Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 8 februari 2016, nr. 694813, houdende vaststelling van een gezamenlijke kaderregeling voor subsidieverstrekking (Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS)
- BWB-id
- BWBR0037603
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-04-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037603
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/kaderregeling-subsidies-ocw-szw-en-vws
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/kaderregeling-subsidies-ocw-szw-en-vws/2024-04-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037603&g=2024-04-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037603&z=2026-06-06&g=2024-04-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037603/2024-04-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/kaderregeling-subsidies-ocw-szw-en-vws
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: accountant: artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES accountant als bedoeld inonderscheidenlijk de deskundige, bedoeld in, activiteitenplan: artikel 3.4 activiteitenplan als bedoeld in, activiteitenverslag: verslag waarvan de inrichting voor zover van toepassing overeenkomt met de inrichting van het activiteitenplan en dat: a. een overzicht bevat van de gerealiseerde activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, b. de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering beschrijft van de gerealiseerde activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, c. de met de activiteiten gerealiseerde doelstellingen, resultaten of producten beschrijft, d. voor zover van toepassing, beschrijft in hoeverre is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, en e. voor zover van toepassing, een vergelijking bevat van de gerealiseerde activiteiten en doelstellingen en de in het activiteitenplan voorgenomen activiteiten en nagestreefde doelstellingen en een toelichting op de verschillen geeft, bijdragen van derden: bijdragen die de subsidieontvanger van een ander dan de minister voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit ontvangt en die de subsidieontvanger aanwendt voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit, egalisatiereserve: paragraaf 8.5 egalisatiereserve als bedoeld in, eigen bijdrage: bijdrage van de subsidieontvanger zelf voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit, financieel verslag: verslag dat: a. volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de kosten en opbrengsten per gerealiseerde activiteit waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk zijn verricht, b. aansluit bij de begroting en de nodige informatie geeft om de subsidie vast te stellen, c. per post is voorzien van een toelichting, en d. vergezeld gaat van een controleverklaring, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol, bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl, instelling :privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, instellingssubsidie: subsidie voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende, structurele activiteiten van een instelling, jaarrekening: artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 120 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES jaarrekening als bedoeld inonderscheidenlijk, kosten: kosten van de subsidieontvanger voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit, minister: hoofdstuk 9 hoofdstuk 10 Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onderscheidenlijk Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderscheidenlijk Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ieder voor zover het betreft het beleidsterrein waarvoor hij verantwoordelijk is, met dien verstande dat voor de toepassing vanonder minister wordt verstaan: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en dat voor de toepassing vanonder minister wordt verstaan: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, opbrengsten: eigen bijdrage en bijdragen van derden, voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteiten alsmede de aangevraagde of verleende subsidie, projectsubsidie: subsidie voor activiteiten aan een instelling of een natuurlijk persoon die anders dan als instellingssubsidie wordt verstrekt, subsidie: instellingssubsidie of projectsubsidie, verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten: de verklaring waarin de subsidieontvanger aantoont: a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting, b. dat aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde kosten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk verricht zijn is, d. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten is, en e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is. 2019 66843 24-12-2019 18-12-2019 WJZ/17704957(10958) 2019 66843 24-12-2019 18-12-2019 WJZ/17704957(10958) 01-01-2020 Artikel VI van Stcrt. 2019/66843 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Grondslag en reikwijdte#
Artikel 1.2 Grondslag en reikwijdte 1 artikel 2 van de Wet overige OCW-subsidies artikel 2 van de Kaderwet SZW-subsidies artikel 2 van de Kaderwet VWS-subsidies De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die passen binnen het beleid op de terreinen, genoemd in,en. 2 artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies Deze regeling is niet van toepassing op het verstrekken van financiële middelen, bedoeld in. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Nader bepalen activiteiten#
Artikel 1.3 Nader bepalen activiteiten De minister kan in een ministeriële regeling of in een beleidsregel de activiteiten waarvoor en de voorwaarden waaronder subsidie kan worden verstrekt, nader bepalen. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 1.4 Begrotingsvoorwaarde Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 1.5 — Artikel 1.5 Subsidieverstrekking#
Artikel 1.5 Subsidieverstrekking De minister verstrekt uitsluitend: a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt: 1°. een subsidie die zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd, of 2°. een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, b. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt en de te subsidiëren activiteiten uit meetbare prestatie-eenheden bestaan: een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd, c. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000, en de te subsidiëren activiteiten niet uit meetbare prestatie-eenheden bestaan: 1°. indien naar het oordeel van de minister voldoende zekerheid bestaat over de kosten en opbrengsten: een subsidie waarbij op basis van een activiteitenverslag wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen, 2°. indien naar het oordeel van de minister onvoldoende zekerheid bestaat over de kosten en opbrengsten: een subsidie waarbij op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen, d. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, en de te subsidiëren activiteiten niet uit meetbare prestatie-eenheden bestaan: een subsidie waarbij wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen, en waarbij tevens rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende kosten en opbrengsten. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 1.6 — Artikel 1.6 Afwijking bij beschikking#
Artikel 1.6 Afwijking bij beschikking artikel 1.5 In bijzondere gevallen kan bij beschikking worden afgeweken van de bedragen en de wijze van verstrekking, bedoeld in. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 1.7 — Artikel 1.7 Kostenberekening#
Artikel 1.7 Kostenberekening 1 De kosten worden berekend op basis van een controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die door de subsidieontvanger stelselmatig worden toegepast. 2 De afschrijving van materiële vaste activa wordt berekend op basis van historische aanschafprijzen, tenzij door de minister anders is bepaald. 3 Toevoegingen aan voorzieningen en reserveringen komen niet in aanmerking voor subsidie, tenzij de minister met deze toevoegingen schriftelijk heeft ingestemd. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 1.8 — Artikel 1.8 Kosten terugvordering en wettelijke rente#
Artikel 1.8 Kosten terugvordering en wettelijke rente Bij terugvordering van ten onrechte betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Daarbij kan de minister de verschuldigde wettelijke rente vorderen. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 1.9 — Artikel 1.9 Subsidieverstrekking aan Caribisch Nederland#
Artikel 1.9 Subsidieverstrekking aan Caribisch Nederland Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht Op subsidieverstrekking aan subsidieontvangers in Caribisch Nederland isvan overeenkomstige toepassing. 2019 19769 11-04-2019 01-04-2019 WJZ-5388618(10093) 2019 19769 11-04-2019 01-04-2019 WJZ-5388618(10093) 01-07-2019
Artikel 1.10 — Artikel 1.10 Tijdzone#
Artikel 1.10 Tijdzone Voor subsidieverstrekking wordt uitgegaan van de in het Europese deel van Nederland geldende tijd. 2019 19769 11-04-2019 01-04-2019 WJZ-5388618(10093) 2019 19769 11-04-2019 01-04-2019 WJZ-5388618(10093) 01-07-2019
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Subsidieplafond#
Artikel 2.1 Subsidieplafond 1 De minister kan een subsidieplafond vaststellen. 2 artikel 5 van de Kaderwet SZW-subsidies Voor subsidies die worden verstrekt door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wordt het subsidieplafond vastgesteld met inachtneming van. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Wijze van verdeling#
Artikel 2.2 Wijze van verdeling De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag: a. op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, b. na onderlinge afweging van de aanvragen, c. evenredig over de ingediende aanvragen, of d. op een in een ministeriële regeling of in een beleidsregel aangegeven andere wijze. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Uitwerking wijze van verdeling#
Artikel 2.3 Uitwerking wijze van verdeling 1 Indien het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen wordt verdeeld: a. artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht geldt, als de aanvraag krachtensis aangevuld, bij de verdeling de dag waarop de volledig aangevulde aanvraag is ontvangen, als de datum van ontvangst, en b. stelt de minister, als het subsidieplafond wordt bereikt, de onderlinge rangschikking van aanvragen die op hetzelfde tijdstip zijn ontvangen, door middel van loting vast. 2 Indien het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag na onderlinge afweging van de aanvragen wordt verdeeld, geeft de minister die aanvragen voorrang die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidieverstrekking. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Formulier subsidieaanvraag#
Artikel 3.1 Formulier subsidieaanvraag Voor een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl. 2017 21845 20-04-2017 10-04-2017 WJZ1135681 2017 21845 20-04-2017 10-04-2017 WJZ1135681 21-04-2017
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Aanvraag vóór aanvang subsidieperiode#
Artikel 3.2 Aanvraag vóór aanvang subsidieperiode 1 De minister kan bepalen dat aanvragen voor een door hem te bepalen datum of binnen een door hem te bepalen periode zijn ontvangen. 2 Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt in ieder geval ingediend voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Bij aanvraag tot subsidieverlening in te dienen documenten#
Artikel 3.3 Bij aanvraag tot subsidieverlening in te dienen documenten Een aanvraag tot verlening van een subsidie bestaat uit: a. een activiteitenplan, tenzij de minister daaraan geen behoefte heeft, en b. een begroting, tenzij deze naar het oordeel van de minister voor de berekening van het bedrag van de subsidie niet van belang is. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Activiteitenplan#
Artikel 3.4 Activiteitenplan Het activiteitenplan: a. bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, b. beschrijft aard, omvang, duur en wijze van uitvoering van de activiteiten, en c. beschrijft de met de activiteiten na te streven doelstellingen, resultaten of producten. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Begroting#
Artikel 3.5 Begroting 1 De begroting behelst per activiteit een overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2 De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien. 3 De begroting die bij de aanvraag wordt ingediend, is sluitend. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Melding andere aanvragen#
Artikel 3.6 Melding andere aanvragen Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een ander bestuursorgaan, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag tot verlening van de subsidie, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Overzicht financiële situatie#
Artikel 3.7 Overzicht financiële situatie Op verzoek van de minister legt de aanvrager een volledig en recent overzicht van zijn financiële situatie over. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Termijn besluit tot subsidieverlening#
Artikel 4.1 Termijn besluit tot subsidieverlening 1 De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening of binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend. 2 De termijn bedraagt 22 weken indien: a. sprake is van cofinanciering van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en die Raad gezamenlijk of de Europese Commissie goedgekeurd programma, b. de minister over de aanvraag extern advies inwint, of c. de minister een nader onderzoek naar de aanvraag instelt. 3 De termijn bedraagt 40 weken indien de verlening afhankelijk is van het oordeel van een internationale commissie of van buitenlandse deskundigen. 4 Indien een termijn als bedoeld in het tweede of derde lid van toepassing is en dit niet reeds volgt uit een ministeriële regeling of een beleidsregel, deelt de minister dat zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager. 2017 21845 20-04-2017 10-04-2017 WJZ1135681 2017 21845 20-04-2017 10-04-2017 WJZ1135681 21-04-2017
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Verlening#
Artikel 4.2 Verlening 1 artikel 1.5, onderdeel a, onder 2° Het besluit tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval de activiteiten of de prestatie-eenheden waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor subsidie wordt verleend, de wijze waarop kan worden aangetoond dat de activiteiten zijn verricht of de prestatie-eenheden zijn gerealiseerd en indien sprake is van een subsidie als bedoeld in, de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn afgerond. 2 Indien in het besluit tot verlening de begrote kosten van de te subsidiëren activiteiten zijn vermeld, zijn deze gelijk aan de som van de in dat besluit vermelde bijdragen van derden, begrote eigen bijdrage en de subsidie. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Projectsubsidie na aanvraag en voor ten hoogste 5 jaar#
Artikel 4.3 Projectsubsidie na aanvraag en voor ten hoogste 5 jaar 1 De minister verleent een projectsubsidie slechts voor een periode die aanvangt na ontvangst van de aanvraag. 2 Een projectsubsidie wordt voor ten hoogste 5 jaren verleend. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Besteding subsidie#
Artikel 5.1 Besteding subsidie De subsidieontvanger zorgt ervoor dat: a. de activiteiten zodanig worden uitgevoerd dat de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verstrekt, en b. de voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten benodigde middelen op verantwoorde wijze worden beheerd. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Administratieplicht#
Artikel 5.2 Administratieplicht 1 artikel 1.5, onderdelen b, c onder 2°, en d De ontvanger van een subsidie als bedoeld in, voert een administratie. De administratie is zodanig ingericht dat daaruit te allen tijde: a. artikel 1.5, onderdeel b indien een subsidie als bedoeld in, is verleend: de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de gerealiseerde prestatie-eenheden kunnen worden nagegaan, of b. artikel 1.5, onderdeel c, onder 2°, of d indien een subsidie als bedoeld in, is verleend: de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen, betalingen en ontvangsten alsmede kosten en opbrengsten kunnen worden nagegaan. 2 De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht. 3 De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling bewaard. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Vergoeding voor diensten aan derden#
Artikel 5.3 Vergoeding voor diensten aan derden De subsidieontvanger die aan derden zaken ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Meewerken aan onderzoek#
Artikel 5.4 Meewerken aan onderzoek De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor: a. het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie, of b. de ontwikkeling van het beleid van de minister. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Tussentijdse rapportage#
Artikel 5.5 Tussentijdse rapportage 1 artikel 1.5, onderdelen b, c en d Indien een subsidie als bedoeld in, voor meer dan 12 maanden wordt verleend, kan de minister verlangen dat de subsidieontvanger eenmaal per 12 maanden verslag doet van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. 2 Het besluit tot verlening van de subsidie vermeldt op welke tijdstippen verslag wordt gedaan en waaruit het verslag bestaat. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Doelgebonden en niet-doelgebonden verplichtingen#
Artikel 5.6 Doelgebonden en niet-doelgebonden verplichtingen artikelen 4:38 4:39 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De minister kan bij de verstrekking van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in de,en. 2018 58634 24-10-2018 10-10-2018 MBO/1355636 2018 58634 24-10-2018 10-10-2018 MBO/1355636 25-10-2018 01-01-2017
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 Meldingsplicht#
Artikel 5.7 Meldingsplicht 1 De subsidieontvanger meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien: a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan, of c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. 2 De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd. 2018 58634 24-10-2018 10-10-2018 MBO/1355636 2018 58634 24-10-2018 10-10-2018 MBO/1355636 25-10-2018 01-01-2017
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 Publicaties en auteursrecht#
Artikel 5.8 Publicaties en auteursrecht 1 Indien een gesubsidieerde activiteit leidt tot een publicatie, zorgt de subsidieontvanger dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de subsidieverstrekker van de activiteit is geweest. 2 artikel 10, onder 1°, van de Auteurswet Indien de subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in, zorgt de subsidieontvanger ervoor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk. 3 De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 Intellectuele eigendom#
Artikel 5.9 Intellectuele eigendom De subsidieontvanger werkt mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien het naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om rechten met betrekking tot intellectuele eigendom ter zake van de gesubsidieerde activiteiten aan de minister over te dragen. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 Vergoeding voor vermogensvorming#
Artikel 5.10 Vergoeding voor vermogensvorming 1 artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In de gevallen, bedoeld in, is de subsidieontvanger aan de minister een door de minister te bepalen vergoeding verschuldigd. 2 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de zaken en andere vermogensbestanddelen, waaronder de egalisatiereserve, op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat: a. de waarde van de egalisatiereserve gelijk is aan het bedrag van de egalisatiereserve, b. de waarde van een schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken gelijk is aan het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen, en c. de waarde van onroerende zaken wordt bepaald door drie onafhankelijke deskundigen. De minister en de subsidieontvanger wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen. 3 De vergoeding aan de minister voor zaken en andere vermogensbestanddelen, waaronder de egalisatiereserve, die geheel zijn gevormd met de subsidie, is gelijk aan hun waarde. De vergoeding aan de minister voor zaken en andere vermogensbestanddelen die gedeeltelijk zijn gevormd met de subsidie, is gelijk aan de waarde waarmee de subsidiëring door de minister in verhouding tot andere middelen aan de vorming van dat vermogen heeft bijgedragen. 4 De minister kan de vergoeding in afwijking van het derde lid op een lager bedrag bepalen. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 Inlichtingenplicht#
Artikel 5.11 Inlichtingenplicht Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, geheel of gedeeltelijk worden beëindigd of indien de subsidie wordt beëindigd, verstrekt de subsidieontvanger aan de minister op diens verzoek alle gegevens, bescheiden, informatie, medewerking of gebruiksrechten op auteursrechten die redelijkerwijs verlangd kunnen worden voor de continuïteit van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 6.1 Bevoorschotting en betaling 1 De minister kan bij het besluit tot subsidieverlening ambtshalve voorschotten verlenen. 2 De voorschotten worden gelijkmatig betaald over het aantal maanden waarvoor de subsidie wordt verleend. 3 Bij beschikking kan van het tweede lid worden afgeweken. 4 artikel 1.5, onderdeel a, onder 1° De minister betaalt het bedrag van een subsidie als bedoeld in, in een keer. 5 artikel 1.5, onderdeel a, onder 2° Indien de minister een subsidie als bedoeld in, verleent, verleent hij daarbij een voorschot van 100%. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Formulier subsidievaststelling#
Artikel 7.1 Formulier subsidievaststelling Voor een aanvraag tot vaststelling van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl. 2017 21845 20-04-2017 10-04-2017 WJZ1135681 2017 21845 20-04-2017 10-04-2017 WJZ1135681 21-04-2017
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Aanvraagtermijn subsidievaststelling#
Artikel 7.2 Aanvraagtermijn subsidievaststelling 1 artikel 1.5, onderdelen b, c en d Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld inwordt ingediend: a. binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht, of b. binnen 22 weken na afloop van het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend. 2 artikel 1.5, onderdeel a, onder 1° Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in, wordt ingediend binnen 22 weken nadat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, zijn verricht. 3 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 Subsidies tot € 25.000 die direct worden vastgesteld#
Artikel 7.3 Subsidies tot € 25.000 die direct worden vastgesteld 1 artikel 1.5, onderdeel a, onder 1° Subsidie als bedoeld in, wordt niet verstrekt voorafgaand aan de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2 artikel 1.5, onderdeel a, onder 1° De ontvanger van een subsidie als bedoeld in, toont aan de hand van een activiteitenverslag en een opgave van het totaal van de kosten aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de minister daaraan geen behoefte heeft. 3 artikelen 3.6 3.7 Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 4.1, tweede tot en met vierde lid De minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag tot vaststelling., zijn van overeenkomstige toepassing. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 Subsidies tot € 25.000 die ambtshalve worden vastgesteld#
Artikel 7.4 Subsidies tot € 25.000 die ambtshalve worden vastgesteld 1 artikel 1.5, onderdeel a, onder 2° De ontvanger van een subsidie als bedoeld in, toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen. 2 De minister neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie. 3 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 Subsidies vanaf € 25.000 voor meetbare prestatie-eenheden#
Artikel 7.5 Subsidies vanaf € 25.000 voor meetbare prestatie-eenheden 1 artikel 1.5, onderdeel b De ontvanger van een subsidie als bedoeld in, toont op de bij het besluit tot verlening van de subsidie bepaalde wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen. 2 Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger tevens verantwoording af door het overleggen van een assurancerapport. 3 De minister kan de subsidieontvanger verplichten om het assurancerapport vergezeld te doen gaan van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger. 4 De in het tweede en derde lid bedoelde rapporten zijn opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol, bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl. 5 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal subsidiabele prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd. 6 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling. 2019 66843 24-12-2019 18-12-2019 WJZ/17704957(10958) 2019 66843 24-12-2019 18-12-2019 WJZ/17704957(10958) 01-01-2020 Artikel VI van Stcrt. 2019/66843 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7.6 — Artikel 7.6 Subsidies van € 25.000 tot € 125.000 met verantwoording over activiteiten#
Artikel 7.6 Subsidies van € 25.000 tot € 125.000 met verantwoording over activiteiten 1 artikel 1.5, onderdeel c, onder 1° De ontvanger van een subsidie als bedoeld in, toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de minister daaraan geen behoefte heeft. 2 Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd. 3 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 7.7 — Artikel 7.7 Subsidies van € 25.000 tot € 125.000 met verantwoording in verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten#
Artikel 7.7 Subsidies van € 25.000 tot € 125.000 met verantwoording in verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten 1 artikel 1.5, onderdeel c, onder 2° De ontvanger van een subsidie als bedoeld in, toont aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen. 2 Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de totale gerealiseerde kosten verminderd met de totale gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag. 3 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 7.8 — Artikel 7.8 Subsidies vanaf € 125.000, anders dan voor meetbare prestatie-eenheden#
Artikel 7.8 Subsidies vanaf € 125.000, anders dan voor meetbare prestatie-eenheden 1 artikel 1.5, onderdeel d De ontvanger van een subsidie als bedoeld in, legt rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, tenzij dit voor de berekening van het bedrag van de subsidie niet van belang is. 2 De minister kan de subsidieontvanger verplichten om het financieel verslag vergezeld te doen gaan van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger. 3 Een verschil tussen het financieel verslag en de begroting van ten minste 20% van een afzonderlijke begrotingspost wordt toegelicht, tenzij het verschil met die begrotingspost lager is dan € 25.000. 4 Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten verminderd met de gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag. 5 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling. 2019 66843 24-12-2019 18-12-2019 WJZ/17704957(10958) 2019 66843 24-12-2019 18-12-2019 WJZ/17704957(10958) 01-01-2020 Artikel VI van Stcrt. 2019/66843 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Periode voor subsidieverstrekking#
Artikel 8.1 Periode voor subsidieverstrekking 1 Een instellingssubsidie wordt per boekjaar verleend en per boekjaar vastgesteld. 2 De subsidieontvanger stelt het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 Aanvraag subsidieverlening#
Artikel 8.2 Aanvraag subsidieverlening 1 artikel 3.2, tweede lid In afwijking van, wordt een aanvraag tot verlening van een instellingssubsidie ingediend uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd. 2 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen voor de termijn, bedoeld in het eerste lid. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 Eerste aanvraag instellingssubsidie#
Artikel 8.3 Eerste aanvraag instellingssubsidie 1 Indien de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie wordt ingediend door een privaatrechtelijke rechtspersoon waaraan de minister geen instellingssubsidie heeft verstrekt ten behoeve van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd, gaat de aanvraag vergezeld van: a. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd, en b. de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop. 2 De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bescheiden zijn voorzien van een controleverklaring van een accountant. 3 De minister kan vrijstelling en ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 8.4 Bevoorschotting en betaling 1 artikel 6.1 In afwijking vanverleent de minister bij het besluit tot subsidieverlening ambtshalve de volgende voorschotten: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het bedrag van de verleende instellingssubsidie. 2 De voorschotten worden betaald overeenkomstig de voorschotverlening, bedoeld in het eerste lid. 3 Bij beschikking kan van het eerste en tweede lid worden afgeweken. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 8.5 — Artikel 8.5 Verzekeringsplicht#
Artikel 8.5 Verzekeringsplicht 1 Indien een instellingssubsidie is verleend, verzekert de subsidieontvanger haar roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van diefstal en brand alsmede tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden. 2 Indien een instellingssubsidie is verleend, verzekert de subsidieontvanger de wettelijke aansprakelijkheid van vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten. 3 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 8.6 — Artikel 8.6 Vaststelling#
Artikel 8.6 Vaststelling artikel 7.8, vierde lid Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie in afwijking van, vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte bij de verlening is genoemd, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve. 2019 66843 24-12-2019 18-12-2019 WJZ/17704957(10958) 2019 66843 24-12-2019 18-12-2019 WJZ/17704957(10958) 01-01-2020 Artikel VI van Stcrt. 2019/66843 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8.7 — Artikel 8.7 Egalisatiereserve#
Artikel 8.7 Egalisatiereserve 1 artikel 1.5, onderdeel d De ontvanger van een subsidie als bedoeld in, voor zover het een instellingssubsidie betreft, vormt een egalisatiereserve. 2 De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag van de instellingssubsidie dan wel ten hoogste een lager percentage dat door de minister bij de beschikking tot verlening is bepaald. 3 Indien de instellingssubsidie wordt verlaagd wegens het niet of niet geheel verrichten van de activiteiten waarvoor de instellingssubsidie is verleend, wordt de maximaal toegestane egalisatiereserve berekend op basis van de verlaagde instellingssubsidie. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 8.8 — Artikel 8.8 Besteding egalisatiereserve#
Artikel 8.8 Besteding egalisatiereserve 1 De egalisatiereserve wordt in een boekjaar uitsluitend besteed aan activiteiten waarvoor de instellingssubsidie in dat boekjaar is verleend en die niet kunnen worden bekostigd uit de instellingssubsidie die is verleend ten behoeve van dat boekjaar. 2 De besteding van de egalisatiereserve wordt verantwoord met het activiteitenverslag en het financieel verslag. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 8.9 — Artikel 8.9 Opbouw egalisatiereserve#
Artikel 8.9 Opbouw egalisatiereserve 1 De egalisatiereserve wordt gevormd door een toevoeging bij een positief exploitatieresultaat en een onttrekking bij een negatief exploitatieresultaat. Het exploitatieresultaat is de som van de gerealiseerde bijdragen van derden, de in het besluit tot verlening vermelde begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage als deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage en de verleende instellingssubsidie verminderd met de gerealiseerde kosten. 2 De maximale toevoeging aan de egalisatiereserve is het bedrag dat aan de egalisatiereserve kan worden toegevoegd zonder de maximale omvang daarvan te overschrijden. De maximale onttrekking aan de egalisatiereserve is het bedrag van de egalisatiereserve. 3 De toevoeging of onttrekking is gelijk aan het exploitatieresultaat vermenigvuldigd met de verleende instellingssubsidie gedeeld door de som van de in het besluit tot verlening vermelde begrote eigen bijdrage en de verleende instellingssubsidie. 4 Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, wordt dat bedrag bij de vaststelling in mindering gebracht op de instellingssubsidie. 5 Voor de toepassing van de vorige leden worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten, de bijdragen van derden en de instellingssubsidie met betrekking tot activiteiten waarvoor de instellingssubsidie is verleend en die werkelijk zijn verricht. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 Bekostigde onderwijsinstellingen#
Artikel 9.1 Bekostigde onderwijsinstellingen 1 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES hoofdstukken 7 8 Op bekostigde onderwijsinstellingen waarop deonderscheidenlijk devan toepassing is, zijn deenniet van toepassing. 2 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES De verantwoording van subsidie door bekostigde onderwijsinstellingen waarop deonderscheidenlijk devan toepassing is, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de voorschriften, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs onderscheidenlijk de Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES. 3 Bij subsidie aan bekostigde onderwijsinstellingen wordt onderscheid gemaakt tussen: a. subsidie waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt, b. subsidie die uitsluitend mag worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt en waarbij niet bestede middelen worden teruggevorderd, en c. subsidie die ook kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 4 artikel 1.5 In afwijking vanwordt subsidie aan bekostigde onderwijsinstellingen op de volgende wijze verstrekt: a. subsidie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt direct vastgesteld, b. subsidie als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, bedraagt € 125.000 of meer en wordt verleend en vastgesteld, en c. subsidie als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, wordt direct vastgesteld. 5 Subsidie aan bekostigde onderwijsinstellingen wordt op de volgende wijze verantwoord: a. subsidie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt in ieder geval verantwoord in model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving, b. subsidie als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt in ieder geval verantwoord in model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. 2019 19769 11-04-2019 01-04-2019 WJZ-5388618(10093) 2019 19769 11-04-2019 01-04-2019 WJZ-5388618(10093) 01-07-2019 Is van toepassing met ingang van het verslagjaar 2019.
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 Verantwoording in jaarverslaggeving niet bekostigde instellingen#
Artikel 9.2 Verantwoording in jaarverslaggeving niet bekostigde instellingen 1 De minister kan bepalen dat de financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig door de minister vast te stellen voorschriften voor de jaarverslaggeving die zijn bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl. 2 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig een door de minister vastgesteld accountantsprotocol dat is bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl. 2017 21845 20-04-2017 10-04-2017 WJZ1135681 2017 21845 20-04-2017 10-04-2017 WJZ1135681 21-04-2017
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 Toepasselijkheid kaderregeling bij OCW#
Artikel 9.3 Toepasselijkheid kaderregeling bij OCW 1 Deze regeling is van toepassing op subsidieverstrekking door de minister op grond van de volgende artikelen of de daarop gebaseerde regelingen: a. artikelen 4, eerste en tweede lid 5 van de Wet overige OCW-subsidies de, en, b. artikel 71, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs , c. vervallen, d. vervallen, e. artikel 119, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs , f. artikel 156, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs , f1. artikel 185, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs , g. artikel 67, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs BES , h. artikel 69 van de Wet op het primair onderwijs BES , i. artikel 103, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs BES , j. vervallen, k. vervallen, l. artikel 124, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs BES , m. artikel 71, eerste lid van de Wet op de expertisecentra , n. artikel 117, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra , o. vervallen, p. vervallen, q. artikel 134, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra , r. artikel 164, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra , s. artikel 2.46, vierde en vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 , t. artikel 3.37, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 , u. artikel 5.9, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 , v. artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 , w. artikel 11.20 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 , x. door vernummering vervallen, y. door vernummering vervallen, z. door vernummering vervallen, aa. artikel 1.5.1, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs , bb. artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs , cc. artikel 2.2a.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs , dd. artikel 2.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs , ee. artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs , ff. artikel 7.4.7, zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs , gg. artikel 1.5.1, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES , hh. artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES , ii. artikel 2.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES , jj. artikel 3.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES , kk. artikel 2.18 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek , ll. artikelen 2, tweede lid 3, tweede en derde lid 3a, derde lid 3b, vierde lid, van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 ,,, en, mm. artikel 7.7, tweede lid, van de Erfgoedwet ; nn. artikelen 27 28 29 30 van het Besluit bekostiging WPO 2022 de,,en; en oo. artikelen 29 30 31 32 van het Besluit bekostiging WEC 2022 de,,en. 2 Deze regeling is van overeenkomstige toepassing op subsidies die worden verstrekt op grond van: a. artikel 120, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs , b. vervallen, c. artikel 104, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs BES , d. vervallen, e. artikel 118, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra , f. vervallen, en g. artikel 5.10, eerste tot en met derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 . 2023 7984 15-03-2023 07-03-2023 VO/35836657 2023 7984 15-03-2023 07-03-2023 VO/35836657 16-03-2023
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 Geen subsidies kleiner dan € 125.000#
Artikel 10.1 Geen subsidies kleiner dan € 125.000 1 Subsidies van minder dan € 125.000 worden niet verleend of zonder voorafgaande verlening vastgesteld. 2 Het eerste lid geldt niet voor: a. subsidies met betrekking tot oorlogsgetroffenen en herinnering Wereldoorlog II, b. artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg subsidies aan organisaties als bedoeld invoor activiteiten met betrekking tot specialistenregisters van wettelijk erkende specialistentitels, c. subsidies ten behoeve van activiteiten die het leren gebruiken van uitkomstinformatie voor Samen beslissen bewerkstelligen of bevorderen, d. subsidies ten behoeve van de donorwerving in ziekenhuizen, e. Beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional subsidies uit hoofde van het, f. Beleidsregels subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 2 subsidies uit hoofde van de, g. Beleidsregels subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 3 subsidies uit hoofde van de, h. Subsidieregeling topsportevenementen 2024–2028 subsidies uit hoofde van de. 2024 10726 03-04-2024 25-03-2024 3789648-1063016-S 2024 10726 03-04-2024 25-03-2024 3789648-1063016-S 04-04-2024
Artikel 11.1 — Artikel 11.1 Overgangsbepaling OCW#
Artikel 11.1 Overgangsbepaling OCW 1 Regeling OCW-subsidies Dewordt ingetrokken. 2 Regeling OCW-subsidies Deblijft voor zover niet anders is bepaald van toepassing op: a. de verstrekking van subsidies waarvan de aanvraag is ontvangen voor 1 april 2016, b. Regeling OCW-subsidies subsidies die voor inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld en waarop devan toepassing was. 3 Regeling OCW-subsidies Na inwerkingtreding van deze regeling is deze regeling van toepassing op regelingen met betrekking tot subsidieverstrekking, vastgesteld voor de inwerkingtreding van deze regeling, voor zover dedaarop van toepassing was. 4 Wijzigt de Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012. 5 Wijzigt de Subsidieregeling pilot tweetalig primair onderwijs. 6 artikelen 3.2, tweede lid 4.3, eerste lid Op subsidies die worden verstrekt door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zijn de, en, niet van toepassing tot 1 januari 2017. 7 artikelen 3.1 7.1 Op regelingen met betrekking tot subsidieverstrekking, vastgesteld voor de inwerkingtreding van deze regeling, zijn deenniet van toepassing. 2018 58634 24-10-2018 10-10-2018 MBO/1355636 2018 58634 24-10-2018 10-10-2018 MBO/1355636 25-10-2018 01-01-2017
Artikel 11.2 — Artikel 11.2 Overgangsbepaling SZW#
Artikel 11.2 Overgangsbepaling SZW 1 Algemene regeling SZW-subsidies Dewordt ingetrokken. 2 Algemene regeling SZW-subsidies Deblijft voor zover niet anders is bepaald van toepassing op: a. de verstrekking van subsidies waarvan de aanvraag is ontvangen voor 1 april 2016, b. Algemene regeling SZW-subsidies subsidies die voor inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld en waarop devan toepassing was, c. Algemene regeling SZW-subsidies regelingen met betrekking tot subsidieverstrekking, vastgesteld voor de inwerkingtreding van deze regeling, voor zover dedaarop van toepassing was, en d. beschikkingen op grond van regelingen als bedoeld in onderdeel c. 3 Algemene regeling SZW-subsidies Indien in een regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of in een besluit tot subsidieverstrekking debuiten toepassing is verklaard, is deze regeling daarop en op de daarop gebaseerde beschikkingen in verband met subsidieverstrekking eveneens niet van toepassing. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 11.3 — Artikel 11.3 Overgangsbepaling VWS#
Artikel 11.3 Overgangsbepaling VWS 1 Kaderregeling VWS-subsidies Dewordt ingetrokken. 2 Kaderregeling VWS-subsidies Deblijft voor zover niet anders is bepaald van toepassing op: a. de verstrekking van subsidies waarvan de aanvraag is ontvangen voor 1 april 2016, en b. Kaderregeling VWS-subsidies subsidies die voor inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld op grond van de. 3 Beleidskader subsidiëring anonieme e-mental health Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet Beleidskader Sinti en Roma artikel 1.3 Na inwerkingtreding van deze regeling berusten het Beleidskader sportevenementen, het Beleidskader eerstelijnscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties, het Beleidskader voor subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties, het, de, heten het Beoordelingskader TOETS op. 4 Beleidskader subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet artikel 6, tweede en derde lid artikel 16 van de Kaderregeling VWS-subsidies Voor de uitvoering van hetblijven, envan toepassing. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 11.4 — Artikel 11.4 Hardheidsclausule#
Artikel 11.4 Hardheidsclausule 1 De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2 artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht De minister kan ambtshalve of op aanvraag een subsidie verstrekken uit hoofde vanen daarbij een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 11.4a — Artikel 11.4a Omhangbepaling#
Artikel 11.4a Omhangbepaling artikelen 3.37, tweede lid 5.9 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Deze regeling berust mede op de,en. 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 01-08-2022
Artikel 11.5 — Artikel 11.5 Inwerkingtreding#
Artikel 11.5 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2016. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 11.6 — Artikel 11.6 Citeertitel#
Artikel 11.6 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016