Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 4 december 2015, nr. IenM/BSK-2015/240139, houdende vaststelling van de afstand, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen (Regeling omgevingsregime bijzondere spoorwegen)
- BWB-id
- BWBR0037317
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2015-12-11 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037317
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-omgevingsregime-bijzondere-spoorwegen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-omgevingsregime-bijzondere-spoorwegen/2015-12-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037317&g=2015-12-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037317&z=2026-06-06&g=2015-12-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037317/2015-12-11
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-omgevingsregime-bijzondere-spoorwegen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: afstand: artikel 11, eerste lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen afstand als bedoeld in. 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 11-12-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Voor een bijzondere spoorweg is de afstand 3 meter. 2 In het geval van een voor het openbaar verkeer openstaande spoorwegovergang is de afstand aan weerszijden van de spoorweg een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 50 meter aan weerszijden van de as van de weg en op 11 meter uit het hart van het spoor in de as van de weg. Deze afstand geldt ten aanzien van leidingen, werken, inrichtingen, andere objecten en beplantingen die een meter of hoger reiken dan het maaiveld. 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 11-12-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 artikel 8, tweede lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen In afwijking vangelden bij een bijzondere spoorweg, waarvoor op grond van, een ontheffing is verleend de afstanden, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid. 2 De afstand is 8 meter bij een bijzondere spoorweg als rechte baan aangelegd en langs de buitenzijde van de boog, indien de spoorweg in gebogen richting is aangelegd. 3 De afstand is 20 meter langs de binnenzijde van de boog, indien de spoorweg in gebogen richting is aangelegd. 4 In het geval van een voor het openbaar verkeer openstaande spoorwegovergang is de afstand aan weerszijden van de bijzondere spoorweg, waarvoor een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, is verleend voor een maximumsnelheid van 40 kilometer per uur, een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 220 meter aan weerszijden van de as van de weg en op 11 meter uit het hart van het spoor in de as van de weg. 5 In het geval van een voor het openbaar verkeer openstaande spoorwegovergang is de afstand aan weerszijden van de bijzondere spoorweg, waarvoor een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, is verleend voor een maximumsnelheid van 41 kilometer per uur of hoger, een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 500 meter aan weerszijden van de as van de weg en op 11 meter uit het hart van het spoor in de as van de weg. 6 De afstanden, bedoeld in het vierde en vijfde lid, gelden uitsluitend ten aanzien van leidingen, werken, inrichtingen, andere objecten en beplantingen die een meter of hoger reiken dan het maaiveld. 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 11-12-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 2 3 De afstanden, genoemd in deen, worden bij een spoorweg op maaiveldniveau gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor, zijnde een denkbeeldige lijn in de lengterichting van het spoor midden tussen beide spoorstaven. 2 artikelen 2 3 De afstanden, genoemd in deen, worden in het geval van ingraving van de spoorweg gemeten uit de bovenzijde van de ingraving en in het geval van ophoging van de spoorweg gemeten uit de teen van het talud. 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 11-12-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling is uitsluitend van toepassing op activiteiten die zijn of worden aangevangen na het moment van inwerkingtreding van deze regeling. 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 11-12-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 11-12-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling omgevingsregime bijzondere spoorwegen. 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 2015 44666 10-12-2015 04-12-2015 IenM/BSK-2015/240139 11-12-2015