Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 september 2015, nr. HO&S 791705, houdende het experiment vraagfinanciering deeltijds en duaal hoger onderwijs 2015–2024 in het kader van leven lang leren (Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs)
- BWB-id
- BWBR0037056
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-02-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037056
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/subsidieregeling-vraagfinanciering-hoger-onderwijs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/subsidieregeling-vraagfinanciering-hoger-onderwijs/2025-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037056&g=2025-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037056&z=2026-06-06&g=2025-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037056/2025-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/subsidieregeling-vraagfinanciering-hoger-onderwijs
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Ad-programma: artikel 7.8a van de wet artikel 5a.13 van de wet Ad-programma als bedoeld inof waarvoor een toets nieuwe opleiding als bedoeld inis aangevraagd; bacheloropleiding: artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel a, van de wet artikel 5a.11 van de wet bacheloropleiding als bedoeld in, tenzij het tegendeel blijkt, of waarvoor een toets nieuwe opleiding als bedoeld inis aangevraagd; bekostigde hogeschool: artikel 1.8 van de wet hogeschool als bedoeld in; collegegeld: artikel 7.46 van de wet instellingscollegegeld als bedoeld invoor studenten die deelnemen aan een module; deeltijds Ad-programma: Ad-programma dat deeltijds is ingericht; deeltijdse bacheloropleiding: artikel 7.7, eerste lid, van de wet bacheloropleiding die deeltijds is ingericht als bedoeld in; duaal Ad-programma: Ad-programma dat duaal is ingericht; duale bacheloropleiding: artikel 7.7, tweede lid, van de wet bacheloropleiding die duaal is ingericht als bedoeld in; experiment vraagfinanciering hoger onderwijs: het eventueel met ingang van het collegejaar 2016–2017 te starten experiment op het terrein van vraagfinanciering; graad: artikel 7.10a, tweede lid, van de wet graad Bachelor als bedoeld in; hoger beroepsonderwijs: artikel 1.1, onderdeel d, van de wet hoger beroepsonderwijs als bedoeld in; hogescholen: artikel 1,2, onderdeel a, van de wet hogescholen als bedoeld inen rechtspersonen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel b, van de wet die hoger beroepsonderwijs verzorgen; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; module: artikel 3, tweede lid module als bedoeld in; opleiding: artikel 1.1, onderdeel m, van de wet opleiding als bedoeld in; rechtspersoon voor hoger onderwijs: artikel 1.1, onderdeel aa, van de wet rechtspersoon als bedoeld in; sector: artikel 3.1 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 onderdeel als bedoeld in; studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar; studiepunt: artikel 7.4, eerste lid, van de wet studiepunt als bedoeld in; verlaagd collegegeld: artikel 6 verlaagd collegegeld als bedoeld in; voucher: artikel 3, derde lid aanspraak op subsidie ten behoeve van de vermindering van collegegeld, bedoeld in; wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ; wettelijk collegegeld: artikel 7.45a van de wet wettelijk collegegeld als bedoeld in. 2015 45287 15-12-2015 08-12-2015 MBO/842629 2015 45287 15-12-2015 08-12-2015 MBO/842629 16-12-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS artikelen 3.3 tot en met 3.5 4.1 4.3 hoofdstukken 6 7 8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deis van toepassing op subsidieverstrekking op grond van deze regeling, met uitzondering van de,,en de,en. 2016 46882 08-09-2016 25-08-2016 HO&S/900949 2016 46882 08-09-2016 25-08-2016 HO&S/900949 09-09-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan aan hogescholen subsidie verstrekken voor: a. bijlage 1 het aanbieden van duale of deeltijdse bacheloropleidingen als bedoeld indan wel duale of deeltijdse Ad-programma’s als bedoeld in bijlage 1 in de sectoren gezondheidszorg, gedrag & maatschappij, techniek en sectoroverstijgend voor zover het een ICT-bacheloropleiding betreft, en b. het verlenen van een graad aan een student die deze graad heeft behaald door het volgen van modules. 2 De minister verstrekt subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor het aanbieden van bacheloropleidingen of Ad-programma’s die vestigingsplaatsonafhankelijk kunnen worden aangeboden en in modules van 30 studiepunten worden aangeboden aan een student die: a. nieuw in een bacheloropleiding of ad-programma instroomt vanaf de start van het experiment vraagfinanciering tot en met 31 augustus 2019, b. niet meer dan één opleiding of Ad-programma volgt waarvoor de student wettelijk collegegeld of verlaagd collegegeld is verschuldigd, en c. artikel 7.45a, tweede lid, van de wet onverminderd, voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 7.45a, eerste lid, van de wet. 3 De te verstrekken subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verstrekt in de vorm van een voucher en betreft steeds ten hoogste € 1.250,– per student per module met dien verstande dat: a. een student ten hoogste acht modules kan volgen met subsidie tot 31 augustus 2024, b. de studiepunten behorend bij de voorafgaande module van betreffende bacheloropleiding of Ad-programma zijn behaald of de hogeschool heeft vastgesteld dat voldoende studievoortgang is geboekt, en c. bij niet meer dan twee opeenvolgende modules van dezelfde bacheloropleiding of hetzelfde Ad-programma de studiepunten niet volledig zijn behaald. 4 In afwijking van het derde lid betreft de subsidie minder dan € 1.250,– als het collegegeld lager is dan dit bedrag. De voucher is dan evenveel waard als het collegegeld. 5 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 3.333,– per graad. Deze subsidie wordt ten hoogste een keer per student als bedoeld in het tweede lid verstrekt. 2016 46882 08-09-2016 25-08-2016 HO&S/900949 2016 46882 08-09-2016 25-08-2016 HO&S/900949 09-09-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Bijzondere subsidievoorwaarden#
Artikel 4 Bijzondere subsidievoorwaarden artikel 3 De minister verstrekt subsidie als bedoeld inonder de voorwaarden dat: a. artikel 1.9 van de wet artikel 4.7 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 de aanvrager afziet van diens aanspraak op bekostiging voor het betreffende hoger onderwijs, bedoeld invoor zover het de studentgebonden financiering, bedoeld inbetreft; b. de aanvrager bereid is deel te nemen aan een in 2016 te starten experiment op het terrein van vraagfinanciering. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 06-10-2015
Artikel 5 — Artikel 5 Duur van de subsidie#
Artikel 5 Duur van de subsidie 1 artikel 3, eerste lid, onderdeel a De minister verstrekt subsidie als bedoeld in, tot en met ten hoogste 31 augustus 2024. 2 artikel 3, eerste lid, onderdeel b De minister verstrekt subsidie als bedoeld in, voor graden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, die tijdens de looptijd van het experiment zijn verleend en waarvoor tot en met 1 februari 2025 aanvragen zijn ingediend. 2025 4239 31-01-2025 28-01-2025 50190722 2025 4239 31-01-2025 28-01-2025 50190722 01-02-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Besteding subsidie#
Artikel 6 Besteding subsidie 1 artikel 3, eerste lid, onderdeel a De subsidie, bedoeld in, wordt besteed aan de verlaging van het collegegeld dat moet worden betaald door een student als bedoeld in artikel 3 met een bedrag van ten hoogste € 1.250,–. 2 Indien de middelen verkregen door de inschrijving van een student met een voucher door de hogeschool ondoelmatig worden aangewend, kan het door de student ingezette vouchertegoed worden teruggevorderd van de hogeschool. Van ondoelmatige aanwending is in ieder geval sprake indien de student met een voucher op enigerlei wijze wordt gecompenseerd. 3 Indien de situatie, bedoeld in het tweede lid, zich anders dan incidenteel voordoet, kan de minister de vouchertegoeden die de hogeschool als gevolg van inschrijvingen door studenten met een voucher heeft ontvangen, terugvorderen van de hogeschool. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 06-10-2015
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag subsidie#
Artikel 7 Aanvraag subsidie 1 artikel 3 Een hogeschool die bereid is deel te nemen aan een eventueel per 1 september 2016 te starten experiment op het terrein van vraagfinanciering, dient uiterlijk 15 oktober 2015 een aanvraag in voor een subsidie als bedoeld in. 2 artikel 3 Een hogeschool die bereid is deel te nemen aan het experiment vraagfinanciering per 1 september 2017 dient een aanvraag in voor een subsidie als bedoeld invoor 1 februari 2017. 3 artikel 3 Een hogeschool die bereid is deel te nemen aan het experiment vraagfinanciering per 1 september 2018 dient een aanvraag in voor een subsidie als bedoeld invoor 1 februari 2018. 4 bijlage 2 De aanvraag van een bekostigde hogeschool wordt ingediend overeenkomstig het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 5 bijlage 3 De aanvraag van een rechtspersoon voor hoger onderwijs wordt ingediend overeenkomstig het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 6 De aanvraag van een hogeschool omvat een toelichting op het overleg dat heeft plaatsgevonden met werkgeversorganisaties over onderwijsbehoeften van werkgevers en werknemers en het daarbij passende onderwijsaanbod en cofinanciering. 7 Per post wordt de aanvraag ingediend bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie HO&S, postbus 16375, 2500 BJ Den Haag. Elektronische indiening vindt plaats via het e-mailadres ‘experiment [email protected]’. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 06-10-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Weigeringsgronden#
Artikel 8 Weigeringsgronden artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdkan de subsidie worden geweigerd indien: a. artikel 1.9 van de wet artikel 4.7 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 de bekostigde hogeschool voor het hoger beroepsonderwijs, waarvoor subsidie is gevraagd, niet afziet van de aanspraak op de bekostiging, bedoeld invoor zover het de studentgebonden financiering, bedoeld inbetreft, b. artikel 3 in de sector gezondheidszorg, gedrag & maatschappij (‘Zorg en Welzijn’) of in de sector techniek en sectoroverstijgend voor zover het een ICT-bacheloropleiding betreft (‘Techniek en ICT’) minder dan drie bekostigde hogescholen een aanvraag hebben ingediend en in aanmerking komen voor een subsidie als bedoeld in, c. in de betreffende sector geen representatieve verhouding is tussen bacheloropleidingen en Ad-programma’s gegeven op een bekostigde hogeschool en een rechtspersoon voor hoger onderwijs, d. de bacheloropleiding of het Ad-programma niet is geaccrediteerd, een herstelperiode toegekend heeft gekregen of geen onderwerp is van een toets nieuwe opleiding, of e. bijlage 1 de aanvraag een andere opleiding dan een opleiding als bedoeld inbetreft. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 06-10-2015
Artikel 9 — Artikel 9 Besluit minister#
Artikel 9 Besluit minister 1 artikel 7, eerste lid De minister besluit voor 14 januari 2016 op de aanvraag, bedoeld in. 2 artikel 7, tweede lid De minister besluit voor 1 mei 2017 op de aanvraag, bedoeld in. 3 artikel 7, derde lid De minister besluit voor 1 mei 2018 op de aanvraag, bedoeld in. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 06-10-2015
Artikel 10 — Artikel 10 Verplichtingen#
Artikel 10 Verplichtingen 1 Een hogeschool meldt voor 1 september van een jaar de hoogte van het collegegeld voor een module per opleiding of Ad-programma in het studiejaar dat aanvangt op 1 september van dat jaar. 2 De hogeschool schrijft de student pas in nadat het verschuldigde collegegeld voor een module door de student is voldaan. 3 Nadat een student is ingeschreven meldt de rechtspersoon voor hoger onderwijs onverwijld aan de minister naam, geboortedatum, geslacht, adres en woonplaats van de student. 4 artikel 3 De hogeschool besteedt een voucher uitsluitend aan de verlaging van het collegegeld met de waarde van de voucher voor een module dat moet worden betaald door een student als bedoeld in. 5 De hogeschool bewaart de onderwijsovereenkomsten die naar verwachting worden gevraagd op grond van het experiment vraagfinanciering hoger onderwijs in ieder geval tot 1 februari 2025. 6 De hogeschool mag het bedrag van de voucher niet in geld uitkeren aan de student. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2016 146 22-04-2016 11-04-2016 01-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit experiment
vraagfinanciering hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Wijze van melding hoogte collegegeld en inschrijfgegevens#
Artikel 11 Wijze van melding hoogte collegegeld en inschrijfgegevens 1 artikel 10, eerste lid Voor de melding, bedoeld in, wordt gebruik gemaakt van het formulier dat beschikbaar is na inloggen op het zakelijk portaal van de beveiligde website van DUO, onder instellingsinformatie. 2 artikel 10, derde lid De gegevens, bedoeld in, worden op elektronische wijze aan de minister verstrekt via inloggen op het zakelijk portaal van de beveiligde website van DUO. 2016 46882 08-09-2016 25-08-2016 HO&S/900949 2016 46882 08-09-2016 25-08-2016 HO&S/900949 09-09-2016
Artikel 12 — Artikel 12 Betaling subsidie#
Artikel 12 Betaling subsidie 1 artikel 3 De minister betaalt de subsidieontvanger een bedrag van ten hoogste € 1.250,– vermenigvuldigd met het aantal bij de minister gemelde inschrijvingen, bedoeld in, in het voorafgaande kwartaal dat loopt van: a. september tot en met november; b. december tot en met februari; c. maart tot en met mei; d. juni tot een met augustus. 2 De betaling van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, vindt jaarlijks plaats onderscheidenlijk in de volgende maanden: a. januari; b. april; c. juli; d. oktober. 3 artikel 3 De minister verstrekt de subsidieontvanger een bedrag ter hoogte van € 3.333,– vermenigvuldigd met het aantal bij de minister gemelde verleende graden, bedoeld in, in het voorafgaande kwartaal dat loopt van: a. september tot en met november; b. december tot en met februari; c. maart tot en met mei; d. juni tot een met augustus. 4 De betaling van de subsidie, bedoeld in het derde lid, vindt jaarlijks onderscheidenlijk in de maanden, bedoeld in het tweede lid, plaats. 2016 46882 08-09-2016 25-08-2016 HO&S/900949 2016 46882 08-09-2016 25-08-2016 HO&S/900949 09-09-2016
Artikel 13 — Artikel 13 Bijzondere intrekkingsgrond#
Artikel 13 Bijzondere intrekkingsgrond 1 Indien het experiment vraagfinanciering hoger onderwijs niet op 1 september 2016 in werking treedt, kan de minister de subsidieverstrekking op grond van deze regeling beëindigen. 2 Indien een subsidieontvanger de deelname aan het experiment vraagfinanciering hoger onderwijs om welke reden dan ook beëindigt, kan de minister de subsidie op grond van deze regeling geheel of gedeeltelijk intrekken. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval de minister het experiment vraagfinanciering bij een subsidieontvanger tussentijds beëindigt. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2016 146 22-04-2016 11-04-2016 01-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit experiment
vraagfinanciering hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14 Verantwoording en controle na vaststelling#
Artikel 14 Verantwoording en controle na vaststelling 1 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Voor zover het een bekostigde hogeschool betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in het jaarverslag overeenkomstig de. 2 artikel 12 Tot twee jaar na het jaar van betaling, bedoeld in, toont de hogeschool op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. De hogeschool toont dit in elk geval aan door de onderwijsovereenkomsten die naar verwachting worden gevraagd op grond van het experiment vraagfinanciering hoger onderwijs, door gegevens waaruit blijkt dat de module daadwerkelijk is aangeboden en door gegevens over behaalde studiepunten. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2016 146 22-04-2016 11-04-2016 01-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit experiment
vraagfinanciering hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15 Subsidievaststelling#
Artikel 15 Subsidievaststelling artikel 3 artikel 12 De minister stelt de subsidie, bedoeld in, vast op het moment van betaling als bedoeld in. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 06-10-2015
Artikel 16 — Artikel 16 Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014 Wijziging van de#
Artikel 16 Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014 Wijziging van de Wijzigt de Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2016 146 22-04-2016 11-04-2016 01-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit experiment
vraagfinanciering hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17 Inwerkingtreding#
Artikel 17 Inwerkingtreding 1 artikelen 1 tot en met 9 10, eerste tot en met het vierde lid, en zesde lid 11 12 13, eerste lid 15 De,,,,,en 17 van deze regeling treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. 2 artikelen 10, vijfde lid 13, tweede en derde lid 14 16 De,,entreden in werking op het moment dat het experiment vraagfinanciering hoger onderwijs in werking treedt. 3 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026. 2025 4239 31-01-2025 28-01-2025 50190722 2025 4239 31-01-2025 28-01-2025 50190722 01-02-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Citeertitel#
Artikel 18 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 06-10-2015