Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 november 2015, kenmerk 839984-141498-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2016 (Regeling risicoverevening 2016)
- BWB-id
- BWBR0037291
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-12-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037291
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-risicoverevening-2016
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-risicoverevening-2016/2015-12-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037291&g=2015-12-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037291&z=2026-06-06&g=2015-12-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037291/2015-12-05
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-risicoverevening-2016
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. dure intramurale geneesmiddelen: artikel 2.4, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering geneesmiddelen die de zorg, bedoeld inkrachtens het tweede lid van dat artikel, niet omvat; b. FGG: fysiotherapiegebruikersgroepen, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van het gebruik van fysiotherapie in het voorgaande jaar; c. VGG: verpleging en verzorging gebruikersgroepen, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van het gebruik van verpleging en verzorging in het voorgaande jaar; d. GGG: geriatrische revalidatiezorg gebruikersgroepen, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van het gebruik van geriatrische revalidatiezorg in het voorgaande jaar; e. IGG: intramurale GGZ gebruikersgroepen, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van het gebruik van intramurale geestelijke gezondheidszorg in het voorgaande jaar. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2016 bedraagt € 42.804,1 miljoen. 2 Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen: a. het macro-deelbedrag variabele zorgkosten ad € 35.340,1 miljoen; b. het macro-deelbedrag vaste zorgkosten ad € 170,0 miljoen; c. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg ad € 3.611,6 miljoen; d. het macro-deelbedrag kosten van verpleging en verzorging ad € 3.454,4 miljoen; e. het macro-deelbedrag kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg ad € 228,0 miljoen. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2016 geraamd op € 17.390,6 miljoen. 2 De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2016 geraamd op € 3.194,8 miljoen. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in, omvatten voor het jaar 2016, naast de middelen, bedoeld in, een bedrag van € 22.218,7 miljoen. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3.4 van het Besluit zorgverzekering De verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten, bedoeld in, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2016 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar FGG, VGG en GGG. 2 artikel 3.7 van het Besluit zorgverzekering De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van verpleging en verzorging, bedoeld in, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2016 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar FGG, VGG en GGG. 3 artikel 3.7a van het Besluit zorgverzekering De verdeling van het macro-deelbedrag langdurige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2016 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar IGG. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 3.4 3.6 3.7 3.7a van het Besluit zorgverzekering artikel 5 bijlagen 1 2 De klassen en gewichten, bedoeld in de,,en, en de klassen en gewichten die aan de criteria, bedoeld inworden toegekend, zijn vermeld in deen. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 6 bijlage 1 bijlage 2 In afwijking vanen, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.9, 1.10 en 1.11, en, tabellen 2.2, 2.3 en 2.9, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, DKG ‘0’, ‘Geen HKG’, ’Geen FGG’, ‘Geen VGG’, ‘Geen GGG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’, DKG-klasse psychische aandoeningen '0' en ‘Geen IGG’ waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.288 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald. 2 artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie. 3 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering artikel 24 van de Zorgverzekeringswet Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder, te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in, en het resultaat te vermenigvuldigen met de gefbesluitraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde. 2 bijlage 3 Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘DKG 0’, ‘HKG 0’ en ‘Geen MHK’ vallen, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomen, en regio en de ingenoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 3 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden. 3 De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 355,10 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar. 2 Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 12 tot en met 15 Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in debeschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’, ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’, ‘kosten van verpleging en verzorging’ en ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen. 2 bijlage 1 bijlage 2 Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van verpleging en verzorging’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen vantoe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor de clusters ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen vantoe. 3 De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend: a. leeftijd en geslacht: 2016; b. FKG’s: 2015; c. DKG’s: 2015; d. HKG’s: 2015; e. aard van het inkomen: 2016; f. regio: 2016; g. SES: 2015 en 2016; h. meerjarig hoge kosten: 2013, 2014 en 2015; i. ggz-regio: 2016; j. FKG’s psychische aandoeningen: 2015; k. DKG’s psychische aandoeningen: 2014 en 2015; l. éénpersoonsadres: 2016; m. GGZ-MHK: 2013, 2014 en 2015; n. generieke somatische morbiditeit 2015; o. FGG: 2015; p. VGG: 2015; q. GGG: 2015; r. IGG: 2015. 4 In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen MHK’, het gewicht van de klasse ‘GGZ-MHK 3 jaar geen kosten‘ en het gewicht van de klasse ‘Geen IGG’ zodanig dat de per criterium gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt; 5 Het Zorginstituut deelt bij de criteria FGG, VGG en GGG verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen; 6 Indien de percentielgrens gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, in afwijking van het voorgaande lid, verzekerden met kosten op de percentielgrens in bij respectievelijk de klassen ‘Geen FGG’, ‘Geen VGG’ of ‘Geen GGG’. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld invoor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat: a. artikel 2.12 van het Besluit zorgverzekering uit de specificatie blijkt dat zij ofwel gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden – met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b -, ofwel als kosten van verblijf als bedoeld in– met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b – aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’; b. uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg die gericht is op herstel van een psychische aandoening en, voor zover die zorg daarmee gepaard gaat, kosten van verblijf, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; c. artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden als bedoeld inen, voor zover die zorg daarmee gepaard gaat, kosten van verblijf, aan als kosten van het cluster ‘kosten van verpleging en verzorging’; d. uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters die plegen te bieden alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van meer dan 365 doch niet meer dan 1095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’; e. uit de specificatie niet blijkt dat zij gelden als kosten als bedoeld onder a, b, c of d aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’. 2 Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, voor 90 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’ en voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘verpleging en verzorging’. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties. 2 Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Wet marktordening gezondheidszorg Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’. 2 Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het Zorginstituut baseert de herberekening per zorgverzekeraar van het deelbedrag voor het cluster ‘vaste zorgkosten’ op de gerealiseerde aantallen verzekerden per zorgverzekeraar. 2 Wet marktordening gezondheidszorg Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de, voor een door hem per instelling voor medisch-specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’. 3 artikel 14, eerste lid Het percentage per instelling, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in. 4 Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’. 5 Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten, de Stichting Kwaliteitsontwikkeling GGZ, de stichting kwaliteitsgelden patiënten consument en de Projectgelden ten behoeve van de gezamenlijke inhoudelijke agenda zoals benoemd in het Bestuurlijk Akkoord Eerste lijn 2014–2017 aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’. 6 Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen met ingang van het tijdstip waarop ze ophouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn tot en met 31 december van het daaropvolgende kalenderjaar aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’. 7 artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met zesde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 3.17, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering Het bedrag en het percentage bedoeld inzijn: € 17,50 en 75 procent. 2 artikel 3.17, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering Het bedrag en het percentage bedoeld inzijn: € 15 en 75 procent. 3 artikel 3.17, derde lid, van het Besluit zorgverzekering Het bedrag en het percentage bedoeld inzijn: € 5 en 100 procent. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering artikel 8 De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in, wordt berekend overeenkomstig, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald. 2 artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering artikel 9 De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in, wordt berekend overeenkomstig, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van de gerealiseerde aantallen van de in dat artikel bedoelde verzekerden. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering Het inbedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 43. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Wijzigt de Regeling risicoverevening 2015. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 artikel 20 Deze regeling werkt terug tot en met 30 september 2015 met uitzondering vandat terugwerkt tot en met 30 september 2014. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2016. 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 2015 39697 04-12-2015 25-11-2015 839984-141498-Z 05-12-2015 30-09-2015
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 11#
artikel 11, tweede lid
Artikel 6#
art. 6
Artikel 11#
art. 11, tweede lid
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 11#
artikel 11, tweede lid
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 11#
artikel 11, tweede lid
Artikel 9#
artikel 9, tweede lid
Artikel 9#
artikel 9, tweede lid
Artikel 17#
artikel 17, tweede lid