Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 19 maart 2015, nr. 2015-0000162062, houdende regels over substantieel bezwarende functies (Regeling substantieel bezwarende functies)
- BWB-id
- BWBR0036442
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2016-06-07 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036442
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-substantieel-bezwarende-functies
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-substantieel-bezwarende-functies/2016-06-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036442&g=2016-06-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036442&z=2026-06-06&g=2016-06-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036442/2016-06-07
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/regeling-substantieel-bezwarende-functies
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. pensioengerechtigde leeftijd: artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet de leeftijd, bedoeld in; b. betrokkene: artikel 94b artikel 94c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement de ambtenaar, bedoeld inen, aan wie ontslag is verleend; c. FLO-functie: artikel 3 van het Besluit overgangsrecht FLO-functies een functie als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2015; d. ontslag: artikel 94b artikel 94c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement een ontslag als bedoeld inen in. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 2 — Artikel 2 Berekeningsgrondslag#
Artikel 2 Berekeningsgrondslag 1 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 In deze regeling wordt verstaan onder berekeningsgrondslag: de bezoldiging, bedoeld in hetvermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en de salarisgarantie en salarissuppletie, bedoeld in artikel 49gg van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, berekend over een kalendermaand, waarop betrokkene op de dag voorafgaand aan zijn ontslag aanspraak had of bij uitoefening van zijn functie zou hebben gehad. 2 artikel 49tt, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Als betrokkene direct voorafgaand aan zijn ontslag buitengewoon verlof heeft genoten als bedoeld in, geldt als berekeningsgrondslag: de bezoldiging, bedoeld in hetvermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een kalendermaand, waarop betrokkene op de dag voorafgaand aan zijn buitengewoon verlof aanspraak had of bij uitoefening van zijn functie zou hebben gehad. 3 artikel 14, eerste lid artikel 18, eerste lid artikel 18b van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 In afwijking van het eerste en tweede lid, worden de toelagen, bedoeld in de,, enen de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet tot de berekeningsgrondslag gerekend. 4 In zoverre de bezoldiging, als bedoeld in het eerste lid, niet in een vast bedrag per maand kan worden uitgedrukt, wordt voor dat deel van de bezoldiging gerekend met het bedrag dat betrokkene over de laatste twaalf volle kalendermaanden voorafgaand aan het ontslag of aan het buitengewoon verlof, bedoeld in het tweede lid, gemiddeld per maand is toegekend. 5 artikel 94b, vierde lid artikel 94c, zesde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Bij ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur als bedoeld in, en, wordt de berekeningsgrondslag vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller overeenkomt met het aantal uren waarvoor ontslag is verleend en de noemer met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur op de dag voorafgaand aan het deeltijdontslag. 6 De berekeningsgrondslag wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop de salariswijziging, respectievelijk de wijziging van de vakantie-uitkering of de eindejaarsuitkering van kracht wordt. 2016 29080 06-06-2016 27-05-2016 2016-0000289261 2016 29080 06-06-2016 27-05-2016 2016-0000289261 07-06-2016 01-10-2014
Artikel 3 — Artikel 3 Recht op uitkering#
Artikel 3 Recht op uitkering 1 artikel 94b, achtste lid artikel 94c, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Werkloosheidswet Betrokkene heeft recht op een uitkering als bedoeld in, en, vanaf de dag van ingang van zijn ontslag, tenzij hij in verband met dit ontslag een uitkering op grond van deontvangt. 2 De Minister besluit over de toekenning van de uitkering op aanvraag van betrokkene. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 4 — Artikel 4 Duur van de uitkering#
Artikel 4 Duur van de uitkering 1 artikel 94b, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De duur van de uitkering, bedoeld inis afhankelijk van het geboortejaar van betrokkene: Geboortejaar Uitkeringsduur 1950, 1951, 1952 2 jaar en 10 maanden 1953, 1954 2 jaar en 9 maanden 1955, 1956 2 jaar en 8 maanden 1957, 1958 2 jaar en 7 maanden 1959, 1960 2 jaar en 6 maanden 1961, 1962 2 jaar en 5 maanden 1963 2 jaar en 4 maanden 1964 2 jaar en 3 maanden 1965 en verder 2 jaar en 2 maanden 2 artikel 94b, vierde lid, van het Algemeen rijksambtenarenreglement Indien aan betrokkene voor een percentage van de voor hem geldende arbeidsduur ontslag is verleend als bedoeld in, wordt de uitkeringsduur, bedoeld in het eerste lid, nader vastgesteld door die uitkeringsduur te delen door het voornoemde percentage. 3 artikel 94b, zesde lid, van het Algemeen rijksambtenarenreglement Bij ontslag voor de resterende arbeidsduur, bedoeld in, wordt de duur van de uitkering nader vastgesteld door de alsdan resterende uitkeringsduur te vermenigvuldigen met het in het tweede lid genoemde percentage. 4 artikel 94b, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement bijlage 1 De substantieel bezwarende functies, bedoeld in, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Overgangsmaatregel bij vervallen van de aanmerking als substantieel bezwarende functie#
Artikel 5 Overgangsmaatregel bij vervallen van de aanmerking als substantieel bezwarende functie 1 artikel 94c, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 4 De duur van de uitkering voor de ambtenaar als bedoeld inwordt berekend door het aantal jaren dat de ambtenaar aaneengesloten heeft doorgebracht in een FLO-functie of substantieel bezwarende functie te vermenigvuldigen met een maand. De uitkeringsduur bedraagt maximaal de uitkeringsduur genoemd in het eerste lid van. 2 artikel 94c, zesde lid, van het Algemeen rijksambtenarenreglement artikel 4, tweede en derde lid Indien aan betrokkene voor een percentage van de voor hem geldende arbeidsduur ontslag is verleend als bedoeld inzijn, van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 94c, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement bijlage 2 De functies, bedoeld in, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 6 — Artikel 6 Hoogte van de uitkering#
Artikel 6 Hoogte van de uitkering De hoogte van de uitkering bedraagt 80% van de berekeningsgrondslag. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 7 — Artikel 7 Categorie B functies#
Artikel 7 Categorie B functies artikel 130c, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement bijlage 3 De functies, bedoeld in, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Anticumulatie arbeidsongeschiktheidsuitkering#
Artikel 8 Anticumulatie arbeidsongeschiktheidsuitkering De uitkering van betrokkene die na zijn ontslag nog rechten heeft of krijgt uit hoofde van ziekte of arbeidsongeschiktheid in verband met de functie waaruit hij is ontslagen, wordt tot het einde van de periode waarover die rechten bestaan verminderd met het bedrag daarvan. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Anticumulatie neveninkomsten#
Artikel 9 Anticumulatie neveninkomsten 1 De uitkering wordt verminderd met de inkomsten die betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag van het ontslag, voor zover de uitkering vermeerderd met de inkomsten de berekeningsgrondslag overschrijdt. De inkomsten worden met de uitkering verrekend over het jaar waarop deze inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. 2 Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ter hand genomen gedurende non-activiteit of verlof, in het jaar voorafgaand aan het ontslag ter zake waarvan de uitkering is toegekend. 3 Wanneer betrokkene enige arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag van het ontslag, en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, tenzij betrokkene aannemelijk maakt dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan niet het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid en geen verband houden met het ontslag. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 10 — Artikel 10 Verstrekken van inlichtingen#
Artikel 10 Verstrekken van inlichtingen 1 Betrokkene is verplicht van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan de door de Minister voor Wonen en Rijksdienst aangewezen instantie onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten die hij uit die werkzaamheden zal genieten. 2 Zijn de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf niet vooraf op te geven, dan doet betrokkene tijdig vóór het verstrijken van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten, die hij sinds het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten. 3 Brengt de aard van de werkzaamheden of van de inkomsten mee, dat de inkomsten over een langere termijn moeten worden berekend, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt op de uitkering een vermindering toegepast van een voorlopig vastgesteld bedrag onder voorbehoud van verrekening aan het einde van de bedoelde termijn. 4 Betrokkene wordt door het aanvaarden van de uitkering geacht erin toe te stemmen dat allen die daarvoor naar het oordeel van de Minister voor Wonen en Rijksdienst in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijk zijn. 5 Indien betrokkene de gegevens, die noodzakelijk zijn voor de vaststelling of de vermindering van de uitkering niet, niet volledig of onjuist verstrekt, kan de uitkering zolang dit het geval is, niet of slechts gedeeltelijk worden uitbetaald. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 11 — Artikel 11 Einde van het recht op uitkering#
Artikel 11 Einde van het recht op uitkering Het recht op uitkering eindigt in ieder geval: 1. met ingang van de dag waarop betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt; 2. met ingang van de dag volgende op die waarop betrokkene is overleden. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 12 — Artikel 12 Overlijdensuitkering#
Artikel 12 Overlijdensuitkering 1 Na het overlijden van betrokkene aan wie een uitkering is toegekend, wordt aan de nabestaande, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, een overlijdensuitkering uitgekeerd gelijk aan de berekeningsgrondslag over een tijdvak van drie maanden. 2 artikelen 8 9 Indien op de uitkering een vermindering werd toegepast krachtens deofis de in het eerste lid bedoelde overlijdensuitkering gelijk aan het bedrag van de uitkering die betrokkene ontving over de periode van drie maanden voorafgaand aan de dag van het overlijden. 3 Bij ontstentenis van een nabestaande, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen wordt in dit artikel mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de uitkering van betrokkene. 4 Laat de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het eerste en derde lid na, dan kan de overlijdensuitkering geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien zijn nalatenschap voor de betaling van die kosten ontoereikend is. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015 01-10-2014
Artikel 13 — Artikel 13 Compensatie#
Artikel 13 Compensatie 1 artikel 130d van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Betrokkene aan wie op grond van, zoals dat luidde op 31 maart 2015, voor 1 januari 2013 buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend, heeft recht op een compensatie. 2 artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de pensioengerechtigde leeftijd voor betrokkene later ligt dan de leeftijd van 65 jaar te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon, bedoeld in. 3 Aan betrokkene, bedoeld in het tweede lid, van wie de uitkering na 30 september 2014 wordt beëindigd, wordt de compensatie, bedoeld in het tweede lid, uitbetaald bij ontslag. 4 Aan betrokkene, bedoeld in het tweede lid, van wie de uitkering voor 1 oktober 2014 is beëindigd, wordt de compensatie, bedoeld in het tweede lid, op aanvraag verstrekt, indien de aanvraag voor 1 oktober 2015 is ingediend. 2016 29080 06-06-2016 27-05-2016 2016-0000289261 2016 29080 06-06-2016 27-05-2016 2016-0000289261 07-06-2016 01-04-2015
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 130d van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De betrokkene aan wie op grond van, zoals dat luidde op 31 maart 2015, in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 maart 2015 buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend, heeft recht op een compensatie. 2 artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de pensioengerechtigde leeftijd voor betrokkene ligt na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 mei 2015, te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon,bedoeld in. 3 Aan de betrokkene van wie de uitkering na 31 maart 2016 wordt beëindigd, wordt de compensatie uitbetaald bij ontslag. 4 Aan de betrokkene van wie de uitkering voor 1 april 2016 is beëindigd, wordt de compensatie op aanvraag verstrekt, indien de aanvraag voor 1 januari 2017 is ingediend. 2016 29080 06-06-2016 27-05-2016 2016-0000289261 2016 29080 06-06-2016 27-05-2016 2016-0000289261 07-06-2016 28-01-2016
Artikel 13b — Artikel 13b#
Artikel 13b 1 artikel 94b, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De betrokkene aan wie op grond vanin de periode van 1 oktober 2014 tot en met 30 juni 2015 ontslag is verleend, heeft recht op een compensatie. 2 artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de pensioengerechtigde leeftijd voor betrokkene ligt na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 mei 2015, te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon, bedoeld in. 3 Het aantal maanden, bedoeld in het tweede lid, bedraagt niet meer dan het aantal maanden dat de pensioengerechtigde leeftijd voor betrokkene later ligt dan de dag waarop het recht op uitkering eindigt. 4 artikel 94b, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De betrokkene aan wie op grond vanvoor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur ontslag is verleend, heeft recht op compensatie naar rato van het gedeelte van de arbeidsduur waarvoor hem ontslag is verleend. 5 Aan de betrokkene van wie de uitkering na 1 juni 2016 wordt beëindigd, wordt de compensatie uitbetaald bij de uitbetaling van de laatste uitkering. 6 Aan de betrokkene van wie de uitkering voor 1 juni 2016 is beëindigd, wordt de compensatie op aanvraag verstrekt, indien de aanvraag voor 1 januari 2017 is ingediend. 2016 29080 06-06-2016 27-05-2016 2016-0000289261 2016 29080 06-06-2016 27-05-2016 2016-0000289261 07-06-2016 28-01-2016
Artikel 14 — Artikel 14 Intrekking regelingen#
Artikel 14 Intrekking regelingen Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006 Regeling aanmerking substantieel bezwarende functies Deen deworden ingetrokken. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding#
Artikel 15 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2015. 2 artikelen 1 tot en met 13 artikel 7 Dewerken terug tot en met 1 oktober 2014, met uitzondering van. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling substantieel bezwarende functies. 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 2015 8167 25-03-2015 19-03-2015 2015-0000162062 01-04-2015
Artikel 4#
artikel 4, vierde lid
Artikel 5#
artikel 5, derde lid
Artikel 7#
artikel 7