Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 augustus 2016, nr. VO/937567, houdende regels voor het verstrekken van resultaatafhankelijke bekostiging ten behoeve van de aanpak van voortijdig schoolverlaten (Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo)
- BWB-id
- BWBR0038484
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2023-03-16 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038484
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-resultaatafhankelijke-bekostiging-vsv-vo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-resultaatafhankelijke-bekostiging-vsv-vo/2023-03-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038484&g=2023-03-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038484&z=2026-06-06&g=2023-03-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038484/2023-03-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-resultaatafhankelijke-bekostiging-vsv-vo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. bedrag voor behoud of verbetering: artikel 6, derde lid, onder b onderdeel van het variabele bedrag, bedoeld in; b. bevoegd gezag: artikel 1.1 van de wet bevoegd gezag als bedoeld in; c. bovenbouw havo/vwo: vierde en vijfde leerjaar van het havo en het vierde, vijfde en zesde leerjaar van het vwo; d. bovenbouw vmbo: artikel 2, eerste lid, aanhef en onder respectievelijk a en b, van het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 derde en vierde leerjaar van het vmbo en het eerste en tweede leerjaar van de vakmanschapsroute en de beroepsroute, als bedoeld in; e. havo: artikel 2.5 van de wet hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in; f. leerling: wet leerling als bedoeld in de; g. nieuwe voortijdig schoolverlater: jongere die op 1 oktober: 1) artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs niet is ingeschreven bij een school of instelling in de zin van, terwijl de desbetreffende jongere op 1 oktober van het voorafgaande jaar wel was ingeschreven bij een school en op die datum jonger was dan 22 jaar; 2) artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs niet in het bezit is van een havo- of vwo-diploma of een diploma beroepsonderwijs als bedoeld in; en 3) niet is toegelaten tot een instelling voor hoger onderwijs; h. onderbouw: eerste en tweede leerjaar van het vmbo en het eerste, tweede en derde leerjaar van het havo en vwo; i. prestatienormbedrag: artikel 6, derde lid, onder a onderdeel van het variabele bedrag, bedoeld in; j. school: artikel 1.1 van de wet een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in, met uitzondering van scholen voor praktijkonderwijs; k. schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar; l. variabele bedrag: artikel 6, tweede lid, onder b bedrag, bedoeld in; m. vaste bedrag: artikel 6, tweede lid, onder a bedrag, bedoeld in; n. vmbo: artikel 2.93, derde lid, van de wet voorbereidend beroepsonderwijs en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs tezamen, als bedoeld in; o. vwo: artikel 2.4 van de wet voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, als bedoeld in; p. wet: Wet voortgezet onderwijs 2020 . 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 01-08-2022 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Gegevens berekening nieuwe voortijdig schoolverlaters#
Artikel 2 Gegevens berekening nieuwe voortijdig schoolverlaters 1 artikel 18 van het Besluit register onderwijsdeelnemers Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters maakt de minister gebruik van de gegevens bedoeld inmet betrekking tot onderwijsdeelnemers die zijn ingeschreven aan onderwijsinstellingen als bedoeld in deen onderwijsinstellingen als bedoeld in de. 2 bijlage 1 Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt berekend op grond van de berekeningswijze in. 2020 30013 09-06-2020 29-05-2020 WJZ/24493101 2020 30013 09-06-2020 29-05-2020 WJZ/24493101 01-07-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Verstrekking aanvullende bekostiging#
Artikel 3 Verstrekking aanvullende bekostiging 1 De minister verstrekt voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022 ambtshalve aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van scholen die bijdragen aan het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 20.000 nieuwe voortijdig schoolverlaters per jaar, gemeten over het schooljaar 2021–2022. 2 Het vaste bedrag wordt telkens voor één jaar verstrekt en betaald in de maand november voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. 3 Het variabele bedrag wordt telkens voor één jaar verstrekt en betaald in de maand november volgend op het desbetreffende kalenderjaar. 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 26-09-2020 01-09-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 4 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS hoofdstukken 3 4 6 Deis van toepassing, met uitzondering van de,en. 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 07-09-2016
Artikel 5 — Artikel 5 Besteding en verantwoording aanvullende bekostiging#
Artikel 5 Besteding en verantwoording aanvullende bekostiging 1 De aanvullende bekostiging kan worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de aanvullende bekostiging geschiedt in de jaarverslaglegging overeenkomstig de. 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 07-09-2016
Artikel 6 — Artikel 6 Bekostigingsplafond#
Artikel 6 Bekostigingsplafond 1 Voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022 is voor het verstrekken van het vaste bedrag en het variabele bedrag jaarlijks maximaal € 17.100.000 beschikbaar. 2 Van het bekostigingsplafond, bedoeld in het eerste lid, is in de kalenderjaren 2017 tot en met 2022 jaarlijks: a. € 8.550.000 bedoeld voor het vaste bedrag; en b. € 8.550.000 bedoeld voor het variabele bedrag. 3 Het variabele bedrag bestaat uit: a. het prestatienormbedrag; en b. het bedrag voor behoud of verbetering. 4 Indien het deel van het bekostigingsplafond dat is bestemd voor respectievelijk het vaste dan wel het variabele bedrag wordt overschreden, wordt de hoogte van de aanvullende bekostiging naar evenredigheid per school verlaagd. 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 26-09-2020 01-09-2020 Abusievelijk is op het eerste en tweede lid een wijziging
geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 7 — Artikel 7 Verdeling niet-uitgeputte middelen#
Artikel 7 Verdeling niet-uitgeputte middelen 1 artikel 6, eerste lid Indien het bekostigingsplafond voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022, bedoeld in, niet volledig wordt uitgeput, wordt het resterende deel verdeeld over de scholen die in het betreffende kalenderjaar aanspraak maakten op een deel van het vaste bedrag. De verstrekking en betaling voor de kalenderjaren 2017 en 2018 geschieden in de maand maart, twee jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor het bekostigingsplafond is ingesteld. Voor de kalenderjaren 2019, 2020, 2021 en 2022 geschieden de verstrekking en betaling uiterlijk in de maand december, volgend op het kalenderjaar waarvoor het bekostigingsplafond is ingesteld. 2 De in het eerste lid bedoelde verdeling geschiedt naar rato van het percentage dat scholen hebben ontvangen voor het vaste bedrag in verhouding tot het landelijke totaal van de uitgekeerde vaste bedragen. Het percentage wordt per school berekend door het vaste bedrag dat de school heeft ontvangen te delen door het totaal van de verstrekte vaste bedragen. De school krijgt dientengevolge een zelfde percentage van het resterende deel, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 26-09-2020 01-09-2020 Abusievelijk is op het eerste lid een wijziging geformuleerd die
niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 8 — Artikel 8 Verdelingswijze en peilmomenten#
Artikel 8 Verdelingswijze en peilmomenten 1 artikel 9 Het vaste bedrag wordt verdeeld over de scholen conform de ingenoemde berekeningswijze. 2 artikel 10 Het prestatienormbedrag wordt verdeeld over de scholen conform de ingenoemde berekeningswijze. 3 artikel 11 Het bedrag voor behoud of verbetering wordt verdeeld over de scholen conform de ingenoemde berekeningswijze. 4 artikel 9 Bij de berekening van het vaste bedrag, bedoeld in, wordt het aantal leerlingen tot 22 jaar per schoolsoort en leerjaren die als daadwerkelijk schoolgaand zijn ingeschreven bij een school en voor de bekostiging worden meegeteld, jaarlijks bepaald op grond van de volgende peilmomenten: a. voor het kalenderjaar 2017: op 1 oktober 2015; b. voor het kalenderjaar 2018: op 1 oktober 2016; c. voor het kalenderjaar 2019: op 1oktober 2017; d. voor het kalenderjaar 2020: op 1 oktober 2018; e. voor het kalenderjaar 2021: op 1oktober 2019; f. voor het kalenderjaar 2022: op 1 oktober 2020. 5 artikelen 10 11 Bij de berekening van het variabele bedrag, bedoeld in deen, wordt het aantal leerlingen tot 22 jaar die als daadwerkelijk schoolgaand zijn ingeschreven bij een school en voor de bekostiging worden meegeteld, jaarlijks per schoolsoort en leerjaren bepaald op grond van de volgende peilmomenten: a. voor het kalenderjaar 2017: op 1 oktober 2016. b. voor het kalenderjaar 2018: op 1 oktober 2017; c. voor het kalenderjaar 2019: op 1 oktober 2018; d. voor het kalenderjaar 2020: op 1 oktober 2019; e. voor het kalenderjaar 2021: op 1 oktober 2020; f. voor het kalenderjaar 2022: op 1 oktober 2021. 6 In het geval er sprake is van splitsing of samenvoeging tussen de peilmomenten en het moment waarop verstrekking van de aanvullende bekostiging voor het betreffende kalenderjaar plaatsvindt, zal voor de berekening van de aanvullende bekostiging worden uitgegaan van de situatie alsof de splitsing of samenvoeging op het eerste peilmoment reeds tot stand was gekomen. 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 26-09-2020 01-09-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Berekeningswijze vaste bedrag#
Artikel 9 Berekeningswijze vaste bedrag 1 De hoogte van het vaste bedrag per school wordt vastgesteld aan de hand van het aantal leerlingen tot 22 jaar die als daadwerkelijk schoolgaand zijn ingeschreven bij een school en voor de bekostiging worden meegeteld. 2 De hoogte van het vaste bedrag per school wordt vastgesteld op grond van tabel 1. Tabel 1. Maximumbedragen beschikbaar per school aantal leerlingen tot 22 jaar per school bedrag per school 10 – 900 € 9.000 901 – 1400 € 12.000 1401 – 1900 € 16.000 1901 – 2500 € 17.500 2501 – 4000 € 22.500 meer dan 4000 € 40.000 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 07-09-2016
Artikel 10 — Artikel 10 Berekeningswijze prestatienormbedrag#
Artikel 10 Berekeningswijze prestatienormbedrag 1 De hoogte van het prestatienormbedrag per school wordt per jaar vastgesteld aan de hand van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in respectievelijk de onderbouw, de bovenbouw van het vmbo en de bovenbouw van het havo en vwo van die school ten opzichte van het aantal leerlingen tot 22 jaar in respectievelijk de onderbouw, de bovenbouw van het vmbo en de bovenbouw van het havo en vwo. 2 De uitkomst van de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma. 3 Indien het percentage, bedoeld in het tweede lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm voor de betreffende schoolsoort en leerjaren, genoemd in tabel 2, dan komt de school in aanmerking voor het prestatienormbedrag. 4 De hoogte van het prestatienormbedrag per school wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen tot 22 jaar in respectievelijk de onderbouw, de bovenbouw van het vmbo en de bovenbouw van het havo en vwo, genoemd in tabel 3. Tabel 2. Procentuele norm nieuwe voortijdig schoolverlaters onderbouw bovenbouw vmbo bovenbouw havo/vwo 2016–2017 0.75% 3.0% 0.5% 2017–2018 0.5% 2.0% 0.5% 2018–2019 0.5% 2.0% 0.5% 2019–2020 0.5% 2.0% 0.5% 2020–2021 0.5% 2.0% 0.5% 2021–2022 0.5% 2.0% 0.5% Tabel 3. Prestatienormbedrag per school (verdeeld naar schoolsoort en leerjaren) aantal leerlingen tot 22 jaar bedrag per school onderbouw 10 – 900 € 1.750 901 – 1400 € 3.750 meer dan 1400 € 5.750 bovenbouw van het vmbo 10 – 450 € 1.750 451 – 750 € 3.750 meer dan 750 € 5.750 bovenbouw van het havo en vwo 10 – 475 € 1.750 476 – 675 € 3.750 meer dan 675 € 5.750 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 26-09-2020 01-09-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Berekeningswijze bedrag voor behoud of verbetering#
Artikel 11 Berekeningswijze bedrag voor behoud of verbetering 1 Om in aanmerking te komen voor een deel van het bedrag voor behoud of verbetering, dient een school voor een schoolsoort en leerjaren aanspraak te maken op een deel van het prestatienormbedrag en dient het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in die betreffende schoolsoort en leerjaren op de school minder of gelijk te zijn aan het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in het kalenderjaar ervoor. 2 De hoogte van het bedrag voor behoud of verbetering per school wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen tot 22 jaar in respectievelijk de onderbouw, de bovenbouw van het vmbo en de bovenbouw van het havo en vwo, genoemd in tabel 4. Tabel 4. Bedrag voor behoud of verbetering per school (verdeeld naar schoolsoort en leerjaren) aantal leerlingen tot 22 jaar bedrag per school onderbouw 10 – 900 € 3.000 901 – 1400 € 6.000 meer dan 1400 € 9.000 bovenbouw van het vmbo 10 – 450 € 3.000 451 – 750 € 6.000 meer dan 750 € 9.000 bovenbouw van het havo en vwo 10 – 475 € 3.000 476 – 675 € 6.000 meer dan 675 € 9.000 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 07-09-2016
Artikel 12 — Artikel 12 Hardheidsclausule#
Artikel 12 Hardheidsclausule 1 bijlage 1 tabel 2 Indien voor de toepassing van de meetsystematiek, bedoeld in, de gegevensbronnen niet tijdig beschikbaar zijn en dit leidt tot een onbillijkheid van ernstige aard bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de betreffende school, kan de minister een correctie toepassen op de procentuele normen, bedoeld in. 2 artikel 8, vierde en vijfde lid Indien als gevolg van oprichting, splitsing, samenvoeging of verplaatsing van een school de toepassing van de peilmomenten, bedoeld in, voor het vaste bedrag of het prestatienormbedrag zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan de minister afwijken van deze gegevens. 2016 51116 30-09-2016 18-09-2016 BVE/998927 2016 51116 30-09-2016 18-09-2016 BVE/998927 01-10-2016
Artikel 12a — Artikel 12a Omhang#
Artikel 12a Omhang artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Deze regeling is mede gebaseerd op. 2023 7984 15-03-2023 07-03-2023 VO/35836657 2023 7984 15-03-2023 07-03-2023 VO/35836657 16-03-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding en horizonbepaling#
Artikel 13 Inwerkingtreding en horizonbepaling Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2024. 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 2020 49603 25-09-2020 15-09-2020 VO/25426614 26-09-2020 01-09-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo. 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 2016 46450 06-09-2016 28-08-2016 VO/937567 07-09-2016
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid