijsluiter is genoemd. 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 01-01-2023
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 Inentingen kat#
Artikel 8.4 Inentingen kat 1 Voor zover een kat in een inrichting verblijft, laat de beheerder een kat inenten tegen de volgende ziekten: a. Panleucopenievirus en b. Feline herpes- en calicivirus. 2 Een kat wordt binnen 7 weken na de geboorte tegen de in het eerste lid bedoelde ziekten ingeënt, met dien verstande dat, in het geval van verkoop of aflevering, de kat uiterlijk 7 dagen vóór het moment van verkoop of aflevering wordt ingeënt. 3 Voor zover de kat in een inrichting verblijft, laat de beheerder de benodigde herhalingsentingen tegen de in het eerste lid bedoelde ziekten plaatsvinden. 4 Indien bij binnenkomst van een kat de vaccinatiestatus onvolledig of onbekend is, laat de beheerder de kat binnen 5 werkdagen tegen de in het eerste lid bedoelde ziekten inenten. 5 Indien inenting binnen de termijnen, genoemd in het tweede en vierde lid, niet overeenstemt met de bijsluiter van het vaccin, wordt de inenting gedaan binnen de termijn die in de bijsluiter is genoemd. 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 2022 32903 07-12-2022 29-11-2022 WJZ/22519768 01-01-2023
Artikel 8.5 — Artikel 8.5 Bewijs van inenting#
Artikel 8.5 Bewijs van inenting 1 artikel 3.15, onderdeel b, van het besluit Het bewijs van inenting, bedoeld in, is een door een dierenarts opgemaakt en schriftelijk afgegeven bewijs. 2 artikelen 8.3 8.4 Het is het eerste lid bedoelde bewijs heeft betrekking op de inentingen die overeenkomstig deenhebben plaatsgevonden en bevat de volgende gegevens: – naam en praktijkadres van de dierenarts; – de inentingsdatum, het herhalingsinterval en voor zover dat van toepassing is de hiervan gemotiveerde afwijkingen; – geslacht van het dier; – kleur van het dier; – voor zover bekend, ras van het dier; – voor zover bekend, geboortedatum van het dier en – indien aanwezig, het identificatienummer van de chip of de cijfer- en lettercode van de tatoeage. 3 Honden- en kattenbesluit 1999 Met het in het eerste lid bedoelde bewijs van inenting wordt gelijkgesteld een bewijs van inenting dat ingevolge hetvoor desbetreffende hond of kat is afgegeven. 2015 45457 15-12-2015 09-12-2015 WJZ/15082184 2015 45457 15-12-2015 09-12-2015 WJZ/15082184 16-12-2015
Artikel 8.6 — Artikel 8.6 Diergroepen#
Artikel 8.6 Diergroepen artikel 3.11, eerste lid, van het besluit De volgende diergroepen, bedoeld in, worden onderscheiden: hond en kat, overige zoogdieren, vogels, vissen en herpeten. 2014 18355 30-06-2014 25-06-2014 WJZ/14046272 18355 30-06-2014 2014 233 27-06-2014 17-06-2014 01-07-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit
Besluit houders van dieren (regels fokken en bedrijfsmatige
activiteiten gezelschapsdieren) in werking treedt.
Artikel 8.6a — Artikel 8.6a Bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 8.6a Bewijs van vakbekwaamheid artikel 3.11, eerste lid, van het besluit Als bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld inwordt erkend: a. artikel 1, tweede lid, onderdelen b en d, van de Regeling certificaten groen beroepsonderwijs artikelen 7.2.4 7.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een certificaat als bedoeld inof een diploma dat mede dat certificaat omvat en dat voldoet aan de op grond vanenvastgestelde kwalificaties en beroepsvereisten; b. Besluit houders van dieren artikelen 7.2.4 7.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een certificaat wettelijke beroepsvereisten gezelschapsdierenals bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling certificaten groen beroepsonderwijs, zoals deze regeling luidde op 31 augustus 2016, of een diploma dat mede dat certificaat omvat en dat voldoet aan de op grond vanenvastgestelde kwalificaties en beroepsvereisten; c. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van de diergroepen hond en kat, overige zoogdieren en vogels, de verleende graad Master op het gebied van de diergeneeskunde voor een opleiding in het wetenschappelijke onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop debetrekking heeft; d. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van de diergroepen hond en kat, overige zoogdieren en vogels, het getuigschrift waaruit blijkt dat het afsluitend examen van de opleiding diergeneeskunde, bedoeld in de, met goed gevolg is afgelegd. 2016 50631 10-10-2016 29-09-2016 WJZ/16088283 2016 50631 10-10-2016 29-09-2016 WJZ/16088283 50631 10-10-2016 15-10-2016
Artikel 8.7 — Artikel 8.7 Vermelden diergroep resultatenlijst#
Artikel 8.7 Vermelden diergroep resultatenlijst bijlage 3 van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016 artikel 8.6 De resultatenlijst behorend bij een diploma van het kwalificatiedossier Dierverzorging (Opleidingscode 23214), bedoeld in, vermeldt de diergroep, bedoeld invan deze regeling, waarvoor het onderwijs is genoten. 2022 23526 05-09-2022 30-08-2022 WJZ/22285046 2022 23526 05-09-2022 30-08-2022 WJZ/22285046 01-01-2023
Artikel 8.8 — Artikel 8.8 Erkenning beroepskwalificaties#
Artikel 8.8 Erkenning beroepskwalificaties 1 artikelen 8.8 tot en met 8.10 Devan deze regeling zijn van toepassing op de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het verkrijgen van erkenning van beroepskwalificaties voor de toegang tot uitoefening van het gereglementeerde beroep beheerder van een inrichting als bedoeld in het besluit. 2 Artikel 8.12 artikel 23 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 27 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties van deze regeling is van toepassing op de verklaring, bedoeld in, en de controle, bedoeld in, van een dienstverrichter die een gereglementeerd beroep als bedoeld in het eerste lid wenst uit te oefenen. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 8.9 — Artikel 8.9 Aanvraag erkenning beroepskwalificaties#
Artikel 8.9 Aanvraag erkenning beroepskwalificaties 1 artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Een aanvraag tot het verkrijgen van erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld inwordt ingediend bij de minister. 2 Bij de aanvraag overlegt de aanvrager: a. artikel 13, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de documenten, bedoeld in, en b. artikel 13, eerste lid, onderdelen b en c, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties indien de aanvraag en de documenten, bedoeld inin een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse taal zijn gesteld, een door een beëdigde tolk of vertaler opgestelde vertaling daarvan in één van deze talen. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 8.10 — Artikel 8.10 Proeve van bekwaamheid#
Artikel 8.10 Proeve van bekwaamheid artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Indien de aanvrager op grond vaneen proeve van bekwaamheid moet afleggen: a. wordt de aanvrager schriftelijk geïnformeerd over de vakken waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft, over de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen en over de kosten van de proeve; b. wordt het resultaat van de proeve van bekwaamheid zo spoedig mogelijk meegedeeld aan de aanvrager. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 8.11 — Artikel 8.11 Aanpassingsstage#
Artikel 8.11 Aanpassingsstage artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Indien de aanvrager op grond vaneen aanpassingsstage moet doorlopen, wordt de aanvrager schriftelijk medegedeeld: a. de vakken waarop de aanpassingsstage betrekking heeft; b. de duur van de aanpassingsstage; c. in voorkomend geval de aanvullende opleiding die deel uitmaakt van de aanpassingsstage. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 8.12 — Artikel 8.12 Eerste dienstverrichting#
Artikel 8.12 Eerste dienstverrichting 1 artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Een dienstverrichter als bedoeld inverstrekt voorafgaand aan de eerste dienstverrichting aan de minister de volgende documenten: a. artikel 23, eerste en derde lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de documenten, bedoeld in, en b. artikel 23, eerste en derde lid, onderdelen b, c en d, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties indien de documenten, bedoeld inin een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse taal zijn gesteld, een door een beëdigde tolk of vertaler opgestelde vertaling daarvan in één van deze talen. 2 artikel 27 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Indien na de controle, bedoeld in, blijkt dat de beroepskwalificaties van dienstverrichter als bedoeld inwezenlijk verschillen van de vereiste opleiding voor de toegang tot uitoefening van het beroep beheerder van een inrichting, legt de dienstverrichter een proeve van bekwaamheid af. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 8a.1 — Artikel 8a.1 Gegevens tentoonstelling of keuring#
Artikel 8a.1 Gegevens tentoonstelling of keuring artikel 4.15, derde lid, van het besluit In aanvulling op de gegevens, bedoeld artikel 84 van verordening (EU) nr. 2016/429, verstrekt een organisator als bedoeld inbij de in dat artikellid bedoelde melding: a. het telefoonnummer van de organisator van de tentoonstelling of keuring; b. de datum en plaats van de tentoonstelling of keuring, alsmede het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, of het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035 dat aan de inrichting waarop de dieren worden gehouden is toegekend. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8a.2 — Artikel 8a.2 Vervoermiddel aan- of afvoer tentoonstelling of keuring#
Artikel 8a.2 Vervoermiddel aan- of afvoer tentoonstelling of keuring Wegenverkeerswet 1994 De houder van de runderen, schapen of geiten die worden aangevoerd op of afgevoerd van de tentoonstelling of keuring, vervoert de dieren met een vervoermiddel waarvoor krachtens deeen kentekenbewijs of registratiebewijs is afgegeven. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8a.3 — Artikel 8a.3 Reiniging en ontsmetting tentoonstelling of keuring#
Artikel 8a.3 Reiniging en ontsmetting tentoonstelling of keuring 1 Eenieder die het deel van de plaats van de tentoonstelling of keuring, waar runderen, schapen of geiten verblijven, betreedt of verlaat, ontsmet zijn schoeisel door middel van voorzieningen, die duidelijk zichtbaar aanwezig zijn bij elke in- en uitgang van voornoemd deel van de plaats. 2 Voordat een vervoermiddel dat geladen is met runderen, schapen of geiten, de plaats van de tentoonstelling of keuring verlaat, worden de kritische delen van het vervoermiddel gereinigd en ontsmet. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8a.4 — Artikel 8a.4 Gegevens tentoonstelling of keuring#
Artikel 8a.4 Gegevens tentoonstelling of keuring 1 In aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 102, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 en de artikelen 22 en 23 van verordening (EU) nr. 2019/2035 houdt de organisator van de tentoonstelling of keuring, de volgende gegevens bij: a. indien van toepassing, de kentekens van de vervoermiddelen waarmee runderen, schapen of geiten zijn aan- of afgevoerd; en b. artikel 4.15, vierde lid, van het besluit de resultaten van het klinische onderzoek, bedoeld in. 2 De organisator bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, ten minste drie jaar. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8a.5 — Artikel 8a.5 Diergezondheidsvoorschriften evenement met vogels#
Artikel 8a.5 Diergezondheidsvoorschriften evenement met vogels 1 artikel 4.18, tweede lid, onderdeel a of b van het besluit Vogels als bedoeld indie uit Nederland afkomstig zijn, worden slechts toegelaten tot een keuring of tentoonstelling onderscheidenlijk wedvlucht indien: a. vogels van de orde Galliformes of Struthioniformes, voor zover die vogels ouder zijn dan 30 dagen, ten minste twee weken en ten hoogste vijf maanden voor het begin van de tentoonstelling of de keuring zijn gevaccineerd tegen Newcastle Disease; b. postduiven ten minste twee weken voor het begin van de tentoonstelling, keuring of wedvlucht zijn gevaccineerd tegen Newcastle Disease; of c. papegaaiachtigen voldoen aan de voorschriften, bedoeld in artikel 59, tweede lid, onderdelen b tot en met d, van verordening (EU) nr. 2020/688. 2 bijlage 13 bijlage 14 De vogels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gaan vergezeld van een verklaring van de vaccinatie overeenkomstigvoor zover het postduiven betreft ofvoor zover het andere in gevangenschap levende vogels betreft. 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 2022 11474 29-04-2022 21-04-2022 WJZ/22140354 30-04-2022
Artikel 8a.6 — Artikel 8a.6 Gegevens tentoonstelling, keuring of wedvlucht#
Artikel 8a.6 Gegevens tentoonstelling, keuring of wedvlucht 1 artikel 4.18, tweede lid, van het besluit De organisator van een keuring, tentoonstelling of wedvlucht als bedoeld in: a. artikel 4.18, derde lid, onderdeel c, van het besluit doet ten minste acht dagen voorafgaand aan de dag waarop de keuring, tentoonstelling of wedvlucht plaatsvindt daarvan een melding als bedoeld in; b. laat de uit Nederland afkomstige dieren bij de plaats van aanvoer op zijn kosten onderzoeken door één of meer dierenartsen. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, verstrekt degene die voornemens is postduiven voor een wedvlucht bijeen te brengen jaarlijks een overzicht van dit voornemen aan de minister. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8b.1 — Artikel 8b.1 Begripsbepalingen#
Artikel 8b.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk verstaan onder: blanco identificatiedocument: identificatiedocument dat nog niet is voorzien van de gegevens, bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 576/2013; identificatiedocument: identificatiedocument als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 576/2013; transponder: transponder als bedoeld in artikel 3, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 576/2013; uitgever: uitgever van blanco identificatiedocumenten; unieke alfanumerieke code: unieke alfanumerieke code als bedoeld in artikel 21, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013; verordening (EU) nr. 576/2013: Verordening (EG) nr. 998/2003 verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8b.2 — Artikel 8b.2 Gemachtigde dierenarts en punt van binnenkomst#
Artikel 8b.2 Gemachtigde dierenarts en punt van binnenkomst 1 artikel 4.3, eerste lid, van de wet De gemachtigde dierenarts, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van verordening (EU) nr. 576/2013, is een dierenarts die is geregistreerd overeenkomstig. 2 artikel 1:3 van de Algemene douaneregeling Het punt van binnenkomst voor reizigers, bedoeld in artikel 3, onderdeel k, van verordening (EU) nr. 576/2013, is een grenscontrolepost of douanekantoor als bedoeld in. 3 In afwijking van het tweede lid kunnen geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden via een ander punt van binnenkomst in Nederland worden gebracht, indien: a. de minister hiervoor een vergunning heeft verleend; en b. de honden bij een punt van binnenkomst als bedoeld in het vijfde lid zijn onderworpen aan documenten- en identiteitscontroles als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van verordening (EU) nr. 576/2013. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8b.3 — Artikel 8b.3 Uitgifte van en eisen aan identificatiedocumenten#
Artikel 8b.3 Uitgifte van en eisen aan identificatiedocumenten 1 Blanco identificatiedocumenten worden uitsluitend uitgegeven door erkende uitgevers en worden elk voorzien van een unieke alfanumerieke code die door de minister aan hen is verstrekt. 2 Blanco identificatiedocumenten voldoen aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens artikel 21 van verordening (EU) nr. 576/2013. 3 Bij de aanvraag tot erkenning verstrekt de uitgever aan de minister: a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de uitgever; en b. een model van de uit te geven identificatiedocumenten. 4 De minister erkent een uitgever indien het model van de uit te geven blanco identificatiedocumenten, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens artikel 21 van verordening (EU) nr. 576/2013. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8b.4 — Artikel 8b.4 Registratie levering blanco identificatiedocumenten door erkende uitgevers#
Artikel 8b.4 Registratie levering blanco identificatiedocumenten door erkende uitgevers 1 Erkende uitgevers registreren de levering van blanco identificatiedocumenten bij de minister. 2 Bij de registratie wordt vermeld: a. artikel 4.3, eerste lid, van de wet het nummer dat de dierenarts aan wie de blanco identificatiedocumenten zijn geleverd heeft verkregen bij de registratie in het register, bedoeld in; b. de unieke alfanumerieke codes van de uitgegeven blanco identificatiedocumenten; en c. de datum waarop de blanco identificatiedocumenten zijn geleverd. 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 2021 43915 21-10-2021 15-10-2021 WJZ/21247520 01-11-2021
Artikel 8b.5 — Artikel 8b.5 Schorsing van erkenning#
Artikel 8b.5 Schorsing van erkenning 1 artikel 8b.3 artikelen 8b.3 8b.4 8b.8 artikel 1.14, onderdeel i, van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren De minister kan een erkenning als bedoeld inschorsen voor een door hem te bepalen termijn indien een uitgever niet voldoet aan één of meer voorschriften als bedoeld in de,,en aan. 2 De uitgever wiens erkenning door de minister is geschorst verschaft de minister onverwijld een overzicht van: a. de unieke alfanumerieke codes die door de minister aan de uitgever zijn verstrekt, en nog niet zijn gebruikt voor de productie van identificatiedocumenten; en b. de blanco identificatiedocumenten die de uitgever reeds heeft geproduceerd of laten produceren, en nog niet heeft uitgegeven aan gemachtigde dierenartsen, onder vermelding van de unieke alfanumerieke code van de blanco identificatiedocumenten. 3 artikel 8b.3 De minister kan een erkenning als bedoeld in, intrekken indien de uitgever tijdens de schorsingstermijn niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in het tweede lid, of na afloop van de schorsingstermijn niet heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorschriften, bedoeld in het eerste lid. 4 De uitgever wiens erkenning door de minister is ingetrokken verstrekt de blanco identificatiedocumenten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onverwijld aan de minister. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8b.6 — Artikel 8b.6 Afgifte en registratie gegevens identificatiedocument#
Artikel 8b.6 Afgifte en registratie gegevens identificatiedocument 1 In aanvulling op artikel 22, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 576/2013, vermeldt de gemachtigde dierenarts bij de afgifte van een identificatiedocument in rubriek XII van het identificatiedocument: a. het land van geboorte van het dier; en b. indien van toepassing, de unieke alfanumerieke code van eerder voor het dier afgegeven identificatiedocumenten. 2 De termijn, bedoeld in artikel 22, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013, bedraagt drie jaar. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8b.7 — Artikel 8b.7 Voorhanden hebben van blanco identificatiedocumenten#
Artikel 8b.7 Voorhanden hebben van blanco identificatiedocumenten 1 Het is verboden blanco identificatiedocumenten voorhanden te hebben. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor: a. artikel 8b.2, eerste lid gemachtigde dierenartsen als bedoeld in; en b. artikel 8b.3, eerste lid erkende uitgevers als bedoeld in. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8b.8 — Artikel 8b.8 Verstrekking van blanco identificatiedocumenten#
Artikel 8b.8 Verstrekking van blanco identificatiedocumenten 1 artikel 8b.2, eerste lid Het is verboden blanco identificatiedocumenten te verstrekken aan anderen dan gemachtigde dierenartsen als bedoeld in. 2 Indien een gemachtigde dierenarts een blanco identificatiedocument verstrekt aan een andere gemachtigde dierenarts, houdt de verstrekkende gemachtigde dierenarts een administratie bij met de naam en contactgegevens van de ontvangende gemachtigde dierenarts onder vermelding van de unieke alfanumerieke code van het verstrekte identificatiedocument. 3 De administratie, bedoeld in het tweede lid, wordt ten minste drie jaar bewaard. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8b.9 — Artikel 8b.9 Inplanten van een transponder#
Artikel 8b.9 Inplanten van een transponder Het inplanten van een transponder door een ander dan een dierenarts, bedoeld in artikel 18 van verordening (EU) nr. 576/2013, is toegestaan aan degene die beroepsmatig met een zekere regelmaat transponders inbrengt. 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8c.1 — Artikel 8c.1 Uitvoering besluit (EU) nr. 2021/260#
Artikel 8c.1 Uitvoering besluit (EU) nr. 2021/260 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 4 van uitvoeringsbesluit (EU) nr. 2021/260 van de Commissie van 11 februari 2021 tot goedkeuring van nationale maatregelen ter beperking van het effect van bepaalde ziekten bij waterdieren overeenkomstig artikel 226, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Besluit 2010/221/EU van de Commissie (PbEU 2021, L 260). 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 2021 17794 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/21072840 21-04-2021
Artikel 8d.1 — Artikel 8d.1 Afwijking voorschriften verplaatsingen in gevangenschap levende vogels#
Artikel 8d.1 Afwijking voorschriften verplaatsingen in gevangenschap levende vogels verordening (EU) nr. 2016/429 In afwijking van artikel 126, eerste lid, aanhef en onderdeel d, in samenhang met artikel 143, eerste lid, aanhef en onderdeel d, vanis het toegestaan in gevangenschap levende vogels als bedoeld in voornoemde verordening zonder een diergezondheidscertificaat vanuit België in Nederland te brengen en te verplaatsen of vanuit Nederland naar België te verplaatsen indien voldaan is aan het Reglement inzake verplaatsingen van in gevangenschap levende vogels aan de intra-Benelux grenzen, opgenomen in de bijlage bij de beschikking van het Benelux Comité van Ministers van 11 december 2023, M (2023) 14. 2026 17548 15-05-2026 13-05-2026 WJZ/105483171 2026 17548 15-05-2026 13-05-2026 WJZ/105483171 16-05-2026
Artikel 8d.2 — Artikel 8d.2 Afwijking voorschriften verplaatsingen paardachtigen#
Artikel 8d.2 Afwijking voorschriften verplaatsingen paardachtigen verordening (EU) nr. 2016/429 In afwijking van artikel 126, eerste lid, aanhef en onderdeel d, in samenhang met artikel 143, eerste lid, aanhef en onderdeel a, vanis het toegestaan paardachtigen als bedoeld in voornoemde verordening zonder een diergezondheidscertificaat vanuit België in Nederland te brengen en te verplaatsen of vanuit Nederland naar België te verplaatsen indien voldaan is aan het Reglement inzake de gezondheidsvoorwaarden voor het niet-commercieel grensoverschrijdend verkeer van paardachtigen, opgenomen in de bijlage bij de beschikking van het Benelux Comité van Ministers van 31 maart 2026, M (2026) 1. 2026 17548 15-05-2026 13-05-2026 WJZ/105483171 2026 17548 15-05-2026 13-05-2026 WJZ/105483171 16-05-2026
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 Sledehondensport#
Artikel 9.1 Sledehondensport De uitoefening van de sledehondensport is uitsluitend toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van honden, behorend tot de volgende rassen: a. Alaskan Malamute, b. Eskimohond, c. Groenlandse hond, d. Samojeed, e. Siberian husky, mits bij de honden geen pijn of letsel wordt veroorzaakt en de gezondheid of het welzijn van de honden niet wordt benadeeld. 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 01-07-2014
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 Toelating krachttoestel#
Artikel 9.2 Toelating krachttoestel 1 artikel 2.1, tweede lid, onderdeel c, van de wet Als krachttoestel als bedoeld inis toegelaten een krachttoestel dat voldoet aan de volgende eisen: a. het toestel is te stabiliseren tegen de achterhand van een staande of liggende koe; b. het toestel beschikt over een flexibele tweedelige beugel die om de achterhand van de koe past; c. de bevestiging van de stang aan de beugel maakt variatie in trekrichting mogelijk; d. de lengte van de stang bedraagt 1,8 tot 2 meter; e. de trekkracht van de stang is tijdelijk te verminderen zonder afkoppelen of afglijden van het toestel; f. het toestel is eenvoudig te reinigen en te desinfecteren, en g. het toestel bevat een trekkrachtindicator. 2 Het gebruik van het in het eerste lid bedoelde krachttoestel is uitsluitend toegestaan bij een niet vorderende partus bij een normale voorwaartse of achterwaartse ligging van het kalf, indien: a. de koe niet eigenmachtig de geboorte kan voltooien, en b. redelijkerwijs vaginale verlossing mogelijk is. 3 In afwijking van het eerste lid, is tot 1 januari 2025 een krachttoestel toegelaten dat voldoet aan de eisen, genoemd in onderdelen a tot en met f, indien deze is aangeschaft vóór 1 juli 2015. 2015 12032 01-05-2015 28-04-2015 WJZ/14206030 2015 12032 01-05-2015 28-04-2015 WJZ/14206030 01-07-2015
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 verordening (EG) 178/2002 Verbodsbepaling ter uitvoering vanten aanzien van traceerbaarheid van levensmiddelen en diervoeders#
Artikel 9.3 verordening (EG) 178/2002 Verbodsbepaling ter uitvoering vanten aanzien van traceerbaarheid van levensmiddelen en diervoeders artikel 6.2, eerste lid, van de wet verordening (EG) nr. 178/2002 Als voorschrift als bedoeld inwordt aangewezen: artikel 18 vanvan het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002, tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, voor houders van productiedieren die gehouden worden voor de voedselproductie (PbEG 2002 L 31). 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 01-11-2018
Artikel 9.4 — Artikel 9.4 Verbodsbepalingen ter uitvoering van Fokkerijverordening (EU) 2016/1012 en gedelegeerde verordening (EU) 2017/1940#
Artikel 9.4 Verbodsbepalingen ter uitvoering van Fokkerijverordening (EU) 2016/1012 en gedelegeerde verordening (EU) 2017/1940 1 artikel 6.2, eerste lid, van de wet Als voorschriften als bedoeld inworden aangewezen: de artikelen 8, vierde lid, 9, vierde lid, 13, eerste, tweede en derde lid, 14, eerste, tweede en derde lid, 18, eerste, tweede en derde lid, 20, eerste en tweede lid, 21, eerste, vierde en zevende lid, 23, eerste en tweede lid, 24, eerste en tweede lid, 25, 27, eerste en zesde lid, 28, tweede lid, 30, eerste, derde en vierde lid, eerste alinea, vijfde lid, eerste alinea, zesde, zevende en achtste lid, 32, eerste lid, eerste zin, en 36, eerste lid, van verordening (EU) 2016/2012. 2 artikel 6.2, eerste lid, van de wet Als voorschriften als bedoeld inworden aangewezen: de artikelen 1, 2 en 3 van gedelegeerde verordening (EU) 2017/1940. 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 01-11-2018
Artikel 9.5 — Artikel 9.5 Noodsysteem#
Artikel 9.5 Noodsysteem 1 artikel 2.5, vijfde lid, van het besluit Een noodsysteem als bedoeld in, bevat een noodstroomaggregaat dat: a. na alarmering door het alarmsysteem: 1° direct in werking treedt in het geval van automatische doorkoppeling; of 2° onverwijld in werking treedt in het geval van handmatige doorkoppeling, waarbij op geen enkel moment risico’s ontstaan voor de gezondheid of het welzijn van de dieren; b. direct kan worden aangesloten op een externe aanvoering, voor zover het een handmatig aan te sluiten noodstroomaggregaat betreft. 2 Het noodsysteem wordt maandelijks onbelast getest. 3 Het noodsysteem wordt ten minste één keer per jaar belast getest. 4 Direct na het testen worden geregistreerd: a. de datum en het tijdstip van testen; b. eventuele onregelmatigheden of defecten die zijn geconstateerd; en c. uitgevoerde herstelacties. 5 De registraties, bedoeld in het vierde lid, worden ten minste dertien maanden bewaard. 6 Het noodstroomaggregaat is in een ruimte opgesteld waar tevens aanwezig is: a. een handleiding over de bediening en de aansluiting van het noodstroomaggregaat; en b. voldoende brandstof om het noodstroomaggregaat zes uur te kunnen laten draaien. 2023 11473 28-04-2023 25-04-2023 WJZ/21198077 2023 11473 28-04-2023 25-04-2023 WJZ/21198077 01-07-2024
Artikel 9.6 — Artikel 9.6 Alarmsysteem en alarmplan#
Artikel 9.6 Alarmsysteem en alarmplan 1 artikel 2.5, zesde lid, van het besluit Een alarmsysteem, bedoeld in: a. heeft ten minste twee parallelle verbindingen om de houder van dieren direct te alarmeren; b. functioneert onafhankelijk van netspanning; en c. maakt gebruik van een bewaakte verbinding. 2 Het alarmsysteem wordt maandelijks getest. 3 Direct na het testen worden geregistreerd: a. de datum en het tijdstip van testen; b. eventuele onregelmatigheden of defecten die zijn geconstateerd; en c. uitgevoerde herstelacties. 4 De registraties, bedoeld in het derde lid, worden ten minste dertien maanden bewaard. 5 De houder van dieren zorgt ervoor dat op het bedrijf een actueel alarmplan aanwezig is waarin een beschrijving is opgenomen van: a. de methode van testen van de verschillende onderdelen van het systeem; b. de benodigde hoeveelheid brandstof om het noodstroomaggregaat zes uur te laten draaien; c. de wijze van alarmering; d. de namen en telefoonnummers van de alarmopvolgers en de volgorde waarin met hen contact wordt opgenomen; e. de te treffen handelingen op het moment dat een alarm afgaat; en f. de contactgegevens van een elektrotechnische storingsdienst. 6 De houder van dieren: a. informeert de alarmopvolgers over de wijze waarop en plek waar het alarmplan wordt bewaard; en b. draagt er zorg voor dat de alarmopvolgers te allen tijde toegang hebben tot het alarmplan. 2023 11473 28-04-2023 25-04-2023 WJZ/21198077 2023 11473 28-04-2023 25-04-2023 WJZ/21198077 01-07-2024
Artikel 9.7 — Artikel 9.7 Wederzijdse erkenning#
Artikel 9.7 Wederzijdse erkenning artikel 9.6 Met een alarmsysteem als bedoeld inworden gelijkgesteld alarmsystemen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2023 11473 28-04-2023 25-04-2023 WJZ/21198077 2023 11473 28-04-2023 25-04-2023 WJZ/21198077 01-07-2023
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 Overgangsbepaling bioveiligheidsplan#
Artikel 10.1 Overgangsbepaling bioveiligheidsplan Vervallen 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 2025 6633 27-03-2025 22-03-2025 WJZ/86531428 01-01-2026
Artikel 11.1 — Artikel 11.1 Inwerkintreding#
Artikel 11.1 Inwerkintreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014. 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 01-07-2014
Artikel 11.2 — Artikel 11.2 Citeertitel#
Artikel 11.2 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling houders van dieren. 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 2014 17980 27-06-2014 23-06-2014 WJZ/14101260 01-07-2014
Artikel 2.1#
artikel 2.1
Artikel 5b.31#
artikelen 5b.31, eerste lid
Artikel 5b.34#
5b.34, eerste lid
Artikel 5b.40#
artikel 5b.40
Artikel 6.1#
artikel 6.1
Artikel 6.3#
artikel 6.3
Artikel 7.1#
artikelen 7.1, eerste lid, onderdeel a
Artikel 7.3#
7.3, eerste lid
Artikel 7.1#
artikel 7.1, vierde lid
Artikel 7b.36#
artikelen 7b.36
Artikel 7b.37#
7b.37
Artikel 7b.38#
7b.38
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 7b.29#
artikel 7b.29, eerste lid
Artikel 8a.5#
artikel 8a.5, tweede lid
Artikel 8a.5#
artikel 8a.5, tweede lid