Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 september, nr. 2015-0000560335, tot benoeming van de voorzitter en de leden van de referendumcommissie (Benoemingsbesluit referendumcommissie)
- BWB-id
- BWBR0037080
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2018-07-10 t/m 2018-07-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037080
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/benoemingsbesluit-referendumcommissie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/benoemingsbesluit-referendumcommissie/2018-07-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037080&g=2018-07-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037080&z=2026-06-06&g=2018-07-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037080/2018-07-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/benoemingsbesluit-referendumcommissie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Tot voorzitter van de referendumcommissie wordt benoemd: mw. mr. M.C. van der Laan. 2 Tot lid van de referendumcommissie worden benoemd: a. mw. prof. mr. A.B. Blomberg; b. mw. prof. mr. drs. W. den Ouden; c. dhr. dr. R.J. Renes; d. dhr. prof. dr. R.A. Koole. 3 De benoeming geldt voor de periode 5 oktober 2015 tot 5 oktober 2019. 2015 33925 05-10-2015 29-09-2015 2015-0000560335 2015 33925 05-10-2015 29-09-2015 2015-0000560335 01-12-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De voorzitter en de andere leden van de referendumcommissie ontvangen een schadeloosstelling van € 3.780,– onderscheidenlijk € 2.908,– per maand voor iedere maand die geheel of gedeeltelijk valt binnen de referendumperiode, bedoeld in het derde en vierde lid. 2 De voorzitter en de andere leden van de referendumcommissie ontvangen een schadeloosstelling per vergadering van € 344,81 onderscheidenlijk € 265,24 voor elke vergadering die plaatsvindt buiten de maanden waarover een schadeloosstelling op grond van het eerste of vijfde lid wordt toegekend. 3 De referendumperiode vangt aan op de dag na die waarop: a. artikel 32, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum een besluit van de voorzitter van het centraal stembureau als bedoeld indat een inleidend verzoek is toegelaten, onherroepelijk is geworden; of b. uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is gedaan, dat een beroep tegen het besluit van de voorzitter van het centraal stembureau dat het inleidend verzoek niet wordt toegelaten, gegrond wordt verklaard. 4 De referendumperiode eindigt op de dag dat: a. artikel 44, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum het besluit van het centraal stembureau dat het definitieve verzoek niet is toegelaten als bedoeld in, onherroepelijk is geworden; b. uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is gedaan, dat een beroep tegen het besluit van het centraal stembureau dat het definitieve verzoek wordt toegelaten, gegrond wordt verklaard; of c. artikel 55, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum zes maanden zijn verstreken na de dag waarop de stemming, bedoeld in, heeft plaatsgevonden. 5 Indien de referendumperiode eindigt op de dag bedoeld in het vierde lid, onder c, ontvangen de voorzitter en de andere leden van de referendumcommissie, in afwijking van het eerste lid, een schadeloosstelling van € 1.296,– onderscheidenlijk € 997,– per maand, gedurende de laatste drie maanden van de referendumperiode. 6 Indien referendumperiodes, bedoeld in het derde en vierde lid, geheel of gedeeltelijk samenvallen, wordt de schadeloosstelling slechts eenmaal per maand toegekend. 7 Voor zover de voorzitter en de andere leden van de referendumcommissie aanspraak kunnen maken op schadeloosstelling op grond van zowel het eerste als het vijfde lid, ontvangen de voorzitter en de andere leden de schadeloosstelling genoemd in het eerste lid. 2016 30382 16-06-2016 02-06-2016 2016-0000258677 2016 30382 16-06-2016 02-06-2016 2016-0000258677 17-06-2016 01-04-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Reisbesluit binnenland De voorzitter en de andere leden van de referendumcommissie ontvangen een vergoeding van reiskosten op grond van het. 2015 33925 05-10-2015 29-09-2015 2015-0000560335 2015 33925 05-10-2015 29-09-2015 2015-0000560335 01-12-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit wordt aangehaald als: Benoemingsbesluit referendumcommissie. 2015 33925 05-10-2015 29-09-2015 2015-0000560335 2015 33925 05-10-2015 29-09-2015 2015-0000560335 01-12-2015