Regeling van de Minister van Economische Zaken van 22 januari 2015, nr. WJZ / 15000929, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2015 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015)
- BWB-id
- BWBR0036245
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036245
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-20
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-20/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036245&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036245&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036245/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-20
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie de; – allesvergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom tenminste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt; – besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie het; – doublet: combinatie die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; – hernieuwbaar gas hub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed; – minister: de Minister van Economische Zaken; – netto P50-waarde vollasturen: het aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; – nominaal vermogen: het maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en/of hernieuwbare warmte en/of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik. In het geval van geothermische productie-installaties dient het nominaal vermogen te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; – NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008; – nuttig aangewende warmte: de warmte die vrijkomt uit hernieuwbare energiebronnen en die wordt aangewend voor: a. gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen; b. tapwaterverwarming en verwarming van water dat wordt ingezet in bedrijfsprocessen, met uitzondering van het gebruik als voedingswater voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt opgewekt; c. verwarming in industriële processen en van tuinbouwkassen, met uitzondering van: 1°. de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt; 2°. de inzet bij aardgasexpansie; 3°. het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van elektriciteit, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht; 4°. de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie; 5°. de verwarming van een installatie of een onderdeel daarvan, waarmee energie of een energiedrager wordt geproduceerd; 6°. de verwarming van opslagtanks van grondstoffen en producten die gebruikt worden om energie mee op te wekken; d. klimaatregeling van koelcellen en industriële koelingstoepasssingen; e. levering aan een warmtenet, mits de producent aannemelijk kan maken dat de warmte gebruikt wordt voor een van de toepassingen bedoeld onder a tot en met d; – richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG Richtlijn 2001/77/EG Richtlijn 2003/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking vanen(PbEU 2009, L 140); – thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van: 1°. verbranding, 2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; – valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd; – vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: Uitvoeringsregeling Meststoffenwet de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld; – vergisting van meer dan 95% dierlijke mest: Uitvoeringsregeling Meststoffenwet de biologische afbraakreacties van verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij minder dan 5% van de massa toegevoegde stoffen per kalenderjaar een andere stof, genoemd in de, is dan verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26, eerste lid 28, eerste lid 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36 38 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 46 48, eerste lid 50, eerste lid 52, eerste lid 54 56 62 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, die is aangevraagd in de periode van 31 maart 2015, 09:00 uur, tot 17 december 2015, 17:00 uur, bedraagt € 3.500.000.000,–. 2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie. 5 bijlage 1 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorendetot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager. 6 artikel 15 48 van het besluit Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meerdere beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het vijfde lid de subsidies die de subsidie-ontvanger ontvangt, bedoeld inof, van de beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt nog niet zijn aangevangen bij elkaar opgeteld. 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 08-05-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 26, eerste lid 34, eerste lid, onderdeel a 48, eerste lid 50, eerste lid 52, eerste lid artikel 3, eerste lid, onderdeel a van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 2 artikel 4, onderdeel b artikel 3, eerste lid, onderdeel c en derde lid, onderdeel c, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 3 artikelen 44, eerste lid artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 4 artikelen 26, eerste lid 48, eerste lid 50, eerste lid 52, eerste lid artikel 44 artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,en, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van,,ofvan deze regeling, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 5 artikelen 4, onderdeel b 6 22 24 26, eerste lid 34, eerste lid 40, eerste lid 48, eerste lid 50, eerste lid 52, eerste lid 54 56 artikel 3, vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,,,,en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 6 artikel 44, eerste lid regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, en vierde lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 7 artikel 44, eerste lid artikel 3, vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 8 artikelen 4 6 8 10 12 14 16 18 20 artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,enworden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 9 artikel 62 artikel 15, zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 10 artikelen 22 24 26, eerste lid 28, eerste lid 56 artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,, enworden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 11 artikelen 22 26, eerste lid artikel 32, zesde lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in deen, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 12 artikel 54 artikel 32, zevende lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 13 artikelen 30, eerste lid 32, eerste lid 36 38 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 46 48, eerste lid 50, eerste lid 52, eerste lid 54 56, eerste lid artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 14 artikel 34, eerste lid artikel 48, derde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt zonder het daarbij opgetelde verschil in kWh vanwege minder geproduceerde kWh in voorgaande jaren. Het verschil in kWh dat bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, kan alleen in dit volgende jaar worden benut en kan pas worden benut als het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt volledig is benut. 15 artikelen 34, eerste lid 38 42, eerste lid 48, eerste lid 50, eerste lid 54 56, eerste lid artikel 48, zevende lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 16 artikelen 8 10 12 14 22 26, eerste lid 48, eerste lid 52, eerste lid 54 62 artikel 56, eerste lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,,, enworden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 17 artikelen 4 6 16 18 20 24 28, eerste lid 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36 38 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 46 50 56 artikel 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn. a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, of b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 4 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie, dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 6 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 bijlage 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee, in de Nederlandse exclusieve economische zone of op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst ineen windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s, b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of d. < 7,0 m/s. 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 08-05-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 8 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 bijlage 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan die op het moment van aanvragen minimaal 10 jaar daarvoor in gebruik is genomen, en die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst ineen windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s, b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of d. < 7,0 m/s. 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 08-05-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 10 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 bijlage 1 van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen bijlage 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen de beschermingszones van een verbindende waterkering als bedoeld in paragraaf 2.7 vanen die niet is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst ineen windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s, b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of d. < 7,0 m/s. 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 08-05-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 12 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee, in de Nederlandse exclusieve economische zone of op een locatie waar op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, en waarvan de fundering in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat. 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 08-05-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 14 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 16 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 18 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 20 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is, b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 22 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 24 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde subsidieregelingen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen: a. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of b. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest. 2 artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 artikel 44 Indien de aanvrager, in aanvulling op de subsidie als bedoeld in het eerste lid op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van,,ofvan deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen. 2 artikel 26, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 28, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 28, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel: a. met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW en kleiner dan 5 MW, of b. met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 artikel 17, eerste lid Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 30, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 30, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008, in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 MW. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan. 2018 38941 13-07-2018 05-07-2018 WJZ/17110641 2018 38941 13-07-2018 05-07-2018 WJZ/17110641 01-01-2019
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 32, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van elektriciteit door middel van kolen, a. waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaande installatie waarvoor op grond van de MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen, waarin biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 wordt meegestookt, of biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 en 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 wordt vergast en waarvan het aannemelijk is dat deze ten minste voor de duur van de subsidieperiode kan blijven produceren, of b. waarin biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 wordt meegestookt, waarbij de delen van de productie-installatie die uitsluitend gebruikt worden voor de meestook van biomassa nieuw zijn, en waarvan het aannemelijk is dat deze ten minste voor de duur van de subsidieperiode kan blijven produceren. 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, voor maximaal 15% van de gerealiseerde jaarlijkse hernieuwbare energieproductie biomassa als bedoeld in NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 100, 101, 150 tot en met 179. 3 artikel 17, eerste lid Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in, van de richtlijn hernieuwbare energie. 4 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa, niet zijnde vloeibare biomassa, voldoet aan. 5 Indien sprake is van productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte verstrekt de minister subsidie voor de geproduceerde hernieuwbare elektriciteit en 15% van de geproduceerde en nuttig aangewende hernieuwbare warmte. 6 artikel 2, vijfde lid, van het besluit De maximale productie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van het eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 31 maart 2015, 09:00 uur, tot 17 december 2015, 17:00 uur, bedraagt 55.555.555.555 kWh. 2018 38941 13-07-2018 05-07-2018 WJZ/17110641 2018 38941 13-07-2018 05-07-2018 WJZ/17110641 01-01-2019
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 34, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 8 jaar verstrekt. 2 artikel 34, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik of opnieuw in gebruik voor de meestook van biomassa. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter. b. een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 3500 meter. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 36 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 36 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 38 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 38 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 40, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 40, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008: a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 42, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 42, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt aangewend aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van: a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting; b. Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of door middel van vergisting op een landbouwbedrijf van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van, of c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 44, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt. 2 artikel 44, eerste lid De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 mof meer. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 46 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 46 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld inbinnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde subsidieregelingen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen: a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt; of b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt. 2 artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 artikel 44 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van,,, ofvan deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 48, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen. 2 artikel 48, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MW en voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, en waarvoor op het moment van de start van de subsidieperiode van de subsidie, de resterende subsidieperiode op grond van de MEP a. minder dan 1 volledig jaar bedraagt of nihil is, b. tenminste 1 volledig jaar bedraagt, c. tenminste 2 volledige jaren bedraagt, d. tenminste 3 volledige jaren bedraagt, e. tenminste 4 volledige jaren bedraagt, of f. tenminste 5 volledige jaren bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 4 artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 artikel 44 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van,,, ofvan deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 50, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP, eindigt op het moment dat deze subsidieperiode aanvangt. 2 artikel 50, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of b. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest. 2 artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013 artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 artikel 44 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van,,, ofvan deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 52, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen. 2 artikel 52, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is; c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt; d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of f. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 54 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 54 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de thermofiele zuivering van uitsluitend secundair slib, waarbij sprake is van een centrale productie-installatie waarvoor secundair slib grotendeels extern wordt aangevoerd van een of meerdere andere RWZI’s en waarbij tenminste de vergister zelf nieuw is. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 56 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 56 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de negende fase eindigt op 17 december 2015, 17:00 uur, b. artikelen 10 43a van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in deen, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, c. artikel 27 van het besluit artikel 58, tweede lid, van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag. Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld inbedraagt het fasebedrag het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 Fase Datum openstelling Fasebedrag Fasebedrag hernieuwbaar gas 1 31 maart, 9:00 uur € 0,070/kWh € 0,055/kWh 2 20 april, 17:00 uur € 0,080/kWh € 0,063/kWh 3 11 mei, 17:00 uur € 0,090/kWh € 0,071/kWh 4 1 juni, 17:00 uur € 0,100/kWh € 0,079/kWh 5 22 juni, 17:00 uur € 0,110/kWh € 0,086/kWh 6 31 augustus, 17:00 uur € 0,120/kWh € 0,094/kWh 7 21 september, 17:00 uur € 0,130/kWh € 0,102/kWh 8 12 oktober, 17:00 uur € 0,140/kWh € 0,110/kWh 9 9 november, 17:00 uur € 0,150/kWh € 0,118/kWh 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, a. artikel 11, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag, b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, c. artikel 12, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015 vastgesteld op: – artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en – artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basis-bedrag in eur/kWh Vollasturen Basiselek-triciteits-prijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2015 in eur/kWh Artikel 4 , onderdeel a Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm Vrije categorie 5.700 0,036 0,043 Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,067 4.300 0,036 0,043 Artikel 20 Vrije stromingsenergie, valhoogte < 50 cm en golfenergie Vrije categorie 2.800 0,036 0,043 Artikel 18 Osmose Vrije categorie 8.000 0,036 0,043 Artikel 16 Fotovoltaïsche zonnepanelen, ≥ 15 kWp en aansluiting 3*80A 0,141 1.000 0,035 0,045 Artikel 8, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,074 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 8, onderdeel b Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,081 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 8, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,086 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 8, onderdeel d Wind op land, < 7,0 m/s 0,098 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 10, onderdeel a Wind op land één op één vervanging ≥ 8,0 m/s 0,053 netto P50-waarde windenergieproductie 0,029 0,039 Artikel 10, onderdeel b Wind op land één op één vervanging ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,058 netto P50-waarde windenergieproductie 0,029 0,039 Artikel 10, onderdeel c Wind op land één op één vervanging ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,065 netto P50-waarde windenergieproductie 0,029 0,039 Artikel 10, onderdeel d Wind op land één op één vervanging < 7,0 m/s 0,074 netto P50-waarde windenergieproductie 0,029 0,039 Artikel 12, onderdeel a Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 8,0 m/s 0,081 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 12, onderdeel b Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,088 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 12, onderdeel c Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,094 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 12, onderdeel d Wind op verbindende waterkeringen, < 7,0 m/s 0,107 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 14 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,114 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, a. artikel 28, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, b. voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, c. artikel 29, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbaar gas de basisgasprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015 vastgesteld op: – artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en – artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basis-bedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in eur/kWh Voorlopig correctie-bedrag 2015 in eur/kWh artikel 22, onderdeel a Allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,063 8.000 0,020 0,025 artikel 22, onderdeel b Vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,077 8.000 0,020 0,025 artikel 22, onderdeel c Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest (hernieuwbaar gas) Vrije categorie 8.000 0,020 0,025 Artikel 24 AWZI/RWZI-groen gas 0,034 8.000 0,020 0,025 artikel 26, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,064 8.000 0,020 0,025 artikel 26, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,073 8.000 0,020 0,025 Artikel 28, eerste lid Biomassavergassing (≥95% biogeen) Vrije categorie 7.500 0,020 0,025 2 artikel 58, tweede lid, van het besluit artikelen 22 24 26, eerste lid Het basisbedrag wordt voor de toepassing van, voor een productie-installatie als bedoeld in de,, en, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,785 en afgerond op drie decimalen achter de komma. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, a. artikel 44, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, c. artikel 45, eerste lid artikel 12, eerste lid, van het besluit de basisenergie- of basiselektriciteitsprijs, bedoeld inof, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2015 vastgesteld op: – artikel 47, eerste lid, onderdeel a 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de energie- of elektriciteitsprijs, bedoeld inofhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en – artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inofop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basis-bedrag in eur/kWh Vollasturen Basisprijs in eur/kWh Voorlopig correctie-bedrag 2015 in eur/kWh Artikel 56 RWZI – Thermofiele gisting van secundair slib 0,061 5.729 0,028 0,034 Artikel 6 AWZI/RWZI – thermische drukhydrolyse 0,095 8.000 0,036 0,043 Artikel 54, onderdeel a Warmte allesvergisting 0,053 7.000 0,027 0,033 Artikel 54, onderdeel c Gecombineerde opwekking allesvergisting 0,095 5.739 0,028 0,034 Artikel 54, onderdeel b Warmte vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,074 7.000 0,027 0,033 Artikel 54, onderdeel d Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,113 5.732 0,028 0,034 Artikel 54, onderdeel e Gecombineerde opwekking vergisting van meer dan 95% dierlijke mest Vrije categorie 8.000 0,036 0,043 Artikel 54, onderdeel f Warmte vergisting van meer dan 95% dierlijke mest 0,106 7.000 0,027 0,033 Artikel 36, onderdeel a Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter 0,052 5.500 0,016 0,019 Artikel 36, onderdeel b Geothermie warmte, diepte ≥ 3.500 meter 0,055 7.000 0,016 0,019 Artikel 38 Geothermie, warmtekracht 0,098 4.158 0,019 0,024 Artikel 46 2 Zonthermie, apertuuroppervlakte ≥ 100 m 0,137 700 0,049 0,055 Artikel 34, eerste lid onderdeel a Bestaande capaciteit voor bij- en meestook 0,108 5.839 0,036 0,043 Artikel 34, eerste lid, onderdeel b Nieuwe capaciteit voor meestook 0,115 7.000 0,036 0,043 Artikel 30, eerste lid, onderdeel a Ketel op vaste of vloeibare biomassa, > 0,5 en < 5 MWth 0,051 4.000 0,027 0,033 Artikel 30, eerste lid, onderdeel b Ketel op vaste of vloeibare biomassa, ≥ 5 MWth 0,043 7.000 0,016 0,019 Artikel 40, eerste lid Ketel op vloeibare biomassa 0,072 7.000 0,027 0,033 Artikel 32, eerste lid Warmte, Industriële stoomproductie uit houtpellets 0,054 7.000 0,016 0,019 Artikel 42, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie van biomassa, > 10 en ≤ 100 MWe 0,084 7.500 0,019 0,023 Artikel 42, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie van biomassa, ≤ 10 MWe 0,144 4.241 0,022 0,026 artikel 48, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (WKK) 0,087 5.855 0,029 0,034 artikel 48, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (WKK) 0,102 5.855 0,029 0,034 Artikel 52, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (warmte) 0,058 7.000 0,016 0,019 Artikel 52, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (warmte) 0,068 7.000 0,016 0,019 artikel 44, eerste lid, onderdeel a Bestaande allesvergisting, uitbreiding warmte 0,023 7.000 0,016 0,019 artikel 44, eerste lid, onderdeel b Bestaande vergisting en covergisting van dierlijke mest, uitbreiding warmte 0,030 4.000 0,000 0,000 artikel 44, eerste lid, onderdeel c Bestaande thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa, uitbreiding warmte 0,023 7.000 0,016 0,019 artikel 50, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW 0,064 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 1 jaar MEP compensatie 0,067 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 2 jaar MEP compensatie 0,069 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel d Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 3 jaar MEP compensatie 0,073 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel e Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 4 jaar MEP compensatie 0,077 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel f Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 5 jaar MEP compensatie 0,081 4.429 0,023 0,028 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht op een locatie waarvoor op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, en ten aanzien waarvan voor 1 januari 2015 een ontwerp-inpassingsplan of ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd of de aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend. 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 2015 12705 07-05-2015 01-05-2015 WJZ/15057045 08-05-2015
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 62 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 62 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeldbinnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 62 Voor een productie-installatie als bedoeld inwordt voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel: a. periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de negende fase eindigt op 17 december 2015, 17:00 uur, b. artikel 10 van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, 1 2 3 Fase Datum openstelling Fasebedrag wind op land overgang 1 31 maart, 9:00 uur € 0,0875/kWh 2 20 april, 17:00 uur € 0,100/kWh 3 11 mei, 17:00 uur € 0,1125/kWh 4 1 juni, 17:00 uur n.v.t. 5 22 juni, 17:00 uur n.v.t. 6 31 augustus, 17:00 uur n.v.t. 7 21 september, 17:00 uur n.v.t. 8 12 oktober, 17:00 uur n.v.t. 9 9 november, 17:00 uur n.v.t. 2 artikel 58, tweede lid, van het besluit Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld inbedraagt het fasebedrag het in de derde kolom van de in artikel 58 opgenomen tabel genoemde bedrag. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 artikel 62 Voor een productie-installatie als bedoeld inwordt, a. artikel 11, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op € 0,1125 per kWh, b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, het maximaal aantal vollasturen – wanneer de aanvraag in de eerste fase is ingediend, vastgesteld op 2.800, – wanneer de aanvraag in de tweede fase is ingediend, vastgesteld op 2.160, en – wanneer de aanvraag in fase 3 tot en met 9 is ingediend, vastgesteld op 1.840, c. artikel 12, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op € 0,037 per kWh, en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015: – artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op € 0,048 per kWh, en – artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld invastgesteld op € 0 per kWh. 2 artikel 58, tweede lid, van het besluit artikel 62 Voor de vergelijking van de basisbedragen, bedoeld in, wordt het basisbedrag voor een productie-installatie als bedoeld in, vastgesteld op 0,1125, gedeeld door een correctiefactor van 1,25. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 De artikelen van deze regeling treden in werking op een door de minister nader te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015. 2015 2448 06-02-2015 22-01-2015 WJZ/15000929 2015 9096 30-03-2015 27-03-2015 WJZ/15024397 31-03-2015
Artikel 2#
artikel 2, vijfde lid
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 10#
10
Artikel 12#
12