Besluit van de Minister van Economische Zaken van 18 december 2014, nr. WJZ/14203476, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Economische Zaken 2015 (Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015)
- BWB-id
- BWBR0036080
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2017-10-26 t/m 2017-11-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036080
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez-2015
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez-2015/2017-10-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036080&g=2017-10-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036080&z=2026-06-06&g=2017-10-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036080/2017-10-26
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez-2015
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Economische Zaken; b. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken; c. de plaatsvervangend secretaris-generaal: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken; d. de hoofden van dienst: 1°. de directeur-generaal van Agro en Natuur; 2°. de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie; 3°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging; 4°. de directeur Algemene Economische Politiek; 5°. de directeur Bedrijfsvoering; 6°. de directeur Bureau Bestuursraad; 7°. de directeur Communicatie; 8°. de directeur Europese en Internationale Zaken; 9°. de directeur Financieel-Economische Zaken; 10°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken; 11°. de Nationaal Coördinator Groningen; 12°. de directeur van het Centraal Planbureau; 13°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering; 14°. de inspecteur-generaal der mijnen; 15°. de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; 16°. de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 17°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom; e. de P&O-aangelegenheden: de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget; f. BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 ; g. het ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement het. 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 01-01-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 bijlage De organisatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het in dit besluit ten aanzien van de minister bepaalde is van overeenkomstige toepassing voor de Staatssecretaris van Economische Zaken. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op: a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet; b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet. 2 Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval: a. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister; b. artikel 5, eerste lid, onderdeel b artikel 7, derde lid het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels, met uitzondering van ministeriële regelingen als bedoeld in,, en beleidsregels als bedoeld in artikel 7, vierde lid; c. delegatie van bevoegdheden; d. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal is genomen; e. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal. 3 Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor: a. de Koning en het Kabinet van de Koning; b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges; c. een minister of een staatssecretaris; d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. Kaderwet adviescolleges een adviescollege in de zin van de, met uitzondering van Actal; h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor: a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499); b. artikel 31a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 5.2 van de Wet dieren het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de,en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid; c. het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de secretaris-generaal door een hoofd van dienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal moeten worden vastgesteld; d. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst; e. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst: 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal moeten worden behandeld; f. Wet openbaarheid van bestuur aangelegenheden op het gebied van de, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; g. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst; h. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst; i. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector aangelegenheden op het gebied van de(WNT), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften; j. Wet hergebruik van overheidsinformatie aangelegenheden op het gebied van de, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; k. aangelegenheden op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is. 2 Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, behoren in ieder geval: a. artikel 1, onderdeel d, subonderdelen 1° tot en met 11° het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten, bedoeld in; b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten; c. het vaststellen van interne circulaires; d. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de directeur Bedrijfsvoering; e. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst; f. bijlage B van het BBRA het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger vangeldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen; 2°. het bevorderen naar een hogere salarisschaal; 3°. artikel 34 van het ARAR het verlenen van buitengewoon verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van; 4°. artikel 57 van het ARAR het opdragen van een andere functie op basis van; 5°. artikel 58 van het ARAR het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van; 6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid; 7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid; 8°. artikel 69 van het ARAR het toekennen van schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van; 9°. artikel 81 van het ARAR het opleggen van disciplinaire straffen op grond van; 10°. artikel 91 van het ARAR het schorsen op grond van; 11°. artikel 92 van het ARAR het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing op basis van. 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 01-01-2017
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor: a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Economische Zaken waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten; b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie; c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen; d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie; e. het vervangen van de secretaris-generaal in overleggen met de medezeggenschap en centrales van verenigingen van ambtenaren; f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Economische Zaken door onder meer het voorzitten van de EZ CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders; g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Economische Zaken; h. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Economische Zaken richting alle agentschappen, met uitzondering van de toezichtstaken van de rijksinspecties; i. het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Economische Zaken gelieerde organisaties met publieke taken; j. sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal; k. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers; l. artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector artikelen 5.4 5.5 5.6 van de WNT artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van(WNT), het handhaven, bedoeld in de,. en, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid; m. Wet openbaarheid van bestuur aangelegenheden op het gebied van de, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; n. Wet hergebruik van overheidsinformatie aangelegenheden op het gebied van de, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; o. aangelegenheden op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is. 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 01-01-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 bijlage Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in devan dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst. 2 Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening. 3 artikel 31a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 5.2 van de Wet dieren Aan de directeuren-generaal wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de,en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid. 4 artikel 1, onderdeel d, subonderdelen 14°, 15° en 17° Aan de hoofden van dienst als bedoeld in, wordt, ieder voor zich, op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels. 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 01-01-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Aan de directeur-generaal van Agro en Natuur wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden en de secretaris van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Aan de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie wordt mandaat en machtiging verleend inzake: a. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van de Gemeenschappelijke Raadgevende Commissie; b. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van de Adviesraad programmaonderzoek MKB en ondernemerschap; c. benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter van het Strategisch Beraad en van de voorzitter van het Tactisch Beraad alsmede benoeming en ontslag van de afgevaardigden van de deelnemers, dienstverleners en de gebruikers van het Strategisch Beraad; d. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van topteams als genoemd in het Instellingsbesluit topteams in de implementatiefase topsectorenbeleid. 2015 18643 01-07-2015 26-06-2015 WJZ/15086710 2015 18643 01-07-2015 26-06-2015 WJZ/15086710 02-07-2015 01-07-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Aan de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. Mijnbouwwet Mijnbouwbesluit Mijnbouwregeling artikel 14, onderdelen a tot en met c de, heten de, met uitzondering van het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen waarvoor in, mandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de inspecteur-generaal der mijnen; b. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Mijnraad; c. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Technische commissie bodembeweging; d. benoeming en ontslag van de leden van de Raad van Toezicht van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland; e. benoeming en ontslag van de bestuursleden van de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieprodukten. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 bijlage B van het BBRA Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 vangeldt, betreffende: a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden met uitzondering van de beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door hem of door hem aangewezen ambtenaren; b. artikel 34 van het ARAR het verlenen van buitengewoon verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van; c. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid; d. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid; e. artikel 69 van het ARAR het toekennen van schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van; f. artikel 81 van het ARAR het opleggen van disciplinaire straffen op grond van; g. artikel 92 van het ARAR het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing op basis van; h. artikel 99 van het ARAR het verlenen van ontslag op grond vanen het verlenen van ontslag in combinatie met een financiële regeling. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Aan de Nationaal Coördinator Groningen wordt mandaat en machtiging verleend inzake: a. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Raad van Arbiters Bodembeweging; b. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Commissie bijzondere situaties. 2017 38445 07-07-2017 05-07-2017 WJZ/17097853 2017 38445 07-07-2017 05-07-2017 WJZ/17097853 08-07-2017 15-04-2017
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman en bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, met uitzondering van: a. bezwaar- en beroepschriften inzake personeelsaangelegenheden; b. bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door een functionaris of door die functionaris aangewezen medewerkers die mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen die besluiten. 2 artikel 1, onderdeel d, subonderdelen 15°, 16° en 17° Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de hoofden van dienst, genoemd in. 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 01-01-2017
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Aan de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en aan de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of door onder hem ressorterende medewerkers. 2 artikel 1, onderdeel d, subonderdelen 13°, 15° en 16° Aan de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep tegen besluiten op het terrein van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. Dit mandaat, volmacht en machtiging voor het behandelen van bezwaar en beroepszaken tegen besluiten op Wob-verzoeken is beperkt tot besluiten die zijn genomen of behandeld door een hoofd van dienst of door hem aangewezen medewerkers als genoemd in. 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 2016 68503 14-12-2016 09-12-2016 WJZ/16180046 01-01-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. artikelen 50 51, derde lid, van de Mijnbouwwet de, en; b. artikelen 22 30 35, derde lid 51, vijfde lid 85 88, tweede lid 90 91 97 99, derde en vierde lid 101 111, tweede lid 112, tweede lid 113, tweede lid, van het Mijnbouwbesluit de,,,,,,,,,,,,, en; c. Mijnbouwregeling paragraaf 1.3 paragraaf 1.4 de, met uitzondering van de vergunningen bedoeld inen; d. artikelen 5.2 5.14 5.15 5.16 5.17 5.18 5.21 5.22 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de,,,,,,,en; e. artikel 119 van het Besluit Stralingsbescherming ; f. artikelen 8.3, derde lid 8.4, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 deen; g. artikelen 27 28 van de Wet windenergie op zee deen; h. artikelen 17.3, eerste en tweede lid 17.4 17.10, eerste en tweede lid 17.12, vierde, vijfde en zesde lid 18.2 18.2b, tweede lid 18.2g van de Wet Milieubeheer artikel 3.3, vierde lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit omgevingsrecht de,,,,,, enmet betrekking tot een inrichting of een mijnbouwwerk als bedoeld in. 2017 38445 07-07-2017 05-07-2017 WJZ/17097853 2017 38445 07-07-2017 05-07-2017 WJZ/17097853 08-07-2017
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van: a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie; c. artikel 2, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ . 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken, namens deze: (handtekening) (naam functionaris) (functie) 2015 45442 14-12-2015 10-12-2015 WJZ/15171792 2015 45442 14-12-2015 10-12-2015 WJZ/15171792 01-01-2016
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges. 2 De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor P&O-aangelegenheden van zijn dienst, waarvoor de secretaris-generaal of de directeur Bedrijfsvoering krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen. 3 De secretaris-generaal kan voorts aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de aangelegenheden op zijn werkterrein, waaronder voor P&O-aangelegenheden. 2016 44687 22-08-2016 17-08-2016 WJZ/16111388 2016 44687 22-08-2016 17-08-2016 WJZ/16111388 01-09-2016
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikelen 7, eerste lid 8 tot en met 14 De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de, en, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers. 2 Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden: a. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst of het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen; b. artikel 34 van het ARAR het verlenen van buitengewoon verlof op grond van; c. artikel 57 van het ARAR het opdragen van een andere functie op grond van; d. artikel 58 van het ARAR het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op grond van; e. het bevorderen naar een hogere salarisschaal; f. het toekennen van beloningen; g. artikel 69 van het ARAR het toekennen van schadeloosstellingen op grond van; h. artikelen 49l 96 van het ARAR het verlenen van ontslag op grond van deen; i. artikel 91 van het ARAR het schorsen op grond van; j. het toekennen van een terugkeergarantie; k. het afnemen van de eed en belofte. 3 De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. 2017 38445 07-07-2017 05-07-2017 WJZ/17097853 2017 38445 07-07-2017 05-07-2017 WJZ/17097853 08-07-2017
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het verlenen van ondermandaat en volmacht alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. 2 artikelen 17 18 Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in deenwordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Bedrijfsvoering, de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer. 2016 44687 22-08-2016 17-08-2016 WJZ/16111388 2016 44687 22-08-2016 17-08-2016 WJZ/16111388 01-09-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal gaan de uit dit besluit voortvloeiende bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal. 2 De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. 2016 44687 22-08-2016 17-08-2016 WJZ/16111388 2016 44687 22-08-2016 17-08-2016 WJZ/16111388 01-09-2016
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal. 2 In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt: De Minister van Economische Zaken, namens deze, overeenkomstig het door de minister genomen besluit: (handtekening) (naam) secretaris-generaal 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2012 Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom betreffende de Wet telecommunicatievoorzieningen BES Heten hetworden ingetrokken. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoofden van dienst en de Algemene Rekenkamer. 2016 44687 22-08-2016 17-08-2016 WJZ/16111388 2016 44687 22-08-2016 17-08-2016 WJZ/16111388 01-09-2016
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015. 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 2014 36678 29-12-2014 18-12-2014 WJZ/14203476 01-01-2015
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 6#
artikel 6