Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 oktober 2015, nr. VO/OK/587536, houdende regels voor de vaststelling van de kerstvakantie 2016, 2017, 2018, en de meivakantie 2017, 2018, 2019 en de spreiding en vaststelling van de zomervakantie 2017, 2018 en 2019 (Regeling vaststelling schoolvakanties 2016–2019)
- BWB-id
- BWBR0037100
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2016-08-01 t/m 2019-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037100
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-vaststelling-schoolvakanties-2016-2019
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-vaststelling-schoolvakanties-2016-2019/2016-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037100&g=2016-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037100&z=2026-06-06&g=2016-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037100/2016-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/regeling-vaststelling-schoolvakanties-2016-2019
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. een school voor basisonderwijs: artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES een school als bedoeld inen; c. een school voor speciaal onderwijs: artikel 1 van de Wet op de expertisecentra een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in; d. een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: artikel 1 van de Wet op de expertisecentra een school, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in; e. een school voor voortgezet speciaal onderwijs: artikel 1 van de Wet op de expertisecentra een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in; f. een school voor voortgezet onderwijs: artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld inen, met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs dat deel uitmaakt van een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld inen met uitzondering van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap met een regionaal opleidingencentrum als bedoeld inof een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; g. een school: een school als bedoeld in b, c, d, e of f. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 2 — Artikel 2 Regio's en perioden zomervakantie#
Artikel 2 Regio's en perioden zomervakantie artikel 3 Voor de vaststelling van de perioden van de zomervakantie, genoemd in artikel 6 behoort een school tot één van de regio's, genoemd in. De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Indien een school vestigingen heeft in meer dan één regio, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Regio-indeling#
Artikel 3 Regio-indeling artikel 2 De regio's, bedoeld in, zijn: a. regio noord, bestaande uit: de provincie Groningen, de provincie Friesland, de provincie Drenthe, de provincie Overijssel, de provincie Flevoland (met uitzondering van de gemeente Zeewolde) en de provincie Noord-Holland, alsmede wat betreft de provincie Gelderland de gemeente Hattem, en wat betreft de provincie Utrecht de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude; b. regio midden, bestaande uit: de provincie Utrecht (met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude), de provincie Zuid-Holland, alsmede wat betreft de provincie Flevoland de gemeente Zeewolde, wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland (met uitzondering van de voormalige gemeente Didam), Neder-Betuwe (met uitzondering van de voormalige gemeente Dodewaard), Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen, en wat betreft de provincie Noord-Brabant de gemeenten Werkendam (met uitzondering van de kernen Hank en Dussen) en Woudrichem; c. regio zuid, bestaande uit: de provincie Limburg, de provincie Noord-Brabant (met uitzondering van de gemeenten Werkendam (voor zover het betreft de kernen Sleeuwijk, Nieuwendijk en Werkendam) en Woudrichem), en de provincie Zeeland, alsmede wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Arnhem, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Neder-Betuwe (voor zover het betreft de voormalige gemeente Dodewaard), Lingewaard, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Montferland (voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam), Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Rijnwaarden, Ubbergen, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Samenvoeging gemeenten#
Artikel 4 Samenvoeging gemeenten Bij samenvoeging van gemeenten na publicatie van deze regeling behoort de nieuw te vormen gemeente tot dezelfde regio als die waartoe de samengevoegde gemeenten behoorden. Als de samen te voegen gemeenten tot verschillende regio’s behoorden, beslist de minister tot welke regio de nieuwe gemeente gaat behoren. Voordat de minister definitief beslist, wordt het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe gemeente gehoord. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 5 — Artikel 5 De kerst- en meivakanties 2016 tot en met 2019#
Artikel 5 De kerst- en meivakanties 2016 tot en met 2019 artikel 1 artikel 3 De perioden voor de kerst- en meivakanties worden voor de jaren 2016 tot en met 2019 voor alle scholen, bedoeld in, en voor alle regio’s, bedoeld in, als volgt centraal vastgesteld: Schooljaar 2016–2017 Vakantie Data Kerst 24 december 2016 tot en met 8 januari 2017 Mei 22 april tot en met 30 april 2017 Schooljaar 2017–2018 Vakantie Data Kerst 23 december 2017 tot en met 7 januari 2018 Mei 28 april tot en met 6 mei 2018 Schooljaar 2018–2019 Vakantie Data Kerst 22 december 2018 tot en met 6 januari 2019 Mei 27 april tot en met 5 mei 2019 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 6 — Artikel 6 Zomervakanties 2017, 2018 en 2019#
Artikel 6 Zomervakanties 2017, 2018 en 2019 artikel 1 De perioden voor de zomervakanties worden voor de jaren 2017, 2018 en 2019 voor alle scholen, bedoeld in, als volgt centraal vastgesteld: Schooljaar 2016–2017 Regio Noord 22 juli tot en met 3 september 2017 Regio Midden 8 juli tot en met 20 augustus 2017 Regio Zuid 15 juli tot en met 27 augustus 2017 Schooljaar 2017–2018 Regio Noord 21 juli tot en met 2 september 2018 Regio Midden 14 juli tot en met 26 augustus 2018 Regio Zuid 7 juli tot en met 19 augustus 2018 Schooljaar 2018–2019 Regio Noord 13 juli tot en met 25 augustus 2019 Regio Midden 20 juli tot en met 1 september 2019 Regio Zuid 6 juli tot en met 18 augustus 2019 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 7 — Artikel 7 Mogelijkheden om af te wijken van regio’s en zomervakantieperioden#
Artikel 7 Mogelijkheden om af te wijken van regio’s en zomervakantieperioden 1 Het bevoegd gezag van een school voor primair onderwijs kan de periode, vastgesteld in artikel 6, verlengen met ten hoogste twee dagen voorafgaand aan die periode en met ten hoogste twee dagen na die periode. 2 artikel 2 In afwijking vankan het bevoegd gezag van een school, indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan de regio waar de school gevestigd is, die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen op grond van artikel 6. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen, bedoeld in de vorige volzin, wordt uitgegaan van het aantal leerlingen dat in het voorafgaande schooljaar op 1 oktober bij de school stond ingeschreven. 3 artikel 2 artikel 6 In afwijking vankan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen op grond van. 4 In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een tijdelijke nevenvestiging of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode, bedoeld in artikel 6, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen. 5 artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 6 Het bevoegd gezag van een school voor cluster 3 en 4 onderwijs, als bedoeld in, kan de perioden, vastgesteld inbekorten. 6 artikel 6 In afwijking vanhebben in de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de zomervakanties in het primair en voortgezet onderwijs een duur van vijf weken. In afwijking van artikel 6, beginnen de zomervakanties in deze gemeenten steeds tegelijk met die regio die het eerst vakantie heeft. 7 De Inspectie van het Onderwijs toetst of de afwijkingen, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, voldoen aan de in deze leden genoemde voorschriften. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 8 — Artikel 8 Afwijkingen op verzoek#
Artikel 8 Afwijkingen op verzoek artikel 5 artikel 6 Het bevoegd gezag van een school kan in geval van bijzondere omstandigheden, bij de minister een verzoek indienen om te mogen afwijken van de perioden bedoeld inen. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 9 — Artikel 9 Voor vakantie te bestemmen examendagen voortgezet onderwijs#
Artikel 9 Voor vakantie te bestemmen examendagen voortgezet onderwijs Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs kan in bijzondere gevallen en onder voorwaarde dat de centrale examens in het voortgezet onderwijs doorgang vinden op de daarvoor voorgeschreven tijdstippen, dagen die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Staatssecretaris van Economische Zaken als examendag zijn aangewezen, voor vakantie bestemmen. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 10 — Artikel 10 Caribisch Nederland#
Artikel 10 Caribisch Nederland artikel 6 Voor de scholen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba wordt alleen de grote vakantie vastgesteld. De grote vakantie begint en eindigt op hetzelfde tijdstip als in de regio in Europees Nederland waar de zomervakantie op grond vanhet eerst begint en eindigt. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2016 en vervalt met ingang van 1 oktober 2019. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling schoolvakanties 2016–2019. 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 2015 35695 20-10-2015 10-10-2015 VO/OK/587536 01-08-2016