Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 december 2014, nr. MBO/664185, houdende regels voor het verhogen van de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs (Regeling kwaliteitsafspraken mbo)
- BWB-id
- BWBR0035923
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2016-07-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035923
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo/2016-07-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035923&g=2016-07-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035923&z=2026-06-06&g=2016-07-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035923/2016-07-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. investeringsbudget: artikel 2.1 aanvullende bekostiging als bedoeld in; b. kwaliteitsplan: artikel 1.4 kwaliteitsplan als bedoeld in; c. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, de Minister van Economische Zaken; d. resultaatafhankelijk budget: artikel 3.2 aanvullende bekostiging als bedoeld in; e. wet: Wet educatie en beroepsonderwijs de. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Doelstelling#
Artikel 1.2 Doelstelling De minister verstrekt aan instellingen voor de kalenderjaren 2015 tot en met 2018 jaarlijks een aanvulling op de bekostiging ten behoeve van activiteiten die erop zijn gericht de kwaliteit van het onderwijs van de instelling te verhogen. 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 01-01-2015
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Investeringsbudget#
Artikel 1.3 Investeringsbudget artikel 1.2 De aanvulling op de bekostiging, bedoeld in, bestaat uit het investeringsbudget en het resultaatafhankelijk budget. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Kwaliteitsplan#
Artikel 1.4 Kwaliteitsplan 1 De instellingen stellen voor de kalenderjaren 2015 tot en met 2018 een kwaliteitsplan op. 2 De instellingen leggen in het kwaliteitsplan gemotiveerd vast: a. bijlage 1 wat hun uitgangssituatie op het moment van opstellen van het kwaliteitsplan is ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs, in het bijzonder ten aanzien van de ingenoemde thema’s en, indien van toepassing, ten aanzien van andere, niet in de bijlage genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging willen besteden; b. wat de resultaten zijn die zij ten aanzien van het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs willen bereiken; c. op welke wijze zij die resultaten willen bereiken; d. hoe zij de aanvulling op de bekostiging willen besteden ten aanzien van het bereiken van die resultaten. 3 bijlage 1 De instellingen motiveren ten aanzien van de ingenoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging niet willen besteden om welke reden zij hiertoe geen noodzaak zien. 4 De instellingen dienen het kwaliteitsplan uiterlijk op 30 april 2015 in bij de minister. 5 Artikel 4 van de Regeling OCW-subsidies is niet van toepassing op subsidieverstrekking op grond van deze regeling. 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 01-01-2015
Artikel 1.5 — Artikel 1.5 Uitvoering#
Artikel 1.5 Uitvoering 1 De instellingen ondertekenen een uitvoeringsovereenkomst met de minister. De ondertekende uitvoeringsovereenkomst wordt uiterlijk op 1 maart 2015 door de instellingen ingediend bij de minister. 2 De instellingen winnen advies in over het door hen opgestelde kwaliteitsplan en de uitvoering daarvan bij een door de minister aangewezen instantie. 3 Een door de minister aangewezen instantie adviseert de minister over de beoordeling van het kwaliteitsplan ten aanzien van het thema stimuleren van excellentie. 4 hoofdstuk 4 De in het derde lid bedoelde instantie is tevens belast met het beoordelen van de verbeterplannen bpv en de resultatenrapportages bpv, bedoeld in. 5 De minister kan aan de instantie, bedoeld in het derde lid, subsidie verstrekken. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 1.6 — Artikel 1.6 Monitor en evaluatie#
Artikel 1.6 Monitor en evaluatie 1 De instellingen dienen in 2016, 2017 en 2018 uiterlijk op 1 maart een schriftelijke tussenrapportage over de voortgang van de uitvoering van het kwaliteitsplan in bij de minister. 2 De instellingen dienen in 2019 uiterlijk op 1 maart een schriftelijke eindrapportage over de uitvoering van het kwaliteitsplan in bij de minister. 3 De effecten van de aanpak van het beleid inzake het verhogen van de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs worden uiterlijk in 2017 tussentijds geëvalueerd. 4 De effecten van de aanpak van het beleid inzake het verhogen van de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs worden uiterlijk in 2019 geëvalueerd. 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 01-01-2015
Artikel 1.7 — Artikel 1.7 Verantwoordingsplicht#
Artikel 1.7 Verantwoordingsplicht artikel 9.1, derde lid, onder c, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS De verantwoording van de aanvulling op de bekostiging geschiedt conform het bepaalde in. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 1.8 — Artikel 1.8 Besteding#
Artikel 1.8 Besteding De aanvulling op de bekostiging kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de onderwijsinstelling dan waarvoor deze aanvullende vergoeding wordt verstrekt. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016 Voorheen art. 2.5.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Investeringsbudget#
Artikel 2.1 Investeringsbudget Het investeringsbudget wordt aan de instellingen verstrekt ten behoeve van het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs van de instelling, in het bijzonder ten behoeve van de thema’s: a. professionalisering; b. intensivering van het taal- en rekenonderwijs; c. terugdringen van voortijdig schoolverlaten; d. bevorderen van de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming; e. stimuleren van excellentie; f. verbeteren van studiewaarde. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Subsidieplafond#
Artikel 2.2 Subsidieplafond 1 De subsidieplafonds worden jaarlijks bekendgemaakt in de Staatscourant. 2 Voor het kalenderjaar 2015 is voor het verstrekken van het investeringsbudget, met uitzondering van het deel dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie, maximaal 163,5 miljoen euro beschikbaar. 3 Voor het kalenderjaar 2015 is voor het verstrekken van het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie maximaal 24,0 miljoen euro beschikbaar. 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 01-01-2015
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Verdeling#
Artikel 2.3 Verdeling 1 artikel 2.2, tweede lid artikelen 1.4, eerste lid 1.5, eerste lid Het in, genoemde bedrag wordt als volgt verdeeld over de instellingen die voldoen aan de subsidievoorwaarden, bedoeld in de, en,: a. artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB tweederde deel wordt over deze instellingen verdeeld naar rato van het totaal van de voor dat kalenderjaar op grond vanberekende rijksbijdragedelen voor die instelling; b. artikel 7.2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet eenderde deel wordt over deze instellingen verdeeld naar rato van het aantal deelnemers dat is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding, bedoeld inen dat voor bekostiging in aanmerking komt. 2 artikel 2.2, derde lid artikel 2.4 artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB Het in, genoemde bedrag wordt verdeeld over de instellingen die aan de inbedoelde voorwaarde voldoen naar rato van het totaal van de rijksbijdragedelen voor die instelling, zoals die voor dat kalenderjaar op grond vanzijn berekend. 2015 6338 10-03-2015 25-02-2015 MBO728521 2015 6338 10-03-2015 25-02-2015 MBO728521 11-03-2015 01-01-2015
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Stimuleren van excellentie#
Artikel 2.4 Stimuleren van excellentie 1 Artikel 1.4 Instellingen die in aanmerking willen komen voor het deel van het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie, dienen dit thema in het kwaliteitsplan op te nemen.is van overeenkomstige toepassing. 2 bijlage 2 De minister beoordeelt uiterlijk op 15 juli 2015 het thema stimuleren van excellentie, zoals dat is opgenomen in het kwaliteitsplan. Voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van het beoordelingskader in. 3 Het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie wordt uitsluitend toegekend aan instellingen waarvan dit onderdeel van het kwaliteitsplan door de minister is goedgekeurd. 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 2014 35959 16-12-2014 08-12-2014 MBO/664185 01-01-2015
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Betaling#
Artikel 2.5 Betaling 1 artikel 2.2.4, tweede lid, van de wet De betaling van het investeringsbudget vindt plaats volgens het kasritme van de betaling van de rijksbijdrage, bedoeld in. De eerste betaling vindt plaats in de maand mei 2015. 2 In afwijking van het eerste lid vindt de eerste betaling van het deel van het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie, voor zover instellingen daarvoor in aanmerking komen, plaats in de maand september 2015. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016 Voorheen art. 2.6.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Begripsbepalingen#
Artikel 3.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. basiswaarde: artikel 3.5 de waarde, bedoeld in; b. diploma: artikel 2.2.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de wet een door een deelnemer die op 1 oktober van het betreffende schooljaar de leeftijd van 27 jaar nog niet had bereikt, behaald diploma als bedoeld inop grond waarvan de instelling bekostiging heeft ontvangen of zal ontvangen; c. diplomawaarde: bijlage 3 de waarde, bedoeld in, die overeenkomstig het opleidingsniveau wordt toegekend aan de diploma’s van de basisberoepsopleiding, de vakopleiding en de middenkader- of specialistenopleiding; d. eenheid: artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met e, van de wet een groep van beroepsopleidingen van een instelling van eenzelfde opleidingsniveau, bedoeld in, binnen een opleidingsdomein; e. grenswaarde: bijlage 5 de waarde, bedoeld in; f. landelijk budget voor behoud: artikel 3.7 aanvullende bekostiging, bedoeld in; g. landelijk budget voor verbetering: artikel 3.8 aanvullende bekostiging, bedoeld in; h. referentiewaarde: bijlage 4 de waarde, bedoeld in; i. schooljaar: de periode van 1 oktober van het daaraan voorafgaande kalenderjaar tot 1 oktober in het betreffende kalenderjaar; j. studiewaarde: artikel 3.4 de waarde, bedoeld in; k. vooropleiding: bijlage 4 de vooropleiding, bedoeld in. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Resultaatafhankelijk budget#
Artikel 3.2 Resultaatafhankelijk budget De minister kan een resultaatafhankelijk budget verstrekken aan de instellingen voor zover zij deelnemers naar een diploma van een zo hoog mogelijk niveau, gegeven hun vooropleiding, hebben begeleid. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Subsidieplafond#
Artikel 3.3 Subsidieplafond 1 De subsidieplafonds worden jaarlijks bekendgemaakt in de Staatscourant. 2 Voor het kalenderjaar 2016 is voor het verstrekken van het resultaatafhankelijk budget maximaal 99 miljoen euro beschikbaar. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Studiewaarde#
Artikel 3.4 Studiewaarde 1 De minister stelt de studiewaarde vast door per diploma het verschil te berekenen tussen de diplomawaarde en de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemer die het diploma heeft behaald. 2 Indien een deelnemer eerder, maar op of na 1 oktober 2010, een diploma heeft behaald, dan wordt de studiewaarde verminderd met de studiewaarde van dat eerder behaalde diploma. 3 Indien de studiewaarde berekend op basis van het eerste of tweede lid, lager is dan nul, dan wordt de studiewaarde van dat diploma op nul vastgesteld. 4 Voor iedere eenheid wordt de gemiddelde studiewaarde bepaald door het gemiddelde te berekenen van de studiewaarden die in een schooljaar in de betreffende eenheid zijn behaald. 5 Indien in een eenheid in de schooljaren 2011 tot en met 2014 gemiddeld minder dan vijftig diploma’s per schooljaar zijn behaald, wordt de gemiddelde studiewaarde van de eenheid in afwijking van het vierde lid gelijkgesteld aan de gemiddelde studiewaarde van het opleidingsdomein binnen de instelling waartoe de eenheid behoort. Indien ook in dit opleidingsdomein gemiddeld minder dan vijftig diploma’s per schooljaar zijn behaald, wordt de studiewaarde gelijkgesteld aan de gemiddelde studiewaarde van de instelling in de schooljaren 2011 tot en met 2014. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Basiswaarde#
Artikel 3.5 Basiswaarde 1 De basiswaarde van een eenheid wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde studiewaarde van de eenheid in de schooljaren 2011 tot en met 2014. 2 Indien in een eenheid in de schooljaren 2011 tot en met 2014 gemiddeld minder dan vijftig diploma’s per jaar zijn behaald, wordt de basiswaarde in afwijking van het eerste lid gelijkgesteld aan de gemiddelde studiewaarde van het opleidingsdomein binnen de instelling waartoe de eenheid behoort. Indien ook in dit opleidingsdomein gemiddeld minder dan vijftig diploma’s per jaar zijn behaald, wordt de basiswaarde gelijkgesteld aan de gemiddelde studiewaarde van de instelling in de schooljaren 2011 tot en met 2014. 3 De minister stelt de basiswaarden van de eenheden per instelling uiterlijk binnen twee maanden na publicatie van deze regeling bij beschikking vast. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Verdeling#
Artikel 3.6 Verdeling 1 artikel 3.3 De minister verdeelt het inbedoelde bedrag voor het desbetreffende kalenderjaar over de instellingen op basis van de diploma’s behaald in het schooljaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. 2 artikel 3.3 De minister maakt voor de verdeling van het inbedoelde bedrag onderscheid tussen het landelijk budget voor behoud en het landelijk budget voor verbetering. 3 artikel 3.3 artikel 3.7 Het landelijk budget voor behoud wordt per schooljaar berekend door het inbedoelde bedrag te delen door het totaal aantal behaalde diploma’s in dat schooljaar te vermenigvuldigen met het aantal diploma’s dat op grond vanvoor het behoud van resultaten in aanmerking komt. 4 artikel 3.3 Het landelijk budget voor verbetering wordt bepaald door het inbedoelde bedrag te verminderen met het landelijk budget voor behoud. 5 artikel 3.7, eerste lid artikel 3.8, eerste lid artikel 3.3 artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB De minister kan een instelling op grond van, en, niet een groter deel van het inbedoelde bedrag verstrekken dan maximaal acht procent van de rijksbijdrage, bedoeld in. Bij de bepaling van de in artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet bedoelde rijksbijdrage wordt uitgegaan van het bedrag dat op grond vanis berekend in de maand september voorafgaand aan het jaar waarvoor het resultaatafhankelijk budget is vastgesteld. 6 artikel 3.7, vierde lid artikel 3.8, derde lid Indien het resultaat van de in, en, bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het maximum, bedoeld in het vijfde lid, wordt overschreden, dan wordt het bedrag waarmee het maximum wordt overschreden verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.7, eerste lid, en 3.8, eerste lid, ontvangen. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Landelijk budget voor behoud#
Artikel 3.7 Landelijk budget voor behoud 1 Het deel van het landelijk budget voor behoud waarvoor een instelling in aanmerking komt, is de som van het bedrag waarvoor de eenheden binnen die instelling op grond van het tweede en derde lid gezamenlijk worden meegerekend. 2 Een eenheid deelt voor het kalenderjaar 2016 mee in de verdeling van het landelijk budget voor behoud, indien de basiswaarde van de eenheid hoger is dan de grenswaarde die voor de eenheid van toepassing is, en indien de gemiddelde studiewaarde van de eenheid in het schooljaar voorafgaand aan dat kalenderjaar hoger is dan de grenswaarde voor de eenheid. 3 Een eenheid deelt voor de kalenderjaren 2017 en 2018 mee in de verdeling van het landelijk budget voor behoud, indien de gemiddelde studiewaarde van de eenheid in het schooljaar voorafgaand aan dat kalenderjaar voor het tweede opeenvolgende schooljaar hoger is dan de grenswaarde van die eenheid. 4 Het landelijk budget voor behoud wordt verdeeld over de in het tweede dan wel derde lid bedoelde eenheden op grond van de verdeelsleutel: DiEh LTB LBB Hierin staatvoor het aantal diploma’s dat is behaald in het schooljaar van de eenheid die voor het landelijk budget voor behoud in aanmerking komt;voor het landelijk totaal van de diploma’s die zijn behaald in het schooljaar van alle eenheden die in aanmerking komen voor het landelijk budget voor behoud; envoor het landelijk budget voor behoud. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Landelijk budget voor verbetering#
Artikel 3.8 Landelijk budget voor verbetering 1 Het deel van het landelijk budget voor verbetering waarvoor een instelling in aanmerking komt is de som van het bedrag waarvoor de eenheden binnen die instelling op grond van het tweede lid gezamenlijk worden meegerekend. 2 Een eenheid wordt meegerekend voor de verdeling van het landelijk budget voor verbetering, indien de gemiddelde studiewaarde van de eenheid in het voorafgaande schooljaar hoger is dan de basiswaarde van de eenheid. 3 Het landelijk budget voor verbetering wordt verdeeld over de in het tweede lid bedoelde eenheden op grond van de verdeelsleutel: dE DiE LTV dE DiE LBV Hierin staatvoor elke eenheid voor het positieve verschil tussen de gemiddelde studiewaarde en de basiswaarde, met dien verstande dat indien het positieve verschil groter is dan 0,1, dE wordt vastgesteld op 0,1;voor het aantal diploma’s in de eenheid die in aanmerking komt voor het landelijk budget voor verbetering;voor het landelijk totaal vanmaalvoor alle eenheden met verbetering; envoor het landelijk budget voor verbetering. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Betaling#
Artikel 3.9 Betaling De betaling van het resultaatafhankelijk budget vindt jaarlijks plaats in de maand november van het betreffende kalenderjaar. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Fusie en splitsing#
Artikel 3.10 Fusie en splitsing 1 In geval van fusie van instellingen betrekt de minister bij de toepassing van dit hoofdstuk de gegevens van de instellingen die in de gefuseerde instelling zijn opgegaan en berekent het deel van het resultaatafhankelijk budget waarvoor de instelling in aanmerking komt voor de gefuseerde instelling op basis van die gegevens. 2 In geval van splitsing van instellingen betrekt de minister bij de toepassing van dit hoofdstuk de afspraken omtrent de toerekening van de gegevens aan elk van de instellingen die daarover door de betrokken bevoegde gezagsorganen zijn gemaakt, blijkend uit een door die bevoegde gezagsorganen aan de minister overgelegde en ondertekende verklaring dienaangaande. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Onvoorziene omstandigheden#
Artikel 3.11 Onvoorziene omstandigheden Indien meer dan een derde van de instellingen niet in aanmerking komt voor het resultaatafhankelijk budget als gevolg van omstandigheden waarop de instellingen geen invloed hebben, dan kan de minister met inachtneming van het subsidieplafond besluiten om voor alle instellingen de basiswaarden, de grenswaarden dan wel de referentiewaarden opnieuw vast te stellen. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Invoeringsbepaling#
Artikel 3.12 Invoeringsbepaling 1 Voor het kalenderjaar 2016 wordt de hoogte van het resultaatafhankelijk budget als volgt berekend: a. artikel 3.3, tweede lid artikelen 3.4 tot en met 3.8 50% van het subsidieplafond voor 2016, bedoeld in, wordt berekend op grond van de; b. 50% van het subsidieplafond voor 2016 wordt verdeeld over de instellingen op grond van de verdeelsleutel, bedoeld in het derde lid. 2 Voor het kalenderjaar 2017 wordt de hoogte van het resultaatafhankelijk budget als volgt berekend: a. artikel 3.3, eerste lid artikelen 3.4 tot en met 3.8 65% van het subsidieplafond voor 2017, bedoeld in, wordt berekend op grond van de; b. 35% van het subsidieplafond voor 2017 wordt verdeeld over de instellingen op grond van de verdeelsleutel, bedoeld in het derde lid. 3 De verdeling van het gedeelte van het subsidieplafond bedoeld in het eerste lid onder b respectievelijk in het tweede lid onder b, over de instellingen, geschiedt op grond van de volgende verdeelsleutel: dH LBd Hierin staatvoor elke instelling voor het aantal diploma’s met een diplomawaarde die hoger is dan de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemers die het diploma hebben behaald; LTdH voor het landelijk totaal aantal diploma’s dat hoger is dan de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemers die het diploma hebben behaald;voor het landelijk budget voor 2016, bedoeld in het eerste lid onder b, respectievelijk 2017, bedoeld in het tweede lid, onder b. 4 artikel 3.6, zesde lid In afwijking van, wordt in 2016 respectievelijk 2017, indien het resultaat van de in artikel 3.12, eerste lid, onder a. en b. bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het in artikel 3.6, vijfde lid, bedoelde maximum wordt overschreden voor 2016, dan wordt het bedrag waarmee dit maximum wordt overschreden, verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zijn op grond van artikel 3,12, eerste lid, onder a ontvangen. Voor 2017 wordt dit verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.12, tweede lid, onder a, ontvangen. 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 2016 13647 18-03-2016 06-03-2016 MBO/902923 19-03-2016 01-01-2016
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Begripsbepalingen#
Artikel 4.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. behaald resultaat: resultaat dat de instelling in 2017 en 2018 heeft bereikt met het uitvoeren van het verbeterplan bpv; b. beoogd resultaat: resultaat dat de instelling ten aanzien van de verbeterpunten wil bereiken in 2017 of 2018; c. bpv: artikel 7.2.8, van de wet beroepspraktijkvorming, bedoeld in; d. indicator: instrument ten behoeve van het meten van een resultaat; e. resultatenrapportage bpv: rapportage waarin de instelling de behaalde resultaten van de uitvoering van het verbeterplan bpv beschrijft ten opzichte van de beoogde resultaten; f. verbeterplan bpv: plan waarin de instelling onderbouwd de beoogde resultaten en de maatregelen beschrijft die nodig zijn voor verbetering van de bpv. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Budget beroepspraktijkvorming#
Artikel 4.2 Budget beroepspraktijkvorming De minister kan in 2017 en 2018 een resultaatafhankelijk budget bpv verstrekken aan instellingen die de resultaten ten aanzien van de kwaliteit van de bpv hebben verbeterd ten opzichte van de uitgangssituatie in 2016. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Verdeling#
Artikel 4.3 Verdeling 1 Het resultaatafhankelijk budget bpv wordt verdeeld over de instellingen die tenminste voldoende verbetering hebben gerealiseerd. 2 Het resultaatafhankelijk budget bpv wordt verdeeld op grond van de verdeelsleutel: Hierin staat: S voor het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor het resultaatafhankelijk budget bpv wordt verstrekt, bij de instelling is ingeschreven en voor bekostiging in aanmerking komt; F voor de wegingsfactor met de waarde 1 bij de classificatie ‘voldoende’ of met de waarde 1,5 bij de classificatie ‘goed’; LT S x F voor het gewogen landelijk totaal voor alle instellingen; LBbpv voor het vastgestelde subsidieplafond. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Verbeterplan bpv#
Artikel 4.4 Verbeterplan bpv 1 artikelen 4.5 tot en met 4.9 Om in aanmerking te kunnen komen het resultaatafhankelijk budget bpv stellen de instellingen een verbeterplan bpv op dat voldoet aan de voorschriften, opgenomen in de. 2 De instelling draagt er zorg voor dat het verbeterplan bpv uiterlijk op 31 augustus 2016 door de minister is ontvangen. 3 artikel 1.5, derde lid Indien de instelling naar aanleiding van het voorlopige oordeel van de instantie, bedoeld in, aanleiding ziet het verbeterplan bpv aan te passen, draagt de instelling er zorg voor dat het aangepaste verbeterplan bpv uiterlijk op 30 november 2016 door de minister is ontvangen. De instelling zendt een afschrift van het aangepaste verbeterplan bpv aan de instantie. 4 artikel 4.7, vijfde lid De instelling die toepassing geeft aan, draagt er zorg voor dat het aangevulde verbeterplan bpv uiterlijk op 31 augustus 2017 door de minister is ontvangen. 5 Indien het verbeterplan bpv na de in het tweede, derde of vierde lid genoemde termijn door de minister is ontvangen, komt de instelling niet in aanmerking voor het resultaatafhankelijk budget bpv. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Inhoud verbeterplan bpv#
Artikel 4.5 Inhoud verbeterplan bpv Het verbeterplan bpv bevat tenminste de volgende onderdelen: a. een analyse van de uitgangssituatie van de kwaliteit van de bpv van de instelling in 2016 gebaseerd op de meest actuele gegevens, leidend tot een gemotiveerde keuze van de verbeterpunten; b. artikel 4.6, eerste lid een overzicht van de beoogde resultaten per aspect als bedoeld in, voor juli 2017 of 2018 met een motivering van de keuze van de verbeterpunten; c. een overzicht van de maatregelen waarmee de beoogde resultaten kunnen worden gerealiseerd. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Analyse uitgangssituatie#
Artikel 4.6 Analyse uitgangssituatie 1 artikel 4.5, onder a De analyse, bedoeld, heeft in elk geval betrekking op de volgende aspecten van de bpv: a. de aansluiting van het programma van de beroepsopleiding op het programma van de bpv; b. het begeleiden van de deelnemer bij en het zorgdragen voor het vinden van een passende bpv-plek; en c. de begeleiding van de deelnemer door de instelling tijdens de periode van de bpv. 2 artikel 4.5, onder a Indien dat uit de analyse, bedoeld in, volgt, kan de instelling naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, ook gemotiveerd verbeterpunten formuleren op andere aspecten die leiden tot verbetering van de kwaliteit van de bpv. 3 artikel 4.5, onder a Indien uit de analyse, bedoeld in, blijkt dat een aspect, bedoeld in het eerste, geen verbetering behoeft, kan de instelling gemotiveerd dat aspect buiten beschouwing laten. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Overzicht beoogde resultaten en indicatoren#
Artikel 4.7 Overzicht beoogde resultaten en indicatoren 1 De instelling formuleert de beoogde resultaten in het verbeterplan bpv ambitieus en haalbaar. 2 Bij het formuleren van de beoogde resultaten betrekt de instelling in ieder geval de grootte van de verbetering en het bereik, zijnde het aandeel van de bekostigde deelnemers dat baat heeft bij de verbetering. 3 De instelling kan in het verbeterplan bpv aangeven dat een aspect of een beoogd resultaat zwaarder weegt voor de verbetering van de kwaliteit van de bpv dan de andere aspecten of beoogde resultaten. 4 Voor het meten van de beoogde resultaten kiest de instelling in het verbeterplan bpv passende indicatoren, waarmee de kwaliteit van de bpv op eenduidige en betrouwbare wijze kan worden gemeten, dan wel andere instrumenten waarmee eenduidig en betrouwbaar kan worden vastgesteld of het beoogde resultaat is bereikt. 5 artikel 4.5 onderdelen b en c artikel 4.6 artikel 4.8 De instelling kan bij de resultatenrapportage bpv over 2017 het verbeterplan bpv aanvullen met een of meer beoogde resultaten voor 2018, indien de uitkomsten en de methodologische onderbouwing van de enquête leerbedrijven over 2016 daartoe aanleiding geven. Het eerste tot en met vierde lid,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Draagvlak verbeterplan bpv#
Artikel 4.8 Draagvlak verbeterplan bpv De instelling stemt het verbeterplan bpv af met vertegenwoordigers van de bpv-begeleiders, de leerbedrijven en de deelnemers. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 Collegiale consultatie verbeterplan bpv#
Artikel 4.9 Collegiale consultatie verbeterplan bpv 1 De instelling verklaart in het verbeterplan bpv dat de instelling bereid is deel te nemen aan een collegiale consultatie. 2 De collegiale consultatie vindt periodiek plaats en is gericht op verbetering van de kwaliteit van de bpv. 3 De instelling neemt de opbrengsten van de collegiale consultatie voor zover beschikbaar op in de resultatenrapportage bpv over 2017 en 2018. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 Beoordeling verbeterplan bpv#
Artikel 4.10 Beoordeling verbeterplan bpv 1 artikelen 4.5 tot en met 4.9 De instantie beoordeelt of het verbeterplan bpv voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de. 2 bijlage 6 De instantie beoordeelt het verbeterplan bpv op grond van het beoordelingskader verbeterplan bpv dat alsbij deze regeling is gevoegd. 3 De instantie informeert de instelling uiterlijk op 31 oktober 2016 over haar voorlopig oordeel over het verbeterplan bpv. 4 De instantie adviseert uiterlijk op 31 december 2016 de minister over het verbeterplan bpv van de instelling. 5 artikel 4.7, vijfde lid In geval toepassing is gegeven aan, adviseert de instantie de minister uiterlijk op 31 oktober 2017. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 Besluit minister; afwijzingsgrond#
Artikel 4.11 Besluit minister; afwijzingsgrond 1 artikelen 4.5 tot en met 4.9 De minister besluit uiterlijk op 31 januari 2017 op basis van het advies van de instantie of het verbeterplan bpv van de instelling voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de. 2 Indien het verbeterplan bpv niet voldoet aan de voorschriften, genoemd in het eerste lid, komt de instelling niet in aanmerking voor het resultaatafhankelijke budget bpv. 3 artikel 4.7, vijfde lid De minister besluit uiterlijk op 30 november 2017 op het aangevulde verbeterplan bpv, bedoeld in. Indien de minister de aanvulling niet goedkeurt, maakt dit beoogde resultaat geen deel uit van de beoordeling van de resultatenrapportage bpv over 2018. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 Resultatenrapportage bpv#
Artikel 4.12 Resultatenrapportage bpv De instelling draagt er zorg voor dat de minister uiterlijk op 15 augustus van de betreffende jaren de resultatenrapportage bpv heeft ontvangen. De instelling zendt een afschrift van de resultatenrapportage bpv aan de instantie. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 Beoordeling resultaten bpv door de instantie#
Artikel 4.13 Beoordeling resultaten bpv door de instantie 1 artikel 4.6, eerste lid De instantie geeft een oordeel over de behaalde resultaten per aspect, bedoeld in, van het verbeterplan bpv en een oordeel over het geheel van de behaalde resultaten voor het betreffende jaar door de instelling. 2 De instantie kan aan de instelling nadere informatie en toelichting vragen. De instelling reageert binnen tien werkdagen op het verzoek van de instantie. 3 bijlage 7 De resultatenrapportage bpv van de instelling wordt beoordeeld op grond van het beoordelingskader resultatenrapportage bpv dat alsbij deze regeling is gevoegd. 4 artikel 4.7, eerste en tweede lid Het oordeel in het eerste lid heeft betrekking op het bereik van de resultaten en de grootte van de gerealiseerde verbetering, zoals omschreven in. Bij de beoordeling houdt de instantie rekening met het belang dat de instelling in het verbeterplan heeft toegekend aan de verschillende aspecten en beoogde resultaten. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 Classificatie beoordeling resultaten bpv#
Artikel 4.14 Classificatie beoordeling resultaten bpv 1 De instantie drukt het resultaat van de beoordeling per aspect en het oordeel over het geheel van de behaalde resultaten uit in de classificatie ‘onvoldoende’, ‘voldoende’ of ‘goed’. 2 De instantie classificeert de behaalde resultaten voor het betreffende aspect als ‘goed’, indien het geheel van de beoogde resultaten voor een aspect is behaald. 3 De instantie classificeert de behaalde resultaten voor het betreffende aspect als ‘voldoende’, indien het geheel van de beoogde resultaten voor een aspect grotendeels is behaald. 4 De instantie classificeert de behaalde resultaten voor het betreffende aspect als ‘onvoldoende’, indien voor het geheel van de beoogde resultaten voor een aspect niet de classificatie ‘goed’ of ‘voldoende’ kan worden gegeven. 5 Ten aanzien van het oordeel over het geheel van de behaalde resultaten voor de instelling zijn het tweede tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing. 6 De instantie adviseert de minister uiterlijk op 30 september van het desbetreffende jaar over zijn oordelen bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 Besluit minister; afwijzingsgronden#
Artikel 4.15 Besluit minister; afwijzingsgronden 1 De minister besluit uiterlijk op 31 oktober van het desbetreffende jaar over de toekenning aan een instelling van het aandeel in het resultaatafhankelijke budget op basis van de behaalde resultaten. 2 artikel 4.12 Het resultaatafhankelijke budget bpv wordt geweigerd indien de door de instelling behaalde resultaten in relatie tot de beoogde resultaten onvoldoende zijn of indien de resultatenrapportage bpv na de ingenoemde datum wordt ontvangen. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 Betaling van het resultaatafhankelijk budget bpv#
Artikel 4.16 Betaling van het resultaatafhankelijk budget bpv De betaling van het resultaatafhankelijk budget bpv vindt in 2017 en 2018 in december plaats. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 4.17 — Artikel 4.17 Onvoorziene omstandigheden#
Artikel 4.17 Onvoorziene omstandigheden artikel 4.13, tweede lid, onder S artikel 4.14, tweede lid artikel 4.12 Indien in een jaar meer dan de helft van de bekostigde deelnemers, bedoeld in, zijn ingeschreven op instellingen die niet in aanmerking komen voor het resultaatafhankelijk budget bpv op grond van, dan kan de minister met inachtneming van het subsidieplafond besluiten om de normen voor de classificatie, bedoeld inof de waarde, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onder F, voor de verdeling in 2017 of 2018 te herzien. 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 2016 37447 19-07-2016 07-07-2016 MBO/913346 20-07-2016
Artikel 1.4#
artikel 1.4, tweede lid, aanhef en onder a
Artikel 2.4#
artikel 2.4, tweede lid
Artikel 3.1#
artikel 3.1
Artikel 3.1#
artikel 3.1
Artikel 3.1#
artikel 3.1
Artikel 4.10#
artikel 4.10, tweede lid
Artikel 4.14#
artikel 4.14
Artikel 4.13#
artikel 4.13, derde lid
Artikel 4.14#
Artikel 4.14
Artikel 4.14#
Artikel 4.14
Artikel 4.14#
Artikel 4.14
Artikel 4.14#
Artikel 4.14