Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 september 2016, kenmerk 152992 – S, houdende de vaststelling van de vergoedingen van de leden van de Nederlandse Sportraad (Vergoedingenbesluit Nederlandse Sportraad)
- BWB-id
- BWBR0038519
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2022-03-31 t/m 2022-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038519
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/vergoedingenbesluit-nederlandse-sportraad
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/vergoedingenbesluit-nederlandse-sportraad/2022-03-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038519&g=2022-03-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038519&z=2026-06-06&g=2022-03-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038519/2022-03-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2016/vergoedingenbesluit-nederlandse-sportraad
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Aan de voorzitter van de Nederlandse Sportraad, ingesteld bij het Instellingsbesluit Nederlandse Sportraad, wordt een vaste vergoeding per maand toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, vermenigvuldigd met een arbeidsduurfactor van 0,2 fte. 2 Aan de andere leden van het in het eerste lid bedoelde adviescollege wordt een vaste vergoeding per maand toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, vermenigvuldigd met een arbeidsduurfactor van 0,1 fte. 3 Aan de externe deskundigen die op schriftelijk verzoek van het in het eerste lid bedoelde adviescollege aan de werkzaamheden van het college deelnemen wordt een vergoeding per vergadering toegekend van 3% van het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 4 artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies In afwijking van het eerste, tweede en derde lid wordt geen vergoeding verstrekt aan personen die op grond vanzijn uitgesloten van een vergoeding. 2020 63396 04-12-2020 26-11-2020 1764029-212761-BPZ 2020 63396 04-12-2020 26-11-2020 1764029-212761-BPZ 01-01-2021 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
artikel 2 in plaats van artikel 1.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2016. 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 april 2023 of zoveel eerder als het bij koninklijke boodschap van 2 december 2021 ingediende voorstel van wet houdende regels omtrent de instelling van de Nederlandse Sportraad (Wet op de Nederlandse Sportraad) tot wet is of wordt verheven en in werking treedt. 2022 8399 30-03-2022 22-03-2022 3338262-1026393-WJZ 2022 8399 30-03-2022 22-03-2022 3338262-1026393-WJZ 31-03-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit besluit wordt aangehaald als: Vergoedingenbesluit Nederlandse Sportraad. 2016 49327 22-09-2016 13-09-2016 152992–S 2016 49327 22-09-2016 13-09-2016 152992–S 23-09-2016 01-04-2016