Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters
- BWB-id
- BWBR0035356
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2014-12-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035356
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-minimum-vfr-vlieghoogten-en-vfr-vluchten-buiten-de-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-minimum-vfr-vlieghoogten-en-vfr-vluchten-buiten-de-/2014-12-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035356&g=2014-12-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035356&z=2026-06-06&g=2014-12-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035356/2014-12-12
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-minimum-vfr-vlieghoogten-en-vfr-vluchten-buiten-de-
Artikel 1 — Artikel 1 Vaststelling minimum VFR-vlieghoogte voor militaire vliegtuigen#
Artikel 1 Vaststelling minimum VFR-vlieghoogte voor militaire vliegtuigen 1 De minimum vlieghoogte, bedoeld in paragraaf SERA.5005, onderdeel f, onder 2, van verordening (EU) nr. 923/2012, bedraagt voor militaire vliegtuigen, met uitzondering van voor opleidingsdoeleinden bestemde propellervliegtuigen, 300 meter (1.000 voet). 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt de minimum vlieghoogte, bedoeld in paragraaf SERA.5005, onderdeel f, onder 2, van verordening (EU) nr. 923/2012: a. 365 meter (1.200 voet) voor militaire straalvliegtuigen in het luchtverkeersdienstverleningsgebied met klasse G; b. 450 meter (1.500 voet) voor militaire vliegtuigen boven de Waddenzee, met uitzondering van vluchten in de naderingsgebieden van de schietrange Vliehors. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2 Laagvliegroutes militaire straal- en transportvliegtuigen#
Artikel 2 Laagvliegroutes militaire straal- en transportvliegtuigen 1 Artikel 1 bijlage A is van maandag tot en met donderdag niet van toepassing op gezagvoerders van Nederlandse en bondgenootschappelijke militaire straalvliegtuigen en op gezagvoerders van militaire transportvliegtuigen, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en de bondgenootschappelijke strijdkrachten, indien zij een VFR-vlucht uitvoeren langs de routes, vermeld in. 2 Tijdens de vluchten, genoemd in het eerste lid, gelden de volgende voorwaarden: a. de minimum vlieghoogte bedraagt 75 meter (250 voet) boven hindernissen of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is; b. met betrekking tot het vliegzicht en de wolkenbasis zijn de eisen voor VFR-vluchten van toepassing, genoemd in paragraaf SERA.5001 van verordening (EU) 923/2012, tenzij het doel van de vlucht het noodzakelijk maakt van deze eisen af te wijken; c. de gezagvoerder die meer dan 1.852 meter (1 NM) van de route is afgeraakt, klimt eerst naar de aldaar geldende minimum vlieghoogte en zet de vliegoefening pas voort als het vliegtuig op de route is teruggekeerd. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte#
Artikel 3 Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte artikelen 4 tot en met 8 artikel 1 Aan gezagvoerders van militaire vliegtuigen en helikopters wordt onder de in devoor de betrokken gezagvoerder gestelde beperkingen vrijstelling verleend van het verbod om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de bij of krachtens paragraaf SERA.5005, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 923/2012 envan deze regeling vastgestelde minimum vlieghoogte. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte voor helikopters#
Artikel 4 Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte voor helikopters Het vliegen met militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, geschiedt onder de volgende beperkingen: a. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen bedraagt de minimum vlieghoogte 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van de helikopter; b. elders dan onder a aangegeven bedraagt de minimum vlieghoogte 45 meter (150 voet) boven grond of water. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte boven zee#
Artikel 5 Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte boven zee Het vliegen met militaire vliegtuigen en militaire helikopters boven de Noordzee en met militaire helikopters boven de Waddenzee binnen het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied van luchthaven De Kooy geschiedt onder de volgende beperkingen: a. de minimum vlieghoogte bedraagt 30 meter (100 voet), of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is, en b. de vlucht boven de Noordzee wordt ten minste 1.852 meter (1 NM) uit de Noordzeekustlijn uitgevoerd, met uitzondering van een Search and Rescue-(trainings)vlucht. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 6 — Artikel 6 Vrijstelling oefeningen van militaire straalvliegtuigen met niet-vliegende eenheden#
Artikel 6 Vrijstelling oefeningen van militaire straalvliegtuigen met niet-vliegende eenheden 1 Het vliegen met militaire straalvliegtuigen, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, geschiedt, indien zij oefenen in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden en binnen de grenzen van militaire oefenterreinen en militaire oefengebieden of tijdelijke gebieden met beperkingen VFR-vluchten uitvoeren, onder de volgende beperkingen: a. slechts indien het doel van de vlucht daartoe noodzaakt, is afwijken van de minimum vlieghoogte toegestaan tot een minimum vlieghoogte van 75 meter (250 voet) boven hindernissen; b. met betrekking tot het vliegzicht en de wolkenbasis zijn de eisen voor VFR-vluchten van toepassing, genoemd in paragraaf SERA.5001 van verordening (EU) 923/2012; c. voor vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, een tijdelijk gebied met beperkingen of in de omgeving van een burgerluchtvaartterrein is vooraf toestemming vereist van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst; d. artikel 9, eerste lid voor vluchten binnen een van de gebieden of de route, bedoeld in, is vooraf toestemming vereist van de Commandant van het Defensie Helikopter Commando van het Commando Luchtstrijdkrachten; e. het overvliegen van bebouwing, met name ziekenhuizen en sanatoria, wordt zoveel mogelijk vermeden. 2 artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 Ten aanzien van gezagvoerders van straalvliegtuigen van bondgenootschappelijke strijdkrachten die deelnemen aan een oefening, met uitzondering van gezamenlijke oefeningen met Nederlandse eenheden, isvan toepassing. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7 Vrijstelling oefeningen van militaire helikopters met niet-vliegende eenheden#
Artikel 7 Vrijstelling oefeningen van militaire helikopters met niet-vliegende eenheden Het vliegen met militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en bondgenootschappelijke strijdkrachten geschiedt, indien zij oefenen in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden en binnen de grenzen van militaire oefenterreinen en militaire oefengebieden of tijdelijke gebieden met beperkingen VFR-vluchten uitvoeren, onder de volgende beperkingen: a. de minimum vlieghoogte bedraagt 30 meter (100 voet) boven hindernissen of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is; b. voor vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, een tijdelijk gebied met beperkingen of in de omgeving van een burgerluchtvaartterrein is vooraf toestemming vereist van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst; c. artikel 9, eerste lid voor vluchten binnen een van de gebieden of route, bedoeld in, is vooraf toestemming vereist van de Commandant van het Defensie Helikopter Commando van het Commando Luchtstrijdkrachten; d. het overvliegen van bebouwing, met name ziekenhuizen en sanatoria, wordt zoveel mogelijk vermeden. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte voor militaire propellervliegtuigen, bestemd voor opleidingsdoeleinden, binnen de route VO#
Artikel 8 Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte voor militaire propellervliegtuigen, bestemd voor opleidingsdoeleinden, binnen de route VO bijlage B, onder 16 Het vliegen met militaire propellervliegtuigen, bestemd voor opleidingsdoeleinden, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, binnen de route VO, vermeld in, geschiedt onder de volgende beperkingen: a. de gebruikstijden zijn: van maandag tot en met vrijdag dagelijks van 08.00 uur plaatselijke tijd tot en met 16.45 uur plaatselijke tijd; b. de minimum vlieghoogte bedraagt 75 meter (250 voet) boven hindernissen; c. het overvliegen van bebouwing, met name ziekenhuizen en sanatoria, wordt zoveel mogelijk vermeden; d. de gezagvoerder die meer dan 926 meter (½ NM) van de route is afgeraakt, begeeft zich eerst naar de aldaar geldende minimum vlieghoogte en zet de vliegoefening pas voort als het vliegtuig op de route is teruggekeerd; e. voor de vluchten is vooraf toestemming vereist van de Commandant van het Defensie Helikopter Commando van het Commando Luchtstrijdkrachten. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Laagvlieggebieden en -route voor militaire helikopters#
Artikel 9 Laagvlieggebieden en -route voor militaire helikopters 1 Artikel 4, onderdeel b bijlage B , is niet van toepassing op gezagvoerders van militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, indien zij met inachtneming van de regels en binnen de tijden, gesteld in het tweede lid, VFR-vluchten uitvoeren binnen de gebieden en binnen de route VO, vermeld in. 2 bijlage B Voor de gebieden en de route VO, vermeld in, zijn de gebruikstijden als volgt: a. voor de gebieden onder 1 tot en met 12: van maandag 08.00 uur plaatselijke tijd tot en met vrijdag 17.00 uur plaatselijke tijd; b. voor de gebieden onder 13 tot en met 15: van maandag tot en met donderdag dagelijks van aanvang daglichtperiode tot en met einde daglichtperiode en vrijdag van aanvang daglichtperiode tot 17.00 uur plaatselijke tijd; c. voor de route VO onder 16: van maandag tot en met vrijdag dagelijks van 08.00 uur plaatselijke tijd tot en met 16.45 uur plaatselijke tijd. 3 Tijdens de vluchten, genoemd in het eerste lid, zijn de volgende beperkingen van toepassing: a. de minimum vlieghoogte bedraagt 30 meter (100 voet) boven hindernissen of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is; b. het overvliegen van bebouwing, met name ziekenhuizen en sanatoria, wordt zoveel mogelijk vermeden; c. de gezagvoerder die buiten het gebied is gekomen of meer dan 926 meter (½ NM) van de route is afgeraakt, begeeft zich eerst naar de aldaar geldende minimum vlieghoogte en zet de vliegoefening pas voort als de helikopter binnen het gebied of op de route is teruggekeerd; d. de gebieden EHR 3 (Oldebroek) en EHR 9 (Harskamp) worden vermeden, behoudens in geval van toestemming van de betrokken terreinbeheerder; e. voor vluchten binnen een van de gebieden of binnen de route, bedoeld in het eerste lid, is vooraf toestemming vereist van de Commandant van het Defensie Helikopter Commando van het Commando Luchtstrijdkrachten. 4 artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 Ten aanzien van gezagvoerders van helikopters van de bondgenootschappelijke strijdkrachten die deelnemen aan een oefening, met uitzondering van gezamenlijke oefeningen met Nederlandse eenheden, isvan toepassing. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Vfr-vluchten buiten de daglichtperiode#
Artikel 10 Vfr-vluchten buiten de daglichtperiode artikel 18, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 Aan de gezagvoerders van militaire vliegtuigen en helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse strijdkrachten, en van door de Minister van Defensie aan te wijzen vliegtuigen en helikopters, behorende tot of in gebruik bij bondgenootschappelijke strijdkrachten, wordt vrijstelling verleend vanonder de volgende beperkingen: a. het overvliegen van bebouwing, met name ziekenhuizen en sanatoria, wordt zoveel mogelijk vermeden; b. artikelen 11 12 de vluchten worden uitgevoerd met inachtneming van de zichtweersomstandigheden en minimum vlieghoogten, vermeld in deen. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Zichtweersomstandigheden#
Artikel 11 Zichtweersomstandigheden 1 artikel 10 De vrijstelling, bedoeld in, wordt verleend, indien de volgende zichtweersomstandigheden in acht worden genomen: a. het vliegzicht is gelijk aan of groter dan 5 kilometer; b. de horizontale afstand van het militaire vliegtuig of de helikopter tot de wolken is gelijk aan of groter dan 600 meter; c. de verticale afstand van het militaire vliegtuig of de helikopter tot de wolken is gelijk aan of groter dan 150 meter (500 voet). 2 artikel 10 In afwijking van het eerste lid wordt voor vluchten met militaire helikopters aan gezagvoerders de vrijstelling, genoemd in, verleend, indien de volgende zichtweersomstandigheden in acht worden genomen: a. binnen plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden van militaire luchthavens: 1°. het vliegzicht is gelijk aan of groter dan 3 kilometer; voor vluchten die zich beperken tot het luchtverkeerscircuit, is het vliegzicht gelijk aan of groter dan 2 kilometer; 2°. de wolkenbasis bevindt zich op ten minste 300 meter (1.000 voet) respectievelijk voor vluchten in het luchtverkeerscircuit op ten minste 250 meter (800 voet); 3°. de helikopter is vrij van wolken met zicht op grond of water; b. buiten plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden van militaire luchthavens: 1°. het vliegzicht is gelijk aan of groter dan 5 kilometer voor vluchten met militaire helikopters die niet voldoen aan de eisen voor het uitoefenen van IFR-vluchten; voor vluchten met militaire helikopters die voldoen aan de eisen voor het uitoefenen van IFR-vluchten, is het vliegzicht minimaal 3 kilometer; 2°. de wolkenbasis bevindt zich op ten minste 300 meter (1.000 voet); voor patiëntenvervoer van en naar de Waddeneilanden, alsmede voor de hiervoor benodigde trainingsvluchten, met militaire helikopters die voldoen aan de eisen voor het uitoefenen van IFR-vluchten, bevindt de wolkenbasis zich op ten minste 210 meter (700 voet); 3°. de helikopter is vrij van wolken met zicht op grond of water; c. in afwijking van de onderdelen a en b is ten behoeve van trainingsvluchten voor en daadwerkelijke inzet bij Search and Rescue boven zee en onderzeebootbestrijding het volgende van toepassing: 1°. het vliegzicht is gelijk aan of groter dan 2 kilometer; voor vluchten vanaf schepen is het vliegzicht gelijk aan of groter dan 1.000 meter; 2°. de wolkenbasis bevindt zich op ten minste 150 meter (500 voet); voor vluchten vanaf schepen bevindt de wolkenbasis zich op ten minste 60 meter (200 voet). 3 artikel 10 Voor vluchten met militaire helikopters waarbij gebruik wordt gemaakt van nachtzichtapparatuur, wordt aan gezagvoerders de vrijstelling, genoemd in, verleend, indien het vliegzicht gelijk is aan of groter is dan 1.500 meter met zicht op grond of water. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 12 — Artikel 12 Minimum vlieghoogte VFR-vluchten buiten de daglichtperiode#
Artikel 12 Minimum vlieghoogte VFR-vluchten buiten de daglichtperiode Voor VFR-vluchten buiten de daglichtperiode worden de volgende minimum vlieghoogten in acht genomen: a. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel mensenverzamelingen: voor militaire vliegtuigen ten minste 300 meter (1.000 voet) en voor militaire helikopters 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het vliegtuig respectievelijk de helikopter; b. elders dan onder a aangegeven: 1°. voor militaire vliegtuigen: ten minste 300 meter4 (1.000 voet) boven grond of water; 2°. voor militaire helikopters: (a) artikel 9, eerste lid ten minste 30 meter (100 voet) boven grond of water of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is binnen de gebieden of route, bedoeld in; (b) artikel 9, eerste lid ten minste 45 meter (150 voet) boven hindernissen gelegen binnen een afstand van 250 meter van de helikopter op routes voor vluchten van en naar de gebieden of route, bedoeld in; (c) ten minste 100 meter (300 voet) boven grond of water of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 13 — Artikel 13 Vliegen binnen de laagvlieggebieden of -route voor militaire helikopters met gebruik van nachtzichtapparatuur#
Artikel 13 Vliegen binnen de laagvlieggebieden of -route voor militaire helikopters met gebruik van nachtzichtapparatuur artikel 9, eerste lid Voor vluchten met militaire helikopters waarbij gebruik wordt gemaakt van nachtzichtapparatuur, mag alleen van de gebieden of route, bedoeld in, gebruik worden gemaakt, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vluchten worden met ontstoken navigatielichten uitgevoerd; indien de intensiteit van de navigatielichten de taakuitvoering van de vlieger nadelig beïnvloedt, is het toegestaan de navigatielichten te dimmen of te doven; b. indien mogelijk wordt radiocontact onderhouden met het AOCS NM; c. er wordt te allen tijde voor ander luchtverkeer uitgeweken. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wijzigt de Regeling doven luchtvaartuiglichten militaire luchtvaartuigen. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt de Regeling modelraketten. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Wijzigt de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen Dewordt ingetrokken. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2014. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters. 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 2014 20286 18-07-2014 09-07-2014 BS2014021387 01-08-2014
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 2, tweede lid 4 18, tweede lid 19, eerste lid, onderdeel e, en tweede lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 Deze regeling berust op de,,, en. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 9#
artikel 9, eerste lid