Ministeriële regeling van 12 december 2016, nr. MINBUZA-2016.832051, tot vaststelling van nadere regels voor buitenlandse reizen van BZ-ambtenaren en lokale werknemers (Regeling buitenlandse reizen BZ 2017)
- BWB-id
- BWBR0038918
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- 2019-06-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038918
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-buitenlandse-reizen-bz-2017
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-buitenlandse-reizen-bz-2017/2019-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038918&g=2019-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038918&z=2026-06-06&g=2019-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038918/2019-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-buitenlandse-reizen-bz-2017
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. ministerie: het Ministerie van Buitenlandse Zaken; b. RDBZ: Reglement Dienst Buitenlandse Zaken het; c. DBZV 2018: Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 het; d. Rrlok 2005: Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005 de; e. een post: artikel 7, tweede lid, van het RDBZ een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland als bedoeld in; f. BZ-ambtenaar: artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het RDBZ degene die krachtensis aangesteld als ambtenaar van de Dienst Buitenlandse Zaken; g. departementsambtenaar: een BZ-ambtenaar die in Nederland te werk is gesteld; h. uitgezonden ambtenaar: artikel 8, tweede lid, van het RDBZ een BZ-ambtenaar die op basis vanop een post te werk is gesteld; i. lokale werknemer: artikel 114 van het RDBZ degene die krachtensvoor werkzaamheden bij een post op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst is genomen; j. standplaats: de plaats van vestiging van de post waar de uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer te werk is gesteld; k. HDPO: de Hoofddirecteur Personeel en Organisatie van het ministerie; l. dienstreis: een reis die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt die door het bevoegd gezag is opgedragen in verband met het verrichten van werkzaamheden; m. scholingsreis: artikel 67, negende lid, van het RDBZ artikel 6.11 van de Rrlok 2005 een reis die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt als bedoeld inof; n. overplaatsingsreis: artikel 60 van het DBZV 2018 een overplaatsingsreis als bedoeld in; o. verlofreis: artikel 26 van het DBZV 2018 artikel 30 van het DBZV 2018 artikel 47 van het DBZV 2018 artikel 48 van het DBZV 2018 artikel 49 van het DBZV 2018 een twaalfmaandelijkse verlofreis als bedoeld in, een reis voor bedrijfsgeneeskundige begeleiding als bedoeld in, een herenigingsreis van een partner als bedoeld in, een herenigingsreis van een kind als bedoeld in, een extra reis van een alleenstaande ambtenaar als bedoeld inen een recuperatiereis van degene die is geplaatst in een standplaats met extreme omstandigheden; p. buitenlandse reis: een dienstreis, scholingsreis, overplaatsingsreis of verlofreis. 2018 66375 06-12-2018 19-11-2018 MINBUZA-2018.1162935 2018 66375 06-12-2018 19-11-2018 MINBUZA-2018.1162935 01-06-2019 Treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand
volgende op de dag waarop het vernieuwde geautomatiseerde
vergoedingensysteem waarmee de hoogte van de
buitenlandvergoedingen voor de individuele ambtenaar wordt berekend
door 3W in gebruik wordt genomen.
Artikel 2 — Artikel 2 Algemeen#
Artikel 2 Algemeen Reisbesluit buitenland Reisregeling buitenland Op een dienstreis en een scholingsreis van een departementsambtenaar is deze regeling van toepassing in aanvulling op het bepaalde in heten de. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Reisklasse bij scholingsreizen#
Artikel 3 Reisklasse bij scholingsreizen artikelen 1a, eerste lid 1b, eerste lid, van de Reisregeling buitenland Indien het bevoegd gezag een departementsambtenaar met inachtneming van de, entoestemming heeft verleend om voor een scholingsreis per trein of vliegtuig te reizen, is betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening per trein in de tweede klasse of per vliegtuig in de economy klasse of vergelijkbare klasse te reizen. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvullende tegemoetkoming kosten dienstreizen en scholingsreizen#
Artikel 4 Aanvullende tegemoetkoming kosten dienstreizen en scholingsreizen 1 De departementsambtenaar die veelvuldig of langdurig dienstreizen of scholingsreizen maakt, komt in aanmerking voor een aanvullende tegemoetkoming in de daaruit voortvloeiende bijzondere kosten. 2 De tegemoetkoming bedraagt bij dienstreizen of scholingsreizen met een totale duur in een aaneengesloten periode van twaalf maanden van: a. ten minste 40 dagen, de reisdagen inbegrepen: € 330 bruto; b. ten minste 60 dagen, de reisdagen inbegrepen: € 550 bruto; c. ten minste 80 dagen, de reisdagen inbegrepen: € 770 bruto. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt een periode van verlenging van de reis voor privédoeleinden niet in beschouwing genomen. 4 Declaratie van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming geschiedt binnen drie maanden na het verstrijken van de door de betrokkene gekozen periode van twaalf maanden als bedoeld in het tweede lid. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 5 — Artikel 5 Algemeen#
Artikel 5 Algemeen 1 Reisbesluit buitenland Reisregeling buitenland Op een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer is het bepaalde in heten devan overeenkomstige toepassing: a. artikelen 1a 1b 1c van de Reisregeling buitenland met uitzondering van de,en, en b. DBZV 2018 voor zover voor de uitgezonden ambtenaar niet anders is bepaald bij het, en c. Rrlok 2005 artikel 123, eerste lid, van het RDBZ voor zover voor de lokale werknemer niet anders is bepaald bij deof een postuitwerking als bedoeld in. 2 Op een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer is deze regeling van toepassing in aanvulling op het bepaalde in de in het eerste lid genoemde regelingen. 2018 66375 06-12-2018 19-11-2018 MINBUZA-2018.1162935 2018 66375 06-12-2018 19-11-2018 MINBUZA-2018.1162935 01-06-2019 Treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand
volgende op de dag waarop het vernieuwde geautomatiseerde
vergoedingensysteem waarmee de hoogte van de
buitenlandvergoedingen voor de individuele ambtenaar wordt berekend
door 3W in gebruik wordt genomen.
Artikel 6 — Artikel 6 Buitenlandse reizen per openbaar vervoer#
Artikel 6 Buitenlandse reizen per openbaar vervoer 1 Een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer wordt per openbaar vervoer afgelegd tenzij dat niet mogelijk is, de afstand per openbaar vervoer meer dan 500 kilometer bedraagt, gemeten van station van vertrek tot station van aankomst, de reistijd per openbaar vervoer meer dan zes uur bedraagt of, bij een kleinere reisafstand en kortere reisduur, dat gelet op de lokale omstandigheden naar oordeel van het bevoegd gezag onredelijk bezwarend is. 2 De betrokkene is voor buitenlandse reizen per trein gerechtigd om, voor zover voor die reis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is, voor rijksrekening te reizen in: a. de eerste klasse of vergelijkbare klasse indien het een dienstreis, overplaatsingsreis of verlofreis betreft; b. de tweede klasse of vergelijkbare klasse indien het een scholingsreis betreft. 3 Aan de betrokkene wordt een vervoersbewijs verstrekt. Met voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag mag de betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden de werkelijk gemaakte kosten vergoed, ten hoogste tot het bedrag van een vervoersbewijs waarop hij aanspraak kon maken. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 7 — Artikel 7 Buitenlandse reizen per vliegtuig#
Artikel 7 Buitenlandse reizen per vliegtuig 1 artikel 6, eerste lid Het bevoegd gezag beslist afhankelijk van de lokale omstandigheden of een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer die niet per openbaar vervoer kan of gelet op, hoeft te worden afgelegd, per dienstvervoer, eigen vervoer of vliegtuig wordt gemaakt. 2 De betrokkene is voor reizen per vliegtuig gerechtigd om voor rijksrekening in de business klasse of vergelijkbare klasse te reizen indien de totale vliegtijd van een vlucht 6 uur of meer bedraagt en voor de reis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is, indien het betreft: a. een dienstreis; b. een overplaatsingsreis van de ambtenaar die is geplaatst als hoofd van een post en de met hem meereizende gezinsleden indien het naar het oordeel van de regiodirecteur vanwege zeer bijzondere omstandigheden is gewenst in de business klasse te reizen: 1°. om protocollaire redenen; 2°. omdat de ambtenaar direct na aankomst op de standplaats zijn werkzaamheden op de post moet aanvangen; c. een reis in het kader van bedrijfsgeneeskundige begeleiding indien reizen in de business klasse of vergelijkbare klasse naar het oordeel van het bevoegd gezag om medische redenen wenselijk is, of d. een recuperatiereis van een standplaats met zone-indeling 14 of hoger dan wel een door de secretaris-generaal of HDPO aangewezen andere standplaats onder de daarbij vastgestelde voorwaarden. 3 In andere dan in het tweede lid genoemde gevallen is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening in de economy of vergelijkbare klasse te reizen. 4 artikel 26 van het DBZV 2018 artikel 30 van het DBZV 2018 artikel 60 DBZV 2018 Bijlage I, behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Reisregeling buitenland In afwijking van het derde lid is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening voor een twaalfmaandelijkse verlofreis als bedoeld in, een reis voor bedrijfsgeneeskundige begeleiding als bedoeld inof een scholingsreis van Australië of Nieuw-Zeeland naar Nederland en voor een overplaatsingsreis als bedoeld inindien de totale vliegtijd van een vlucht 21 uur of meer bedraagt, in de economy plus klasse of een vergelijkbare klasse te reizen dan wel in de economy klasse of vergelijkbare klasse met de mogelijkheid de vlucht tussentijds te onderbreken met één overnachting. Ingeval van een overnachting als bedoeld in de eerste volzin ontvangt de betrokkene een tegemoetkoming in de logieskosten overeenkomstig. 5 Indien de buitenlandse reis meer dan één vlucht omvat, wordt voor de toepassing van het tweede lid, de totale vliegtijd van de langste vlucht in aanmerking genomen. 6 Aan de betrokkene wordt een vervoersbewijs verstrekt. Met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag mag de betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden hem de werkelijk gemaakte kosten vergoed, tot ten hoogste de kosten van een vervoersbewijs waarop hij op grond van het tweede, derde lid en vierde lid aanspraak kon maken. 7 Aan de betrokkene wordt, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, een vervoersbewijs verstrekt of vergoed voor een rechtstreekse vlucht indien dat voor de reis beschikbaar is. Indien de vliegtijd van een rechtstreekse vlucht meer dan zes uur bedraagt, kan het bevoegd gezag, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, hiervan afwijken indien de kosten van de niet-rechtstreekse vlucht minimaal € 350,– lager zijn dan die van de rechtstreekse vlucht en de reistijd ten opzichte van de rechtstreekse vlucht met ten hoogste vier uur toeneemt. 8 Het bevoegd gezag kan de betrokkene indien die in de economy klasse of een vergelijkbare klasse vliegt uit eigen beweging of indien de betrokkene daar gemotiveerd om verzoekt, toestaan kosten te declareren voor het gebruik van een business lounge op een vliegveld indien bijzondere redenen daartoe aanleiding geven. 9 artikel 26 van het DBZV 2018 artikel 47 artikel 48 van het DBZV 2018 artikel 49 van het DBZV 2018 De vervoersbewijzen voor twaalfmaandelijkse verlofreizen als bedoeld in, herenigingsreizen van een partner als bedoeld in, herenigingsreizen van een kind als bedoeld inen de extra reizen van de alleenstaande ambtenaar als bedoeld inworden door de betrokkene ten minste 12 weken voor aanvang van de reis aangevraagd dan wel met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag door hem zelf aangeschaft. Indien dit niet mogelijk is, verklaart de betrokkene schriftelijk tijdig en gemotiveerd aan het bevoegd gezag welke redenen daaraan ten grondslag liggen. 2018 66375 06-12-2018 19-11-2018 MINBUZA-2018.1162935 2018 66375 06-12-2018 19-11-2018 MINBUZA-2018.1162935 01-06-2019 Treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand
volgende op de dag waarop het vernieuwde geautomatiseerde
vergoedingensysteem waarmee de hoogte van de
buitenlandvergoedingen voor de individuele ambtenaar wordt berekend
door 3W in gebruik wordt genomen.
Artikel 8 — Artikel 8 Toepassingsbereik#
Artikel 8 Toepassingsbereik Reisbesluit buitenland Reisregeling buitenland Deze paragraaf is, voor zover niet anders is bepaald, van toepassing op een buitenlandse reis van een departementsambtenaar, uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer in aanvulling op het bepaalde in heten de. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 9 — Artikel 9 Extra reisdagen in het belang van de dienst#
Artikel 9 Extra reisdagen in het belang van de dienst 1 De betrokkene die een dienstreis of scholingsreis maakt kan indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, ter acclimatisering maximaal 24 uur eerder op de plaats van bestemming aankomen dan gelet op de aanvang van de te verrichten werkzaamheden of te volgen scholing noodzakelijk is. 2 Indien bij een dienstreis of scholingsreis een reisalternatief tot een aanzienlijke financiële besparing leidt voor het ministerie, wordt een eventuele verlenging van de reis aangemerkt als zijnde in het belang van de dienst. Voorwaarde is dat de betrokkene met de verlenging instemt en gedurende de periode van verlenging werkzaamheden verricht ten behoeve van het ministerie dan wel verlof opneemt voor zover hij gedurende de periode van verlenging arbeid behoort te verrichten. 3 Reisbesluit buitenland Reisregeling buitenland Indien een situatie als genoemd in het eerste of tweede lid van toepassing is, worden de extra logies- en overige verblijfkosten vergoed overeenkomstig het bepaalde in heten de. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 10 — Artikel 10 Bewassingskosten#
Artikel 10 Bewassingskosten 1 De departementsambtenaar of lokale werknemer die een dienstreis of scholingsreis maakt met een duur van ten minste zeven dagen, de reisdagen inbegrepen, komt in aanmerking voor vergoeding van de tijdens die reis noodzakelijk gemaakte kosten voor bewassing van kleding van tijdens die reis naar verwachting nog te dragen kleding. 2 artikel 6a van de Reisregeling buitenland Voor de toepassing van het eerste lid wordt een periode van verlenging van de reis om privédoeleinden als bedoeld inniet in beschouwing genomen. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 11 — Artikel 11 Medicijnen#
Artikel 11 Medicijnen De betrokkene die een buitenlandse reis maakt, komt in aanmerking voor vergoeding van de kosten van vaccinatie en medicijnen die door de bedrijfsgeneeskundige dienst zijn voorgeschreven voor zover die kosten niet uit hoofde van een ziektekostenverzekering of anderszins vergoed worden. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 12 — Artikel 12 Bevoegd gezag#
Artikel 12 Bevoegd gezag De budgethouder ten laste van wiens budget de kosten van de buitenlandse reis worden geboekt, is voor de toepassing van deze regeling bevoegd gezag. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 8, derde of vierde lid, van het RDBZ Op een dienstreis van een krachtens hetaangestelde ambtenaar die op basis vanop een post te werk is gesteld, is van overeenkomstige toepassing het in deze regeling bepaalde inzake een dienstreis van een uitgezonden ambtenaar. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 14 — Artikel 14 DBZV 2007 Wijziging van het#
Artikel 14 DBZV 2007 Wijziging van het Wijzigt het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 15 — Artikel 15 Rrlok 2005 Wijziging van de#
Artikel 15 Rrlok 2005 Wijziging van de Wijzigt de Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding en overgangsbepalingen#
Artikel 16 Inwerkingtreding en overgangsbepalingen 1 Regeling buitenlandse reizen BZ Dewordt ingetrokken. 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017. 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling buitenlandse reizen BZ 2017. 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 2016 68748 21-12-2016 12-12-2016 MINBUZA-2016.832051 01-01-2017