Besluit van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 10 juli 2015, nr. 0000373449, tot instelling van het tijdelijk Bureau ICT-toetsing
- BWB-id
- BWBR0036874
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2019-12-28 t/m 2020-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036874
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/instellingsbesluit-tijdelijk-bureau-ict-toetsing
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/instellingsbesluit-tijdelijk-bureau-ict-toetsing/2019-12-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036874&g=2019-12-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036874&z=2026-06-06&g=2019-12-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036874/2019-12-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/instellingsbesluit-tijdelijk-bureau-ict-toetsing
Artikel 1 — Artikel 1 (Definitiebepaling)#
Artikel 1 (Definitiebepaling) In dit besluit wordt verstaan onder: a. BIT: artikel 2, eerste lid tijdelijk Bureau ICT-toetsing, bedoeld in; b. ICT-project: een project of programma, met een ICT-component van ten minste € 5.000.000; c. Bureaumanager: de Bureaumanager van het BIT. 2018 41047 23-07-2018 2018 41047 23-07-2018 24-07-2018 26-06-2018
Artikel 2 — Artikel 2 (Instelling, taak en bevoegdheden)#
Artikel 2 (Instelling, taak en bevoegdheden) 1 Er is een tijdelijk Bureau ICT-toetsing. 2 artikel 4 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Het BIT adviseert ten behoeve van de algehele verbetering van ICT-projectbeheersing bij ministeries, publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in, de Raad voor de rechtspraak en de Nationale Politie op verzoek van de Minister die het aangaat of de Tweede Kamer der Staten-Generaal dan wel uit eigen beweging, over de risico’s en slaagkans van een ICT-project en geeft daarbij een oordeel over de mate van beheersbaarheid. 3 De Minister die het aangaat of de Tweede Kamer der Staten-Generaal richt een verzoek als bedoeld in tweede lid tot de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2018 41047 23-07-2018 2018 41047 23-07-2018 24-07-2018 26-06-2018
Artikel 3 — Artikel 3 (Samenstelling en werkwijze)#
Artikel 3 (Samenstelling en werkwijze) 1 Aan het hoofd van het BIT staat de Bureaumanager. Het BIT bestaat verder uit een kleine, vaste kern en een flexibele schil, in te vullen met experts vanuit de rijksdienst en daarbuiten. 2 De Bureaumanager stelt de adviezen van het BIT vast. 3 Bij de totstandkoming van een advies van het BIT zijn geen personen betrokken die: a. werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever van het ICT-project waarover geadviseerd wordt; b. anderszins een persoonlijk belang of directe betrokkenheid hebben bij het ICT-project waarover geadviseerd wordt. 4 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft geen afzonderlijke aanwijzingen met betrekking tot de keuze van het te toetsen ICT-project, de werkwijze en de inhoud van adviezen. 5 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt het conceptadvies van het BIT aan de Minister die het aangaat. Na een termijn van twee weken ten behoeve van hoor en wederhoor zendt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het definitieve advies aan de Minister die het aangaat. 6 De Bureaumanager kan adviezen van het BIT zonder tussenkomst van hogere ambtenaren aan bewindspersonen voorleggen. 2019 70576 27-12-2019 2019 70576 27-12-2019 28-12-2019
Artikel 4 — Artikel 4 (Verplichtingen)#
Artikel 4 (Verplichtingen) 1 De Minister die het aangaat verzoekt voor aanvang van een ICT-project het BIT om advies over de risico’s en slaagkans van het ICT-project. 2 De Minister die het aangaat kan het BIT verzoeken om nader advies over de risico’s en slaagkans van een al gestart ICT-project. 3 De Minister die het aangaat verstrekt aan het BIT desgevraagd de door het BIT gewenste inlichtingen aangaande zijn ICT-projecten. 4 De Minister die het aangaat zendt een definitief advies van het BIT binnen vier weken na ontvangst aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 5 Indien het advies van het BIT niet of niet geheel wordt opgevolgd, deelt de Minister die het aangaat, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, dat met redenen omkleed mede aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 6 Het BIT maakt het definitieve BIT-advies vier weken na aanbieding aan de Minister die het aangaat openbaar. 7 Het vijfde lid is niet van toepassing op ICT-projecten van de Raad voor de rechtspraak. 2018 41047 23-07-2018 2018 41047 23-07-2018 24-07-2018 26-06-2018
Artikel 5 — Artikel 5 (Toezichtsraad BIT)#
Artikel 5 (Toezichtsraad BIT) 1 Er is een Toezichtsraad BIT. 2 artikel 6, eerste lid De Toezichtsraad BIT houdt toezicht op de kwaliteit, onafhankelijkheid en effectiviteit van het BIT, rapporteert periodiek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geeft opdracht voor de evaluaties, bedoeld in. 3 De Toezichtsraad BIT bestaat uit drie leden, waarvan: a. een lid op voordracht van de Auditdienst Rijk; b. een lid op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen; c. een lid op voordracht van het CIO-platform Nederland. 4 Voor benoeming als lid komen niet in aanmerking ambtenaren of andere personen, werkzaam onder verantwoordelijkheid van een Minister, een publiekrechtelijke zelfstandig bestuursorgaan, de Raad voor de rechtspraak of de Nationale Politie. 5 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt, schorst en ontslaat de leden. 6 De leden worden op persoonlijke titel en voor een periode van ten hoogste dertig maanden benoemd. Herbenoeming is eenmaal mogelijk. 7 De leden nemen deel in de Toezichtsraad BIT zonder last of ruggespraak. 8 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De leden ontvangen een vergoeding per vergadering van 3% van het maximum van salarisschaal 18 van. 9 De Toezichtsraad BIT stelt zijn eigen werkwijze vast. 10 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorziet in een ambtelijke secretaris van de Toezichtsraad BIT. 2018 41047 23-07-2018 2018 41047 23-07-2018 24-07-2018 26-06-2018
Artikel 6 — Artikel 6 (Evaluatie)#
Artikel 6 (Evaluatie) 1 Het functioneren van het BIT wordt een jaar na inwerkingtreding van dit besluit en vervolgens telkens na twee jaar, geëvalueerd. 2 De evaluaties worden, in opdracht van de Toezichtsraad BIT, uitgevoerd door een onafhankelijke instantie. 3 De evaluatierapporten worden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezonden, die deze stukken, vergezeld van een kabinetsstandpunt, aan de Tweede Kamer van de Staten-Generaal zendt. 2018 41047 23-07-2018 2018 41047 23-07-2018 24-07-2018 26-06-2018
Artikel 7 — Artikel 7 (Uitzondering)#
Artikel 7 (Uitzondering) Dit besluit is niet van toepassing op wapensystemen van het ministerie van Defensie. 2015 21178 23-07-2015 10-07-2015 0000373449 2015 21178 23-07-2015 10-07-2015 0000373449 24-07-2015 01-07-2015
Artikel 8 — Artikel 8 (Inwerkingtreding)#
Artikel 8 (Inwerkingtreding) 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 juli 2015. 2 Dit besluit vervalt op 31 december 2020. 2019 70576 27-12-2019 2019 70576 27-12-2019 28-12-2019
Artikel 9 — Artikel 9 (Citeertitel)#
Artikel 9 (Citeertitel) Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing. 2015 21178 23-07-2015 10-07-2015 0000373449 2015 21178 23-07-2015 10-07-2015 0000373449 24-07-2015 01-07-2015