Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 17 mei 2016, nr. IENM/BSK-2016/26791, houdende vaststelling van de Subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart (Subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart)
- BWB-id
- BWBR0037968
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2017-09-06 t/m 2017-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037968
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/subsidieregeling-innovaties-duurzame-binnenvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/subsidieregeling-innovaties-duurzame-binnenvaart/2017-09-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037968&g=2017-09-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037968&z=2026-06-06&g=2017-09-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037968/2017-09-06
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/subsidieregeling-innovaties-duurzame-binnenvaart
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: – Innovatieraad Binnenvaart: door het bedrijfsleven ingesteld college van deskundigen uit de binnenvaartsector ten behoeve van het stimuleren van de innovatie in de binnenvaart; – Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M ; – project: artikel 2, eerste lid experimenteel ontwikkelingsproject, haalbaarheidsproject gericht op experimentele ontwikkeling, haalbaarheidsproject gericht op industrieel onderzoek, industrieel onderzoeksproject, innovatiecluster- exploitatieproject of innovatiecluster- investeringsproject die aanvoldoen; – staatssteun: steunmaatregelen als omschreven in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 2016 34378 05-07-2016 04-07-2016 IENM/BSK-2016/123782 2016 34378 05-07-2016 04-07-2016 IENM/BSK-2016/123782 06-07-2016
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de subsidieregeling#
Artikel 2 Doel van de subsidieregeling 2 x Het verstrekken van financiële bijdragen aan de binnenvaartsector ten behoeve van projecten die bijdragen aan de duurzaamheid van de sector door reductie van CO-, NO-, PM- emissies en/of methaanslip. 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 19-05-2016 01-05-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidiabele projecten en verdeelsleutel#
Artikel 3 Subsidiabele projecten en verdeelsleutel 1 2 x De volgende soort projecten zijn subsidiabel indien ze gericht zijn op het gebruik van alternatieve brandstoffen, alternatief motorgebruik, voor- of nabehandelingstechnieken of motormanagement, inrichting en gebruik van het schip ten behoeve van de reductie van CO-, NO- en PM-emissies en/of methaanslip bij de voortstuwing van binnenschepen: a. experimenteel ontwikkelingsproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het verwerven, combineren, vormgeven of gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke of andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema’s of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten, voor zover deze activiteiten geen routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, procedés of diensten behelzen, zelfs als die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden; b. haalbaarheidsproject gericht op experimentele ontwikkeling: een systematisch opgezette en afgeronde analyse van de technische mogelijkheden voor experimentele ontwikkeling; c. haalbaarheidsproject gericht op industrieel onderzoek: een systematisch opgezette en afgeronde analyse van de technische mogelijkheden voor het uitvoeren van industrieel onderzoek; d. industrieel onderzoeksproject: samenhangend geheel van onderzoeksactiviteiten gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren; e. innovatiecluster-exploitatieproject: samenhangend geheel van activiteiten gericht op het aansturen van een innovatiecluster door de rechtspersoon die het innovatiecluster exploiteert en f. innovatiecluster-investeringsproject: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het opzetten of uitbreiden van een innovatiecluster door de rechtspersoon die het innovatiecluster exploiteert. 2 De Minister kan subsidie verlenen voor projecten op basis van een door de Innovatieraad Binnenvaart schriftelijk opgestelde rangschikking conform de volgende criteria: a. de mate waarin de innovatie generiek toepasbaar is voor binnenvaartschepen van een vergelijkbaar scheepstype of vaarprofiel; b. 2 x de mate waarin de innovatie de uitstoot van CO, NO, PM en/of methaanslip reduceert, en; c. de mate waarin de innovatie een terugverdieneffect heeft voor degene die haar toepast. 3 Voor elk van de in het eerste lid genoemde criteria is per project een maximum van 10 punten te behalen. 4 Indien twee of meer projecten na de rangschikking op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald. 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 19-05-2016 01-05-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond#
Artikel 4 Subsidieplafond Voor de subsidie is ten hoogste beschikbaar: a. € 537.000,– in 2016; b. € 486.000,– in 2017. 2017 50138 05-09-2017 01-09-2017 IENM/BSK-2017/196072 2017 50138 05-09-2017 01-09-2017 IENM/BSK-2017/196072 06-09-2017 Artikel II van Stcrt. 2017/50138 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidiemaximum en subsidiabele kosten#
Artikel 5 Subsidiemaximum en subsidiabele kosten 1 De subsidie bedraagt ten hoogste € 125.000,– per project. 2 De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking: a. 50% van de studiekosten voor haalbaarheidsprojecten gericht op industrieel onderzoek en haalbaarheidsprojecten gericht op experimentele ontwikkeling. Onder studiekosten vallen de volgende posten: 1° loonkosten van direct bij het onderzoek betrokken personeel; 2° kosten van aanschaf van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3° afschrijvingskosten van machines en apparatuur op basis van de technische levensduur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode, uitgaande van de historische aanschafwaarde verminderd met de restwaarde; 4° huurkosten van machines en apparatuur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode; 5° aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de aanschaf van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van bescherming van die rechten. b. 50% van de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten voor industriële onderzoeksprojecten en experimentele ontwikkelingsprojecten: 1°. artikel 7.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 loonkosten van direct bij het project betrokken personeel, waarbij het uurloon wordt berekend aan de hand van het brutoloon: loon in geld, volgens de verzamelloonstaat, ingevolge, te delen door 1.650 productieve uren, verhoogd met een forfaitair percentage van 20 voor de werkgeverslasten. In geval van een part-time dienstverband wordt het uurloon op voornoemde wijze berekend na omrekening van het brutoloon naar een full-time dienstverband; 2°. een opslag voor algemene kosten van ten hoogste 50 procent van de in het in subonderdeel 1°, bedoelde loonkosten; 3°. kosten van aanschaf van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 4°. afschrijvingskosten van machines en apparatuur op basis van de technische levensduur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode uitgaande van de historische aanschafwaarde verminderd met de restwaarde, met dien verstande dat in geval van lease wordt uitgegaan van de contante waarde van de gedurende de projectperiode betaalde leasetermijnen naar rato van het gebruik van de machines en apparatuur voor het project onder aftrek van de in de leasetermijnen begrepen vergoedingen voor financiering en afschrijving; 5°. huurkosten van machines en apparatuur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode; 6°. aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de aanschaf van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van bescherming van die rechten; c. 15% van de kosten voor investering in grond, gebouwen, machines en uitrusting en die betrekking hebben op opleidingsfaciliteiten en onderzoekcentra en open acces-onderzoeksinfrastructuur voor innovatiecluster-investeringsprojecten, en d. 50% van de loon en administratiekosten voor innovatiecluster-exploitatieproject in verband met: 1°. marketing van het cluster om nieuwe ondernemingen aan te trekken die in het cluster deelnemen; 2°. beheer van de open acces-faciliteiten van het cluster; 3°. organisatie van opleidingsprogramma’s, workshops en conferenties om kennisdeling en netwerking tussen de clusterleden te bevorderen. 3 Indien geen loonkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, geldt daarvoor een uurtarief van € 35,−. Het bepaalde in subonderdeel 2°, is op dit tarief niet van toepassing. 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 19-05-2016 01-05-2016
Artikel 5a — Artikel 5a Cumulering#
Artikel 5a Cumulering Voor een project waarvoor eerder door een bestuursorgaan of de Europese Commissie aan de aanvrager staatssteun is verstrekt kan alleen subsidie worden verleend met inachtneming van de criteria uit artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2016 34378 05-07-2016 04-07-2016 IENM/BSK-2016/123782 2016 34378 05-07-2016 04-07-2016 IENM/BSK-2016/123782 06-07-2016
Artikel 5b — Artikel 5b Specifieke afwijzingsgrond#
Artikel 5b Specifieke afwijzingsgrond De subsidie wordt afgewezen indien de subsidie wordt aangevraagd door een ondernemer in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2016 34378 05-07-2016 04-07-2016 IENM/BSK-2016/123782 2016 34378 05-07-2016 04-07-2016 IENM/BSK-2016/123782 06-07-2016
Artikel 6 — Artikel 6 Uitvoeringsinstantie#
Artikel 6 Uitvoeringsinstantie Als uitvoeringsinstantie wordt aangewezen het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart van de Stichting Projecten Binnenvaart te Rotterdam. De uitvoeringsinstantie heeft tevens een adviserende rol in de ragschikking van de aanvragen. 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 19-05-2016 01-05-2016
Artikel 7 — Artikel 7 Indiening aanvraag#
Artikel 7 Indiening aanvraag 1 Een aanvraag wordt gericht aan de Minister. 2 De aanvraag voor 2016 moet uiterlijk 1 juni 2016 worden ingediend bij de uitvoeringsinstantie. 3 De aanvraag voor 2017 moet uiterlijk 1 maart 2017 worden ingediend bij de uitvoeringsinstantie. 4 artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit bijlage 1 De aanvraag bevat de ingenoemde gegevens en wordt ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld aanvraagformulier als bedoeld invan deze subsidieregeling. 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 19-05-2016 01-05-2016
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidies van € 25.000,– tot en met € 125.000,–#
Artikel 8 Subsidies van € 25.000,– tot en met € 125.000,– 1 Het verstrekken van subsidies van € 25.000,– tot en met € 125.000,– wordt verstrekt in de vorm van een vast bedrag, dat wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag. 2 De subsidieontvanger is verplicht om aan te tonen aan de hand van een activiteitenverslag dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3 Het maximaal te verlenen voorschot bedraagt 80 procent van de verleende subsidie. 4 Voor de aanvraag tot een beschikking tot subsidievaststelling wordt gebruik gemaakt van een bij het Expertise- en Innovatiecentrum Binnenvaart verkrijgbaar formulier. 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 19-05-2016 01-05-2016
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 mei 2016. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2018, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de voor die datum verleende subsidies. 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 19-05-2016 01-05-2016
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart. 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 2016 24639 18-05-2016 17-05-2016 IENM/BSK-2016/26791 19-05-2016 01-05-2016