Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 20 juli 2015, nr. 657965, houdende de vaststelling van de rechtspositie van de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden van het College bescherming persoonsgegevens (Regeling rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens)
- BWB-id
- BWBR0036895
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-07-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036895
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-rechtspositie-leden-college-bescherming-persoonsgeg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-rechtspositie-leden-college-bescherming-persoonsgeg/2015-07-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036895&g=2015-07-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036895&z=2026-06-06&g=2015-07-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036895/2015-07-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-rechtspositie-leden-college-bescherming-persoonsgeg
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. andere leden: artikel 53, eerste lid, van de wet de andere leden, bedoeld in; b. wet: Wet bescherming persoonsgegevens de; c. Onze Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie; d. College: het College bescherming persoonsgegevens. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Aan de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden wordt afschrift verstrekt van het koninklijk besluit waarbij zij tot voorzitter, lid onderscheidenlijk buitengewoon lid van het College zijn benoemd of herbenoemd. 2 Aan de voorzitter en de andere leden wordt bovendien schriftelijk mededeling gedaan van de standplaats, het salaris en de arbeidsduur waarvoor zij worden aangesteld. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 53, derde lid, van de wet Indien Onze Minister voornemens is de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid na het verstrijken van diens benoemingstermijn, bedoeld in, niet voor herbenoeming voor te dragen, doet Onze Minister daarvan aan betrokkene uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van die termijn schriftelijk mededeling. 2 Indien de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid na het verstrijken van zijn benoemingstermijn niet voor herbenoeming in aanmerking wenst te komen, geeft hij hiervan uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van zijn benoemingstermijn kennis aan Onze Minister. 3 Aan de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid wordt, behoudens in geval van herbenoeming, geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 De voorzitter en de andere leden van het College worden door Onze Minister aangesteld voor een arbeidsduur van ten hoogste gemiddeld 36 uren per week. 2 Op eigen verzoek kan de arbeidsduur waarvoor de voorzitter of een ander lid van het College is aangesteld door Onze Minister worden gewijzigd. 3 Op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt niet beslist dan nadat daarover het advies is ingewonnen van de voorzitter van het College. 4 Het derde lid is niet van toepassing voor zover het de aanstelling van de voorzitter van het College betreft. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 bijlage A, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris van de voorzitter van het College, die voor een volledige arbeidsduur is aangesteld, is gelijk aan het bedrag, genoemd in. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris van de andere leden, die voor een volledige arbeidsduur zijn aangesteld, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 18 van. 3 De voorzitter die of een ander lid van het College dat is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste of tweede lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. De arbeidsduurfactor, bedoeld in de eerste volzin, is een breuk waarvan de teller uit de voor het lid van het College vastgestelde arbeidsduur bestaat en de noemer uit het getal 36 bestaat. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Boven en behalve het salaris, bedoeld in, genieten de voorzitter en de andere leden een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een ziektekostenvergoeding en een vergoeding van verplaatsingskosten met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de ambtenaren in de sector Rijk. 2 Indien aan de ambtenaren in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de voorzitter en de andere leden deze op gelijke voet. 3 Voorts genieten de voorzitter en de andere leden een gratificatie bij ambtsjubileum op de tijdstippen en tot de bedragen als voor de ambtenaren in de sector Rijk gelden. Bij de bepaling van de diensttijd wordt rekening gehouden met de tijd in overheidsdienst doorgebracht, zulks met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de ambtenaren in de sector Rijk. 4 De bevoegdheden die op grond van het eerste tot en met derde lid van toepassing zijn, worden uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat de bevoegdheden van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk aan een bepaald gezag toekomende regelgevende bevoegdheden door die Minister onderscheidenlijk dat gezag worden uitgeoefend. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 55, eerste lid, van de wet De buitengewone leden van het College ontvangen van Onze Minister zittingsgeld als bedoeld inovereenkomstig de bepalingen die voor rechters-plaatsvervangers gelden met betrekking tot de vergoeding voor een zitting. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De voorzitter of een ander lid kan worden verplicht te gaan wonen of te blijven wonen in of nabij de gemeente waarin het College is gevestigd, indien dit naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk is in verband met de goede vervulling van zijn functie. 2 Aan deze verplichting moet worden voldaan binnen twee jaar nadat zij is opgelegd. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 hoofdstukken V (Vakantie en verlof) VI (Bedrijfsgeneeskundige begeleiding, rechten en verplichtingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid) van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Ten aanzien van de voorzitter en de andere leden zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De voorzitter die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan Onze Minister. Indien een ander lid wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de voorzitter. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Aan de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid wordt ontslag op eigen verzoek verleend met ingang van de dag niet vroeger dan een maand of later dan drie maanden na de dag waarop het ontslagverzoek door Onze Minister is ontvangen. 2 Van het bepaalde in het eerste lid kan op verzoek van de betrokken voorzitter, ander lid of plaatsvervangend lid van het College door Onze Minister worden afgeweken. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Aan de voorzitter die of een ander lid dat ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds Abp wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting pensioenfonds Abp op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. 2 Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in het eerste lid genoemde uitkering bestaat. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor rechterlijke ambtenaren Werkloosheidswet Ten aanzien van de leden van het College is hetvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘betrokkene’ wordt verstaan: het lid van het College, dat ten gevolge van ontslag, niet zijnde ontslag op eigen verzoek, of ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, werkloos is geworden in de zin van de. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De bezoldiging van de voorzitter of een ander lid wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van zijn overlijden. 2 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de voorzitter of een ander lid wordt een overlijdensuitkering uitbetaald met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de ambtenaren in de sector Rijk in vaste dienst. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014. 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 2015 21917 28-07-2015 20-07-2015 657965 29-07-2015 01-01-2014