Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie van 7 mei 2015, nr. 632570, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging inzake beheeraangelegenheden en enkele rechtspositionele bevoegdheden aan de directeur bedrijfsvoering van de Hoge Raad der Nederlanden (Mandaatregeling beheer en bevoegdheden directeur bedrijfsvoering Hoge Raad 2015)
- BWB-id
- BWBR0036622
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-03-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036622
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/mandaatbesluit-beheer-en-bevoegdheden-directeur-bedrijfsvoer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/mandaatbesluit-beheer-en-bevoegdheden-directeur-bedrijfsvoer/2020-03-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036622&g=2020-03-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036622&z=2026-06-06&g=2020-03-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036622/2020-03-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/mandaatbesluit-beheer-en-bevoegdheden-directeur-bedrijfsvoer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Hoge Raad: gezamenlijke organisatie van de Hoge Raad der Nederlanden, bestaande uit de raad, het parket en de directie bedrijfsvoering; b. beheersorganisatie: artikel 2 van de Organisatieregeling beheer Hoge Raad 2015 beheersorganisatie als bedoeld in; c. beheeraangelegenheid: taak die in het kader van het beheer wordt verricht binnen de beheersorganisatie; d. gerechtsauditeur: artikel 72 van de Wet op de rechterlijke organisatie gerechtsauditeur als bedoeld in; e. gerechtsambtenaar: ambtenaar op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam bij een gerecht. f. rechterlijke ambtenaren: artikel 1, onderdeel b, van de Wet op de rechterlijke organisatie alle inbedoelde rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij de Hoge Raad; g. Wrra: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren ; h. Brra: Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren . 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 01-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De directeur bedrijfsvoering van de Hoge Raad wordt aangewezen als de vertegenwoordiger van de werkgever in de zin van paragraaf 1.2 van de CAO Rijk en als de hoogste ambtelijk leidinggevende in de zin van paragraaf 27.2 van de CAO Rijk ten aanzien van de bij de beheerorganisatie werkzame gerechtsambtenaren. 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Aan de directeur bedrijfsvoering van de Hoge Raad wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de beheeraangelegenheden van de Hoge Raad, met uitzondering van de bevoegdheid beslissingen te nemen ten aanzien van financiële vergoedingen voor zover deze betrekking hebben op immateriële schade, dan wel financiële vergoedingen voor materiële schade die gecumuleerd € 10.000 overstijgen. 2 Besluiten ten aanzien van het aangaan van een arbeidsovereenkomst, de bevordering en het ontslag alsmede ten aanzien van disciplinaire maatregelen van functionarissen, niet zijnde rechterlijke ambtenaren op managementfuncties in schaal 14 en hoger, worden niet genomen dan nadat het Centraal Loopbaanberaad van het Ministerie van Justitie en Veiligheid daarmee heeft ingestemd. 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Aan de directeur bedrijfsvoering van de Hoge Raad wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de volgende bevoegdheden: a. artikel 13, derde lid, van de Wrra de bevoegdheid, bedoeld inom af te wijken van het in het eerste lid van dat artikel bepaalde, voor zover deze bevoegdheid ziet op gerechtsauditeurs; b. artikel 45, eerst en tweede lid, van de Wrra de bevoegdheid, bedoeld in, tot het verlenen van buitengewoon verlof voor het bijwonen van of deelnemen aan de in dit artikel genoemde vergaderingen en activiteiten, voor zover deze bevoegdheden zien op rechterlijke ambtenaren; c. artikel 46 van de Wrra de bevoegdheid, bedoeld in, tot het toekennen van een schadeloosstelling tot een maximumbedrag van € 10.000, voor zover deze bevoegdheid ziet op rechterlijke ambtenaren; d. artikelen 4 6c van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in deen, tot het toekennen van een eenmalige toeslag, voor zover deze bevoegdheid ziet op gerechtsauditeurs; e. artikel 3b, vijfde lid, van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in, om te beslissen op een verzoek als bedoeld in het vierde lid van dat artikel tot wijziging van de arbeidsduur op verzoek, voor zover deze bevoegdheid ziet op gerechtsauditeurs; f. artikel 6d, eerste lid, van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in, tot toepassing en uitvoering van de bepalingen inzake aanspraak op vakantie-uitkering, vergoeding van reis- en verblijfkosten, vergoeding van verplaatsingskosten en gratificatie ter zake van veeljarige dienst, voor zover deze bevoegdheden zien op rechterlijke ambtenaren; g. artikelen 8 8b, vierde lid, van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in deenom te beslissen op een verzoek als bedoeld in het eerste lid van artikel 8b, tot uitbreiding van de arbeidsduur, voor zover deze bevoegdheid ziet op gerechtsauditeurs; h. artikelen 8 8d, negende lid, van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in de, enom te beslissen op een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 8d, tot aanpassing van de arbeidsduur, voor zover deze bevoegdheid ziet op rechterlijke ambtenaren; i. artikelen 9 27, eerste lid, van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in deen, om een tegemoetkoming in de genoemde kosten toe te kennen tot een maximumbedrag van € 10.000, voor zover deze bevoegdheid ziet op rechterlijke ambtenaren; j. artikelen 9 27b, derde lid, van het Brra de bevoegdheid bedoeld in deen, tot toekenning van de genoemde schadevergoeding, tot een maximumbedrag van € 10.000 voor zover deze bevoegdheid ziet op rechterlijke ambtenaren; k. artikel 33d, vijfde lid, van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in, tot verlaging van de aanspraak op vakantie, voor zover deze bevoegdheid ziet op rechterlijke ambtenaren; l. artikel 33a 33f, eerste lid, van het Brra de bevoegdheid, bedoeld inen, tot vergoeding van niet opgenomen vakantie-uren bij ontslag, voor zover deze bevoegdheid ziet op rechterlijke ambtenaren; m. artikel 33g 33j, vierde lid, van het Brra Wet arbeid en zorg de bevoegdheden, bedoeld inen, in het kader van debetreffende de inhouding van bezoldiging bij calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, voor zover deze bevoegdheden zien op rechterlijke ambtenaren; n. artikel 33l, vierde en vijfde lid, van het Brra Wet arbeid en zorg de bevoegdheden, bedoeld in, in het kader van debetreffende zwangerschaps- en bevallingsverlof, voor zover deze bevoegdheden zien op rechterlijke ambtenaren; o. artikel 33n, vijfde, zesde en achtste lid, van het Brra Wet arbeid en zorg de bevoegdheden, bedoeld in, in het kader van debetreffende ouderschapsverlof, voor zover deze bevoegdheden zien op rechterlijke ambtenaren; p. artikel 33o, vierde en vijfde lid, van het Brra Wet arbeid en zorg de bevoegdheden, bedoeld in, in het kader van debetreffende adoptieverlof, voor zover deze bevoegdheden zien op rechterlijke ambtenaren; q. artikel 33p, tweede lid, van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in, tot verlening van buitengewoon verlof, voor zover deze bevoegdheden zien op rechterlijke ambtenaren; r. artikel 38b van het Brra de bevoegdheid, bedoeld in, tot inhouding op de bezoldiging van vergoedingen uit hoofde van een functie waarvoor buitengewoon verlof is verleend, voor zover deze bevoegdheid ziet op rechterlijke ambtenaren; s. artikel 73, derde en vierde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie de bevoegdheden, bedoeld in, tot benoeming en ontslag van waarnemend griffiers. 2015 13198 18-05-2015 07-05-2015 632570 2015 13198 18-05-2015 07-05-2015 632570 19-05-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 3 4 De directeur bedrijfsvoering van de Hoge Raad handelt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, bedoeld in deen, binnen de door de Directeur Rechtsbestel van het ministerie van Justitie en Veiligheid vastgestelde financiële kaders voor het beheer van de Hoge Raad. 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 01-01-2020
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a De directeur bedrijfsvoering wordt bij afwezigheid vervangen door het hoofd van de afdeling Personeel en Organisatie. 2020 17339 26-03-2020 13-03-2020 2859533/20/DP&O 2020 17339 26-03-2020 13-03-2020 2859533/20/DP&O 27-03-2020 01-02-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Mandaatregeling beheer Hoge Raad Dewordt ingetrokken. 2015 13198 18-05-2015 07-05-2015 632570 2015 13198 18-05-2015 07-05-2015 632570 19-05-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst. 2015 13198 18-05-2015 07-05-2015 632570 2015 13198 18-05-2015 07-05-2015 632570 19-05-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit beheer en bevoegdheden directeur bedrijfsvoering Hoge Raad 2015. 2015 13198 18-05-2015 07-05-2015 632570 2015 13198 18-05-2015 07-05-2015 632570 19-05-2015