Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 10 maart 2014, nr. IENM/BSK-2014/57174, houdende vaststelling van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014
- BWB-id
- BWBR0034922
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034922
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-subsidies-hoogwaterbescherming-2014
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-subsidies-hoogwaterbescherming-2014/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034922&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034922&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034922/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-subsidies-hoogwaterbescherming-2014
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: beheerder: bevoegd bestuursorgaan van het overheidslichaam dat belast is met de zorg voor een primaire waterkering; hoogwaterbeschermingsprogramma: artikel 4.9 van de Waterwet artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de Waterwet onderdeel van het deltaprogramma, bedoeld in, bevattende de maatregelen die beheerders dienen te treffen om een van de redenen, bedoeld in; Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; planuitwerkingsfase: fase volgend op de verkenningsfase, waarin het voorkeursalternatief wordt uitgewerkt om te komen tot vaststelling en goedkeuring van een projectbesluit; primaire waterkering: bijlage, onder A, bij de Omgevingswet primaire waterkering als bedoeld in de; Project Planning Infrastructuur-methodiek: planningsmethodiek die wordt toegepast door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; projectbesluit: afdeling 5.2 van de Omgevingswet projectbesluit als bedoeld invoor de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen; realisatiefase: fase volgend op de planuitwerkingsfase, waarin het werk wordt uitgevoerd; reguliere subsidie: artikel 7.23, eerste lid, van de Waterwet subsidie als bedoeld in; Standaardsystematiek Kostenramingen 2018: ramingssystematiek die is vastgelegd in CROW-publicatie nr. D3049; subsidieprogramma: artikel 7.23, eerste lid, onderdeel b, van de Waterwet programma als bedoeld in; verkenningsfase: fase volgend op het opnemen van een maatregel in het hoogwaterbeschermingsprogramma, waarin mogelijke ontwerpen van de maatregel worden afgewogen om te komen tot een voorkeursalternatief; voorfinancieringslijst: onderdeel van het MIRT Projectenboek, bevattende de maatregelen die in aanmerking komen voor subsidie bij voorfinanciering door de beheerder; vooronderzoek: facultatief nader onderzoek ter bepaling van de aard of de reikwijdte van een experiment of demonstratieproject; voorverkenning: facultatief onderdeel van de verkenningsfase waarin nader onderzoek plaatsvindt ter bepaling van de aard of de reikwijdte van een maatregel; werk: artikel 7.24, eerste of vijfde lid, onderdeel c, van de Waterwet werk ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten verkenningsfase#
Artikel 2 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten verkenningsfase 1 Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de verkenningsfase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de aan deze fase rechtstreeks toe te rekenen kosten: a. van voorbereiding, administratie en toezicht; b. van het verrichten van onderzoek; c. van het opstellen van mogelijke ontwerpen van de maatregel; d. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen; e. voortvloeiend uit een voor het werk gesloten overeenkomst van aanneming van werk, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om deze te wijzigen of te beëindigen indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt; f. van een voor de verwerving van een onroerende zaak of van een beperkt recht op een onroerende zaak gesloten overeenkomst, mits deze overeenkomst is voorzien van een bepaling dat de overeenkomst wordt ontbonden indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt; g. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het werk, anders dan bedoeld in onderdeel e of f, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om deze te wijzigen of te beëindigen indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt; h. bijlage I van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999) ten gevolge van de voor het verleggen van kabels en leidingen verschuldigde nadeelcompensatie berekend volgens; i. van een reservering voor voorziene risico’s en van een reservering voor onvoorziene risico’s. 2 Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking: a. kosten die door de subsidieontvanger worden gemaakt om de maatregel te laten opnemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma; b. artikel 14a kosten waarvoor reeds subsidie is verstrekt op basis van; c. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen. 2016 66395 05-12-2016 02-12-2016 IENM/BSK-2016/280861 2016 521 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Waterwet, enz. (nieuwe normering primaire waterkering) (Stb.
2016/431) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten planuitwerkingsfase#
Artikel 3 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten planuitwerkingsfase 1 Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de planuitwerkingsfase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de in deze fase aan een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel rechtstreeks toe te rekenen kosten: a. van voorbereiding, administratie en toezicht; b. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen; c. van het verrichtten van nader onderzoek; d. voortvloeiend uit een voor het werk gesloten overeenkomst van aanneming van werk, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om deze te wijzigen of te beëindigen indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt; e. van een voor de verwerving van een onroerende zaak of een beperkt recht op een onroerende zaak gesloten overeenkomst, mits deze overeenkomst is voorzien van een bepaling dat de overeenkomst wordt ontbonden indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt; f. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het werk, anders dan bedoeld in onderdeel d of e, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om deze te wijzigen of te beëindigen indien de realisatie van het werk niet plaatsvindt; g. bijlage I van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999) ten gevolge van de voor het verleggen van kabels en leidingen verschuldigde nadeelcompensatie berekend volgens; h. van een reservering voor voorziene risico’s en van een reservering voor onvoorziene risico’s. 2 Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking: a. artikel 2 14a kosten waarvoor reeds subsidie is verstrekt op basis vanof; b. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen. 2016 66395 05-12-2016 02-12-2016 IENM/BSK-2016/280861 2016 521 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Waterwet, enz. (nieuwe normering primaire waterkering) (Stb.
2016/431) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten realisatiefase#
Artikel 4 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten realisatiefase 1 Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de realisatiefase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de in deze fase aan een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel rechtstreeks toe te rekenen kosten: a. van voorbereiding, administratie en toezicht; b. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen; c. voortvloeiend uit een voor de realisatie van het werk gesloten overeenkomst van aanneming van werk; d. van verwerving van een onroerende zaak of van een beperkt recht op een onroerende zaak of van het sluiten van een overeenkomst ter zake van het gebruik van een onroerende zaak; e. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het werk, anders dan bedoeld in onderdeel c of d; f. bijlage I van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999) ten gevolge van de voor het verleggen van kabels en leidingen verschuldigde nadeelcompensatie berekend volgens; g. ten gevolge van nadeelcompensatie aan derden, anders dan uit hoofde van het in onderdeel f bepaalde, voor zover de subsidieontvanger daartoe rechtens gehouden is; h. van bodemsanering, behoudens de kosten, bedoeld in het derde lid, onderdeel a; i. van de opruiming van explosieven, behoudens de kosten, bedoeld in het derde lid, onderdeel b; j. van een reservering voor voorziene risico’s en van een reservering voor onvoorziene risico’s; k. anders dan de kosten, bedoeld in de onderdelen a tot en met i, die in redelijkheid zijn aan te merken als realisatiekosten. 2 artikel 5, tweede lid De subsidiabele kosten van de aanbesteding van het werk zijn de overeenkomstig, geraamde kosten waarin na het sluiten van de overeenkomst die het resultaat is van de gunningsbeslissing, het aanbestedingsresultaat is verwerkt. 3 Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking: a. Kaderwet subsidies I en M kosten van bodemsanering die voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het bepaalde bij of krachtens de; b. kosten van de opruiming van explosieven die door een gemeente worden vergoed; c. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud; d. artikelen 2 3 14a kosten waarvoor reeds subsidie is verstrekt op basis van de,of; e. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen. 4 In afwijking van het tweede lid, eerste volzin, kan de Minister op verzoek van de subsidieontvanger gedeeltelijk afzien van de verwerking van het aanbestedingsresultaat in de raming van de kosten, indien de subsidieontvanger aannemelijk maakt dat de bieding van de aannemer niet kostendekkend is. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Kostenraming#
Artikel 5 Kostenraming 1 artikelen 2 3 De raming van de kosten, bedoeld in deen, vindt plaats conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2018, op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische of de gemiddelde waarde van een probabilistische raming. 2 artikel 4 De raming van de kosten, bedoeld in, vindt plaats conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2018 op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische of de gemiddelde waarde van een probabilistische raming, indien het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd niet meer dan € 40 miljoen bedraagt, en op basis van de gemiddelde waarde van een probabilistische raming, indien het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd meer dan € 40 miljoen bedraagt. 2021 2707 26-01-2021 16-01-2021 IENW/BSK-2021/334 2021 2707 26-01-2021 16-01-2021 IENW/BSK-2021/334 01-04-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvraag verlening reguliere subsidie#
Artikel 6 Aanvraag verlening reguliere subsidie 1 Per fase wordt door de beheerder een aanvraag tot verlening van een reguliere subsidie ingediend bij de Minister in het kalenderjaar waarin de maatregel is opgenomen in het subsidieprogramma. 2 De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond. 3 Betreffende de verkenningsfase gaat de aanvraag vergezeld van: a. een eindverantwoording over de in de voorverkenning behaalde resultaten, indien een reguliere subsidie is verstrekt voor een voorverkenning; b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: – informatie over de aard, omvang en urgentie van de te nemen maatregel en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen; – een beschrijving op hoofdlijnen van mogelijke ontwerpen van de maatregel en van de wijze waarop kansrijke ontwerpen worden geselecteerd; – een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; – een beschrijving van de betrokkenheid van de provincie waarin de maatregel dient te worden getroffen wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie, en – een omschrijving van de resultaten waartoe deze fase moet leiden; c. artikel 5, eerste lid een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de verkenningsfase, overeenkomstig; d. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; e. een raming van de subsidiabele kosten die aan de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase zijn toe te rekenen, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; f. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase en de realisatiefase conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en g. het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd. 4 Betreffende de planuitwerkingsfase gaat de aanvraag vergezeld van: a. een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten en tot welk voorkeursalternatief aan het einde van de verkenningsfase is gekomen; b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: – hoe het voorkeursalternatief wordt uitgewerkt; – een beschrijving van de marktbenadering; – een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, en – een omschrijving van de resultaten waartoe deze fase moet leiden; c. artikel 5, eerste lid een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase overeenkomstig, onderscheidenlijk artikel 5, tweede lid; d. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; e. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de planuitwerkingsfase en de realisatiefase, conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en f. het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd. 5 Betreffende de realisatiefase gaat de aanvraag vergezeld van: a. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten; b. het door de beheerder vastgestelde en door Gedeputeerde Staten goedgekeurde projectbesluit dan wel het door Gedeputeerde Staten, of de Minister of in overeenstemming met de Minister, vastgestelde projectbesluit; c. een plan van aanpak, voorzien van ten minste: – een ontwerp en een beschrijving van het werk; – een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en – een omschrijving van de resultaten waartoe deze fase moet leiden; d. artikel 5, tweede lid een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de realisatiefase overeenkomstig; e. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; f. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de realisatiefase, conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek; g. het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd. 6 artikelen 2 3 4 Indien een subsidieontvanger indexering wenst van het te subsidiëren bedrag, bedoeld in de,of, verzoekt hij daarom bij de aanvraag, bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid. 2022 25973 04-11-2022 25-10-2022 IENW/BSK-2022/216009 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is voor het vierde lid, onder a en b, een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
het vierde lid, onderdeel b, tweede gedachtestreepje in plaats
van het eerste gedachtestreepje. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is voor het vierde lid, onder a en b, een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 6a — Artikel 6a Indexering reguliere subsidies#
Artikel 6a Indexering reguliere subsidies artikel 6, zesde lid De indexering, bedoeld in, geschiedt volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals toegepast door de Minister van Financiën in de Voorjaarsnota, indien toepassing plaatsvindt op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en wordt berekend tot de datum van de voltooiing van de desbetreffende fase. 2021 2707 26-01-2021 16-01-2021 IENW/BSK-2021/334 2021 2707 26-01-2021 16-01-2021 IENW/BSK-2021/334 01-04-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Beslissing op aanvraag subsidieverlening#
Artikel 7 Beslissing op aanvraag subsidieverlening 1 De beslissing op de aanvraag wordt genomen binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag. 2 artikel 5 De reguliere subsidie wordt uitsluitend verleend voor de in de beschikking omschreven resultaten in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat is gebaseerd op negentig procent van de in overeenstemming metgeraamde subsidiabele kosten van een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het ontwerp dat naar het oordeel van de Minister als sober en doelmatig wordt aangemerkt. 3 Indien subsidie is verleend voor een voorverkenning, wordt een aanvraag tot verlening van een reguliere subsidie voor een verkenning niet in behandeling genomen zolang niet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de voorverkenning is ingediend. De in het eerste lid bedoelde termijn vangt in dat geval aan zodra beide aanvragen zijn ontvangen. 2016 66395 05-12-2016 02-12-2016 IENM/BSK-2016/280861 2016 521 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Waterwet, enz. (nieuwe normering primaire waterkering) (Stb.
2016/431) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Beschikking tot subsidieverlening#
Artikel 8 Beschikking tot subsidieverlening artikelen 4:30 4:31 van de Algemene wet bestuursrecht Naast het bepaalde in deenbevat de beschikking tot verlening van de reguliere subsidie: a. een omschrijving van de resultaten waartoe de betreffende fase moet leiden, en b. een bepaling dat de beschikking ten behoeve van de fase waarin de gunningsbeslissing van de aanbesteding van het werk plaatsvindt ambtshalve wordt gewijzigd ter verwerking van het aanbestedingsresultaat in de raming van de kosten. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Voorschotverlening#
Artikel 9 Voorschotverlening 1 Aan de subsidieontvanger kan gedurende een fase jaarlijks op aanvraag een voorschot worden verleend. Het totaal aan te verlenen voorschotten ten behoeve van de betreffende fase bedraagt ten hoogste honderd procent van het te subsidiëren bedrag. 2 In afwijking van het eerste lid: a. bedraagt het totaal aan te verlenen voorschotten in de fase waarin de gunningsbeslissing van de aanbesteding van het werk plaatsvindt tot het moment van de gunningsbeslissing ten hoogste tachtig procent van het in de beschikking vermelde subsidiebedrag; b. kan de Minister op aanvraag het totaal aan te verlenen voorschotten in het eerste kalenderjaar betalen, indien: 1°. het totaal aan te verlenen voorschotten ten hoogste € 40 miljoen bedraagt; 2°. de fase maximaal drie jaar duurt; 3°. het betaalde voorschot op de balans van de beheerder wordt verantwoord via de balanspost overlopende passiva; 4°. de beheerder de bijdragen aan en ontvangsten uit het deltafonds bruto weergeeft in de informatie voor derden die bij het Centraal bureau voor de statistiek wordt aangeleverd; 5°. de beheerder op de exploitatierekening bij de baten en lasten van de posten bijdragen van overheden en bijdragen aan overheden onderscheid maakt tussen het Rijk en andere overheden, en 6°. de beheerder op de balanspost ontvangen voorschotten voor specifieke uitkeringen dienend ter dekking van lasten van volgende jaren onderscheid maakt tussen het Rijk en andere overheden. 3 De aanvraag tot voorschotverlening voor het eerste kalenderjaar wordt tegelijkertijd met of uiterlijk acht weken na de subsidieaanvraag voor de betreffende fase ingediend. De aanvraag tot voorschotverlening voor daaropvolgende kalenderjaren wordt ingediend voor 15 april van het kalenderjaar waarvoor een voorschot wordt aangevraagd. Bij de aanvraag legt de subsidieontvanger een raming over van het deel van het te subsidiëren bedrag dat in het betreffende kalenderjaar wordt besteed en waarvoor een voorschot wordt gevraagd, en een raming van de bedragen waarvoor een voorschot zal worden gevraagd in de daaropvolgende kalenderjaren. 4 De Minister neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit omtrent de voorschotverlening. De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag waarvoor het voorschot wordt verleend. 5 Een voorschot wordt binnen zes weken na de voorschotverlening betaald, tenzij bij de voorschotverlening anders is bepaald. 2016 66395 05-12-2016 02-12-2016 IENM/BSK-2016/280861 2016 521 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Waterwet, enz. (nieuwe normering primaire waterkering) (Stb.
2016/431) in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger#
Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1 artikel 6, derde, vierde of vijfde lid De subsidieontvanger dient per kwartaal een verslag in bij de Minister over de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak van de betreffende fase, bedoeld in. 2 In afwijking van het eerste lid kan de Minister toestaan dat de subsidieontvanger tweemaal per jaar een verslag indient, indien daarmee naar het oordeel van de Minister redelijkerwijze kan worden volstaan. 3 artikel 6, derde, vierde of vijfde lid De subsidieontvanger treedt onmiddellijk in overleg met de Minister indien er sprake is van ontwikkelingen die kunnen leiden tot wezenlijke wijzigingen in het plan van aanpak of het tijdschema van de betreffende fase, bedoeld in. 4 De subsidieontvanger informeert de Minister schriftelijk over het aanbestedingsresultaat uiterlijk zes weken na het sluiten van de overeenkomst die het resultaat is van de gunningsbeslissing. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 11 — Artikel 11 Wijziging subsidieverlening#
Artikel 11 Wijziging subsidieverlening De beschikking tot subsidieverlening wordt gewijzigd indien de geraamde subsidiabele kosten toenemen als gevolg van wijzigingen in wet- of regelgeving of als gevolg van wijziging van de reikwijdte van de maatregel voor zover die wijziging plaatsvindt op initiatief of aanwijzing van de Minister. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 12 — Artikel 12 Aanvraag tot vaststelling reguliere subsidie#
Artikel 12 Aanvraag tot vaststelling reguliere subsidie 1 De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na voltooiing van de fase bij de Minister een aanvraag tot subsidievaststelling in. 2 Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger: a. een eindverantwoording over de in de fase behaalde resultaten; b. een overzicht van de uitbetaalde voorschotten; en c. artikel 6 een verzoek om indexering van het subsidiebedrag indien hij die indexering wil ontvangen, mits daartoe een verzoek is gedaan als bedoeld in. 3 Op gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger, ingediend binnen zes maanden na voltooiing van de fase waarop de subsidieverlening betrekking heeft, kan de in het eerste lid bedoelde termijn worden verlengd. 2021 2707 26-01-2021 16-01-2021 IENW/BSK-2021/334 2021 2707 26-01-2021 16-01-2021 IENW/BSK-2021/334 01-04-2021
Artikel 13 — Artikel 13 Beschikking tot vaststelling reguliere subsidie#
Artikel 13 Beschikking tot vaststelling reguliere subsidie 1 Een beschikking tot vaststelling van de reguliere subsidie vermeldt: a. de dagtekening en het nummer van de beschikking tot subsidieverlening; b. het bedrag van de vastgestelde reguliere subsidie voor de betreffende fase en de wijze waarop deze is berekend; c. een specificatie van de gesubsidieerde kosten; d. de betaalde voorschotten; e. het te betalen dan wel terug te vorderen bedrag, en f. wanneer de betaling plaatsvindt. 2 artikel 12, tweede lid, onderdeel c Indien bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verzoek als bedoeld in, is gedaan, wordt de indexering toegepast en is in het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, het bedrag van de indexering begrepen en wordt tevens vermeld hoe dat bedrag is berekend. 2021 2707 26-01-2021 16-01-2021 IENW/BSK-2021/334 2021 2707 26-01-2021 16-01-2021 IENW/BSK-2021/334 01-04-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Hardheidsclausule#
Artikel 14 Hardheidsclausule artikel 5, eerste lid De Minister kan bij het vaststellen van de subsidie afwijken van, of 5, tweede lid, voor zover toepassing daarvan, gelet op doel of strekking van deze bepalingen, voor de subsidieontvanger zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 14a — Artikel 14a Subsidie voor voorverkenning#
Artikel 14a Subsidie voor voorverkenning 1 artikel 6, eerste lid In afwijking van, kan de beheerder voor een maatregel die zich in de verkenningsfase bevindt, een aanvraag indienen voor verlening van een reguliere subsidie voor een voorverkenning, indien de voorverkenning in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt, is opgenomen in het subsidieprogramma. 2 In aanmerking voor reguliere subsidie komen de rechtstreeks aan de voorverkenning toe te rekenen kosten van: a. voorbereiding, administratie en toezicht; b. het verrichten van onderzoek; c. het verkrijgen van de voor de voorverkenning benodigde vergunningen; d. een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s. 3 Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking: a. kosten die door de subsidieontvanger worden gemaakt om de maatregel te laten opnemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma; b. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen. 4 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: – informatie over de aard, omvang en urgentie van de te nemen maatregel en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen; – een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; – een beschrijving van de betrokkenheid van de provincie waarin de maatregel dient te worden getroffen wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie, en – een omschrijving van de resultaten waartoe de voorverkenning moet leiden; b. een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan de voorverkenning, overeenkomstig artikel 5, eerste lid; c. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; d. een raming van de subsidiabele kosten die aan de verkenning, de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase zijn toe te rekenen, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; e. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van de voorverkenning, de verkenning, de planuitwerkingsfase en de realisatiefase conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en f. het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd. 5 artikelen 5, eerste lid 6, tweede lid 7, eerste en tweede lid 8 tot en met 13 De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2017 70683 14-12-2017 12-12-2017 IENM/BSK-2017/277888 2017 70683 14-12-2017 12-12-2017 IENM/BSK-2017/277888 15-12-2017 01-01-2017
Artikel 14b — Artikel 14b Subsidie indien de andere parameter voor signalering gelijk is aan omgevingswaarde#
Artikel 14b Subsidie indien de andere parameter voor signalering gelijk is aan omgevingswaarde 1 bijlage artikel 10.8c, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 2.0c, eerste en tweede lid, van dat besluit In de bij deze subsidieregeling behorendewordt voor elk dijktraject waarvan de andere parameter voor signalering, bedoeld in, gelijk is aan de omgevingswaarde, bedoeld in, een subsidiewaarde vastgesteld. De subsidiewaarde wordt uitgedrukt in een overstromingskans per jaar. 2 De Minister verleent op aanvraag een subsidie aan de beheerder van een dijktraject als bedoeld in het eerste lid, indien: a. artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a of b, van de Waterwet de beheerder om een van de redenen, bedoeld ineen maatregel dient te treffen; b. de subsidiewaarde van het dijktraject is overschreden, en c. de maatregel voor het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt is opgenomen in het subsidieprogramma. 3 artikelen 2 tot en met 14a Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15 — Artikel 15 Subsidie voor experiment of demonstratieproject#
Artikel 15 Subsidie voor experiment of demonstratieproject De Minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een beheerder van een primaire waterkering voor het uitvoeren van een experiment of demonstratieproject indien: a. artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de Waterwet met het experiment of demonstratieproject wordt beoogd te komen tot een innovatie betreffende maatregelen die dienen te worden getroffen om een van de redenen, bedoeld in; b. het experiment of demonstratieproject voor het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt is opgenomen in het subsidieprogramma; c. het experiment of demonstratieproject naar het oordeel van de Minister noodzakelijk is voor het verwerven van kennis over of het ontwikkelen van maatregelen als bedoeld in onderdeel a; d. het experiment of demonstratieproject naar het oordeel van de Minister kan leiden tot kostenbesparing bij het uitvoeren van het hoogwaterbeschermingsprogramma, en e. artikel 7.24, eerst lid, onderdelen a of b, van de Waterwet bij een experiment of demonstratieproject ten behoeve van een maatregel die betrekking heeft op een dijktraject en nodig is om een van de redenen, bedoeld in: 1°. artikel 10.8c, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 14b, eerste lid de andere parameter voor signalering voor het dijktraject, bedoeld in, is overschreden, als het dijktraject niet is een dijktraject als bedoeld in, of 2°. artikel 14b, eerste lid de subsidiewaarde van het dijktraject is overschreden, als het dijktraject een dijktraject is als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16 — Artikel 16 Subsidieplafond en verdelingsregime#
Artikel 16 Subsidieplafond en verdelingsregime 1 artikel 15 Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld inwordt vastgesteld door middel van de begroting van het deltafonds. 2 De verdeling van de beschikbare gelden vindt plaats overeenkomstig het subsidieprogramma van het betreffende kalenderjaar. 3 artikel 15 artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht Subsidies als bedoeld indie worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 17 — Artikel 17 Subsidiemaximum#
Artikel 17 Subsidiemaximum artikel 15 Een subsidie als bedoeld inwordt verleend voor honderd procent van de subsidiabele werkelijke kosten. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 18 — Artikel 18 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten#
Artikel 18 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten 1 artikel 15 Voor een subsidie als bedoeld inkomen in aanmerking de noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het experiment of demonstratieproject toe te rekenen kosten: a. van voorbereiding, administratie en toezicht, inclusief de kosten van het verkrijgen van de voor het experiment of demonstratieproject benodigde vergunningen; b. voortvloeiend uit een voor de realisatie van het experiment of demonstratieproject gesloten overeenkomst van aanneming van werk of overeenkomst tot levering van diensten en materialen, mits de overeenkomst is voorzien van een bepaling om de overeenkomst te wijzigen of beëindigen indien de realisatie niet plaatsvindt; c. van verwerving van onroerende zaken of van beperkte rechten op onroerende zaken of van het sluiten van overeenkomsten ter zake van het gebruik van onroerende zaken; d. bijlage I van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999) ten gevolge van de voor het verleggen van kabels en leidingen verschuldigde nadeelcompensatie berekend volgens; e. ten gevolge van nadeelcompensatie aan derden, anders dan uit hoofde van het in onderdeel d bepaalde, voor zover de beheerder van een primaire waterkering daartoe rechtens gehouden is; f. van bodemsanering, behoudens de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b; g. van de opruiming van explosieven, behoudens de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c; h. anders dan de kosten, bedoeld in de onderdelen a tot en met g, die in redelijkheid zijn aan te merken als aan de uitvoering van het experiment of demonstratieproject toe te rekenen kosten. 2 Niet voor subsidie komen in aanmerking: a. kosten die door de beheerder van een primaire waterwerking worden gemaakt om het experiment of demonstratieproject te laten opnemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma; b. Kaderwet subsidies I en M kosten van bodemsanering die voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het bepaalde bij of krachtens de; c. kosten van de opruiming van explosieven die door een gemeente worden vergoed; d. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud; e. paragraaf 2 4 artikel 21a kosten waarvoor een subsidie is verstrekt op basis vanofof; f. kosten die de beheerder van een primaire waterkering op andere wijze vergoed kan krijgen. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 19 — Artikel 19 Aanvraag verlening subsidie#
Artikel 19 Aanvraag verlening subsidie 1 artikel 15 Een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld inwordt door de beheerder van een primaire waterkering ingediend bij de Minister in het kalenderjaar waarin het experiment of demonstratieproject is opgenomen in het subsidieprogramma. 2 De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond. 3 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: – het doel van het experiment of demonstratieproject; – informatie over de aard en omvang van het uit te voeren experiment of demonstratieproject en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen; – artikelen 2.0c 10.8c, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 2.15, tweede en derde lid, van de Omgevingswet artikel 2.3 2.12, vierde lid, van de Waterwet een beschrijving van de beoogde innovatie en van de wijze waarop die innovatie ertoe kan leiden dat wordt voldaan aan een norm als bedoeld in deenof de krachtensgestelde regels of krachtensofgestelde regels, zoals die luidden op 31 december 2016; – een ontwerp en een beschrijving van de activiteiten ter uitvoering van het experiment of demonstratieproject; – een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; – een beschrijving van de betrokkenheid van de provincie waarin het experiment of demonstratieproject wordt uitgevoerd wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie, en – een omschrijving van de resultaten waartoe het experiment of demonstratieproject moet leiden; b. een raming van de kosten die aan het experiment of demonstratieproject zijn toe te rekenen conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2018, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en de beheerder van een primaire waterkering inzichtelijk maakt wat het subsidiabele deel is van de kosten en op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; c. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van het experiment of demonstratieproject, conform de Project Planning Infrastructuur-methodiek, en d. het bedrag waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 20 — Artikel 20 Subsidieverlening en subsidievaststelling#
Artikel 20 Subsidieverlening en subsidievaststelling artikel 15 artikelen 7, eerste en derde lid 8, onderdeel a 9 10 artikelen 12 13 Op de verlening onderscheidenlijk de vaststelling van een subsidie als bedoeld inzijn de,,en, onderscheidenlijk deenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 7, derde lid artikel 15 in, voor ‘reguliere subsidie voor een verkenning’ wordt gelezen ‘subsidie als bedoeld in’ en voor ‘voorverkenning’ ‘vooronderzoek’; b. artikel 8, onderdeel a de beschikking tot verlening van de subsidie in aanvulling op het bepaalde in: 1°. een bepaling kan bevatten dat de omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend later kan worden uitgewerkt door de subsidieontvanger; 2°. artikelen 10 21 een bepaling kan bevatten dat de omschrijving van de verplichtingen, bedoeld in deen, voor de subsidieontvanger later kan worden uitgewerkt door de Minister; 3°. artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht een bepaling bevat dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in, indien deze wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld; c. artikel 9, eerste lid artikel 21, eerste lid een aanvraag als bedoeld in, ter zake van het tweede of latere kalenderjaar niet in behandeling wordt genomen zolang het verantwoordingsverslag, bedoeld in, niet is ingediend, uitgezonderd een experiment of demonstratieproject als bedoeld in artikel 21, tweede lid; d. artikel 12, tweede lid de beheerder van een primaire waterkering in aanvulling op het bepaalde in: 1°. artikel 18, eerste lid een financiële eindverantwoording verstrekt over de uitvoering van het experiment of demonstratieproject bestaande uit een overzicht van de gemaakte kosten waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de kostensoorten, bedoeld in, en 2°. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een verklaring verstrekt over de financiële eindverantwoording, afgegeven door een accountant als bedoeld in, waaruit blijkt of het experiment of demonstratieproject is uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening en waaruit blijkt dat de onder 1° bedoelde kosten zijn gemaakt, overeenkomstig het daartoe door de Minister bekendgemaakte controleprotocol. 2023 8712 22-03-2023 20-03-2023 IENW/BSK-2022/267556 2023 8712 22-03-2023 20-03-2023 IENW/BSK-2022/267556 01-04-2023
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 15 De ontvanger van een subsidie als bedoeld indient gedurende de uitvoering van het experiment of demonstratieproject jaarlijks voor 1 juli bij de Minister een verantwoordingsverslag van de uitvoering van het experiment of demonstratieproject in het voorafgaande kalenderjaar in, dat ten minste bevat: a. artikel 18, eerste lid een financiële verantwoording over het betreffende kalenderjaar waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de kostensoorten, bedoeld in, en b. een controleverklaring over het betreffende kalenderjaar, overeenkomstig het daartoe door de Minister bekendgemaakte controleprotocol. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor een experiment of demonstratieproject waarvan: • de omzet minder dan € 500.000 per jaar bedraagt, en • de doorlooptijd minder dan drie jaar bedraagt. 2023 8712 22-03-2023 20-03-2023 IENW/BSK-2022/267556 2023 8712 22-03-2023 20-03-2023 IENW/BSK-2022/267556 01-04-2023
Artikel 21a — Artikel 21a Subsidie voor vooronderzoek#
Artikel 21a Subsidie voor vooronderzoek 1 artikel 15, onderdelen a, c, d en e De Minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een beheerder van een primaire waterkering voor een vooronderzoek, indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in, en het vooronderzoek in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt, is opgenomen in het subsidieprogramma. 2 In aanmerking voor subsidie komen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het vooronderzoek toe te rekenen kosten van: a. voorbereiding, administratie en toezicht; b. het verrichten van onderzoek; c. het verkrijgen van de voor het vooronderzoek benodigde vergunningen. 3 Niet voor subsidie komen in aanmerking: a. kosten die door de beheerder van een primaire waterkering worden gemaakt om het experiment of demonstratieproject te laten opnemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma; b. kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen. 4 De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond. 5 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: – het doel van het experiment of demonstratieproject; – informatie over de aard en omvang van het uit te voeren experiment of demonstratieproject en eventuele samenhang met initiatieven op andere beleidsterreinen; – artikelen 2.0c 10.8c, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 2.15, tweede en derde lid, van de Omgevingswet artikel 2.3 2.12, vierde lid, van de Waterwet een beschrijving van de beoogde innovatie en van de wijze waarop die innovatie ertoe kan leiden dat wordt voldaan aan een norm als bedoeld in deenof de krachtensgestelde regels of de krachtensofgestelde regels, zoals die luidden op 31 december 2016; – een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; – een beschrijving van de betrokkenheid van de provincie waarin het experiment of demonstratieproject wordt uitgevoerd wanneer dit aan de orde is vanwege de ruimtelijke relevantie, en – een omschrijving van de resultaten waartoe het vooronderzoek moet leiden; b. een raming van de subsidiabele kosten die zijn toe te rekenen aan het vooronderzoek; c. een beschrijving van de wijze waarop het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; d. een raming van de kosten die aan het experiment of demonstratieproject zijn toe te rekenen, waarbij de kosten per te behalen resultaat worden onderbouwd en de beheerder van een primaire waterkering inzichtelijk maakt wat het subsidiabele deel is van de kosten en op welke wijze het niet-subsidiabele deel van de kosten wordt gedekt; e. een tijdschema en de geplande datum van voltooiing van het vooronderzoek en het experiment of demonstratieproject, conform de Project Planning Infrastuctuur-methodiek, en f. het bedrag waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 21b — Artikel 21b Subsidieverlening en subsidievaststelling#
Artikel 21b Subsidieverlening en subsidievaststelling artikel 21a artikelen 7, eerste lid 8, onderdeel a 9 10 16 17 21 12 13 Op de verlening onderscheidenlijk de vaststelling van een subsidie als bedoeld inzijn de,,,,,enonderscheidenlijkenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 8, onderdeel a de beschikking tot verlening van de subsidie in aanvulling op: 1°. een bepaling kan bevatten dat de omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend later kan worden uitgewerkt door de subsidieontvanger; 2°. artikelen 10 21 een bepaling kan bevatten dat de omschrijving van de verplichtingen, bedoeld in deen, voor de subsidieontvanger later kan worden uitgewerkt door de Minister; 3°. artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht een bepaling bevat dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in, indien deze wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld; b. artikel 9, eerste lid artikel 21, eerste lid een aanvraag als bedoeld in, ter zake van het tweede of latere kalenderjaar niet in behandeling wordt genomen zolang het verantwoordingsverslag, bedoeld in, niet is ingediend, uitgezonderd een experiment of demonstratieproject als bedoeld in artikel 21, tweede lid; c. artikel 12, tweede lid de beheerder van een primaire waterkering in aanvulling op: 1°. artikel 21a, tweede lid een financiële eindverantwoording verstrekt over de uitvoering van het vooronderzoek bestaande uit een overzicht van de gemaakte kosten waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de kostensoorten, bedoeld in, en 2°. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een verklaring verstrekt over de financiële eindverantwoording, afgegeven door een accountant als bedoeld in, waaruit blijkt of het vooronderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening en waaruit blijkt dat de onder 1° bedoelde kosten zijn gemaakt, overeenkomstig het daartoe door de Minister bekendgemaakte controleprotocol. 2023 8712 22-03-2023 20-03-2023 IENW/BSK-2022/267556 2023 8712 22-03-2023 20-03-2023 IENW/BSK-2022/267556 01-04-2023
Artikel 22 — Artikel 22 Subsidie bij voorfinanciering door de beheerder#
Artikel 22 Subsidie bij voorfinanciering door de beheerder 1 artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de Waterwet De Minister verleent op aanvraag een subsidie aan de beheerder die om een van de redenen, bedoeld ineen maatregel dient te treffen, indien: a. de beheerder de betreffende maatregel eerder treft dan deze is gepland in het hoogwaterbeschermingsprogramma; b. artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a of b, van de Waterwet bij een maatregel die nodig is om een van de redenen, bedoeld in: 1°. artikel 10.8c, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 14b, eerste lid de andere parameter voor signalering voor het dijktraject, bedoeld in, is overschreden, als het dijktraject niet is een dijktraject als bedoeld in, of 2°. artikel 14b, eerste lid de subsidiewaarde van het dijktraject is overschreden, als het dijktraject een dijktraject is als bedoeld in, en c. de betreffende maatregel is opgenomen in de voorfinancieringslijst zoals deze luidt in het jaar van aanvraag. 2 De subsidie wordt betaald op 1 maart van het kalenderjaar of de kalenderjaren waarin de maatregel is gepland in het hoogwaterbeschermingsprogramma, zoals dit luidt in het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt. 3 artikel 24 In afwijking van het tweede lid kan de Minister de subsidie geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip betalen. De betaling vindt plaats op basis van de netto contante waarde van het betreffende deel van het subsidiebedrag, waarbij een rentevoet van nul procent wordt gehanteerd. De verdeling van de volgens de begroting beschikbare middelen voor eerdere betaling vindt plaats aan de hand van de data van betaling die zijn vermeld in de beschikkingen waarin de subsidies met toepassing vanzijn vastgesteld. Hierbij heeft een termijn met een eerdere datum van betaling voorrang op een termijn met een latere datum. Wordt in twee of meer beschikkingen eenzelfde datum van betaling vermeld, dan vindt de betaling plaats in de volgorde van de dagtekeningen van de vaststellingsbeschikkingen. 4 artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht Subsidies als bedoeld in het eerste lid, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 5 artikelen 2 tot en met 7 10 tot en met 12 14 De,enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rentekosten van een maatregel die in het hoogwaterbeschermingsprogramma is vermeld als maatregel die wordt voorgefinancierd door de beheerder, niet in aanmerking komen voor subsidie. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 23 — Artikel 23 Beschikking tot subsidieverlening#
Artikel 23 Beschikking tot subsidieverlening artikelen 4:30 4:31 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 22 Naast het bepaalde in deenbevat de beschikking tot verlening van een subsidie als bedoeld in: a. een omschrijving van de resultaten waartoe de betreffende fase moet leiden; b. een bepaling dat de beschikking ten behoeve van de fase waarin de gunningsbeslissing van de aanbesteding van het werk plaatsvindt ambtshalve wordt gewijzigd ter verwerking van het aanbestedingsresultaat in de raming van de kosten; c. artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht een bepaling dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in; d. artikel 22, tweede lid en derde lid, eerste volzin een vermelding van de datum of data waarop de betaling overeenkomstig, uiterlijk plaatsvindt, en e. artikel 22, derde lid een bepaling dat de Minister krachtens, de vordering geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip kan betalen. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 24 — Artikel 24 Beschikking tot vaststelling subsidie#
Artikel 24 Beschikking tot vaststelling subsidie artikel 22 Een beschikking tot vaststelling van een subsidie als bedoeld invermeldt: a. de dagtekening en het nummer van de beschikking tot subsidieverlening; b. het bedrag van de vastgestelde subsidie voor de betreffende fase en de wijze waarop deze is berekend; c. een specificatie van de gesubsidieerde kosten; d. het te betalen bedrag; e. artikel 22, tweede lid en derde lid, eerste volzin de datum of data waarop de betaling overeenkomstig, uiterlijk plaatsvindt, en f. artikel 22, derde lid dat de Minister krachtens, de vordering geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip kan betalen. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 24a — Artikel 24a Subsidie voor andere dan primaire waterkeringen#
Artikel 24a Subsidie voor andere dan primaire waterkeringen 1 bijlage VI van het Waterbesluit De Minister verleent op aanvraag een subsidie voor het treffen van een maatregel aan de beheerder van een segment van een andere dan een primaire waterkering, dat vermeld wordt in, indien: a. artikel 2.13, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet het segment niet voldoet aan de krachtensdoor provinciale staten voor het segment vastgestelde veiligheidsnorm, en b. de maatregel in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt is opgenomen in het subsidieprogramma. 2 artikelen 2 tot en met 14a artikel 6, vijfde lid, onder b Dezijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in, moet worden gelezen een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd projectbesluit dan wel een door de beheerder vastgestelde omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot het wijzigen van een waterstaatswerk. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 25 — Artikel 25 Subsidie bij voor 1 januari 2017 voltooide activiteiten#
Artikel 25 Subsidie bij voor 1 januari 2017 voltooide activiteiten Vervallen 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 26 — Artikel 26 Aanvraag tot vaststelling subsidie#
Artikel 26 Aanvraag tot vaststelling subsidie Vervallen 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 27 — Artikel 27 Beschikking tot vaststelling subsidie#
Artikel 27 Beschikking tot vaststelling subsidie Vervallen 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 28 — Artikel 28 Evaluatie van de regeling#
Artikel 28 Evaluatie van de regeling artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht De subsidieontvanger zorgt voor het aanleveren van de ten behoeve van het verslag, bedoeld in, gevraagde gegevens. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 29 — Artikel 29 Inwerkingtreding#
Artikel 29 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2014. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 30 — Artikel 30 Citeertitel#
Artikel 30 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014. 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 2014 7049 13-03-2014 10-03-2014 IENM/BSK-2014/57174 01-04-2014
Artikel 14b#
artikel 14b, eerste lid