Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2014, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van behandeling (Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling)
- BWB-id
- BWBR0036018
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2020-12-01 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036018
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/tijdelijke-subsidieregeling-extramurale-behandeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/tijdelijke-subsidieregeling-extramurale-behandeling/2020-12-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036018&g=2020-12-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036018&z=2026-06-06&g=2020-12-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036018/2020-12-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2015/tijdelijke-subsidieregeling-extramurale-behandeling
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: – accountant: artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek accountant als bedoeld in; – behandeling: artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel c, van de wet behandeling als bedoeld in, die niet in combinatie met verblijf wordt verleend; – oordeel van het CIZ: artikel 5.2.1 van het Besluit langdurige zorg besluit als bedoeld in; – minister: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; – prestatie: artikel 1.2, vierde lid prestatie, bedoeld in; – vervoer: vervoer naar een locatie waar de verzekerde behandeling ontvangt; – verzekerde: persoon die overeenkomstig de wet is verzekerd; – wet: Wet langdurige zorg ; – Covid-19: de ziekte veroorzaakt door coronavirus-SARS-CoV-2. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 1 artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet Het Zorginstituut kan aan een Wlz-uitvoerder die op grond vanis aangewezen als zorgkantoor, een subsidie verstrekken voor het aan verzekerden doen verlenen van behandeling en vervoer in de regio of regio's waarvoor de Wlz-uitvoerder als zorgkantoor is aangewezen. 2 Voor subsidie komt uitsluitend in aanmerking: a. behandeling van: 1°. verzekerden met een somatische aandoening; 2°. verzekerden met een psychogeriatrische aandoening; 3°. verzekerden met een lichamelijke beperking; 4°. meerderjarige verzekerden met een verstandelijke beperking; b. vervoer naar en van de locatie waar de verzekerde gedurende een dagdeel de behandeling ontvangt. 3 Wet toelating zorginstellingen Voor subsidie komt voorts slechts in aanmerking behandeling door een organisatorisch verband dat op 31 december 2019 beschikte over een toelating in de zin van deten behoeve van het verlenen van behandeling. 4 Subsidie wordt slechts verstrekt voor de volgende prestaties als bedoeld in de Beleidsregel BR/REG-20123 (Stcrt. 2019, nr. 38023) van de zorgautoriteit: – Reiskosten zorgverlener; – Behandeling lvg; – Behandeling sglvg traject; – Behandeling sglvg deeltijd; – Behandeling gedragswetenschapper; – Behandeling paramedisch; – Behandeling IOG lvg; – Dagbehandeling ouderen som en pg, waartoe tevens wordt gerekend Gespecialiseerde dagbehandeling Huntington; – Vervoer dagbehandeling V&V; – Dagbehandeling VG emg; – Dagbehandeling LG licht; – Dagbehandeling LG midden; – Dagbehandeling LG zwaar; – Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 1; – Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 2; – Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 3; − Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 4; − Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 5. 5 Zorgverzekeringswet artikel 11.1.1, derde lid, van de wet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Behandeling waarop de verzekerde recht heeft uit hoofde van de wet of een zorgverzekering als bedoeld in deof die bekostigd kan worden uit hoofde van enig ander wettelijk voorschrift, komt niet voor subsidie in aanmerking tenzij het gaat om een verzekerde wiens gelijkstelling berust op grond van, nadat de geldigheidsduur van zijn op grond van deafgegeven indicatiebesluit is verlopen. 6 artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet Het Zorginstituut kan aan een Wlz-uitvoerder die op grond vanis aangewezen als zorgkantoor, een subsidie verstrekken voor de kosten van de in het tweede tot en met vierde lid genoemde subsidiabele prestaties die in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 als gevolg van de maatregelen in verband met Covid-19 niet zijn geleverd. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 1 De volgende prestaties komen alleen voor subsidie in aanmerking voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ bij wijze van individuele behandeling voor in aanmerking komt: – Behandeling sglvg traject; – Behandeling sglvg deeltijd; – Behandeling gedragswetenschapper; – Behandeling paramedisch. 2 In afwijking van het eerste lid is geen oordeel van het CIZ vereist voor de prestatie Behandeling gedragswetenschapper, voor zover het betreft functionele diagnostiek op verzoek van: a. een specialist ouderengeneeskunde of een arts voor verstandelijk gehandicapten, of b. een huisarts of een medisch specialist, voor zover de diagnostiek nodig is in het kader van de behandeling van niet aangeboren hersenletsel. 3 De volgende prestaties komen alleen voor subsidie in aanmerking voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ bij wijze van individuele behandeling voor in aanmerking komt en de verzekerde ouder is dan 18 jaar en niet ouder is dan 23: – Behandeling lvg; – Behandeling IOG lvg. 4 De volgende prestaties komen alleen voor subsidie in aanmerking voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ bij wijze van behandeling in groepsverband voor in aanmerking komt: – Dagbehandeling ouderen som en pg; – Dagbehandeling VG emg; – Dagbehandeling LG licht; – Dagbehandeling LG midden; – Dagbehandeling LG zwaar. 2019 57426 22-10-2019 2019 57426 22-10-2019 01-01-2020
Artikel 1.4 — Artikel 1.4#
Artikel 1.4 1 artikel 1.3, vierde lid De volgende prestaties komen alleen voor subsidie in aanmerking indien het vervoer blijkens een oordeel van het CIZ medisch noodzakelijk is en indien sprake is van een combinatie met de prestaties, genoemd in: – Vervoer dagbehandeling V&V; – Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 1; – Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 2; – Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 3; − Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 4; − Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 5. 2 De prestatie Reiskosten zorgverlener komt alleen voor subsidie in aanmerking als verzekerde beschikt over een oordeel van het CIZ waaruit blijkt dat hij in aanmerking komt voor individuele behandeling. 3 artikel 1.3, tweede lid In afwijking van het tweede lid komt de prestatie Reiskosten zorgverlener in geval van een prestatie als bedoeld in, ook voor subsidie in aanmerking als verzekerde niet beschikt over een oordeel van het CIZ. 2018 58757 22-10-2018 11-10-2018 1426739-181372-LZ 2018 58757 22-10-2018 11-10-2018 1426739-181372-LZ 01-01-2019
Artikel 1.5 — Artikel 1.5#
Artikel 1.5 1 De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt. 2 artikel 1.2, zesde lid Dit artikel is niet van toepassing op de verstrekking van de subsidie bedoeld in. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1.6 — Artikel 1.6#
Artikel 1.6 Het bedrag van de subsidie dat voor het jaar 2021 ten hoogste wordt verleend aan de Wlz-uitvoerder is € 0,00. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1.7 — Artikel 1.7#
Artikel 1.7 1 hoofdstukken 2 tot en met 6 artikel 1.2, zesde lid Dezijn niet van toepassing op de verstrekking van de subsidie bedoeld in. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 1 De subsidie wordt op aanvraag verstrekt. 2 Een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ontvangen uiterlijk vier weken voor de aanvang van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 01-01-2016 Artikel II van Stcrt. 2015/42913 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 1 Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt. 2 Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 Het Zorginstituut besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag over de verlening van de subsidie. 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 01-01-2016
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 Het Zorginstituut vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie in ieder geval het maximumbedrag dat aan subsidie wordt verleend. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 Het Zorginstituut kan na ontvangst van de aanvraag tot verlening ambtshalve voorschotten verstrekken. 2 Het Zorginstituut verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve tevens voorschotten op het maximumbedrag van de verleende subsidie. 3 De voorschotten worden maandelijks verstrekt. 4 De voorschotten worden betaald aan het CAK. 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 01-01-2016 Artikel III van Stcrt. 2015/42913 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat: a. de doelstellingen van de gesubsidieerde activiteiten op doelmatige wijze worden nagestreefd, b. de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten op verantwoorde wijze wordt bestuurd en c. de voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten benodigde middelen op verantwoorde wijze worden beheerd. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 1 De subsidieontvanger houdt een zodanig ingerichte administratie bij dat daarin altijd kan worden nagegaan: a. de betalingen van de subsidieontvanger voor verrichte prestaties; b. het aantal verrichte prestaties; c. de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen. 2 De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht. 3 De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 1 De subsidieontvanger meldt meteen aan het Zorginstituut als: a. het tijdens de periode waarvoor de subsidie is verleend aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, b. het aannemelijk is geworden dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. 2 De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens het Zorginstituut ingesteld onderzoek dat erop is gericht het Zorginstituut inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie. 2 De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het beleid van de minister. 3 De subsidieontvanger verplicht zijn accountant alsmede degenen die hij de behandeling en het vervoer doet verlenen tot medewerking aan het onderzoek. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht Het Zorginstituut kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 De subsidieontvanger doet binnen twee weken na afloop van elke maand aan het Zorginstituut een opgave van het bedrag dat het CAK namens de subsidieontvanger in de afgelopen maand heeft betaald voor prestaties die zijn verricht in de daaraan voorafgaande maanden van het jaar 2020. 2019 57426 22-10-2019 2019 57426 22-10-2019 01-01-2020
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 Vervallen 2016 63949 29-11-2016 22-11-2016 1045908-158016-I-LZ 2016 63949 29-11-2016 22-11-2016 1045908-158016-I-LZ 01-01-2017
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 Vervallen 2016 63949 29-11-2016 22-11-2016 1045908-158016-I-LZ 2016 63949 29-11-2016 22-11-2016 1045908-158016-I-LZ 01-01-2017
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 Vervallen 2016 63949 29-11-2016 22-11-2016 1045908-158016-I-LZ 2016 63949 29-11-2016 22-11-2016 1045908-158016-I-LZ 01-01-2017
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 Vervallen 2016 63949 29-11-2016 22-11-2016 1045908-158016-I-LZ 2016 63949 29-11-2016 22-11-2016 1045908-158016-I-LZ 01-01-2017
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 Vervallen 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 01-01-2016
Artikel 5.6 — Artikel 5.6#
Artikel 5.6 Vervallen 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 2015 42913 01-12-2015 17-11-2015 870579-144154-III-LZ 01-01-2016
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 1 De subsidieontvanger dient binnen tweeëntwintig weken na afloop van het jaar waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie. 2 Het Zorginstituut kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 1 Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt. 2 Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 1 De subsidieontvanger doet in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie per prestatie opgave van de som van het aantal prestaties die de subsidieontvanger in het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt heeft doen verlenen in alle regio's waarvoor de subsidieontvanger als zorgkantoor is aangewezen. 2 De subsidieontvanger toont in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie aan dat voldaan is aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een assurancerapport van een accountant die is opgesteld overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6.5 — Artikel 6.5#
Artikel 6.5 1 De subsidie wordt per prestatie vastgesteld op het aantal prestaties dat de subsidieontvanger in het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt heeft doen verlenen in alle regio's waarvoor de subsidieontvanger als zorgkantoor is aangewezen vermenigvuldigd met in 2020: – € 28,31 contact voor Reiskosten zorgverlener; – € 122,40 per uur voor Behandeling lvg; – € 122,40 per uur voor Behandeling sglvg traject; – € 122,40 per uur voor Behandeling sglvg deeltijd; – € 120,60 per uur voor Behandeling gedragswetenschapper; – € 85,80 per uur voor Behandeling paramedisch; – € 110,40 per uur voor Behandeling IOG lvg; – € 70,04 per dagdeel voor Dagbehandeling ouderen som en pg; – € 89,29 per dagdeel voor Dagbehandeling ouderen som en pg in de vorm van Gespecialiseerde dagbehandeling Huntington; – € 104,10 per dagdeel voor Dagbehandeling VG emg volwassenen; – € 75,26 per dagdeel voor Dagbehandeling LG licht; – € 82,09 per dagdeel voor Dagbehandeling LG midden; – € 86,29 per dagdeel voor Dagbehandeling LG zwaar; – € 7,01 per dag voor Vervoer dagbehandeling V&V; – € 11,42 per dag voor Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 1; – € 16,13 per dag voor Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 2; – € 25,56 per dag voor Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 3; – € 43,92 per dag voor Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 4; – € 63,03 per dag voor Vervoer dagbehandeling GHZ categorie 5. 2 Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, lager is dan het maximumbedrag van de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag, bedoeld in het eerste lid. 3 Indien voor een of meer subsidieontvangers de subsidie op grond van het tweede lid wordt vastgesteld, verhoogt het Zorginstituut ambtshalve met de som van het verschil tussen de in dat lid bedoelde bedragen de subsidies die zijn verleend aan de subsidieontvangers waarvoor het bedrag, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan het maximumbedrag van de verleende subsidie. De verdeling van deze middelen geschiedt naar rato van de overschrijding van het maximumbedrag van de verleende subsidie, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid. De subsidie wordt vastgesteld op het aldus verhoogde bedrag van de verleende subsidie. 4 Indien voor geen van de subsidieontvangers de subsidie op grond van het tweede lid wordt vastgesteld, wordt de subsidie vastgesteld op het maximumbedrag van de verleende subsidie. 2019 57426 22-10-2019 2019 57426 22-10-2019 01-01-2020
Artikel 6.6 — Artikel 6.6#
Artikel 6.6 Binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie neemt het Zorginstituut een besluit op de aanvraag. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 6a.1 — Artikel 6a.1#
Artikel 6a.1 1 artikel 1.2, zesde lid Het subsidieplafond voor de verstrekking van subsidies bedoeld in, bedraagt € 18.000.000. 2 Het bedrag van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt evenredig verdeeld over alle subsidieaanvragers die in aanmerking komen voor subsidie. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6a.2 — Artikel 6a.2#
Artikel 6a.2 1 artikel 1.2, zesde lid De subsidie voor de ingenoemde subsidiabele prestaties wordt berekend overeenkomstig de volgende formule: ((X/29 x A) - B) x 83% waarbij wordt verstaan onder: A: de in euro’s uitgedrukte declaratie door de zorgaanbieder voor werkelijk geleverde zorg in februari is; artikel 1.2, zesde lid B: de in euro’s uitgedrukte daadwerkelijke geleverde zorg door de zorgaanbieder in de ingenoemde periode; artikel 1.2, zesde lid X: het aantal dagen van de ingenoemde periode met een maximum van 122 dagen. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6a.3 — Artikel 6a.3#
Artikel 6a.3 1 De subsidie wordt op aanvraag verstrekt. 2 De aanvraag van de subsidie wordt uiterlijk 1 juli 2021 ontvangen. 3 Een aanvraag na de datum, bedoeld in het tweede lid, wordt afgewezen. 4 artikel 1.2, zesde lid De aanvrager doet in de aanvraag van de subsidie bedoeld in, opgave van: a. de in euro’s uitgedrukte declaratie door de zorgaanbieder voor daadwerkelijk geleverde zorg in februari. b. de in euro’s uitgedrukte daadwerkelijke geleverde zorg door de zorgaanbieder in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020. 5 Voor een aanvraag van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt. 6 Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen. 7 De aanvraag gaat vergezeld van een assurancerapport van een accountant die is opgesteld overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol. 8 De subsidie wordt vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt. 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 2020 62002 30-11-2020 20-11-2020 1781977-214221-LZ 01-12-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/62002 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling. 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 2014 36703 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015