Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 10 juli 2015, nr. IENM/BSK-2015/103340, houdende vaststelling van regels ter implementatie van de artikelen 8, vierde, vijfde en zesde lid, en 14, vijfde en zesde lid, van de richtlijn energie-efficiëntie (PbEU 2012, L 315) (Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie)
- BWB-id
- BWBR0036841
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2024-01-01 t/m 2024-06-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036841
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/tijdelijke-regeling-implementatie-artikelen-8-en-14-richtlij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/tijdelijke-regeling-implementatie-artikelen-8-en-14-richtlij/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036841&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036841&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036841/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/tijdelijke-regeling-implementatie-artikelen-8-en-14-richtlij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. energie-audit: de energie-audit, bedoeld in artikel 2, onder 25, van de richtlijn; b. Europese norm: norm als bedoeld in artikel 2, onder 12, van de richtlijn; c. hoogrenderende warmtekrachtkoppeling: hoogrenderende warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 2, onder 34, van de richtlijn; d. ingrijpende renovatie: richtlijn 2009/31/EG ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2, onder 44, van de richtlijn, niet zijnde het aanbrengen van voorzieningen voor de afvang van door een verbrandingsinstallatie geproduceerde koolstofdioxide met het oog op geologische opslag als bepaald invan het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 (PbEU 2009, L 140); e. inrichting: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer inrichting als bedoeld in; f. internationale norm: norm als bedoeld in artikel 2, onder 13, van de richtlijn; g. kosten-batenanalyse: de kosten-batenanalyse, bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van de richtlijn; h. koudenet: artikel 1, onder c, van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie koudenet als bedoeld in; i. nuttige warmte: nuttige warmte als bedoeld in artikel 2, onder 32, van de richtlijn; j. onderneming: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer een inrichting als bedoeld in, die tevens is aan te merken als een onderneming als bedoeld in titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 (PbEU 2003, L 124) en die niet tevens behoort tot de categorie kleine en middelgrote ondernemingen, bedoeld in artikel 2, onder 26, van de richtlijn; k. richtlijn: richtlijn 2012/27 Richtlijnen 2009/125/EG 2010/30 2004/8/EG 2006/32/EG /EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging vanen/EU en houdende intrekking van de Richtlijnenen(PbEU 2012, L 315); l. stookinstallatie: artikel 1.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer stookinstallatie als bedoeld in; m. warmtenet: artikel 1, onder c, van de Warmtewet warmtenet als bedoeld in. 2016 21715 06-05-2016 03-05-2016 IENM/BSK-2016/49824 2016 21715 06-05-2016 03-05-2016 IENM/BSK-2016/49824 07-05-2016 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht die
niet geheel juist is.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer Deze regeling berust mede op. 2022 25973 04-11-2022 25-10-2022 IENW/BSK-2022/216009 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 17-12-2021 01-07-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 17-12-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Degene die een inrichting drijft, voert een kosten-batenanalyse uit indien hij voornemens is: a. een nieuwe stookinstallatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal thermisch inputvermogen van meer dan 20 MW op te richten, teneinde de kosten en baten te berekenen van de werking van die installatie als een installatie met hoogrenderende warmtekrachtkoppeling; b. ten aanzien van een bestaande stookinstallatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal nominaal thermisch inputvermogen van meer dan 20 MW een ingrijpende renovatie uit te voeren, teneinde de kosten en baten van het ombouwen van die installatie tot een installatie met hoogrenderende warmtekrachtkoppeling te berekenen; c. een nieuwe industriële stookinstallatie met een totaal thermisch inputvermogen van meer dan 20 MW die afvalwarmte op een bruikbare temperatuur genereert, op te richten, dan wel ten aanzien van een dergelijke installatie een ingrijpende renovatie toe te passen, teneinde de kosten en baten te berekenen van het gebruik van afvalwarmte om te voldoen aan een economisch aantoonbare vraag als bedoeld in artikel 2, onder 31, van de richtlijn naar warmte en van de aansluiting van die installatie op een warmtenet of koudenet; d. een nieuw warmtenet of koudenet op te richten, dan wel ten aanzien van een dergelijk net een ingrijpende renovatie toe te passen, teneinde de kosten en baten te berekenen van het gebruik van afvalwarmte uit nabijgelegen industriële installaties; e. in een warmtenet of koudenet een nieuwe stookinstallatie voor de productie van energie met een totaal thermisch inputvermogen van meer dan 20 MW op te richten, dan wel ten aanzien van een dergelijke installatie een ingrijpende renovatie toe te passen, teneinde de kosten en baten te berekenen van het gebruik van afvalwarmte uit nabijgelegen industriële installaties. 2 De uitvoering van de kosten-batenanalyse voldoet aan de beginselen, bedoeld in deel 2 van bijlage IX bij de richtlijn. 3 In afwijking van het eerste lid wordt een kosten-batenanalyse niet uitgevoerd indien uit een voorlopige analyse volgt dat uitvoering van de kosten-batenanalyse vermoedelijk niet tot resultaat heeft dat de som van de verwachte voordelen groter is dan de som van de verwachte kosten. Een voorlopige analyse omvat, waar van toepassing, een onderzoek naar: a. de aanwezigheid van in de nabijheid gelegen warmte- of koudenetten waarop zou kunnen worden aangesloten en de technische mogelijkheid daartoe; b. de beschikbare ruimte in een in de nabijheid gelegen warmte- of koudenet; c. de organisatorische, juridische en economische haalbaarheid van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, het gebruik van afvalwarmte of een aansluiting op een in de nabijheid gelegen warmte- of koudenet. 4 artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit milieubeheer Degene op wie een verplichting als bedoeld in het eerste lid rust, dient de resultaten van de kosten-batenanalyse in bij het bevoegd gezag, tezamen met de melding, bedoeld in. 2015 20036 15-07-2015 10-07-2015 IENM/BSK-2015/103340 2015 20036 15-07-2015 10-07-2015 IENM/BSK-2015/103340 16-07-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d en e , zijn niet van toepassing indien: a. de hoeveelheid beschikbare nuttige warmte of de warmtevraag, bij een afstand tussen de industriële installatie en het warmtenet of koudenet van meer dan één kilometer maar niet meer dan drie kilometer, minder dan 2500 GJ per jaar bedraagt; b. de hoeveelheid beschikbare nuttige warmte of de warmtevraag, bij een afstand tussen de industriële installatie en het warmtenet of koudenet van meer dan drie kilometer, minder dan 25000 GJ per jaar bedraagt. 2 Artikel 4, eerste lid , is niet van toepassing op: a. artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet een inrichting als bedoeld in; b. artikel 1, eerste lid, onder ah, van de Elektriciteitswet 1998 een productie-installatie als bedoeld in, voor zover deze installatie een functie heeft als noodvoorziening en de opvang van piekverbruik en deze installatie in die hoedanigheid volgens plan minder dan 1500 bedrijfsuren per jaar, als voortschrijdend gemiddelde over een periode van vijf jaar, in bedrijf is; c. 2 artikel 1, onder s, van de Mijnbouwwet hoofdstuk 3 van de Mijnbouwwet een installatie die dichtbij een CO-opslagcomplex als bedoeld in, waaraan op grond vaneen opslagvergunning is verleend, dient te liggen. 2015 20036 15-07-2015 10-07-2015 IENM/BSK-2015/103340 2015 20036 15-07-2015 10-07-2015 IENM/BSK-2015/103340 16-07-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4 Het bevoegd gezag beoordeelt of aan de verplichtingen, bedoeld in, is voldaan. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland dient het bevoegd gezag hierbij zo nodig van advies. 2 Het bevoegd gezag zendt jaarlijks voor 1 februari de door hem in het voorgaande kalenderjaar ontvangen resultaten van de kosten-batenanalyse aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 17-12-2021 01-07-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 17-12-2021 01-07-2021
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Vervallen 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 2021 49713 16-12-2021 07-12-2021 WJZ/21139932 17-12-2021 01-07-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2015 20036 15-07-2015 10-07-2015 IENM/BSK-2015/103340 2015 20036 15-07-2015 10-07-2015 IENM/BSK-2015/103340 16-07-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie. 2015 20036 15-07-2015 10-07-2015 IENM/BSK-2015/103340 2015 20036 15-07-2015 10-07-2015 IENM/BSK-2015/103340 16-07-2015