Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 januari 2016, nr. WJZ/717829 (10547), houdende regels over het beheer van de rijkscollectie, de subsidiëring van instellingen met een wettelijke taak tot beheer van collecties en enkele technische aanpassingen (Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen)
- BWB-id
- BWBR0037533
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037533
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-beheer-rijkscollectie-en-subsidi-ring-museale-inste
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-beheer-rijkscollectie-en-subsidi-ring-museale-inste/2025-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037533&g=2025-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037533&z=2026-06-06&g=2025-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037533/2025-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-beheer-rijkscollectie-en-subsidi-ring-museale-inste
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: beheerder: minister wie het aangaat, college van staat of instelling die museale cultuurgoederen van de Staat beheert; instelling met een wettelijke taak: artikel 2.8 van de Erfgoedwet instelling die op grond vanbelast is met het beheer van museale cultuurgoederen van de Staat of andere cultuurgoederen; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 08-02-2016
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Grondslag#
Artikel 1.2 Grondslag artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid artikelen 3 4 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid. Deze regeling berust mede open deen 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Bewaaromstandigheden#
Artikel 2.1 Bewaaromstandigheden Een beheerder zorgt dat museale cultuurgoederen van de Staat zich bevinden in voor de desbetreffende cultuurgoederen passende bewaaromstandigheden. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Registratie en administratie#
Artikel 2.2 Registratie en administratie 1 Een beheerder registreert museale cultuurgoederen van de Staat op zodanige wijze dat uit de registratie van de beheerder de actuele juridische status, standplaats en staat van de cultuurgoederen blijkt en dat de cultuurgoederen kunnen worden geïdentificeerd. 2 Een beheerder registreert museale cultuurgoederen van de Staat op zodanige wijze dat de registraties aangesloten zijn op het geautomatiseerde systeem van de minister voor registraties van museale cultuurgoederen van de Staat. 3 Voor zover een beheerder nog niet alle registraties heeft geautomatiseerd, zorgt de beheerder dat: a. mutaties in de registratie overeenkomstig het tweede lid plaatsvinden; en b. op planmatige wijze volledige automatisering en aansluiting op het systeem van de minister wordt gerealiseerd. 4 Een beheerder bewaart de administratie van de museale cultuurgoederen van de Staat op zodanige wijze dat de administratie duurzaam toegankelijk is. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Schade en restauratie#
Artikel 2.3 Schade en restauratie 1 Een beheerder houdt de schade aan een museaal cultuurgoed van de Staat in zijn administratie bij en meldt schade onverwijld aan de inspecteur. 2 De minister wie het aangaat of een college van staat doet een museaal cultuurgoed van de Staat alleen restaureren na overleg met de minister. 3 De minister kan een beheerder aanwijzingen geven over de restauratie van een museaal cultuurgoed van de Staat. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 De Minister van OCW; waardering en advies#
Artikel 2.4 De Minister van OCW; waardering en advies 1 De minister stelt desgevraagd of uit eigen beweging vast of een roerende zaak waarvan de Staat eigenaar is of waarvan het beheer door een derde aan de Staat is toevertrouwd een museaal cultuurgoed van de Staat is. 2 De minister adviseert desgevraagd of uit eigen beweging over het beheer van museale cultuurgoederen van de Staat, zowel in algemene zin als ten aanzien van een specifiek museaal cultuurgoed. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Schade aan derden en aansprakelijkstelling#
Artikel 2.5 Schade aan derden en aansprakelijkstelling 1 De minister wie het aangaat of een college van staat beheert de museale cultuurgoederen van de Staat op zodanige wijze dat het risico van schade aan derden of van aansprakelijkstelling van de Staat door derden zo klein mogelijk wordt gehouden. 2 De minister wie het aangaat of een college van staat inventariseert het risico dat met de museale cultuurgoederen van de Staat aanzienlijke schade aan derden kan worden toegebracht of dat het beheer van die cultuurgoederen aanleiding kan zijn tot aansprakelijkstelling van de Staat door derden met aanzienlijke financiële gevolgen. 3 Aan de hand van de schatting van de kans dat de risico’s, bedoeld in het eerste en tweede lid, zich zullen voordoen, besluit de minister wie het aangaat of het college van staat over maatregelen ter voorkoming of beperking van deze risico’s, dan wel tot herstel van de schade of de opvang van de gevolgen van aansprakelijkstelling. 4 De minister wie het aangaat of een college van staat zorgt voor het administreren van gegevens over gevallen van schade of aansprakelijkstelling die verband houden met het beheer van museale cultuurgoederen van de Staat. 5 De gegevens, bedoeld in het vierde lid, worden desgevraagd aan de minister overgelegd. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Verzekering#
Artikel 2.6 Verzekering 1 artikel 2.5, eerste en tweede lid De minister wie het aangaat of een college van staat verzekert de risico’s van schade voor of aansprakelijkheid van de Staat, bedoeld in, om redenen van doelmatigheid in het algemeen niet. 2 Een besluit tot verzekeren van risico als bedoeld in het eerste lid, wordt genomen in overeenstemming met de Minister van Financiën. 3 Na overleg tussen de minister wie het aangaat of een college van staat en de Minister van Financiën kan worden besloten dat de afwikkeling van een schade of een aansprakelijkheid namens de Staat gebeurt door de Minister van Financiën. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Planmatig beleid cultuurgoederen#
Artikel 2.7 Planmatig beleid cultuurgoederen Een instelling met een wettelijke taak baseert het planmatig beleid voor het beheer van de cultuurgoederen of verzamelingen op een actuele analyse van de stand van het beheer en beschrijft in het beleid ten minste: a. de te bereiken doelen op in ieder geval de gebieden behoud van de cultuurgoederen en veiligheidszorg; en b. de wijze waarop het beleid wordt uitgevoerd. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Reikwijdte#
Artikel 3.1 Reikwijdte artikel 7.2 van de Erfgoedwet Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidies die de minister verstrekt op grond van. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Ambtshalve subsidieverlening en hoogte subsidiebedragen#
Artikel 3.2 Ambtshalve subsidieverlening en hoogte subsidiebedragen 1 1 Inclusief loon- en prijsbijstelling 2023. artikel 7.2 van de Erfgoedwet De minister verleent jaarlijks voor 1 oktober ambtshalve de volgende subsidiebedragenvoor de uitvoering in het daarop volgende jaar van de taak, bedoeld in: Stichting Erfgoedpark Batavialand € 1.206.418 Stichting Eye Filmmuseum € 5.895.237 Stichting Haags Historisch Museum € 362.381 Stichting het Nederlandse Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde € 9.188.048 Stichting Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid € 126.778 Stichting Het Nieuwe Instituut € 4.164.767 Stichting Het Rijksmuseum € 37.044.375 Stichting Joods Historisch Museum € 1.775.106 Stichting Keramiekmuseum Het Princessehof € 296.007 Stichting Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis € 3.305.594 Stichting Kröller-Müller Museum € 9.796.966 Stichting Museum Catharijneconvent € 3.667.622 Stichting Museum Slot Loevestein € 1.153.505 Stichting Nationaal Glasmuseum Leerdam € 238.376 Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen € 9.365.377 Stichting Naturalis Biodiversity Center € 15.193.803 Stichting Nederlands Fotomuseum € 2.496.008 Stichting Nederlands Literatuurmuseum en Literatuurarchief € 2.184.297 Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam € 8.071.027 Stichting Paleis Het Loo, Nationaal Museum 1 € 13.063.710 Stichting Panorama Mesdag € 913.279 Stichting Rijksmuseum Muiderslot € 668.841 Stichting Rijksmuseum Twenthe € 2.592.326 Stichting Rijksmuseum van Oudheden € 4.636.165 Stichting tot Beheer en Instandhouding van Teylers Museum € 2.500.061 Stichting tot beheer van het Museum Boerhaave, Rijksmuseum voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen en van de geneeskunde € 3.668.972 Stichting tot Beheer van het Museum van het Boek / Museum Meermanno-Westreenianum € 684.703 Stichting tot Beheer van Huis Doorn € 1.150.417 Stichting tot Exploitatie van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie € 5.184.778 Stichting Van Gogh Museum voorheen Rijksmuseum Vincent van Gogh / Rijksmuseum H.W. Mesdag € 8.428.300 Stichting Zuiderzeemuseum € 6.496.881 1 In verband met een herverdeling van € 12.000.000 in 2021 wordt vanaf 2022 tot en met 2026 een bedrag van € 2.400.000 in mindering gebracht. Vanaf 2027 wordt deze incidentele vermindering niet meer toegepast. 2025 32909 30-09-2025 22-09-2025 EENK/54356729 2025 32909 30-09-2025 22-09-2025 EENK/54356729 01-10-2025
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Wijziging subsidiebedrag#
Artikel 3.3 Wijziging subsidiebedrag 1 De minister kan de subsidie verhogen: a. rekening houdend met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden of van de kosten in de ontwikkeling van het prijspeil voorafgaand aan of tijdens het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft; of b. voor zover sprake is van aanvullende activiteiten die wijziging van de subsidie naar het oordeel van de minister rechtvaardigen. 2 Indien de subsidie wordt gewijzigd, rekening houdend met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden of de kosten van het prijspeil, bepaalt de minister welk percentage van de subsidie wordt aangemerkt als loongevoelig onderscheidenlijk prijsgevoelig. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Voorschotten#
Artikel 3.4 Voorschotten 1 Artikel 2.11, eerste tot en met vierde lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 3.3, eerste lid Indien de subsidie op grond van, wordt gewijzigd, wordt de bevoorschotting overeenkomstig aangepast. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Subsidieverplichting: in te dienen documenten#
Artikel 3.5 Subsidieverplichting: in te dienen documenten 1 Een instelling met een wettelijke taak dient jaarlijks uiterlijk op 1 november de volgende documenten in bij de minister: a. een begroting; en b. artikel 3.7 voor zover van toepassing, een onderhouds- en investeringsplan als bedoeld in. 2 De begroting behelst een overzicht van de voor het kalenderjaar geraamde baten en lasten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de wettelijke taak waarmee de instelling is belast, en sluit aan op het door de minister verleende subsidiebedrag. 3 De begroting bevat een postgewijze toelichting. 4 artikelen 2.5, vierde lid 2.6 2.7 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 3.7 Indiening van een onderhouds- en investeringsplan als bedoeld inkan achterwege blijven, indien de instelling met een wettelijke taak er redelijkerwijs van uit kan gaan dat de minister al over de meest recente versie van het plan beschikt. 6 Indien uitvoering van wettelijke taak aan de hand van de ingediende documenten, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de minister bezwaarlijk is, kan hij de subsidieontvanger aanwijzingen geven tot wijziging van die documenten. 2024 13878 30-04-2024 18-04-2024 45451694 2024 13878 30-04-2024 18-04-2024 45451694 17-09-2024 2024 28602 03-09-2024 07-08-2024 1567678 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2024/13878 gesteld op 19
september 2024.
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Wijze van indiening#
Artikel 3.6 Wijze van indiening artikel 3.5, eerste lid De indiening van de documenten, bedoeld in, geschiedt op een door de minister te bepalen elektronische wijze. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Subsidieverplichting: gebouwen#
Artikel 3.7 Subsidieverplichting: gebouwen 1 De volgende instellingen met een wettelijke taak beschikken voor gebouwen waarin cultuurgoederen worden beheerd waar de taak op ziet, over een actueel meerjarig onderhouds- en investeringsplan: a. instellingen die eigenaar zijn van die gebouwen; en b. instellingen die met het Rijksvastgoedbedrijf een huurovereenkomst hebben gesloten over die gebouwen en waarbij overeengekomen is dat de instelling verantwoordelijk is voor de instandhouding van de gebouwen. 2 Een instelling als bedoeld in het eerste lid dient telkens na vier jaar een actueel onafhankelijk bouwkundig inspectierapport van de gebouwen in. De eerste indiening vindt plaats voor 1 januari 2020. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Overige subsidieverplichtingen#
Artikel 3.8 Overige subsidieverplichtingen artikelen 2.12 tot en met 2.14 2.17 tot en met 2.21 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Aanvraag tot vaststelling#
Artikel 3.9 Aanvraag tot vaststelling artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid De aanvraag tot vaststelling van de subsidie geschiedt in de verantwoording van de subsidie die de instelling met een wettelijke taak voor het betreffende jaar ontvangt op grond van, met overeenkomstige toepassing van: a. artikelen 2.26 2.27, eerste en tweede lid 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid voor wat betreft de jaarrekening: de,, en; en b. artikelen 2.15, tweede, derde en vijfde lid, tweede volzin 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid voor wat betreft het bestuursverslag: de, en. 2025 15444 06-05-2025 24-04-2025 51482711 2025 15444 06-05-2025 24-04-2025 51482711 07-05-2025
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Beschikking tot vaststelling#
Artikel 3.10 Beschikking tot vaststelling Artikel 2.29, eerste lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de subsidie. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Besteding resterende middelen#
Artikel 3.11 Besteding resterende middelen artikel 2.8 van de Erfgoedwet Indien na uitvoering van de taak, bedoeld in, de subsidie niet volledig is aangewend en langetermijninvesteringsreserves zijn aangehouden voor het beheer van de cultuurgoederen of de instandhouding van gebouwen, zoals opgenomen in de begroting voor het desbetreffende jaar, dan kan de instelling de resterende middelen besteden aan publieksactiviteiten of andere activiteiten in het kader van de cultuurgoederen. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Hardheidsclausule#
Artikel 3.12 Hardheidsclausule Artikel 6.1 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Reikwijdte#
Artikel 3.13 Reikwijdte 1 hoofdstuk 3 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidies, niet zijnde subsidies als bedoeld in, die de minister voor de jaren 2025 tot en met 2028 op grond vanverstrekt aan instellingen met een wettelijke taak. 2 Artikel 2.2 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is niet van toepassing op de verstrekking van subsidies als bedoeld in het eerste lid aan instellingen met een wettelijke taak. 2023 32605 28-11-2023 20-11-2023 WJZ/42300229 2023 32605 28-11-2023 20-11-2023 WJZ/42300229 29-11-2023 Artikel III van Stcrt. 2023/32605 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Ambtshalve subsidieverlening#
Artikel 3.14 Ambtshalve subsidieverlening 1 Erfgoedwet De minister verleent voor 1 oktober 2024 ambtshalve subsidie voor publieksactiviteiten en andere activiteiten – niet behorende tot beheer van de collectie in de zin van de– aan instellingen met een wettelijke taak, die als kernactiviteit het beheer van een collectie van cultureel erfgoed hebben. 2 De minister verleent voor 1 oktober 2024 tevens ambtshalve: a. subsidie aan ten hoogste één instelling met een wettelijke taak, die als kernactiviteit heeft het beheren van een collectie van cultureel erfgoed op het gebied van kunsthistorische documentatie, voor het uitvoeren van een activiteitenprogramma als ondersteunende instelling; b. een aanvullend bedrag aan ten hoogste één instelling met een wettelijke taak, voor: 1°. het bevorderen van de bescherming en kennis van immaterieel erfgoed; en 2°. het onderhouden van de Canon van Nederland; c. een aanvullend bedrag aan ten hoogste één instelling met een wettelijke taak, voor publieksactiviteiten in relatie tot de Leidse Siebold-collectie; en d. een aanvullend bedrag aan ten hoogste één instelling met een wettelijke taak, voor activiteiten ter bevordering van een netwerk van museumconservatoren van Nederlandse en Vlaamse kunst. 2024 13878 30-04-2024 18-04-2024 45451694 2024 13878 30-04-2024 18-04-2024 45451694 17-09-2024 2024 28602 03-09-2024 07-08-2024 1567678 Artikel III van Stcrt. 2024/13878 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging. Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2024/13878 gesteld op 19
september 2024.
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 Subsidieverplichting: in te dienen documenten en toepassing codes#
Artikel 3.15 Subsidieverplichting: in te dienen documenten en toepassing codes 1 De subsidieontvanger dient uiterlijk op 1 november 2024 een activiteitenplan en een begroting in. 2 De begroting sluit aan op het door de minister verleende subsidiebedrag. 3 In het activiteitenplan verklaart de subsidieontvanger dat hij: a. de navolgende codes onderschrijft: 1°. Fair Practice Code; 2°. Governance Code Cultuur; 3°. Code Diversiteit en Inclusie; en b. zich met ingang van 1 januari 2025 zal aansluiten bij de bestaande collectieve afspraken over honorering binnen zijn sector; en c. aansluit bij de sociale dialoog tussen werkgevers of opdrachtgevers en werknemers of opdrachtnemers. 4 artikelen 2.4 2.5 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 5 Indien uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten aan de hand van de ingediende documenten, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de minister bezwaarlijk is, kan hij de subsidieontvanger aanwijzingen geven tot wijziging van die documenten. 2024 13878 30-04-2024 18-04-2024 45451694 2024 13878 30-04-2024 18-04-2024 45451694 17-09-2024 2024 28602 03-09-2024 07-08-2024 1567678 Artikel III van Stcrt. 2024/13878 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging. Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2024/13878 gesteld op 19
september 2024.
Artikel 3.16 — Artikel 3.16 Wijze van indiening#
Artikel 3.16 Wijze van indiening artikel 3.15, eerste lid De indiening van de documenten, bedoeld in, geschiedt op een door de minister te bepalen elektronische wijze. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.17 — Artikel 3.17 Hoogte subsidiebedragen#
Artikel 3.17 Hoogte subsidiebedragen 1 2 Inclusief loon- en prijsbijstelling 2023. artikel 3.14, eerste lid De subsidie,bedoeld in, bedraagt voor de volgende instellingen met een wettelijke taak jaarlijks: Stichting Eye Filmmuseum € 5.034.691 Stichting Haags Historisch Museum € 296.730 Stichting het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde € 6.213.494 Stichting Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid € 256.143 Stichting Het Nieuwe Instituut € 6.040.502 Stichting Het Rijksmuseum € 8.777.904 Stichting Joods Historisch Museum € 3.439.695 Stichting Keramiekmuseum Het Princessehof € 1.590.667 Stichting Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis € 2.058.287 Stichting Kröller-Müller Museum € 2.145.944 Stichting Museum Catharijneconvent € 3.484.263 Stichting Museum Slot Loevestein € 242.945 Stichting Nationaal Glasmuseum Leerdam € 384.316 Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen € 12.861.110 Stichting Naturalis Biodiversity Center € 10.250.293 Stichting Nederlands Fotomuseum € 1.032.992 Stichting Nederlands Literatuurmuseum en Literatuurarchief € 2.010.552 Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam € 2.446.113 Stichting Paleis Het Loo, Nationaal Museum € 3.768.628 Stichting Rijksmuseum Muiderslot € 341.061 Stichting Rijksmuseum Twenthe € 1.144.321 Stichting Rijksmuseum van Oudheden € 4.843.141 Stichting tot Beheer en Instandhouding van Teylers Museum € 1.681.463 Stichting tot Beheer van het Museum Boerhaave, Rijksmuseum voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen en van de geneeskunde € 2.479.819 Stichting tot beheer van het Museum van het Boek / Museum Meermanno-Westreenianum € 1.018.776 Stichting tot Beheer van Huis Doorn € 362.955 Stichting Van Gogh Museum voorheen Rijksmuseum Vincent van Gogh / Rijksmuseum H.W. Mesdag € 1.742.336 Stichting Zuiderzeemuseum € 4.350.461 2 3 Inclusief loon- en prijsbijstelling 2023. artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a De subsidie,bedoeld in, bedraagt voor de volgende instelling met een wettelijke taak jaarlijks: Instelling Bedrag Stichting tot Exploitatie van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie € 1.662.496 3 artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b, onder 1° De subsidie, bedoeld in, bedraagt voor de volgende instelling met een wettelijke taak jaarlijks: Instelling Bedrag Stichting het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde € 1.001.551 4 artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b, onder 2° De subsidie, bedoeld in, bedraagt voor de volgende instelling met een wettelijke taak jaarlijks: Instelling Bedrag Stichting het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde € 110.429 5 artikel 3.14, tweede lid, onderdeel c De subsidie, bedoeld in, bedraagt voor de volgende instelling met een wettelijke taak jaarlijks: Instelling Bedrag Stichting Naturalis Biodiversity Center € 358.538 6 artikel 3.14, tweede lid, onderdeel d De subsidie, bedoeld in, bedraagt voor de volgende instelling met een wettelijke taak jaarlijks: Instelling Bedrag Stichting Het Rijksmuseum € 226.503 2025 15444 06-05-2025 24-04-2025 51482711 2025 15444 06-05-2025 24-04-2025 51482711 07-05-2025
Artikel 3.18 — Artikel 3.18 Besteding resterende middelen#
Artikel 3.18 Besteding resterende middelen artikel 2.8 van de Erfgoedwet Indien de subsidie na uitvoering van de activiteiten zoals opgenomen in de begroting voor het desbetreffende jaar niet volledig is aangewend, dan kan de instelling de resterende middelen besteden ten behoeve van de taak waarmee zij op grond vanis belast. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.19 — Artikel 3.19 Visitatie#
Artikel 3.19 Visitatie 1 Een instelling met een wettelijke taak verleent haar medewerking aan een eenmaal per vier jaar te houden visitatie, die ten doel heeft de wijze waarop die instelling haar taken en publieksactiviteiten verricht te beoordelen. 2 De minister kan nadere eisen stellen aan de visitatie, bedoeld in het eerste lid. 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Overgangsbepaling Stichting Panorama Mesdag#
Artikel 4.1 Overgangsbepaling Stichting Panorama Mesdag 1 artikel 3.2, eerste lid De Minister verstrekt de subsidie, bedoeld in, voor het eerst voor het kalenderjaar 2026 aan de Stichting Panorama Mesdag. 2 artikel 3.2, eerste lid In afwijking van, verstrekt de Minister de subsidie aan de Stichting Panorama Mesdag ten behoeve van het kalenderjaar 2026 vóór 1 november 2025. 3 artikel 3.5, eerste lid In afwijking van, dient Stichting Panorama Mesdag voor het kalenderjaar 2026 uiterlijk op 1 december 2025 de volgende documenten in bij de Minister: a. een begroting; en b. artikel 3.7 een onderhouds- en investeringsplan als bedoeld in. 2025 32909 30-09-2025 22-09-2025 EENK/54356729 2025 32909 30-09-2025 22-09-2025 EENK/54356729 01-10-2025
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten#
Artikel 4.2 Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten Wijzigt de Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008#
Artikel 4.3 Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 Wijzigt het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Beleidsregel erkenning tot het Nederlands cultureel erfgoed behorende monument en gelegen buiten Nederland#
Artikel 4.4 Beleidsregel erkenning tot het Nederlands cultureel erfgoed behorende monument en gelegen buiten Nederland Wijzigt de Beleidsregel erkenning tot het Nederlands cultureel erfgoed behorende monumenten gelegen buiten Nederland. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Regeling omgevingsrecht#
Artikel 4.5 Regeling omgevingsrecht Wijzigt de Regeling omgevingsrecht. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 01-07-2016
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Wijziging Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2017–2020#
Artikel 4.6 Wijziging Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2017–2020 Wijzigt de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2017-2020. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 15-01-2016 04-11-2015
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Regeling op het specifiek cultuurbeleid Wijziging#
Artikel 4.7 Regeling op het specifiek cultuurbeleid Wijziging Wijzigt de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 15-01-2016 04-11-2015
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Indieningstermijn verantwoordingsbescheiden over 2017#
Artikel 4.8 Indieningstermijn verantwoordingsbescheiden over 2017 Vervallen 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 2019 61036 11-11-2019 30-10-2019 17644318 12-11-2019 Artikel III, tweede lid, van Stcrt. 2019/61036 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Inwerkingtreding#
Artikel 5.1 Inwerkingtreding 1 hoofdstukken 1 3 5 De,entreden in werking met ingang van 8 februari 2016. 2 Hoofdstuk 2 artikelen 4.1 tot en met 4.5 en detreden in werking op 1 juli 2016. 3 artikelen 4.6 4.7 Deentreden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werken terug tot en met 4 november 2015. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 15-01-2016
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Citeertitel#
Artikel 5.2 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen. 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 2016 1220 14-01-2016 05-01-2016 WJZ/717829(10547) 15-01-2016