Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 maart 2015, nr. PO/FenV/732423, houdende vaststelling van de bedragen personele bekostiging primair onderwijs voor het schooljaar 2015–2016 en het vaststellen van de bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs schooljaar 2015–2016 (Regeling bekostiging personeel PO 2015–2016 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2015–2016)
- BWB-id
- BWBR0036493
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2015-08-01 t/m 2015-10-26
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036493
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-bekostiging-personeel-po-2015-2016-en-vaststelling-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-bekostiging-personeel-po-2015-2016-en-vaststelling-/2015-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036493&g=2015-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036493&z=2026-06-06&g=2015-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036493/2015-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-bekostiging-personeel-po-2015-2016-en-vaststelling-
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: WPO: Wet op het primair onderwijs ; WEC: Wet op de expertisecentra ; WVO: Wet op het voortgezet onderwijs ; basisschool: artikel 1 van de WPO basisschool als bedoeld in; speciale school voor basisonderwijs: artikel 1 van de WPO speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in; school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: artikel 1 van de WEC school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in, niet zijnde een instelling; school: WPO WEC bekostigde school als bedoeld in deof een bekostigde school of instelling als bedoeld in de; schoolgewicht: artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO schoolgewicht als bedoeld in; cumi-leerling: artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld inen; instelling: artikel 8, eerste lid, tweede en derde volzin, van de WEC instelling als bedoeld in; formatiebasisbedrag: artikel 22, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO artikel 31, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WEC formatiebasisbedrag als bedoeld inen; formatieleeftijdsbedrag: artikel 22, onderdeel b, van het Besluit Bekostiging WPO artikel 31, onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC formatieleeftijdsbedrag als bedoeld inen; vestiging: artikel 1 van de WPO hoofd- of nevenvestiging van een basisschool als bedoeld in; samenwerkingsverband PO: artikel 18a, tweede lid, van de WPO een samenwerkingsverband als bedoeld inof een landelijk samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, vijftiende lid, van de WPO tenzij het tegendeel blijkt; samenwerkingsverband VO: artikel 17a, tweede lid, van de WVO een samenwerkingsverband als bedoeld inof een landelijk samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, zestiende lid, van de WVO tenzij het tegendeel blijkt. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen#
Artikel 2 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen 1 artikel 120, zesde lid, van de WPO De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2014 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,58 jaar; b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 58.829,87; c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 75.052,67. 2 artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, is voor basisscholen: a. formatiebasisbedrag: € 28.080,44; b. formatieleeftijdsbedrag: € 757,75. 3 artikel 120, eerste lid, van de WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld inbedraagt voor: Bedrag per leerling Verhogingsbedrag a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar € 1.670,79 € 45,09 b. leerlingen vanaf 8 jaar € 1.162,53 € 31,37 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 2014–2015 bedraagt 0,636%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 2014–2015 bedraagt 0,0%. 5 WPO artikel 137, vijfde lid, van de WPO In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegd gezagsorganen, bedoeld in degedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 3 — Artikel 3 Vaststelling aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen en bestrijding onderwijsachterstanden#
Artikel 3 Vaststelling aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen en bestrijding onderwijsachterstanden Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel: Artikel Basisbedrag Leeftijdsbedrag (zeer kleine scholen) 23, eerste lid, € 94.403,00 € 2.040,39 (kleine scholen voet) 24, tweede lid, onderdeel a, € 60.395,41 € 1.629,77 (kleine scholen verminderingsbedrag) 24, tweede lid, onderdeel b, € 418,40 € 11,29 (schoolgewicht boa) 28, eerste lid, € 1.412,45 € 38,11 (gewichtleerlingen in impulsgebied) 28a, tweede lid, € 1.718,00 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 4 — Artikel 4 Vaststelling aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en groei#
Artikel 4 Vaststelling aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en groei Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel: Artikel Bedrag (aanvang bekostiging) 3a, vierde lid, € 12.508,78 (groei) 29, vierde lid, € 2.865,02 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 5 — Artikel 5 Vaststelling aanvullende bekostiging schoolleiding#
Artikel 5 Vaststelling aanvullende bekostiging schoolleiding artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO Het bedrag, bedoeld in, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 97 leerlingen € 18.790,80 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 97 leerlingen € 35.013,60. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 6 — Artikel 6 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 6 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 129 van de WPO De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘basisbedrag + A + B’, waarin: basisbedrag = € 15.813,31 A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 438,91 B = het schoolgewicht, vermenigvuldigd met € 270,73 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 11.510,78 minus (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 79,39). 3 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 5.100. 4 artikel 180a van de WPO Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in, bedraagt € 50,92 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A. 5 artikel 121 van de WPO Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 7 — Artikel 7 Vaststelling bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden#
Artikel 7 Vaststelling bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden 1 artikel B 16b artikel C 11, eerste en tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in, enis € 58.829,87. 2 artikel B 16g van het Besluit trekkende bevolking De aanvullende bekostiging voor schoolleiding, bedoeld inbedraagt € 18.790,80 per school. 3 artikel B 16l van het Besluit trekkende bevolking Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld inbedraagt € 34.450,28 per school. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Bekostiging voor internationaal georiënteerd basisonderwijs#
Artikel 8 Bekostiging voor internationaal georiënteerd basisonderwijs 1 Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs is verbonden, ontvangt op aanvraag bekostiging voor personeel en voor materiële instandhouding. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 11 ingeschreven leerlingen op de afdeling, bedoeld in het eerste lid, de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen. aantal leerlingen Bedrag personeel Bedrag materiële instandhouding 11 t/m 20 € 12.719,21 € 428,41 21 t/m 30 € 19.078,62 € 642,62 31 t/m 40 € 25.438,02 € 856,83 41 t/m 50 € 31.803,48 € 1.071,23 51 t/m 60 € 38.162,88 € 1.285,44 61 t/m 70 € 44.522,69 € 1.499,64 71 t/m 80 € 50.882,09 € 1.713,85 81 t/m 90 € 57.241,50 € 1.928,06 91 t/m 100 € 63.600,90 € 2.142,26 101 t/m 110 € 69.960,71 € 2.356,47 111 t/m 120 € 76.320,11 € 2.570,68 121 t/m 130 € 82.679,52 € 2.784,88 131 t/m 140 € 89.038,92 € 2.999,09 141 t/m 150 € 95.404,38 € 3.213,50 151 t/m 165 € 101.764,19 € 3.427,70 166 t/m 180 € 108.123,59 € 3.641,91 181 t/m 195 € 114.483,00 € 3.856,12 196 t/m 210 € 120.842,39 € 4.070,32 vervolgens per 15 leerlingen verhogen met € 6.359,41 € 214,21 3 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, moet bij DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2015. Aanvragen die op of na 1 juli 2015 bij DUO worden ontvangen worden in ieder geval afgewezen. 4 Voor de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, dient gebruik gemaakt te worden van het formulier 69099, dit formulier is te downloaden via www.duo.nl of van het elektronisch formulier dat beschikbaar is na inloggen op het zakelijk portaal, onder instellingsinformatie. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 9 — Artikel 9 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen#
Artikel 9 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen 1 artikel 120, zesde lid, van de WPO De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2014 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,69 jaar; b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 63.960,56; c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 80.920,39. 2 artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, is voor speciale scholen voor basisonderwijs: a. formatiebasisbedrag: € 27.218,37; b. formatieleeftijdsbedrag: € 881,32. 3 artikel 120, eerste lid, van de WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld inis: a. bedrag per leerling: € 1.230,27; b. verhogingsbedrag: € 39,84. 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2014–2015 bedraagt 0,636%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2014–2015 bedraagt 0,0%. 5 WPO artikel 137, vijfde lid, van de WPO In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegd gezagsorganen, bedoeld in degedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 10 — Artikel 10 Vaststelling bedragen ondersteuningsvoorzieningen#
Artikel 10 Vaststelling bedragen ondersteuningsvoorzieningen artikel 120, vierde lid, van de WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in, is: a. bedrag per leerling € 1.758,31; b. verhogingsbedrag: € 56,93. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 11 — Artikel 11 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding#
Artikel 11 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding artikel 28, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in, is: a. basisbedrag: € 1.091,46; b. leeftijdsbedrag: € 35,34. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 12 — Artikel 12 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding#
Artikel 12 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding 1 artikel 3a, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag verhoogd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van speciale scholen voor basisonderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in, is € 13.486,73. 2 artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO Het bedrag, bedoeld in, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 99 leerlingen € 19.344,83 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 99 leerlingen € 36.304,66. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 13 — Artikel 13 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 13 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 129 van de WPO De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘basisbedrag + A + B’, waarin: basisbedrag = € 11.727,52 A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 648,65 B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 164,33 2 artikel 180a van de WPO Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in, bedraagt € 50,92 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A. 3 artikel 121 van de WPO Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 14 — Artikel 14 Vaststelling gemiddelde leeftijd en basisbedragen#
Artikel 14 Vaststelling gemiddelde leeftijd en basisbedragen 1 artikel 117, twaalfde lid, van de WEC De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2014 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,54 jaar; b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar:€ 61.889,29; c. genormeerde gemiddelde personeelslasten oop: € 36.902,89; d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding:m € 80.909,12. 2 artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid: a. formatiebasisbedrag: € 21.476,63; b. formatieleeftijdsbedrag: € 972,86. 3 artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC artikel 117, eerste lid, van de WEC Het bedrag per school respectievelijk het bedrag per leerling respectievelijk het vermenigvuldigingsbedrag, bedoeld in respectievelijken, is, onderverdeeld naar onderwijstype en leeftijd van leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel. Basisbedrag Leeftijdsbedrag vast bedrag per school € 25.200,68 € 1.141,56 per leerling SO jonger dan 8 € 1.213,43 € 54,97 per leerling SO 8 jaar en ouder € 844,03 € 38,23 per leerling VSO € 1.642,96 € 74,42 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2014–2015 bedraagt 0,636%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2014–2015 bedraagt 0,364% en bedraagt de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2014–2015 0,0%. 5 WPO artikel 131, vierde lid, van de WEC In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegd gezagsorganen, bedoeld in degedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 15 — Artikel 15 Vaststelling bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning#
Artikel 15 Vaststelling bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning artikel 117, vierde lid, van de WEC Het bedrag per leerling, bedoeld in, is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype en leeftijd van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel. categorie 1/laag categorie 2/midden categorie 3/hoog per leerling SO jonger dan 8 € 8.770,09 € 12.856,61 € 19.581,21 per leerling SO 8 jaar en ouder € 7.958,38 € 13.921,11 € 20.645,71 per leerling VSO € 8.852,67 € 15.710,24 € 19.540,53 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 16 — Artikel 16 Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden#
Artikel 16 Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden artikel 41, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in, is: a. basisbedrag: € 826,85; b. leeftijdsbedrag: € 37,46. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding#
Artikel 17 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding 1 artikel 3a van het Besluit bekostiging WEC Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in, is € 13.484,85. 2 artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC Het bedrag, bedoeld in, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel. aantal leerlingen SO of VSO SOVSO MG SO of VSO MG SOVSO 1 tot en met 49 € 21.506,83 € 21.506,83 € 40.526,66 € 40.526,66 50 of meer € 40.526,66 € 59.546,49 € 40.526,66 € 59.546,49 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 18 — Artikel 18 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 18 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 124 van de WEC De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘A+B’, waarin: A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met € 438,91; B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 128,57. 2 artikel 166a van de WEC Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in, bedraagt € 50,92 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 19 — Artikel 19 Vaststelling bedragen lichte ondersteuning PO#
Artikel 19 Vaststelling bedragen lichte ondersteuning PO Besluit bekostiging WPO Het bedrag per leerling verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde bedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel. Artikel Bedrag (ondersteuningsvoorzieningen) 31, eerste lid, € 151,59 (overdracht bij toename) 32, eerste lid, € 2.891,02 (overdracht en overgang naar ander swv) 32, tweede lid, en 33, eerste volzin € 4.131,85 (overgang naar ander swv na 1 oktober) 33, tweede volzin € 7.022,87 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 20 — Artikel 20 Schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen#
Artikel 20 Schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen Aan het samenwerkingsverband PO, waarvan de som der schoolgewichten van de scholen binnen het samenwerkingsverband 1 of meer is, wordt een bedrag van € 108,30 per schoolgewicht toegekend. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 21 — Artikel 21 Vaststelling bedrag personele bekostiging zware ondersteuning Primair Onderwijs#
Artikel 21 Vaststelling bedrag personele bekostiging zware ondersteuning Primair Onderwijs artikel 132, derde lid, van de WPO Het bedrag per leerling, bedoeld in, is € 308,58. 2015 19108 10-07-2015 02-07-2015 PO/SenO/747922 2015 19108 10-07-2015 02-07-2015 PO/SenO/747922 01-08-2015 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 22 — Artikel 22 Vaststelling bedrag personele bekostiging zware ondersteuning Voortgezet Onderwijs#
Artikel 22 Vaststelling bedrag personele bekostiging zware ondersteuning Voortgezet Onderwijs artikel 85b, tweede lid, van de WVO Het bedrag per leerling, bedoeld in, is € 496,47. 2015 19108 10-07-2015 02-07-2015 PO/SenO/747922 2015 19108 10-07-2015 02-07-2015 PO/SenO/747922 01-08-2015 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 23 — Artikel 23 Vaststelling normbekostiging personeel ten behoeve van de verevening primair onderwijs#
Artikel 23 Vaststelling normbekostiging personeel ten behoeve van de verevening primair onderwijs artikel XIII van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs Het bedrag per leerling ten behoeve van de berekening, bedoeld in(Stb. 2012, 533), is € 276,93. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 24 — Artikel 24 Vaststelling normbekostiging personeel ten behoeve van de verevening voortgezet onderwijs#
Artikel 24 Vaststelling normbekostiging personeel ten behoeve van de verevening voortgezet onderwijs artikel XV van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs Het bedrag per leerling ten behoeve van de berekening, bedoeld in(Stb. 2012, 533), is € 466,01. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 25 — Artikel 25 Vaststelling vereveningsbedragen basisonderwijs en speciaal basisonderwijs#
Artikel 25 Vaststelling vereveningsbedragen basisonderwijs en speciaal basisonderwijs 1 artikel XIII van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De bedragen per leerling ten behoeve van de berekening, bedoeld in(Stb. 2012, 533), zijn onderverdeeld naar onderwijssoort en weergegeven in onderstaande tabel. Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: basisonderwijs speciaal basisonderwijs cluster 4 € 10.810,17 € 6.680,31 Lichamelijk gehandicapte kinderen € 10.810,17 € 6.680,31 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 17.387,35 € 13.257,49 Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 10.810,17 € 6.680,31 Zeer moeilijk lerende kinderen € 10.810,17 € 6.680,31 2 Voor zeer moeilijk lerende kinderen in groep 3 of hoger van een basisschool wordt de bekostiging verhoogd met € 6.571,30 per leerling. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 26 — Artikel 26 Vaststelling vereveningsbedragen voortgezet onderwijs#
Artikel 26 Vaststelling vereveningsbedragen voortgezet onderwijs artikel XV van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De bedragen per leerling ten behoeve van de berekening, bedoeld in(Stb. 2012, 533), zijn onderverdeeld naar onderwijssoort en weergegeven in onderstaande tabel. Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: overig VO LWOO/PRO cluster 4 € 6.471,70 € 4.817,99 Lichamelijk gehandicapte kinderen € 8.117,95 € 6.494,32 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 6.471,70 € 4.817,99 Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 6.471,70 € 4.817,99 Zeer moeilijk lerende kinderen € 6.471,70 € 4.817,99 Zeer moeilijk lerende kinderen met syndroom van Down € 8.380,37 € 8.380,37 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 27 — Artikel 27 Vaststelling vereveningsbedragen voor preventieve ambulante begeleiding#
Artikel 27 Vaststelling vereveningsbedragen voor preventieve ambulante begeleiding artikel XIII XV van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De bedragen per leerling ten behoeve van de berekening, bedoeld inen(Stb. 2012, 533), zijn onderverdeeld naar schooltype en onderwijssoort en weergegeven in onderstaande tabel. Ingeschreven bij een school voor: speciaal onderwijs voortgezet speciaal onderwijs Cluster 4 (ZMOK, LZ/P en PI) € 185,67 € 315,64 Lichamelijk gehandicapte kinderen € 3.057,33 € 662,22 Meervoudig gehandicapte kinderen (lg en zmlk) € 0,00 € 0,00 Landurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 30,94 € 0,00 Zeer moeilijk lerende kinderen € 74,27 € 0,00 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 28 — Artikel 28 Vaststelling vereveningsbedragen voor zware ondersteuning#
Artikel 28 Vaststelling vereveningsbedragen voor zware ondersteuning artikel XIII XV van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De bedragen per leerling ten behoeve van de berekening, bedoeld inen(Stb. 2012, 533), zijn onderverdeeld naar schooltype en onderwijssoort en weergegeven in onderstaande tabel. categorie 1/laag categorie 2/midden categorie 3/hoog per leerling SO jonger dan 8 € 8.770,09 € 12.856,61 € 19.581,21 per leerling SO 8 jaar en ouder € 7.958,38 € 13.921,11 € 20.645,71 per leerling VSO € 8.852,67 € 15.710,24 € 19.540,53 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 29 — Artikel 29 Vaststelling basisbedragen#
Artikel 29 Vaststelling basisbedragen artikel 42 van het Besluit bekostiging WEC De basisbedragen respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom in onderstaande tabel. bedrag verhogingsbedrag per leerling SO jonger dan 8 € 1.213,43 € 54,97 per leerling SO 8 jaar en ouder € 844,03 € 38,23 per leerling VSO € 1.642,96 € 74,42 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 30 — Artikel 30 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 30 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 124 van de WEC De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, is voor de instellingen € 438,91 per leerling. 2 artikel 166a van de WEC Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in, bedraagt € 50,92 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 31 — Artikel 31 Vaststelling bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning instellingen#
Artikel 31 Vaststelling bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning instellingen artikel 117, vijfde lid, van de WEC De bedragen, bedoeld in, worden in onderstaande tabel per instelling weergegeven. Brinnr Naam instelling 25GP Visio Onderwijsinstelling Noord € 2.867.567,54 25GR Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen € 9.228.715,86 25HD Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtziende en Blinden € 5.221.091,23 25HE Onderwijsinstelling Sensis € 10.937.591,87 01JO Koninklijke Auris Groep € 59.012.331,33 08ZP Vitus Zuid € 20.567.479,42 17GW Koninklijke Kentalis € 88.865.057,69 20WR VierTaal € 22.879.832,00 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 32 — Artikel 32 Aanwezigheid schipperskinderen#
Artikel 32 Aanwezigheid schipperskinderen 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april 2016 wordt bezocht door 3 of meer kinderen in de eerste 4 verblijfsjaren op een reguliere basisschool en die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 3 ingeschreven schipperskinderen de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen die worden gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend. Aantal schipperskinderen Bedrag personeel Bedrag MI 3 tot en met 6 € 12.819,03 € 398,49 7 tot en met 10 € 19.060,88 € 597,84 11 tot en met 14 € 25.308,61 € 796,98 15 tot en met 18 € 31.550,46 € 996,33 En vervolgens telkens in een bandbreedte van 4 leerlingen, te beginnen vanaf 19 leerlingen, te verhogen met € 6.241,85 € 199,34 3 De aanvraag voor de bijzondere bekostiging en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier nummer DUO 60102, te downloaden via www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. de datum waarop de kinderen zijn of worden toegelaten tot de school; c. het totaal aantal schipperskinderen dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; d. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; e. de school of scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort met vermelding van het aantal verblijfsjaren. 4 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag. 5 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 6 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april 2016. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 33 — Artikel 33 Aanwezigheid zigeunerkinderen#
Artikel 33 Aanwezigheid zigeunerkinderen 1 Het bevoegd gezag van een basisschool, die voor 1 april 2016 wordt bezocht door 4 of meer leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De aanvraag voor de bijzondere bekostiging en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier nummer DUO 60102, te downloaden via www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en de Sinti en hun leerlinggewicht(en) dat op 1 oktober 2014 voor bekostiging is meegeteld; c. het totaal aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd. d. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd, 3 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag. 4 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 5 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april 2016. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 34 — Artikel 34 Aanwezigheid van leerlingen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden#
Artikel 34 Aanwezigheid van leerlingen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden 1 Het bevoegd gezag van een basisschool waar: a. Besluit trekkende bevolking WPO leerlingen zijn ingeschreven die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend of leerlingen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden als bedoeld in het, waarvoor als gevolg van de wijziging van de gewichtenregeling een lager gewicht is vastgesteld dan het geval zou zijn geweest indien de gewichtenregeling was toegepast, zoals deze luidde voor 1 augustus 2006, en b. het schoolgewicht daardoor lager is vastgesteld, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging, indien de aanvraag voor 1 oktober 2015 is ontvangen. 2 De aanvraag voor de bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier, nummer DUO 60102, te downloaden via www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal leerlingen op 1 oktober 2014 waarvoor het gewicht 0,4 zou zijn vastgesteld, indien dit van toepassing was gebleven, onder vermelding van het gewicht dat daadwerkelijk voor deze leerlingen is vastgesteld; c. het aantal leerlingen op 1 oktober 2014 waarvoor het gewicht 0,7 zou zijn vastgesteld, indien dit van toepassing was gebleven, onder vermelding van het gewicht dat daadwerkelijk voor deze leerlingen is vastgesteld. 3 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 35 — Artikel 35 Leerlingen afkomstig uit ‘Blijf van mijn lijf huizen’#
Artikel 35 Leerlingen afkomstig uit ‘Blijf van mijn lijf huizen’ 1 Het bevoegd gezag van een basisschool, waar gedurende een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste 10 leerlingen uit een ‘Blijf van mijn lijf huis’ zijn ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier nummer DUO 60102, te downloaden via www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. een overzicht van het aantal ‘Blijf van mijn lijf huis’ leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht met de data van in- en uitschrijving; c. de ingangsdatum en de einddatum van de door het bevoegd gezag gekozen periode van maximaal 12 maanden, bedoeld in onderdeel b. 3 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag. 4 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 36 — Artikel 36 Toename aantal asielzoekerskinderen#
Artikel 36 Toename aantal asielzoekerskinderen 1 artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoekerskind: vreemdeling die in het bezit is van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld inen deze heeft verkregen op grond van, onderscheidenlijk een vreemdeling van wie tenminste één van de ouders of voogden in het bezit is van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet, en die ingeschreven staat op een school en deze geregeld bezoekt. 2 Het bevoegd gezag van een basisschool waarbij vóór 1 juli 2016 sprake is van een toename met minimaal 10 ingeschreven asielzoekerskinderen ten opzichte van het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op de datum van de laatste toekenning op basis van dit artikel in het schooljaar 2015–2016, dan wel bij gebreke daarvan, op 1 oktober 2014, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 3 De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier, nummer DUO 60102, te downloaden via www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op 1 oktober 2014; c. de datum waarop het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen met minimaal 10 is toegenomen, zoals bedoeld in het tweede lid. Indien deze toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2015–2016, dan dient dit tevens te worden vermeld; d. het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op de datum van de toename. 4 Een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, die wordt ontvangen op of na 1 juli 2016, wordt afgewezen. 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag. 6 Indien de toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2015–2016 en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van 1 augustus 2015. Indien de toename op een later tijdstip plaatsvindt en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum, waarop de toename heeft plaatsgevonden. 7 De bekostiging bedraagt per extra ingeschreven asielzoekerskind € 1.311,91 voor personeel en € 40,87 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 37 — Artikel 37 Eerste opvang vreemdelingen#
Artikel 37 Eerste opvang vreemdelingen 1 artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder vreemdeling: een leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en die door de Minister van Veiligheid en Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door de Minister van Veiligheid en Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland. 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan: leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, en die op grond van het EG-verdrag in Nederland verblijft en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland. 3 Het bevoegd gezag van een school waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor tenminste 4 vreemdelingen die korter dan 1 jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 4 De bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, heeft betrekking op een periode van vier maanden, met als peildata: Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en aanvullende bekostiging een aanvraag in die binnen vier weken na de peildatum door DUO moet zijn ontvangen. a. 1 oktober voor de periode augustus tot en met november; b. 1 februari voor de periode december tot en met maart; c. 1 juni voor de periode april tot en met juli. 5 Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 10.366. 6 De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier, nummer DUO 60102, te downloaden via www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal vreemdelingen op de peildatum, die korter dan 1 jaar in Nederland zijn; c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; d. in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd. 7 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag. 8 De in het derde lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 2.623,82 voor personeel en € 81,74 voor materiële instandhouding welke bedragen worden vermenigvuldigd met 4/12. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 38 — Artikel 38 Opvang asielzoekerskinderen in procesopvanglocaties en gezinslocaties#
Artikel 38 Opvang asielzoekerskinderen in procesopvanglocaties en gezinslocaties 1 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoekerskind: een leerling die verblijft in een procesopvanglocatie, zijnde de verblijfplaats van vreemdelingen tijdens de rust- en voorbereidingstermijn voorafgaand aan de algemene asielprocedure en gedurende de algemene asielprocedure door de Immigratie- en Naturalisatiedienst dan wel leerling die verblijft in een gezinslocatie voor gezinnen met minderjarige kinderen die geen recht meer hebben op verstrekkingen conform de. 2 Het bevoegd gezag van de basisschool waar op 1 oktober 2014 asielzoekerskinderen worden opgevangen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 3 De in het tweede lid bedoelde bekostiging bedraagt per asielzoekerskind € 787. 4 De in het tweede lid bedoelde aanvraag wordt ingediend door middel van een brief waarin in ieder geval is opgenomen: a. het brin-nummer van de school waar de asielzoekerskinderen worden opgevangen; b. het aantal asielzoekerskinderen op 1 oktober 2014 onder het brin-nummer zoals opgenomen in de aanvraag; c. een verklaring van het bevoegd gezag dat voor het aantal asielzoekerskinderen zoals opgenomen in de aanvraag, tevens in de leerlingenadministratie documenten zijn opgenomen, waarin het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers de school noemt als opvang school voor deze kinderen. 5 De aanvraag moet door DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2015. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft welke is ontvangen na deze datum. 6 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk in september 2015. 7 Het bevoegd gezag van een basisschool waarbij vóór 1 juli 2016 sprake is van een toename met minimaal 10 ingeschreven asielzoekerskinderen ten opzichte van het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op de datum van de laatste toekenning op basis van dit artikel in het schooljaar 2015–2016, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 8 De in het zevende lid bedoelde aanvraag wordt ingediend door middel van een brief waarin in ieder geval is opgenomen: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op 1 oktober 2014; c. de datum waarop het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen met minimaal 10 is toegenomen, zoals bedoeld in het zevende lid. Indien deze toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2015–2016 dient dit tevens te worden vermeld; d. het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op de datum van de toename. e. een verklaring van het bevoegd gezag dat voor het aantal asielzoekerskinderen zoals opgenomen in de aanvraag, tevens in de leerlingenadministratie documenten zijn opgenomen, waarin het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers de school noemt als opvang school voor deze kinderen. 9 Een aanvraag als bedoeld in het zevende lid, die wordt ontvangen op of na 1 juli 2016, wordt afgewezen. 10 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 11 Indien de toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2015–2016 en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van 1 augustus 2015. Indien de toename op een later tijdstip plaatsvindt en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum, waarop de toename heeft plaatsgevonden. 12 De bekostiging, bedoeld in het zevende lid, bedraagt per extra ingeschreven asielzoekerskind € 787. Dit bedrag wordt gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 39 — Artikel 39 Justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdhulp verbonden aan scholen voor Cluster 4#
Artikel 39 Justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdhulp verbonden aan scholen voor Cluster 4 1 Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd moet worden, dan wel is verbonden aan een instelling voor gesloten jeugdhulp, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel. 2 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per vestiging € 31.736,83 en € 3.463,68 per leerling van de vestiging. Het aantal leerlingen van de vestiging is gelijk aan de door de Minister van Veiligheid en Justitie toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is gelijk aan de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten richtinggevend berekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdhulp betreft. 3 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding, indien er op de eerste van de maand door de Minister van Veiligheid en Justitie, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, respectievelijk de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten richtinggevend berekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdhulp betreft, meer capaciteit, uitgedrukt in leerlingen, aan de vestiging is toegekend dan het aantal leerlingen van de vestiging op grond waarvan de personele bekostiging voor het schooljaar is bepaald. Onder personele bekostiging, bedoeld in de eerste volzin, wordt mede verstaan, indien dit artikel reeds eerder is toegepast, de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel. 4 De bijzondere bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen de capaciteit, uitgedrukt in leerlingen, en het aantal leerlingen waarvoor personele bekostiging is toegekend, vermenigvuldigd met € 13.587,20 voor personeel en € 1.348,47 voor materiële instandhouding, gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 39a — Artikel 39a Bijzondere bekostiging voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking#
Artikel 39a Bijzondere bekostiging voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder een leerling met een ernstige meervoudige beperking: een leerling met een combinatie van een (zeer) ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35), een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen, voor wie naast extra ondersteuning in het onderwijs ook extra zorg nodig is, die op 1 oktober 2014 ingeschreven stond op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en voor wie het bevoegd gezag bekostiging categorie 3 (hoog) ontvangt. 2 Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs waar op 1 oktober 2014 leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waren ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel. 3 De aanvraag voor de bijzondere bekostiging wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier, nummer DUO 60102, te downloaden via www.duo.nl, en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal op 1 oktober 2014 ingeschreven leerlingen met een ernstige meervoudige beperking als bedoeld in het eerste lid. 4 De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, dient uiterlijk op 15 september 2015 ontvangen te zijn. Aanvragen die na die datum worden ontvangen, worden afgewezen. 5 De in het tweede lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven leerling met een ernstige meervoudige beperking maximaal € 4000,00. 6 Voor de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel is voor het schooljaar 2015–2016 een bedrag van maximaal € 5 miljoen beschikbaar. 7 Indien het bekostigingsplafond, als bedoeld in het zesde lid, wordt overschreden, wordt het bedrag per leerling met een ernstige meervoudige beperking, als bedoeld in het vijfde lid, verlaagd naar rato van het aantal leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waarvoor de bekostiging wordt toegekend. 8 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beslist uiterlijk in november 2015 op de aanvraag. 2015 19108 10-07-2015 02-07-2015 PO/SenO/747922 2015 19108 10-07-2015 02-07-2015 PO/SenO/747922 01-08-2015
Artikel 40 — Artikel 40 vaststelling bedrag prestatiebox primair onderwijs.#
Artikel 40 vaststelling bedrag prestatiebox primair onderwijs. artikel 3, eerste lid, van de Regeling prestatiebox primair onderwijs Het bedrag per leerling, bedoeld in, is voor het schooljaar 2015–2016 € 78,44. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 41 — Artikel 41 Nadere regels gewogen gemiddelde leeftijd#
Artikel 41 Nadere regels gewogen gemiddelde leeftijd 1 artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC De gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, bedoeld inen, is de betrekkingsomvang aan de desbetreffende school van elke leraar op de school, vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren op de school. Voor leraren ouder dan 50 jaar wordt voor de toepassing van de eerste volzin de leeftijd op 50 jaar vastgesteld. Indien de uitkomst van de berekening van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in de eerste volzin, lager is dan 30 wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op 30. De in de eerste volzin bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd wordt afgerond op 2 decimalen. 2 artikel 151 van Rechtspositiebesluit WPO/WEC artikel 191, onderdeel a, van dat besluit artikel 183 van de WPO artikel 169 van de WEC Onder leraar als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: elk personeelslid dat is aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 juli 2005, met uitzondering van leraren in opleiding als bedoeld inen personeelsleden die in dienst zijn of van wie de betrekkingsomvang is uitgebreid in verband met vervanging, voor zover de kosten van deze dienstbetrekking of uitbreiding van de betrekkingsomvang ten laste komen van de inofbedoelde rechtspersoon. 3 In geval van een samenvoeging is de gewogen gemiddelde leeftijd de som van de betrekkingsomvang van elke leraar van alle bij de samenvoeging betrokken scholen vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren van alle bij de samenvoeging betrokken scholen. De tweede tot en met de laatste volzin van het eerste lid is van toepassing. 4 De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd wordt vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde leeftijd van de scholen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. 5 artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC Indien voor de mededeling van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld inen, gebruik wordt gemaakt van een geautomatiseerd systeem voor de salarisverwerking, wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op basis van de gegevens die in november voorafgaande aan die mededeling door dat systeem zijn verwerkt. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 42 — Artikel 42 Betaalritme#
Artikel 42 Betaalritme 1 Tenzij in deze regeling anders is bepaald worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. 2 artikelen 2 3 5 7, eerste en tweede lid 9 10 11 12, tweede lid 14 15 16 17, tweede lid 29 31 De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten bedoeld in de,,,,,,,,,,,,envindt plaats op grond van de volgende percentages: Augustus 6,91% September 6,91% Oktober 6,91% November 6,91% December 6,91% Januari 10,25% Februari 9,20% Maart 9,20% April 9,20% Mei 9,20% Juni 9,20% Juli 9,20% 3 De bijzondere bekostiging voor personeel, bedoeld in artikel 39a, wordt uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in november 2015. Dan wordt ook de bekostiging voor de maanden augustus, september en oktober betaald. 4 artikel 40 Het bekostigingsbedrag bedoeld inwordt uitbetaald in twee termijnen, te weten voor 28,2% in november 2015 en 71,8% in maart 2016. 2015 19108 10-07-2015 02-07-2015 PO/SenO/747922 2015 19108 10-07-2015 02-07-2015 PO/SenO/747922 01-08-2015 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 43 — Artikel 43 Inwerkingtreding#
Artikel 43 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2015. 2 Deze regeling heeft betrekking op het schooljaar 2015–2016 en vervalt met ingang van 1 augustus 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft voor het tijdvak waarvoor zij gelding had. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015
Artikel 44 — Artikel 44 Citeertitel#
Artikel 44 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging personeel PO 2015–2016 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2015–2016. 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 2015 9263 07-04-2015 27-03-2015 PO/FenV/732423 01-08-2015