Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 juni 2014, 2014-0000087456, ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek
- BWB-id
- BWBR0035291
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2017-12-29 t/m 2019-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035291
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-ter-stimulering-van-activiteiten-die-een-duurzame-b
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-ter-stimulering-van-activiteiten-die-een-duurzame-b/2017-12-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035291&g=2017-12-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035291&z=2026-06-06&g=2017-12-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035291/2017-12-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2014/regeling-ter-stimulering-van-activiteiten-die-een-duurzame-b
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. aanvraagtijdvak: een door de minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ontvangen; b. aanvrager: rechtspersoon die de in het projectplan aangegeven activiteiten voor zijn rekening neemt; c. activiteiten van landelijke betekenis die een duurzame bijdrage leveren: activiteiten van de aanvrager, met een bovenregionaal karakter, die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van de armoede- en schuldenproblematiek in Nederland; d. cofinanciering: het percentage van de kosten in de begroting en de gerealiseerde uitgaven van het projectplan dat op grond van deze regeling gefinancierd wordt door de aanvrager, of een betrokken derde partij, en niet voor subsidiëring in aanmerking komt; e. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; f. project: het geheel van activiteiten gericht op het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek gedurende de projectperiode, dat wordt uitgevoerd door of namens de aanvrager en dat wordt gesubsidieerd op grond van deze regeling; g. projectperiode: het overeengekomen tijdpad in de subsidiabele periode waarbinnen de uitvoering van het projectplan zal plaatsvinden; h. projectplan: een door de aanvrager ingediend plan waarin een beschrijving van het project is opgenomen en de vereiste documenten voor het indienen van een aanvraag zijn opgenomen; i. subsidiabele activiteiten: alle activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen; j. subsidiabele periode: periode van maximaal twee jaar, waarbinnen de aanvrager subsidiabele activiteiten kan uitvoeren; k. volledige subsidieaanvraag: artikel 8 een aanvraag tot subsidieverlening die voldoet aan alle formele vereisten als bedoeld in, waaronder worden begrepen een volledig ingevuld aanvraagformulier en alle op grond van deze regeling vereiste stukken. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister stelt in de jaren 2014 tot en met 2019 middelen beschikbaar ten behoeve van activiteiten van landelijke betekenis, die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in Nederland. 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 01-10-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Algemene regeling SZW-subsidies Op deze regeling is devan toepassing voor zover daar in deze regeling niet van wordt afgeweken. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Subsidieaanvragen worden door de minister ontvangen in de volgende aanvraagtijdvakken: a. van 1 augustus 2014, 09:00 uur tot en met 30 september 2014, 17:00 uur. b. van 1 april 2015, 09:00 uur tot en met 31 mei 2015, 17:00 uur. c. van 23 mei 2016, 9:00 uur tot en met 17 juni 2016, 17:00 uur. d. van 1 februari 2017, 9:00 uur tot en met 28 februari 2017, 17:00 uur. e. van 1 februari 2018, 9:00 uur tot en met 28 februari 2018, 17:00 uur. f. van 1 februari 2019, 9:00 uur tot en met 28 februari 2019, 17:00 uur. 2 Het subsidieplafond voor de in deze regeling genoemde activiteiten bedraagt: a. voor aanvragen, ingediend in 2014: € 4.000.000,–. b. voor aanvragen, ingediend in 2015: € 4.000.000,–. c. voor aanvragen, ingediend in 2016: € 4.000.000,–. d. voor aanvragen, ingediend in 2017: € 4.000.000,–. e. voor aanvragen, ingediend in 2018: € 4.000.000,–. f. voor aanvragen, ingediend in 2019: € 4.000.000,–. 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 01-10-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen. 2 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Wanneer de aanvrager op grond vanin de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst en behandeling de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag. 3 De onderlinge rangschikking van aanvragen die op hetzelfde tijdstip zijn ontvangen wordt vastgesteld door middel van loting. 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 26-03-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 26-03-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De subsidie met betrekking tot een project wordt aangevraagd door één rechtspersoon, niet zijnde een gemeente of daaraan gelieerd, die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 01-10-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 4, eerste lid Aanvragen die buiten de aanvraagtijdvakken, bedoeld in, zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen. 2 De aanvraag bedraagt per project ten minste € 125.000,– en maximaal € 350.000,– waarbij per aanvrager maximaal € 350.000,– per aanvraagtijdvak kan worden aangevraagd. 3 De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een door de minister verstrekt aanvraagformulier. 4 Bij de aanvraag wordt een projectplan overgelegd waarin de aanvrager aangeeft: a. aan de hand van een begroting voor welke subsidiabele activiteiten een subsidie wordt gevraagd, waarbij de in de begroting gehanteerde tarieven worden getoetst aan de ‘Handleiding overheidstarieven’; b. artikel 11, eerste lid op welke wijze de subsidiabele activiteiten een duurzame bijdrage van landelijke betekenis leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in het algemeen en aan de in, genoemde prioriteiten, dan wel de in artikel 11, tweede lid, genoemde groepen in het bijzonder; c. op welke wijze de subsidiabele activiteiten van toegevoegde waarde zijn; d. op welke wijze gemeenten en andere relevante partijen zijn betrokken; e. waarom subsidiëring vanuit de rijksoverheid noodzakelijk is; en f. wat de planning van het project is. 5 Door het indienen van een aanvraag stemt de aanvrager er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt. 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 26-03-2016
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De minister kan subsidie verlenen voor de financiering van projecten. 2 De subsidiabele periode voor een project bedraagt maximaal twee jaar. 3 artikel 8, vierde lid De beschikking tot het verlenen van subsidie betreft de subsidiabele activiteiten, zoals vastgelegd in het projectplan, bedoeld in. 4 De beschikking bevat het maximum bedrag van de subsidie. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zoals door de aanvrager geraamd in zijn aanvraag tot subsidie, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, activiteiten en kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden bepaald, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht worden voor de uitvoering van het projectplan, dan wel uit andere hoofde worden vergoed. 5 De cofinanciering is: a. artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b 10% bij projecten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in; b. artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d, e en f 25% bij projecten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in. 6 In de beschikking tot verlening van subsidie wordt voorts bepaald: a. de prestaties waarvoor subsidie wordt verleend; b. de periode waarbinnen de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd. c. over welke prestaties wordt verantwoord ten behoeve van de subsidievaststelling; d. in welke periode deze prestaties worden behaald; e. de wijze van voorschotverlening. 7 Aan de beschikking tot verlening van subsidie kunnen nadere verplichtingen worden verbonden. 8 De minister beslist binnen acht weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend. 2017 74312 28-12-2017 18-12-2017 2017-0000197610 2017 74312 28-12-2017 18-12-2017 2017-0000197610 29-12-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien: a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de krachtens deze regeling gestelde eisen; b. artikel 11, eerste lid onvoldoende is aangetoond dat de subsidiabele activiteiten bijdragen aan het op duurzame wijze tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in het algemeen en aan de in, genoemde prioriteiten, dan welde in artikel 11, tweede lid, genoemde groepen in het bijzonder of dat de activiteiten landelijke betekenis hebben, dan wel dat de noodzaak tot financiering vanuit de landelijke overheid ontbreekt; c. de kosten voor de beoogde activiteiten, gelet op het beoogde resultaat, niet in redelijke verhouding staan tot de voorgenomen activiteiten. 2 Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt afgewezen, indien de kosten van de activiteiten waarvoor financiering wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde van overheidswege worden gefinancierd. 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 26-03-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b Activiteiten van landelijke betekenis die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek en waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd inkomen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op: a. ontwikkeling van nieuwe vormen van dienstverlening; b. landelijke verspreiding van reeds bestaande effectieve initiatieven; c. activiteiten die de samenwerking met ketenpartners verbeteren; d. activiteiten die de kwaliteit van dienstverlening van landelijk opererende organisaties die zich richten op het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek verhogen. 2 artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d Activiteiten van landelijke betekenis waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op vermindering van armoede- en schuldenproblematiek dan wel de preventie van armoede en schulden bij de volgende kwetsbare groepen: a. kinderen in huishoudens met een laag besteedbaar inkomen; b. jongeren met (risico op) schulden; c. alleenstaande oudergezinnen; d. huishoudens met een langdurig laag inkomen; e. niet-westerse huishoudens; of f. andere naar het oordeel van de minister kwetsbare groepen. 3 Activiteiten die bestaan uit het verlenen van goederen of diensten aan individuele burgers komen niet in aanmerking voor subsidie. 4 Kosten van activiteiten als omschreven in het projectplan, die de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden komen niet in aanmerking voor subsidie. 5 artikel 4, eerste lid, onderdelen e en f Activiteiten van landelijke betekenis die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek en waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op: a. de ondersteuning van mensen die moeite hebben om mee te doen in de maatschappij, of; b. het bereiken en motiveren van moeilijk bereikbare groepen mensen met financiële problemen, of; c. het versterken van aandacht voor armoede en schulden in het sociaal domein, onder meer in de wijkaanpak, of; d. de voorbereiding van en begeleiding bij de overgang 18-/18+ ter preventie van schulden. 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 01-10-2017
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Voor subsidie komen in aanmerking: a. kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten die rechtstreeks aan de uitvoering van het project zijn toe te rekenen; b. kosten die gemaakt worden in verband met het verkrijgen van een controle- verklaring ten behoeve van de afwikkeling en einddeclaratie van het project. 2 artikel 9, vierde lid Indien de aanvrager, naast de cofinanciering, andere inkomsten door en ten behoeve van het project ontvangt, worden deze in mindering gebracht op het subsidiebedrag, bedoeld in, voor zover hier bij de subsidieverlening niet reeds rekening mee is gehouden. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Niet voor subsidie komen in aanmerking: a. kosten gemaakt buiten de projectperiode, met uitzondering van de kosten ter verkrijging van de controleverklaring ten behoeve van de afwikkeling en einddeclaratie van het project; b. kosten die geen verband houden met de uitvoering van het projectplan of een onderdeel daarvan; c. kosten van het project die, naar het oordeel van de minister, qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Indien de subsidie wordt verleend, kan een voorschot op het totale subsidiebedrag worden verstrekt, waarbij: a. bij aanvang van de subsidieverlening een bedrag van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag wordt uitgekeerd; b. 60% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag in kwartalen wordt uitgekeerd, en de hoogte van het uit te keren bedrag afhankelijk is van de looptijd van het project, waarbij de verdeling zal worden bepaald in de subsidiebeschikking; en c. het resterende bedrag van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag zal worden betaald bij de subsidievaststelling, voor zover dit noodzakelijk is voor de vastgestelde kosten. 2 Indien bovenstaand bevoorschottingsregime voor de aanvrager tot problemen leidt, kan de aanvrager een schriftelijk en gemotiveerd verzoek indienen bij de minister om van de in het eerste lid bepaalde systematiek af te wijken. 3 De aanvrager doet onverwijld en schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Voor zover de uitvoering van het projectplan een periode beslaat die langer is dan twaalf maanden, kan de minister de aanvrager verzoeken om na twaalf maanden een tussentijds voortgangsverslag te verstrekken met de tot dan toe behaalde resultaten en gemaakte kosten. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De aanvrager dient binnen dertien weken na afloop van de projectperiode een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de minister. 2 Het verzoek tot vaststelling vindt plaats op basis van een eindrapportage met het daarbij behorende financieel verslag, en wordt vergezeld van een controleverklaring. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd het bepaalde inkan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken indien: a. de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten, of b. binnen drie maanden na het verlenen van de subsidiebeschikking, geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de activiteiten in het projectplan. 2 De beschikking tot subsidieverlening kan in afwijking van het eerste lid gedeeltelijk worden ingetrokken indien er geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken. 3 Indien de beschikking tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de aanvrager teruggevorderd. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De aanvrager houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten. 2 De administratie bestaat uit een projectadministratie, waaronder begrepen een financiële administratie waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en ten behoeve van de vaststelling van de subsidiabiliteit zijn te verifiëren met bewijsstukken. 3 De administratie is voor controle beschikbaar op één locatie. 4 De administratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde activiteiten. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De minister draagt zorg voor de evaluatie van deze regeling in 2020. 2 De aanvrager verleent zijn medewerking aan de minister bij het opstellen van evaluatierapporten over deze regeling. 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 2016 15796 25-03-2016 21-03-2016 2016-0000074106 26-03-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek. 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 2014 18873 04-07-2014 30-06-2014 2014-0000087456 05-07-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2019. 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 31 december 2018, van toepassing op de afwikkeling van subsidies op grond van deze regeling. 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 2017 48175 25-08-2017 17-08-2017 2017-0000116660 01-10-2017