Regeling van de Minister van Financiën van 12 december 2014, kenmerk: FM 2014/1237 M, directie Financiële Markten, houdende regels met betrekking tot de door personen als bedoeld in de artikelen 3:8, eerste lid, 3:17b, eerste en tweede lid, 4:9, eerste lid, en 4:15a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht af te leggen eed of belofte (Regeling eed of belofte financiële sector 2015)
- BWB-id
- BWBR0036152
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036152
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-eed-of-belofte-financi-le-sector-2015
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-eed-of-belofte-financi-le-sector-2015/2015-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036152&g=2015-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036152&z=2026-06-06&g=2015-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036152/2015-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-eed-of-belofte-financi-le-sector-2015
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 3:8, eerste lid 3:17b, eerste en tweede lid 4:9, eerste lid 4:15a, eerste lid, van de wet Personen als bedoeld in de,,, en, leggen binnen drie maanden na aanvang van hun werkzaamheden voor de onderneming een eed of belofte af, indien mogelijk ten overstaan van een persoon in een hogere functie. 2 Onder persoon in een hogere functie wordt verstaan: a. een beleidsbepaler in een hogere functie, indien de persoon die de eed of belofte aflegt de functie van beleidsbepaler uitoefent; b. de voorzitter van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, indien de persoon die de eed of belofte aflegt de hoogste functie binnen de onderneming uitoefent; c. de voorzitter van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, indien de persoon die de eed of belofte aflegt een lid van dat orgaan is; d. het langstzittende lid van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, indien de persoon die de eed of belofte aflegt de voorzitter van dit orgaan is; e. artikelen 3:17b, eerste en tweede lid 4:15a, eerste lid, van de wet een andere persoon werkzaam bij of onder verantwoordelijkheid van de onderneming, ten overstaan van wie de eed of belofte op betekenisvolle wijze kan worden afgelegd, indien de persoon die de eed of belofte aflegt een persoon als bedoeld in de, en, is; f. indien de onderdelen a tot en met e niet van toepassing zijn: een andere persoon werkzaam bij of onder verantwoordelijkheid van de onderneming. 3 In afwijking van het eerste lid kan, met instemming van de onderneming, de eed of belofte tevens ten overstaan van een bestuurslid van de betrokken branche- of beroepsorganisatie worden afgelegd, in tegenwoordigheid van een vertegenwoordiger van de onderneming of een andere vertegenwoordiger van de branche- of beroepsorganisatie. 4 Het eerste lid is niet van toepassing, indien betrokkene al eerder werkzaam is geweest voor de onderneming en hij aantoonbaar in die hoedanigheid reeds een gelijkluidende eed of belofte heeft afgelegd, tenzij er sinds het beëindigen van werkzaamheden voor de onderneming inmiddels meer dan vijf jaren zijn verstreken. 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 01-04-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3:8, eerste lid, derde volzin, van de wet bijlage 1 Voor de door een beleidsbepaler en een natuurlijk persoon als bedoeld inaf te leggen eed of belofte wordt gebruik gemaakt van het formulier inbij deze regeling. 2 bijlage 2 Voor de door een lid van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming af te leggen eed of belofte wordt gebruik gemaakt van het formulier inbij deze regeling. 3 artikelen 3:17b, eerste en tweede lid 4:15a, eerste lid, van de wet Voor de door een natuurlijk persoon als bedoeld in de, enaf te leggen eed of belofte wordt gebruik gemaakt van een door de onderneming vast te stellen formulier dat ten minste de volgende elementen bevat: a. het integer en zorgvuldig uitoefenen van de functie; b. het maken van een zorgvuldige afweging tussen de belangen van partijen die bij de onderneming betrokken zijn, in het bijzonder die van de klanten en de maatschappij; c. het centraal stellen van het belang van de klant; d. het naleven van wetten, reglementen en gedragscodes; en e. het behouden en bevorderen van het vertrouwen in de financiële sector. 4 artikelen 3:8 4:9 van de wet Het derde lid is niet van toepassing op natuurlijke personen als bedoeld in deendie reeds in het kader van de geschiktheid een eed of belofte afleggen. 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 01-04-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld indoor de persoon ten overstaan van wie de eed wordt afgelegd, waarna de persoon die de eed aflegt woordelijk uitspreekt: ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’. 2 artikel 2 Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld indoor de persoon ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de persoon die de belofte aflegt woordelijk uitspreekt: ‘Dat verklaar en beloof ik’. 3 artikel 1, derde lid Het eerste en tweede lid zijn, tenzij toepassing wordt gegeven aan, niet van toepassing op zelfstandigen zonder personeel. 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 01-04-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Na het afleggen van de eed of belofte wordt door de persoon die de eed of belofte heeft afgelegd, in het bijzijn van de persoon ten overstaan van wie de eed of belofte is afgelegd, het formulier ondertekend. 2 artikel 1, derde lid In afwijking van het eerste lid wordt, in het geval van een zelfstandige zonder personeel, volstaan met ondertekening van het formulier door de persoon die de eed of belofte aflegt, tenzij toepassing wordt gegeven aan. 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 01-04-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De onderneming bewaart de ondertekende eed of belofte ten minste gedurende de periode dat betrokkene werkzaamheden voor de onderneming verricht op toegankelijke wijze of draagt er zorg voor dat de aflegging van de eed of belofte op een andere wijze wordt vastgelegd. 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 01-04-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Regeling eed of belofte financiële sector Dewordt ingetrokken. 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 01-04-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2015. 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 01-04-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eed of belofte financiële sector 2015. 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 2014 37261 24-12-2014 12-12-2014 FM2014/1237M 01-04-2015
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid